CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

001 bijl02, Bijlage toelichting bestemmingsplan bedrijfslocatie Vilgert.pdf

Commissie Omgeving 17 januari 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan bedrijfslocatie de Vilgert - Vaststelling (RV 2024-1)22.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie

1

INLEIDING

BRO heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Vilgert te Velden. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van een bedrijfspand. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 4.320 m²) is gelegen aan de Vilgert te Velden (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden, sectie C, nummer 11845. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 18 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 209.340, Y = 381.680.

3

GERAADPLEEGDE BRONNEN

In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon de heer D. Adank)

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Omgevingsrapportage Gemeente Venlo (contactpersoon mevrouw P. van der Wal)

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 11 april en 12 oktober 2022

R 19012.001 versie D1

Pagina 1 van 5

4

HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE

Uit historisch kaartmateriaal vanaf de periode 1900 blijkt dat de onderzoekslocatie in gebruik was als weiland en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Volgens het historisch kaartmateriaal blijkt dat er mogelijk een onverhard pad aan de noordzijde van de onderzoekslocatie heeft gelegen. De onderzoekslocatie is momenteel geheel onbebouwd en onverhard.

1900

Figuur 1.

1925

1970

2019

Historisch kaartmateriaal

Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Venlo bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

De initiatiefnemer is voornemens een bedrijfspand op de locatie te bouwen.

6

CALAMITEITEN

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de gemeente Venlo blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

R 19012.001 versie D1

Pagina 2 van 5

7

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE

In november 1998 tot en met januari 1999 in opdracht van de toenmalige gemeente Arcen en Velden door Inbodem bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportcode VELDVILG 18.01.1999). Destijds zijn er in totaal 20 boringen verricht, waarvan 1 boring is afgewerkt als peilbuis. Ter plaatse van de deels met metselpuin verharde weg zijn 3 van de 20 boringen verricht. Destijds zijn in de bovengrond zintuiglijk zeer plaatselijk puinsporen aangetroffen. Verder is ter plaatse van de weg zintuiglijk tot 0,3 m -mv puinrijke grond aangetroffen, welke bovendien zwak kolengruishoudend is. In de bovengrond ter plaatse van het noordelijk perceel (buiten de huidige onderzoekslocatie) is destijds een lichte verontreiniging met PAK en minerale olie aangetoond. In de bovengrond ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie is destijds een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. De lichte verhoging met minerale olie was destijds volgens Inbodem bv echter te wijten aan de aanwezigheid van humuszuren in de bovengrond. In de zintuiglijk puinrijke bovengrond ter plaatse van de weg (buiten de huidige onderzoekslocatie) is destijds een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. In de ondergrond zijn destijds geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bleek destijds licht verontreinigd te zijn met chroom, koper en zink.

In 2013 heeft Econsultancy, in opdracht van de gemeente Venlo, een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 13071547 | d.d. 9 augustus 2013). Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen onroerendgoedtransactie. Destijds is geconcludeerd dat bij ongewijzigd gebruik van de locatie er géén belemmeringen bestaan voor de onroerendgoedtransactie. Het (destijds) ten noorden van onderhavige locatie aanwezige halfverharde pad werd destijds als ‘verdacht’ voor asbest beschouwd. In 2018 heeft HMB een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 18323701J | d.d. 19 oktober 2018). Dit onderzoek is uitgevoerd in verband met de conclusie van het bovenstaande bodemonderzoek (Econsultancy | rapportnummer: 13071547 | d.d. 9 augustus 2013). Analytisch is destijds over het gehele onderzoekslocatie géén asbest aangetroffen Op de onderzoekslocatie zijn, volgens de omgevingsrapportage van de gemeente Venlo, geen bodemonderzoeken na oktober 2018 uitgevoerd. 8

AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN

In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevindt zich een weiland; aan de oostzijde bevindt zich een woonhuis met bijbehorende siertuin; aan de zuidzijde bevindt zich een dierenkliniek (Dierenkliniek Velden | Vilgert 51); aan de westzijde bevindt zich een openbare weg (Rijksweg).

Ten zuiden van de onderzoekslocatie, ter plaatse van Vilgert 51, is in 1995 door InBodem een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportcode VELDFER 31.07.1995 | d.d. 31 juli 1995). Destijds zijn verdeeld over de onderzoekslocatie (± 200 m 2) in totaal 7 boringen verricht tot maximaal 4,8 m -mv, waarvan 1 peilbuisboring. In het opgeboorde materiaal is destijds plaatselijk metselpuin waargenomen. De bovengrond bleek licht verontreinigd met zink, PAK en minerale olie. In de ondergrond zijn destijds geen verontreinigingen waargenomen. Het grondwater bleek licht verontreinigd met cadmium, chroom, lood, nikkel en zink.

R 19012.001 versie D1

Pagina 3 van 5

Van de aangrenzende percelen zijn, volgens de omgevingsrapportage van de gemeente Venlo, geen bodemonderzoeken na oktober 2018 uitgevoerd. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.

9

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN

De onderzoekslocatie is gelegen binnen bodemfunctieklasse zone “Wonen”. De onderzoekslocatie is met betrekking tot ontgravingskaart en de toepassingskaart voor zowel de boven- als ondergrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Landbouw/Natuur”, van het gebied waarvoor de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venray, Horst aan de Maas, Venlo, Peel en Maas, Nederweert, Weert, Beesel, Leudal, Maasgouw, Roermond, Roerdalen en Echt-Susteren gezamenlijk een “Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029” hebben opgesteld. Volgens de ‘PFAS-bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord’ die in 2020 is opgesteld blijkt dat de gemiddelde PFAS-gehalten van zowel de boven- als de ondergrond ruim beneden de landelijke achtergrondwaarden liggen. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016).

10

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland deels in een niet-gekarteerd gebied. Het ander deel bestaat de originele bodem volgens de bodemkaart van Nederland uit een vlakvaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit grof zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Beegden. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 16 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

R 19012.001 versie D1

Pagina 4 van 5

11

TERREININSPECTIE

Op 11 april en 12 oktober 2022 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.

12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

BRO heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Vilgert te Velden. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van voorgenomen realisatie van een bedrijfspand. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Swalmen, 17 oktober 2022

R 19012.001 versie D1

Pagina 5 van 5

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Legenda Symbolen:

Polygonen:

Boringen:

Asfalt

Ontgravingsvak

Boring tot 0,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv

Klinker

Saneringslocatie

Boring tot 1,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv

Beton

Partij ontgraven grond

Boring tot 1,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv

Ontgravingsdiepte (m -mv)

Toekomstige bebouwing

Boring tot 2,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv

Partijhoogte (m +mv)

Voormalige bebouwing

Boring tot 2,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv

Opnamerichting foto

Asfaltverharding

Boring tot 3,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv

Vloeistofdichte vloer

Reparatievak asfalt

Boring tot 3,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv

Prefab betonnen vloerplaat

Opslagtank (bovengronds)

Boring tot 4,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv

Tegels

Opslagtank (bovengronds in lekbak)

Boring tot 4,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv

Golfplaat (asbest verdacht)

Opslagtank (ondergronds)

Boring tot 5,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv

Boom

Struweel

Peilbuis (diep)

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)

Bos

Haag

Peilbuis

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis

Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv

Kernboring 80 mm

Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv

Kernboring 120 mm

Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv

Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv

Struiken Gras

Lijnen:

Water

Bebouwing

Braak

Grens onderzoekslocatie

Grind

Toekomstige bebouwing

Onverhard

Voormalige bebouwing

Puinverharding

Beschoeiing

Talud

Hekwerk

Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv

Spoorlijn

Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv

Wandmonster

Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv

Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv

Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats

Verontreiniging:

Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm

Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv

Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)

Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv

Niet verontreinigd

Peilbuis voorgaand onderzoek

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv

Gehalte >AW/S-waarde

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv

Gehalte >T-waarde

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv

Gehalte >I-waarde

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv

Niet verontreinigd

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv

AW/S-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv

T-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv

I-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv

Niet verontreinigd

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv

AW/S-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv

T-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)

I-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis

Niet verontreinigd

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)

Boring tot 0,5 m -waterbodem

Licht verontreinigd

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis

Boring tot 1,0 m -waterbodem

Matig verontreinigd

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm

Duiker Voormalige duiker

Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv

Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 3.

Foto 4.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Foto 6.

Bijlage 4 Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek

58

Bestemmingsplan "Bedrijfslocatie De Vilgert, Velden" (vastgesteld)

ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN INVENTARISEREND VELDONDERZOEK VILGERT TE VELDEN GEMEENTE VENLO

archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Vilgert te Velden Opdrachtgever

BRO Postbus 4 5280 AA Boxtel

Rapportnummer

19012.002

Versienummer1

1

Datum

6 mei 2022

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

De heer drs. A.H. Schutte

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer B.C. Tunker, MA

Paraaf

© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

19012.002

Toponiem

Vilgert

Opdrachtgever

BRO

Gemeente

Venlo

Plaats

Velden

Provincie

Limburg

Kadastrale gegevens

Arcen en Velden, Sectie C, nummer 11845 (ged.)

Omvang plangebied

circa 2.420 m2

Kaartblad

52G (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 209.340/Y: 381.680

Bevoegde overheid

Gemeente Venlo Postbus 3434 5902 RK Venlo T: 077-3596994 E: info@venlo.nl

ARCHIS3

Booronderzoek 5249135100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Contactpersoon: drs. J. W. Schotten T: 077-3596994 E: j.schotten@venlo.nl

Archeoregio NOaA

Limburgs zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Limburg

Uitvoerders

Econsultancy, de heer drs. A.H. Schutte en de heer R. Nabben

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BRO in april-mei 2022 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Vilgert te Velden in de gemeente Venlo. In het plangebied zal een bedrijfspand worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Vanwege de ligging op de rand van een Allerød Interstadiaal terras (gevormd 13.900 tot 12.850 jaar geleden) met vrijwel direct ten westen een terras uit het Jonge Dryas is de kans dat er archeologische waarden in het plangebied voorkomen uit het Paleolithicum en Mesolithicum hoog. De hoge en droge ligging van het terras maakt het plangebied ook geschikt voor agrarische samenlevingen, daarnaast zijn er resten uit de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Hierdoor krijgen de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen een hoge verwachting. Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is het plangebied onbebouwd geweest en afwisselend in gebruik geweest als agrarisch gebied, voor de productie van hakhout en als boomgaard. Het ligt buiten de historische kern maar wel aan een historische doorgaande weg.

Op basis van deze gegevens, de bodem en grondwatertrap en het gegeven dat er resten uit deze perioden wel in de omgeving van het plangebied worden aangetroffen krijgen de perioden Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd eveneens een hoge verwachting. Resultaten inventariserend veldonderzoek Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. In het plangebied is met zekerheid vastgesteld dat de bodem grotendeels intact is. Onder een vrij dikke bouwvoor, 40 tot 55 centimeter, ligt direct de C-horizont waarvan alleen de top verstoord is. Alleen bij boring 3 is mogelijk sprake van een diepere verstoring al wordt dit betwijfeld en als het een verstoring is dan is deze niet grootschalig. Op grond van het bureauonderzoek worden geen ophogingen in het plangebied verwacht, maar gezien de resultaten van

Rapport 19012.002 versie 1

het booronderzoek lijkt dit is wel waarschijnlijk gezien de aanwezigheid van kolengruis en baksteen in de bouwvoor. Het historisch kaartmateriaal geeft aan dat in het plangebied nooit geen bebouwing heeft gestaan waardoor er vanuit gegaan moet worden dat dit materiaal van buiten het plangebied komt. Hierdoor is de verwachting dat het mogelijk sporenniveau, direct onder de bouwvoor, grotendeels intact is (klein stuk afgetopt). Conclusie De aangetroffen bodemopbouw is grotendeels intact. Onder een bouwvoor van 40 tot 55 centimeter ligt in het grootste deel van het plangebied direct de C-horizont die in de top iets geroerd is. Op één locatie centraal in het plangebied is de bodem mogelijk dieper geroerd. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, blijft door het booronderzoek in zijn geheel gehandhaafd .Op basis van het behoud van de hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy.

Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Venlo). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen.

Rapport 19012.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 15 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 12 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 14

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 15 Methoden ........................................................................................................................ 15 Resultaten ....................................................................................................................... 16 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 16

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 16

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 18 BRONNEN .......................................................................................................................................... 20

Rapport 19012.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000). Het plangebied op de kadastrale kaart. Het plangebied op een luchtfoto uit 2020. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart. Het plangebied op de geomorfologische kaart. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3). Het plangebied op de bodemkaart. Archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Het plangebied op historische kaarten. Boorpunten geprojecteerd op een luchtfoto uit 2020.

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen

Rapport 19012.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van BRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Vilgert te Velden in de gemeente Venlo (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens om in het plangebied een bedrijfspand te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april-mei 2022 door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog/Senior KNA Prospector) en R. Nabben (Veldassistent). Het rapport is gecontroleerd door se heer B.C. Tunker, MA (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:     

2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB.

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 1 van 21

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            

2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Venlo; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied, circa 2.420 m2, ligt aan de Vilgert, aan de noordoostzijde van Velden in de gemeente Venlo (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 18 m +NAP. Het gebied is kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden, sectie C, nummer 11845 (ged.). Volgens de topografische kaart van Nederland, 52G (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 209.340/Y: 381.680. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland (zie figuur 3). De eigenaar/gebruiker zijn onbekend. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht.

Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.

3

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 2 van 21

Volgens de archeologische basiskaart van de gemeente Venlo (zie Figuur 4) ligt het plangebied grotendeels in een zone met een zeer hoge archeologische verwachting. De rest heeft een hoge of middelhoge archeologische verwachting. Bij gebieden met verschillende verwachtingswaarden geldt de hoogste vboor het gehele plangebied. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan. 100 m2 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld.4 Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 19012.001). Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygienisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten.5 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de realisatie van een bedrijfspand gepland. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van 2.420 m2 worden. Het exacte oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is nog onbekend (zie bijlage 7) evenals wie de toekomstige gebruiker wordt/gebruikers worden. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens Geologie

6

Gegevensomschrijving Formatie van Beegden (Be3), rivierzand en grind.

Geomorfogenetische kaart Maasvallei7

Terrasvlakte (T), al dan niet bedekt met dekzand

Van den Berg8

Allerød Interstadiaal terras met een meanderend oppervlakte patroon

Geomorfologie9

Westelijk deel niet gekarteerd, oostelijk deel dekzandwelvingen (code 3L51).

Bodemkunde10

Westelijk deel niet gekarteerd, oostelijk deel vlakvaagronden, grof zand (code Zn30).

4

Peeters, 2015. Griep-Voss, 2022. 6 De Mulder et al., 2003. 7 Isarin e.a., 2015 8 Berg, 1996. 9 Wageningen Environmental Research, 2017. 10 Stichting voor Bodemkartering, 1975. 5

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 3 van 21

Grondwatertrap

Westelijk deel niet gekarteerd, oostelijk deel VI

Landschappelijke ontwikkeling Het terrassenlandschap langs de Maas is ontstaan gedurende de verschillende koude en warme perioden van het Kwartair. Tijdens koude perioden heeft de Maas een vlechtend karakter gehad met een brede riviervlakte en een opeenhoping van sedimenten. Gedurende de overgang van een koude naar een warme periode sneed de rivier zich in het rivierterras in. Daarna begon de Maas te meanderen, waarbij de rivier zich concentreerde in één geul en er verschillende sedimenten in de bedding, op de oever en in de naastgelegen komgronden werden afgezet. De oudste terrassen liggen hoog, de jongere lager. Kenmerkend zijn de vele geulen (insnijdingen) binnen de terrasniveaus. De Maas heeft zich herhaalde malen verlegd zodat behalve de huidige rivierloop diverse oude geulen, vaak in de vorm van een meanderbocht, zijn achtergebleven. Deze meanders zijn scherp begrensd en liggen aanmerkelijk lager in het landschap dan de aangrenzende niet-geërodeerde afzettingen. Hierdoor is een landschap ontstaan met grotere en kleinere plateaus die veel steile randen hebben naar de geulen. De gronden binnen deze plateaus betreffen vaak oude kleigronden en bruine, oude bouwlanden. De meanders zijn meestal opgevuld met jonge rivierklei. Plaatselijk wordt er binnen meanders zand aangetroffen of heeft er enige veenvorming plaatsgevonden (broekveen) wanneer meanders zijn afgesloten.

Behalve in zijn eigen afzettingen (grove, grindrijke rivierzanden behorende tot de Formatie van Beegden) heeft de Maas zich ook ingesneden in het westelijk gelegen dekzandgebied en deels in het gebied van de rivierstuifduinen, waardoor deze hoger gelegen, geïsoleerde delen vormen. Daarnaast zijn de afzettingen van de hoger gelegen terrassen deels bedekt door dekzandafzettingen. De vorm van oude meandergeulen zijn op de kaart goed te herkennen bij de overgang naar het dekzandgebied. Het plangebied ligt op een Terrasvlakte al dan niet bedekt met dekzand. Dit zijn zowel de Allerød als Pleniglaciale terrassen.11 Volgens Van den Berg ligt het plangebied op een Allerød Interstadiaal terras (gevormd 13.900 tot 12.850 jaar geleden), en heeft het dientengevolge geen holoceen dek, met ongeveer 225 meter ten westen een terras uit het Jonge Dryas. 12 DINO13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.

In het Dinoloket is één boring bestudeerd die in het plangebied, aan de westzijde, is gezet.14 Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een 40 centimeter dikke laag matig humeus fijn zand (bouwvoor) met hieronder een 10 centimeter dikke laag matig fijn, sterk siltig zand. Van 0,5 tot 1 meter onder het maaiveld ligt een leemlaag. Hieronder ligt een drie meter dik pakket matig tot zeer grof zand met plaatselijk grind. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich deels binnen de bebouwde kom van Velden bevindt, is de geomorfologie in het westelijk deel niet gekarteerd. Het oostelijk deel is gekarteerd als dekzandwelvingen (code 3L51) (zie figuur 5). Het is aannemelijk dat het gehele plangebied ligt op dekzandwelvingen. Bij windafzettingen en in het bijzonder bij die met flauwe hellingen

11

Isarin e.a., 2015 Berg, 1996. 13 Dinoloket. 14 DINO boornummer B52G2265. 12

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 4 van 21

(dekzand) komt vaak een zwak golvend oppervlak voor, waarvan de terreinverheffingen niet afzonderlijk kunnen worden aangegeven (vormsubgroep L51).15 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)16 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied in een redelijk vlak gebied (zie figuur 6). Ten zuidwesten ligt de bebouwde kom van Velden hoger in het landschap dan het plangebied. Bodemkunde Doordat het plangebied zich deels binnen de bebouwde kom van Velden bevindt, is de bodemopbouw in het westelijke deel niet gekarteerd. Het oostelijke deel is gekarteerd als vlakvaagronden, grof zand (code Zn30) (zie figuur 7). Het is aannemelijk dat in het gehele plangebied vlakvaaggronden voorklomen. Vlakvaaggronden, Zn30 grof zand, grondwatertrap V of VI: Deze eenheid vindt men verspreid langs de oostkant van de Maas te midden van of nabij de rivierduinen. Deze vlakvaaggronden bestaan uit een circa 25 cm dikke bovengrond van grijsbruin of donker grijsbruin, matig humusarm, leemarm, matig grof zand. Hieronder volgt een lichtgrijze, uiterst humusarme, leemarme, matig grof zandige C1, soms met veel roest.

Bijna overal vindt men onder de rivierstuifzanden, ten oosten van de Maas, een meer of minder dikke laag oude klei, bestaande uit lichte of zware zavel. 17 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet, m.u.v. de boring in Dinoloket, waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor onderbouwing van de bodemkunde paragraaf. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling18

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

15

Wageningen Environmental Research, 2017. AHN. 17 Stichting voor Bodemkartering, 1975. 18 Locher & De Bakker, 1990. 16

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 5 van 21

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van zich deels binnen de bebouwde kom van Velden bevindt, is de grondwatertrap in het westelijk deel niet gekarteerd. Het oostelijk deel is gekarteerd als grondwatertrap VI. Het is aannemelijk dat het hele plangebied in een gebied ligt dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VI. Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).19 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg 20 De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden.

Het betreft zes soorten gebieden, verspreid over 16 verschillende gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is niet de bescherming van het gehele aandachtsgebied. Het is immers niet van tevoren bekend welke waarden aanwezig zijn en waar de vindplaatsen exact liggen. Basisprincipe voor het beleid is een hoge kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Omdat niet alle vindplaatsen even belangrijk zijn en niet alle waardevolle vindplaatsen behouden kunnen blijven, zullen in het gehele archeologische onderzoekstraject keuzes gemaakt moeten worden. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dus wel plaatsvinden in de geselecteerde gebieden, maar alleen als er in een vroegtijdig stadium adequaat archeologisch onderzoek wordt verricht. Er worden immers waarden verwacht die van provinciaal belang zijn. Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied21 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld

19

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 21 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 20

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 6 van 21

in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied liggen twee AMKterreinen, de historische kernen van Velden en Hasselt waarvan bewoning kan teruggaan tot in de Middeleeuwen (zie bijlage 2 en figuur 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 22 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 15 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend), proefsleufonderzoeken, archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden en opgravingen (zie bijlage 3 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat na een aantal booronderzoeken gebieden worden vrijgegeven vanwege een verstoorde bodemopbouw en/of het aanbreken van archeologische indicatoren. Na een aantal booronderzoeken wordt echter wel vervolg geadviseerd wat gerealiseerd heeft in de uitvoering van proefsleufonderzoeken. Dit heeft in een aantal gevallen geleidt tot een advies van een opgraving. Er zijn tot op heden twee opgravingen uitgevoerd.

Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn een aantal beschikbare publicaties van de archeologische onderzoeken die in een straal van 200 meter rondom het plangebied zijn uitgevoerd geraadpleegd. Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek plaats gevonden en er is geen contact gezocht met de provinciaal depot van Limburg, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. Voor een plangebied 35 meter ten westen van het huidige plangebied heeft Aeres Milieu in 2016 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd.23 Het plangebied van Aeres ligt waarschijnlijk binnen een noord-zuid georiënteerde strook bestaande uit een golvende dekzandvlakte. Aan weerszijden van deze zandstrook bevindt zich een oude Maasgeul met hierlangs een dalvlakteterras. Deze zandgronden liggen getuige de hoogtekaart beduidend hoger in het landschap. Deze dekzanden zijn gevormd tijdens de Jonge Dryas (circa 12.745 – 11.755 jaar geleden). Ten tijde van de jager-verzamelaars uit het Paleolithicum en Mesolithicum vormden deze dekzanden, direct gelegen bij waterlopen (Maasgeulen) aantrekkelijke bewoningslocaties.

In de omgeving en binnen dezelfde landschappelijke setting (dekzanden) zijn vuurstenen artefacten uit de periode Mesolithicum – Neolithicum bekend. Daarom geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum. Ook in latere perioden zal het plangebied vanwege haar gunstige, hogere ligging op een zandstrook nabij water een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. In de omgeving zijn binnen de zandgronden vondsten bekend uit het Neolithicum, de IJzertijd, de Romeinse periode en mogelijk de VroegeMiddeleeuwen. Er geldt een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Oude Heerweg, een uitvalsweg tussen de historische bewoningskernen van Velden in het zuiden en het noordelijker gelegen buurtschap Hasselt. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied vanaf omstreeks 1800 onbebouwd was en bestond uit weiland, heide en deels uit bos. Vanaf circa 1900 is een gebouw (boerderij) aanwezig in het oostelijke deel van het plangebied, als de huidige Rijksweg wordt aangelegd. Het huidige woonhuis Rijksweg 36 wordt gebouwd rond 1926. Aangezien niet kan worden uitgesloten

22 23

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Diepen en Hagens, 2017.

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 7 van 21

dat vóór 1800 ter plaatse bebouwing aanwezig was, geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Uit het booronderzoek bleek dat de bovengrond binnen het plangebied van Ares bestaat uit een pakket donkerbruingrijs tot donkerbruin matig fijn zand. Het pakket is 10 tot 35 cm dik en heeft een gevlekt uiterlijk en is zwak wortelhoudend. Alleen in de centraal in het plangebied geplaatste werd hieronder een pakket aangetroffen bestaande uit donkergrijsbruin matig fijn tot matig grof zand. Het geheel is zwak tot matig humeus en is zwak wortelhoudend. In dit sterk gemengde pakket werd een combinatie aangetroffen van baksteen, grind, glas (modern), aardewerk (20 e eeuw), plastic en sintels. Het geheel reikt tot respectievelijk 70 en 95 cm –mv. In de overige boringen werd onder de bovengrond een laag donkergrijs zand aangeboord. Deze is fijn en zwak siltig tot matig grof te noemen. Ook is dit niveau gevlekt. In enkele boringen werd grind aangetroffen. Ter plaatse van één boring 4 was deze laag zwak puinhoudend (baksteen). De onderzijde van dit pakket reikt tot circa 70 cm –mv. Het daarop volgende pakket bestaat uit lichtbruin tot bruin matig fijn zand. Het geheel is sterk gemengd met donkerbruingrijs zand. Het pakket is zwak roesthoudend.

Alleen noordelijk binnen perceel 9111 werd onder dit pakket een laag bruin zeer fijn zwak siltig zand tot matig grof zand aangetroffen. Het geheel is grindhoudend en heeft een gevlekt uiterlijk. Onderaan het boorprofiel werd tenslotte lichtbruin tot grijswit matig fijn zand aangeboord. De overgang tussen de lagen is rommelig te noemen. Roestvorming werd waargenomen vanaf circa 90 cm –mv. Het pakket is zwak tot sterk grindhoudend. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen kan worden gesteld dat vaaggronden, zoals verwacht op basis van het bureauonderzoek, inderdaad aanwezig lijken te zijn binnen het plangebied. De bodem bestaat uit matig grof zand en er is zeer weinig tot geen sprake van bodemvorming. Doordat de bodem is verstoord tot in de top van de C-horizont, is het lastig een bodemtype aan te duiden. Gezien de zeer beperkte intactheid van de bodem binnen het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren. Voor een plangebied 50 meter ten westen van het huidige plangebied heeft Aeres Milieu in 2018 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd.24 De resultaten van het bureauonderzoek komen overeen met het hierboven besproken onderzoek.

Uit het booronderzoek bleek dat de bodem binnen het plangebied van Ares in grote lijnen bestaat uit een pakket matig humeus donker bruingrijs tot bruingrijs matig fijn, zwak siltig zand. Het pakket heeft een licht gevlekt uiterlijk en is zwak wortelhoudend. Aan het oppervlak en in deze laag werden resten puin, beton, baksteen, dakpan, tegels, plastic, glas, ijzer en blik aangetroffen. Het pakket is circa 25 cm dik. Daaronder werd een laag matig fijn, zwak siltig bruin zand aangeboord. Dit pakket is circa 15 cm dik. Vervolgens gaat dit pakket zeer geleidelijk over in circa 20 cm dikke laag lichtbruin matig fijn, zwak siltig zand. Onderaan het boorprofiel werd tenslotte beigegeel matig grindig, matig fijn, zwak siltig zand aangeboord. Op basis van de resultaten van het booronderzoek blijft de hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek, gehandhaafd. Ook de verwachtingen ten aanzien van de sedentaire vindplaatsen blijven op grond van het verkennend booronderzoek onveranderd. De bodem is dermate intact dat archeologische vindplaatsen, indien aanwezig, mogelijk relatief intact bewaard kunnen zijn. Vervolgens heeft RAAP in 2021 een proefsleuvenonderzoek in het plangebied uitgevoerd. Het rapport is nog niet beschikbaar maar uit de eerste blijkt dat er drie sleuven zijn aangelegd.

In de eerste sleuf is muurwerk aangetroffen van de boerderij dat een aantal jaar gelegen is gesloopt. Daarnaast zijn in alle sleuven paalkuilen en kuilen aangetroffen die zeer waarschijnlijk in relatie staan met het erf dat behoord tot deze boerderij. Er is namelijk geen ouder vondstmateriaal aangetroffen. Voor een plangebied 170 meter ten zuiden van het huidige plangebied heeft ADC ArcheoProjecten in 2010 een opgraving uitgevoerd.25 De opgraving is het sluitstuk van een archeologisch onderzoek dat 24

Diepen en Hagens, 2018.

Rapport 19012.002 versie 1

Pagina 8 van 21

ruim 10 jaar ervoor startte. In 2003 is naast een bureauonderzoek eveneens een karterend booronderzoek uitgevoerd door RAAP. Op basis van de onderzoeksresultaten is een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Dit onderzoek is in 2005 uitgevoerd, eveneens door RAAP. In het noorden van het plangebied is sprake van een afgegraven dekzandrug, het centrale gedeelte van het terrein wordt ingenomen door een depressie. Verder werd in verschillende profielen een oude akkerlaag en een prehistorische cultuurlaag geregistreerd. In drie van de 17 proefsleuven is een spoorconcentratie waargenomen. Aangezien behoud in-situ op de locatie van onderhavig onderzoek niet mogelijk is, was het noodzakelijk de behoudenswaardige en geselecteerde archeologie in het onderzoeksgebied ex-situ veilig te stellendoor middel van een opgraving. De opgraving is in twee fasen uitgevoerd, in 2010 en in 2014, waarbij een gedeelte van het destijds (na fase 1) geselecteerde terrein is komen te vervallen. In zijn totaliteit is tijdens beide fasen 9.028 m² archeologisch onderzocht. De aangetroffen sporen en structuren werden ondergebracht in vier sporenclusters. De geregistreerde mesolithische en neolithische resten wijzen op een kortstondig verblijf in of bezoek aan het onderzoeksgebied in deze periode.

Het Mesolithicum wordt in het gebied vertegenwoordigd door een steil geretoucheerde kling of spits, weliswaar afkomstig uit een spoor dat in het Neolithicum wordt gedateerd. De sporen met een neolithische datering zijn voornamelijk op één locatie te vinden. Bij een spoor wordt vermoed dat het vondstcomplex, dat naast vuursteen ook aardewerk en natuursteen bevatte, opzettelijk in de kuil is geplaatst. Het assemblage wordt gedateerd in de periode Midden-Neolithicum B tot Laat-Neolithicum A. De meeste sporen en structuren in het onderzoeksgebied kunnen in de periode Late-Bronstijd tot Romeinse tijd worden gedateerd. In en rond een cluster betreft dit onder andere een spieker, een waterkuil, twee palenrijen en vijf houtskoolrijke kuilen. In en rond een tweede cluster gaat het om een bijgebouw, zeven spiekers, twee palenrijen, twee sporenclusters, twee waterkuilen en drie houtskoolrijke kuilen. In de derde cluster hebben de meeste sporen waarschijnlijk een neolithische datering, gezien de vondsten in enkele grondsporen. Aan de rand van het onderzoeksgebied is in een paalkuil IJzertijdaardewerk aangetroffen, wat doet vermoeden dat een deel van de sporen in deze cluster aan de IJzertijd kan toegeschreven worden en/of er mogelijk buiten het onderzoeksgebied nog bewoningssporen uit deze periode te verwachten zijn.

Een vierde cluster aan de westelijke rand van het onderzoeksgebied bevat zes spiekers. Vermoed wordt dat alle structuren in de IJzertijd dateren. Gezien de ligging van deze verzameling spiekers, aan de rand van het onderzoeksgebied, kan gesteld worden dat de hoofdgebouwen waar ze bij horen zich vermoedelijk in de onmiddellijke omgeving bevinden. Wanneer de aangetroffen resten op een hoogtekaart worden geplot is duidelijk dat het bijgebouw en de spiekers op de flanken liggen. In de lagere delen komen ook nog spiekers voor, maar hier vallen vooral de waterkuilen en de structuren die als heiningen geïnterpreteerd worden, op. Op de hoogste delen werd gewoond, terwijl op de flanken en aan de rand van de depressie de akkers en opslagfaciliteiten waren. Op de lagere delen was de watervoorziening aanwezig en kon het vee grazen. Het vondstmateriaal dat in bovengenoemde sporen en structuren is aangetroffen, wordt voornamelijk als zwerfvuil of nederzettingsafval geïnterpreteerd, op enkele uitzonderingen na. De vondsten uit een waterkuil, lijken een opzettelijke depositie of dump van afval in een waterkuil voor te stellen. Bij enkele andere kuilen en waterkuilen is het voor discussie vatbaar of de keramiek daarin toevallig of met opzet is geraakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/389/documents/7044