Voortgangsrapportage herijking jeugdhulp - september 2021 - def
Tekst van het document
Voortgangsrapportage Herijking Jeugdhulp September 2021
Samenvatting Samen met het jeugdhulpveld, waaronder aanbieders en verwijzers, staan we voor de grote opgave om de kosten van de jeugdhulp om te buigen zonder afbreuk te doen aan de Jeugdwet en kinderen en gezinnen die dat nodig hebben jeugdhulp te bieden. We hebben er voor gekozen om de lat hoog te leggen en in te zetten op een maximale besparing. Dit vanwege de sterke stijging van kosten in de afgelopen periode en omdat we op deze manier ambitie tonen om in te zetten om brede set aan maatregelen. De inzet op een maximale besparing brengt het risico met zich mee dat de besparing niet volledig gerealiseerd wordt. Dit in tegenstelling tot een minder ambitieuze besparingsdoelstelling, waarbij de kans op het daadwerkelijk realiseren groter is. Binnen dit dilemma kiezen we voor een ambitieuze aanpak. In lijn met deze insteek hebben we u tijdens de vorige raadsessie over jeugdhulp d.d. 17 juni 2021 een maximaal haalbaar ingroeimodel gepresenteerd, waarmee we voor de jeugdhulp in 2024 uitkomen op het kostenniveau van 2019. Sinds begin dit jaar werken we daartoe aan een omvangrijke set van maatregelen, waarbij we trachten de inhoudelijke transformatie hand in hand te laten gaan met een ombuiging van de kosten zonder dat er kinderen tussen de wal en het schip vallen.
Gesprekken met aanbieders, stakeholders en het AEF rapport steunen ons in onze aanpak; we werken aan de juiste maatregelen. Recente ontwikkelingen laten zien dat we met het ingroeiscenario inderdaad de lat hoog hebben gelegd. In de zomerperiode bleek dat een aanzienlijk aantal aanbieders – hun budgetplafond voor 2021 in beeld zagen komen. Daarom hebben we de afgelopen periode ingezet op maatregelen die het handhaven van de budgetplafonds mogelijk maken. Naast gesprekken met aanbieders betreft dit onder meer het uitwerken van een stoplichtrapportage en afwegingskader en het instellen van een afwegingstafel waar casuïstiek wordt gewogen waarvoor jeugdhulp urgent is, ook indien daarmee het budgetplafond wordt overschreden. Ook de financiële prognose 2021 maakt duidelijk dat het ingroeiscenario ambitieus is. Een verklaring ligt in de Corona maatregelen; aanbieders zien daarmee samenhangend een toename in de groei van het gebruik van jeugdhulp, met name complexe casuïstiek. Een andere verklaring is dat de uitwerking en implementatie van de maatregelen tijd kost waarbij de maatregelen doorgaans niet direct een besparing opleveren. Maatregelen vragen om nader onderzoek, hebben tijd nodig voordat ze effect hebben of vragen om een investering aan de voorkant. Vanwege het scherp gestelde ingroeimodel, is de jeugdhulp in de risicoparagraaf van de begroting 2021 en 2022 opgenomen.
Over de afgelopen jaren constateerden we een structurele stijging van de kosten jeugdhulp. Het risico dat dit structurele effect zich ook in 2022 gedeeltelijk doorzet, mede versterkt door de Corona maatregelen, is in de risicoparagraaf opgenomen. Daarnaast sorteren de maatregelen niet altijd even makkelijk effect en zijn onze sturingsmogelijkheden beperkt, waartoe een risico is opgenomen voor het gedeeltelijk nog niet behalen van het financiële effect.
De komende periode zetten we verder in op onze maatregelen in afstemming en samenwerking met aanbieders en stakeholders. We werken in het bijzonder aan maatregelen rond de toegang (zoals de afbakening van zorgtoewijzingen en aanscherpen van verlengingen). Daarnaast verbeteren we onze monitor en prognose. Door deze niet langer te baseren op declaraties van aanbieders maar op zorgtoewijzingen genereren we meer accurate informatie en zijn we in staat om eerder bij te sturen.
1. Inleiding De kosten voor de jeugdhulp in Velsen zijn de afgelopen jaren toegenomen. In 2019 was er sprake van een kostenstijging van bijna 20 procent. Hiermee is het tekort op het budget voor de jeugdhulp opgelopen en is noodzaak ontstaan om steviger in te zetten op sturing en kostenbeheersing. Dit houdt in dat we heldere financiële grenzen stellen aan de inzet op de jeugdhulp in Velsen, met inachtneming van een inhoudelijk gedreven transformatie van de jeugdhulp. Kortom, we richten ons op het verbeteren van de kwaliteit van de jeugdhulp en het behoud van voldoende aanbod, en zetten ondertussen maatregelen in om de uitgaven binnen de jeugdhulp te beperken. Hierop is een aanpak ontwikkeld waarmee we, na het gesprek met uw raad in november 2020, zijn gestart. Deze aanpak zet in op een ambitieuze maximale besparing door inzet op een omvangrijke set aan maatregelen. In deze voortgangsrapportage is de meest recente stand van zaken opgenomen. Vanuit transformatiegedachte naar een toekomstbestendige jeugdhulp Met de transformatie willen we de ondersteuning voor kinderen en hun gezin verder verbeteren. We zetten in op de eigen kracht van het gezin en het netwerk rondom het gezin, omdat dit duurzaam effectief is. Waar extra ondersteuning nodig is, zal dit gericht zijn op het versterken van de kracht van het gezin en netwerk.
We gaan uit van hulp die zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig is. Voor het kind door de hulp meer in zijn of haar eigen leefomgeving te laten plaatsvinden, op een wijze die aansluit bij het alledaagse leven. Door het verbeteren van de samenwerking en de afspraken met verwijzers en jeugdhulpaanbieders worden kinderen minder vaak (door)verwezen naar en tussen aanbieders. Daarnaast moet de jeugdhulp in de toekomst betaalbaar blijven, onder andere door de invoering van budgetplafonds, zodat kinderen die jeugdhulp nodig hebben, hier aanspraak op kunnen blijven maken. Ambitieuze set met maatregelen We werken aan een ambitieuze set van maatregelen om kosten te besparen, zonder daarmee te rigoureuze ingrepen te hoeven doen in het jeugdhulpveld, conform de wens van het college en met steun van de gemeenteraad. We willen kunnen voldoen aan onze plichten vanuit de jeugdwet en voldoende, tijdige en passende jeugdhulp kunnen bieden (zie ook motie 42 ingediend op 5 november 2020 van de fracties van de PvdA, GL en LGV). Middels het ingroeimodel werken we stapsgewijs toe naar een uitgavenniveau in 2024 dat gelijk ligt aan dat van 2019. Dat betekent dat we een uiteindelijk positief meerjarenperspectief neerzetten. Dit betekent echter tegelijk dat we in 2021 tot en met 2023 niet de vastgestelde taakstelling realiseren. Daarbij is ons
duidelijk dat ook het groeimodel scherp gesteld is en dat we hierbij rekening dienen te houden met een risico op niet volledig realisatie, zoals ook zijn weerslag vindt in de risicoparagraaf van de begroting van 2022 e.v. Effecten van Corona De coronacrisis is een extra complicerende factor voor het behalen van de taakstelling jeugd, waar we als gemeente terdege rekening mee houden. Dit is ook door de gemeenteraad als expliciet aandachtspunt benoemd. De toename van problematiek onder jongeren, in aantal en complexiteit, zorgt voor meer druk en vraagt meer inzet van onze partners in het sociaal domein, zowel in het preventieve veld als bij specialistische zorg. Dit maakt de inzet van jeugdhulp grillig en zorgt ervoor dat de stijging van de kosten lastiger is om te buigen. De effecten van de coronacrisis werken nog steeds door. Er zijn meer jongeren die zich melden met problemen en de complexiteit van de problemen is toegenomen. Zeker nu de scholen weer open zijn, waardoor de problematiek van jongeren eerder in beeld komt. Dit heeft een effect op zowel de instroom als doorstroom bij jeugdhulpaanbieders. De instroom bij het CJG is bijvoorbeeld met 50% toegenomen ten opzichte van het jaar voor corona. Dit leidt bij het CJG tot het oplopen van de wachttijden. Door de complexiteit van de zorgvraag duren trajecten bij zorgaanbieders langer en kunnen zij minder makkelijk afschalen.
Wij zien bijvoorbeeld een toename van de doorstroom op het gebied van dyslexie. Dit betekent niet direct een stijging van de kosten, maar wel dat de trajecten vertraging hebben opgelopen door corona en daarmee langer duren. Er is vooral een toename van problematiek als suïcidegedachten, burn-out gerelateerde klachten, depressie, stress, somberheid en sociaal isolement. Ook zien aanbieders meer problemen bij gezinnen door Corona, vooral ouders ervaren meer spanningen door de combinatie van thuiswerken en thuisonderwijs. Jongeren vinden het lastig dat ze geen structuur in hun dagelijks leven hebben, zien hun toekomst somber in en zien afgelopen jaar echt als een verloren jaar. De gemeente voert gesprekken over de toename van problematiek met de verwijzers en zorgaanbieders gericht om het stijgend aantal meldingen gezamenlijk zo goed mogelijk op te vangen. Doorstroom, wachttijden en crisiszorg zijn onderwerpen van gesprek met de partners en heeft uiteraard in deze tijd de volle aandacht van alle partijen. Onze uitgangspunten We werken toe naar een toekomstbestendige jeugdhulp. Bij de herijking van de jeugdhulp hanteren we volgende uitgangs- en aandachtspunten: 1. We willen verbeterde kwaliteit en voldoende beschikbaarheid van jeugdhulp behouden, en ondertussen inzetten op maatregelen om de uitgaven aan de jeugdhulp te beperken. 2. Het proces is primair inhoudelijk gedreven.
We denken dat onze inzet bijdraagt aan een inhoudelijke verbetering en daarnaast bijdraagt aan kosteneffectiviteit.
3. Vanuit landelijke onderzoeken en op basis van het onderzoek naar de ontwikkelingen in Velsen zetten we in op een zo breed mogelijk palet aan maatregelen. We moeten aan een verscheidenheid aan knoppen draaien om effect te sorteren. 4. De beïnvloedingssfeer van gemeenten is tegelijk beperkt. Dit wordt ondersteund door het rapport van AEF. We zullen op korte termijn nooit de totale stijging van de kosten aan de jeugdhulp terug kunnen draaien. 5. De extra middelen vanuit het Rijk zijn hard nodig. Deze middelen komen voor een beperkt deel in specifieke uitkering voor specifieke doeleinden (waaronder het terugdringen van de problemen in de crisiszorg), de rest zal belanden in algemene uitkering. Momenteel zijn extra middelen voor 75% opgenomen in de begroting omdat pas bij een nieuw kabinet duidelijkheid komt over de uitvoering van de afspraken. 6. Vanuit de nieuwe inkoop (waar we gelijktijdig aan werken) willen we de transformatie van de jeugdhulp inclusief de beoogde besparing regionaal doorzetten in contracten met onze jeugdhulpaanbieder. We gaan in strategisch partnerschap met jeugdhulpaanbieders werken aan een toekomstbestendige jeugdhulp. Jeugdhulpaanbieders moeten een meer integraal aanbod bieden. We worden kritischer op wat jeugdhulp is en hoe er vanuit de jeugdhulp met andere domeinen wordt samengewerkt. Ook zullen we de budgetplafonds regionaal gaan hanteren.
Terugblik We hebben eerder de gemeenteraad middels memo’s, een voortgangsrapportage en drie raadsessies (in november 2020, februari en juni 2021) bijgepraat. Dit zijn constructieve raadsessies geweest waarin we de gemeenteraad actief hebben betrokken in het plan van aanpak, de ambitieuze set van maatregelen en bezuinigingsopgave, de verschillende keuzes hierin en het effect van landelijke en regionale ontwikkelingen. De gemeenteraad heeft te kennen gegeven achter de aanpak te staan en tegelijkertijd zorgen te hebben. Zorgen over de financiële opgave in relatie tot de hulp aan kwetsbare kinderen. De raad heeft expliciet benoemd dat kinderen niet in de knel moeten komen. Tegelijk is er een gevoelde verantwoordelijkheid om zorgvuldig met beschikbare middelen om te gaan. Ook heeft de gemeenteraad twee moties ingediend, die we hebben uitgevoerd. Een motie die oproept om zich hard te maken voor extra middelen bij het Rijk (motie 36 van de fracties van de LGV, GroenLinks, PvdA en Velsen Lokaal) en een motie (42 van de fracties van de PvdA, LGV en GroenLinks) ) die oproept om kinderen niet tussen wal en schip te laten vallen. Wij richten ons op de laatstgenoemde motie. We willen vanuit inhoudelijke beweegredenen de jeugdhulp verbeteren en efficiënter maken met inachtneming van de jeugdwet.
Verder in deze voortgangsrapportage In deze voortgangsrapportage informeren wij u over drie thema’s: Hoofdstuk 2 laat het financiële meerjarenperspectief 2021-2025 op basis van het ingroeimodel zien Daarnaast is een financiële prognose voor 2021 opgenomen en informatie met betrekking tot de begroting 2022. We nemen u in hoofdstuk 3 mee in de cijfermatige ontwikkelingen van de jeugdhulp in Velsen. We schetsen de ontwikkelingen die we zien in aantallen trajecten voor 2021 en geven een inschatting van de stand van zaken rondom wachtlijsten en gedrag van verwijzers (CJG, huisartsen, jeugdbescherming, jeugdartsen en medisch specialisten).
In hoofdstuk 4 geven we de stand van zaken rondom de maatregelen. We lichten één maatregel uit, te weten het handhaven van de budgetplafonds. Daarnaast geven we een update van de uitgevoerde acties rond alle maatregelen.
2. Meerjarenbegroting en financiële prognose 2021 Meerjarenbegroting In onze meerjarenbegroting werken we - middels een ambitieuze set van maatregelen - toe naar een uitgavenniveau in 2024 dat gelijk ligt aan dat van 2019. Dit is alleen te realiseren middels een ingroeimodel. Deze ingroei betekent dat we gedurende de jaren 2021 tot en met 2023 een steeds grotere besparing verwachten te realiseren om uiteindelijk in 2024 op het kostenniveau van 2019 uit te komen. Het effect van dit ingroeimodel op het beschikbare budget voor de aanbieders is in het onderstaande meerjarenperspectief weergegeven1. Hier ziet u de verschillende uitgavenstromen in de jeugdhulp en is per perceel per jaar de primaire begroting afgezet tegen de actuele begroting waarbij de taakstelling in mindering is gebracht. De budgetplafonds hebben betrekking op de percelen 1 ‘ambulante jeugdhulp, 2 ‘dyslexie zorg’ en 3 ‘jeugdhulp met verblijf’. Voor gedwongen hulp en crisiszorg (vallend binnen percelen 4 en 5) zijn budgetplafonds nu uitgesloten. Voor deze percelen 4 ‘Hoogspecialistische jeugdhulp’ en 5 ‘gezinsbegeleiding en jongvolwassenen’ en de categorie ‘overige zorgpercelen’ (betreft JBJR, CJG, Veilig Thuis, en voor een kleiner deel de PGB’s en inzet jeugdhulp vanuit landelijke contracten) worden op bepaalde onderdelen ook specifieke maatregelen ingezet.
1 Deze informatie is reeds in de voortgangsrapportage herijking jeugdhulp mei 2021 met u gedeeld.
budgetplafonds (**) Perceel 1: ambulante jeugdhulp Perceel 2: dyslexie zorg Perceel 3: jeugdhulp met verblijf Totaal perceel 1 t/m 3 overige maatregelen Perceel 4: hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: gezinsbegeleiding en jongvolw. Overige zorgpercelen Totaal overige percelen ontwikkelingen Effect woonplaatsbeginsel (***) Totaal ontwikkelingen Meerjarenperspectief
Financieel effect maatregelen taakstelling op meerjarenbegroting – 2021 t/m 2023 (*) taakstelling primair taakstelling primair 2021 actueel 2021 actueel 2022 2021 2022(***) 2022 (****) € 8.950.000 € 339.500 € 8.610.500 € 8.950.000 € 946.720 € 8.003.280 € 359.000 € 16.000 € 343.000 € 359.000 € 39.480 € 319.520 € 4.011.000 € 61.500 € 3.949.500 € 4.011.000 € 382.800 € 3.628.200 € 13.320.000 € 417.000 € 12.903.000 € 13.320.000 € 1.369.000 € 11.951.000 taakstelling taakstelling primair 2021 actueel 2021 primair 2022 actueel 2022 2021 2022 € 4.039.000 € 74.000 € 3.965.000 € 3.539.000 € 125.000 € 3.414.000 € 785.000 €0 € 785.000 € 785.000 € 50.000 € 735.000 € 4.871.000 €0 € 4.871.000 € 4.961.000 € 61.000 € 4.900.000 € 9.695.000 € 74.000 € 9.621.000 € 9.285.000 € 236.000 € 9.049.000 taakstelling taakstelling primair 2021 actueel 2021 primair 2022 actueel 2022 2021 2022 €0 €0 -€ 758.000 -€ 758.000 €0 €0 € -758.000 € -758.000 € 23.015.000
€ 491.000
€ 22.524.000
€ 21.847.000
€ 1.605.000
primair 2023 € 8.950.000 € 359.000 € 4.011.000 € 13.320.000 primair 2023 € 3.539.000 € 785.000 € 4.961.000 € 9.285.000 primair 2023
taakstelling 2023 € 1.546.940 € 65.960 € 629.100 € 2.242.000 taakstelling 2023 € 75.000 € 25.000 € 62.000 € 162.000 taakstelling 2023
€ 21.847.000
€ 3.346.000
€ 7.403.060 € 293.040 € 3.381.900 € 11.078.000 actueel 2023 € 3.464.000 € 760.000 € 4.899.000 € 9.123.000 actueel 2023
-€ 758.000 € -758.000
-€ 758.000 € -758.000
€ 20.242.000 € 21.847.000
€ 2.404.000 € 19.443.000
Financieel effect maatregelen taakstelling op meerjarenbegroting - Vervolg 2024-2025 (*) taakstelling taakstelling budgetplafonds (**) primair 2024 actueel 2024 primair 2025 2024 2025 Perceel 1: ambulante jeugdhulp € 8.950.000 € 2.168.000 € 6.782.000 € 8.950.000 € 2.205.000 Perceel 2: dyslexie zorg € 359.000 € 92.000 € 267.000 € 359.000 € 92.000 Perceel 3: jeugdhulp met verblijf € 4.011.000 € 898.000 € 3.113.000 € 4.011.000 € 942.000 Totaal perceel 1 t/m 3 € 13.320.000 € 3.158.000 € 10.162.000 € 13.320.000 € 3.239.000 taakstelling taakstelling overige maatregelen primair 2024 actueel 2024 primair 2025 2024 2025 Perceel 4: hoogspecialistische jeugdhulp € 3.539.000 € 75.000 € 3.464.000 € 3.539.000 € 50.000 Perceel 5: gezinsbegeleiding en jongvolw. € 785.000 € 25.000 € 760.000 € 785.000 € 15.000 Overige zorgpercelen € 4.961.000 € 88.000 € 4.873.000 € 4.961.000 € 42.000 Totaal overige percelen € 9.285.000 € 188.000 € 9.097.000 € 9.285.000 € 107.000 taakstelling taakstelling ontwikkelingen primair 2024 actueel 2024 primair 2025 2024 2025 Effect woonplaatsbeginsel (***) -€ 758.000 -€ 758.000 -€ 758.000 Totaal ontwikkelingen -€ 758.000 -€ 758.000 -€ 758.000 Meerjarenperspectief
actueel 2023
€ 18.501.000 € 21.847.000
actueel 2025 € 6.745.000 € 267.000 € 3.069.000 € 10.081.000 actueel 2025 € 3.489.000 € 770.000 € 4.919.000 € 9.178.000 actueel 2025 -€ 758.000 -€ 758.000
€ 3.346.000 € 18.501.000
(*) In de meerjarenbegroting is (nog) geen rekening gehouden met een indexatie van de budgetten. (**) Inclusief additionele budgetplafonds vanaf 2022 verdeeld naar rato over percelen 1 t/m 3. (***) Vanaf 2022 geldt een wijziging in het woonplaatsbeginsel. Het gevolg van de wijziging is als aparte ontwikkeling opgenomen. In aanleg betekent de wijziging een gelijke daling van zowel de inkomsten als de uitgaven. (****) Vanaf 2022 is zorgaanbieder Kenter in dit overzicht meegenomen in de budgetplafonds.
Financiële prognose 2021 De onderstaande prognose van de kosten 2021 is gebaseerd op de gedeclareerde kosten tot en met 22 september, aangevuld met een rekenkundige prognose. Deze actuele prognose op basis van de jeugdhulpdeclaraties geeft lopende het jaar een steeds beter beeld, en zal ook in de resterende periode frequent geactualiseerd worden. Ondanks dat er aandacht is voor het tijdig indienen van declaraties door aanbieders, blijkt het declaratiegedrag van een aantal aanbieders grillig. Enkele aanbieders hebben momenteel nog een achterstand bij het indienen van hun declaraties. De onderstaande prognose van de kosten in 2021 laat een stijging zien ten opzichte van 2020. Tevens is er een overschrijding van het budget voor 2021 te zien van circa € 2 miljoen (‘Totaal prognose 2021’ afgezet tegen ‘Budget 2021’). Deze overschrijding bestaat voor ongeveer de helft uit kosten uit voorgaande jaren die nu pas in beeld zijn gekomen. Dit betreffen nabetalingen aangaande zorg die in eerdere jaren is geleverd en waartoe we gehouden zijn tot betaling over te gaan. Deze kosten vallen buiten de invloedsfeer van onze set van maatregelen, welke we sinds begin dit jaar aan het invoeren zijn. Het benadrukt de noodzaak om het achteraf factureren aan banden te leggen, een maatregel waar we momenteel op inzetten en welke ook binnen de nieuwe contracten vanaf 2023 wordt meegenomen.
De kosten uit voorgaande jaren zijn in deze rapportage opgenomen om inzichtelijk te maken op welk totaalbedrag we verwachten uit te komen aan het einde van dit jaar. Indien we kijken naar de percelen dan is zichtbaar dat de overschrijding met name valt in de categorieën ‘overige zorgpercelen’ (ad € 1.337.871) en ‘perceel 1: ambulante jeugdhulp’ (ad € 639.341). De overschrijding binnen de categorie ‘overige zorgpercelen’ komt voort uit verschillende onderdelen: de Landelijk contracten jeugdhulp (doorgaans hoog specialistische zorg met verblijf en behandeling) van circa € 400.000, meerkosten in verband met Corona gerelateerde declaraties of bijdragen van circa € 170.000 betaald in juli, het oplopen van de kosten ingediend door de vrijgevestigden met circa € 100.000 en kosten als gevolg van het met terugwerkende kracht indienen van zorgtrajecten en declaraties van circa € 300.000. In vergelijking met de prognose van mei jl. De onderstaande prognose laat een sterkere stijging van de kosten zien dan de prognose uit de voortgangsrapportage van mei 2021. Op de percelen waarvoor budgetplafonds gelden (percelen 1 t/m 3) is nauwelijks een extra stijging van kosten te zien. Op perceel 1 was reeds in mei jl. de verwachting dat met ruim 6 ton wordt overschreden, nagenoeg gelijk aan het huidige bedrag waarmee wordt overschreden. Overigens geldt voor de prognose op de
percelen 1 t/m 3 dat het effect van de budgetplafonds niet is meegenomen; door het handhaven van de plafonds zal overschrijding op perceel minder groot zijn. De stijging ten opzichte van mei jl. valt hoofdzakelijk in de categorie ‘overige zorgpercelen’, te weten een toename van bijna 1 miljoen. Effect budgetplafonds Onderstaande prognose laat zien dat we voor perceel 1 in het laatste kwartaal 2021 het budgetplafond bereiken. Voor percelen 2 en 3 wordt op basis van de huidige prognose het budgetplafond niet bereikt, aangezien de prognose aan het eind van het jaar een onderrealisatie (voordeel) laat zien. Dit betreffen indicaties, in onderstaande tabel zijn de budgetplafonds per perceel gevisualiseerd terwijl ze in de praktijk per aanbieder per perceel worden toegepast. Hierdoor komt bij sommige aanbieders het budgetplafond eerder momenteel al beeld terwijl bij andere aanbieders het plafond in heel 2021 niet bereikt wordt. Zoals aangegeven zien we op basis van gesprekken met aanbieders en onze financiële en jeugdhulp administratie dat een aantal aanbieders reeds aan hun plafond zitten of hier spoedig tegenaan lopen.
Dat de budgetplafonds bij een aantal aanbieders al tijdens de zomerperiode in beeld kwamen zorgt er naar verwachting voor dat we in het komende half jaar geregeld hulp – voor hen waarbij jeugdhulp niet kan wachten – inzetten ook indien hierdoor een aanbieder het budgetplafond overschrijdt. Tabel 2.2 Prognose kosten 2021 (cumulatief per kwartaal) per perceel Prognose 2021 cumulatief per kwartaal(***)
Saldo t.o.v. budget
Realisatie 2020 (*)
Budget 2021 (**)
Q1
Q2
Q3
Q4
Perceel 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 2: Dyslexie zorg Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf
€ 9.189.241 € 342.747 € 3.776.644
€ 8.610.500 € 343.000 € 3.949.500
€ 2.567.124 € 96.081 € 892.723
€ 4.772.350 € 179.680 € 1.816.006
€ 6.690.092 € 231.190 € 2.770.211
€ 9.087.419 € 320.479 € 3.709.886
Totaal prognose 2021 € 9.249.841 € 324.321 € 3.747.333
Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdh. Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongv. Overige zorgpercelen
€ 3.881.859 € 820.442 € 4.892.257
€ 4.039.000 € 785.000 € 4.797.000
€ 956.634 € 223.352 € 1.483.811
€ 1.946.716 € 451.871 € 2.984.783
€ 2.954.743 € 669.022 € 4.226.861
€ 3.937.209 € 892.029 € 5.669.974
€ 4.228.857 € 911.825 € 6.134.871
€ 291.648 € 19.796 € 464.897
Totalen
€ 22.903.190
€ 22.524.000
€ 6.219.725
€ 12.151.406
€ 17.542.117
€ 23.616.996
€ 24.597.048
€ 980.052
Perceel
(*) de realisatie 2020 is gebaseerd op totaal jaarrekening 2020 c.q. inclusief facturatie (**) voor de percelen 1 t/m 3 is het budgetplafond reeds in mindering gebracht en op overige zorgpercelen de specifieke maatregelen (***) voor de prognose is gebruik gemaakt van de realisatie 2021 incl. rekenkundige prognose
Waarvan kosten < 2021 € 162.421 € 3.843 € 37.446
voordeel
nadeel € 639.341
€ -18.679 € -202.167 € 189.857 € 126.825 € 1.337.871 € -220.846
€ 2.293.894
Begroting 2022 Het ingroeimodel is meegenomen in het actueel bestuurlijk meerjaren beeld van de financiële ontwikkelingen. In de risicoparagraaf van de begroting zijn twee risico’s opgenomen. Allereerst is vanwege de structurele stijging van de kosten jeugdhulp in de afgelopen periode een risico opgenomen dat dit structurele effect zich in ook in de komende jaren voordoet. Hiertoe is ten opzichte van het totale jeugdhulpbudget van circa € 20.5 miljoen een risico opgenomen van 5% per jaar met een 50% kans dat dit zich voordoet. Ten tweede is een risico opgenomen met betrekking tot het niet behalen met de door ons ambitieus gestelde taakstelling binnen het ingroeimodel. Ten opzichte van de taakstelling betreft het een risico van 25% per jaar met een 50% kans dat dit zich voordoet. Verbeterde monitoring en prognose De komende periode zetten we in op een nieuw monitor- en prognosemodel gebaseerd op zorgtoewijzingen. Om zorgtoewijzingen op voorhand te kunnen kapitaliseren is het noodzakelijk dat we met CJG en de overige verwijzers afspraken maken over maximale toewijzingsomvang, aangezien daar op dit moment door alle partijen zeer verschillend mee wordt omgegaan.
Zodra die werkwijze is geïmplementeerd zal het mogelijk worden om aan de hand van berekende uitnuttingspercentages steeds nauwkeuriger te kapitaliseren en daarmee meer adequate prognoses te maken waarmee we eerder kunnen bijsturen. Daarnaast zetten we verder in op tijdige declaratie door aanbieders opdat kosten van voorgaande jaren worden gereduceerd en in beeld zijn. Overige monitoring elementen waar op dit moment aan gewerkt wordt zijn:
Verwijzersgedrag: o.a. wie zijn onze belangrijkste verwijzers(groepen), hoe en wat wordt er verwezen (product, omvang etc.)? Zorgstapeling: hoeveel trajecten hebben cliënten gelijktijdig lopen, en hoeveel trajecten doorlopen cliënten gedurende de totale tijd dat zij in zorg zijn?
3. Ontwikkeling jeugdhulp in cijfers Ontwikkeling aantal trajecten en trajectduur 2018 - heden De afgelopen jaren is het aantal nieuw gestarte jeugdhulp trajecten steeds gedaald. Het aantal afgeronde trajecten daalde echter ook, waarbij de uitstroom jaarlijks lager was dan de instroom. In de periode 2018 tot 2020 betekent dit per saldo een toename van 1764 lopende trajecten. De prognose voor 2021, op basis van afgegeven beschikkingen t/m augustus 2021, komt vooralsnog uit op een toename van 288 trajecten ten opzichte van 2020.
Grafiek 3.1 Instroom en uitstroom aantal jeugdhulp trajecten, periode 2018-2021
In- en uitstroom Jeugd 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 Totaal gestarte trajecten Totaal afgeronde trajecten
2018 4196 3111 Totaal gestarte trajecten
2019 3404 2834
2020 3269 3160
Totaal afgeronde trajecten
(prognose 2021 berekend o.b.v. gegevens t/m 22 september 2021)
2021 (prognose) 3050 2762
In 2021 laten de cijfers op basis van de eerste acht maanden een toename van het aantal trajecten – als gevolg van een lagere uitstroom dan instroom – zien. De inschatting is dat Corona ook nu nog effect zal hebben op de instroom, het CJG ziet in ieder geval een toename van het aantal aanmeldingen. De toename is het grootst binnen de Ambulante jeugdhulp (perceel 1), evenals in de jaren 2018 en 2019 en in samenhang met het gegeven dat de meest trajecten binnen dit perceel vallen. Perceel 4, de inzet vanuit de jeugdbescherming en jeugdreclassering en de JeugdzorgPlus, blijft nagenoeg gelijk. Aan de ene kant wordt door aanbieders gekeken naar mogelijkheden tot ambulantisering van de zorg uit dit perceel, aan de andere kant zijn hier in het tweede en derde kwartaal ook weer enkele jongeren als gevolg van het woonplaatsbeginsel bijgekomen. In perceel 2: dyslexiezorg valt een lichte daling waar te nemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de huidige prognose is berekend aan de hand van de cijfers t/m augustus, terwijl in september het schooljaar weer is begonnen. Tabel 3.2 Instroom en uitstroom 2021 (ontwikkeling per kwartaal en jaarprognose)
2021-Q1 Perceel 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 2: Dyslexie zorg Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongvolwassenen Overig Totaal
676 37 48 49 39 63 912
Instroom 2021-Q3 2021-Q2 (t/m aug) 515 278 27 10 43 25 40 35 32 17 61 38 718 403
Prognose (geëxtrapoleerd) 2204 111 174 186 132 243 3050
2021-Q1 520 44 25 47 22 51 709
Uitstroom 2021-Q3 2021-Q2 (t/m aug) 478 324 32 13 45 24 40 33 30 20 54 39 679 453
Toename Prognose Prognose (geëxtrapoleerd) 2021 1983 221 134 -23 141 33 180 6 108 24 216 27 2762 288
Ook de gemiddelde duur van trajecten zien we in de periode 2018-2021 door de jaren heen stijgen. Dit komt overeen met de landelijke bevindingen uit het AEF rapport. Voor wat betreft de zorg in de percelen 1 en 2 ligt daarnaast een mogelijke verklaring in de coronamaatregelen, en dan met name in de lockdown maatregelen, waardoor behandeltrajecten om praktische redenen over een langere periode uitgesmeerd zijn.
Tabel 3.3 Gemiddelde trajectduur periode 2018-2021
Gemiddelde doorlooptijd trajecten (in kalenderdagen, gemeten over in het jaar beëindigde trajecten)
Perceel 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 2: Dyslexie zorg Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongvolwassenen Overig
2018 189 177 183 170 212 206
2019 257 189 207 188 215 208
2020 246 198 254 194 258 184
2021* 250 216 254 199 268 219
Procentuele stijging 20182021 32,3% 22,0% 38,8% 17,1% 26,4% 6,3%
* De cijfers van 2021 zijn berekend over de afgeronde trajecten t/m augustus 2021 De conclusie die uit de oplopende doorlooptijden getrokken lijkt te kunnen worden is dat het probleem van de stijgende kosten van jeugdhulp niet zo zeer wordt veroorzaakt doordat steeds meer jongeren in een jeugdhulp traject terecht komen. Echter, eenmaal in een traject blijven ze er wel steeds langer in zitten. Met als gevolg dat uiteindelijk het totaal aantal actieve trajecten stijgt, terwijl door de langere duur de kosten per traject ook stijgen. Dit sluit aan bij de analyse die we door RadarAdvies hebben laten uitvoeren. Om deze ontwikkeling te keren zijn afspraken gemaakt met CJG om de toegang aan te scherpen. Zo zullen voor initiële aanvragen gemiddelde toewijzingsvolumes worden bepaald en dient er bij verlengingsaanvragen kritisch te worden beoordeeld waarom het behandeldoel binnen de oorspronkelijk gestelde behandeltermijn niet is gehaald en of de gevraagde verlenging dan wel tot realisatie van dat behandeldoel gaat leiden. Ook zal het CJG, indien mogelijk, een kortere termijn van verlenging afgeven en daarmee eerder het traject evalueren. Wachtlijsten Een bijzonder aandachtspunt bij de herijking van de jeugdhulp vormt het monitoren van wachtlijsten, omdat wachtlijsten kunnen leiden tot ongewenste effecten.
Uitstel van zorg betekent voor de cliënt immers dat deze niet de zorg krijgt op het moment dat dit nodig is. Bovendien levert uitstel op termijn een stuwmeer aan hulpvragen op, waarbij een reëel risico bestaat dat de zorgvraag als gevolg van het uitstel steeds zwaarder wordt. De zorgkosten zullen hierdoor eerder oplopen dan dalen. Toch zijn wachtlijsten niet per definitie slecht of nadelig. Zo kan het voorkomen dat een cliënt wil wachten op een plek
bij een specifieke zorgaanbieder, of moet gewacht worden op voldoende aanmeldingen in geval van groepsbehandelingen. Dit maakt het lastig om aan de indicator ‘Wachtlijsten’ een relevante norm te koppelen. Voor de informatie over wachtlijsten zijn we afhankelijk van de zorgaanbieders, die hiervoor separaat informatie dienen aan te leveren. Om ongewenste wachtlijsten toch zoveel mogelijk te voorkomen wordt door de regionale contractmanagers Jeugd middels signalen van verwijzers en het berichtenverkeer gemonitord of zorgvragen door de aanbieders tijdig en adequaat worden opgepakt. Sinds de invoering van de budgetplafonds hebben zich inmiddels een aantal aanbieders gemeld die hun plafond verwachten te bereiken. Met hen worden gesprekken aangegaan waarbij in eerste instantie met de aanbieder samen wordt bekeken welke maatregelen men kan nemen om het bereiken van het plafond af te wenden. Bijvoorbeeld door te kijken of op verantwoorde wijze zorg kan worden afgeschaald, waarbij het belang en de behandeldoel van de cliënt wel voorop blijft staan. Waar dit mogelijk blijkt kan dit bijdragen aan het voorkomen of terugdringen van wachtlijsten. Mocht het bereiken van het budgetplafond niet kunnen worden afgewend dan volgt voor de betreffende aanbieder een cliëntenstop.
Hoewel wachtende cliënten dan nog wel de mogelijkheid hebben om naar een andere aanbieder te gaan zal een cliëntenstop in veel gevallen toch leiden tot oplopende wachtlijsten. Middels een stoplichtrapportage worden aanbieders en verwijzers maandelijks geïnformeerd over welke aanbieders een cliëntenstop hebben en waar nog wel ruimte is. Indien de jeugdhulp urgent is en de betreffende aanbieder voorliggend dan wordt de casus besproken op een zogeheten afwegingstafel en kan worden besloten om de client toch jeugdhulp te verlenen ook al komt een aanbieder hiermee boven zijn budgetplafond uit. Verwijzers Het Rijk heeft de Jeugdwet gedelegeerd naar gemeenten. Daarbij is in de wet opgenomen dat ook huisartsen, jeugdartsen en Gecertificeerde instellingen kunnen verwijzen naar jeugdhulp. Dat betekent dat de gemeente slechts beperkt grip heeft op de kosten. Informatie omtrent verwijzers wordt pas sinds 2020 op eenduidige wijze vastgelegd in het berichtenverkeer. Hierdoor is het niet mogelijk om een historische analyse omtrent het verwijzersgedrag te maken. De huisartsen, het CJG en de Gecertificeerde instellingen zijn de grootste verwijzers, met tot nu toe in 2021 respectievelijk 35%, 28% en 19%. Dit betreft in totaal 82% door deze 3 verwijzers.
Tabel 3.4 Percentage verwijzingen per type verwijzer 2020-2021
Type verwijzer Huisarts Gemeente (CJG) Gecertificeerde instelling Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting Jeugdarts Medisch specialist Overig
2020 29% 27% 23% 11% 5% 2% 3%
2021 35% 28% 19% 7% 5% 2% 4%
4. Sturing: stand van zaken maatregelen In dit hoofdstuk wordt een maatregel uitgelicht en bieden we een integraal overzicht van de stand van zaken van het totaal aan maatregelen.
Maatregel uitgelicht: handhaven budgetplafonds We zetten versneld in op de maatregelen die bijdragen aan het handhaven van de budgetplafonds. Het is gebleken – op basis van signalen van aanbieders en onze financiële prognose – dat de plafonds bij een aanzienlijk aantal aanbieders eerder dan verwacht in beeld zijn gekomen. Onderstaand een samenvatting van deze maatregelen, waar we de afgelopen zomerperiode hard aan hebben gewerkt. Daarnaast blijven we gelijktijdig inzetten op de uitwerking en invoering van de overige maatregelen, zoals die rond de toegang tot jeugdhulp. Gesprekken aanbieders We zijn vanaf juli voor een tweede keer dit jaar in gesprek met de aanbieders. Dit doen we met voorrang met die aanbieders die op de korte termijn hun plafond bereiken, dan wel omdat zij dit zelf aangegeven dan wel op basis van onze financiële prognose. Doel van het gesprek is het bespreken van de stand van zaken ten aanzien van hun budgetplafond. Gezamenlijk wordt vastgesteld of en wanneer het plafond bereikt wordt en een cliëntenstop ingaat. Belangrijk onderdeel van het gesprek is de maatregelen die aanbieders kunnen doorvoeren om het bereiken van het plafond af te wenden. Daarnaast wordt een toelichting gegeven op de werkwijze rond het budgetplafond, onder andere op welke wijze het afwegingskader (zie onderstaand) wordt toegepast voor urgente, niet uitstelbare jeugdhulp.
Naast deze gesprekken hebben we alle aanbieders een brief gestuurd met de relevante informatie en afspraken, temeer het praktisch niet mogelijk is om alle aanbieders op korte termijn te spreken.
Stoplichtrapportage Om te voorkomen dat aanbieders hun plafond overschrijden is het belangrijk dat aan de voorkant, bij de verwijzers (CJG, GI’s en POH-ers) duidelijk is welke aanbieders binnen welke percelen (1 t/m 3) nog ruimte hebben voor cliënten (groen), hun budgetplafond naderen (oranje) en welke een cliëntenstop hebben (rood). Op basis van informatie uit de gespreken met de aanbieders en onze financiële prognose stellen we de stoplichtrapportage op. De stoplichtrapportage wordt maandelijks geüpdatet en verspreid onder de verwijzers. Afwegingskader en Velsen Afwegingstafel Budgetplafond Het afwegingskader (zie bijlage 1) is gebaseerd op het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat aanbieders geen cliënten mogen aannemen als zij aan hun budgetplafond zitten, tenzij voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden dan wel uitzonderingssituaties. Deze voorwaarden zijn in het afwegingskader uitgewerkt, in afstemming met het CJG. Het gemaakte afwegingskader vormt een hulpmiddel en houvast voor het CJG, de GI’s en gemeente om te bepalen of een aanbieder een cliënt mag aannemen, wanneer daarmee het budgetplafond wordt overschreden. Hiermee wordt voorkomen dat de budgetplafonds ertoe leiden dat kinderen tussen wal en schip vallen. Dit is in lijn met het verzoek van de Raad en de aangenomen motie.
Voor het maken van de juiste afweging op basis van het afwegingskader en de stoplichtrapportage is de Velsen Afwegingstafel Budgetplafond ingesteld. Via deze tafel kan inhoudelijk beoordeeld worden of jeugdhulp nodig in dat specifieke geval en, indien jeugdhulp nodig is, welke aanbieder deze hulp kan bieden. Aanbieders en verwijzers kunnen jeugdigen/ gezinnen inbrengen en er is minimaal wekelijks overleg tussen: -
CJG (toegangsfunctionaris/casemanager en gedragswetenschapper) een vertegenwoordiging vanuit de Gecertificeerde Instelling (GI) een kwaliteitsmedewerker jeugd en op afroep een contractmanager jeugd vanuit de gemeente
Naast de toegangsmedewerkers/gedragsdeskundigen vanuit het CJG en de GI’s wordt een kwaliteitsmedewerker vanuit gemeentezijde betrokken. De kwaliteitsmedewerker ondersteunt bij het inhoudelijk en procesmatig maken van afwegingen én controleert de toepassing van het afwegingskader. De kwaliteitsmedewerker dient bij iedere indicatie die boven het budgetplafond uitkomt mee te kijken, te controleren en te accorderen. Deze ondersteuning en controle is cruciaal om daadwerkelijk de cultuuromslag naar ‘nee, tenzij’ in gang te zetten, het afwegingskader eigen te maken en in gezamenlijkheid (CJG, GI’s en gemeente) door te ontwikkelen. De gemeente neemt op basis van de beoordeling op de afwegingstafel een definitief besluit over de overschrijding van het plafond in het geval van specifieke cliënten. Afbakening zorgtoewijzingen De zorgtoewijzingen die door het CJG worden afgegeven worden gemaximeerd. Dit maximum wordt bepaald op basis van de gemiddelde omvang van het product in het verleden. Dit maakt dat aanbieders op voorhand niet zelf bepalen voor welke duur of welk aantal behandelingen het jeugdhulpproduct wordt ingezet. Bekeken wordt in hoeverre de zorgtoewijzingen vanuit huisartsen en andere verwijzers dan het CJG ook gemaximeerd kunnen worden. In de brief zijn de aanbieders geïnformeerd over deze maximering.
Stand van zaken ingezette maatregelen Onderstaand zijn onze overige maatregelen opgenomen. Voor 2021 leveren de maatregelen in een beperkt aantal gevallen direct een besparing op. Wel dragen ze allen bij aan het meerjarenperspectief. Enkele maatregelen vragen eerst een investering aan de voorkant, voordat er op de langere termijn kan worden bespaard. Het is tevens ingewikkeld om te kwantificeren hoeveel er middels de maatregelen kan worden bespaard. Op dit moment kunnen we een bandbreedte van een besparing meegeven. Op alle vier de benoemde pijlers: (1) herijking preventief veld, (2) herijking van de toegang, (3) stellen van heldere financiële grenzen, en (4) onwenselijke effecten tegengaan hebben we actie ondernomen. We zijn gestart waar we de meeste urgentie en impact zagen: het instellen van de plafonds inclusief zoals uitgelicht - de acties om de budgetplafonds te kunnen handhaven en het aanscherpen van de toegang. Een aantal maatregelen zijn opgeschoven door de omvang van het aantal maatregelen en doordat werkende weg bleek dat sommige maatregelen meer tijd kosten om uit te werken en te implementeren. Onderstaand zijn per pijler de maatregelen opgenomen en zoomen we nader in. Het betreft de totale set aan maatregelen, inclusief de aanvullende maatregelen zoals voorgelegd tijdens de raadsessie van 24 juni jl..
Per maatregel is het beoogde effect, een inhoudelijke toelichting, de benodigde investeringen, voorgenomen acties in het tweede kwartaal en de beoogde en de voortgang opgenomen. 4.1 Overzicht maatregelen
Pijler 1. Verstevigen laagdrempelige hulp Maatregel
Beoogd effect
Toelichting
Investering/ besparing
Praktijk-ondersteuners Huisartsen
Door uitbreiding van het aantal huisartsen met een POH’er investeren we in een betere toegang gericht op normalisatie.
Minder verwijzingen naar GGZ-jeugd aanbieders. Het reduceren van suboptimale of niet passende verwijzingen naar specialistische. jeugdhulp.
In 2021 e.v. investering van € 40.000,Investering 2022 e.v. € 80.000,- per jaar Besparing door geringer aantal verwijzingen van minimaal € 100.000.
Mijlpalen
Acties in Q2/3, 2021
Gereed
Q3/4 start van extra POH’s. Daarna geleidelijke toename van het aantal POH’s
Contract gesloten met opdrachtnemer (Q2) 60% vd huisartsen heeft een POHer (Q3) 80% vd huisartsen heeft een POHer (Q4)
Gesprekken met huisartsen Formuleren opdracht Selecteren opdrachtnemer
Herijking preventie jeugd
Versterken samenwerking onderwijs en jeugdhulp
Integrale ondersteuning aan gezinnen
Minder verwijzingen naar specialistische hulp, meer oplossen met eigen kracht gezin en netwerk
Minder verwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Tijdig, beter passende hulp
Meer integraal, vroegtijdige en passende hulp in gezinnen. Werken vanuit de 1 plan, 1
Gerichter inzetten van preventief aanbod, waarbij meer nadruk ligt op de voorkoming van instroom in specialistische jeugdhulp,
Door de afstemming verantwoordelijkheden tussen het onderwijs en jeugdhulp kunnen we mogelijk de instroom in de specialistische jeugdhulp beperken. Ook kunnen we meer gericht en meer tijdig jeugdhulp inzetten. School is een belangrijke vind- en werkplaats. Afstemming Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor verschillende domeinen van ondersteuning aan
De inzet van meer gerichte preventieve inzet moet bijdragen aan het beperken van de instroom in de specialistische jeugdhulp. We realiseren geen netto besparing op preventie. We willen meer inzetten op ‘doen wat werkt’ en afschalen wat minder goed werkt. Dit doen we budgetneutraal.
Beleidsdoelen uitgewerkt naar concrete doelen
Nog niet bekend.
Q3 keuzes gemaakt tav versterking preventie en terugdringen verwijzingen en gesprekken gevoerd met preventieve veld daarover.
Bestuurlijk en ambtelijke verkenning plaatsgevonden Inzichtelijk maken wat er al is en waar nog hiaten zitten. Plan van aanpak opstellen met onderwijs partners
Kwartaal 4 plan van aanpak. In 2022 beter afgestemd aanbod en stevigere afspraken.
Verkenning met andere domeinen: wijkteams, schuldhulpverlenin
Verkenning intern afronden
Overzicht van het gehele preventieve jeugdveld, inclusief doelen en resultaten. Gesprekken gevoerd met aanbieders en gestuurd op de versterking van preventie.
Eerst is een investering noodzakelijk om mogelijk een besparing op de jeugdhulp te realiseren.
Q2: In beeld gebracht in welke mate (aantal activiteiten, bereik, middelen) (in aanleg) wordt bijgedragen aan welke doelen. Inclusief lacunes en overlap. En bepaald hoe preventie kan worden versterkt
Inzichtelijk maken wat er ligt en welke hiaten er zijn
Implementatie 2022.
gezin, 1 regisseur gedachte.
gezinnen: schuldhulpverlening, WMO, preventie, jeugd. Door deze domeinen sterker te verbinden, verbeteren we hulpverlening aan gezinnen en kunnen we meer tijdig ingrijpen. Jeugdhulp is niet het sluitstuk voor de inzet op gezinnen.
Pijler 2. Herzien toegang
In 2021 en 2022 nog geen besparing realiseerbaar. Kosten om meer integrale ondersteuning mogelijk te maken schatten we ergens tussen de 25.000 en 50.000 euro.
g, preventie, volwassenen GGZ Plan van aanpak formuleren Plan van aanpak implementeren
Vanaf 2023 mogelijk een besparing van 50.000 tot 100.000 euro (niet alleen op jeugdhulp, mogelijk ook op WMO en schuldhulpverlening).
Maatregel
Beoogd effect
Toelichting
Investering/ besparing
Mijlpalen
Herijken toegang (*bundeling van maatregelen: herijking visie en kostenbewustzijn, strikter op inzet en verlengingen)
Beperken van de instroom, versterken van de door- en uitstroom van cliënten. Hierdoor minder uitgaven aan de specialistische jeugdhulp.
We herijken de visie op de toegang tot specialistische jeugdhulp. We geven het CJG de opdracht strikter te kijken naar de benodigde inzet en naar verlengingen. Ook willen we dat zij doorstroom van hulp gaan bevorderen.
Voor 2021 een mogelijke opbrengt van 50.000-100.000. Oplopend tot 100.000200,000 euro vanaf 2022 en verder.
Eventuele investeringen duidelijk na gesprek met bestuur Cjg
Bestuurlijk gesprek over gewenste inzet gevoerd Contouren plan van aanpak opgezet Plan van aanpak en planning gereed Concrete afspraken over hoogte beschikkingen, verlengingen en instroom ingevoerd
Acties in Q2/3, 2021
Planning plan van aanpak moet gereed zijn. Eerste maatregelen bij CJG starten te implementeren
Gereed
Q3 uitvoering van procedurele afspraken over hoogte beschikkingen, verlengingen en instroom gereed.
Kwartaal 3&4 versteviging preventieve veld en CJG.
Versterken casemanagement (*inclusief hieronder genoemde onderzoek naar duurste cliënten)
De mogelijkheid om casemanagement in te zetten voor complexe casuïstiek zodat er geen kind of gezin tussen wal en schip valt. Casemanagement inzetten op kostenbeheersing; welke ondersteuning kan efficiënter en effectiever?
Casemanagement kan bijdragen aan effectievere en efficiëntere zorg en kan bijdragen aan sneller op- en afschalen van zorg. Bij complexe casuïstiek kan case management leiden tot een snellere en meer passende oplossing.
In 2021 e.v. 25.000-50.000 Vanaf 2020 e.v. 50.000-1000.000 Draagt zowel bij aan de budgetplafond als aan besparing op perceel 4 en 5.
Investering in capaciteit casemanagement nodig: kosten hiervan ongeveer 70.000 euro per jaar (1 fte per jaar)
Verbetering in samenwerking preventieve veld en CJG
Casemanagement op de meest complexe casussen (meer dan 3 trajecten) Uitbreiding casemanagement naar minder complexe casussen (bijv. 3 tot 15 trajecten), Q4 20 cases complexe casuïstiek geanalyseerd en zorg herijkt vanuit aansluiten bij kind en gezin en efficiënter inzet. Uitbreiding casemanagement naar alle cliënten met 4 of meer trajecten, 2022
Verbinden van organisaties uit het preventieve veld en aanbieder jeugdhulp rond bepaalde doelgroepen, type zorg en thema’s.
Verbinden preventief veld met specialistische jeugdhulp
Voorkomen van instroom in specialistischte jeugdhulp door inzet preventief veld. Stimuleren uitstroom /
Door de verbinding tussen het preventieve en het specialistische veld te verstevigen verwachten we dat cliënten sneller kunnen uitstromen
2022: 50.000-100-000. Vanaf 2023: 100.000150.000
Verkenning afgerond Plan van aanpak opgesteld
Preventief aanbod gericht op uitstroom en voorkomen instroom jeugdhulp in beeld. Bespreken welke rol wijkteam en
Q4
Q3 Verkenning en plan van aanpak. Q4: Implementatie case management en start kwaliteitsmedewer ker Jeugd. 2022: casemanagement op cliënten met meer dan 4 trajecten.
reduceren van verlengingen door ‘vinger aan de pols’ contact vanuit preventief veld in te zetten.
Verwijzersgedrag in kaart brengen en betere aansturing
Als gemeente beter sturen op verwijzingen en daarmee dus striktere sturing op de toegang.
WLZ doorstroom bevorderen
Cliënten die in aanmerking komen voor een WLZ indicatie laten instromen in de WLZ .
naar de meer algemene, preventieve voorziening. Ook de verbinding tussen de wijkteams en de inzet van jeugd expertise moet hierbij betrokken worden. Eerdere signalering van problemen in het preventieve veld. Door beter inzicht in het verwijsgedrag kan er ook beter op worden gestuurd. Zodoende weten we of de verwijzers terecht verwijzen of dat andere hulp beter past.. Vanuit de gemeente de samenwerking verbeteren met het zorgkantoor, vooral t.a.v. de WLZ indicaties. Ondanks strikte voorwaarden voor een WLZ indicatie, zijn er jaarlijks casussen waarvoor - door nadere onderbouwing en intensieve afstemming - wel een
Nog niet bekend. Draagt bij aan budgetplafond en aan besparing perceel 4 en 5 vanaf 2022.
Voor 2021: € 74.000-125.000. Voor 2022 e.v.€ 100.000-200.000
CJG kunnen spelen in de verbinding. Bijeenkomsten CJG met preventief veld voor verbeteren samenwerking.
Onderzoek verwijsgedrag incl handvatten waarop in te zetten.
Opstellen monitor verwijsgedrag en eerste analyse
Q4
Q4
Cliënten voor WLZ indicatie in beeld Afspraken met zorgkantoor over werkwijze en indicatiestelling.
Selecteren cliënten die in (mogelijk) aanmerking komen voor een WLZ indicatie Beleggen en uitwerken afstemming met het Zorgkantoor
Ambulantisering jeugdhulp met verblijf
Ambulantisering van jeugdhulp met verblijf en inkorten verblijfsduur
Pijler 3. Stellen financiële grenzen Maatregel Toepassen budgetplafonds, percelen 1 t/m 3
Beoogd effect
indicatie afgegeven kan worden Verlaging van de (dure) inzet in perceel 4 en daartegenover een stijging van (goedkopere) inzet in perceel 1 (en 3) Verdere ambulantisering in de jeugdbescherming en jeugdreclassering plaatsvinden.
Toelichting
75.000-100.00 per jaar vanaf 2022. Draag bij aan besparing perceel 4 en 5, lichtere stijging p perceel 1 en 3.
Percentage ambulantisering vastgesteld met aanbieders met verblijf JeugdzorgPlus toekomstperspecti ef vastgesteld, waarin afbouw van JZ+ wordt vastgelegd
Gesprekken met aanbieders met verblijf en bespreken van de mogelijkheden voor meer en eerder ambulante ondersteuning.
Doorlopend
Investering/ besparing
Mijlpalen
Acties in Q2/3, 2021
Gereed
Voor 2021 € 417.000 euro. Oplopend tot ruim 3 miljoen in 2024 e.v.
Monitoren voortgang
Doorlopend
Aanbieders en CJG geïnformeerd over hoogte plafonds (Q1) Monitoring plafonds ingericht (Q2) Overlegcycli grootste aanbieders ingericht (Q2) Plafonds verwerken in verwervingstraject (Q2-Q3)
Onderzoek bevordering doorstroom vanuit KTC’s
Verlagen kosten KTC verblijf
Betrouwbare prognoses (*inclusief proces nafacturatie)
Betere kwaliteit van de (financiële) prognoses waardoor eerder en effectiever gestuurd kan worden
Door tijdige doorstroom te bevorderen voorkomen we onnodig lang verblijf van Velsense jongeren in KTC’s Door afspraken met aanbieders over tijdige facturatie en afspraken met CJG over inzet van reële toewijzingen zorgen we dat onze prognoses steeds betrouwbaarder worden. Hierdoor zijn we beter in staat om tijdig en effectief te sturen
Geen directe opbrengst. Wel betere sturing.
Geen directe besparing, wel betere sturing mogelijk
Onderzoek duurste cliënten/bronbestand (*zelfde maatregel als casemanagement, opbrengsten gelijk)
Voorkomen van stapeling van trajecten en kosten bij complexe casuïstiek
Door een analyse te maken van de allerduurste cliënten in de IJmond kunnen we bezien hoe de zorg en ondersteuning aan deze doelgroep effectiever en kosten bewuster kunnen worden.
Zie casemanagement.
Knelpunten in kaart gebracht(Q1) Advies opgesteld over de te nemen maatregelen (Q2)
Bepalen en uitwerken kansrijke maatregelen in Q4
Q4 uitwerking gereed
Plan van aanpak gereed (Q1) Financiële monitoring (basis) ingericht (Q1) Afspraken gemaakt met het CJG over de omvang van toewijzingen (Q2) Contact met aanbieders over tijdig factureren PDCA ingericht om overige onzekerheden/fluc tuaties te beperken (Q3) Onderzoek afgerond in april 2021 Inzichten verwerven hoe we het systeem beter kunnen inrichten rondom complexe casuïstiek Implementeren inzichten
Ontwerpfase gestart Q3
Q4 pilot
Inzichten verwerven door inzet ‘Velsens Afwegingstafel Budgetplafonds’ inclusief kwaliteitsmedewerker en casemanager
Implementatie Q4
Efficiënte hulp voor duurste cliënten
Onderzoek financiële prikkels JBJR en JZ +
Het effectief en efficiënt inzetten van jeugdhulp bij cliënten die intensieve, meervoudige kostbare hulp krijgen.
Betrekken JZ+ in de plafonds voor aanbieders die zich in perceel 1 t/m 4 bewegen
Deze maatregel gaat samen met de striktere toegang, de regie op complexe casuïstiek en het onderzoeken van de duurste cliënten. Deze maatregel is er op gericht om te onderzoeken welke ondersteuning efficiënter en effectiever kan bij de duurste cliënten, minder zware zorg en minder stapeling van zorg. Verder transformatie van de zorg: meer ambulantisering ten koste van inzet JZ+. Meer kleinschalige woonvoorzieningen en hulp op maat.
In 2021 e.v. 25.000-50.000 Vanaf 2020 e.v. 50.000-1000.000 Draagt zowel bij aan de budgetplafond als aan besparing op perceel 4 en 5. Investering in capaciteit casemanagement nodig.
Per client minder in de JZ+ een potentieel inverdieneffect van 50.000 tot 100.000 euro. Wel ten koste van hogere inzet in perceel 1.
Plan van aanpak met een aantal grote aanbieders gereed
Pijler 4. Beperken ongewenste effecten
Onderzoek duurste cliënten gereed (Q3) Beleggen casemanagement (CJG of gemeente) Voor 10 cliënten gezamenlijk met gezin vervolgzorg incl. afbouw bepaald
Selecteren duurste cliënten met grote stapeling van zorg
Q4
Beleggen en uitwerken casemanagement
Plan van aanpak met aantal aanbieders gereed hebben
Invoering voor een aantal aanbieders in 2021 (Parlan, Spirit?)
Invoering Q4 voor aanbieders die dit zelf kunnen bieden en zien zitten 2022 bezien of er bij plafond dus perceel 4 voor dit jaar kunnen betrekken.
Uitrol over alle aanbieders later in 2022.
Maatregel
Beoogd effect
Toelichting
Investering/ besparing
Mijlpalen
Acties in Q2/3, 2021
Gereed
Versterken ombudsfunctie
Klachten worden ten alle tijden opgepakt en gemonitord
Velsen heeft de klachtafhandeling zowel intern als extern voldoende georganiseerd.
Investering van gemeente door versterking inzet (0,5 fte) klachten coördinator/
Bestuurlijke afstemming in de regio Intern vaststellen hoe ombudsfunctie te
Q4
Voorstel en plan van aanpak opgesteld(Q1)
Inzicht in aantal en aard van klachten verbeteren Communicatie over klachtenmogelijkheden en procedures verbeteren
Opzetten van een Regionaal Expertise Team
Centrale toegang waar complexe casuïstiek wordt opgepakt
De gemeente verzamelt klachten over de gemeente zelf, maar er vindt geen centrale verzameling en monitoring van alle interne en externe klachten plaats binnen de gemeente. Daardoor ontbreekt er een totaaloverzicht van de klachten binnen het sociaal domein. De communicatie naar inwoners ten aanzien van klachtmogelijkheden en procedures zal worden verbeterd. Het bieden van een goed vindbare plek waar jeugdigen, ouders en professionals worden geholpen met het vinden van oplossingen voor meervoudige complexe hulpvragen. Een bijdrage leveren aan een lerend jeugdstelsel door te leren van casuïstiek
Beleidsadvies/ Contractmanagement Kosten: 40.000 euro
Investering vanuit gemeenten ZK/IJ door inzet fte in het RET
Bestuurlijke afstemming in de regio (Q2) Versterking ombudsfunctie en communicatie (Door 0,2 FTE extra) (Q2-3) Evaluatie en verbeterslag (Q4)
versterken en doorvoeren.
Voorstel en plan van aanpak Q2 Bestuurlijke afstemming Q2/3 Uitwerken van de inrichting van het RET in samenspraak met verwijzers en aanbieders. Bestuurlijk voorstel voor inrichting RET Q4
Uitwerken van de inrichting van het RET in samenspraak met verwijzers en aanbieders.
Q4