CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsrapportage herijking jeugdhulp - mei 2021 - 19.05.2021 (def).docx

Sessies Schoonenbergzaal 17 juni 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 21.30 - 23.00 uur Herijking Jeugdhulp8.273 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsrapportage Herijking Jeugdhulp Mei 2021

1. Inleiding De kosten voor de jeugdhulp in Velsen zijn de afgelopen jaren toegenomen. In 2019 was er sprake van een kostenstijging van bijna 20 procent. Hiermee is het tekort op het budget voor de jeugdhulp opgelopen en is noodzaak ontstaan om steviger in te zetten op sturing en kostenbeheersing. Dit houdt in dat we heldere financiële grenzen stellen aan de inzet op de jeugdhulp in Velsen, met inachtneming van een inhoudelijk gedreven transformatie van de jeugdhulp. Kortom, we richten ons op het verbeteren van de kwaliteit van de jeugdhulp en het behoud van voldoende aanbod, en zetten ondertussen maatregelen in om de uitgaven binnen de jeugdhulp te beperken. Hierop is een aanpak ontwikkeld waarmee we, na het gesprek met uw raad in november 2020, zijn gestart. In deze voortgangsrapportage is de stand van zaken opgenomen. Vanuit transformatiegedachte naar een toekomstbestendige jeugdhulp Met de transformatie willen we de ondersteuning voor kinderen en hun gezin verder verbeteren. We zetten in op de eigen kracht van het gezin en het netwerk rondom het gezin, omdat dit duurzaam effectief is. Waar extra ondersteuning nodig is, zal dit gericht zijn op het versterken van de kracht van het gezin en netwerk. We gaan uit van hulp die zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig is.

Voor het kind door de hulp meer in zijn of haar eigen leefomgeving te laten plaatsvinden, op een wijze die aansluit bij het alledaagse leven. Door het verbeteren van de samenwerking en de afspraken met verwijzers en jeugdhulpaanbieders worden kinderen minder vaak (door)verwezen naar en tussen aanbieders. Daarnaast moet de jeugdhulp in de toekomst betaalbaar blijven, onder andere door de invoering van budgetplafonds, zodat kinderen die jeugdhulp nodig hebben, hier aanspraak op kunnen blijven maken. Realistisch bezuinigen We werken aan een ambitieuze en realistische set van maatregelen om kosten te besparen, zonder daarmee te rigoureuze ingrepen te hoeven doen in het jeugdhulpveld, conform de wens van het college en met steun van de gemeenteraad. We willen kunnen voldoen aan onze plichten vanuit de jeugdwet en voldoende, tijdige en passende jeugdhulp kunnen bieden (zie ook motie 42 ingediend op 5 november 2020 van de fracties van de PvdA, GL en LGV). We werken stapsgewijs toe naar een uitgavenniveau in 2024 dat gelijk ligt aan dat van 2019. In hoofdstuk 3 zijn de bezuinigingen nader uitgewerkt en opgenomen in een meerjarenbegroting. Dat betekent concreet dat we een uiteindelijk positief meerjarenperspectief neerzetten, zoals gepresenteerd in hoofdstuk 3. Dit betekent echter tegelijk dat we in 2021 tot en met 2023 niet de gewenste taakstelling realiseren.

Voor 2021 komen we naar verwachting 1.9 miljoen euro tekort. We weten inmiddels

dat er extra middelen via de algemene uitkering naar de gemeenten komen om de wachttijden terug te dringen en problemen in de jeugdhulp tegen te gaan. In de meicirculaire zullen de exacte bedragen bekend gemaakt worden. Een beperkt deel van deze middelen wordt voor specifieke doeleinden uitgekeerd. Maatregelen die aanvullend kunnen worden genomen, leveren doorgaans niet direct een besparing op. De maatregelen vragen om nader onderzoek, hebben tijd nodig voordat ze effect hebben of vragen om een investering aan de voorkant. Het is ons helder geworden dat het niet mogelijk is de gewenste taakstelling te realiseren zonder schade te berokkenen aan de gewenste dienstverlening. Als we harder gaan bezuinigen zullen zonder twijfel kinderen in ongewenste situaties komen. We verwachten dan een onwenselijke toename van de wachttijden en escalatie van de hulpvraag van jongeren, wat ook leidt tot een duurdere inzet. We benadrukken dat de huidige inzet al veel van aanbieders en verwijzers vraagt en risico’s met zich meebrengt voor de sector en het gewenste niveau van dienstverlening. We moeten zorgvuldig te werk gaan om geen onomkeerbare schade te berokkenen. Tevens verwachten we als gevolg van de coronamaatregelen een toename in de groei van het gebruik van jeugdhulp te gaan zien (meer spoed/crisis en meer complexe casuïstiek).

Dit wordt nu al zichtbaar bij de aanbieders die zich met complexe casuïstiek bezig houden. Onze uitgangspunten We werken toe naar een toekomstbestendige jeugdhulp. Bij de herijking van de jeugdhulp hanteren we volgende uitgangs- en aandachtspunten: 1. We willen verbeterde kwaliteit en voldoende beschikbaarheid van jeugdhulp behouden, en ondertussen inzetten op maatregelen om de uitgaven aan de jeugdhulp te beperken. 2. Het proces is primair inhoudelijk gedreven. We denken dat onze inzet bijdraagt aan een inhoudelijke verbetering en daarnaast bijdraagt aan kosteneffectiviteit. 3. Vanuit landelijke onderzoeken en op basis van het onderzoek naar de ontwikkelingen in Velsen zetten we in op een zo breed mogelijk palet aan maatregelen. We moeten aan een verscheidenheid aan knoppen draaien om effect te sorteren. 4. De beïnvloedingssfeer van gemeenten is tegelijk beperkt. Dit wordt ondersteund door AEF. We zullen op korte termijn nooit de totale stijging van de kosten aan de jeugdhulp terug kunnen draaien. 5. De landelijke lobby voor extra middelen is hard nodig. Dit besef is ook ingedaald bij de VNG. Momenteel loopt er een arbitrage traject tussen VNG en het Rijk om tot een oplossing te komen voor de hard nodige extra middelen voor het sociaal domein. Zonder extra middelen kunnen gemeenten dit tij niet voldoende keren.

Er zijn incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld, vooruitlopend op het arbitrage proces. Deze middelen komen voor een beperkt deel in specifieke uitkering voor specifieke doeleinden (waaronder het terugdringen van de problemen in de crisiszorg), de rest zal belanden in algemene uitkering. Wel zullen er aanvullende bestuurlijke afspraken gemaakt worden tussen Rijk en VNG over de inzet. 6. Vanuit de nieuwe inkoop (waar we gelijktijdig aan werken) willen we de transformatie van de jeugdhulp inclusief de beoogde besparing regionaal doorzetten in contracten met onze jeugdhulpaanbieder. We gaan in strategisch partnerschap met jeugdhulpaanbieders werken aan een

toekomstbestendige jeugdhulp. Jeugdhulpaanbieders moeten een meer integraal aanbod bieden. We worden kritischer op wat jeugdhulp is en hoe er vanuit de jeugdhulp met andere domeinen wordt samengewerkt. Ook zullen we de budgetplafonds regionaal gaan hanteren. We werken met één budget waaruit alle jeugdhulp gefinancierd moet worden. In deze voortgangsrapportage In deze voortgangsrapportage informeren wij u over vier thema’s:  In hoofdstuk 2 schetsen we de landelijke ontwikkelingen die impact hebben op onze inzet en mogelijkheden. Het gaat hier om de onderhandelingen tussen het Rijk en de VNG en over extra middelen en de impact van de Corona crisis op kinderen en jongeren. We verwachten hierdoor een toename in het jeugdhulp gebruik in Velsen.  In hoofdstuk 3 laten we de opbouw van de taakstelling op de jeugdhulp zien. De taakstelling wordt vertaald naar een ingroeimodel waarbij we het financiële meerjarenperspectief 2021-2025 uitwerken.  We nemen u in hoofdstuk 4 mee in de cijfermatige ontwikkelingen van de jeugdhulp in Velsen. We schetsen de ontwikkelingen die we zien in aantallen cliënten en kosten voor 2021 en geven een inschatting van de stand van zaken rondom wachtlijsten en gedrag van verwijzers (CJG, huisartsen, jeugdbescherming, jeugdartsen en medisch specialisten).  In hoofdstuk 5 geven we de stand van zaken rondom de maatregelen en de genoemde inzet.

We geven een overzicht van nader te nemen aanvullende maatregelen. We lichten één maatregel uit, te weten het versterken en verstevigen van de toegang om een hulpverlenende en kritische toegangspoort te zijn naar de gespecialiseerde aanbieders. Daarnaast geven we een update van de uitgevoerde acties rond alle staande maatregelen. Terugblik We hebben eerder de gemeenteraad middels memo’s en twee raadsessies (in november 2020 en februari 2021) bijgepraat. Dit zijn constructieve raadsessies geweest waarin we de gemeenteraad actief hebben betrokken in het plan van aanpak, de verschillende keuzes hierin en het effect van landelijke en regionale ontwikkelingen. De gemeenteraad heeft te kennen gegeven achter de aanpak te staan en tegelijkertijd zorgen te hebben. Zorgen over de financiële opgave in relatie tot de hulp aan kwetsbare kinderen. De raad heeft expliciet benoemd dat kinderen niet in de knel moeten komen. Tegelijk is er een gevoelde verantwoordelijkheid om zorgvuldig met beschikbare middelen om te gaan. Ook heeft de gemeenteraad twee moties ingediend, die we hebben uitgevoerd. Een motie die oproept om zich hard te maken voor extra middelen bij het Rijk (motie 36 van de fracties van de LGV, GroenLinks, PvdA en Velsen Lokaal) en een motie (42 van de fracties van de PvdA, LGV en GroenLinks) ) die oproept om kinderen niet tussen wal en schip te laten vallen.

Wij richten ons op de laatstgenoemde motie. We willen vanuit inhoudelijke beweegredenen de jeugdhulp verbeteren en efficiënter maken met inachtneming van de jeugdwet.

In de laatste raadsessie van februari hebben we de gemeenteraad een aantal zaken toegezegd. Voornamelijk over meer inzicht in de cijfermatige onderbouwing en voortgang van de aanpak (financieel, maar ook inhoudelijk). We geven daar in deze voortgangsrapportage duiding aan.

2. Landelijke ontwikkelingen Budgetonderhandeling VNG – Rijk Er is kortgeleden bekend geworden dat er door het Rijk € 613 miljoen beschikbaar wordt gesteld aan de gemeenten om de - voor een groot deel ook Corona gerelateerde - druk in de spoed en crisis zorg aan te pakken en de wachttijden te verlagen. Het is vooralsnog niet bekend hoe deze middelen exact verdeeld zullen worden. Wel is duidelijk dat er een beperkt deel in specifieke uitkeringen terecht zal komen en de rest in algemene middelen naar de gemeenten. Er zullen nadere bestuurlijke afspraken gemaakt worden tussen VNG en het Rijk over besteding van de middelen. De middelen zijn niet structureel en worden niet gezien als een passend antwoord op de aangetoonde, forse, jaarlijkse tekorten op de jeugdhulp die gemeenten in heel Nederland in problemen brengen. Het is bedoeld om de negatieve effecten van Corona tijdelijk op te vangen (zie onderstaand). Er loopt momenteel nog een arbitrage proces tussen VNG en het Rijk om tot structureel extra middelen te komen. Effecten van Corona Naast de taakstelling jeugd, hebben we tegelijkertijd ook te maken met de corona crisis. De toename van jongeren met problemen is een landelijk beeld en zo ook in onze regio. Partners zien niet alleen een toename van aanmeldingen, maar ook een toename van de complexiteit van de zorgvragen.

Het valt op dat de zorgvraag is geproblematiseerd, omdat de jongeren in een (te) laat stadium om hulp vragen. Het CJG en het onderwijs verwachten een grotere toename van jongeren in de jeugdhulp als de middelbare scholen weer volledig open gaan, omdat leerkrachten meer zicht krijgen op de kinderen. We zien deze toename momenteel al bij de instroom in het CJG en de huisarts. Veel kinderen melden zich met problemen en klachten. Dit leidt bij het CJG al tot het oplopen van de wachttijden. We zijn hierover met het CJG in gesprek. Er wordt door de partners niet specifiek bijgehouden in hoeverre een bepaalde hulpvraag voortkomt uit de corona situatie. Dit is ook lastig te bepalen, omdat zij niet cijfermatig kunnen aangeven welke instroom een direct gevolg is van de Corona crisis. Echter, op basis van de inhoudelijk omschreven problematieken door zorgpartners, komt een deel van de instroom wel degelijk door de Corona situatie. Op het Voortgezet Onderwijs merkt men een toename van problematieken als suïcidegedachten, burn-out gerelateerde klachten, depressie en sociaal isolement. Het is de vraag of dit door de Corona maatregelen komt, maar de toename is een feit. Op het Primair Onderwijs ziet men meer problematieken bij gezinnen door Corona, vooral ouders ervaren meer spanningen door de combinatie van thuiswerken en thuisonderwijs.

Er lijkt vooral een toename van problematieken te zien onder jongeren in de

leeftijd van 14-23 jaar. We zien de instroom van deze doelgroep toenemen bij het CJG en de huisartsen. Ook geven aanbieders aan bij hen bekende cliënten met ernstigere problematiek terug te zien. Jongeren vinden het lastig dat ze geen structuur in hun dagelijks leven hebben, zien hun toekomst somber in en zien afgelopen jaar echt als een verloren jaar. De problematieken zijn o.a. eenzaamheid, stress, somberheid en angst. De gemeente voert gesprekken over de toename van problematieken met de verwijzers en GGZ aanbieders om het stijgend aantal meldingen gezamenlijk zo goed mogelijk op te vangen. De druk met name in de spoed en crisiszorg heeft onze specifieke aandacht. Ook Het CJG Kennemerland is recent onlinespreekuren gestart naar aanleiding van de Coronastress. Dit wordt vooral door ouders gebruikt. De CJG coaches proberen ook zoveel mogelijk om de verbinding met de jongeren te houden, bijvoorbeeld door elkaar buiten te ontmoeten en/of te gaan wandelen. Door de voortdurende lockdown, zetten we preventief in op aanbod speciaal voor jongeren die last hebben van de maatregelen. Met het programma Jeugd aan Zet worden er activiteiten voor en door jongeren georganiseerd.

Tevens passen de aanbieders, zoals jongerenwerk en sociaal maatschappelijk werk, de huidige programma’s aan (online, buiten, kleine groepjes etc.) zodat jeugdigen die dit nodig hebben nog steeds hulp kunnen krijgen. Doorstroom, wachttijden en crisiszorg zijn onderwerpen van gesprek met de GGZ en heeft uiteraard in deze tijd de volle aandacht van alle partijen. De toename van problematieken onder jongeren, in aantal en complexiteit, zorgt voor meer druk en vraagt meer inzet van onze partners in het sociaal domein, zowel in het preventieve veld als bij specialistische zorg. Het is een extra complicerende factor voor het behalen van de taakstelling jeugd, waar we als gemeente terdege rekening mee houden. Dit is ook door de gemeenteraad als expliciet aandachtspunt benoemd.

3. Taakstelling en meerjarenbegroting Taakstelling We werken - middels een ambitieuze en realistische set van maatregelen - toe naar een uitgavenniveau in 2024 dat gelijk ligt aan dat van 2019. Dit is alleen te realiseren middels een ingroeimodel. Deze ingroei betekent dat we gedurende de jaren 2021 tot en met 2023 een steeds grotere besparing verwachten te realiseren om uiteindelijk in 2024 de totale bezuiniging te realiseren. In 2021 realiseren we naar verwachting een besparing van € 691.000 oplopend tot €3.565.000 in 2024. Het lukt in de jaren 2021, 2022 en 2023 daarmee niet om de taakstelling zoals in de begroting 2021-2024 opgenomen, te realiseren. We zetten een uiteindelijk positief meerjarenperspectief neer. Over de hele periode, startend in 2021 realiseren we naar verwachting wel de initiële – zoals opgenomen in de meicirculaire - taakstelling. Echter, de totale gewenste besparing - dus inclusief de aanvullende taakstelling, opgenomen in de septembercirculaire 2020, als gevolg van de stijging van de jeugdhulpkosten in 2020 - behalen we pas in 2024. Ook met aanvullende maatregelen lukt het niet op deze gewenste totale taakstelling op korte termijn te realiseren. Het kost tijd om het tij te keren en zonder onomkeerbare schade te berokkenen de taakstelling te realiseren.

Daarbij komt dat maatregelen vragen om nadere uitwerking, tijd nodig hebben voor er effect optreedt of vragen om een investering aan de voorkant. Dat wordt bevestigd door de gesprekken die we gevoerd hebben met partners. Bovendien was op voorhand in de begroting

ook al aangegeven dat de uitvoerbaarheid van de extra besparing op de jeugdhulp op 50% ligt. Overigens dient ook bij het ingroeimodel in de tussenliggende jaren een forse oplopende besparing gerealiseerd te worden om tot een uiteindelijk positief meerjarenperspectief te komen. Het tekort ten opzichte van de totale bezuinigingstaakstelling loopt af van € 1.9 miljoen in 2021 naar € 668.000 in 2023 om in 2024 op nul uit te komen. In de besparing voor 2021 is een eenmalige bijdrage opgenomen van het positieve rekeningresultaat van Veilig Thuis over 2020. Daarbij is er een indicatief bedrag opgenomen voor investeringen oplopend van € 100.000 in 2021 naar € 300.000 in 2024, onder andere voor de versterking van de toegang door inzet van POH-ers en het CJG. Tabel 1. Uitwerking bezuinigingsmaatregelen, initieel en additioneel periode 2021-2025 Uitwerking bezuinigingsmaatregelen Totaal taakstelling: Grip op uitgaven Jeugdzorg Initiële taakstelling: A. meicirculaire taakstelling 2020 Additionele taakstelling: B. sept. circulaire taakstelling 2020 Uitwerking bezuinigingsmaatregelen Totaal investering - transformatiekosten

2021 € 2.491.000 € 491.000 € 2.000.000 2021 € 100.000 € 100.000

2022 € 2.737.000 € 737.000 € 2.000.000 2022 € 200.000 € 200.000

2023 € 3.032.000 € 1.032.000 € 2.000.000 2023 € 300.000 € 300.000

2024 € 3.265.000 € 1.265.000 € 2.000.000 2024 € 300.000 € 300.000

2025 € 3.265.000 € 1.265.000 € 2.000.000 2025 € 300.000 € 300.000

Totaal initiële maatregelen - specifieke maatregelen (anders dan budgetplafonds) - huidige budgetplafonds (*) (**)

€

€

-737.000 -€ 34.000 -€ 703.000

€ -1.032.000 -€ 122.000 -€ 910.000

€ -1.265.000 -€ 107.000 -€ 1.158.000

€ -1.265.000 -€ 26.000 -€ 1.239.000

-491.000 -€ 74.000 -€ 417.000

Totaal additionele maatregelen - additionele specifieke maatregelen (anders dan budgetplafonds) - additionele budgetplafonds - inzet rekeningresultaat 2020 Veilig Thuis

-€ 200.000 -€ 100.000 €0 -€ 100.000

-€ 866.000 -€ 200.000 -€ 666.000

-€ 1.632.000 -€ 300.000 -€ 1.332.000

-€ 2.300.000 -€ 300.000 -€ 2.000.000

-€ 2.300.000 -€ 300.000 -€ 2.000.000

Totaal maatregelen - totaal specifieke maatregelen (anders dan budgetplafonds) - totaal budgetplafonds Niet gerealiseerd t.o.v. totale bezuinigingstaakstelling

-€ 691.000 -€ 274.000 -€ 417.000 € 1.900.000

-€ 1.603.000 -€ 234.000 -€ 1.369.000 € 1.334.000

-€ 2.664.000 -€ 422.000 -€ 2.242.000 € 668.000

-€ 3.565.000 -€ 407.000 -€ 3.158.000 €0

-€ 3.565.000 -€ 326.000 -€ 3.239.000 €0

Inzet maatregelen: initieel en additioneel Zoals benoemd en in bovenstaande tabel zichtbaar is, hebben we een set aan initiële maatregelen en additionele maatregelen. In de sessie van november 2020 presenteerden wij u de set met initiële maatregelen. In februari 2021 hebben we in de raadsessie aangekondigd op zoek te gaan naar aanvullende maatregelen, omdat duidelijk werd dat de initiële maatregelen minder financieel effect opleveren dan we verwacht hadden. Het financieel effect van de maatregelen - zowel initieel als additioneel - is met name terug te zien in de budgetplafonds. De budgetplafonds leveren naar verwachting in 2021 € 417.000 aan besparingen op, oplopend tot € 3.239.000 in 2025. Om deze plafonds te realiseren zetten we in op het verstevigen van de toegang tot jeugdhulp: hiermee willen we de instroom beperken, maar ook de door- en uitstroom stimuleren. We willen toewerken naar minder kinderen in jeugdhulp. Natuurlijk te allen tijde binnen de kaders van de Jeugdwet. In het hoofdstuk 5 schetsen we welke besparing we per maatregel verwachten. Meerjarenbegroting Het effect van de taakstelling op het beschikbare budget voor de aanbieders is in het onderstaande meerjarenperspectief weergegeven.

Hier ziet u de verschillende uitgavenstromen in de jeugdhulp en is per perceel per jaar de primaire begroting afgezet tegen de actuele begroting waarbij de taakstelling in mindering is gebracht. De budgetplafonds hebben betrekking op de percelen 1 ‘ambulante jeugdhulp, 2 ‘dyslexie zorg’ en 3 ‘jeugdhulp met verblijf’. Voor gedwongen hulp en crisiszorg (vallend binnen percelen 4 en 5) zijn budgetplafonds nu uitgesloten. Voor deze percelen 4 ‘hoogspecialistische jeugdhulp’ en 5 ‘gezinsbegeleiding en jongvolwassenen’ en de categorie ‘overige zorgpercelen’ (betreft JBJR, CJG, Veilig Thuis, en voor een kleiner deel de PGB’s en inzet jeugdhulp vanuit landelijke contracten) worden op bepaalde onderdelen ook specifieke maatregelen ingezet. Vanaf 2022 wijzigt het woonplaatsbeginsel. De regeling die bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de bekostiging van de jeugdhulp, ook in geval van jeugdhulp met verblijf, verandert. Vanuit het Rijk is berekend dat de gemeente Velsen vanaf 2022 naar verwachting jaarlijks € 758.000 minder kosten zal hebben, omdat kinderen onder verantwoordelijkheid van andere gemeenten gaan vallen en de kosten ook bij die gemeenten zullen landen In het onderstaande overzicht is dat bedrag daarom in mindering gebracht op primaire en actuele begroting.

budgetplafonds (**) Perceel 1: ambulante jeugdhulp Perceel 2: dyslexie zorg Perceel 3: jeugdhulp met verblijf Totaal perceel 1 t/m 3 overige maatregelen Perceel 4: hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: gezinsbegeleiding en jongvolw. Overige zorgpercelen Totaal overige percelen ontwikkelingen Effect woonplaatsbeginsel (***) Totaal ontwikkelingen Meerjarenperspectief

Financieel effect maatregelen taakstelling op meerjarenbegroting – 2021 t/m 2023 (*) taakstelling primair taakstelling primair 2021 actueel 2021 actueel 2022 2021 2022(***) 2022 (****) € 8.950.000 € 339.500 € 8.610.500 € 8.950.000 € 946.720 € 8.003.280 € 359.000 € 16.000 € 343.000 € 359.000 € 39.480 € 319.520 € 4.011.000 € 61.500 € 3.949.500 € 4.011.000 € 382.800 € 3.628.200 € 13.320.000 € 417.000 € 12.903.000 € 13.320.000 € 1.369.000 € 11.951.000 taakstelling taakstelling primair 2021 actueel 2021 primair 2022 actueel 2022 2021 2022 € 4.039.000 € 74.000 € 3.965.000 € 3.539.000 € 125.000 € 3.414.000 € 785.000 €0 € 785.000 € 785.000 € 50.000 € 735.000 € 4.871.000 €0 € 4.871.000 € 4.961.000 € 61.000 € 4.900.000 € 9.695.000 € 74.000 € 9.621.000 € 9.285.000 € 236.000 € 9.049.000 taakstelling taakstelling primair 2021 actueel 2021 primair 2022 actueel 2022 2021 2022 €0 €0 -€ 758.000 -€ 758.000 €0 €0 € -758.000 € -758.000 € 23.015.000

€ 491.000

€ 22.524.000

€ 21.847.000

€ 1.605.000

primair 2023 € 8.950.000 € 359.000 € 4.011.000 € 13.320.000 primair 2023 € 3.539.000 € 785.000 € 4.961.000 € 9.285.000 primair 2023

taakstelling 2023 € 1.546.940 € 65.960 € 629.100 € 2.242.000 taakstelling 2023 € 75.000 € 25.000 € 62.000 € 162.000 taakstelling 2023

€ 21.847.000

€ 3.346.000

€ 7.403.060 € 293.040 € 3.381.900 € 11.078.000 actueel 2023 € 3.464.000 € 760.000 € 4.899.000 € 9.123.000 actueel 2023

-€ 758.000 € -758.000

-€ 758.000 € -758.000

€ 20.242.000 € 21.847.000

€ 2.404.000 € 19.443.000

Financieel effect maatregelen taakstelling op meerjarenbegroting - Vervolg 2024-2025 (*) taakstelling taakstelling budgetplafonds (**) primair 2024 actueel 2024 primair 2025 2024 2025 Perceel 1: ambulante jeugdhulp € 8.950.000 € 2.168.000 € 6.782.000 € 8.950.000 € 2.205.000 Perceel 2: dyslexie zorg € 359.000 € 92.000 € 267.000 € 359.000 € 92.000 Perceel 3: jeugdhulp met verblijf € 4.011.000 € 898.000 € 3.113.000 € 4.011.000 € 942.000 Totaal perceel 1 t/m 3 € 13.320.000 € 3.158.000 € 10.162.000 € 13.320.000 € 3.239.000 taakstelling taakstelling overige maatregelen primair 2024 actueel 2024 primair 2025 2024 2025 Perceel 4: hoogspecialistische jeugdhulp € 3.539.000 € 75.000 € 3.464.000 € 3.539.000 € 50.000 Perceel 5: gezinsbegeleiding en jongvolw. € 785.000 € 25.000 € 760.000 € 785.000 € 15.000 Overige zorgpercelen € 4.961.000 € 88.000 € 4.873.000 € 4.961.000 € 42.000 Totaal overige percelen € 9.285.000 € 188.000 € 9.097.000 € 9.285.000 € 107.000 taakstelling taakstelling ontwikkelingen primair 2024 actueel 2024 primair 2025 2024 2025 Effect woonplaatsbeginsel (***) -€ 758.000 -€ 758.000 -€ 758.000 Totaal ontwikkelingen -€ 758.000 -€ 758.000 -€ 758.000 Meerjarenperspectief

actueel 2023

€ 18.501.000 € 21.847.000

actueel 2025 € 6.745.000 € 267.000 € 3.069.000 € 10.081.000 actueel 2025 € 3.489.000 € 770.000 € 4.919.000 € 9.178.000 actueel 2025 -€ 758.000 -€ 758.000

€ 3.346.000 € 18.501.000

(*) In de meerjarenbegroting is (nog) geen rekening gehouden met een indexatie van de budgetten. (**) Inclusief additionele budgetplafonds vanaf 2022 verdeeld naar rato over percelen 1 t/m 3. (***) Vanaf 2022 geldt een wijziging in het woonplaatsbeginsel. Het gevolg van de wijziging is als aparte ontwikkeling opgenomen. In aanleg betekent de wijziging een gelijke daling van zowel de inkomsten als de uitgaven. (****) Vanaf 2022 is zorgaanbieder Kenter in dit overzicht meegenomen in de budgetplafonds.

In onderstaande grafiek zetten we de invulling van de taakstelling af tegen de primaire begroting (de kosten indien we geen actie ondernemen). Hier is goed te zien dat we fors dalen in uitgaven jeugdhulp. De grafiek geeft schematisch weer wat het verwachte effect van de inzet is op de meerjarenbegroting. We halen niet de gewenste taakstelling, maar maken wel een grote impact op de uitgaven op het terrein van de jeugdhulp.

Meerjarenbegroting € 25.000.000

€ 20.000.000

€ 15.000.000

€ 10.000.000

€ 5.000.000

€0

2021

2022 Primaire begroting

2023

2024

Actuele begroting

2025

Prognose 2021 De onderstaande prognose van de kosten 2021 is gebaseerd op de gedeclareerde kosten in het eerste kwartaal, aangevuld met een rekenkundige prognose. Deze actuele prognose op basis van de jeugdhulpdeclaraties geeft een eerste beeld, en zal gaandeweg het jaar worden geactualiseerd. Enkele aanbieders hebben momenteel nog een achterstand bij het indienen van hun declaraties. De onderstaande prognose van de kosten in 2021 laten een lichte stijging zien ten opzichte van 2020. Tevens is er een overschrijding van het budget voor 2021 te zien (‘Totaal prognose 2021’ afgezet tegen ‘Budget 2021’). Door de budgetplafonds zullen de daadwerkelijke kosten naar verwachting op het budget voor 2021 uitkomen. Onderstaande prognose laat zien dat we voor perceel 1 en 2 in het laatste kwartaal, naar verwachting december, 2021 het budgetplafond bereiken. Voor perceel 3 wordt op basis van de huidige prognose het budgetplafond niet bereikt, aangezien de prognose aan het eind van het jaar een onderrealisatie (voordeel) laat zien. Dit betreffen indicaties, in onderstaande tabel zijn de budgetplafonds zijn per perceel gevisualiseerd terwijl ze in de praktijk per aanbieder per perceel worden toegepast. Hierdoor zal bij sommige aanbieders het budgetplafond eerder dan december zijn bereikt terwijl bij andere aanbieders het plafond in heel 2021 niet bereikt wordt.

Tabel 3.4 Prognose kosten 2021 (cumulatief per kwartaal) per perceel Realisatie 2020 (*) € 9.189.241 € 342.747 € 3.776.644

Budget 2021 (**) € 8.610.500 € 343.000 € 3.949.500

Prognose 2021 cumulatief per kwartaal(***) Q1

Q2

Q3

Q4

€ 2.311.482 € 87.379 € 856.658

€ 4.623.368 € 174.759 € 1.733.888

€ 6.935.052 € 262.138 € 2.611.290

€ 9.246.736 € 349.518 € 3.488.692

Totaal prognose 2021 € 9.246.736 € 349.518 € 3.488.692

Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongvolw. Overige zorgpercelen

€ 3.881.859 € 820.442 € 4.892.257

€ 4.039.000 € 785.000 € 4.797.000

€ 851.945 € 214.163 € 1.335.926

€ 1.703.890 € 428.327 € 2.596.048

€ 2.555.835 € 642.490 € 3.857.145

€ 3.407.780 € 856.653 € 5.190.242

€ 3.407.780 € 856.653 € 5.190.242

€ -631.220

Totalen

€ 22.903.190

€ 22.524.000

€ 5.657.553

€11.260.279

€16.863.950

€ 22.539.620

€ 22.539.620

€ -1.092.028

Perceel Perceel 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 2: Dyslexie zorg Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf

Saldo t.o.v. budget voordeel

nadeel € 636.236 € 6.518

€ -460.808

€ €

71.653 393.242

€ 1.107.649

(*) de realisatie 2020 is gebaseerd op totaal jaarrekening 2020 c.q. inclusief facturatie (**) voor de percelen 1 t/m 3 is het budgetplafond reeds in mindering gebracht en op overige zorgpercelen de specifieke maatregelen (***) voor de prognose is gebruik gemaakt van de realisatie 2021 incl. rekenkundige prognose voor de prognose is gebruik gemaakt van de realisatie 2020 verhoogd met 2% gewogen indexatie, er is uitgegaan van een lineaire ontwikkeling en geen rekening gehouden

4. Ontwikkeling jeugdhulp in cijfers Ontwikkeling aantal trajecten en trajectduur 2018 - heden De afgelopen jaren is het aantal nieuw gestarte jeugdhulp trajecten steeds gedaald. Het aantal afgeronde trajecten daalde echter ook, waarbij deze uitstroom jaarlijks lager was dan de instroom. In de periode 2018 tot 2020 betekent dit per saldo een toename van 1764 lopende trajecten. De prognose voor 2021, op basis van afgegeven beschikkingen, komt vooralsnog uit op een toename van 708 trajecten ten opzichte van 2020. Grafiek 4.1 Instroom en uitstroom aantal jeugdhulp trajecten, periode 2018-2021

Instroom en uitstroom jeugdhulp 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 Totaal gestarte trajecten Totaal afgeronde trajecten

2018 4196 3111

Totaal gestarte trajecten

2019 3404 2834

2020 3269 3160

Totaal afgeronde trajecten

2021 (prognose) 2892 2184

Uit de verdeling van het aantal trajecten per perceel blijkt dat de grootste toename zich in Perceel 1 (ambulante jeugdhulp) bevindt. Alleen de categorie Overig, waarin zich o.a. de landelijk ingekochte jeugdhulp en de PGB’s bevinden laat een daling zien over de periode 2018-2020. Een verklaring is dat tot en met 2018 in deze categorie een groot aantal AWBZ trajecten waren opgenomen. Tabel 4.1 Instroom en uitstroom trajecten periode 2018-2020

Perceel 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 2: Dyslexie zorg Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongvolwassenen Overig Totaal

2018 2847 264 265 455 65 300 4196

Instroom 2019 2230 214 212 600 78 39 3404

2020 2344 207 178 425 95 20 3269

2018 1845 172 155 571 39 329 3111

Uitstroom 2019 1891 201 180 430 53 55 2810

2020 2275 208 169 406 79 23 3160

Toename 2018-2020 1410 104 151 112 67 -80 1764

Ook in 2021 zet op basis van het eerste kwartaal de toename van het aantal trajecten – als gevolg van een lagere uitstroom dan instroom – door. De toename is het grootst binnen de Ambulante jeugdhulp (perceel 1), evenals in de jaren 2018 en 2019 en in samenhang met het gegeven dat de meest trajecten binnen dit perceel vallen. Perceel 4, de inzet vanuit de jeugdbescherming en jeugdreclassering en de Jeugdzorg Plus, is het enige perceel waarop een afname van het aantal trajecten is geprognosticeerd, mede door de verdere ambulantisering en afbouw van jeugdhulp met verblijf.

Tabel 4.2 Instroom en uitstroom 2021 (Q1 en prognose)

Perceel 1: Ambulante jeugdhulp Perceel 2: Dyslexie zorg Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdhulp Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongvolwassenen Overig Totaal

Instroom Prognose 2021-Q1 (geëxtrapoleerd) 556 2224 36 144 32 128 68 272 25 100 6 24 723 2892

Uitstroom Prognose 2021-Q1 (geëxtrapoleerd) 397 1588 30 120 19 76 77 308 17 68 6 24 546 2184

Toename Prognose 2021 636 24 52 -36 32 0 708

Ook de gemiddelde duur van trajecten zien we in de periode 2018-2020 door de jaren heen stijgen. Op basis van het eerste kwartaal zijn voor 2021 nog geen uitspraken te doen over de trajectduur.

Tabel 4.3 Gemiddelde trajectduur periode 2018-2020

Gemiddelde doorlooptijd trajecten (gemeten over in het jaar beëindigde trajecten) Procentuele 2018 2019 2020 stijging 2018-2020 Perceel 1: Ambulante jeugdhulp 189 257 246 30,2% Perceel 2: Dyslexie zorg 177 189 198 11,9% Perceel 3: Jeugdhulp met verblijf 183 207 254 38,8% Perceel 4: Hoogspecialistische jeugdhulp 170 188 194 14,1% Perceel 5: Gezinsbegeleiding en jongvolwassenen 212 215 258 21,7% Overig 207 208 184 -11,1%

De conclusie die hieruit getrokken lijkt te kunnen worden is dat het probleem van de stijgende kosten van jeugdhulp niet zo zeer wordt veroorzaakt doordat steeds meer jongeren in een jeugdhulp traject terecht komen. Echter, eenmaal in een traject blijven ze er wel steeds langer in zitten. Met als gevolg dat uiteindelijk het totaal aantal actieve trajecten stijgt, terwijl door de langere duur de kosten per traject ook stijgen. Dit sluit aan bij de analyse die we door RadarAdvies hebben laten uitvoeren. Wachtlijsten Een bijzonder aandachtspunt bij de herijking van de jeugdhulp vormt het monitoren van wachtlijsten, omdat wachtlijsten kunnen leiden tot ongewenste effecten. Uitstel van zorg betekent voor de cliënt immers dat deze niet de zorg krijgt op het moment dat dit nodig is. Bovendien levert uitstel op termijn een stuwmeer aan hulpvragen op, waarbij een reëel risico bestaat dat de zorgvraag als gevolg van het uitstel steeds zwaarder wordt. De zorgkosten zullen hierdoor eerder oplopen dan dalen. Toch zijn wachtlijsten niet per definitie slecht of nadelig. Zo kan het voorkomen dat een cliënt wil wachten op een plek bij een specifieke zorgaanbieder, of moet gewacht worden op voldoende aanmeldingen in geval van groepsbehandelingen. Dit maakt het lastig om aan de indicator ‘Wachtlijsten’ een relevante norm te koppelen.

Voor de informatie over wachtlijsten zijn we afhankelijk van de zorgaanbieders, die hiervoor separaat informatie dienen aan te leveren. Om ongewenste wachtlijsten toch zoveel mogelijk te voorkomen wordt door de regionale contractmanagers Jeugd middels signalen van verwijzers en het berichtenverkeer gemonitord of zorgvragen door de aanbieders tijdig en adequaat worden opgepakt. Regelmatig spreken zij ook de aanbieders waarbij dit onderwerp aan de orde komt. We ontvangen geen gebundelde informatie van onze aanbieders over de wachttijden. Wel weten we dat enkele grotere aanbieders wachttijden hebben die de Treeknormen (maximum wachttijd per zorgaanbod) overschrijden. De oorzaken hiervoor zijn vaak meerledig. Daarnaast krijgen wij van meerdere kanten signalen binnen over oplopende wachttijden. Partijen geven aan dat dit onder andere wordt veroorzaakt door een toenemend aantal aanvragen vanwege de coronacrisis en door capaciteitsproblemen binnen jeugdpsychiatrie en residentiële zorg.In de komende aanbesteding is continuïteit van zorg bij op en afschalen een belangrijke doelstelling. Daarbij zal aandacht worden besteed aan mogelijkheden om het monitoren van wachtlijsten of wachttijden te objectiveren en onze afhankelijkheid van de aanbieders in deze te verkleinen. Verwijzers Het Rijk heeft de Jeugdwet gedelegeerd naar gemeenten.

Daarbij is in de wet opgenomen dat ook huisartsen, jeugdartsen en Gecertificeerde instellingen kunnen verwijzen naar jeugdhulp. Dat betekent dat de gemeente slechts beperkt grip heeft op de kosten. Informatie omtrent verwijzers wordt pas sinds 2020 op eenduidige wijze vastgelegd in het berichtenverkeer. Hierdoor is het niet mogelijk om een historische analyse omtrent het verwijzersgedrag te maken. In 2020 waren de huisartsen, het CJG en de Gecertificeerde instellingen de grootste verwijzers, met respectievelijke 29%, 27% en 23%. Dit betreft in totaal 79% door deze 3 verwijzers. Dit beeld zet zich in 2021 door, waarbij het aantal verwijzingen via de huisarts zelfs is toegenomen van 29 naar 38%.

Tabel 4.4 Percentage verwijzingen per type verwijzer 2020-2021 Type verwijzer Huisarts CJG Gecertificeerde instelling Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting Jeugdarts Medisch specialist Overig

2020 29% 27% 23% 11% 5% 2% 3%

2021 38% 24% 19% 9% 4% 1% 3%

Met ingang van 2021 wordt de verwijzers informatie op een andere, beter te analyseren wijze vastgelegd in het berichtenverkeer. We verwachten in een volgende rapportage hier dan ook gedetailleerder te kunnen rapporteren.

5. Sturing: stand van zaken maatregelen Aanvullende maatregelen Om invulling te kunnen geven aan de extra taakstelling van 2 mln. euro is onderzocht in hoeverre er aanvullende maatregelen genomen kunnen worden. We hebben een set aan maatregelen in november 2020 aan uw raad gepresenteerd. Op basis van gesprekken met aanbieders en stakeholders en op basis van het landelijke AEF rapport, hebben we gezocht naar aanvullende maatregelen. Dit omdat de taakstelling dusdanig hoog is, dat ons bij de uitwerking helder werd, dat de taakstelling niet haalbaar is. De mogelijkheden voor aanvullende maatregelen zijn besproken met partners in het jeugdhulpveld, zowel met verwijzers als aanbieders. De projectgroep heeft een vijftal aanvullende maatregelen geprioriteerd waar de meeste ruimte ligt om te besparen en aan te sluiten bij de inhoudelijke verandering die we willen bewerkstelligen in het jeugdhulpveld. Hieronder staat een korte toelichting per maatregel. Voor 2021 leveren deze aanvullende maatregelen slecht in een enkel geval direct een besparing op. Wel dragen ze allen bij aan het meerjarenperspectief waarin we in 2024 toegroeien naar een besparing van 3.265.000 euro en terug zijn op het niveau van 2019. Enkele maatregelen vragen eerst een investering aan de voorkant, voordat er op de langere termijn kan worden bespaard.

Het is tevens ingewikkeld om te kwantificeren hoeveel er op de maatregelen kan worden bespaard. Op dit moment kunnen we een bandbreedte van een besparing meegeven.

Aanvullende maatregelen (t.o.v. de set van november 2020) Maatregel

Beoogd effect

Verbinden preventief veld met specialistische jeugdhulp

Efficiënte hulp voor duurste cliënten

Voorkomen van instroom in specialistischte jeugdhulp door inzet preventief veld. Stimuleren uitstroom / reduceren van verlengingen door ‘vinger aan de pols’ contact vanuit preventief veld in te zetten.

Het effectief en efficiënt inzetten van jeugdhulp bij cliënten die intensieve, meervoudige kostbare hulp krijgen.

Toelichting

Investering/ besparing

Door de verbinding tussen het preventieve en het specialistische veld te verstevigen verwachten we dat cliënten sneller kunnen uitstromen naar de meer algemene, preventieve voorziening.  Ook de verbinding tussen de wijkteams en de inzet van jeugd expertise moet hierbij betrokken worden.  Eerdere signalering van problemen in het preventieve veld. Deze maatregel gaat samen met de striktere toegang, de regie op complexe casuïstiek en het onderzoeken van de duurste cliënten. Deze maatregel is er op gericht om te onderzoeken welke ondersteuning efficiënter en

  

2022: 50.000-100000. Vanaf 2023: 100.000-150.000

In 2021 e.v. 25.000-50.000 Vanaf 2020 e.v. 50.000-1000.000 Draagt zowel bij aan de budgetplafond als aan besparing op perceel 4 en 5. Investering in capaciteit

Mijlpalen 

Acties in Q2, 2021

Verbinden van organisaties uit het preventieve veld en aanbieder jeugdhulp rond bepaalde doelgroepen, type zorg en thema’s.

Onderzoek duurste cliënten gereed (Q2) Beleggen casemanagement (CJG of gemeente) Voor 10 cliënten gezamenlijk met gezin vervolgzorg incl. afbouw bepaald

Preventief aanbod gericht op uitstroom en voorkomen instroom jeugdhulp in beeld Bespreken welke rol wijkteam kunnen spelen in de verbinding

Selecteren duurste cliënten met grote stapeling van zorg Beleggen en uitwerken casemanagement

Verwijzersgedrag in kaart brengen en betere aansturing

Als gemeente beter sturen op verwijzingen en daarmee dus striktere sturing op de toegang.

WLZ doorstroom bevorderen

Cliënten die in aanmerking komen voor een WLZ indicatie laten instromen in de WLZ .

Ambulantisering jeugdhulp met verblijf

Ambulantisering van jeugdhulp met verblijf en inkorten verblijfsduur

effectiever kan bij de duurste cliënten, minder zware zorg en minder stapeling van zorg. Door beter inzicht in het verwijsgedrag kan er ook beter op worden gestuurd. Zodoende weten we of de verwijzers terecht verwijzen of dat andere hulp beter past.. Vanuit de gemeente de samenwerking verbeteren met het zorgkantoor, vooral t.a.v. de WLZ indicaties. Ondanks strikte voorwaarden voor een WLZ indicatie, zijn er jaarlijks casussen waarvoor - door nadere onderbouwing en intensieve afstemming - wel een indicatie afgegeven kan worden  Verlaging van de (dure) inzet in perceel 4 en daartegenover een stijging van (goedkopere) inzet in perceel 1 (en 3)  Verdere ambulantisering in

casemanagement nodig.

Nog niet bekend. Draagt bij aan budgetplafond en aan besparing perceel 4 en 5 vanaf 2022.

Onderzoek verwijsgedrag incl handvatten waarop in te zetten.

Opstellen monitor verwijsgedrag en eerste analyse

Voor 2021: € 74.000-125.000. Voor 2022 e.v.€ 100.000-200.000

Cliënten voor WLZ indicatie in beeld Afspraken met zorgkantoor over werkwijze en indicatiestelling.

Selecteren cliënten die in (mogelijk) aanmerking komen voor een WLZ indicatie Beleggen en uitwerken afstemming met het Zorgkantoor

Percentage ambulantisering vastgesteld met aanbieders met verblijf JeugdzorgPlus toekomstperspecti ef vastgesteld, waarin afbouw van

 

 

75.000-100.00 per jaar vanaf 2022. Draag bij aan besparing perceel 4 en 5, lichtere stijging p perceel 1 en 3.

Gesprekken met aanbieders met verblijf

de jeugdbescherming en jeugdreclassering plaatsvinden.

JZ+ wordt vastgelegd

Maatregel uitgelicht: Aanscherpen toegang/CJG Samen met het CJG gaan we de toegang tot jeugdhulp aanscherpen. De eerste verwijzing van een kind of jongere naar specialistische jeugdhulp gaat op grond van het principe ‘nee, tenzij’ in plaats van de nu gehanteerde ‘ja, mits’. We hebben het CJG de opdracht gegeven strikter te kijken naar de benodigde inzet en naar verlengingen te kijken. Ook willen we dat zij uitstroom van hulp gaan bevorderen. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met het CJG en is er een plan van aanpak en planning opgesteld. Op dit moment heeft het CJG al enkele maatregelen doorgevoerd, zoals het strikter beoordelen van verlengingen, en voeren we het gesprek met het CJG om andere maatregelen nog verder aan te scherpen en concreter te maken. Belangrijkste maatregelen voor het CJG zijn: 1.

2.

Beperken van de instroom: Specifieker verwijzen, in de toekenningen ook gewenst resultaat, uren en niveau van het in te zetten product mee geven. Monitoren van verstrekte inzet en daadwerkelijk geleverde inzet van aanbieders. Aanscherping van de termijn waarvoor hulp wordt ingezet. Werkproces light-contracten aanscherpen. Bevorderen van de door,-en uitstroom: Het proces van verlengingen aanpassen, zoals matches tussen cliënt en zorgaanbieder standaard evalueren en vooral scherpere weging wanneer een vervolgactie in specialistische hulp nodig is en wanneer ook langs andere wegen een voldoende effect geborgd kan worden. Borging en afschaling versterken, al bij aanvang van de hulp bespreken hoe de borging concreet vorm kan krijgen, na afloop van de geboden jeugdhulp. Verantwoordelijkheid voor resultaat van de behandeling ook bij client leggen.

Stand van zaken ingezette maatregelen Op alle vier de benoemde pijlers: (1) herijking preventief veld, (2) herijking van de toegang, (3) stellen van heldere financiële grenzen en (4) onwenselijke effecten tegengaan hebben we actie ondernomen. We zijn gestart waar we de meeste urgentie en impact zagen: het instellen van de plafonds en aanscherpen van de toegang. Hierbij was ons startpunt dan ook het invoeren van de budgetplafonds per 1 januari 2021. Op de invoering van deze maatregel een harde deadline had en we tijdig onze aanbieders wilden informeren zijn we hier direct mee van start gegaan. Ook zijn we in november gestart met de

inzet op de toegang: het plan van aanpak op de praktijkondersteuning huisartsen en met het Centrum voor Jeugd en Gezin strikter naar de toegang kijken. Tevens zijn we in 2020 gestart met de inventarisatie van het preventieve veld en is het onderzoek naar de ombudsfunctie gestart. Onderstaand zijn per pijler de maatregelen opgenomen en zoomen we nader in. Het betreft de staande maatregelen (zoals reeds voorgelegd tijdens de raadsessie van 12 november 2020). Per maatregel is het beoogde effect, een inhoudelijke toelichting, de benodigde investeringen, voorgenomen acties in het tweede kwartaal en de beoogde en de voortgang opgenomen.

Pijler 1. Verstevigen laagdrempelige hulp Maatregel

Beoogd effect

Toelichting

Investering/ besparing

Mijlpalen

Acties in Q2, 2021

Gereed

Praktijk-ondersteuners Huisartsen

Minder verwijzingen naar GGZ-jeugd aanbieders. Het reduceren van suboptimale of niet passende verwijzingen naar specialistische. jeugdhulp.

Door uitbreiding van het aantal huisartsen met een POH’er investeren we in een betere toegang gericht op normalisatie.

Q3

Minder verwijzingen naar specialistische hulp, meer oplossen met eigen kracht gezin en netwerk

Gerichter inzetten van preventief aanbod, waarbij meer nadruk ligt op de voorkoming van instroom in specialistische jeugdhulp,

In 2021 e.v. investering van € 40.000, Investering 2022 e.v. € 80.000,- per jaar  Besparing door geringer aantal verwijzingen van minimaal € 100.000. De inzet van meer gerichte preventieve inzet moet bijdragen aan het beperken van de instroom in de specialistische jeugdhulp. We realiseren geen netto besparing op preventie. We willen meer inzetten op ‘doen wat werkt’ en

Herijking preventie jeugd

 

Contract gesloten met opdrachtnemer (Q2) 60% vd huisartsen heeft een POHer (Q3) 80% vd huisartsen heeft een POHer (Q4)

Beleidsdoelen uitgewerkt naar concrete doelen Overzicht van het gehele preventieve jeugdveld, inclusief doelen en resultaten. Gesprekken gevoerd met aanbieders en gestuurd op de

 

Gesprekken met huisartsen Formuleren opdracht Selecteren opdrachtnemer

Q2: In beeld gebracht in welke mate (aantal activiteiten, bereik, middelen) (in aanleg) wordt bijgedragen aan welke doelen. Inclusief lacunes en overlap. En bepaald hoe preventie kan worden versterkt

Kwartaal 3 keuzes gemaakt tav versterking preventie en terugdringen verwijzingen en gesprekken gevoerd met preventieve veld daarover.

Versterken samenwerking onderwijs en jeugdhulp

Integrale ondersteuning aan gezinnen

Minder verwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Tijdig, beter passende hulp

Meer integraal, vroegtijdige en passende hulp in gezinnen. Werken vanuit de 1 plan, 1 gezin, 1 regisseur gedachte.

Door de afstemming verantwoordelijkheden tussen het onderwijs en jeugdhulp kunnen we mogelijk de instroom in de specialistische jeugdhulp beperken. Ook kunnen we meer gericht en meer tijdig jeugdhulp inzetten. School is een belangrijke vind- en werkplaats. Afstemming Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor verschillende domeinen van ondersteuning aan gezinnen: schuldhulpverlening, WMO, preventie, jeugd. Door deze domeinen sterker te verbinden, verbeteren we hulpverlening aan gezinnen en kunnen we meer tijdig ingrijpen. Jeugdhulp is niet het sluitstuk voor de inzet op gezinnen.

afschalen wat minder goed werkt. Dit doen we budgetneutraal.

versterking van preventie.

Nog niet bekend.

Eerst is een investering noodzakelijk om mogelijk een besparing op de jeugdhulp te realiseren.

In 2021 en 2022 nog geen besparing realiseerbaar. Kosten om meer integrale ondersteuning mogelijk te maken schatten we ergens tussen de 25.000 en 50.000 euro.

Vanaf 2023 mogelijk een besparing van

Bestuurlijk en ambtelijke verkenning plaatsgevonden Inzichtelijk maken wat er al is en waar nog hiaten zitten. Plan van aanpak opstellen met onderwijs partners

Verkenning met andere domeinen: wijkteams, schuldhulpverlenin g, preventie, volwassenen GGZ Plan van aanpak formuleren Plan van aanpak implementeren

Verkenning intern afronden

Inzichtelijk maken wat er ligt en welke hiaten er zijn

Kwartaal 4 plan van aanpak. In 2022 beter afgestemd aanbod en stevigere afspraken.

Implementatie 2022.

50.000 tot 100.000 euro (niet alleen op jeugdhulp, mogelijk ook op WMO en schuldhulpverlening).

Pijler 2. Herzien toegang Maatregel

Beoogd effect

Toelichting

Investering/ besparing

Mijlpalen

Herijken toegang (*bundeling van maatregelen: herijking visie en kostenbewustzijn, strikter op inzet en verlengingen)

Beperken van de instroom, versterken van de door- en uitstroom van cliënten. Hierdoor minder uitgaven aan de specialistische jeugdhulp.

We herijken de visie op de toegang tot specialistische jeugdhulp. We geven het CJG de opdracht strikter te kijken naar de benodigde inzet en naar verlengingen. Ook willen we dat zij doorstroom van hulp gaan bevorderen.

Voor 2021 een mogelijke opbrengt van 50.000-100.000. Oplopend tot 100.000200,000 euro vanaf 2022 en verder.

 Eventuele investeringen duidelijk na gesprek met bestuur Cjg

Versterken casemanagement (*inclusief hieronder genoemde onderzoek naar duurste cliënten)

De mogelijkheid om casemanagement in te zetten voor complexe casuïstiek zodat er geen kind of gezin tussen wal en schip valt.

Casemanagement kan bijdragen aan effectievere en efficiëntere zorg en kan bijdragen aan sneller op- en afschalen van zorg.

   

In 2021 e.v. 25.000-50.000 Vanaf 2020 e.v. 50.000-1000.000 Draagt zowel bij aan de budgetplafond als

Acties in Q2, 2021

Bestuurlijk gesprek over gewenste inzet gevoerd Contouren plan van aanpak opgezet Plan van aanpak en planning gereed Concrete afspraken over hoogte beschikkingen, verlengingen en instroom ingevoerd Verbetering in samenwerking preventieve veld en CJG

Casemanagement op de meest complexe casussen (meer dan 3 trajecten) Uitbreiding casemanagement naar minder

Planning plan van aanpak moet gereed zijn. Eerste maatregelen bij CJG starten te implementeren

Verkenning afgerond Plan van aanpak opgesteld

Gereed 

Kwartaal 3 uitvoering van procedurele afspraken over hoogte beschikkingen, verlengingen en instroom gereed.

Kwartaal 3&4 versteviging preventieve veld en CJG.

Q3 Verkenning en plan van aanpak. Q4: Implementatie case management 2022: casemanagement op cliënten met

 

Casemanagement inzetten op kostenbeheersing; welke ondersteuning kan efficiënter en effectiever?

Bij complexe casuïstiek kan case management leiden tot een snellere en meer passende oplossing.

aan besparing op perceel 4 en 5. Investering in capaciteit casemanagement nodig: kosten hiervan ongeveer 70.000 euro per jaar (1 fte per jaar)

complexe casussen (bijv. 3 tot 15 trajecten), Q4 20 cases complexe casuïstiek geanalyseerd en zorg herijkt vanuit aansluiten bij kind en gezin en efficiënter inzet. Uitbreiding casemanagement naar alle cliënten met 4 of meer trajecten, 2022

meer dan 4 trajecten.

Pijler 3. Stellen financiële grenzen Maatregel Toepassen budgetplafonds, percelen 1 t/m 3

Beoogd effect

Toelichting

Investering/ besparing

Mijlpalen

Acties in Q2, 2021

Gereed

Voor 2021 € 417.000 euro. Oplopend tot ruim 3 miljoen in 2024 e.v.

Monitoren voortgang

Doorlopend

 

Aanbieders en CJG geïnformeerd over hoogte plafonds (Q1) Monitoring plafonds ingericht (Q2) Overlegcycli grootste aanbieders ingericht (Q2) Plafonds verwerken in verwervingstraject (Q2-Q3)

Onderzoek bevordering doorstroom vanuit KTC’s

Verlagen kosten KTC verblijf

Betrouwbare prognoses (*inclusief proces nafacturatie)

Betere kwaliteit van de (financiële) prognoses waardoor eerder en effectiever gestuurd kan worden

Door tijdige doorstroom te bevorderen voorkomen we onnodig lang verblijf van Velsense jongeren in KTC’s Door afspraken met aanbieders over tijdige facturatie en afspraken met CJG over inzet van reële toewijzingen zorgen we dat onze prognoses steeds betrouwbaarder worden. Hierdoor zijn we beter in staat om tijdig en effectief te sturen

Geen directe opbrengst. Wel betere sturing.

Geen directe besparing, wel betere sturing mogelijk

 

 

Onderzoek duurste cliënten/bronbestand (*zelfde maatregel as casemanagement, opbrengsten gelijk)

Voorkomen van stapeling van trajecten en kosten bij complexe casuïstiek

Door een analyse te maken van de allerduurste cliënten in de IJmond kunnen we bezien hoe de zorg en ondersteuning aan deze doelgroep effectiever en kosten bewuster kunnen worden.

Zie casemanagement.

 

Knelpunten in kaart gebracht(Q1) Advies opgesteld over de te nemen maatregelen (Q2) Plan van aanpak gereed (Q1) Financiële monitoring (basis) ingericht (Q1) Afspraken gemaakt met het CJG over de omvang van toewijzingen (Q2) Contact met aanbieders over tijdig factureren PDCA ingericht om overige onzekerheden/fluc tuaties te beperken (Q3) Onderzoek afgerond in april 2021 Inzichten verwerven hoe we het systeem beter kunnen inrichten rondom complexe casuïstiek Implementeren inzichten

Bepalen en uitwerken kansrijke maatregelen

Inzichten verwerven

Implementatie Q3 en Q4

Onderzoek financiële prikkels JBJR en JZ +

Betrekken JZ+ in de plafonds voor aanbieders die zich in perceel 1 t/m 4 bewegen

Verder transformatie van de zorg: meer ambulantisering ten koste van inzet JZ+. Meer kleinschalige woonvoorzieningen en hulp op maat.

Per client minder in de JZ+ een potentieel inverdieneffect van 50.000 tot 100.000 euro. Wel ten koste van hogere inzet in perceel 1.

Plan van aanpak met een aantal grote aanbieders gereed

Pijler 4. Beperken ongewenste effecten

Invoering voor een aantal aanbieders in 2021 (Parlan, Spirit?)

Plan van aanpak met aantal aanbieders gereed hebben

Uitrol over alle aanbieders later in 2022.

Invoering Q3 voor aanbieders die dit zelf kunnen bieden en zien zitten 2022 bezien of er bij plafond dus perceel 4 voor dit jaar kunnen betrekken.

Maatregel

Beoogd effect

Toelichting

Investering/ besparing

Mijlpalen

Acties in Q2, 2021

Gereed

Versterken ombudsfunctie

Klachten worden ten alle tijden opgepakt en gemonitord

Velsen heeft de klachtafhandeling zowel intern als extern voldoende georganiseerd. De gemeente verzamelt klachten over de gemeente zelf, maar er vindt geen centrale verzameling en monitoring van alle interne en externe klachten plaats binnen de gemeente. Daardoor ontbreekt er een totaaloverzicht van de klachten binnen het sociaal domein. De communicatie naar inwoners ten aanzien van

Investering van gemeente door versterking inzet (0,5 fte) klachten coördinator/ Beleidsadvies/ Contractmanagement Kosten: 40.000 euro

Bestuurlijke afstemming in de regio Versterking ombudsfunctie en communicatie.

Q3-Q4

Inzicht in aantal en aard van klachten verbeteren Communicatie over klachtenmogelijkheden en procedures verbeteren

 

Voorstel en plan van aanpak opgesteld(Q1) Bestuurlijke afstemming in de regio (Q2) Versterking ombudsfunctie en communicatie (Door 0,2 FTE extra) (Q2-3) Evaluatie en verbeterslag (Q4)

klachtmogelijkheden en procedures zal worden verbeterd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=2cbbf006-d6f9-420c-a06d-0257557e4f13