Verslag sessie Speel- en beweegplan 11 november 2021.docx
Tekst van het document
KORT VERSLAG VAN SESSIE 6 VAN 11 NOVEMBER 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen
Speel- en beweegplan H.M. Post M. Versteege M.T.G. Bok, S. Koppes, S.N.M. de Ruig, I.C. Van Turnhout F. Cornet, H. Demmers, M. Gemser, T. Rutte M. Steijn B. Diepstraten C. Kruidenberg D. van Drunen A. Stobbe (externe deskundige) zijn van bureau Speelplan W. de Bruijne (externe deskundige)
De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Geen van de aanwezige raadsleden wenst gebruik te maken van de rondvraag. Wethouder Steijn en mevrouw Kruidenberg geven een presentatie over het Speel- en beweegplan. De heer Bok (VL) hoorde veel over participatie. De inbreng vond de heer Bok leuk om terug te lezen. Groen komt op meerdere plekken in het document terug. Het inrichten van de plaatsen kwam echter niet veel meer terug in het document. De heer Bok wil aandacht vragen voor uitdagendheid en de klimaat- of weerbestendigheid. Het is belangrijk dat speelplaatsen toegankelijk zijn voor iedereen. Maar als je het toegankelijker wilt maken, mis je misschien weer wat uitdagendheid. Hoe zorg je dat het in balans blijft? De heer Koppes (VVD) werd het niet helemaal duidelijk uit de presentatie hoe de hoge staaf in een tabel precies in relatie staat tot de tabel. De heer Koppes vond het leuk om de verslagen te lezen, maar hij miste dat de jongeren in de andere kernen dan Velserbroek zijn betrokken. De heer De Ruig (D66V) las bij de staafdiagrammen dat behoud van plekken in 2022 een uitdaging zou kunnen worden. Is dat voor of na verrekening van de 20 plekken die sowieso al opgeheven zouden worden? Mevrouw Rutte (LGV) ziet dat er een financieel tekort is.
Als dit blijft, wat zijn daar dan de consequenties van? Mevrouw Kruidenberg (ambtenaar) geeft aan dat diversiteit en exclusiviteit niet tegenstrijdig hoeven te zijn. Je zult heel gericht moeten indelen en verspreiding moeten zoeken. Wat betreft de investeringen: als je veel tegelijk bouwt, zul je zien dat je na 10-15 jaar op je vervangingstermijn zit en dat je dan veel tegelijk moet vervangen. Heeft met de afschrijvingstermijnen te maken. De heer Koppes geeft aan dat het lastig is dat je op een hoge lijn zit, maar dat het geld er niet is. Wat betreft de vraag over het opheffen van de plekken: Deze ga je niet gelijk opheffen in verband
met de afschrijftermijn. Andres is het kapitaalvernietiging. En je gaat niet in één keer het geld vrijmaken voor de ambities. Het budget moet voor een deel gezien worden als investering en dus als vervanging. Er is een plafond voor investeringen van 350.000 euro. Op dit soort beleidsterreinen kan je de pieken dan ook niet gelijk opvangen, maar dit betekent niet dat je gelijk onveilige plekken hebt. Je zult moeten kijken hoe je je investeringen spreidt, stelt mevrouw Kruidenberg. De heer Koppes (VVD) vraagt of, als je op de korte termijn slim uitstelt, je op de langere termijn een buffer aan het opbouwen bent waar je niet meer tegenop kan investeren. Ben je het probleem niet aan het verplaatsen naar de volgende generatie? Wethouder Diepstraten geeft aan dat het financieel ingewikkeld in elkaar zit. Voor investeringen is er een maximaal budget. De staafdiagram die in de presentatie te zien is, is de totale opgave die ze hebben voor vervanging. De wethouder kan de raad nog een nadere uitwerking van de financiële uitdaging doen toekomen. De wethouder wil de raad meer inzicht in hoe het werk met investering versus afschrijven, voordat het naar de raad gaat als raadsvoorstel. De heer Koppes (VVD) wil niet dat er straks een onoverbrugbare uitdaging is met het investeren in speelplaatsen. Wethouder Diepstraten geeft aan dat hij dat ook niet wilt.
In de begroting ziet het er anders uit. Maar het is een uitdaging en de wethouder snapt de vraag goed. Mevrouw Gemser (PvdA) geeft aan dat de PvdA het belangrijk vindt dat kinderen kunnen veilig buiten kunnen spelen in de eigen wijk en uitgedaagd worden om te spelen. In sommige buurten kunnen ze meer worden uitgedaagd. Ook is het belangrijk dat speelplekken toegankelijk zijn voor alle jongeren, ook jongeren met een handicap. Wordt hier rekening mee gehouden? Hoe staat vergroening tegenover toegankelijkheid? Hoe wordt de toegankelijkheid van speelplekken gecontroleerd en zijn de doelgroepen hierbij betrokken? In het document komt naar voren dat de investeringspiek er volgend jaar is. Kan deze gespreid worden? De heer De Ruig (D66Velsen) geeft aan dat hij het voorliggende Speel- en beweegplan goed vindt en leest dat de inbreng van de raad erin is opgenomen. Wel zijn er een aantal punten waar nadruk op gelegd kan worden. Allereerst de toegankelijkheid en Inclusiviteit. Inclusiviteit en toegankelijkheid gaan vaak samen met een goede speelplek. Wellicht is hiervoor ook wel een rol weggelegd voor de Participatieraad. Het biedt daarnaast ook wel ruimte voor groen in de wijk. De heer De Ruig wijst dan ook op de motie die vorig jaar is ingediend over groen goed toegankelijk in de wijk.
Ook geeft de heer De Ruig mee dat ze liever meer kleinschalige speelgelegenheden hebben in de wijk, dan één centrale speelgelegenheid per wijk. Ook wil de heer De Ruig meegeven hoe ze het in Spanje doen: daar is het gebruikelijk dat ze in elk dorp een klein beweegpleintje is. Dat is een laagdrempelige manier om te bewegen. Mevrouw Van Turnhout (GL) sluit zich grotendeels aan bij de heer De Ruig. Ze geeft complimenten voor het voorliggende Speel- en beweegplan: ze ziet daar de inbreng van de sessies terugkomen. De inclusiviteit en toegankelijkheid vindt GroenLinks ook erg belangrijk. En dat niet alleen op plekken waar kinderen met een beperking wonen, maar ook waar ze niet wonen. Dit zodat kinderen makkelijker samen spelen. Bij Safe Streets is men druk bezig met de veiligheid van de speelplekken. Uitdagingen zijn er zeker, maar mevrouw Van Turnhout ziet vooral ook veel mogelijkheden.
De heer Bok (VL) geeft aan dat de participatie goed is gebruikt en uitgevoerd. Maar het moet ook goed ingezet worden bij het groen houden van de speelplaatsen. De heer Bok geeft het voorbeeld van de binnenhaven. De heer Bok benadrukt het belang van inclusiviteit en toegankelijkheid, zolang het elkaar maar niet in de weg zit. Ook haalt hij het voorbeeld aan dat er speelplekken zijn waar je na schooltijd niet mag hangen, terwijl het goede plekken zijn om te spelen. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat er nog wel een aantal zaken verbeterd kunnen worden aan het Speel- en beweegplan. Zo is de suggestie van de VVD over het opnemen van nieuwe en vernieuwende voorzieningen nog niet terug te lezen in het plan. De VVD heeft gepleit voor het toevoegen van een pumptrack. In het huidige lijstje vindt je de standaard mogelijkheden. De heer Koppes vraagt zich af of de gemeente überhaupt in staat is om de huidige ambities uit te voeren. In het kader van de participatie vraagt de heer Koppes waarom de kinderen met een beperking niet meegenomen zijn. Speelplekken die een grotere aantrekkingskracht hebben, moeten een centrale plek krijgen, dus moet goed gekeken worden wat je waar doet. De heer Koppes leest veel over een basketbalveld met maar één paal. Maar de heer Koppes ziet hier verder niets van terug in het plan.
De heer De Ruig (D66V) vraagt de heer Koppes of Right to Challenge een goed instrument zou vinden voor speelplekken. De heer Koppes vindt het een lastige; hij kent het vooral als instrument waarmee taken van de gemeente overgenomen kunnen worden. Hij is het eens met de insteek, maar weet niet of dit Right to Challenge heet. Mevrouw Demmers (FIJ) geeft complimenten over de inbreng van de kinderen: we doen het voor hen. Wel leest ze dat jongeren in IJmuiden veel overlast veroorzaken, maar ze leest niet wat er dan voor de jongeren gedaan wordt. Er zit wat dat betreft een mankement in het plan, stelt mevrouw Demmers. De verlichting in speelplekken vindt ze een goede toevoeging. Over het richtbedrag van 60.000 euro voor de buurtspeelplekken: dat vindt mevrouw Demmers aan de hoge kant. Ze vraagt zich af waarom dit bedrag zo hoog is. De heer Cornet (CU) geeft aan dat ook de ChristenUnie plekken voor spelen en bewegen belangrijk vindt. Er ligt een mooi plan voor. Het is goed dat ook gekeken wordt naar vergroening van de speelplekken. Schoolpleinen zijn meestal niet zonder reden afgesloten, omdat ze anders last hebben van overlast en vervuiling. Over het opheffen van speelpleinen en dat vervangen door groen in de wijk: de heer Cornet verwacht dat omwonenden goed worden betrokken.
En hoe zorg je dat het een leuk pleintje blijft? Mevrouw Rutte (LGV) geeft aan dat spelen voor ieder kind belangrijk is. De suggesties van de heer De Ruig over het goed uitdagen van kinderen en het waarborgen van inclusiviteit vindt mevrouw Rutte een goede. Ze dankt het ambtelijk apparaat voor de inzichten die het plan geeft, al is het op een aantal financiële punten zorgelijk. Wethouder Diepstraten dank voor het gedeelde enthousiasme, maar hoort ook een aantal kanttekeningen en suggesties. Toegankelijkheid, inclusiviteit en klimaatadaptatie gaan inderdaad hand in hand. Als dat nog niet goed is opgenomen
in het concept, is het belangrijk om dat iets beter te benoemen. Er wordt gesproken over beleid en nog niet over wat er precies per plek zal worden gedaan. Het is een kader dat de raad stelt over bewegen en spelen in de openbare ruimte, stelt de wethouder. Wethouder Diepstraten kan zich niet voorstellen dat de kinderen met een beperking niet zijn betrokken. Het opheffen biedt ruimte in de wijk; dat nemen ze mee. De wethouder snapt liever kleinschalig en meer in de wijk, maar het gaat uiteindelijk ook om keuzes maken. Je kunt niet alles tegelijk doen. De wethouder is toevallig met een initiatiefnemer in gesprek die rondom een speelplein een uitdagende speelplek wil organiseren. Als het met een andere partij is, ontstaan er nieuwe (financiële) mogelijkheden, stelt de wethouder. De wethouder stelt dat iets concreter in het beleid iets concreter de uitvoering van de participatie zal worden gedaan. Wat betreft het toevoegen van moderne middelen: pumptrack staat misschien niet vermeld, maar andere vormen zoals urban sports, wel. Ze vinden pumptrack misschien wat te beperkt. De VVD geeft terecht aan dat er financiële uitdagingen zijn voor dit beleid, stelt de wethouder. In het raadsvoorstel kunnen alternatieven opgenomen kunnen worden, zodat de raad in staat wordt gesteld om een weloverwogen keuze te kunnen maken.
Wat betreft het enkel vermelden van overlast van jongeren uit IJmuiden: dat kan aangescherpt en aangepast worden. Het richtbedrag per speelplein is een reëel bedrag, stelt de wethouder. Wethouder Steijn wil nog toevoegen dat de vergroening van schoolpleinen vaart begint te nemen. De verantwoordelijkheid voor de schoolpleinen ligt uiteindelijk bij de scholen. De gemeente is ook in overleg met het onderwijs hoe anderen van de (vergroende) schoolplein kunnen genieten. Daar ligt ook nog een uitdaging, stelt de wethouder. Wat betreft het betrekken van kinderen met een beperking: dat ligt in de uitvoering. Als we gaan beginnen, hebben we nog wat te doen, geeft wethouder Steijn aan. Mevrouw Gemser (PvdA) vraagt of er rekening wordt gehouden met volwassenen met een beperking. Wethouder Steijn geeft aan dat daar zeker rekening mee wordt gehouden. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat met een containerbegrip als urban sports je ook wat verduidelijking mee kunt geven. Wat zou nog mooier zijn als de ouder of zelfs de grootouders dezelfde sport kunnen beoefenen als hun (klein)kinderen, stelt de heer Koppes. De heer Koppes geeft aan dat gekeken moet worden naar vernieuwende, verfrissende concepten waar we zonder al te veel middelen slimme keuzes kunnen maken. De heer Koppes maakt zich nogmaals hard voor de pumptrack. De heer Koppes geeft nog de motie van de LGV aan over de beweegcontainer mee.
Wethouder Steijn geeft aan dat generatie overstijgende beweegplekken is waar ze heen willen. De sportcontainers lijkt mevrouw Steijn een goede. Wethouder Diepstraten geeft aan dat ze de inbreng van de raad meenemen en aan de hand daarvan het Speel- en beweegplan aanpassen, om vervolgens een definitief Speelen beweegplan aan de raad zullen voorleggen. De verduidelijking van de urban sport zullen ze meenemen. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is en dat het terugkomt in de raad.