Verslag sessie Ontwikkelingen jeugdhulp 18 februari 2021
Tekst van het document
KORT VERSLAG VAN SESSIE 1 VAN 18 FEBRUARI 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen
Ontwikkelingen jeugdhulp S. Smeets M. Versteege L. Aardenburg, P. van Deudekom, A.C. Eggermont, N. Korf, R.A. van Koten, L.G.Y. Ouderkerken, P. Stam, I.C. Stoelman, M.G.J.E. Vos-Vester, K. Wolfs, E.H. Zorgdrager-van Laar F. Blokland, F. Cornet, A.E.M. Duijn, H.C. Demmers, M. Gemser, T. Rutte S.Y. Dinjens N. Hermsen L. Loef
De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. De heer Stam wenst gebruik te maken van de rondvraag. Hij vraagt of de heer Dinjens al verder is gekomen sinds de vorige keer dat hij de vraag over Tata heeft gesteld. Daarnaast heeft een vraag over de zwarte sneeuw en Tata. De voorzitter verzoekt of de raad zich voldoende heeft kunnen voorbereiden op de verwervingsstrategie, aangezien de stukken later waren aangeleverd. Geen van de raadsleden heeft bezwaar tegen de behandeling hiervan. De ambtenaren en portefeuillehouder geven een korte presentatie over de ontwikkelingen rondom de jeugdhulp. De heer Stam (LGV) geeft aan dat LGV zich hoofdzakelijk heeft verdiept in de concept-verwervingsstrategie. LGV is ingenomen met het ambitieniveau. De combinatie van het ambitieniveau en de korte tijd om tot contracten te komen, is een zorgpunt van LGV. Is het allemaal binnen de gestelde tijd haalbaar? Een tweede zorg is dat er nog een hoop geregeld en afgesproken moet worden, geeft de heer Stam aan. Is het niet beter om via een echte prekwalificatie zicht te krijgen op de mogelijkheden die een aanbieder heeft en met wie ze samen gaan werken om het aan te bieden? Daarnaast zou de prekwalificatie duidelijkheid moeten bieden. De LGV zou een aantal aspecten vooraf vastgelegd willen zien.
Het is inmiddels bigbusiness geworden. Het laat geen ruimte voor onzekerheden. De LGV vraagt zich af of de inkoopkracht voldoende gekwalificeerd is om het op te kunnen nemen tegen het commerciële geweld. Dit omdat in Velsen al 134 contractanten zijn. Hoe is het zo gegroeid en hoe gaan wij voorkomen dat de verdere groei uitgesloten is? LGV realiseert zich dat er stevig ingezet dient te worden, maar als er twijfel over bestaat, halen we de bezuinigingsdoelstellingen wel? Daarnaast vraag de heer Stam welke elementen van grip er voor de contractering vooraf zijn opgenomen? LGV is blij dat de facturatie van 5 jaar na dato komt te vervallen. De heer Blokland (CDA) begint door aan te geven dat de stukken die voor de sessie zijn aangeleverd goed leesbaar zijn. Het CDA heeft een aantal aandachtspunten met als eerste de wachttijden. De heer Blokland vindt dat goed is geanticipeerd op het
betrekken van de aanbieders. Het CDA vindt het moeilijk dat het verminderen van administratieve lasten een van de opdrachten is, terwijl het voornemen bestaat om minder contractanten aan te nemen waardoor druk op de administratie komt te liggen. De verschillende partijen moeten elkaar tenslotte factureren, contracten aan moeten gaan, etc. Het strategisch partnerschap vindt de heer Blokland een lastige, omdat de gemeenten de financiers en de zorgaanbieders de contractanten zijn. Het is lastig om daarin een soort van gelijkwaardige relatie te laten ontstaan. De heer Stam (LGV) merkt op dat het in de praktijk goed werkt. De heer Blokland (CDA) geeft aan dat hij ervaren heeft dat de opdrachtgever uit de ivoren toren kan gaan regeren. Wat betreft het budgetplafond, zul je altijd zien dat als een overschrijding aan zit te komen, bestaat de kans dat de zorgaanbieder zorgstop inzet. Dit kan druk op de wachtlijsten zetten. Dat vindt het CDA een aandachtspunt. Wat het CDA nog mist: dit heeft ook met het strategisch partnerschap te maken; het CDA heeft goede hoop ten aanzien van het strategisch partnerschap, maar ondertussen is vanuit de overheid opgelegd dat er redelijke tarieven neergelegd moeten worden. De heer Blokland geeft aan dat het CDA het spannend vindt dat het aantal zorgaanbieders fors wordt teruggedrongen.
Hele goede specialisten zouden nog wel eens buiten de boot kunnen vallen, dus dat is een punt van aandacht. De heer Blokland is met met de heer Stam eens dat het een hoop zorgaanbieder zijn, maar het valt gelet op het feit dat het de gehele IJmond betreft nog wel mee. Daarnaast benadrukt de heer Blokland dat we geen expertise moeten verliezen. Wat betreft de opmerking van de heer Stam over de prekwalificatie: het viel de heer Blokland ook op dat het qua tijd wellicht wat krap is. Mevrouw Zorgdrager (D66V) geeft aan dat de raad wordt gevraagd om aandachtspunten. Mevrouw Zorgdrager wil vooral de zorgen uitspreken die D66Velsen heeft over de voorgenomen wijze van uitbesteden en de uitgangspunten. Ze lees in het budgetplan. Hoe komt dit er dan uit te zien? Er is nu een wachttijd van 5 weken voor er een intake plaatsvindt. En vervolgens is er een wachttijd van 3 maanden voordat de behandeling start. Mevrouw Zorgdrager vindt dat een ernstige zaak. D66Velsen geeft aan dat jongeren die depressief zijn, zichzelf beschadigen of een doodswens hebben direct doorgezet moeten worden naar een crisisdienst. Het plaatsen van een praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts zou daarvoor een goede stap zijn. Het verhogen van het budgetplafond: enkel zo’n plafond is niet genoeg. Hierbij is het echt nodig dat zorgaanbieders inzicht krijgen in het budget, zodat tijdig kan worden bijgestuurd.
Juist daarom is het belangrijk dat het contractbeheer en management goed op orde is. Daarnaast staat in de plannen dat er minder aanbieders komen. Mevrouw Zorgdrager vraagt zich af of bij de 40 ook de wijkteams of alleen de organisaties zitten die alle diensten aanbieden? Dan vindt mevrouw Zorgdrager 40 nog steeds veel. D66Velsen hoopt, gelet op het tekort, dat het Rijk met meer geld komt. Het is hard nodig, aldus mevrouw Zorgdrager. De heer Cornet (CU) dankt de wethouder en ambtenaren dat ze goed meegenomen worden in het proces. De heer Cornet merkt een aantal positieve zaken in de plannen op. De heer Cornet heeft bij de vorige sessie de volgende vraag genoteerd: krijgt de jeugd de hulp die het nodig heeft? We weten het niet. Een opvallende conclusie van het onderzoek is dat de stijging van het jeugdhulpvolume niet zozeer veroorzaakt wordt door een toenemende instroom, maar een achterblijvende uitstroom. Hoe wordt de gekeken hoe de aangeboden aanpak ook succesvol is? En
hoe ziet het college een onafhankelijke plek waar klachten terecht kunnen, zodat problemen in trajecten vroegtijdig worden gesignaleerd en opgepakt? Mevrouw Ouderkerken (VVD) heeft in de presentatie gelezen over het strategische partnerschap. Hoe wordt het integraal samenwerken gestimuleerd? En hoe borgen we de kwaliteit en zijn we bij monde om de kwaliteit van aanbieders te toetsen? Mevrouw Ouderkerken doet het deugd dat er ook gekeken wordt naar het terugvragen van geld met terugwerkende kracht. Maar binnen welke termijn verwachten we de afspraken? Is daar zicht op? Mevrouw Ouderkerken vraagt zich af of we de vraag voor jeugdhulp wel aan kunnen. We moeten hiervoor gesteld staan, stelt mevrouw Ouderkerken. Wat betreft de aandachtpunten: mevrouw Ouderkerken heeft eerder de suggestie gegeven om een benchmark te doen bij andere gemeenten om te kijken hoe die het doen. Is daar nog naar gekeken? Over de wijze van aanbesteding: is onze organisatie gesteld op de dialoog gerichte aanbesteding? En aan welke termijn moet ze denken wat betreft de contracten? En tot slot: heeft de wethouder inzicht in de cijfers en kan hij deze met de raad delen? Op verzoek van de heer Stam geeft mevrouw Ouderkerken aan dat er best vooraf strenge eisen mogen worden gesteld.
Mevrouw Wolfs (VL) begint met de vraag van de heer Stam en geeft aan dat Velsen Lokaal een predicatie belangrijk vindt, maar vindt het voeren van een dialoog ook een groot goed. Mevrouw Wolfs dankt voor de heldere stukken. Als we kijken naar de inhoudelijke in sturingsuitgangspunten, komt er een duidelijke wens naar voren om de jeugdhulp integraler en zoveel mogelijk in de eigen leefwereld van de jeugdige te organiseren. Maar hoe gaat je daar op sturen? Wat betreft aandachtspunten die ze missen: Velsen Lokaal kan zich vinden in het verhaal van D66 over het nadenken over het voorkomen van het oplopen van de wachtlijsten. Een wachtlijst van 3 maanden is zorgelijk. Ook het plan met praktijkondersteuners vindt Velsen Lokaal positief. Daarnaast maakt Velsen Lokaal zich zorgen over de grotere en mogelijk zwaardere vraag naar hulp. Velsen Lokaal wil ook aandacht voor het bevorderen van uitstroom. Dit zal een grote uitdaging zijn, aangezien het voor de coronacrisis ook een probleem was. Ook vraagt Velsen Lokaal om aandacht voor de mogelijk negatieve effecten van budgetplafonds. Mevrouw Wolfs benadrukt daarnaast nog een aantal zorgen naar aanleiding van de corona-quickscan, zoals mogelijke personeelstekorten. Mevrouw Gemser (PvdA) geeft aan dat de PvdA in de verwervingsstrategie een positieve ontwikkeling ziet. De PvdA denk vertrouwen in de sector belangrijk is.
Vroegsignalering is een belangrijk aspect, maar het veld moet dat doen. Het veld moet dan ook serieus genomen worden. Daarom is de nauwe samenwerking van de aanbesteders belangrijk; we hebben met z’n alleen hetzelfde doel. Wat wordt bedoelt met het verbinden van formele en informele zorg? Mevrouw Stoelman (GL) sluit zich aan bij de zorgen die mevrouw Zorgdrager (D66V) heeft gesteld, zoals de wachtlijsten en de effecten van corona op de jongeren. De druk op jongeren wordt steeds groter en de angst dat meer jongeren hulp nodig hebben neemt toe. Het dicht bij huis aanbieden van zorg vindt GroenLinks mooi, maar is het op dit moment haalbaar? En wat kunnen we doen om te zorgen dat geen jongeren tussen wal en schip vallen?
De heer Van Koten (PS) begint met de problemen die uit het landelijk onderzoek naar voren komen. Creëren we wel de oplossing die de problemen oplost: de heer Van Koten vraagt zich af of het een maatschappelijk probleem is of dat het een systeemprobleem is. Hij vraagt aandacht om daar op te letten. Ook zijn er problemen van financiële aard. De inzet van ‘boter bij de vis’ spreek de PS aan. Er staan in de verwervingsstrategie mooie uitgangspunten, zoals niet tekenen bij het kruisje. Je zult het toch met elkaar moeten doen. En moeten we dat vooraf nog beter screenen, vraagt de heer Stam. De heer Van Koten zet meer in op vertrouwen en de controlecheck tussendoor op hoe het loopt. De heer Van Koten daagt de wethouder om na te denken over wat er mis gaat in het systeem en wat de aandachtspunten zijn. Wat betreft de facturering kan bij de aanbesteding het op een eenduidige manier, zodat het ook weer een stukje makkelijker gaat. Mevrouw Demmers (FIJ) merkt op dat het vanavond veel over geld gaat. En te veel focus op geld komt de zorg niet ten goede. Als de kwaliteit omhoog gaat, gaat de uitstroom ook omhoog. Mevrouw Demmers kan zich vinden in de prekwalificatie van de aanbieders. Daarmee kan je al inzicht krijgen in de kwaliteit van de aanbieders.
Wethouder Dinjens geeft aan dat het vaak om geld gaat omdat we steeds aan het zoeken zijn over hoe we het gesprek meer over kwaliteit kunnen hebben. We willen het niet dichttimmeren, geeft de wethouder aan. Bij de eerste golf van corona was het alle hens aan dek. Toen bleef het uit; dat was tegen de verwachtingen in. We staan nu klaar, maar de tekenen zijn minder gunstig. Er zij ook signalen, ook van de eigen huisartsen, dat het ernstiger is. We zijn er klaar voor, maar we kunnen niet helemaal voorzien wat dat betekent, geeft de wethouder aan. Wat betreft het VNGen Rijk-traject geeft de wethouder dat er een stevige insteek is en dat de VNG er goed in georganiseerd in is. Een stevige insteek en er is ook veel actiebereidheid, ook onder gemeentebesturen. De exact volgende stap durft de wethouder niet te vermelden. Wat betreft de preselectie: het is belangrijk om te weten dat we al een preselectie doen. Het concept is tweetraps aanpakken, eerst met selectiecriteria over wat goede partners zijn om mee aan de slag te gaan. Vervolgens gaan we pas met de partners die geschikt zijn de dialoog aan. Dan heb je vervolgens de stabiele, stevige organisaties over en daarmee kan je het strategisch partnerschap mee aangaan. Wat betreft de consolidatie van de aanbieders geldt dat het slechte nieuws is dat er nog best wat werk aan de winkel is, geeft de wethouder aan.
Het goede nieuws is dat je je als vrijgevestigde geen zorgen hoeft te maken of je aan de bak komt. Ook werd het punt van de interne bureaucratie genoemd; daar maakt de wethouder zich ook zorgen om. Als de gemeente zich realiseert dat ze geen reële tarieven betalen, corrigeren ze dat. Daar willen ze verder met de strategische partners over praten. De vraag over de budgetplafonds, kan dat zomaar? Ja dat kan, dat is ingebakken in de huidige contracten. Daarmee zijn mensen niet verrast. Dat is vorig jaar onderzocht. De getallen die we voor ons zien, zijn realistisch en haalbaar, geeft de wethouder aan. Aan het neerzetten van de ombudsfunctie moet nog worden bijgeschaafd, dat wil de gemeente zorgvuldig opzetten. En het is nog de vraag hoe onafhankelijk je het kunt maken. Wat betreft de planning van de verwervingsstrategie: die is ambitieus. We bieden aan de partners genoeg gelegenheid om erop in te spelen. Gelukkig zijn er nog een aantal escapes, zo stelt de wethouder. Daarnaast benadrukt de wethouder dat het een misverstand is dat een in dialooggericht proces geen harde eisen gesteld kunnen worden. Uiteindelijk zijn wij opdrachtgever en gaan wij erover. Maar wij willen ook dat de opdrachtnemers
aangeven of het haalbaar is, stelt de wethouder. Wat gaan we doen als we de budgetplafonds dreigen te bereiken? Dan gaan we in gesprek, geeft de wethouder aan. Tot slot geeft de wethouder aan dat hij het eens is met de opmerkingen over het sturen op uitstroom. Dat gaat zeker terugkomen en we gaan er op sturen. Mevrouw Ouderkerken (VVD) herhaalt de vraag over het gesteld zijn en over haar punt over het inzicht in de cijfers. De heer Stam heeft nog de vraag over de bezuinigingen en het naar beneden halen van de budgetplafonds. Tot slot heeft de heer Stam een opmerking over de vrijgevestigden. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat de wethouder op de juiste plek zit op de knelpunten op te lossen. Wel had de PS nog vragen over de administratie van de zorgaanbieders; het is misschien handig om dat onder de gemeenten uniform af te spreken. De heer Blokland (CDA) sluit zich bij dit compliment aan. Hij heeft nog een vraag over de tien duurste cliënten in de regio. Wat gebeurt er met het onderzoek naar deze tien duurste cliënten? Wethouder Dinjens geeft aan dat de cijfers waar mevrouw Ouderkerken naar vraagt, die zullen met de raad worden gedeeld. Wat betreft de benchmarking geeft de wethouder aan dat een inkoopspecialist is aangetrokken met ervaring van elders. Ook zij hebben inzicht in de benchmarking.
Hoe gaan we wachtlijsten voorkomen en hoe gaan we daar vroegtijdig op sturen? Wachtlijsten zijn enigszins te manipuleren. Het is betrekkelijk. Het is een probleem, maar niet zaligmakend. We willen gaan sturen op doorstroom en uitstroom. Dat willen we straks gaan doen en op financiën. Dat moeten we continue doen. De wethouder hoort veel vertrouwen in de aanpakt, maar hoort ook dat het op een aantal zaken spannend is. De wethouder zal daar later nog op terugkomen zodra er een preselectiedocument is. Er zijn een hoop suggesties gedaan voor inhoudelijke criteria en de wethouder hoopt dat de raad, wanneer het onderwerp later bij de raad terugkomt, dit ook in de nadere uitwerking terugziet. De rondvraag wordt gehouden. De heer Stam heeft vorige week gevraagd naar de IJmondiale bijeenkomst over Tata Steel: is er al iets bekend? En is er al een reactie vanuit het college geweest richting Tata Steel in verband met de zwarte sneeuw? De wethouder geeft aan dat hij het antwoord op de vraag die de vorige keer is gesteld, nog verschuldigd is. Ten aanzien van de zwarte sneeuw heeft de gemeente kort contact gehad met de OD NZKG. Deze gaf tegenover Tata aan dat het niet de bedoeling is en dat erop wordt gehandhaafd.