CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag sessie Ontwikkelingen herijking jeugdhulp 13 oktober 2021

Sessies Schoonenbergzaal 13 oktober 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 19.30 - 21.00 uur Ontwikkelingen jeugdhulp3.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KORT VERSLAG VAN SESSIE 2 VAN 13 OKTOBER 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen

Ontwikkelingen herijking jeugdhulp S. Smeets M. Versteege R.A. van Koten, L.G.Y. Ouderkerken, I.C. Van Turnhout, K. Wolfs F. Blokland, F. Cornet, M. Gemser, M. Kwant, M. Rijkers S.Y. Dinjens A. Brix (ambtenaar) F. Veltkamp (ambtenaar)

De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Mevrouw Ouderkerken wenst gebruik te maken van de rondvraag. Het gaat om een vraag over de verkoop van het leegstaande pand van Levvel5. Wethouder Dinjens geeft een toelichting van de recente ontwikkelingen op het gebied van de jeugdhulp. Daarbij staat de wethouder stil bij de drie uitdagende bewegingen: de vraag blijft toenemen, de financiering vanuit het Rijk heeft er geen gelijke tred mee en de sturingsmogelijkheden zijn beperkt. Ingezet wordt op het lokale veld, op zeer sterke partnerschap met aanbieders en regionale verbinding met andere partners. Ook geeft de wethouder aan dat hij bij minister Dekker heeft aangedrongen dat er extra financiële middelen nodig zijn. De heer Brix (ambtenaar) geeft een presentatie waarin hij de aanwezigen deelneemt in de ontwikkelingen omtrent de jeugdhulp. Mevrouw Van Turnhout (GL) had al van mevrouw Ouderkerken het antwoord gekregen dat ouders niet in de gaten hebben dat een psycholoog naast begeleiding gestapelde zorg wordt genoemd. Hoe is het mogelijk dat ouders dat niet weten? Dat is ook wel begrijpelijk; het is wel lastig. De ombudsfunctie: dat is een klachtenregeling voor ouders als ze vastlopen in de zorg? Er zijn mensen die in de zorg werken die misschien zien hoe het anders kan.

Kunnen zij die ombudsfunctie ook gebruiken, vraagt mevrouw Van Turnhout zich af. Hoe kan het toch dat zoveel kinderen gebruik moeten maken van de jeugdzorg, dat vraagt mevrouw Van Turnhout zich elke keer af. Is hoe wij in de maatschappij met elkaar omgaan, het streven naar perfectie, niet een van de oorzaken? Dat lossen we politiek niet op, maar we moeten het er maatschappelijk ook met elkaar over hebben. Mevrouw Van Turnhout wijst nog de dyslexiezorg. Voor het voortgezet onderwijs krijgen scholen extra geld. Mevrouw Van Turnhout wilde meegeven dat er veel zaken zijn die invloed hebben en met geldstromen te maken hebben. Dat is niet altijd goed voor de kinderen. Mevrouw Gemser (PvdA) geeft aan dat de gemeenten de opdracht hebben om de jeugdhulp te organiseren. Als de eigen mogelijkheden geen oplossing bieden, moeten gemeenten en jeugdhulp de mogelijkheid bieden aan de jeugdigen om gezond op te groeien en de hulp te bieden die nodig is. Zijn we in veel gevallen niet te laat? Hoge wachtlijsten zorgen voor een hogere zorgvraag. Mevrouw Gemser wijst

naar project ‘Een thuis voor Noortje’. Is er al informatie over dit project beschikbaar? Er wordt gesproken over het preventieve veld, maar waar wordt dan op ingezet? We schrokken dat er geen aanbod was voor jeugdwerk. Wie vangt de eerste klap op in deze doelgroep? Kinderen die op straat zwerven hebben geen opties. Durven we te investeren om de heftige problematiek te ondervangen. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? We zijn blij dat we in de jeugdhulp stappen maken, maar we maken ons wel zorgen, stelt mevrouw Gemser. De budgetplatfonds mogen er niet voor zorgen dat jongeren geen zorg krijgen. Een van de problemen zou de overgang naar de Wlz zijn. De achterstanden bij het CIZ zijn zorgelijk. Wat kunnen we hier als gemeente aan doen? Er is een wetsvoorstel ingediend waardoor gemeenten niet langer hoeven te kiezen voor de economisch meest voordelige aanbesteding. Is dit wetsvoorstel op tijd voor onze aanbesteding? Mevrouw Wolfs (VL) hoort mevrouw Gemser zeggen dat er acht Noord-Hollandse regio’s onder toezicht zijn gesteld. Klopt dat en vallen wij daar ook onder? Mevrouw Wolfs schrikt van het gebrek aan kinderwerk. Velsen Lokaal vindt dat investeren aan de voorkant het credo zou moeten zijn.

Wat betreft de stapeling van zorg: als ouders het niet weten en we verstellen dat er stapeling van zorg is, hoe kan je daar dan op sturen? De heer Van Koten (PS) geeft aan dat het de taak was om inzicht te bieden in de voortgang. Dat is wat de heer Van Koten betreft goed gelukt. Wat gaat dat opleveren? Er moet zicht zijn op verwijzers. Kan er iets meer gedaan worden met de meerdere toegangspoorten? Er is weinig grip op, terwijl we er wel voor betalen. Zit er een hogere marge in bij ambulante jeugdhulp? En dat terwijl de aanbieders van complexe zorg juist tekorten hebben. De Wlz kom je bijna niet meer in, dus het effect is mogelijk een hele schuifpartij, aldus de heer Van Koten. Het is goed dat we het samen doen, zeker in verband met kostenbewustzijn. Maar we hebben ook tegengestelde belangen. Hebben klanten ook zicht op de geboekte producten? De heer Van Koten betwijfelt het. Mevrouw Ouderkerken (VVD) geeft aan dat het fijn is dat er overzicht is. Voor haar zoon kreeg ze bij de beugel ook een heel overzicht met alle stappen et cetera. Als u nu kijk naar waar het mis is gegaan en waar de knelpunten lagen, was het punt tijdschrijven. Hoe denkt de heer Van Koten te zorgen dat de zorg wel in staat zal zijn om een uitgebreide nota kunnen opstellen, vraagt mevrouw Ouderkerken.

De heer Van Koten (PS) geeft aan dat er veel wordt gescoord, maar dat er in de praktijk niet veel is gebeurd. Je mag er vraagtekens bij zetten. Je kan ook bedenken dat tijd schrijven dat er met tijdschrijven nog winst te behalen is. Je wil niet dat medewerkers alleen maar bezig zijn met tijdschrijven. Je moet er alleen wel zicht op hebben, om te informeren. Mevrouw Gemser vraagt wat de cijfers inzichtelijk maken. Is het niet nuttiger om te bepalen waar je het over hebt gehad? De heer Van Koten geeft aan dat je er wel achter kunt komen wat er is gebeurd binnen de financiële werkelijkheid. Het gaat uiteindelijk om het zicht krijgen op wat er gebeurt in een instelling. De ambitieuze aanpak, daar moet op worden ingezet en dat ziet de heer Van Koten wel gebeuren. Het wantrouwen zit ‘m in de marktwerking die er naar de opvatting van de heer Van Koten niet thuis hoort. Hoeveel complexe en ambulante klanten hebben wij en hoeveel geld staat daar tegenover? Het is een goede overweging waard om het terug te draaien.

De heer Blokland (CDA) heeft wel het idee dat ten aanzien van de doelstellingen men goed op weg is. De heer Blokland is benieuwd of er überhaupt kinderen zijn die tussen wal en schip vallen of zullen gaan vallen. In veel gevallen moet de zorg tenslotte op korte termijn ingezet worden. Er wordt gesproken over partnerschap met de zorgaanbieders. Hoe is de stemming onder de aanbieders? Zijn er ook aanbieders, waaronder de kleine ondernemers, die buiten de boot vallen? De heer Blokland is benieuwd naar de facturatie achteraf: hoe is dat nu? Dat was de vorige keren namelijk schrikken, stelt de heer Blokland. Het CDA staat achter de oproep van mevrouw Gemser over meer aandacht voor preventie. En wil de ouder weten dat er verschillende pakketten zijn? Het lijkt de heer Blokland twijfelachtig of de ouders dit echt willen weten. Als het maar goed voor het kind zal zijn. De heer Van Koten (PS) vraagt of een ouder het niet moet weten als hij zelf moet betalen. De heer Blokland geeft aan dat het dan wel het geval zal zijn. Ouders moeten het wel weten, maar ‘stapeling van zorg’ is een technische term. De heer Rijkers (D66V) geeft aan dat D66Velsen de noodzaak ziet van kostenbeheersende maatregelen. Maar D66Velsen zit wel met de budgetplatfonds. De heer Rijkers begrijp dat er relatief veel zorg onder de regionale inkoop valt en dat daarvoor een budgetplatfond geldt.

In hoeverre is dit budgetplatform dit afgestemd? En levert het complexiteit op voor zorgverleners. De heer Rijkers ziet dat er is ingezet op preventie en de uitstroom, maar je ziet ook dat de looptijd toeneemt. Is het verstandig om dan ook de budgetplatfonds in te voeren? Wat betreft corona: wat is precies de impact van corona op de zorgbehoefte bij jongeren? We weten dat het niet gaat meevallen. Kan je dan wel goed een begroting maken? Er is veel krapte op de arbeidsmarkt van de jeugdzorg. Het gaat geld kosten om mensen te werven. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? De heer Rijkers snapt kostenbeperkende maatregelen nodig zijn, maar vraagt zich af of het niet te snel gaan. Mevrouw Ouderkerken (VVD) is blij om te horen dat er een kwaliteitsmedewerker aanwezig is. Over de monitoring heeft mevrouw Ouderkerken wel wat vragen. De sturing is niet makkelijk, maar dat heeft ze al vaker gehoord. Daarnaast heeft ze enkel gehoord wat we willen doen, maar niet wat er gaat worden gedaan. Ze snappen dat sommige dingen drie maanden duren voordat het herleidbaar is. Maar als ze zinnen lees over zorgtoewijzing, heeft ze nog een aantal vragen. Is het plan van de wethouder om te monitoren en hoe lang duurt het dan voordat het geïmplementeerd is? Het verwijzersgedrag, wat doet dit? De zorgstapeling: wat is het effect daarvan? Mevrouw Ouderkerken haalt de benchmark aan.

Is dat inzake de monitoring gedaan? Er zijn veel manier om datagedreven te sturen. Is daar ook naar gekeken? Mevrouw Ouderkerken haalt de methodiek van haar eigen werk aan: als ze een opdracht deed, deed ze een intake, maakte ze een offerte op en ondertussen schreef ze tijd. Dat factureer ze ook. En als het project is opgeleverd heeft ze een evaluatie en dient ze de eindfactuur in. Het is een simpele methodiek, aldus mevrouw Ouderkerken. Is het mogelijk om zoiets te implementeren? En dan ook te zorgen dat de nieuwe methode ook doorleeft wordt door de juiste medewerkers? De heer Kwant (LGV) wil nog refereren aan de zorg die mevrouw Van Turnhout over de groei van de jeugdzorg. Die zorg deelt de heer Kwant. Voorkomen is beter dan genezen, stelt de heer Kwant.

De heer Cornet (CU) dankt nog voor de beantwoording van de raadsvragen over jeugdhulp en drugs. Preventie is ontzettend belangrijk. Het gaat met name over het preventieve veld. De heer Cornet heeft nog geen antwoord gehad over wanneer men tevreden zou zijn. Dat zou hij graag willen zien in de evaluatie van het beleidsplan. Goed om te zien dat er stevige maatregelen zijn ingezet om de uit de hand lopende kosten in te perken. Het afwegingskader wordt ingezet bij budgetplafonds. De heer Cornet kan zich voorstellen dat je het ook in een light vorm inzet bij iedere casus, dan kan het mooi als de start voor de monitoring dienen. Ziet de wethouder daar mogelijkheden voor? De heer Cornet deelt de zorgen van de heer Rijkers over persoon en personeelsverloop. Is alles wat betreft de financiële problemen boven water? Wethouder Dinjens begint met de inhoud: we gaan inzetten op preventie. Dat moet zich ook gaan vertalen in effecten. Dat vergt wat werk. We zijn in gaan zetten op kinderwerk. Een thuis voor Noortje: in het kader van de crisis bij Parlan, zijn we gaan kijken hoe we het precies gaan organiseren, daar is Een thuis voor Noortje bij gekomen. De raad is daar eerder over geïnformeerd, maar het is inmiddels verder ontwikkeld. We gaan steeds meer naar een set van afspraken waar we elkaar als regio’s aan kunnen gaan houden.

Wat betreft het interbestuurlijk toezicht: dat gaat over negen regio’s. In het kader daarvan wordt ook Een thuis voor Noortje ingezet. Daar heeft de wethouder ook met minister Dekker over gesproken. Het zou zinnig zijn als het Rijk ook daarover met kaders komt. Het spanningsveld zit tussen de ambitieuze doelstellingen en de risico’s die daarbij komen kijken. De wethouder doet z’n best, maar is uiteindelijk ook begrenst in zijn kunnen. De budgetplafonds zijn niet regionaal afgestemd. Dat leidt tot discussie. Er bestaat ook verschil op de impact van het jeugdbudget. Het verschilt per gemeente. Het is de wethouder een doorn in het oog, hij heeft het noodgedwongen moeten doen. Is de timing niet onhandig? Dat is de wethouder het met de heer Rijkers eens, maar hij moest dit nu doen. Worden mensen niet verrast? Dat heeft de wethouder zo veel mogelijk geprobeerd te voorkomen, mede door het vroegtijdig aan te kondigen. De heer Rijkers (D66V) vraagt: gaat de gemeente daar meer op zitten? De wethouder gaat verder. Gaan er kinderen tussen wal en schip vallen? De wethouder weet het niet, maar hij gaat zijn best doen om dat te voorkomen. De knel komt er nu aan. De wethouder verwacht het in de komende 6 á 9 maanden te gaan merken. Mevrouw Wolfs (VL) vraagt of er een prognose is voor hoeveel organisaties aan het eind van het jaar tegen de plafonds aanzitten.

Hebben we daar zicht op? Wethouder Dinjens kan met enige zekerheid zeggen dat het niet blijft bij de huidige 14, maar het is lastig inzicht te hebben hoeveel het er zullen worden. Hij maakt zich hard voor dat in de verwerving de een en ander is geregeld over de na-facturatie. Het kan wettelijk niet worden afgedwongen. Maar de wethouder wil er wel op inzetten dat het zoveel mogelijk voorkomen wordt. De heer Brix (ambtenaar) geeft aan dat de monitoring nu op basis van de declaraties is. Je kunt erop investeren; dat zich eerder op de relatie dan dat het afdwingbaar is. Er kan 5 jaar na dato nog gefactureerd worden. We hebben ingezet op een andere vorm van monitoren. Dat is om te zorgen voor een eerder, financieel adequaat inzicht. We kunnen dan veel eerder aan de start van het traject kapitaliseren. Het zorgvolume is nu op basis van 2019 vastgesteld. We hebben nog het uitgangspunt dat de regie ligt bij de ouders. Het budgetplafond is een manier om het te beheersen,

maar er gaat ook een signaal van kostenbewustzijn uit. Datagedreven sturing: de taaiheid zit ‘m in de kwaliteit van de gegevens die je hebt. Het is niet alleen het bouwen van het systeem. Het is ook belangrijk dat je goede data krijgt. De benchmark: we bekijken steeds ook naar de landelijke informatie. We moeten sturen in het hier en nu, dat maakt het lastig. Er is begin dit jaar een onderzoek uitgevoerd waar we nu nog op acteren. De voorzitter vraagt of er nog vragen openstaan. Mevrouw Ouderkerken (VVD) herhaalt de vraagt over het voorbeeld met betrekking tot de intake, offerte en facturatie. Ze is benieuwd hoe de wethouder en de andere deelnemers hierover denken. De heer Cornet (CU) geeft aan dat het goed aansluit bij zijn vraag over de intake en monitoring. Hij sluit zich graag bij de vraag van mevrouw Ouderkerken aan. Mevrouw Van Turnhout (GL) ziet dat in de zorg veel zakelijk moet worden gezien. Maar het komt veel bij zorgverleners neer. De heer Van Koten (PS) vindt het een goed vraagstuk, maar weet niet of het zo uitgewerkt moet worden. Zouden we het experimenteel kunnen doen met een soort van klantreis? Mevrouw Gemser (PvdA) geeft aan dat je de zorg niet moet verzakelijken. Dan kunnen de problemen en de kosten erger worden. Mevrouw Wolfs (VL) vindt het een lastig vraagstuk.

Hoe gaat de kwaliteitsmedewerker dit bij alle aanbieders implementeren? De vergelijking gaat mogelijk niet op omdat het om grote, logge organisaties gaan. Maar we moeten wel kijken hoe we het op een betere manier kunnen gaan sturen. Mevrouw Van Turnhout (GL) geeft aan dat het vaak gaat over het ‘laag hangend fruit’ vraagt zich af of de prioriteiten niet wel eens beter afgestemd moeten worden. De heer Cornet (CU) deelt de zorg dat het niet moet omslaan in papieren tijgers die alleen maar bezig zijn met tijd schrijven. Wellicht kan geleerd worden van de goed draaiende instellingen. Ook zou het grootschaliger aangepakt kunnen worden, dus dat je het regionaal of zelf landelijk aanpakt. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat het uiteindelijk gaat om hoe je de zaak bestiert. Je moet niet veel papieren tijgers krijgen. De heer Van Koten stelt een soort ‘Coolblue-methode’ voor. Je zou zorgaanbieders kunnen aanbieden om inzichtelijke en overzichtelijk de zorg aan te bieden. De heer Blokland (CDA) heeft nog niet zijn vraag over de verhouding tussen zorgaanbieders gehoord. Twee sessies geleden heeft de heer Blokland aangegeven dat de tien duurste cliënten een miljoen of meer kosten. Kan daar niet een project opgezet worden dat nog iets met die jongeren kan gebeuren? Wellicht kunnen we met andere methoden nog iets met deze jongeren doen.

De heer Rijkers (D66V) werd getriggerd door het zakelijk maken van de zorg: wellicht kan dat een oplossing zijn. Het gevoel dat de heer Rijkers heeft, is dat op korte termijn winst wordt gepakt maar op de lange termijn kosten worden gemaakt. Mevrouw Ouderkerken (VVD) is blij met de reacties. Ze wil ervoor pleiten om met elkaar te kijken wat meegegeven kan worden aan de wethouder. Wethouder Dinjens geeft aan dat de cruciale vraag is: wanneer zijn we tevreden? Wat is de normale gang van zaken? Dat zijn maatschappelijke vraagstukken. Dus ja, we moeten gaan kijken wanneer een traject succesvol is. En als je dat niet kan, kan je kijken naar andere trajecten. De wethouder denkt dan aan de Wlz. Zet het ook landelijk op de agenda, stelt de wethouder. De wethouder is het ermee eens dat de eerste vraag eerder moet worden gesteld; dat hoort thuis in de verwerving die nu gaat worden gedaan. Kunnen de aanbieders van elkaar leren? Ja, maar dat moeten we samen opzetten. Dat is ook precies waarom ze een dialooggerichte aanbesteding willen doen. Strikt genomen gaat de gemeente niet over organisaties in elkaar zitten, maar we willen er wel beter zicht op krijgen, stelt de wethouder. De stemming onder

aanbieders is doorgaans vrij goed. Maar het is ook voelbaar dat het een hele zware tijd is. Dat zet er af en toe wel druk op en daardoor is het af en toe ook wel spannend. De heer Brix (ambtenaar) geeft aan dat de aanpak van de duurste cliënten tot de set van aanpak hoort. We willen daar ook van leren, stelt de heer Brix. Een klantreis gaat ook ingezet worden, maar dan gericht op afschaling. De wethouder geeft aan dat wat inbesteden betreft je een mate van welke kosten eraan zitten en hoe je het verantwoord. Dat blijft feitelijk hetzelfde, stelt de wethouder. Als de wethouder de partners iets niet aan wil doen, is het weer een stelselwijziging. Mevrouw Van Turnhout (GL) vraagt nog over de tien duurste cliënten: vallen deze niet eigenlijk onder de Wet langdurige zorg? De heer Brix (ambtenaar) geeft aan dat hij geen zorgprofessional is, maar deze jongeren zou je onder deze wet kunnen scharen. Mevrouw Stoelman (GL) geeft aan dat we als maatschappij zouden moeten accepteren dat er mensen zijn die altijd zorg zouden moeten hebben. Dat vindt mevrouw Stoelman problematisch. Zaken zijn niet altijd maakbaar, benadrukt mevrouw Stoelman. De voorzitter concludeert dat de raad voldoende is geïnformeerd, maar merkt ook op dat er veel behoefte is vanuit de raadsleden om wat mee te geven. Wellicht dat in de volgende sessie daarmee rekening kan worden gegeven.

De rondvraag: mevrouw Ouderkerken geeft aan dat de vorige raadsvergadering is gesproken over het bedrag dat aan Levvel5 beschikbaar is gesteld. Er is toen geen tekstvoorstel voor een motie ingediend om samen met stichting de Opbouw te kijken of de locatie ingezet kan worden voor flexhuisvesting, zodat groepen met een urgentieverklaring gehuisvest kunnen worden. Volgens de wethouder en de raad was het toen nog te vroeg voor deze tekstwijziging. De VVD is verbaasd dat de Duin en Kruikbergweg 1 te Driehuis te koop staat op Funda. Heeft het college kennis genomen dat de locatie van Levvel5 te koop staat? En deelt het college de mening dat dit vreemd is, mede omdat er 850.000 euro gegeven is om de zorg te continueren. Ziet de wethouder kans om de 850.000 euro te verhalen? En wat het college doen richting stichting de opbouw? De wethouder heeft er kennis van genomen. De geruchten gingen al een week eerder in de rondte. De wethouder vindt de timing apart. Het is een zorg die de vorige raadsvergadering al besproken is. Er zijn nog veel vragen over. Wat betreft de wethouder gaat er na de herfstvakantie een collegebericht hierover uitgaat. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=f207bb20-d1c0-418b-9c10-cf6d5ec25f5b