Verslag sessie Beschermd Wonen 20 mei 2021.docx
Tekst van het document
KORT VERSLAG VAN SESSIE 4 VAN 20 MEI 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen
Uitwerking juridische samenwerkingsvorm Beschermd Wonen S. Smeets M. Versteege L. Aardenburg, A.C. Eggermont, M.M. Hillebrink, M. Koedijker, L.G.Y. Ouderkerken, H.M. Post, I.C. Van Turnhout, K. Wolfs F. Blokland, F. Cornet, A.E.M. Duijn, M. Gemser, T. Rutte M. Steijn R. Doeleman
De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Geen van de aanwezige raads- of steunfractieleden wenst gebruik te maken van de rondvraag. De heer Doeleman (ambtenaar) geeft een korte toelichting over de uitwerking van de juridische samenwerkingsvorm Beschermd Wonen. Mevrouw Duijn (PvdA) geeft aan de stukken uitgebreid en helder te vinden. Het is goed om als gemeente te kijken wat we onze inwoners die beschermd wonen nodig hebben aan kunnen bieden. Het gaat om een kwetsbare groep en we moeten ook rekening houden met de buurt waar beschermd wonen zou kunnen komen, stelt mevrouw Duijn. Met alle informatie die is gegeven, kan de PvdA zich in de vorm van een gemeenschappelijk orgaan vinden. We kunnen voldoende sturen. De ambtelijke belasting op het apparaat blijft minimaal. Op basis waarvan wordt de financiële verdeling straks gemaakt? Hoe wordt er sturing aan gegeven? We hebben met gemeenschappelijke regelingen wel eens te maken gehad met financiële tegenvallers, gaat mevrouw Duijn verder. Hoe groot zijn de verwachte tegenvallers bij deze vorm? Qua capaciteit is dit de meest veeleisende van de geschetste mogelijkheden.
Is deze capaciteit er ook? Hoe wordt er gekeken naar de doorstroomregelingen, zeker gelet op de schaatste op de sociale huurwoningvoorraad? Mevrouw Wolfs (VL) geeft aan dat ze vanavond hun input mee mogen geven over de verplichte doch paradoxale regionale samenwerking voor beschermd wonen. Ze beaamt dat zorgvuldig naar de omgeving moet worden gekeken. Met de keuze voor een gemeenschappelijk orgaan zetten we in om beschermd wonen zo dicht mogelijk bij huis aan te bieden. Dit sluit aan bij het rapport van de commissie Dannenberg: doe zo veel mogelijk lokaal. Als we deze inwoners op gaan vangen, zijn er meer mogelijkheden om zorg op maat voor onze inwoners te realiseren. Dat is positief, geeft mevrouw Wolfs aan. De voordelen die Velsen Lokaal ziet in het gemeenschappelijk orgaan is dat als we de eigen toegang zelf regelen en er voor de client maar één organisatie is. Dat is dichtbij en duidelijk. Daarnaast krijgt de gemeente meer zicht op de in- en uitstroom en is er maximale zeggenschap. De nadelen wegen niet op tegen de voordelen en wat Velsen Lokaal betreft gaat het
college met een gemeenschappelijk orgaan aan de slag, stelt mevrouw Wolfs. We moeten goede zorg en steun bieden aan onze kwetsbare inwoners. Mevrouw Van Turnhout (GL) geeft aan dat GroenLinks van oordeel is dat samenwerking in de regio van groot belang. Ze zien overeenkomsten met de aanpak van de ouderenzorg, daarom maken ze zich toch wel zorgen. Juist als mensen kwetsbaar worden en zelfstandigheid niet vanzelfsprekend is, is goede hulp juist van belang, stelt mevrouw Van Turnhout. We zien dat decentralisatie vaak een verkapte bezuiniging is die niet goed terug te draaien is. Dit zien we bij beschermd wonen ook. Hoe zorgt u voor voldoende woningen voor mensen met ambulante zorg? Hoe zorgt u voor een goede spreiding over verschillende woonkernen? GroenLinks ziet dat de druk op de verschillende woonkerken groot is, mede door armoede, dakloosheid, verslavingsproblematiek. We raken overbelast en kunnen de steun niet bieden, verklaart mevrouw Van Turnhout. GroenLinks wil benadrukken dat cliënten vaak een belast verleden hebben en dit ten grondslag ligt voor de problemen. Oplossing voor de woningen: zoeken in het herstel in het contact met de familie. Dat ziet GroenLinks echter als een stap terug in de tijd. Dit doet geen recht aan de cliënt en de familie.
Onderzoeken verklaren dat het in andere steden goed zou werken, maar ik zou iedereen uit willen nodigen om over 2 á 3 jaar te kijken hoe het gaat met alle betrokkenen. Ziet het college herstel van het contact als oplossing voor het beschermd wonen? Mevrouw Van Turnhout las dat GGZ-psychiaters alarm slaan dat gedwongen opnames ervoor zorgen dat uitkeringen van cliënten gestopt worden. Gevolg is dat cliënten met schulden naar huis gaan. Is het de gemeente bekend dat dit gebeurt? En komen deze situaties in onze gemeente voor? Is het mogelijk om maatwerk te verrichten om schulden te voorkomen? De heer Hillebrink (D66V) kan zich vinden in de juridische organisatievorm van het gemeenschappelijk orgaan en vindt dat de gemeenschappelijk orgaan goed tot zijn recht komt. Sommige taken kunnen efficiënter neer worden gezet. Op pagina 2 van de memo over beschermd wonen wordt aangegeven dat elke regio regionale samenwerkingsafspraken heeft vastgesteld en de governance goed heeft geregeld. In hoeverre moet voor deze datum de juridische samenwerkingsvorm zijn georganiseerd? D66Velsen zou meer inzicht willen krijgen wat onder het gemeenschappelijk orgaan wordt ondergebracht. Welke andere zaken worden het gemeenschappelijk orgaan gebracht? D66Velsen wil graag ook een aantal aandachtspunten meegeven.
Gezien de doorcentralisatie van beschermd wonen, dient de expertise zo lokaal mogelijk te worden georganiseerd. D66Velsen vraagt aandacht voor een veilige omgeving voor de cliënt in de wijk. D66V vindt dat ‘meten is weten’. D66Velsen vraagt dan ook aandacht voor de ontwikkeling van een dashboard. Gezien de controlerende taak van de gemeenteraad, is het goed om de raad later te informeren over de uitwerkingen van de gemeenschappelijk orgaan. De heer Blokland (CDA) geeft aan dat de notitie over de samenwerkingsvormen zeer helder is. Het CDA wil aandacht vragen voor de kwetsbare mensen in onze samenleving. Het CDA onderschrijft de ambities in de regio; de zorg moet zo lokaal en zo thuis mogelijk worden georganiseerd. De keuze voor een gemeenschappelijk orgaan lijkt het CDA een logische. Een vraag gaat over het nadeel van het gemeenschappelijk orgaan: de ambtelijke capaciteit. Het zou meer vragen. Het CDA is benieuwd of inzicht kan worden gegeven hoeveel capaciteit het meer zou vragen. En hoe kunnen we het financieel goed in de gaten houden. Het CDA is benieuwd bij
welke gemeente het financieel contractmanagement terecht komt, aangezien de Planning & Control bij één gemeente terecht komt. En hoe gaat men zorgen voor het langer thuis wonen? Er is een deel uit de budgetten gehaald omdat een deel van beschermd wonen naar de (Wet langdurige zorg) Wlz is gegaan. Nu blijkt dat de kosten uit de Wlz veel hoger is. Hoe gaat de overheid daarmee om? Laten we als gemeente alert zijn dat het niet ten koste gaat van het budget dat beschikbaar is voor gemeenten. Mevrouw Post (FIJ!) vindt het een heldere notitie en geeft namens Forza! aan dat het gemeenschappelijk orgaan de beste vorm is. Beschermd wonen: welke leeftijdscategorie is dat? En welke invloed heeft het op onze sociale woningbouw? Ik ga ervan uit dat deze mensen in de wijken worden geplaatst, maar welke. Worden de inwoners van de wijken goed geïnformeerd? Mevrouw Post haalt aan dat ze in het verleden ervaring heeft met dat ze door een privésituatie in het web van beschermd wonen terecht is gekomen en dat het destijds niet goed werkte. De heer Cornet (CU) geeft aan dat de stukken een goede en helder aanzet geven voor het gemeenschappelijk orgaan. Er wordt steeds meer ingezet op de kleinere woonvormen. Bent u het met ons eens dat we goede en betere zorg moeten blijven bieden? De ChristenUnie kan instemmen met de keuze voor het gemeenschappelijk orgaan.
Houden we de kennis en expertise in eigen huis? Of gaat die kennis naar de centrum/organiserende gemeente? Hoe is het nu verdeeld en hoe willen we dat in de toekomst zien? De ChristenUnie stelt dat deze kennis in huis gehaald of gehouden moet worden. Hebben we voldoende plekken voor beschermde werkplekken? Mevrouw Rutte (LGV) geeft aan dat ook LGV zich kan vinden in de oprichting van een gemeenschappelijk orgaan. Juist door het bij jezelf te houden, kan je beter sturen op de hoeveelheid en de duur van de voorzieningen. De vragen die ze hebben, gaan niet zozeer over de vorm van beschermd wonen, maar wel op de decentralisatie van beschermd worden. Mevrouw Rutte treft de maatschappelijke opvang niet meer in de stukken aan. Gaat dat onder deze vorm vallen of krijgen we daar later nog iets over te horen? Waar denkt het college aan bij financiële risicodeling? LGV vraagt zich af of de 5,5 miljoen euro of dat wel de kosten gaat denken. Is dit voldoende of is het een verkapte bezuinigingsvraag? De locaties die ondersteuning gaan bieden, brengen mogelijk een bepaalde druk op de wijk met zich mee. Wat LGV betreft moeten we dit spreiden. We moeten dan ook in alle wijken sociale woningbouw realiseren. Is het college het hiermee eens? Mevrouw Ouderkerken (VVD) geeft aan dat inwoners die een beschermd wonen plek nodig hebben, dat moeten kunnen krijgen.
Hoe voorkomen we dat Velsen structureel voor andere gemeenten opvang moet regelen, vraagt mevrouw Ouderkerken zich af. Hoe is de uitstroom geregeld? En is dit in de Woonvisie geregeld? Hoeveel locaties hebben wij in Velsen? De VVD vindt het belangrijk dat de locaties verspreid worden, om daarmee overlast te voorkomen. Ook vindt de VVD communicatie naar de inwoners van de wijken belangrijk. In het verleden is gebleken dat het niet heel succesvol is als het bij ons belegd wordt. In hoeverre zijn we er nu wel op voorbereid en voor gesteld? Worden de kosten van inwoners van andere gemeenten wel doorbelast? En is er een benchmark gehouden?
Wethouder Steijn dankt de aanwezige raadsleden voor de steun voor de keuze voor het gemeenschappelijk orgaan. De wethouder is blij met de input die de raad al heeft over de governance en de inhoud. We staan aan het begin en moeten het fundament goed neerzetten, stelt de wethouder. We gaan het oppakken, maar dat betekent niet dat we de expertise van het centrum in Haarlem loslaten. We halen al expertise uit Haarlem en dat bouwen we verder op. Het past binnen de capaciteit die we hebben, stelt wethouder Steijn. De wethouder hoort de zorg over je het gaat doen en de eventuele problemen in de wijk en het verspreiden over de wijken. Dat is precies wat ze mee zullen nemen: we zullen moeten zorgen dat over alle woonkernen voldoende sociale huurwoningen zijn. Er zijn ook zorgen over de beschutte woonvormend. Dat is iets wat nader onderzocht zal worden en waarmee ze bij de raad terug zullen komen. De begeleiding moet op orde zijn. De wethouder gaat verder: de financiële verdeling moet nog, nu we weten dat het een gemeenschappelijk orgaan wordt, nader uitgewerkt worden. De heer Hillebrink (D66V) stelt dat naast het beschermd wonen er ook specialistische voorzieningen neergezet moeten worden. De heer Hillebrink vraagt: hoe gaat Velsen dat regelen? Wethouder Steijn geeft aan dat in principe gebruik moet worden gemaakt van de specialistische locaties in Haarlem.
Niet elke gemeente kan dat in de eigen gemeente neerzetten, stelt de wethouder. De uitstroom naar reguliere woningen: dat zal samen met de woningcorporaties moeten worden opgepakt. De uitdaging is om de bestaande woningvoorraad te optimaliseren en woningen aan de voorraad toe te voegen. De wethouder is het eens met de opmerking over zorg op maat, dat hoort er zeker bij. Beter inzicht in de doelgroep is daarbij belangrijk. Het regionale expertiseteam komt er ook. Het is geen verkapte bezuiniging, benadrukt de wethouder. Het is echt een kans om mensen dichterbij huis te laten wonen en om als gemeentes er meer controle over te hebben. Het is niet de bedoeling dat de familie het zelf op gaan lossen, maar als ze het echt willen moet de mogelijkheid er zijn. Maar we zijn er alert op, stelt de wethouder. Wat betreft de actualiteit over het stoppen van de bijstand: in Velsen zijn er geen situaties bekend waarbij er problemen zijn ontstaan. Het wordt in Velsen via de bijzondere bijstand opgelost; daarmee kunnen we voorkomen dat schulden ontstaan. De dagbesteding willen we in Velsen goed geregeld hebben. De wethouder geeft aan dat ze de raad zullen blijven informeren over de voortgang. Daarnaast benadrukt de wethouder dat dit gaat werken. Ze nemen de opmerkingen over goede dagbestedingen mee voor de verdere uitwerking.
De risicodeling is een belangrijk aandachtspunt in het gemeenschappelijk orgaan. Wat betreft de benchmark: dat is lastig, want de decentralisatie is voor heel Nederland nieuw. Mevrouw Ouderkerken (VVD) geeft aan dat ze doelde of gekeken wordt naar het web waar mevrouw Post (FIJ!) het over had. De wethouder geeft aan dat ze daarom de raad ook in een vroeg stadium meenemen. Dat zijn aandachtspunten om mee te nemen. Er zijn kanscontractregelingen, dus het gaat stapje voor stapje, waarbij wordt gezorgd dat mensen kunnen uitstromen. Zoals het er nu naar uitziet, zijn extra fte niet nodig. Wat betreft de leeftijd: het is voor volwassenen. Jeugd valt onder een andere regeling. De heer Doeleman (ambtenaar) legt uit hoe het zit met de begroting van het gemeenschappelijk orgaan. De gemeente Haarlem blijft een vergoeding krijgen voor de huidige cliënten totdat deze zijn uitgestroomd. Haarlem zal dat overdragen aan het gemeenschappelijk orgaan. Daarnaast zijn er variabele kosten voor zorg,
beschutte en beschermde woonvormen. Voor de nieuwe cliënten blijven we bij de gemeenten. Het budget voor het gemeenschappelijk orgaan zal steeds minder worden en meer bij de gemeenten komen te liggen. We moeten de continuïteit van de zorg blijven waarborgen. Als we kijken naar de begroting, is er een tekort bij de maatschappelijke opvang van 3 miljoen euro. Dat wordt opgevangen door het overschot van beschermd wonen. Het is belangrijk dat dat tekort bij overgang naar het gemeenschappelijk orgaan, ook gedekt wordt. Wanneer de Wlz uitname groter is dan gepland, gaat dat uit het gedeelte van het historisch verdeelmodel. De heer Doeleman merkt op dat wat betreft de voorzieningen die ze nu in de gemeente hebben, dat het contact met de buren in de wijk vaak goed is. We moeten mensen niet stigmatiseren, aldus de heer Doeleman. Mevrouw Wolfs (VL) dankt de heer Doeleman voor de uitleg. Ze benadrukt dat technische vragen vooraf gesteld moeten worden en vraagt de aanwezigen om daar scherper in te zijn. De voorzitter is het hier mee eens, al liet hij enige ruimte gelet op de technische/juridische aard het onderwerp.
Mevrouw Ouderkerken (VV) vraagt: stel dat cliënt X vanuit een andere gemeente bij ons wordt geplaatst, krijgen wij daar dan geld voor of wordt het doorbelast op ons? De heer Hillebrink (D66V) leest dat een uitname van 30% van de Wlz wordt geschat, maar verneemt dat het veel hoger zou zijn. Is het in onze regio ook hoger dan 30%? De heer Hillebrink denk dat na 2023 mogelijk een tekort kan ontstaan en maakt zich hierover zorgen. Deelt de wethouder deze zorgen? Mevrouw Rutte (LGV) hoorde dat het tekort op maatschappelijk opvang via constructies met het gemeenschappelijk orgaan wordt opgevangen. Dat is nog niet helemaal duidelijk. Ze hoorde dat zwaardere vormen nog wel in Haarlem blijven bestaan. Hoe gaat dat precies uitgewerkt worden? De heer Blokland (CDA) vraagt hoe de keuze tot stand komt met betrekking tot het contractmanagement. De heer Blokland hoort veel vragen over de financiën en verzoekt of de antwoorden op de financiële vragen in een leesbare notitie verwerkt kunnen worden. De wethouder neemt de suggestie over om de financiële aspecten in een memo te verwerken: dat lijkt de wethouder een uitstekend idee. Alles wat scherp is – nog niet alles is scherp – zal in de memo meegenomen worden, stelt de wethouder. Contractmanagement wordt belegd in het gemeenschappelijk orgaan. De maatschappelijke opvang wordt nog niet gedecentraliseerd.
De planning is om dat over vier jaar te doen. Dat staat hier los van, stelt de wethouder. De heer Doeleman (ambtenaar) geeft aan dat de Wlz uitname in Velsen 40% is. Mevrouw Ouderkerken (VVD) verzoekt of minder gewerkt kan worden met afkortingen. De heer Blokland sluit zich daarbij aan. De heer Hillebrink (D66V) benadrukt het verzoek om de raad goed mee te nemen. De heer Hillebrink vraagt nog hoe realistisch ze verwachten dat het gemeenschappelijk orgaan op 1 januari 2022 is gerealiseerd.
Wethouder Steijn geeft aan dat ze bij elke stap die gezet gaat worden de raad goed zullen betrekken. De wethouder nodigt de raadsleden uit om bij de regionale bijeenkomsten over beschermd wonen aanwezig te zijn. De wethouder zegt toe de raad een memo toe te doen komen over wat er nu wel al bekend is. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbrengt en sluit de sessie. Toezeggingen: - De wethouder geeft aan de financiële aspecten in een memo te verwerken en te doen toekomen aan de raad.