CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag sessie Beleidskader participatie 25 maart 2021

Sessies Raadzaal 25 maart 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Beleidskader Participatie2.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KORT VERSLAG VAN SESSIE 1 VAN 25 MAART 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen

Beleidskader participatie S.N.M. de Ruig M. Versteege L. Aardenburg, S. Bart, A.C. Eggermont, B.J.J. Hendriks, N. Korf, R.A. van Koten, S. Smeets, I.C. Stoelman, J.C. Visser, M.G.J.E. Vos-Vester, K. Wolfs F. Cornet, A.E.M. Duijn, H.C. Demmers B. Diepstraten E. van ’t Hart M. Kolnaar N. van der Staay R. Palstra

De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Geen van de aanwezige raads- of steunfractieleden wenst gebruik te maken van de rondvraag. De heer Palstra (ambtenaar) geeft een presentatie over de instrumenten van de raad. De vraag die in deze presentatie centraal staat is: wat kan de raad zelf en wat heeft hij daarvoor nodig? Mevrouw Eggermont (CDA) geeft aan dat ze de opsomming goed vindt, maar merkt ook op dat het de fractie van het CDA opvalt dat de opkomst van bijeenkomsten teleurstellend is. Hoe komt het dat er weinig belangstelling is? Het CDA vindt het van belang om goed aan de inwoners duidelijk te maken wat de gemeente van de participatie verwacht. We moeten aan de voorkant aangeven wat de bedoeling is van zo’n inspraakavond. Mevrouw Eggermont geeft aan dat ze het mist dat ze in groepjes, fysiek in de raadzaal, met elkaar hierover kunnen spreken. De heer Palstra (ambtenaar) geeft aan dat het verwachtingsmanagement voor de gemeente belangrijk is. Het is cruciaal om inwoners te betrekken maar ook betrokken te houden, stelt de heer Palstra. Het is belangrijk om daarmee op één lijn te zitten als organisatie. Daarnaast is het belangrijk om in het beleidskader een éénduidige wijze van verwachtingsmanagement op te nemen.

Mevrouw Wolfs (VL) geeft aan dat ze zich bij de woorden van de heer Palstra aansluit. Ze geeft aan dat eerder al is aangegeven dat ingezet moet worden op het verwachtingsmanagement. Ze kan zich dan ook goed vinden in hetgeen mevrouw Eggermont aangaf. Het is belangrijk om je vooraf te bedenken wat het beoogd maatschappelijk effect is. De heer Palstra vraagt naar het beoogd maatschappelijk effect: hoe krijg je dat als raad helder? Mevrouw Wolfs beaamt dat dat een ingewikkelde is, maar geeft aan dat het belangrijk is om vooraf duidelijk te maken wat we met de participatie willen bereiken. De heer Smeets (D66V) zat bij een kennissessie over de Regionale Energiestrategie (RES), waar werd vermeld dat de ervaring is dat ze tijdens de coronatijd meer

mensen weten te bereiken. Door dingen digitaal te doen, hebben we ook nieuwe groepen kunnen bereiken, stelt de heer Smeets. Het zou een mooie ambitie zijn om het in de toekomst mogelijk hybride te kunnen doen. Het is voor sommige mensen een stuk laagdrempeliger dan een fysieke bijeenkomst. De heer Smeets werd gelukkig toen hij de motiemarkt zag staan; dit kan hopelijk snel gehouden worden. De heer Smeets wil meegeven dat bijvoorbeeld ten aanzien van het klimaatakkoord, de meerderheid van de raad participatie bij het college neer wilde leggen, terwijl D66 het graag in de raad had gezien. Misschien is het handig om te kijken als gemeenteraad wat de ambities precies zijn. De heer Palstra (ambtenaar) neemt de opmerking over ervaring met digitale participatie mee. De raad kan natuurlijk ook hybride werken tijdens een vergadering, stelt de heer Palstra. Dat kan ook tijdens bijvoorbeeld digitale sessies. Het is goed om de rol van de raad scherpt te hebben en te bedenken wanneer het stokje over kan worden gedragen, geeft de heer Palstra aan. De heer Cornet (CU) geeft aan dat bij de verschillende werkvormen, de voorspelbaarheid en daarmee het voorspellen van de uitkomsten lastig is. De verwachtingen kunnen per onderwerp verschillen. Bij het ene project kan het concreter worden aangegeven dan bij het andere project.

De heer Palstra (ambtenaar) geeft aan dat het participatiedoel wel concreet kan zijn, maar dat moet vooraf goed voorbereid worden. Het onderscheid moet gemaakt worden tussen de inhoudelijk complexe opgave en het participatieproces an sich. De raad heeft wel degelijk invloed op het verwachtingsmanagement. De heer Cornet beaamt dat het een leerproces is. Wethouder Diepstraten geeft aan dat verwachtingsmanagement een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Het college is bereid de raad daarin te ondersteunen en adviseren. Ook deze sessie is een samenspel tussen raad, ambtelijke organisatie en college, benadrukt de wethouder. Mevrouw Stoelman (GL) wilde inhaken op de wat de heer Smeet zei over mensen digitaal bereiken. Mochten we weer fysiek bij elkaar komen, wil mevrouw Stoelman het voorbeeld van Leidse tafels als suggestie meegeven. Dat is een project in Leiden, waarbij naar de inwoner gegaan wordt om ze mee te laten praten over wat er in de buurt gebeurt. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat het geen statisch proces is; het is een leerproces en een groeiproces. Het is ook de tijd om nieuwe dingen te proberen. Daarom zal er in het begin niet veel belangstelling zal zijn, maar we moeten er wel bij aanwezig zijn. We moeten van binnen naar buiten, stelt de heer Van Koten. Zoals D66 al meldt, is digitaal vergaderen een goede manier om buiten informatie op te halen.

Je kunt bij belangrijke thema’s het proces voorspelbaar maken door middel van bijvoorbeeld een bestuursopdracht. Hoe kunnen we burgers verleiden om mee te doen aan het samenspel? We hebben een eerste stap genomen met het raadsakkoord en verder gaat het stap voor stap. Bij raadsaangelegenheden kan participatie van de raad prima, maar bij collegeaangelegenheden minder, stelt de heer Van Koten. De heer Bart (LGV) zit vooral te denken aan praktische voorbeelden. Het doel van participatie is het voor de participanten goed te krijgen en je de gulden middenweg

krijgt bij de verschillende betrokken partijen. Mevrouw Wolfs (VL) geeft aan dat de heer Bart het lastige stuk met betrekking tot participatie aanspreekt: hoe krijg je iedereen tevreden? Volgens mevrouw Wolfs is dat een utopie. Je moet vooraf duidelijk zijn over dat het niet mogelijk is om iedereen tevreden te houden. De heer Bart (LGV) geeft aan dat het belangrijk is dat je ook begrip hebt voor elkaar. Mevrouw Stoelman (GL) geeft aan dat je duidelijk moet zijn over het proces en de verwachtingen. De heer Smeet (D66) geeft aan dat de kern van wat de heer Bart klopt; je wilt dat met participatie bereiken maar je kunt niet altijd iedereen tevreden houden. Je wilt zo veel mogelijk consensus, maar soms is dat gewoon niet mogelijk. De heer Palstra (ambtenaar) vult aan dat proceslegitimatie, zoals mevrouw Stoelman dat al aangeeft, belangrijk is. Mevrouw Eggermont (CDA) geeft aan dat vooral de terugkoppeling belangrijk is. Je moet duidelijk zijn waarom een bepaald besluit wordt genomen na participatie, stelt mevrouw Eggermont. De voorzitter rond het onderdeel over de instrumenten van de raad af. Wethouder Diepstraten geeft een inleiding over het beleidskader en wijkgericht werken. Mevrouw Kolnaar (ambtenaar) geeft vervolgens een presentatie over wijkgericht werken. Tijdens deze presentatie werd gebruik gemaakt van stellingen.

Stelling 1: Doelen van wijkgericht werken zijn: - Een gemeente die dicht bij haar inwoners staat - Meer inzicht in wat leeft en speelt in wijken/buurten - Stimuleren en faciliteren van initiatieven - Meer zeggenschap bij inwoners - Verbinding tussen gemeente, wijk en dorp Mevrouw Kolnaar geeft aan dat het erop lijkt dat de meerderheid van de deelnemers het eens is met de doelen. De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat hij één ding ingewikkeld vindt; als je de stelling zo neerzet, lijkt het alsof de wijk zijn eigen richting kan bepalen. Dat is geen volledig beeld, stelt de heer Hendriks. Er kan ook een groter belang van de gemeente zijn. De heer Hendriks geeft aan het niet te lastig vinden om zaken uit handen te geven, maar vindt het lastig om de wijk als een zelfstandig geheel te benaderen. De heer Cornet (CU) vult aan dat het belangrijk is om goede kaders te stellen. De heer Smeets (D66V) beaamt dit, maar hij ziet ook dat bij bepaalde projecten, zoals de Transitievisie Warmte, het wel op wijkniveau wordt opgepakt. De heer Bart (LGV) zou de volgorde, zoals gesteld in de stelling, veranderen. Als je mensen meer zeggenschap geeft over hun directe leefomgeving, zal de gemeente zelf ook zelf dichterbij komen. Als inwoners resultaat zien in hun omgeving, zullen ze ook sneller tevreden zijn, stelt de heer Bart.

Mevrouw Eggermont (CDA) vraagt zich af hoe je mensen benaderd zodat ze zich betrokken voelen. Mevrouw Kolnaar (ambtenaar) geeft aan dat ze inwoners wel benaderen, maar niet actief benaderen om te horen wat er leeft in de wijken. Wethouder Diepstraten geeft aan dat het belangrijk is dat je als gemeente goede kader stelt met betrekking tot wat je loslaat en wat juist niet. Daar moeten we goed aandacht voor hebben en een afweging over maken.

Stelling 2: Velsen wil meer prioriteit geven aan het wijkgericht werken. En dat betekent dat we onze aanpak willen intensiveren. De heer Van Koten (PS) stelt dat je meer samen zou moeten doen en dat zou moeten faciliteren. Als voorbeeld geeft de heer Van Koten de wijkfabriek in Haarlem. Mevrouw Wolfs (VL) vult aan dat Velsen Doet, naar voorbeeld van Ede Doet, een mooi voorbeeld zou zijn. De heer Bart (LGV) geeft aan dat hij Velsen Doet, waarover hij samen met de heer Bleekman (VL) een motie heeft ingediend, een goed initiatief vindt. Mevrouw Eggermont geeft aan ook veel nieuwe ideeën en initiatieven te hebben meegekregen tijdens de virtuele bustour. Wethouder Diepstraten benadrukt dat het in Velsen belangrijk is om de drempels te verlagen; er zijn nog te veel drempels. Het in één keer invoeren van een systeem als Ede Doet, zorgt niet dat gelijk alle drempels zijn weggenomen. Je moet dus nadenken over hoe je in gesprek gaat met de wijken en de verbinding tussen wijken en gemeente versterkt. Stelling 3: Wijkgericht werken is: 1. Het vergroten van zeggenschap van onze inwoners over hun directe leefomgeving (sociaal en fysiek); en 2. Het continu zoeken naar de best passende instrumenten en samenwerkingsvormingen om dat te bereiken.

Mevrouw Kolnaar (ambtenaar) geeft aan dat het erop lijkt dat ze met de stelling een goede poging hebben gedaan om het samen te vatten, maar ze ziet ook dat deelnemers mogelijk een derde punt toe te voegen hebben. De heer Bart (LGV) geeft aan dat zo snel mogelijk te willen beginnen. Mevrouw Wolfs (VL) geeft aan dat het belangrijk is om meer ruchtbaarheid te geven aan succesvolle initiatieven. Dat gebeurt nu nog te weinig, geeft mevrouw Wolfs aan. Mevrouw Eggermont (CDA) beaamt wat mevrouw Wolfs zegt en vult aan dat ook terugkoppeling over de resultaten belangrijk is. Hendriks (PvdA) wil zijn zorgen uitspreken over of wijkinitiatieven nou wel echt initiatieven zijn vanuit de wijk of maar een beperkt aantal mensen uit de wijk. Hoe voorkom je dat een wijkinitiatief een initiatief is van slecht een kleine groep inwoners? De heer Bart (LGV) geeft vouchers als een mogelijke oplossing. Wethouder Diepstraten geeft aan dat het ook met kaders te maken heeft. Wanneer een initiatief uit de samenleving komt, zal dat door de initiatiefnemers gedeeld moeten worden. Stelling 4: De gemeente wil de zeggenschap aan haar inwoners over hun directe leefomgeving vergroten. Daar hoort ook het doorschuiven van verantwoordelijkheden van de gemeente naar onze inwoners bij. De heer Cornet (CU) geeft aan het uitdaagrecht (Right to Challenge) een belangrijk punt te vinden.

Zeggenschap doorschuiven; dat zou het niet moeten zijn. Je draagt het over. Als er mensen zijn die het beter of slimmer kunnen, mogen ze de gemeente daarop uitdagen. Het is belangrijk dat daarvoor kaders komen, zodat inwoners ook die mogelijkheid krijgen. De heer Cornet zou het graag verder uit willen werken. Mevrouw Stoelman (GL) vind het een goed voorstel van de heer Cornet; initiatieven

vanuit de samenleving zouden er moeten zijn en wanneer het overgedragen kan worden, zou het overgedragen moeten worden. Wethouder Diepstraten zegt dat het uitdaagrecht wordt verankerd in de wet, dus inwoners gaan het krijgen. Maar het zit ook in de identiteit van de gemeente Velsen, stelt wethouder Diepstraten. De gemeente zal ondersteund worden door het ministerie van BZK en de VNG. De wethouder zou het gaaf vinden om het samen met elkaar te doen. De heer Bart (LGV) geeft aan dat hij veel positieve reacties krijgt op het idee van Ede Doet. De heer Bart is benieuwd hoe de rest van de raad hierover denkt. Mevrouw Wolfs (VL) geeft aan voorstander te zijn van Velsen Doet, maar ze heeft ook gehoord dat niet iedereen erop zit te wachten. Maar dat moet je ook accepteren; we doen het voor de mensen die het wel willen, stelt mevrouw Wolfs. De heer Smeets (D66V) kan zich vinden in wat de wethouder erover zegt. We hebben allemaal behoefte aan overheidsparticipatie, maar het middel daar gaan we later over praten. De heer Hendriks (PvdA) komt terug op het eerste onderwerp, waarin het ging over wat de raad nodig heeft. De heer Hendrik zou graag één punt willen toevoegen, namelijk dat als we een keuze hebben kunnen maken over de vorm van participatie, we moeten weten wat we moeten doen om inwoners te verleiden om mee te willen doen.

Wethouder Diepstraten geeft blij te zijn dat nog verder kan worden gesproken over het onderwerp, maar dat in aanloop naar de volgende sessie alvast het beleidskader zal worden geschreven. De voorzitter constateert dat nog niet alles over het onderwerp gezegd is. Hij concludeert vervolgens dat het onderwerp niet voldoende behandeld is en er een vervolgsessie komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=01dfe4a5-dc38-496c-bb09-5f08a77fb00a