Verslag sessie Beleidskader participatie 18 november 2021.docx
Tekst van het document
KORT VERSLAG VAN SESSIE 1 VAN 18 NOVEMBER 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen
Beleidskader Participatie L.G.Y. Ouderkerken M. Versteege A.E. Karateke, S. Bart, S. Koppes, N. Korf, H.M. Post, M. Sintenie, I.H.J. Sitompul F. Cornet, M. Rijkers B. Diepstraten M. Kolnaar E. van ‘t Hart
De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Geen van de aanwezige raadsleden wenst gebruik te maken van de rondvraagt. Wethouder Diepstraten geeft een korte toelichting over het Beleidskader Participatie. Het afgelopen jaar is uitgebreid met de raad, samenleving en betrokkenen gesproken over een nieuwe beleidskader. Het concept-beleidskader is aan de hand van de gesprekken met de raad en de laatste participatie aangepast. Wanneer de raad het beleidskader vaststelt, wordt daarmee niet alleen een periode met uitzoeken en experimenteren afgesloten, maar ook de start van een nieuwe periode waarbij invulling wordt gegeven aan goede participatie. Dan kunnen raad, college en organisatie met oog voor alle belangen goede besluiten nemen, zo stelt de wethouder. De heer Bart (LGV) geeft aan dat het lastig is om als gemeente participatie te omhelzen en uit te voeren, vandaar dit beleidskader. Wat de LGV aanspreekt is meer ruimte geven aan initiatieven uit de samenleving. De heer Bart haalt het voorbeeld van pagina 28 aan, het experimenteren met vouchers. De heer Bart heeft zijn twijfels over het uitdaagrecht. In de vouchers zit veel potentie. De heer Bart is enthousiast over het idee met vouchers, dat inwoners naar een website gaan en vouchers in kunnen zetten voor een idee.
De heer Cornet (CU) geeft aan dat de ChristenUnie graag ziet dat de inwoners van Velsen zelf zoveel mogelijk verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen en samen met anderen en de overheid de zorg voor de samenleving oppakken. De gemeente moet op haar beurt openstaan voor initiatieven van inwoners, vooral als het over het algemeen belang gaat. Het gaat dan om een overheid die meedenkt, participeert, drempels verlaagt en faciliteert. Daarnaast ziet de ChristenUnie het belang van de wijken; inwoners van de wijken moeten zo goed mogelijk worden betrokken bij zaken die hun wijk raken. Ze zien in het beleidskader deze zaken goed terug. Ook over het uitdaagrecht is de heer Cornet enthousiast. Dat zorgt dat de overheid dichter bij haar inwoners komt te staan, stelt de heer Cornet. Het voorstel van de heer Bart over de vouchers vindt de heer Cornet een mooi voorstel. De heer Cornet geeft aan dat het beleidskader helpt om overheid en inwoners dichter bij elkaar te brengen en de inwoners aan het stuur te zetten. De heer Cornet vond de
definitie van participatie op pagina 9 nogal beperkt. Wellicht kan de definitie iets opgerekt worden. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat er een lang traject is gelopen. De VVD is ook niet over alle aspecten even enthousiast, maar ook dat hoort bij het democratisch proces. De VVD vindt het van belang dat de keuzes goed aansluiten bij de behoeften. Laten we het gewoon maar eens gaan doen, stelt de heer Koppes. De heer Koppes doet het voorstel om elk jaar een jaarverslag op te stellen over de gelopen participatietrajecten, wat de leer- en verbeterpunten zijn en de zogeheten ‘best practices’. Dit moet wat de VVD betreft niet een geheel eigen organisatieonderdeel worden: het kan ook slim georganiseerd worden binnen de eigen organisatie. De heer Rijkers (D66V) geeft aan dat D66Velsen blij is dat er een nieuwe beleidskader participatie komt. De heer Rijkers geeft aan dat als je het beleidskader leest, het lijkt alsof het goed gaat. Maar als hij de samenvatting leest van de gesprekken, leest hij iets anders. De heer Rijkers haalt een citaat van de Participatieraad aan: “Participatie zit hem niet in het DNA van de gemeente. Er is geen structuur, geen proces, noch gewoonte om participatie soms te geven. De werkwijze is ad hoc en voelt soms als een verplicht nummer.” D66Velsen vindt het belangrijk dat er een realistische stand van zaken wordt gesteld.
De heer Rijkers mist in het document nog wat er geleerd is en er ontbreekt nog een levend document. In de planning leest de heer Rijkers dat de raad wordt geïnformeerd over impactvolle projecten: wordt dat ook geëvalueerd? De kwaliteitscriteria: er moet aandacht zijn voor ondervertegenwoordigde groepen. Wat D66Velsen is er meer nodig dan enkel aandacht, het vraagt ook een extra inspanning. Dat kan beter opgenomen in het beleidskader, door het bij de intekentafels dat expliciet op te nemen. De heer Rijkers snapt de koppeling met de verklaring van geen bedenkingen niet heel goed. Waarom is nu een andere keuze gemaakt dan eerder werd aangegeven? Op pagina 6 leest de heer Rijkers een stukje over crowdfunding, waarbij de uitstoot van Tata als een goed voorbeeld wordt genoemd. De heer Rijkers twijfels of dit wel een goed voorbeeld is, omdat het meer uit wil en dank is ontstaan. D66Velsen vindt dat er in het beleidskader een hoop goede dingen staan en kan niet wachten om met het beleidskader aan de slag te gaan, maar het moet wel met realistische verwachtingen, vaste momenten om het systematisch te evalueren en we moeten zorgen dat iedereen kan deelnemen. De heer Korf (VL) geeft aan dat Velsen Lokaal erg blij is met het beleidskader dat nu voorligt. Als je terugblikt op de afgelopen jaren, zie je dat participatie tot wasdom komt.
Met dit beleidskader wordt een mooie stap gezet met de kaders die gesteld worden, stelt de heer Korf. Het biedt het houvast en de steun die de raad nodig heeft. Ook de rol van de inwoners wordt duidelijker. Er is veel geleerd over participatie de afgelopen jaren. Het idee van de vouchers vindt de heer Korf een goed idee; binnen het beleidskader is er meer ruimte aan de wijken en de eigen initiatieven. Hoe gaan we alle doelgroepen vertegenwoordigd zijn in een participatietraject? Daar ligt nog wel een uitdaging, merkt de heer Korf op. Het gaat erom dat de ambtelijke werkelijkheid niet meer centraal staat, maar de werkelijkheid van de inwoners. Het door de VVD voorgestelde jaarverslag is een prima voorstel, daar sluit Velsen Lokaal zich graag bij aan, stelt de heer Korf.
De heer Sintenie (CDA) geeft namens het CDA een groot compliment aan de opstellers van het concept-beleidskader. Het is een mooi voorbeeld van hoe participatie tot iets moois kan leiden. Uitganspunten en praktijk kunnen wel anders uitpakken. De heer Sintenie haalt een passage over Wijkplatforms aan: de heer Sintenie weet dat de wethouder er alles aan gelegen is om de wijkplatforms een nieuw leven in te brengen. Helaas is in Velsen-Noord het wijkplatform gestopt met de activiteiten omdat ze teleurgesteld zijn in de gemeente. Wat gaat het college eraan doen om het vertrouwen terug te winnen en de wijkplatforms eventueel weer te activeren? De heer Sintenie haalt de drie niveaus van participatie aan en leest dat informeren geen niveau van participatie, omdat men altijd informeert. De heer Sintenie geeft aan dat het ondanks alle goede bedoelingen, mis kan gaan in een participatietraject. Wat is er misgegaan in het proces met de woontoren voor migranten in Velsen-Noord? De heer Sintenie vindt het idee van de vouchers en het jaarverslag een goed idee. Ook is de heer Sintenie het eens met de heer Rijkers wat de signalen van de Participatieraad betreft. De heer Sitompul (GL) geeft aan dat ook GroenLinks het een uitstekend stuk vindt. De kaders zijn helder en het is een lezenswaardig stuk geworden. GroenLinks herkent de in eerdere sessies vermelde punten terug.
De heer Sitompul verwijst graag naar de aanbeveling van de Participatieraad: dit zijn goede aanbevelingen, dus de heer Sitompul zou graag willen zien dat deze meegenomen worden. Het is een cyclisch proces, laten we het evalueren, stelt de heer Sitompul. De informatievoorziening is heel belangrijk. De ambitie kan wel wat hoger, wat GroenLinks betreft. De gemeente streeft naar excellentie, dat haalt de heer Sitompul ook uit het stuk. De kader zijn er, nu de uitvoering nog. Het idee van vouchers vindt de heer Sitompul een goed idee. Het uitdaagrecht: dat is wat GroenLinks betreft een mooi instrument om in te zetten. Mevrouw Post (FIJ) geeft aan dat er al veel gezegd is. Er moet meer zeggenschap naar de wijken en inwoners moeten aan het stuur, dat is goed. Helaas mist mevrouw Post terugkoppeling over Parkenpraat. Forza! vindt de nota goed en is akkoord, maar Forza! is geschrokken van de inbreng van de Participatieraad. Het college zou aandacht moeten geven aan de aanbevelingen. Het voorstel van de VVD over het jaarverslag en het voorstel van de LGV over de vouchers vindt mevrouw Post goede voorstellen. De heer Karateke (PvdA) geeft aan dat participatie een dynamisch proces is. Een beleidskader participatie kan dan ook nooit echt af zijn. De kaders die nu gesteld worden zijn een goede stap vooruit.
De trajecten moeten gelijk geëvalueerd worden: dan gaat het lerend vermogen ook omhoog. De PvdA vindt dat iedereen mee moet kunnen doen. Groepen die minder goed mee kunnen doen, moeten ook bereikt worden, stelt de heer Karateke. Het voorstel van de heer Bart over de vouchers, lijkt de PvdA ook een goed idee. Het voorstel met de jaarlijkse terugkoppeling van de VVD, zou de PvdA ook graag terug willen zien. Verder ziet de PvdA goede ambitie en ze zien de uitwerking graag tegemoet. Wethouder Diepstraten dankt de raad voor de constructieve inbreng en herkent zich in de gemaakte opmerkingen. We zijn er met dit kader nog niet , in de uitvoering valt nog veel te winnen, stelt de wethouder. De heer Bart doet terecht een pleidooi voor het vouchersysteem; dat ondersteunt de wethouder. Het voorstel is om in de
uitvoering te gaan experimenteren, maar het zal nog wel een financiële uitdaging zijn. De wethouder snapt de vraag over de volledigheid van de definitie: mocht de raad daar nog iets aan willen wijzigen, is de suggestie dat de huidige definitie een goede. De huidige definitie beschrijft het instrument participatie goed, communicatie omvat het geheel. In het beleidskader wordt evaluatie ook benoemd. We willen het best scherper benoemen, het idee van de VVD wil de wethouder omarmen. Elk participatie proces willen en moeten we evalueren, stelt de wethouder. Slim organiseren, daar is de wethouder het ook mee eens. De wethouder is het niet met het citaat – “participatie zit niet in het DNA van Velsen” – eens. Het gaat vaak juist om de uitvoering. En het heeft ook met het managen van verwachtingen vooraf. De heer Rijkers (D66V) vraagt of mogelijk niet verkeerde verwachtingen gewerkt kunnen worden. De wethouder geeft aan dat er zeker nog veel te leren valt, maar hij is het niet met het volledige citaat eens. Het zit wellicht nog niet voldoende in het DNA van Velsen, maar we hebben de afgelopen jaren veel geleerd, stelt de wethouder. Er valt ook nog wel voldoende te leren. Het verschilt per deel van de organisatie: bij het ene deel is gemeengoed, bij het ander een verbeterpunt.
De heer Van ’t Hart (ambtenaar) geeft al aan dat het bij het commentaar van de Participatieraad vooral gaat om zaken die in het sociaal domein spelen. De afgelopen jaren is er veel evening opgedaan met trajecten die de openbare ruimte betreffen. Het klopt dat daar nog veel te leren valt. De Participatieraad is vaak betrokken bij het beleid, maar er wordt gezocht hoe ze beter betrokken kunnen worden bij de praktische uitvoering. Wethouder Diepstraten vervolgt. We gaan werken aan een handboek, een verordening voor participatie en een uitwerking van de intekentafels, stelt de wethouder. Het is lastig en complex om alle doelgroepen te bereiken, maar de wethouder vindt wel dat de gemeente hard moet werken om ze beter te bereiken. De wethouder wil hier graag met de raad over in gesprek wanneer ze het gaan hebben over de uitvoering en de verordening. Wat betreft de financiën: we hebben het zo gedaan dat alles binnen de begroting past. Alles wordt gedekt door bestaande budgetten. De projectleiders die voor ons werken, die maken ook participatieplannen indien er sprake is van participatie. Wellicht kan zo’n participatieplan een keer met de raad worden gedeeld. Veel wat de raad nu vermeld, komt grotendeels tot uiting de participatieverordening. De uitdaging die zo goed mogelijk moet worden ingevuld is het zo goed mogelijk bereiken van alle groepen.
De situatie in Velsen-Noord gaat de wethouder aan het hart. Als reactie is een brief naar het wijkplatform gestuurd, een kopie van deze brief komt ook naar de raad. Als het gaat om initiatieven van derden, moet het beter, stelt de wethouder. De gemeente en de initiatiefnemer hebben steken laten vallen als het om de communicatie ging. De inhoudelijke discussie over arbeidsmigranten, ligt bij de portefeuillehouder van dat onderwerp. Uiteindelijk vindt het college wijkplatforms belangrijke partners. De gemeente doet echt zijn best om de participatie zo goed mogelijk in te vullen. Je kunt altijd over de inhoud van mening verschillen. Worstelingen in de uitvoering zullen er altijd zijn, stelt de wethouder. Dat we het nog niet excellent doen, betekent niet dat er niet veel geleerd wordt. De wethouder haalt het collegebericht over Parkerpraat aan. Mevrouw Kolnaar (ambtenaar) reageert over de verplichte participatie in de Omgevingswet en het simpele model in het beleidskader. Mevrouw Kolnaar geeft aan dat naar aanleiding van de discussie in de raad, op dit moment voldoende helder
kan worden gemaakt wat het betekent om aan te sluiten bij het adviesrecht. Dat adviesrecht ligt als het goed gaat over twee maanden voor aan de raad. Er is nu gekozen voor de meest simpele manier. We gaan niet over de vorm en niet over de mate, stelt mevrouw Kolnaar. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) geeft aan dat de ambitie is dat derden vanaf het begin kunnen signaleren en dat het snel openbaar gemaakt wordt, zodat je snel in kunt zien welke signalen er zijn vanuit de wijken. Je zit veel meer in het voortraject en komt voor minder verrassingen te staan in de wijk. De heer Koppes (VVD) vraagt zich af wat de financiële uitdaging is voor de vouchers. Stem je met dit kader dan ook in met deze financiële uitdaging? Wethouder Diepstraten geeft aan dat met dit beleidskader dat systeem niet wordt ingevoerd, maar de wethouder vindt het idee heel erg sympathiek. Ze willen initiatieven verder stimuleren en in de toekomst willen uitwerken hoe zo’n vouchersystem eruit komt te zien. Maar dit betekent niet dat ze het gelijk gaan doen; er hoort namelijk budget tegenover te staan. De heer Karateke (PvdA) herhaalt dat ze meegeven dat iedereen mee zou willen doen en hoorde de wethouder een handreiking te willen doen door de moskeeën te betrekken. Dat lijkt de PvdA een goed idee, maar dan zijn ze er nog niet: de moskeeën vertegenwoordigen natuurlijk niet alle doelgroepen.
De heer Karateke zou druk willen zeggen over de jongeren. De heer Karateke werd geprikkeld door de opmerking dat de organisatie eerder bij initiatieven vanuit de samenwerking betrokken willen zijn. Dat lijkt de heer Karateke lijkt dat zinvol, maar bij elk traject lastig. Gaat dat generiek gebeuren of door middel van maatwerk? De heer Cornet (CU) heeft naar het VNG voorbeeld gekeken voor de definitie voor participatie. Hij zou het mooi vinden als de definitie wat meer wordt opgerekt. De heer Bart (LGV) begrijp dat ook de VVD enthousiast is over de vouchers. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat dat klinkt als gratis geld strooien. Maar wat ga je ermee oplossen? Dan is de VVD enthousiaster over het uitdaagrecht. Voor de vouchers moeten ook nog kaders gesteld worden. De VVD is niet enthousiast voor zover het geld gaat kosten en niets extra oplevert. De heer Bart (LGV) geeft aan dat het wenselijk is als er geld ingezameld wordt en dat inwoners daar inspraak in hebben. Daar zijn wel kaders aan gebonden, stelt de heer Bart. De heer Bart haalt het voorbeeld van Ede Doet! aan en vraagt zich af hoeveel initiatieven er zijn geweest in Velsen en hoeveel daarvan zijn geslaagd. De heer Cornet (CU) geeft aan dat hij open staat voor het idee, maar hij deelt de opvatting dat het geen gratis geld moet zijn.
De heer Rijkers (D66V) begint door te stellen dat in het beleidskader de evaluatie goed geborgd zou moeten zijn. Hij geeft aan dat het deel van de vouchers een stukje uitvoering is. Het valt de heer Rijkers op dat er altijd ideeën zijn voor nieuwe pilots, maar de heer Rijkers wil aangeven daarvoor waakzaam te zijn en als gemeente overwogen keuzes te maken. De heer Sintenie (CDA) komt terug op de Participatieraad en het sociaal domein. Er is veel aan gelegen om participatie in het sociaal domein te verbeteren. De heer Sintenie is benieuwd naar concrete voorstellen om het te verbeteren.
De heer Sitompul (GL) geeft aan dat alles geld kost en dat het doel van participatie is om burgers te betrekken. Het geld moet verantwoord besteed worden, stelt de heer Sitompul. De heer Koppes (VVD) is blij dat hun initiatief voor een jaarverslag wordt omarmt door de collega’s. De heer Koppes beaamt dat je keuzes moet maken en focus moet aanbrengen. Wethouder Diepstraten hoorde een aantal suggesties en geeft aan dat ze een aantal elementen in het beleidskader zullen aanscherpen. Hij hoorde de raad goed dat ze niet gelijk een concreet idee uitgewerkt willen hebben, maar dat gekeken moet worden naar het doel en de mogelijkheden die er al zijn. Dit is niet het einde, maar eigenlijk het begin, stelt de wethouder. Er volgen nog een aantal uitvoeringvragen. Er wordt gekeken of een vouchersysteem een oplossing kan zijn. De wethouder wil best de definitie aanpassen, maar het is nu enkel de ChristenUnie die er een opmerking over maakt. De evaluatie en kwaliteitscriteria staan eigenlijk al in het beleidskader. Wel zal het in de verdere uitwerking geconcretiseerd moeten worden. Dit beleidskader bevat de overkoepelende kaders, welke verder uitwerkt zullen worden in onder meer de handreiking. Het punt met betrekking tot het jaarverslag: dat kan concreet in het beleidskader worden opgenomen.
De heer Van ’t Hart (ambtenaar) geeft aan dat uit de praktijk zou moeten blijken of maatwerk mogelijk is bij het vroegtijdig betrokken zijn. We zijn altijd in goed overleg met de Participatieraad, stelt de heer Van ’t Hart. Hen is gevraagd om mee te denken aan de handreiking. De uitwerkingskaders worden samen met de Participatieraad en anderen uitgewerkt. De voorzitter hoorde de wethouder zeggen dat hij het beleidskader op een aantal punten zal aanpassen. De voorzitter concludeert dat het onderwerp naar de oordeels- en besluitvorming in december kan, mits de gewijzigde stukken tijdig worden aangeleverd.