CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag sessie Beleidskader participatie 18 februari 2021

Sessies Raadzaal 18 februari 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 21.30 - 23.00 uur Beeldvormende raadssessie Beleidskader participatie2.336 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KORT VERSLAG VAN SESSIE 3 VAN 18 FEBRUARI 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden

Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen

Beleidskader participatie S.N.M. de Ruig M. Versteege L. Aardenburg, S. Bart, J. Bleekman, S. Çelik, P. van Deudekom, A.C. Eggermont, B.J.J. Hendriks, M.M. Hillebrink, M.J. Hoekstra, A.E. Karateke, M. Koedijker, S. Koppes, N. Korf, R.A. van Koten, G.J.T. Nijemanting, H.M. Post, C.M. Sintenie, I.H.J. Sitompul, S. Smeets, P. Stam, I.C. Stoelman, M.G.J.E. Vos-Vester, L. de Winter, K. Wolfs, E.H. Zorgdrager-van Laar F. Blokland, F. Cornet, A.E.M. Duijn, T. Rutte B. Diepstraten M. Kolnaar E. van ‘t Hart

De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Geen van de aanwezige raadsleden wenste gebruik te maken van de rondvraag. Wethouder Diepstraten geeft een korte inleiding over de reden over het waarom. Vervolgens gaf de heer Van ’t Hart (ambtenaar) een korte presentatie, waarbij hij de definitie van participatie kort toelichtte. Vervolgens werd het gesprek met de raad aangegaan door middel van stellingen. De heer Van ’t Hart leidde het onderwerp en de stelling telkens in. Stelling 1: we willen met de juiste mensen in gesprek, inzicht krijgen in verschillende belangen en emoties bij een initiatief en meer gebruik maken van de kennis uit de samenleving als basis voor besluitvorming en als middel om de missie van de raad te realiseren. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) ziet dat de meeste deelnemers aangegeven dat ze dit met participatie willen bereiken. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat de eerste stelling rationeel geformuleerd vindt. Wat de heer Van Koten mist is dat het een proces is, een emotioneel en gevoelsmatige proces. Als het goed gaat maak je energie los. Energie, vertrouwen, dynamiek, wijkgericht en doelgericht zijn hiervoor elementen, aldus de heer Van Koten.

De heer Hendriks (PvdA) kan zich daarbij aansluiten, maar zou het woord betrokkenheid in de omgeving eraan toe willen voegen. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat je draagvlak wilt creëren. De heer De Winter (CU) geeft aan dat participatie het ophalen van informatie over wat er leeft en waar je je voordeel mee kunt doen. Moet het niet scherper gesteld worden wat participatie precies is. Veel inwoners denken namelijk dat het inspraak is. De heer Karateke (PvdA) vraag zicht af: hoe beoordeel je het en hoe ga je ermee om? Het is van belang om een definitie te geven van wie de juiste mensen zijn.

Stelling 2: de betrokkenen informeren over een initiatief vinden we in Velsen vanzelfsprekend en moeten we altijd doen. Ook als er geen participatietraject volgt. We onderscheiden daarom drie niveaus van participatie in Velsen. De heer Hendriks (PvdA) vindt het een vreemde stelling. Participatie is geen tweerichtingsverkeer, het is eenrichtingsverkeer. De heer Hendriks vindt het niet bij elkaar passen; je moet alles bij elkaar passen. De heer Smeets (D66V) gaf aan het prima te vinden. Mevrouw Post (FIJ) mist nog het stukje over het terugkoppelen uitkomsten aan de burger. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat het informeren een belangrijke kapstok is om verder in het proces te komen. De heer Van Koten ziet nog een variant in het samen een beter product krijgen. De heer Cornet (CU) sluit zich daarbij aan en denkt daarbij aan de Right to Challenge. Het zelf iets realiseren, dat moet een heel duidelijke plek worden gegeven, stelt de heer Cornet. Mevrouw Vos (VL) is het daarmee eens en wijst naar een eerder opgestelde participatienota. Mevrouw Stoelman (GL) geeft aan dat inwoners soms een plan kunnen hebben, maar niet in staat zijn om met dat plan te komen. De gemeente zou samen met deze inwoners kunnen gaan zitten om een realistisch plan te maken. Wethouder Diepstraten geeft aan dat het gaat om een initiatief, zowel vanuit de gemeente als vanuit de samenleving.

Stelling 3: de uitdagingen zijn zo goed weergegeven. De heer Van ’t Hart ziet dat de meerderheid aangeven dat sommige uitdagingen meer prioriteit hebben dan andere. Een minderheid geeft aan dat het de uitdagingen zijn of dat ze het niet met de stelling eens zijn. De heer Sintenie (CDA) zou willen beginnen met punt 7; dat je criteria eerst moet opstellen en dan pas bij de andere punten kunt beginnen. De heer Bleekman (VL) geeft aan dat participatie pas echt geslaagd is als iedereen tevreden is. Daardoor is het lastig te definiëren. De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat participatie geslaagd is als alle betrokkenen kunnen zeggen dat ze hun bijdrage hebben kunnen geven, wanneer de betrokkenen zich gehoord voelen en wanneer ze de keuze uiteindelijk ook begrijpen, ook al zijn ze het er niet mee eens. Voor de volgorde van voorgaande elementen, moet je rekening houden met de casus, geeft de heer Hendriks aan. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat hij de toegankelijkheid en bereikbaarheid van het participatieproces mist. De heer Hillebrink (D66V) is het eens met de heer Hendriks dat het afhankelijk is van het thema. Ook mist hij wat de ervaring is uit het verleden en hij mist een stuk monitoring van de participatie. Mevrouw Stoelman (GL) wil meegeven dat een participatietraject geslaagd is als de afspraken later ook herkenbaar terug te zien zijn.

De heer De Winter (CU) bemerkt dat je aan de voorkant heel duidelijk moet maken wat het doel is van de participatie of dat het eigenlijk inspraak is. Mevrouw Post (FIJ) mist nog een stukje terugkoppeling, zoals ze eerder al aangaf. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) geeft aan dat je in het participatieproces portentiele deelnemers moet informeren over waar de informatie te vinden is en om ze goed te informeren over het onderwerp. Ook monitoring is een belangrijk onderdeel in het proces. Stelling 4: het college van B&W is verantwoordelijk voor het uitvoeren van participatieprocessen op basis van het wegingskader dat de raad hen meegeeft. De

genoemde wegingscriteria zijn een goed kader om een juiste afweging te kunnen maken over de omvang en invulling van een participatieproces. De heer Van ’t Hart merkt op dat de meerderheid van de deelnemers het een prima basis vindt, maar bijna een vijfde is het hier niet mee eens. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat als er nog keuzes te maken zijn, maar het is op zich een goed afwegingskader. De heer Bleekman is het hiermee eens, maar vindt dat het simpel gehouden moet worden en dat er altijd maatwerk geleverd moet kunnen worden. De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat hij begreep dat het een basis is en dat je daar altijd van af kan wijken. De heer Hendriks merkt op dat de tegenhangers zijn tegenhangers zijn; ze zijn niet complementair merkt de heer Hendriks op. Mevrouw Wolfs (VL) vindt dat een goede opmerking. Mevrouw Wolfs geeft aan dat nog een verbeterslag te maken is door de inwoners beter te informeren over waar we mee bezig zijn. Stelling 5: als een initiatief weinig impact heeft, is dat een reden om helemaal geen participatieproces te doen. De heer Koppes (VVD) vond het lastig te duiden. Er wordt namelijk al verondersteld dat iemand kan bepalen wat de impact is. Het kan ook zo zijn dat de impact niet zichtbaar is of onderschat wordt, stelt de heer Koppes.

De heer Hendrik (PvdA) stelt dat als je mensen gaat informeren terwijl iets weinig impact heeft, kan dit betekenen dat je mogelijk toch nog een andere beslissing moet nemen. Mevrouw Stoelman (GL) is het ermee eens dat je moeilijk kunt inschatten wat de impact is. De heer Cornet (CU) stelt dat je het informeren goed kunt combineren met het raadplegen. Wethouder Diepstraten schetst een dilemma: je kunt bepaalde doelstelling hebben als gemeente, maar vervolgens ook bezwaren hebben vanuit de omgeving. Mevrouw Wolfs (VL) geeft aan dat je vooraf inwoners kunt informeren en aan de hand van de eventuele reactie kunt peilen of participatie zinvol is. Wethouder Diepstraten is het daarmee eens. De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat je wel rekening moet houden met de capaciteit die participatie met zich meebrengt. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat kosten ook een rol spelen; het moet niet te gek worden en het moet uitvoerbaar blijven. Stelling 6: als we participatie verplichten bij bepaalde complexe buitenplanse activiteiten, dan willen we ook eisen stellen aan de kwaliteit van het participatieproces. De heer Hendriks (PvdA) vindt het een vraag die al eerder aan de orde is geweest, zoals bij de Omgevingswet. We moeten als de Omgevingswet er is daar met het beleidskader aan voldoen, stelt de heer Hendriks.

Als raad moeten we ons niet over de gelopen stappen gaan buigen als daar niet aan voldaan is; we moeten dan terug naar de initiatiefnemer die het dan goed moet gaan doen. De heren Van Koten (PS) en Smeets (D66V) sluiten zich daarbij aan. De heer Smeets vult aan door te zeggen dat dit een groot onderdeel is van de Omgevingswet en dat de raad daar nog goed over na moet denken. Wethouder Diepstraten doet de toezegging om het in de toekomst goed voor het voetlicht te brengen. De heer Bart (LGV) vraagt of we het hier hebben over grote initiatieven of ook buurtinitiatieven. De wethouder geeft aan dat het ziet op initiatieven in de zin van de Omgevingswet.

Stelling 7: de gemeente moet initiatienemers niet alleen stimuleren maar ook actief ondersteunen bij het vormgeven en uitvoeren van het participatieproces. De heer Sintenie (CDA) geeft aan dat beide opties interessant zijn. Je moet wanneer het participatietraject wordt ingegaan als gemeente daarbij altijd advies meegeven. De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat de grote initiatiefnemers straks de eisen zouden moeten kennen en in staat moeten zijn om het participatieproces zelfstandig op te kunnen zetten. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat we moeten kijken hoe ver we gaan als gemeente met het faciliteren van participatie. Het uitvoeren lijkt de heer Bleekman (VL) niet verstandig, maar een handreiking voor het kader lijkt hem een goed idee. De heer Sintenie (CDA) geeft aan dat je altijd advies zult moeten geven. Mevrouw Stoelman (GL) geeft aan dat het belangrijk is dat iedereen in staat moet zijn om met iets te kunnen komen. Bepaalde groepen zullen daar wat meer ondersteuning bij moeten krijgen. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat ook nog naar het raadsakkoord gekeken kan worden; we moeten vooruit met het proces en maatwerk toepassen daar waar nodig, stel de heer Van Koten. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat de kaders die hiervoor worden opgesteld, makkelijk vindbaar moeten zijn in verband met laagdrempeligheid en toegankelijkheid.

Mevrouw Wolfs (VL) is het hiermee eens en benadrukt dat je kleine partijen prima kunt ondersteunen, maar grote partijen zouden het participatieproces zelfstandig moeten kunnen opzetten. Wethouder Diepstraten geeft een kanttekening mee: hoe meer je ondersteunt, hoe meer je aan ambtelijke capaciteit moet hebben. De bomen groeien niet tot aan de hemel, geeft de wethouder aan. Daarnaast geeft de wethouder aan dat het soms zo is dat je initiatieven enkel hoeft te stimuleren in plaats van te faciliteren. De voorzitter geeft de aanwezige raads- en steunfractieleden de gelegenheid om nog iets, los van de stellingen, mee te geven. De heer Hendriks (PvdA) benadrukt dat participatie belangrijk is maar geeft ook aan dat participatie niet een instrument moet zijn om besluitvorming uit te stellen. De heer Van Koten (PS) begint over ‘probeerruimte’, oftewel starten voordat je klaar bent. Je moet proberen aan te sluiten op enthousiasme dat er al is. De creatieve impuls is van belang voor het proces, benadrukt de heer Van Koten. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat het proces eenvoudig en overzichtelijk gehouden moet worden. En kijk hoe je om moet gaan met weerstand, geeft de heer Koppes aan. De heer Cornet (CU) breekt nog een lans voor het uitdaagrecht; dat moet zeker ook meegenomen worden.

De heer Smeets (D66V) wil meegeven dat het ‘wat’, de stip op de horizon, daar kan D66 Velsen achter staan. Het gaat vooral over uitgangspunten en niet de doelstellingen. De heer Smeets mist wat er allemaal is geëxperimenteerd, waar in de stukken aan wordt gerefereerd. Mevrouw Stoelman (GL) heeft zich ingelezen over de burgerbegroting en is daarover enthousiast. Ze zou dit graag aan de raad en het college mee willen geven. De heer Nijemanting (CDA) had het gevoel dat de raad ook een mandaat gekregen heeft om de emoties en belangen steeds af te wegen bij besluitvorming; daar is participatie niet altijd voor nodig, dat kan de raad ook doen. En we moeten waken voor betutteling, stelt de heer Nijemanting. Neem de inwoners ook serieus. Ook is het soms de vraag of de burger zit te wachten op participatie, benadrukt de heer Nijemanting. Wethouder Diepstraten geeft aan het mooi te horen hoe betrokken de raad is bij het onderwerp participatie. De wethouder wil de raad meegegeven dat ze openstaan

voor schriftelijke input. Dus deel het gewoon met de organisatie, geeft wethouder Diepstraten aan. Na de beeldvorming, gaat gewerkt worden aan het beleidskader, welke weer met de raad besproken zal worden. De stip op de horizon kunnen ze als zijnde een raamwerk nu verder invullen. Over de Right to Challenge gaan ze nog iets opnemen, maar de raad bepaalt hoe ver de gemeente daarmee gaat. We willen het graag faciliteren, maar de raad moet er eerst een uitspraak over doen, stelt de wethouder. We hebben geen centraal document met alle ervaringen met de experimenten die zijn gedaan, geeft de wethouder aan. De burgerbegroting komt later terug, onder meer bij het wijkgericht werken. De voorzitter dankt de aanwezige raads- en steunfractieleden, de aanwezige ambtenaren en de wethouder. De voorzitter concludeert dat de raad voldoende is geïnformeerd en het onderwerp terugkomt in een vervolgsessie. Toezeggingen: - De wethouder zegt toe dat nog over het onderwerp, in het bijzonder het participatieproces bij bepaalde complexe buitenplanse activiteiten, later terugkomt bij de raad. - De wethouder zegt toe dat de kernpunten en doelen op papier zullen worden gezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=cf861356-23ff-4e58-9f4f-7d97f6cf5a0a