Verslag sessie beleidskader participatie 16 september 2021
Tekst van het document
KORT VERSLAG VAN SESSIE 3 VAN 16 SEPTEMBER 2021 Onderwerp Voorzitter Griffie Aanwezige raadsleden Aanwezige steunfractieleden Aanwezige portefeuillehouder Aanwezige ambtenaren / externe deskundigen
Beleidskader participatie H.M. Post M. Versteege L. Aardenburg, A.C. Eggermont, B.J.J. Hendriks, S. Koppes, N. Korf, R.A. van Koten, I.H.J. Sitompul F. Cornet, T. Rutte, M. Rijkers B. Diepstraten E. van ’t Hart (ambtenaar) M. Kolnaar (ambtenaar)
De voorzitter leidt het onderwerp kort in en inventariseert vervolgens wie, aan het eind van de sessie, gebruik wil maken van de rondvraag. Geen van de aanwezigen wenst gebruik te maken van de rondvraag. Mevrouw Schenk spreekt in namens de wijkplatforms in de gemeente Velsen. De wijkplatforms vinden het beleidskader een mooi initiatief, maar ze maken ze ook zorgen over de eigen rol bij de uitvoering. Als voorbeeld haalt mevrouw Schenk het verdwijnen van de wijkrelatiemanager aan. De heer Cornet (CU) vraagt naar de rol van de relatiemanager. Mevrouw Schenk ligt deze rol toe. Mevrouw Eggermont (CDA) vraagt of de rol van de relatiemanager naar een ambtenaar is overgedragen. Mevrouw Schenk is daar niet van op de hoogte en niet over geïnformeerd. De heer Aardenburg (LGV) geeft aan dat hij het wijkplatform als een schakel tussen de inwoners en de gemeente ziet. De heer Aardenburg vindt het belangrijk dat het wijkplatform blijft bestaan en dat er goede communicatie is. De heer Koppes (VVD) vraagt naar de zorg die de wijkplatforms hebben met betrekking tot de eigen rol. Mevrouw Schenk geeft aan dat ze zich afvragen hoe de gemeente de wijkplatforms ziet. De relatiemanager gaat weg en mevrouw Schenk is niet bekend of deze vervangen wordt. Daarnaast vraagt mevrouw Schenk zich af of de wijkplatforms bij een uitnodiging nog een rol krijgen.
De heer Hendriks (PvdA) is benieuwd hoe mevrouw Schenk denkt over de vertegenwoordiging van de wijkplatforms. Mevrouw Schenk geeft aan dat de wijkplatforms graag een relevante presentatie van de wijken representeren, maar ze constateren ook dat het animo terugloopt. Ze denken dat de gemeente daar een rol kan pakken, zodat wijkplatforms een betere afspiegeling worden van de wijk. De heer Korf (VL) vraagt in hoeverre de relatiemanagers deze rol vanuit de gemeente faciliteren. Mevrouw Schenk geeft aan dat de relatiemanager een aantal zaken oppakte en het eerste aanspreekpunt voor wijkraden was. De wethouder krijgt op verzoek van raadsleden het woord. Wethouder Diepstraten geeft aan dat de persoon van de relatiemanager inderdaad gaat vertrekken, maar de functie als zodanig verdwijnt niet. Ze zijn aan het zoeken hoe deze functie ingevuld kan worden. Daarnaast zijn ze aan het kijken hoe ze de positie van wijkplatforms kunnen verbeteren en ook zelf beter in gesprek kunnen gaan met de wijkplatforms als gemeente. De wethouder benadrukt dat ze de rol van de wijkplatforms belangrijk vinden. De inzet van de relatiemanager moest teruggebracht worden door de bezuiniging, stelt de wethouder. Mevrouw Eggermont (CDA) geeft aan dat wijkplatforms belangrijk zijn. Ze zou het op prijs stellen als de wethouder een richtlijn
kan geven voor wanneer het allemaal rond is. De wethouder geeft aan dat het streven is om voor de verkiezingen meer helderheid te creëren voor wijkplatforms. Zodra hij daar meer over weet, komt de wethouder daarover bij de raad terug. Een presentatie wordt gegeven door mevrouw Kolnaar (ambtenaar), waarbij ze kort stilstaat bij het proces en de opbrengst van de participatie. Vervolgens wordt een viertal vragen behandeld. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) leidt als eerst het thema Wijkgerichte participatie in. Eerst zal worden begonnen met vraag 4. Vraag 4: bent u bereid om meer ruimte te geven aan Samen beslissen? De heer Korf (VL) geeft aan dat een belangrijk thema voor Velsen Lokaal is. Deze vraag zouden we graag volmondig met ja willen beantwoorden, maar we weten niet hoe het gaat vallen. Het zou bijvoorbeeld in de vorm van een pilot worden opgezet. Loslaten is een ding, maar zorgen dat het goed land en wordt opgepakt is ook belangrijk. Dat zou Velsen Lokaal dan ook graag willen proberen. Mevrouw Eggermont (CDA) geeft aan zich bij Velsen Lokaal aan te kunnen sluiten. Mevrouw Eggermont erkent dat loslaten soms moeilijk is, maar het is ook belangrijk om soms een andere weg in te slaan. Het CDA is dan ook wel voor een pilot. Mevrouw Eggermont mist toch wel heel erg de rol van de ouderen. Er is weinig aandacht voor de ouderen in de stukken.
De heer Cornet (CU) geeft dat de ChristenUnie bereid om meer ruimte te geven. De heer Cornet sluit graag aan bij Velsen Lokaal en het CDA. Als kanttekening geeft de heer Cornet digitale vaardigheden mee. Je bereikt via digitale middelen maar een beperkt aantal mensen, stelt de heer Cornet. Daarnaast zou de heer Cornet meer aandacht willen hebben voor het meer levendig houden van een wijk. De heer Aardenburg (LGV) geeft aan dat een pilot een mooi instrument is om mee te starten. De LGV is echter wel wat meer terughoudend met het geven van meer ruimte, zoals dat nu in de vraagstelling is opgenomen. De heer Rijkers (D66V) geeft aan dat D66Velsen hier voorstander van is, maar hij hoopt wel dat er een strategie is om niet actieve inwoners en specifieke doelgroepen te bereiken. Dat zou hij graag willen zien voor er een pilot wordt opgezet. De heer Sitompul (GL) geeft aan dat GroenLinks positief is over het voorstel. Zo is GroenLinks ook positief over het uitdaagrecht (Right to Challenge). De heer Sitompul zou een pilot in alle zeven kernen voor willen stellen. We moeten wel goed over onze strategie voor de moeilijk bereikbare groepen nadenken en de instrumenten die we daarvoor kunnen inzetten, stelt de heer Sitompul. Geef het een kans, stelt heer Sitompul. Wat betreft de vraag antwoord GroenLinks met een volmondig ja.
De heer Van Koten (PS) geeft aan dat het mooi is om te beginnen met deze vraag. Inwoners staan namelijk centraal. Het gaat uiteindelijk ook om het je positief in kunnen zetten voor de eigen leefomgeving. Het gaat vaak om betrokkenheid in de eigen buurt. De heer Van Koten vond het punt van het CDA over de ouderen ook belangrijk. En ook jongeren moeten er goed bij worden betrokken. We zouden ook
één keer per jaar kunnen kijken hoe het werkt, stelt de heer Van Koten. De heer Van Kooten geeft aan: ga het vooral doen. De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat de PvdA enthousiast is en dat het bijna een open deur is. Een tijdje terug was er een bustour over wijkgericht werken en dat smaakt naar meer. Dus de heer Hendriks geeft aan dat zeker meer zeggenschap kan worden gegeven aan de inwoners. De heer Hendriks geeft aan dat wat de PvdA betreft ze best mogen starten en later kan worden geëvalueerd. De heer Hendriks is dan ook benieuwd naar de reactie van de wethouder over het voorstel van een pilot. Er zijn wel een aantal zorgen. Hoe zorg je voor een gelijke behandeling tussen initiatiefnemers, ook als dit tussen verschillende wijken is? We hebben het steeds over wijken, maar in de individuele belangen binnen wijken kunnen ook verschillen. Dus hoe breng je deze voldoende in beeld? Tot slot geeft de heer Hendriks aan dat de rol van de raad voldoende sterk moet zijn om zaken van algemeen belang te blijven dienen. Voorkomen moet worden dat een wijk iets in kan brengen dat tegen het algemeen belang ingaat. De heer Koppes (VVD) hoort de heer Korf met het voorstel voor een pilot komen. Er zijn meerdere vormen voor pilots, dus het is belangrijk om te bedenken welke pilot je wilt doen. Wat de VVD betreft lijkt het alsof we gelijk naar de meest verstrekkende vorm gaan.
Wellicht gaat het te hard. De suggestie van de heer Koppes is om een pilot te doen met een goed uitgewerkt concept. Als voorbeeld noemt de heer Koppes het uitdaagrecht (Right to Challenge). Het heeft ook kanttekeningen, zoals de heer Hendriks al aangaf. De VVD is terughoudend en als er al een pilot zou zijn, zou dat wat de VVD betreft voor het uitdaagrecht zijn. Wethouder Diepstraten geeft aan dat het in de kern gaat om een beleidskeuze om samen beslissen mogelijk te maken. Bij de uitwerking ga je dan kijken waar je het gaat toepassen. De raad zal later kunnen aangeven waar ze die ruimte willen geven. Het college kan de raad bij de uitwerking vervolgens een aantal voorbeelden kunnen geven, waar de raad uit zou kunnen kiezen. De heer Hendriks (PvdA) is benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen het juist aan de inwoners voor te leggen in plaats van de raad. De wethouder neemt de vraag op als input om met nadere voorstellen te komen. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) leidt de rol van de raad in. Vraag 1: kunt u zich vinden in deze rollen van de raad? De heer Korf (VL) kan zich vinden in de geschetste rollen. Laat vooral het proces z’n gang gaan, stelt de heer Korf. We controleren participatie, maar wanneer is het voldoende? De heer Aardenburg (LGV) geeft aan dat het antwoord ‘ja’ is. Het geeft vertrouwen. De heer Sitompul (GL) geeft ook een volmondig ja.
GroenLinks kan zich vinden in de gestelde rollen. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat de raad een bescheiden rol heeft. Het gaat Politiek Sociaal uiteindelijk om het kennis nemen van de inhoud. Wel zou de raad
tussentijds informatie moeten kunnen ophalen. Dat staat nu niet in beide kolommen. Verder kan Politiek Sociaal hiermee instemmen. De heer Rijkers (D66V) geeft aan dat D66Velsen zich prima kan vinden in de gestelde rollen. De heer Rijkers gaat ervan uit dat de communicatie naar inwoners ook op orde is. Ook geeft de heer Rijkers aan dat er een evaluatie zou moeten volgen. De heer Hendriks (PvdA) geeft te worstelen met deze vraag. Dit zijn allerlei initiatieven, dus het is kort door de bocht om hier gelijk mee in te stemmen. Wat betreft de heer Hendriks zou hij het graag willen, maar hij wil meer consequenties van het besluit hierover in beeld willen hebben. De heer Koppes (VVD) hoort dat het hangt aan over hoe je het leest. Je ziet het effect van de participatie pas als je het besluit genomen hebt. Die onzekerheid ga je er niet met een toegevoegd kader oplossen, stelt de heer Koppes. De heer Koppes geeft aan dat hij de rolverdeling zoals gesteld verder herkent. De heer Hendriks (PvdA) vraagt of de heer Koppes of hij het eens is met de stelling dat het participatietraject ook een hoger doel heeft, namelijk op het juiste moment met een gedragen besluit komen. De heer Koppes (VVD) haalt het proces van de Brederoodseweg aan en stelt dat daar ook een goed participatieproces is doorlopen. Mevrouw Eggermont (CDA) kan de vraag niet met een volmondig ja beantwoorden.
Ook de rol van de gemeenteraadsleden tijdens participatie is niet altijd duidelijk. Soms zijn raadsleden meer aan het woord dan inwoners, stelt mevrouw Eggermont. Het voorbeeld van de Brederoodseweg vindt mevrouw Eggermont een goed voorbeeld van goede participatie. De heer Cornet (CU) zat ook te dubben. Is het compleet en wat vinden we hiervan. De rol als toehoorders kan als raadslid ook ongemakkelijk zijn. Pilot zijn een goede manier om daar in te groeien. Ook moet het informatie ophalen moet kunnen bij initiatieven uit de samenleving. Op die manier moeten we ons ook laten informeren als raadsleden. Die samenspraak moet er ook in die fase zijn met initiatieven uit de samenleving. Met die opmerkingen, geeft de heer Cornet aan dat het overzicht wel compleet lijkt te zijn. De heer Van Koten (PS) geeft aan dat je ook goed moet bedenken wat je doet met de inbreng van de participanten. En wanneer zijn wij als raad weer aan zet. Daar moet je over nadenken, aldus de heer Van Koten. De heer Cornet (CU) geeft aan dat als participatie niet goed gaat, dat dat ook tijd kost. De heer Koppes (VVD) wil bestrijden dat participatie niet goed zou lopen. De afgelopen periode zijn er goede participatiebijeenkomsten geweest, benadrukt de heer Koppes. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) leidt participatie bij initiatieven vanuit de samenleving in.
Vraag 2: heeft de raad nog andere wensen om de participatie te stimuleren?
De heer Cornet (CU) geeft aan dat het vooral duidelijk moet zijn wat men kan verwachten. Zo moeten initiatiefnemers moeten kunnen weten wat ze kunnen verwachten als ze een initiatief willen starten. Duidelijkheid hierover is ontzettend belangrijk. Het is belangrijk dat het vervolgens ook goed wordt opgepakt door het ambtelijk apparaat. De heer Aardenburg (LGV) sluit zich aan bij de heer Cornet. De heer Van ’t Hart (ambtenaar) leidt de laatste vraag in. Deze vraag gaat over participatie bij complexe buitenplanse omgevingsplan-activiteiten. Vraag 3: kunt u zich vinden in het leggen van een relatie tussen verplichte participatie en de Algemene verklaring van geen bedenkingen (VVGB)? De heer Hendriks (PvdA) geeft aan dat het een ingewikkelde vraag is. De belangen van bewoners worden niet altijd voldoende geborgd door de wetgeving, terwijl ze legitieme belangen kunnen hebben. Als de vraag zwart-wit is, zou het antwoord nee zijn. De heer Van Koten (PS) kan zich aansluiten bij de PvdA. De VVGB vindt de heer Van Koten een mooi instrument. Wellicht zou je straks kunnen beginnen en het nader kunnen invullen. Het is vooralsnog ingewikkeld, stelt de heer Van Koten. De heer Sitompul (GL) heeft dezelfde twijfel als de heer Hendriks. Wat is complex? Dat is wat GroenLinks betreft niet altijd aan het aantal gebonden. Het zou helpen als het begrip complex kan worden geconcretiseerd.
De heer Rijkers (D66V) geeft aan het dat vanuit het vertrouwen in ideeën van de inwoners het verstandig is om aan te sluiten bij de VVGB. Maar om een goed antwoord te kunnen geven, is het wenselijk om meer duidelijkheid te hebben over complexe gevallen. De heer Korf (VL) geeft aan dat de verleiding groot is om het setje van regels over te nemen. De VVGB geeft echter aan wanneer we het verplicht stellen. Dat betekent niet dat je bij andere situaties niet mag participeren; het is dan alleen niet verplicht. We kunnen zelf nog het initiatief nemen. Velsen Lokaal is niet tegen de huidige formulering. Het woordje ‘complex’ kan wat duidelijker. Mevrouw Eggermont (CDA) sluit zich aan bij de heer Hendriks. Ze kan hier geen volmondig ja op zeggen. Ze zou meer duidelijkheid willen hebben over het woord ‘complex’. De heer Koppes (VVD) geeft aan dat ze voor het vereenvoudigen van regels zijn, maar dit kan mogelijk te eenvoudig zijn. Er zijn wel wat vragen over de inhoud van het schema. Wellicht is het goed om hier later nog over stil te staan. De heer Cornet (CU) geeft aan dat hij het graag vanuit de inwoner zou willen benaderen. Hoe ziet een inwoners het als er iets gebouwd gaat worden en hij er iets van wil vinden? Die mogelijkheid zou er altijd moeten zijn, stelt de heer Cornet. Graag verdere uitwerking, aldus de heer Cornet.
Wethouder Diepstraten geeft aan dat het gaat om het bepalen van een grens waar de gemeente participatie juridisch verplicht stelt. We kunnen niet alle participatie verplicht stellen, stelt de wethouder. Dit gaat om buitenplanse activiteiten. De wethouder zal de raad er verder op voorbereiden, onder meer bij de voorbereiding op de Omgevingswet. Ook daar waar participatie niet verplicht is, kunnen we nog richtlijnen opstellen. De wethouder hoort dat de raad nog comfort nodig heeft om de grens vast te kunnen stellen. De wethouder geeft aan dat nu wordt gewerkt aan een beleidskader, waarin als een van de belangrijkste elementen verwachtingsmanagement is. Het beleidskader moet op de grote vragen antwoord geven. Over de uitvoering daarvan kan nog niet veel gezegd worden. In een eerder collegebericht is meegegeven wat er is geleerd. Ook zal een levend evaluatiedocument worden opgesteld, waarmee we ervaringen per instrument kunnen delen en ervan kunnen leren. Participatie is geen doel op zich, maar het is bedoeld om uiteindelijk de organisatie, het college of de raad besluiten te laten nemen. We nemen de inbreng, samen met die uit het verleden, mee bij de verdere uitwerking. We werken aan een concept dat we in beeld- en oordeelsvorming aan de raad kunnen neerleggen. Daarnaast werken we verder aan de vier sporen, waaronder met de wijkplatforms.
Dat is going concern, zo stelt de wethouder. Het streven is beeldvorming in oktober en besluitvorming in november/december. Dit moet een belangrijke leidraad worden voor de participatie in de gemeente Velsen, sluit de wethouder af. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng, constateert dat het onderwerp voldoende behandeld is en sluit de vergadering.