Toelichting Bijlage 6 Geuronderzoek
Tekst van het document
Notitie Onderwerp: Hofgeest - Geurhinder Projectnummer: 337784 Referentienummer: SWNL0269511.docm Datum: 27-11-2020
1
Inleiding
De Hofgeester Gronden CV en BPD Ontwikkelingen B.V zijn voornemens om maximaal 380 woningen te bouwen in Hofgeest (Hofgeest-West en Hofgeest-VSV ) te Velserbroek. Daarnaast worden een aantal sportvelden verplaatst. In figuur 1-1 is de projectgrens van de woningbouw en sportvelden weergegeven. Ten behoeve van de ruimtelijke procedure zijn diverse conditionerende onderzoeken nodig waaronder een onderzoek naar geurhinder. In de directe omgeving van het plangebied liggen twee paardenhouderijen. Eén aan de Hofgeesterweg 63 en één aan de Oostlaan 2. Hierdoor kan er mogelijk geurhinder ontstaan in het plangebied. In deze notitie is de geurhinder binnen het plangebied nader onderzocht. Het doel van het onderzoek is om na te gaan of binnen het plangebied, met betrekking tot het aspect geur, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
Figuur 1-1
Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem
Projectgrens woningbouw Hofgeest en sportvelden (rood omrand)
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Sergej Jansen Adviseur T +31 88 811 43 28 M +31 6 51 54 60 72 1 (7)
2
Toetsingskader
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het Activiteitenbesluit (Ab) milieubeheer zijn voor de diercategorie paarden (dieren zonder geuremissiefactor) minimumafstanden opgenomen die dienen te worden aangehouden tussen het emissiepunt van het dierenverblijf (paardenstal) en de buitenzijde van geurgevoelige objecten (onder andere woningen). Voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom bedraagt deze minimumafstand 100 meter. Ook voor opslag van agrarische bedrijfsstoffen (mest) dient volgens het Activiteitenbesluit een minimumafstand van 100 meter te worden aangehouden. Ook in de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is opgenomen dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening richtafstanden in acht moet worden genomen tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. Voor het fokken en houden van overige graasdieren (paardenfokkerijen) is voor het aspect geur een richtafstand van 50 meter opgenomen. De geplande woningbouw valt binnen de voorgenoemde afstanden van twee paardenhouderijen (zie figuur 2-1). Het realiseren van woningen binnen de afstandsnormen is in beginsel niet toegestaan. Hiervan kan worden afgeweken als op die locatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast mogen de bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering.
Figuur 2-1
Minimum afstanden afgezet rondom bouwvlak/perceel van de twee omliggende veehouderijen. Oranje: Minimum afstand 100m (Wgv/Ab); Blauw: richtafstand 50 m (VNG)
De gemeente Velsen heeft geen geurverordening of gebiedsvisie geur waaruit kan worden afgeleid bij welke mate van geurhinder nog een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. In dit onderzoek is daarom de maximale geurbelasting binnen het plangebied ten gevolge van de paardenhouderijen bepaald.
2 (7)
Vervolgens is op basis van deze maximale geurbelasting de geurhinder in het plangebied bepaald uitgedrukt in een hinderpercentage1. Het hinderpercentage is het percentage mensen dat de geur ten gevolge van de veehouderijen (in dit geval paardenhouderijen) als hinderlijk ervaart. Deze hinderpercentages kunnen vervolgens worden vertaald naar een milieukwaliteit 2.
3
Uitgangspunten
Relevante emissies van paardenhouderijen bestaan uit de emissie vanuit de stallen en emissie ten gevolge van mestopslag. De geuremissies van mest in de paardenbakken zijn verwaarloosbaar. De geuremissies en geurimmissie van de twee paardenhouderijen zijn berekend op basis van worst-case uitgangspunten. 3.1 Emissies In de Wet geurhinder en veehouderij zijn geen geuremissiefactoren opgenomen voor paardenstallen of voor mestopslag. Door Odournet zijn wel metingen bij een manege verricht3. Hieruit blijkt dat de geuremissie 9,17 OUE/s/paard bedraagt en de geuremissie van mestopslag 7,78 OUE/s/m2. Hofgeesterweg 63 De bedrijfsvoering van dit paardenpension is ingericht op het houden van 30 paarden. De emissie vanuit de paardenstal bedraagt hiermee 275,10 OUE/s. Voor de mestopslag is er als worst-case uitgangspunt van uitgegaan dat deze niet is afgedekt, dat dit een oppervlak van 150 m2 betreft (geschat op basis van luchtfoto) en dit oppervlak continu is gevuld. De emissie ten gevolge van mestopslag bedraagt hiermee 1.167,00 OUE/s. De emissies van de paardenstallen zijn gemodelleerd als één puntbron waarbij het emissiepunt, als worst-case uitgangspunt, is geplaatst op het hoekpunt van het bouwvlak dat het dichtst bij het plangebied is gelegen. De emissies van de mestopslag zijn gemodelleerd als één vlakbron binnen het bouwvlak.
Oostlaan 2 Op deze paardenhouderij zijn 15 paarden aanwezig. De emissie vanuit de paardenstallen bedraagt hiermee 137,55 OUE/s. Op het terrein zijn twee mestputjes aanwezig met een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 20 m2. Als worst-case uitgangspunt is ervan uitgegaan dat deze niet zijn afgedekt en het oppervlak continu is gevuld. De emissie ten gevolge van mestopslag bedraagt hiermee 155,60 OUE/s. De emissies van de paardenstallen zijn gemodelleerd als één puntbron waarbij het emissiepunt, als worst-case uitgangspunt, is geplaatst op het hoekpunt van het perceel dat het dichtst bij het plangebied is gelegen. De emissies van de mestopslag zijn gemodelleerd als één vlakbron binnen het perceel.
1
In de handreiking Wet geurhinder en veehouderij is een tabel opgenomen met de relatie tussen de geurconcentratie en het hinderpercentage. 2 RIVM (2015) Geur en gezondheid -GGD-richtlijn medische milieukunde. RIVM Rapport 2015-0106 Onderdeel veehouderij en geur. 3 Odournet (2010) Geuronderzoek voor manege Van der Voort nabij plangebied Eikelenburg te Rijswijk. BOWA09A1.
3 (7)
3.2 Rekenmodel Voor het berekenen van de geurconcentraties (immissie) is in dit onderzoek gebruik gemaakt van STACKS-G (STACKS+ versie 2018.1/ PreSRM 1.802) dat is opgenomen in het rekenprogramma Geomilieu 4.50. In bijlage 1 zijn voor de verschillende emissiebronnen de invoergegevens van het rekenmodel opgenomen. De toetspunten in het rekenmodel zijn geplaatst op de rand van het plangebied. De terreinruwheid is door het rekenmodel bepaald en bedraagt 0,57 m voor het rekenmodel Oostlaan 2 en 0,64 m voor het rekenmodel Hofgeesterweg 63.
4
Resultaten
In dit hoofdstuk zijn de resultaten weergegeven van de berekeningen van de geurconcentraties en de geurhinder rondom de twee paardenhouderijen. Hofgeesterweg 63 In figuur 4-1 is de geurbelasting ten gevolge van de paardenhouderij aan de Hofgeesterweg 63 weergegeven. De maximale geurimmissie, ten gevolge van deze paardenhouderij, bedraagt 0,8 OUE/m3 als 98 percentiel4. Dit is de maximale waarde op de rand van het plangebied. Binnen het plangebied zal de geurbelasting minder bedragen. De maximale geurbelasting komt overeen met een hinderpercentage van 6% en een ‘goede’ milieukwaliteit. De paardenhouderij wordt in de huidige situatie reeds beperkt in uitbreidingsmogelijkheden door andere bestaande geurgevoelige objecten die binnen de minimum afstand van het bedrijf liggen. De komst van extra woningen door het plan brengt geen extra beperkingen met zich mee voor de paardenhouderij.
Figuur 4-1 4
Geurbelasting Hofgeesterweg (OUE/m3 als 98 percentiel)
98 percentiel: overschrijding van de concentratie gedurende 2% van de tijd.
4 (7)
Oostlaan 2 In figuur 4-2 is de geurbelasting ten gevolge van de paardenhouderij aan de Oostlaan 2 weergegeven. De maximale geurimmissie, ten gevolge van deze paardenhouderij, bedraagt 2,0 OUE/m3 als 98 percentiel. Deze maximale geurbelasting komt overeen met een hinderpercentage van 11% en een ‘redelijk goede’ milieukwaliteit. Dit is de maximale waarde op de rand van het plangebied. Binnen het plangebied is de geurbelasting minder. Ter hoogte van de gevel van de meest nabijgelegen geplande woningen is de maximale geurbelasting 1,0 OUE/m3 als 98 percentiel en is er sprake van een ‘goede’ milieukwaliteit. Bovenstaande waarden zijn berekend op basis van worst-case uitgangspunten met betrekking tot locatie van het emissiepunt van de stal en de emissie van de mestopslag. Indien in het rekenmodel het emissiepunt van de stal naar de daadwerkelijke locatie van de stal wordt geplaats (hoekpunt van stal dat het dichtst bij het plangebied is gelegen in plaats van hoekpunt van het perceel dat het dichtst bij het plangebied is gelegen) is er ook op de rand van het plangebied een ‘goede’ milieukwaliteit.
Figuur 4-2
Geurbelasting Oostlaan 2 (OUE/m3 als 98 percentiel)
De paardenhouderij wordt in de huidige situatie reeds beperkt in uitbreidingsmogelijkheden door andere bestaande geurgevoelige objecten, ten noorden/noordoosten, die binnen de minimum afstand van het bedrijf liggen. De komst van nieuwe woningen ten noordwesten brengt geen extra beperkingen met zich mee voor de paardenhouderij aangezien de stallen al geheel ten noordwesten van het perceel liggen en dus niet verder naar het noordwesten kunnen opschuiven. Tenslotte is het terrein reeds volgebouwd, een substantiële uitbreiding is daarom geen realistisch scenario. Door de eigenaar zijn ook geen plannen voor uitbreiding kenbaar gemaakt. Het bedrijf was al aanwezig voor 2013. Hiermee hoeft het bedrijf niet te voldoen aan de minimale afstanden voor mestopslag zoals opgenomen in artikel 3.46 lid 1
5 (7)
Activiteitenbesluit. Daarbij blijkt dat verplaatsing van de mestopslag ten aanzien van de huidige geurgevoelige objecten niet nodig of mogelijk was. Tenslotte is er met de mestopslag en inclusief stalemissies sprake van een aanvaarbare geurbelasting binnen het plangebied.
5
Conclusie
In de directe omgeving van het plangebied liggen twee paardenhouderijen. Het plangebied valt binnen de minimumafstand van 100 meter die dient te worden aangehouden tussen een paardenhouderij en woningen conform de Wet geurhinder en veehouderij/Activiteitenbesluit en met betrekking tot één paardenhouderij binnen de richtafstand van 50 meter die is opgenomen in de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het realiseren van woningen binnen de geldende geurnorm (afstandsnorm) of richtafstanden is in beginsel niet toegestaan. Echter als op die locatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd kan het realiseren van geurgevoelige objecten wel mogelijk worden gemaakt. Uit de berekeningen van de geurconcentraties rondom de paardenhouderijen blijkt dat de maximale geurbelasting ter hoogte van de nieuwbouwwoningen overeen met een hinderpercentage van 6 tot 10% en een ‘goede’ milieukwaliteit. De berekeningen van de geurbelasting ten gevolge van de paardenhouderijen zijn uitgevoerd op basis van worst-case uitgangspunten met betrekking tot de locatie van het emissiepunt van de stal en de emissie van de mestopslag. Indien wordt uitgegaan van de daadwerkelijke situatie is de maximale geurbelasting lager en zal het hinderpercentage lager uitvallen.
Op grond van een ‘goede’ milieukwaliteit kan worden beoordeeld dat de paardenhouderijen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet in de weg staan. Tevens worden de paardenhouderijen in de huidige situatie reeds beperkt in uitbreidingsmogelijkheden door andere bestaande geurgevoelige objecten die binnen de minimum afstand van het bedrijf liggen. De komst van extra woningen door het plan brengt geen extra beperkingen met zich mee voor de paardenhouderijen.
6 (7)
Verantwoording Titel
Hofgeest - Geurhinder
Projectnummer
337784
Referentienummer
SWNL0269511
Revisie
C3
Datum
27-11-2020
Auteur
Sergej Jansen
E-mailadres
sergej.jansen@sweco.nl
Gecontroleerd door
Rik Zegers
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Rob Cornelis
Paraaf goedgekeurd Klik of tik om tekst i n te voeren.
7 (7)
Bijlage 1
Invoergegevens rekenmodel