CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 16 Archeologisch inventariserend booronderzoek.pdf

Raadsvergadering 23 juni 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hofgeest25.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 337784 Referentienummer: SWNL0268547 Datum: 18-11-2020

Archeologisch onderzoek Hofgeest West, Hofgeest VSV en Sportvelden te Velserbroek, gemeente Velsen Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2392

Sweco Kraanspoor 48 1033 SE AMSTERDAM Kraanspoor 48 1033 SE AMSTERDAM

Sweco Nederland B.V.

Leonie Ouwerkerk

Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

M +31 6 20 61 39 89

www.sweco.nl

Verantwoording Titel

Archeologisch onderzoek Hofgeest West, Hofgeest VSV en Sportvelden te Velserbroek, gemeente Velsen

Subtitel

Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2392

ISSN-nummer

2468-4813

Projectnummer

337784

Referentienummer

SWNL0268547

Revisie

C2

Datum

18-11-2020

Auteur(s)

Leonie Ouwerkerk, MSc. Senior KNAarcheoloog, KNA-prospector, actornummer 92218907

E-mailadres

Leonie.ouwerkerk@sweco.nl

Gecontroleerd door

dr. Jan Jaap Hekman, Senior KNA archeoloog, Senior KNA Prospector (actornummer 64229705)

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij, MA Teammanager

Paraaf goedgekeurd

Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).

2 (23)

Administratieve gegevens Uitvoerder

Sweco Nederland B.V.

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartbladnummer Kadastrale gegevens x/y-coördinaten

Noord Holland Velsen Velserbroek Hofgeest West, VSV en Sportvelden 52A n.v.t. Deelgebied Hofgeest West: 105292; 495225 Deelgebied Hofgeest VSV: 105503; 495374 Deelgebied Sportvelden: 105886; 495043 Deelgebied Hofgeest West: C.V. De Hofgeester Gronden Deelgebieden Hofgeest VSV en Sportvelden: BPD. 4820531100 Ca. 23 ha Gemeente Velsen (contactpersoon: mw J. Groot: jgroot@velsen.nl) L. Ouwerkerk, Jos van den Hurk, Thom Kester Oktober, November 2020 Sweco Nederland B.V.

Opdrachtgever Onderzoeksmeldingsnummer AMK monumentnummer Archis vondstmeldingsnummer Oppervlakte plangebied Onderzoeksgebied Bevoegde overheid Projectmedewerker(s) Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie

3 (23)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1

Inleiding .................................................................................................................. 7

1.1

Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 7

1.2

Beleidskader ............................................................................................................ 7

1.3

Uitvoering ................................................................................................................. 8

1.4

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 8

1.5

Archeologische verwachting .................................................................................... 8

2

Veldonderzoek ..................................................................................................... 10

2.1

Methodiek .............................................................................................................. 10

2.2

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 10

2.3

Werkwijze .............................................................................................................. 11

2.4

Resultaten en interpretatie .................................................................................... 11

2.4.1

Bodemopbouw ....................................................................................................................11

2.4.2

Interpretatie .........................................................................................................................13

2.4.3

Archeologie .........................................................................................................................14

2.4.4

Conclusies veldonderzoek ..................................................................................................14

3

Evaluatie ............................................................................................................... 16

3.1

Conclusie ............................................................................................................... 16

3.2

Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 17

3.3

Advies .................................................................................................................... 20

Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 20 Archeologische en geologische perioden ........................................................................ 23

Bijlage 1

Locatie plangebied

Bijlage 2

Geomorfologische kaart

Bijlage 3

Bodemkaart

Bijlage 4

Kaart met bekende archeologische waarden

Bijlage 5

Archeologische beleidskaart en legenda

Bijlage 6

Locaties uitgevoerde boringen

Bijlage 7

Boorprofielen

Bijlage 8

Toekomstige bouwplannen

Bijlage 9

Advieskaart

Bijlage 10

Dwarsdoorsnede profielen deelgebieden Hofgeest West, VSV en Sportvelden

4 (23)

Samenvatting In opdracht van C.V. De Hofgeester Gronden en BPD heeft Sweco Nederland B.V. een inventariserend booronderzoek uitgevoerd naar het plangebied Hofgeest West en Hofgeest VSV te Velserbroek, gemeente Velsen. Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden: Hofgeest West, Hofgeest VSV en Sportvelden. C.V. De Hofgeester Gronden is opdrachtgever voor het onderzoek naar deelgebied Hofgeest West. BPD is opdrachtgever voor het onderzoek naar deelgebied Hofgeest VSV en deelgebied Sportvelden. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande ontwikkeling van 380 nieuwbouwwoningen in de deelgebieden Hofgeest West en Hofgeest VSV, en de geplande verplaatsing van de huidige sportvelden in deelgebied Hofgeest VSV naar het deelgebied Sportvelden. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Conform het gemeentelijk archeologiebeleid dient in het plangebied bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Met de voorgenomen ontwikkeling worden deze vrijstellingsgrenzen overschreden. Binnen het deelgebied Sportvelden is in 2012-2013 een archeologisch onderzoek uitgevoerd (proefsleuven en een opgraving) uitgevoerd.

Uit dit onderzoek bleek dat archeologische resten op twee niveaus aanwezig zijn in de bodem: resten uit de Romeinse Tijd in de top van een laag veraard veen (vanaf ca. 0,5 meter -mv) en resten uit de IJzertijd in de top van de afzettingen van het Oer-IJ estuarium (vanaf circa 0,0 m -mv). Deze resten op beide niveaus bestaan uit sporen van off-site activiteiten, zoals akkerbouw, veeteelt en opslag van gewassen. Resten van een nederzetting zijn op deze locatie tijdens het onderzoek in 2012-2013 niet aangetroffen; vermoedelijk bevinden die zich in de directe omgeving van de vindplaats. Voor het deelgebied Sportvelden geldt daarom een hoge archeologische verwachting. Archeologie wordt voornamelijk verwacht op hoger gelegen zandduinen die boven het veen uitsteken. Uit de boringen blijkt dat de relevante niveaus uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zeer waarschijnlijk verstoord zijn aangezien het maaiveld op de meeste plaatsen verstoord is vanaf 50 tot 80 cm onder het maaiveld, en regelmatig nog iets dieper. In het deelgebied Sportvelden is er iets minder verstoring aanwezig, daar is een lage verwachting mogelijk op archeologie uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd onder de verstoringen van ca. 40 cm diepte. Volgens het proefsleuvenonderzoek van het ADC kan er ook in de top van het veraarde veen op ca.

0,9 m -mv archeologie voorkomen, hoewel de top waarschijnlijk is verspoeld door de klei die is afgezet tijdens de Middeleeuwen. Resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd kunnen verwacht worden onder de humeuze laag in het duinzand op ca. 1,20 m -mv in Hofgeest West. In Hofgeest VSV is deze laag mogelijk opgenomen in de bouwvoor aangezien deze hier verwacht zou worden tussen 0,6 en 0,2 m -mv vanwege de lage ligging van het terrein. Archeologische waarden zijn hierdoor mogelijk verstoord geraakt maar zijn mogelijk nog aanwezig onder de bouwvoor. Waarschijnlijk resteren alleen de dieper gelegen sporen nog. Resten vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Bronstijd zijn mogelijk aanwezig in de top van het Laagpakket van Wormer op ca 3,2 tot 3,8 m -mv in Hofgeest West, in Hofgeest VSV van 2,8 m –mv tot 3,7 m –mv. en in deelgebied Sportvelden van ca. -1,3 m tot 1,5 m – mv. Daar waar boven Wormer geen veen meer aanwezig is, zal de top van dit niveau door de zee verspoeld of weggeslagen zijn. De verwachting op archeologie is daar laag. Op plaatsen waar nog veen aanwezig is op dit niveau kunnen archeologische resten eventueel nog intact aanwezig zijn. Dit is echter alleen het geval in deelgebied Sportvelden. Hier geldt een lage tot middelmatige verwachting op archeologie uit het Laat Neolithicum tot en met de Bronstijd. Voor de andere gebieden is een lage verwachting aanwezig.

5 (23)

In Hofgeest West is daarnaast een humeuze zandlaag aangetroffen op ca. 1,2 m -mv. Gezien het humeuze materiaal met wortelresten gaat het mogelijk om relatief recent veen. Waarschijnlijk is deze laag bij het onderzoek van RAAP ten noorden van het plangebied Hofgeest VSV geïnterpreteerd als mogelijk Late IJzertijd/ Romeins niveau. Deze laag is echter relatief dun en mogelijk deels al verstoven. Bij archeologische woonlagen wordt toch een dikker, donkergekleurd pakket verwacht. Er is een kleine verwachting op Late IJzertijd of Romeinse waarden onder dit pakket. Op ca. 2 m -mv is daarnaast nog een laag met veen of zeer humeus zand aanwezig. Deze laag is echter gelegen in het strandzand, en deze omstandigheden waren te nat voor bewoning. Deze laag heeft daarom geen archeologische verwachting. De archeologische lagen die aangetroffen zijn bij de opgravingen van het onderzoek van het ADC bestonden voornamelijk uit een zandduin met een duidelijke bodem. Die is tijdens dit onderzoek niet aangetroffen. Advies Het advies is om de archeologische verwachting bij het deelgebied Hofgeest West op archeologie uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd vanaf het maaiveld bij te stellen naar zeer laag gezien de diepe verstoringen. Bij de deelgebieden Hofgeest West en VSV is deze verwachting laag aangezien het hier iets minder diep (ca. 50 cm)verstoord is.

Archeologie uit het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd heeft tevens een zeer lage verwachting in de top van Wormer op ca. 3,2 m -mv. Daar waar een humeuze laag in de top van Wormer aanwezig is, is namelijk geen veen meer aanwezig. Dit geeft aan dat de top van het veen verspoeld is geraakt door de zee. Het is zeer waarschijnlijk dat ook de top van Wormer hierdoor verspoeld is geraakt, en hierdoor is de verwachting uit het Neolithicum eigenlijk nihil, en de verwachting op resten uit de Bronstijd laag. Ook is het maar een zeer dun laagje licht humeus materiaal. Bij een archeologisch niveau is dit normaliter een veel dikker, donker gekleurd pakket. Deze verwachting kan daarom naar laag worden bijgesteld. Daarnaast is een lage verwachting op archeologie uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd daar waar in Hofgeest West een humeuze laag is aangetoond op ca. 1,2 m -mv. Bij het deelgebied Sportvelden is in het zand geen bodem aangetoond. Ook zijn er geen andere aanwijzingen voor archeologie. Er is een lage kans op archeologie uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd vanaf het maaiveld. Ook is er een lage verwachting op archeologie uit het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd in de top van Wormer vanaf ca. 1,3 m -mv aangezien ook hier veelal het veen ontbreekt op Wormer.

Daarnaast is een lage verwachting op archeologie uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd in de top van het veen op ca. 0,9 m -mv. Gezien de lage kans op archeologie uit zowel de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, die zeker in Hofgeest West waarschijnlijk afwezig is gezien de diepe verstoringen, en de lage kans op archeologie in de top van Wormer en, in de top van het veen in deelgebied Sportvelden, en onder de humeuze laag in Hofgeest West wordt alleen bij grote ingrepen vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of een begeleiding. Toevalsvondsten Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden na afronding van dit archeologisch vooronderzoek toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Tot slot Dit rapport is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid

6 (23)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van C.V. De Hofgeester Gronden en BPD heeft Sweco Nederland B.V. een inventariserend booronderzoek uitgevoerd naar het plangebied Hofgeest West en Hofgeest VSV te Velserbroek, gemeente Velsen. Het plangebied bestaat uit drie deelgebieden: Hofgeest West, Hofgeest VSV en Sportvelden. C.V. De Hofgeester Gronden is opdrachtgever voor het onderzoek naar deelgebied Hofgeest West. BPD is opdrachtgever voor het onderzoek naar deelgebied Hofgeest VSV en deelgebied Sportvelden (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande ontwikkeling van 380 nieuwbouwwoningen in de deelgebieden Hofgeest West en Hofgeest VSV, en de geplande verplaatsing van de huidige sportvelden in deelgebied Hofgeest VSV naar het deelgebied Sportvelden. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Conform het gemeentelijk archeologiebeleid dient in het plangebied bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Met de voorgenomen ontwikkeling worden deze vrijstellingsgrenzen overschreden. 1.2 Beleidskader De gemeente Velsen heeft in 2017 een eigen archeologiebeleid vastgesteld.1 Onderdeel van het archeologiebeleid is de gemeentelijke beleidskaart (zie afbeelding 1).

Conform de beleidskaart liggen alle deelgebieden van onderhavig plangebied in een zone aangeduid als categorie 3. Hiervoor geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit uiteenlopende perioden en van diverse complextypen. Voor deze zone geldt de volgende beleidsregel: ”Bij bodemverstorende activiteiten in plangebieden > 100 m² en dieper dan 40 cm -mv dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd.” 2 Deze grenzen worden met de voorgenomen ontwikkeling overschreden.

1 2

Bosman et al. 2017. Bosman et al. 2017, 16. 7 (23)

Afbeelding 1: Uitsnede van het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Velsen. In het paars is archeologisch onderzoek nodig bij een verstoring van meer dan 100 m 2 en dieper dan 40 cm.

De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied overschreden. Conform de planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk. 1.3 Uitvoering Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de SIKB BRL 4000 en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie: protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek. 1.4 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. 1.5

Archeologische verwachting

Hofgeest West en VSV Conform het gemeentelijk beleid geldt voor beide deelgebieden een hoge archeologische verwachting. Sweco Nederland onderschrijft deze hoge verwachting voor archeologische resten in de bodem van beide deelgebieden. Eventuele resten dateren vanaf het LaatNeolithicum t/m de Nieuwe Tijd en kunnen bestaan uit nederzettingsresten (kuilen, paalkuilen, waterputten, erfgrenzen, sloten/greppels, en artefacten van onder andere aardewerk, steen, metaal, bot, been, glas) of resten van het gebruik van het gebied als akker, weiland of hooiland (sloten/greppels, hekwerk, structuren voor opslag van oogst en dergelijken). De toponiem Hofgeest en de kartering van hoge zwarte enkeerdgronden op de bodemkaart doen vermoeden dat (delen van) de deelgebieden gedurende de Middeleeuwen in gebruik waren als akker.

8 (23)

Eventuele resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd liggen naar verwachting in en direct onder de bouwvoor. Oudere resten kunnen op een dieper niveau in de bodem aanwezig zijn. Tijdens een booronderzoek in 2006 direct ten noorden van deelgebied Hofgeest VSV is een potentieel archeologisch niveau uit de Late IJzertijd en Romeinse Tijd waargenomen op een diepte van 0,5 m tot 0,3 m +NAP (1,2 m tot 1,4 m -mv). Eventuele resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zijn gezien hun verwachte ondiepe ligging mogelijk verstoord door ontwikkelingen in het gebied gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw. In hoeverre eventuele resten daadwerkelijk verstoord zijn, is niet bekend. Eventuele resten uit de periode Laat-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen zijn potentieel goed bewaard gebleven. Eventuele resten liggen vermoedelijk dieper in de bodem en zijn daarom afgedekt door latere afzettingen van zand en klei, of zijn mogelijk bedekt door veen. Deelgebied Sportvelden De bodem in een zone van ca. 55 meter breed, parallel aan de autosnelweg A22, langs de noordoost grens van het deelgebied is vermoedelijk verstoord door de aanleg van een aantal kabels en leidingen (zie figuur 5). Voor deze zone geldt een lage archeologische verwachting. Delen van het deelgebied Sportvelden zijn archeologisch onderzocht in 2012-2013.

Over de bodemopbouw en aanwezigheid van archeologische resten in de bodem is daarom al één en ander bekend. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek in 2012-2013 is duidelijk dat in deelgebied Sportvelden resten aanwezig zijn uit de Late IJzertijd en Romeinse Tijd. De resten suggereren dat het gebied in die periode werd gebruikt voor off-site activiteiten, zoals akkerbouw en weide voor vee. De resten bestaan uit sloten/greppels en paalkuilen. Tevens zijn voet- en hoefafdrukken in het veraarde veen waargenomen. Bewoningsresten zijn echter te verwachten op boven het veen uitstekende duinen of oeverwallen van het IJ. Daarom geldt voor deelgebied Sportvelden voor de periode IJzertijd t/m Romeinse Tijd een hoge archeologische verwachting voor resten die verband houden met off-site activiteiten. Het is tevens niet uitgesloten dat binnen het deelgebied nederzettingsresten uit deze periode in de ondergrond aanwezig zijn. De hoge archeologische verwachting voor dit deelgebied geldt ook voor de periode LaatNeolithicum, Bronstijd en Vroege Middeleeuwen. Hoewel resten uit deze perioden niet zijn aangetroffen binnen het plangebied, kan de aanwezigheid van resten uit deze perioden niet worden uitgesloten. Aangezien het deelgebied gedurende de IJzertijd en Romeinse Tijd in gebruik was, is het goed mogelijk dat dit ook het geval was in de perioden daarvoor en daarna.

Voor de periode Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Op basis van historische kaarten wordt in dit deelgebied geen historische bebouwing verwachting. Het deelgebied was in deze periode vermoedelijk in gebruik als hooiland.

9 (23)

2

Veldonderzoek

2.1 Methodiek Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de processtappen zoals opgenomen in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-Overig) bestaat uit negen processtappen: 1. Bepalen onderzoeksmethode (VS08). 2. Opstellen Plan van Aanpak IVO-O (VS01). 3. Aanmelden onderzoek bij Archis. 4. Uitvoeren booronderzoek (VS03). 5. Opstellen standaardrapport (VS05). 6. Waarderen (VS06). 7. Opstellen selectieadvies (VS07). 8. Opleveren standaardrapport – afmelden onderzoek in Archis. 9. Aanleveren digitale projectdocumentatie (DS05). Processtappen 1 t/m 4 hebben plaatsgevonden tijdens de voorbereiding van het veldonderzoek. Processtap 5 en 7 resulteert in het voorliggende rapport. Processtap 6, Waarderen, wordt pas van toepassing wanneer daar tijdens de verkennende en eventuele karterende fase aanleiding toe is gevonden. Processtappen 8 en 9 hebben betrekking op het openbaar maken van het rapport voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. 2.2 Doelstelling en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de, op basis van het bureauonderzoek opgestelde, gespecificeerde verwachting, zoals deze is geformuleerd in paragraaf 1.5. Het inventariserend veldonderzoek (IVO) heeft bestaan uit een booronderzoek verkennende fase.

De gekozen onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het bureauonderzoek (uitmondend in de gespecificeerde archeologische verwachting), het protocol inventariserend veldonderzoek uit de KNA-versie 4.1 (protocol 4003). Met het verkennend booronderzoek is de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan bepaald. Het leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: • Wat is de bodemopbouw in het plangebied? • Is deze opbouw nog intact? • Zijn er in de onderzochte deelgebieden zones aan te wijzen waar (intacte) archeologische waarden aanwezig kunnen zijn? • Waar en in welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? • In hoeverre worden de (mogelijke) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? • Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

10 (23)

2.3 Werkwijze Het veldwerk heeft bestaan uit een verkennend booronderzoek. Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht op 22, 23 en 24 april, 30 oktober en 2, 3 en 4 november 2020.3 Hierbij zijn in totaal 116 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een zuigerboor van 4 cm, soms aangevuld met een gutsboor van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot in het Laagpakket van Wormer of tot een maximale diepte van 4 m beneden maaiveld. De opgeboorde grond is in het veld door middel van troffelen en brokkelen onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals verbrand of bewerkt vuursteen, houtskool, verbrand bot en aardewerk. Verder zijn de opgeboorde boormonsters geïnspecteerd op de aanwezigheid van bodemverkleuringen die zouden kunnen wijzen op mogelijke bodemvorming, vegetatieen/of cultuurlagen. De boorprofielen zijn beschreven conform ASB en NEN5104. Bij de uitvoering van het veldonderzoek is zeer beperkt afgeweken van het Plan van Aanpak. Er zijn een aantal boringen verzet, maar dit heeft geen gevolgen voor het beantwoorden van de vraagstelling. Boring 75 is verzet naar het zuiden aangezien deze op de verharding lag van de bebouwing bij de Hofgeesterweg 18A.

Boringen 63 en 70 zijn vervallen omdat deze zich op verharding en onder een gebouw bevonden waar zich stelconplaten bevonden waardoor deze boringen niet gezet konden worden. Boring 69 is vier meter naar het noorden verplaatst omdat zich hier ook verharding bevond. Boring 2 is 13 meter naar het oosten verplaatst, omdat deze zich onder een gebouw bevond. Ook is boring 3 vervallen in verband met kabels en leidingen (voorzorg maatregel). Verzetten had hier geen zin omdat zich vlakbij boring 15 en 8 bevinden. In totaal zijn 116 boringen gezet. Boring 69 is tot drie maal toe gestuit op puin. 2.4 Resultaten en interpretatie De locaties van de boringen worden weergegeven in Bijlage 6. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 7. 2.4.1

Bodemopbouw

Hofgeest West De bodemopbouw wordt hieronder van boven naar beneden beschreven. De afdekkende laag bestaat uit donkerbruin matig fijn, matig humeus zand met een dikte variërend van 0,70 tot 1,3 m. Deze laag betreft de bouwvoor. Hieronder bevindt zich matig grof tot matig fijn grijs tot lichtbruin zand. Deze laag is geïnterpreteerd als duinzand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl). Er is wel een humeuze zandlaag waargenomen, deze bevindt zich op ca 1,2 meter onder maaiveld. Op sommige locaties gaat dit over in veen. Onder deze humeuze zandlaag bevindt zich opnieuw een laag zand, meestal matig grof met schelpgruis dat kalkhoudend is. Hier gaat het om strandzand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort). Op de meeste plekken bevindt zich in dit strandzand een laagje veen van 5 tot 20 cm dik. De diepte van dit pakket varieert van 2 tot 2,4 meter diepte. Onder het zand bevindt zich op ca. 3,2 meter diepte een veelal dunne laag veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) dat grotendeels is geërodeerd door het bovenliggende Laagpakket van Zandvoort. Het veen is in de meeste gevallen ca. 10 tot 20 cm dik. Onder dit pakket bevindt zich grijze zeeklei (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). Op enkele locaties is deze klei enigszins humeus in de top van dit pakket.

Een humeuze top in het pakket Wormer duidt mogelijk op een fase in landschapsontwikkeling waarin de sedimentatie van klei was onderbroken en vegetatie kon

3

De boringen zijn uitgevoerd door Leonie Ouwerkerk, KNA-prospector (actornummer 92218907). 11 (23)

groeien. Gedurende deze fase is potentieel menselijke bewoning of landgebruik mogelijk geweest. Hofgeest VSV De bodemopbouw bij Hofgeest VSV geeft grotendeels hetzelfde beeld als bij Hofgeest West. De bovenste laag is donkerbruin en matig humeus tot op ca 80 cm diepte, dit is de bouwvoor. Onder deze laag bevindt zich lichtbruin tot grijs matig grof tot matig fijn zand dat nagenoeg kalkloos is, maar onderin kalkhoudender wordt. Op ca. 1,8 meter onder maaiveld lijkt het gezien het grovere schelp houdende zand dat kalkhoudend is om strandzand te gaan. In dit pakket bevindt zich een laag veen op ca. 2 meter diepte. Deze laag veen is ca. 20 cm dik. Daaronder bevindt zich opnieuw matig fijn tot matig grof grijs zand, dat kalkhoudend is en schelpmateriaal bevat. Vervolgens bevindt zich op ca. 3,3 meter diepte ofwel een laagje veen ofwel zeer humeus zand van 10 cm dikte op de grijze klei. Bij sommige boringen is dit een dik pakket bruin veen van 40 cm dikte. Hier is het veen minder geërodeerd. Onder dit pakket ligt opnieuw grijze zeeklei, die soms in de top wat humeus is. Ook hier gaat het om een mogelijk voormalig loopoppervlak. Onder dit kleipakket ligt duinzand (Laagpakket van Schoorl) gevolgd door wat veen (Formatie van Nieuwkoop) en strandzand (Laagpakket van Zandvoort). Hieronder bevindt zich opnieuw veen (Hollandveen Laagpakket) en de grijze zeeklei (Laagpakket van Wormer).

Ook hier is de top enigszins humeus. In sommige gevallen bevindt het strandzand zich direct op de grijze zeeklei. Hier is waarschijnlijk het veen, samen met de top van de zeeklei weggespoeld door het Laagpakket van Zandvoort). Sportvelden In het deelgebied sportvelden is de bodemopbouw iets anders dan in de deelgebieden Hofgeest West en VSV. Hier ligt het maaiveld ook een stuk lager, gemiddeld op -0,0 NAP in het noorden en richting het zuiden aflopend richting -0,44 NAP terwijl Hofgeest West en VSV gemiddeld op 1,9 en 1,4 m boven NAP liggen. In dit gebied bestaat de bovenste laag uit een verstoord pakket van ca. 40 tot 95 cm dat in de top bestaat uit donkerbruine zandige klei die matig humeus is en soms onderin uit humeus bruin zand bestaat. Het betreft de bouwvoor. Waarschijnlijk gaat het om omgewerkte IJe-klei (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) dat is afgezet gedurende de Middeleeuwen. Op sommige plaatsen in het plangebied bevindt zich onder deze laag een pakket veen (Formatie van Nieuwkoop) dat 20 tot 70 cm dik. Soms ligt dit pakket direct op de grijze zeeklei van het Laagpakket van Wormer of volgen nog meer kleiafzettingen van het Oer-IJ, soms bevindt zich onder het veen nog een laag met zand op gemiddeld -1,25 onder maaiveld. Dit pakket bestaat uit zwak siltig lichtgrijs zand dat over het algemeen kalkarm is. Op sommige plaatsen bevindt zich vanaf ca.

1,30 m diepte ook kalkrijk grover zand, hier gaat het waarschijnlijk om strandzand (Laagpakket van Zandvoort) wat bovenin overgaat naar duinzand (Laagpakket van Schoorl) of strandwalzand. Onder het zand (of het veen) bevindt zich vervolgens de blauwgrijze klei van het Laagpakket van Wormer op ca. 1,9 tot 2,3 m onder maaiveld (Formatie van Nieuwkoop). Bovenin is het pakket iets humeus. Bij het onderzoek van het ADC die in het oostelijke deel van dit deelgebied proefsleuvenonderzoek en een opgraving uitgevoerd bevond het archeologisch niveau zich voornamelijk op het strandwalzand, onder het veen (circa 1 m -mv). In deze laag zijn in het onderhavige onderzoek echter geen vergelijkbare humeuze niveaus waargenomen. Op de plaatsen waar geen zand aanwezig is, is onder het veen vaak bruingrijze klei aanwezig met enkele humeuze laagjes, dit zijn waarschijnlijk opnieuw afzettingen van het Oer-IJ. Hieronder bevindt zich de blauwgrijze klei van het Laagpakket van Wormer. Aangezien er op het Laagpakket van Wormer geen veen meer aanwezig is, is het mogelijk dat de Oer-IJ afzettingen dit veen, en de eventuele bovenlaag van het Laagpakket van Wormer weggespoeld heeft en een deel van de eventueel archeologische waarden verdwenen is. 12 (23)

2.4.2

Interpretatie

Hofgeest West en VSV In deelgebied Hofgeest West en VSV bestaat de bodem uit een bouwvoor van ca. 80 cm dik gevolgd door duinzand of strandwalzand. In een aantal boringen is duidelijk een humeuze laag aanwezig, op ca. 1,20 m diepte, bestaande uit humeus zand of veen. Deze laag is ca. 20 cm dik en donkerbruin/zwart gekleurd. Deze laag is voornamelijk aanwezig bij het deelgebied Hofgeest West, en niet bij Hofgeest VSV. Mogelijk is deze bij Hofgeest VSV opgenomen in de bouwvoor, gezien dit deelgebied 60 cm tot een meter lager ligt dan Hofgeest West. Deze laag zou zich dan op ca. 60 cm diepte bevinden. De humeuze zandlaag komt in Hofgeest West voor bij boringen 22, 29, 30, 35, 36, 37, 38, 42, 43, 47, 50, 51, 54, 55, 56, 58, 68, 70, 72, en 76. Deze laag bevat vaak wel vezelig materiaal/wortels en stonk vaak nog en het is de vraag of deze laag recent is. Mogelijk is deze laag bij het onderzoek van RAAP ten noorden van het plangebied Hofgeest VSV geïnterpreteerd als mogelijk Late IJzertijd/ Romeins niveau. Deze diepte komt overeen met de diepte van de laag in Hofgeest West gezien beide gebieden zich ongeveer op dezelfde NAP hoogte bevinden. Onder deze laag bevindt zich zand dat is afgezet door de zee, waarin zich op 2 meter diepte soms ook een laag veen of humeus zand bevindt. In deze laag wordt geen archeologisch niveau verwacht gezien de toenmalige natte omstandigheden.

Vervolgens ligt er een dunne laag veen op de blauwe zeeklei van het laagpakket van Wormer, die regelmatig ook een humeuze kleilaag bevat in de top van het pakket. Daar waar geen veen meer aanwezig is boven Wormer is de verwachting laag, gezien de laag daar waarschijnlijk verspoeld is door de zee. Daar waar een humeus niveau is aangetroffen in de top van Wormer is echter geen veen meer aanwezig. De archeologische verwachting voor dit niveau is daarom laag. Sportvelden Het deel van dit deelgebied sportvelden is gelegen in de zone van het Oer-IJ estuarium. Onder de bouwvoor, die bestaat uit omgewerkte klei, bevindt zich nog een restant van de overstromingslagen van het Oer-IJ die zijn afgezet vanaf de Middeleeuwen. Er is in dit pakket een kleine kans op archeologie, gezien de bovenlaag grotendeels verstoord is tot 50 cm diepte. Hieronder bevindt zich een veenlaag op 90 cm – mv. Deze veenlaag dateert waarschijnlijk uit de Late IJzertijd4. De bovenzijde van het veen is waarschijnlijk verspoeld door de bovenliggende overstromingslagen van het Oer-IJ. Onder het veen bevindt zich soms zand, wat mogelijk duinzand is. De kans op archeologie op dit niveau is klein aangezien er geen humeus niveau is aangetroffen. Daar waar geen zand aanwezig is, is klei afgezet. Het gaat waarschijnlijk om wad/kwelder afzettingen van het Oer-IJ.

Deze laag heeft geen archeologische verwachting gezien de natte omstandigheden waarbij deze is afgezet. Wel is een lage verwachting aanwezig op archeologie in de top van het Laagpakket van Wormer waar een humeus niveau in het top van het pakket waar te nemen is. De afwezigheid van veen op dit pakket geeft echter aan dat er een grote kans is dat de top van Wormer verspoeld is door het Oer-IJ. De verwachting op archeologie is daarom laag. Uit het opgravingsrapport van het ADC blijkt dat er archeologie verwacht wordt op (boven het veen uitstekende) zandduinen. Ook heeft het ADC duidelijk een bodem aangetroffen in de top van het zand. Die is tijdens dit booronderzoek niet aangetoond. De verwachting op archeologie is daarom laag.5

4 5

Zandboer et. al. 2016. Zandboer et. al. 2016. 13 (23)

2.4.3 Archeologie Er zijn in de boringen geen archeologische indicatoren en/of vondsten aangetroffen. 2.4.4

Conclusies veldonderzoek

Hofgeest West en VSV In deelgebied Hofgeest West en VSV bestaat de bodem uit een bouwvoor van ca. 80 cm dik gevolgd door duinzand of strandwalzand. In een aantal boringen is duidelijk een humeuze laag aanwezig, op ca. 1,20 m diepte, bestaande uit humeus zand of veen. Deze laag is ca. 20 cm dik en donkerbruin/zwart gekleurd. Deze laag is voornamelijk aanwezig bij het deelgebied Hofgeest West, en niet bij Hofgeest VSV. Mogelijk is deze bij Hofgeest VSV opgenomen in de bouwvoor, gezien dit deelgebied 60 cm tot een meter lager ligt dan Hofgeest West. Deze laag zou zich dan op ca. 60 cm diepte bevinden. De humeuze zandlaag komt in Hofgeest West voor bij boringen 22, 30, 37, 47, 50, 51, 54, 55, 56, 58, 68, 70, 72, en 76. Deze laag bevat vaak wel vezelig materiaal/wortels en stonk vaak nog en het is de vraag of deze laag recent is. Mogelijk is deze laag bij het onderzoek van RAAP ten noorden van het plangebied Hofgeest VSV geïnterpreteerd als mogelijk Late IJzertijd/ Romeins niveau. Deze diepte komt overeen met de diepte van de laag in Hofgeest West gezien beide gebieden zich ongeveer op dezelfde NAP hoogte bevinden. Onder deze laag bevindt zich zand dat is afgezet door de zee, waarin zich op 2 meter diepte soms ook een laag veen of humeus zand bevindt. In deze laag wordt geen archeologisch niveau verwacht gezien de toenmalige natte omstandigheden.

Vervolgens ligt er een dunne laag veen op de blauwe zeeklei van het laagpakket van Wormer, die regelmatig ook een humeuze kleilaag bevat in de top van het pakket. Daar waar geen veen meer aanwezig is boven Wormer is de verwachting laag, gezien de laag daar waarschijnlijk verspoeld is door de zee. Daar waar een humeus niveau is aangetroffen in de top van Wormer is echter geen veen meer aanwezig. De archeologische verwachting voor dit niveau is daarom laag. Sportvelden Het deel van dit deelgebied sportvelden is gelegen in de zone van het Oer-IJ estuarium. Onder de bouwvoor, die bestaat uit omgewerkte klei, bevindt zich nog een restant van de overstromingslagen van het Oer-IJ die zijn afgezet vanaf de Middeleeuwen. Er is in dit pakket een kleine kans op archeologie, gezien de bovenlaag grotendeels verstoord is tot 50 cm diepte. Hieronder bevindt zich een veenlaag op 90 cm – mv. Deze veenlaag dateert waarschijnlijk uit de Late IJzertijd6. De bovenzijde van het veen is waarschijnlijk verspoeld door de bovenliggende overstromingslagen van het Oer-IJ. Onder het veen bevindt zich soms zand, wat mogelijk duinzand is. De kans op archeologie op dit niveau is klein aangezien er geen humeus niveau is aangetroffen. Daar waar geen zand aanwezig is, is klei afgezet. Het gaat waarschijnlijk om wad/kwelder afzettingen van het Oer-IJ.

Deze laag heeft geen archeologische verwachting gezien de natte omstandigheden waarbij deze is afgezet. Wel is een lage verwachting aanwezig op archeologie in de top van het Laagpakket van Wormer waar een humeus niveau in het top van het pakket waar te nemen is. De afwezigheid van veen op dit pakket geeft echter aan dat er een grote kans is dat de top van Wormer verspoeld is door het Oer-IJ. De verwachting op archeologie is daarom laag. Uit het opgravingsrapport van het ADC blijkt dat er archeologie verwacht wordt op (boven het veen uitstekende) zandduinen. Ook heeft het ADC duidelijk een bodem aangetroffen in de top van het zand. Die is tijdens dit booronderzoek niet aangetoond. De verwachting op archeologie is daarom laag.7 6 7

Zandboer et. al. 2016. Zandboer et. al. 2016. 14 (23)

15 (23)

3

Evaluatie

3.1 Conclusie Uit het bureauonderzoek is het volgende gebleken. Voor de deelgebieden Hofgeest West en Hofgeest VSV geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit de periode Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen aanwezig zijn in en direct onder de bouwvoor en zijn daarom mogelijk verstoord. Resten uit de periode Laat Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen zijn mogelijk in een latere fase afgedekt onder een pakket zand, klei en/of veen en zijn daarom mogelijk goed geconserveerd. Binnen het deelgebied Sportvelden is in 2012-2013 een archeologisch onderzoek uitgevoerd (proefsleuven en een opgraving) uitgevoerd. Uit dit onderzoek bleek dat archeologische resten op twee niveaus aanwezig zijn in de bodem: resten uit de Romeinse Tijd in de top van een laag veraard veen (vanaf ca. 0,5 meter -mv) en resten uit de IJzertijd in de top van de afzettingen van het Oer-IJ estuarium (vanaf circa 0,0 m -mv). Deze resten op beide niveaus bestaan uit sporen van off-site activiteiten, zoals akkerbouw, veeteelt en opslag van gewassen. Resten van een nederzetting zijn op deze locatie tijdens het onderzoek in 2012-2013 niet aangetroffen; vermoedelijk bevinden die zich in de directe omgeving van de vindplaats. Voor het deelgebied Sportvelden geldt daarom een hoge archeologische verwachting.

Archeologie wordt voornamelijk verwacht op hoger gelegen zandduinen die boven het veen uitsteken of in de top van het veraarde veen. Uit de boringen blijkt dat de relevante niveaus uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zeer waarschijnlijk verstoord zijn aangezien het maaiveld op de meeste plaatsen verstoord is vanaf 50 tot 80 cm onder het maaiveld, en regelmatig nog iets dieper. In het deelgebied Sportvelden is er iets minder verstoring aanwezig, daar is een lage verwachting mogelijk op archeologie uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd onder de verstoringen van ca. 40 cm diepte. Volgens het proefsleuvenonderzoek van het ADC kan er ook in de top van het veraarde veen op ca. 0,9 m -mv archeologie voorkomen, hoewel de top waarschijnlijk is verspoeld door de klei die is afgezet tijdens de Middeleeuwen. Resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd kunnen verwacht worden onder de humeuze laag in het duinzand op ca. 1,20 m -mv in Hofgeest West. In Hofgeest VSV is deze laag mogelijk opgenomen in de bouwvoor aangezien deze hier verwacht zou worden tussen 0,6 en 0,2 m -mv vanwege de lage ligging van het terrein. Archeologische waarden zijn hierdoor mogelijk verstoord geraakt maar zijn mogelijk nog aanwezig onder de bouwvoor. Waarschijnlijk resteren alleen de dieper gelegen sporen nog.

Resten vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Bronstijd zijn mogelijk aanwezig in de top van het Laagpakket van Wormer op ca 3,2 tot 3,8 m -mv in Hofgeest West, in Hofgeest VSV van 2,8 m –mv tot 3,7 m –mv. en in deelgebied Sportvelden van ca. -1,3 m tot 1,5 m – mv. Daar waar boven Wormer geen veen meer aanwezig is, zal de top van dit niveau door de zee verspoeld of weggeslagen zijn. De verwachting op archeologie is daar laag. Op plaatsen waar nog veen aanwezig is op dit niveau kunnen archeologische resten eventueel nog intact aanwezig zijn. Dit is echter alleen het geval in deelgebied Sportvelden. Hier geldt een lage tot middelmatige verwachting op archeologie uit het Laat Neolithicum tot en met de Bronstijd. Voor de andere gebieden is een lage verwachting aanwezig. In Hofgeest West is daarnaast een humeuze zandlaag aangetroffen op ca. 1,2 m -mv. Gezien het humeuze materiaal met wortelresten gaat het mogelijk om relatief recent veen. Waarschijnlijk is deze laag bij het onderzoek van RAAP ten noorden van het plangebied Hofgeest VSV geïnterpreteerd als mogelijk Late IJzertijd/ Romeins niveau. Deze laag is echter relatief dun en mogelijk deels al verstoven. Bij archeologische woonlagen wordt toch een dikker, donkergekleurd pakket verwacht. Er is een kleine verwachting op Late IJzertijd of Romeinse waarden onder dit pakket.

16 (23)

Op ca. 2 m -mv is daarnaast nog een laag met veen of zeer humeus zand aanwezig. Deze laag is echter gelegen in het strandzand, en deze omstandigheden waren te nat voor bewoning. Deze laag heeft daarom geen archeologische verwachting. De archeologische lagen die aangetroffen zijn bij de opgravingen van het onderzoek van het ADC bestonden voornamelijk uit een zandduin met een duidelijke bodem. Die is tijdens dit onderzoek niet aangetroffen. 3.2 Beantwoording onderzoeksvragen De in paragraaf 3.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord:

• Wat is de bodemopbouw in het plangebied? Hofgeest West De bodemopbouw wordt hieronder van boven naar beneden beschreven. De afdekkende laag bestaat uit donkerbruin matig fijn, matig humeus zand met een dikte variërend van 0,70 tot 1,3 m. Deze laag is geïnterpreteerd als de bouwvoor. Hieronder bevindt zich matig grof tot matig fijn grijs tot lichtbruin zand. Deze laag is geïnterpreteerd als duinzand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl). Er is wel een humeuze zandlaag waargenomen, deze bevindt zich op ca 1,2 meter onder maaiveld. Op sommige locaties gaat dit over in veen. Onder deze humeuze zandlaag bevindt zich opnieuw een laag zand, meestal matig grof met schelpgruis dat kalkhoudend is. Hier gaat het om strandzand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort). Op de meeste plekken bevindt zich in dit pakket een laagje veen van 5 tot 20 cm dik. De diepte van dit pakket varieert van 2 tot 2,4 meter diepte. Onder het zand bevindt zich op ca. 3,2 meter diepte een veelal dunne laag veen (Formatie van Naaldwijk, Hollandveen Laagpakket) die grotendeels is geërodeerd door het Laagpakket van Zandvoort. Deze is in de meeste gevallen ca. 10 tot 20 cm dik. Onder dit pakket bevindt zich grijze zeeklei (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). Op enkele locaties is deze klei enigszins humeus in de top van dit pakket.

De top van het veen is zodanig geërodeerd door het strandzand dat zich hier waarschijnlijk geen archeologisch niveau bevindt. Een humeuze top in het pakket Wormer duidt op een fase in landschapsontwikkeling waarin de sedimentatie van klei was onderbroken en vegetatie kon groeien. Gedurende deze fase is potentieel menselijke bewoning of landgebruik mogelijk geweest. Hofgeest VSV De bodemopbouw bij Hofgeest VSV geeft grotendeels hetzelfde beeld als bij Hofgeest West. Er is een verstoorde laag aanwezig die donkerbruin is en matig humeus tot op ca 80 cm diepte, die geïnterpreteerd wordt als de bouwvoor. Onder deze laag bevindt zich lichtbruin tot grijs matig grof tot matig fijn zand die nagenoeg kalkarm is, maar onderin kalkhoudender wordt. Op ca. 1,8 meter onder maaiveld lijkt het gezien het grovere schelp houdende zand dat kalkhoudend is om strandzand te gaan. In dit pakket bevindt zich een laag veen op ca. 2 meter diepte. Deze laag veen is ca. 20 cm dik. Daaronder bevindt zich opnieuw matig fijn tot matig grof grijs zand, dat kalkhoudend is en schelpmateriaal bevat. Vervolgens bevindt zich op ca. 3,3 meter diepte ofwel een laagje veen ofwel zeer humeus zand van 10 cm dikte op de grijze klei. Bij sommige boringen is dit een dik pakket bruin veen van 40 cm dikte. Hier is het veen minder geërodeerd. Onder dit pakket ligt opnieuw grijze zeeklei, die soms in de top wat humeus is.

Ook hier gaat het om een mogelijk voormalig loopoppervlak. Onder dit kleipakket ligt duinzand (Laagpakket van Schoorl) gevolgd door wat veen (Formatie van Nieuwkoop) en strandzand (Laagpakket van Zandvoort). Hieronder bevindt zich opnieuw veen (Hollandveen Laagpakket) en de grijze zeeklei (Laagpakket van Wormer). Ook hier is de top enigszins humeus. In sommige

17 (23)

gevallen bevindt het strandzand zich direct op de grijze zeeklei. Hier is waarschijnlijk het veen, samen met de top van de zeeklei weggespoeld door het Laagpakket van Zandvoort). Sportvelden In het deelgebied sportvelden is de bodemopbouw iets anders dan in de deelgebieden Hofgeest West en VSV. Hier ligt het maaiveld ook een stuk lager, gemiddeld op -0 NAP in het noorden en richting het zuiden aflopend richting -0,44 NAP terwijl Hofgeest West en VSV gemiddeld op 1,9 en 1,0 m boven NAP liggen. In dit gebied bestaat de bovenste laag uit een verstoord pakket van ca. 40 tot 95 cm dat in de top bestaat uit donkerbruine zandige klei die matig humeus is en soms onderin uit humeus bruin zand bestaat. Dit pakket is geïnterpreteerd als de bouwvoor/verstoord pakket. Waarschijnlijk gaat het om omgewerkte IJe-klei (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) dat is afgezet gedurende de Middeleeuwen. Op sommige plaatsen in het plangebied bevindt zich onder deze laag een pakket veen (Formatie van Nieuwkoop) dat 20 tot 70 cm dik. Soms ligt dit pakket direct op de grijze zeeklei van het Laagpakket van Wormer of volgen nog meer kleiafzettingen van het Oer-IJ, soms bevindt zich onder het veen nog een laag met zand op gemiddeld -1,25 onder maaiveld. Dit pakket bestaat uit zwak siltig lichtgrijs zand dat over het algemeen kalkarm is. Op sommige plaatsen bevindt zich vanaf ca.

1,30 m diepte ook kalkrijk grover zand, hier gaat het waarschijnlijk om strandzand (Laagpakket van Zandvoort) wat bovenin overgaat naar duinzand (Laagpakket van Schoorl) of strandwalzand. Onder het zand (of het veen) bevindt zich vervolgens de blauwgrijze klei van het Laagpakket van Wormer op ca. 1,9 tot 2,3 m onder maaiveld (Formatie van Nieuwkoop). Bovenin is het pakket iets humeus. Bij het onderzoek van het ADC die in het oostelijke deel van dit deelgebied proefsleuvenonderzoek en een opgraving uitgevoerd bevond het archeologisch niveau zich voornamelijk op het strandwalzand, onder het veen (circa 1 m -mv). In deze laag zijn in het onderhavige onderzoek echter geen vergelijkbare humeuze niveaus waargenomen. Op de plaatsen waar geen zand aanwezig is, is onder het veen vaak bruingrijze klei aanwezig met enkele humeuze laagjes, dit zijn waarschijnlijk opnieuw afzettingen van het Oer-IJ. Hieronder bevindt zich de blauwgrijze klei van het Laagpakket van Wormer. Aangezien er op het Laagpakket van Wormer geen veen meer aanwezig is, is het mogelijk dat de Oer-IJ afzettingen dit veen, en de eventuele bovenlaag van het Laagpakket van Wormer weggespoeld heeft en een deel van de eventueel archeologische waarden verdwenen is.

• Is deze opbouw nog intact? De bodemopbouw is onder de bouwvoor grotendeels intact. Op de meeste plaatsen is de bodem tot op 80 cm verstoord, met uitzondering van 2 boringen in deelgebied Sportvelden waar de bodem tot op 3 meter -mv verstoord was. Mogelijk vanwege een nabijgelegen riool. In deelgebied sportvelden lijkt de bodem over het algemeen iets minder diep verstoord, met ca. 40 tot 50 cm. In het westen van Hofgeest VSV is de bodem ook minder diep verstoord.

• Zijn (mogelijke) archeologische waarden aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen tijdens het booronderzoek. Uit de boringen blijkt dat resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zeer waarschijnlijk verstoord zijn aangezien het maaiveld op de meeste plaatsen verstoord is tot ca. 80 cm onder het maaiveld. In het deelgebied Sportvelden en in het westen van Hofgeest VSV zijn de verstoringen minder diep, ca. 40 tot 50 cm. Hier is een lage kans op archeologie uit deze periode aanwezig. Resten vanaf het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd zijn mogelijk aanwezig in de top van het Laagpakket van Wormer op ca 3,2 tot 3,8 m -mv in Hofgeest West en op ca. -1,3 m tot 1,5 m -mv in deelgebied Sportvelden. De diepte van dit pakket varieert in Hofgeest VSV

18 (23)

van 2,8 m – mv tot 3,7 – mv. Wel is het mogelijk dat de top van dit niveau is weggespoeld door de zee, aangezien hier niet langer veen aanwezig is. Daarnaast is er een kans op archeologie in Hofgeest West op 1,2 m -mv, daar waar een humeus niveau aangetoond is. In Hofgeest VSV is dit niveau waarschijnlijk verdwenen in de bouwvoor gezien de lage ligging van het gebied. Volgens het proefsleuvenonderzoek van het ADC in het deelgebied Sportvelden is daarnaast mogelijk een niveau aanwezig in de top van het veen. Tabel 3.1: een overzicht van mogelijk archeologische waarden binnen de deelgebieden Deelgebied Archeologisch Periode Verwachting niveau Hofgeest West

Vanaf maaiveld

Hofgeest West

Op ca. 1,2 m -mv

Hofgeest West

Hofgeest VSV

In de top van Wormer, ca. 3,2 m mv Vanaf maaiveld

Hofgeest VSV

Onderin bouwvoor

Hofgeest VSV

In de top van Wormer, ca. 2.7 tot 3.6 m- mv Vanaf maaiveld

Sportvelden

Sportvelden

Sportvelden

In de top van het (veraarde) veen op ca. 0,9 m -mv. In de top van Wormer op ca. 1,1 tot 1,8 m mv

Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Late IJzertijd/Romeinse tijd Neolithicum/Bronstijd

Zeer laag

Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Neolithicum/Bronstijd

Laag

Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Late IJzertijd/Romeinse tijd

Laag

Neolithicum/Bronstijd

Laag/Middelhoog

Laag/Middelhoog Zeer laag

Zeer laag

Zeer laag

Laag/Middelhoog

• In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Ter plaatse van de in dit booronderzoek onderzochte delen zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Wel zijn mogelijk archeologische indicatoren aangetroffen. Aanbevolen is bij de deelgebieden Hofgeest West en VSV de verwachting op archeologie uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd bij te stellen naar laag gezien de diepe verstoringen. Er is een lage kans op archeologie uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd in Hofgeest West daar waar een humeus niveau is aangetroffen op ca. 1,2 m -mv. Dit niveau is waarschijnlijk opgenomen in de bouwvoor in Hofgeest VSV en daardoor verdwenen. Er is een zeer lage kans op (diepere) sporen direct onder de bouwvoor. Archeologie uit het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd heeft tevens een lage tot zeer lage verwachting in de top van Wormer. Ook deze verwachting kan naar laag worden bijgesteld.

19 (23)

Bij het deelgebied Sportvelden is in het zand geen bodem aangetoond. Ook zijn er geen andere aanwijzingen voor archeologie. Er is een lage tot middelhoge kans op archeologie uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd vanaf het maaiveld. Ook is er een lage verwachting op archeologie uit het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd in de top van Wormer. Daarnaast is een kleine kans op archeologie uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd in de top van het veen..

• In hoeverre worden de (mogelijke) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? De geplande ontwikkelingen voor de realisatie van nieuwe woonhuizen behelzen bodemingrepen tot een diepte van ca. 1,2 meter beneden maaiveld in deelgebieden Hofgeest West en VSV. Er is een kleine kans dat in Hofgeest VSV hierbij archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verloren gaan in de bouwvoor. Ook het aanleggen van het riool tot op 2,5 meter diepte bedreigt mogelijk archeologie daar waar een humeuze laag aangetoond is op 1,2 m -mv in Hofgeest West. Zover bekend gaan de overige ingrepen in deelgebied Sportvelden echter slechts tot 0,5 m mv waardoor een kleine kans is op verstoring van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Gaan deze ingrepen dieper dan 1,3 meter -mv dan is er een kleine kans dat eventuele archeologische waarden verloren gaan in de top van Wormer en mogelijk in de top van het veen op 0,9 m -mv. Hierbij is geen rekening gehouden met een verstoring van dieper gelegen niveaus met mogelijk archeologische waarden door heien. • Is het plangebied voldoende onderzocht? Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is niet voldoende onderzocht. Bij grootschalige verstoringen is mogelijk vervolgonderzoek nodig.

Op basis van dit rapport zal door de bevoegde overheid de begrenzingswaarde bepaald worden op de nieuwe bestemmingsplannen. 3.3 Advies Het advies is om de archeologische verwachting bij het deelgebied Hofgeest West op archeologie uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd vanaf het maaiveld bij te stellen naar zeer laag gezien de diepe verstoringen. Bij de deelgebieden Hofgeest West en VSV is deze verwachting laag aangezien het hier iets minder diep (ca. 50 cm)verstoord is. Archeologie uit het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd heeft tevens een zeer lage verwachting in de top van Wormer op ca. 3,2 m -mv. Daar waar een humeuze laag in de top van Wormer aanwezig is, is namelijk geen veen meer aanwezig. Dit geeft aan dat de top van het veen verspoeld is geraakt door de zee. Het is zeer waarschijnlijk dat ook de top van Wormer hierdoor verspoeld is geraakt, en hierdoor is de verwachting uit het Neolithicum eigenlijk nihil, en de verwachting op resten uit de Bronstijd laag. Ook is het maar een zeer dun laagje licht humeus materiaal. Bij een archeologisch niveau is dit normaliter een veel dikker, donker gekleurd pakket. Deze verwachting kan daarom naar laag worden bijgesteld. Daarnaast is een lage verwachting op archeologie uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd daar waar in Hofgeest West een humeuze laag is aangetoond op ca. 1,2 m -mv.

Bij het deelgebied Sportvelden is in het zand geen bodem aangetoond. Ook zijn er geen andere aanwijzingen voor archeologie. Er is een lage kans op archeologie uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd vanaf het maaiveld. Ook is er een lage verwachting op archeologie uit het Laat-Neolithicum tot en met de Bronstijd in de top van Wormer vanaf ca. 1,3 m -mv aangezien ook hier veelal het veen ontbreekt op Wormer. Daarnaast is een lage verwachting op archeologie uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd in de top van het veen op ca. 0,9 m -mv. Gezien de lage kans op archeologie uit zowel de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd, die zeker in Hofgeest West waarschijnlijk afwezig is gezien de diepe verstoringen, en de lage 20 (23)

kans op archeologie in de top van Wormer en, in de top van het veen in deelgebied Sportvelden, en onder de humeuze laag in Hofgeest West wordt alleen bij grote ingrepen vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of een begeleiding. Toevalsvondsten Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden na afronding van dit archeologisch vooronderzoek toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Tot slot Dit rapport is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid

21 (23)

Literatuurlijst en gebruikte bronnen Overmars, G., en J.J. Hekman. 2019. Archeologisch bureauonderzoek Hofgeest West en Hofgeest VSV te Velserbroek, gemeente Velsen. SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2231. Opbroek, M. en J. Brijker. 2012. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven bij Velsen-Zuid-Oostbroek. ADC Rapport 3015. Zandboer et. al. 2016. Van noord naar zuid. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, archeologische begeleiding en opgravingen langs het aardgastransportleidingtracé Beverwijk – Wijngaarden. ADC rapport 3780. Geraadpleegde websites: ahn.maps.arcgis.com archis.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl www.pingoruines.nl

22 (23)

Archeologische en geologische perioden Tabel 1.1 Overzicht van archeologische perioden8 Periode

Tijd

Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd)

tot

9.000 v.Chr.

Mesolithicum (Midden Steentijd)

9.000 v.Chr.

-

4.900 v.Chr.

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

5.325 v.Chr.

-

1.900 v.Chr.

Bronstijd

1.900 v.Chr.

-

800 v.Chr.

IJzertijd

800 v.Chr.

-

12 v.Chr.

Romeinse Tijd

12 v.Chr.

-

450 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen

450

-

1.050 n.Chr.

Late Middeleeuwen

1.050

-

1.500 n.Chr.

Nieuwe Tijd

1.500

-

heden

Tabel 1.2 Indeling van het Kwartair chronostratigrafie Kwartair

Holoceen

Pleistoceen

jaren geleden Subatlanticum

3.000 -

heden

Subboreaal

5.000 -

3.000

Atlanticum

8.000 -

5.000

Boreaal

9.000 -

8.000

Preboreaal

10.000 -

9.000

Laat Weichselien (ijstijd) Eemien

130.000 120.000 130.000 -

10.000 10.000 120.000

Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd)

800.000 200.000 400.000 -

130.000 130.000 315.000

2.400.000 -

800.000

Midden

Vroeg

8

Bron: Archeologisch Basis Register 1992. 23 (23)

Verantwoording Titel

Archeologisch onderzoek Hofgeest West, Hofgeest VSV en Sportvelden te Velserbroek, gemeente Velsen

Subtitel

Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2392

ISSN-nummer

2468-4813

Projectnummer

337784

Referentienummer

SWNL0268547

Revisie

C2

Datum

18-11-2020

Auteur(s)

Leonie Ouwerkerk, MSc. Senior KNAarcheoloog, KNA-prospector, actornummer 92218907

E-mailadres

Leonie.ouwerkerk@sweco.nl

Gecontroleerd door

dr. Jan Jaap Hekman, Senior KNA archeoloog, Senior KNA Prospector (actornummer 64229705)

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij, MA Teammanager

Paraaf goedgekeurd

Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).

2 (24)

Administratieve gegevens Uitvoerder

Sweco Nederland B.V.

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kaartbladnummer Kadastrale gegevens x/y-coördinaten

Noord Holland Velsen Velserbroek Hofgeest West, VSV en Sportvelden 52A n.v.t. Deelgebied Hofgeest West: 105292; 495225 Deelgebied Hofgeest VSV: 105503; 495374 Deelgebied Sportvelden: 105886; 495043 Deelgebied Hofgeest West: C.V. De Hofgeester Gronden Deelgebieden Hofgeest VSV en Sportvelden: BPD. 4820531100 Ca. 23 ha Gemeente Velsen (contactpersoon: mw J. Groot: jgroot@velsen.nl) L. Ouwerkerk, Jos van den Hurk, Thom Kester Oktober, November 2020 Sweco Nederland B.V.

Opdrachtgever Onderzoeksmeldingsnummer AMK monumentnummer Archis vondstmeldingsnummer Oppervlakte plangebied Onderzoeksgebied Bevoegde overheid Projectmedewerker(s) Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie

3 (24)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1

Inleiding .................................................................................................................. 8

1.1

Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 8

1.2

Beleidskader ............................................................................................................ 8

1.3

Uitvoering ................................................................................................................. 9

1.4

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 9

1.5

Archeologische verwachting .................................................................................... 9

2

Veldonderzoek ..................................................................................................... 11

2.1

Methodiek .............................................................................................................. 11

2.2

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 11

2.3

Werkwijze .............................................................................................................. 12

2.4

Resultaten en interpretatie .................................................................................... 12

2.4.1

Bodemopbouw ....................................................................................................................12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=6e31fbf2-23ef-41b3-98cc-15edf89cea0c