CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 13 Ontwerpbesluit Wnb stikstofdepositie.pdf

Raadsvergadering 23 juni 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hofgeest3.954 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

dienst ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-HOLLAND Betreft Zaaknummer Vergunninghouder Locatie

WnbG ontwerpbesluit OD.309682 C.V. De Hofgeester Gronden en BPD Ontwikkeling B.V. Hofgeest (weerszijden van de Broekeroog), Velserbroek

VERZONDEN 10 AUG. 2020

A. Besluit

1. 2. 3. 4.

Onderwerp aanvraag Besluit Procedureel Indienen zienswijze

B. Voorschriften C. Overwegingen en toetsingen

1. 2.

Wet natuurbescherming Conclusie

A. ONTWERPBESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-HOLLAND 1. Onderwerp aanvraag

Het nieuwbouwproject Hofgeest te Velserbroek wordt ontwikkeld door de C.V. De Hofgeester Gronden en BPD Ontwikkeling B.V.. Het plangebied bestaat uit twee gedeelten, Hofgeest West en Hofgeest Oost. Hofgeest West wordt ontwikkeld door de C.V. De Hofgeester Gronden en bestaat uit 242 woningen. Dit projectdeel ligt tussen de N208 en de Broekeroog. Hofgeest Oost wordt ontwikkeld door BPD Ontwikkeling B.V. en bestaat uit 138 woningen. Dit projectdeel ligt ten oosten van de Broekeroog, in de richting van de A22. Het project bestaat in zijn totaliteit uit de volgende typen woningen: Hofgeest West: hier worden 72 huurappartementen, 118 rijwoningen (koop), 40 twee-onder-eenkap woningen en 12 vrijstaande woningen gerealiseerd. Hofgeest Oost: hier worden 42 sociale huurwoningen, 38 rijwoningen (koop), 40 twee-onder-eenkap woningen en 18 vrijstaande woningen gerealiseerd. Alle woningen worden gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd, zodat er wat stikstofemissie betreft alleen sprake is van een verkeersaantrekkende werking tijdens de gebruiksfase. De stikstofemissie tijdens de aanlegfase is toe te rekenen aan verkeersaantrekkende werking en het gebruik van mobiele werktuigen.

Aangezien niet eerder een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nb-wet) of Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) is aangevraagd of verleend, heeft de vergunningaanvraag betrekking op het gehele project. 2.

Besluit

Wij zijn voornemens C.V. De Hofgeester Gronden te Heemstede en BPD Ontwikkeling B.V. te Amsterdam een vergunning conform artikel 2.7, tweede lid Wnb te verlenen voor de bouw en exploitatie van 380 woningen aan weerszijden van de Broekeroog in Velserbroek, inclusief toedeling van depositieruimte op grond van artikel 2.5 tot en met 2.7 en 2.10 van de Regeling natuurbescherming zoals weergegeven in de AERIUS-berekeningen met kenmerk Rd2qVaEDySaT (aanlegfase; 13 juli 2020) en RNWwRRScmmoW (gebruiksfase; 13 juli 2020) (bijlage 1). De beschrijving van het project in de aanvraag, inclusief de aangeleverde AERIUS Calculator berekeningen, maken onderdeel uit van deze vergunning. 3.

Procedure

Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Uw aanvraag wordt behandeld met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Postbus 2095,1620 EB Hoorn

Deze aanvraag is door ons ontvangen op 5 april 2020. Op 6 mei 2020 hebben wij een verzoek om aanvullende gegevens verstuurd en de behandelingstermijn opgeschort. Op 8 juni 2020 heeft u aanvullingen ingediend. Op 15 juni 2020 hebben wij een tweede verzoek om aanvullende gegevens verstuurd en de behandelingstermijn opgeschort. De gevraagde gegevens zijn ingediend op 23 juni 2020.

4. Indienen zienswijze

Gedurende de periode van terinzagelegging kan één ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren brengen. Ingediende zienswijzen worden met het uiteindelijke besluit en de bijbehorende stukken ter inzage gelegd. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, Postbus 2095, 1620 EB Hoorn onder vermelding van het zaaknummer dat op het ontwerpbesluit staat vermeld. Wij maken u erop attent dat slechts beroep tegen dit definitieve besluit kan worden ingediend als men belanghebbende is bij het besluit en als men een zienswijze naar voren heeft gebracht over het ontwerpbesluit, tenzij redelijkerwijs niet kan worden verweten dat geen zienswijze naar voren is gebracht. B. Voorschriften en beperkingen

Op grond van artikel 5.3 van de Wnb verbinden wij aan deze vergunning de volgende voorschriften en beperkingen. Algemene voorschriften 1. C.V. De Hofgeester Gronden en BPD Ontwikkeling B.V. zijn vergunninghouder. De vergunning kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de vergunninghouder of in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts)personen. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning. 2. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze vergunning op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De genoemde vergunning mag langs elektronische weg, leesbaar, worden getoond. 3. Bij wijzigingen van omstandigheden waaronder deze vergunning is afgegeven, dient de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord hiervan terstond in kennis te worden gesteld via postbus@odnhn.nl. Meldingsplicht 4. De start van de vergunde werkzaamheden, inclusief de voorbereidende werkzaamheden, dient u minimaal één week van te voren te melden bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord door middel van het meldingsformulier dat via deze link is te downloaden: https://www.odnhn.nl/Wet natuurbescherminq/Gebiedsbeschermina/Meldingsformulier sta rt werkzaamheden gebieden. 5.

Bij het optreden van incidenten dient dit bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord per direct gemeld te worden onder overlegging van alle relevante gegevens. 6. De afronding van de bouw- en aanlegfase waarvoor depositieruimte is toegedeeld dient u uiterlijk één week na afronding van de werkzaamheden te melden aan de afdeling Regulering Leefomgeving van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) via de in deze vergunning opgenomen contactgegevens van de OD NHN. Specifieke voorschriften 7. Uitvoering van de aanlegfase vindt plaats conform het overzicht van in te zetten werktuigen, met bijbehorende draaiuren en STAGE-klasse/bouwjaar per werktuig, zoals weergegeven in bijlage 2 bij dit besluit. Inzet van werktuigen met een hogere STAGE klasse dan de voor het betreffende werktuig opgegeven STAGE klasse IV is toegestaan. Inzet van werktuigen met een lagere STAGE klasse (dan wel ouder bouwjaar) dan de opgegeven werktuigen met STAGE klasse IV is niet toegestaan. Gegevens omtrent het vermogen in kilowattuur van alle in te zetten werktuigen dienen op de werklocatie aanwezig te zijn en dienen op verzoek van de met het toezicht op de Wnb belaste medewerker(s) te worden getoond. 8. De bouw van woningen in het kader van het project dient binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van deze vergunning te zijn aangevangen. odnhn.nl

9.

De woningen binnen het woningbouwproject dienen niet te worden aangesloten op een distributienet voor aardgas.

Onze contactgegevens zijn: OD NHN, Postbus 2095, 1620 EB Hoorn, 088-10 21 300, e-mail: Postbus@odnhn.nl. Wij wijzen u erop dat als u werkzaamheden niet conform de aanvraag uitvoert u mogelijk in overtreding bent van de Wnb. Wij kunnen dan door middel van de oplegging van een last onder dwangsom dan wel door middel van bestuursdwang de met de wet strijdige situatie beëindigen. Dit kan in uw geval betekenen dat de werkzaamheden ten behoeve van bovengenoemd project geheel of gedeeltelijk worden stilgelegd totdat weer wordt voldaan aan het bij of krachtens de Wnb bepaalde (dit zijn de bestuursrechtelijke sancties). Ook kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd. C,

OVERWEGINGEN EN TOETSINGEN

1. Wet natuurbescherming Bevoegdheid tot vergunningverlening

Op grond van artikel 1.3, eerste lid Wnb, in samenhang met artikel 2.7, tweede lid Wnb zijn Gedeputeerde Staten van de provincie met betrekking tot projecten, tenzij anders bepaald, waar het project wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht het bevoegd gezag ten aanzien van de beoordeling van een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb. In uitzondering hierop is de Minister van LNV bevoegd om te besluiten op een vergunningaanvraag die betrekking heeft op handelingen die zijn opgenomen in artikel 1.3 Besluit natuurbescherming. Omdat de door u aangevraagde vergunning geen betrekking heeft op een zodanige activiteit, is ons College het bevoegd gezag voor de beslissing op uw aanvraag. Beoordeling aanvraag

Een verzoek om een vergunning beoordelen wij op basis van de regels uit hoofdstuk 2, paragraaf 2.3 van de Wnb. Bij ons oordeel houden we tevens rekening met het derde lid van artikel 1.10 Wnb. Op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb is een vergunning vereist voor het uitvoeren van projecten die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Zodanige projecten zijn in ieder geval projecten die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. Passende beoordeling Wanneer een project niet direct verband houdt met, of nodig is voor, het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende gebied, dient de initiatiefnemer op grond van artikel 2.8, eerste lid Wnb een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied op te stellen. Provinciaal beleid

Naast de wettelijke regels hebben wij beleid opgesteld in de Beleidsregel intern en extern salderen Noord-Holland (datum publicatie 12 december 2019, gewijzigd op 23 juni 2020). In artikel 8a van de Beleidsregel is opgenomen dat de deze niet van toepassing is op aanvragen voor zover bij die aanvraag een beroep wordt gedaan op het stikstofregistratiesysteem. VergunningpHcht

In het kader van de Wnb en de Natuurbeschermingswet 1998 is nog niet eerder een vergunning verleend voor het project Hofgeest te Velserbroek. Vergunningplicht wordt bepaald aan de hand van de stikstofdepositie welke wordt veroorzaakt door de aanlegfase en de gebruiksfase. Het plangebied ligt op ongeveer 1,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied 'Kennemerland Zuid' en op en op ongeveer 5,8 kilometer afstand van de Natura 2000-gebieden 'Noordhollands Duinreservaat' en 'Polder Westzaan'. Op basis van de bij de aanvraag gevoegde AERIUSberekeningen hebben wij vastgesteld dat voor de aanlegfase voor'Kennemerland Zuid', 'Noordhollands Duinreservaat' en 'Polder Westzaan' sprake is van vergunningplichtige stikstofdepositie (zie voor de AERIUS-berekening van de aanlegfase bijlage 1). Voor de gebruiksfase is er ook een vergunningplichtige stikstofdepositie voor 'Kennemerland Zuid' (zie voor de AERIUS-berekening van de gebruiksfase eveneens bijlage 1).

Voor de vaststelling of het project een significant gevolg kan hebben op stikstof gevoelige habitattypen, is de meest recente versie van AERIUS Calculator gebruikt. Overeenstemming

De vergunningaanvraag heeft mede betrekking op onder meer het Natura 2000-gebied 'Kennemerland Zuid'. Dit gebied ligt gedeeltelijk in de provincie Zuid-Holland. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3, lid 3 van de Wnb, is dit besluit tot stand gekomen in overeenstemming met de provincie Zuid-Holland. Stikstofregistratiesysteem

Vanaf 24 maart 2020 kan een vergunning op grond van de Wnb worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem (hierna: SSRS). Het SSRS wordt geregeld in paragraaf 2.1.2 van de Regeling natuurbescherming (hierna: Rnb). De projecten waarvoor een beroep kan worden gedaan op het SSRS (woningbouw en infrastructuur) staan genoemd in artikel 2.2 Rnb. Het uitgangspunt van het SSRS is dat gegarandeerd wordt dat voor projecten nooit meer depositieruimte wordt uitgegeven dan beschikbaar is gesteld in het systeem. Daarnaast is het uitgangspunt van het SSRS dat wordt bijgedragen aan de vermindering van de stikstofbelasting binnen de Natura 2000-gebieden door 30% van het effect van de specifieke bronmaatregelen 'af te romen' en 70% van de stikstofdepositiereductie van de maatregel in het SSRS op te nemen. De specifieke bronmaatregelen zijn genoemd in artikel 2.4 Rnb. In het SSRS wordt voor elk relevant hexagoon (hexagoon waarbinnen een voor stikstof gevoelig natuurlijk habitat of habitat voor soorten voorkomt, en waarbij tevens sprake is van een overbelasting of een naderende overbelasting van N-depositie vanaf 70 mol per hectare, per jaar onder de kritische depositiewaarde) de positieve effecten van de bronmaatregelen in de vorm van depositieruimte geregistreerd.

Voor zover bij de toestemmingverlening een beroep wordt gedaan op de depositieruimte uit het SSRS wordt deze door het bevoegd gezag in het SSRS afgeboekt zodat deze niet meer voor andere projecten beschikbaar is. Dit wordt geregeld in de artikelen 2.5 tot en met 2.7 en 2.10 Rnb. De eerste bronmaatregel die getroffen is betreft de snelheidsverlaging voor Rijkssnelwegen. Bij deze bronmaatregel horen onderbouwende rapporten waarin de effecten van de landelijke snelheidsmaatregel op Rijkssnelwegen, de wijze van berekenen en de effecten voor de natuur, zijn beschreven. Deze beoordeling is te vinden in het rapport Tco/og/sche beoordeling snelheidsverlaging Rijkssnelwegen' met kenmerk R001-1275289NAB-V01 van 16 maart 2020 en in het rapport 'Nadere ecologische beoordeling stikstofeffecten snelheidsverlaging' met kenmerk R001-1275289WLI-V01-mwl-NL van 14 juli 2020. Woningbouw Om te voorkomen dat het bestaande woningtekort verder oploopt door toedoen van de stikstofproblematiek, is het van belang dat de stikstofdepositieruimte die met maatregelen wordt gerealiseerd ook voor woningbouwprojecten gebruikt kan worden. Met het oog op de efficiënte inzet van depositieruimte, wordt van initiatiefnemers van woningbouwprojecten verwacht dat zij het project zo emissiearm als mogelijk uitvoeren en eventuele mogelijkheden tot salderen benutten alvorens een beroep te doen op depositieruimte.

Daarnaast stelt artikel 2.8 lid 4 Rnb voor alle woningbouwprojecten die aanspraak willen maken op een reservering van depositieruimte als voorwaarde dat de woningen niet worden aangesloten op een distributienet voor aardgas. Deze voorwaarde is erop gericht om de benodigde depositieruimte voor het project zo klein mogelijk te houden. In voorschrift 9 is daarom vastgelegd dat de woningen niet op een distributienet voor aardgas mogen worden aangesloten. Om op zo kort mogelijke termijn toestemmingen te kunnen verlenen voor de bouw van woningen, is in artikel 2.8, Rnb als uitgangspunt genomen dat gedeputeerde staten beslissen over de reservering van depositieruimte voor dergelijke projecten op volgorde van binnenkomst van de aanvragen voor een Natura 2000-vergunning of omgevingsvergunning. In artikel 8a, lid 1 van de Beleidsregel intern en extern salderen Noord-Holland is opgenomen dat depositieruimte in het stikstofregistratiesysteem pas wordt gereserveerd als de aanvraag volledig is. In de eerste zes weken na inwerkingtreding van artikel 2.8, Rnb geven gedeputeerde staten daarbij voorrang aan woningbouwprojecten die zijn gelegen binnen gemeenten in een regio met een bovengemiddeld woningtekort (opgesomd in bijlage 1 van de Rnb) en aan woningbouwprojecten voor de bouw van minimaal 100 woningen.

Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat dergelijke woningbouwprojecten om een aanspraak op depositieruimte moeten concurreren met projecten gelegen in regio's met

odnhn.nl

een lagere woningdruk of projecten van een kleinere omvang, wat zou kunnen resulteren in een inefficiënte toedeling van de beschikbare depositieruimte. Verder wordt nog opgemerkt dat woningbouwprojecten, naast de realisatie van de woningen zelf, ook nutsvoorzieningen en voor het project noodzakelijke wegen en waterhuishoudkundige maatregelen kunnen omvatten. Ook kunnen voorzieningen nodig zijn in verband met het woon- en leefklimaat binnen het woningbouwproject. Hierbij gaat het uitsluitend om voorzieningen die noodzakelijk zijn om te zorgen dat het woningbouwproject gerealiseerd wordt. De omvang van deze voorzieningen moet dus ook evenredig zijn aan het aantal woningen. Meldingsplicht Op grond van artikel 2.10 lid 1 onder c van de Rnb moeten gedeputeerde staten zorg dragen voor de bijschrijving in het stikstofdepositieregister van depositieruimte die is vrijgevallen omdat de bouw- en aanlegfase waarvoor depositieruimte is toegedeeld is afgerond. In voorschrift 6 is daarom vastgelegd dat de afronding van de bouw- en aanlegfase gemeld moet worden. Deze melding dient bij de OD NHN te worden gedaan en staat los van de eindmelding van de bouwwerkzaamheden die aan de gemeentelijke bouwinspecteur moet worden gedaan (ex artikel 1.25, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012). Inhoudelijke beoordeling aanvraag

De beoordeling van de aanvraag en de bijbehorende belangenafweging vindt plaats in vier stappen: 1. Identificeren mogelijke negatieve effecten; 2. Toets aan de instandhoudingsdoelstellingen; 3. Bepalen van cumulatieve effecten vanwege de uitvoering van andere activiteiten. 4. Noodzaak tot het nemen van mitigerende of andere maatregelen om eventuele negatieve effecten te beperken. Voor de beoordeling van de aanvraag hebben wij gebruik gemaakt van de bij de vergunningaanvraag ingediende documenten: • Ingevuld Aanvraagformulier, 5 april 2020; • Handtekeningenformulier aanvraag Wnb, 5 april 2020; • Machtigingsformulier aanvraag Wnb, 5 april 2020; • Ondertekend handtekeningformulier BPD en brief BPD waarin bevestigd wordt dat de aanvraag mede namens BPD is gedaan, 6 augustus 2020; • Aanmelding voor het SSRS, per e-mail aan Sweco, 3 april 2020; • Onderzoek Stikstofdepositie, Sweco, 3 april 2020 (ingekomen 28 april 2020); • Aangepaste versie Onderzoek Stikstofdepositie, Sweco, 8 juni 2020; • Beantwoording verzoek om aanvulling, Sweco, per e-mail, 8 juni 2020; • AERIUS-berekening gebruiksfase met kenmerk S6LM3rqPMGkB (12 juni 2020); • AERIUS-berekening aanlegfase met kenmerk RfnVrAYfxr4q (12 juni 2020); • Gewijzigde AERIUS-berekening aanlegfase met kenmerk Rd2qVaEDySaT (17 juni 2020); • Tabel uitgangspunten bouw 2022, ingediend 22 juni 2020; • Tabel uitgangspunten bouw 2021, ingediend

22 juni 2020; • Notitie beantwoording tweede verzoek om aanvulling Hofgeest, Sweco, 22 juni 2020; • Plankaart Hofgeest, versie 23 maart 2020, ingediend 8 juni 2020. Daarnaast hebben wij ook gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen: • Profielendocumenten (Min LNV, 2008) • Definitief aanwijzingsbesluit van de Natura 2000-gebieden 'Kennemerland Zuid’, 'Noordhollands Duinreservaat' en 'Polder Westzaan' • CROW-publicatie 381, 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeercijfers naar parkeernormen’ (CROW, december 2018) • Spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur, nr. WJZ/ 20072948 (Min LNV, 13 maart 2020) 1.

Identificeren mogelijke negatieve gevolgen

De beoordeling van deze aanvraag beperkt zich tot de gevolgen van stikstofdepositie. Het gaat hier om een aanvraag die stikstofdepositie veroorzaakt op de aangrenzende Natura 2000-gebieden 'Kennemerland Zuid', 'Noordhollands Duinreservaat' en 'Polder Westzaan' waarin een of meerdere habitattypen voorkomen waarvoor de nu geldende kritische depositiewaarde (KDW) wordt overschreden.

odnhn.nl

Natuurlijke kenmerken van de gebieden

Voor een omschrijving van de doelen en hun staat van instandhouding wordt verwezen naar de gebiedendatabase (www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). 2. Toets aan de instandhoudingsdoelstellingen Gevolgen anders dan stikstof

Het plangebied ligt op ongeveer 1,5 kilometer van Natura 2000-gebied 'Kennemerland Zuid'; 'Polder Westzaan' en 'Noordhollands Duinreservaat' liggen beide op 5,8 km afstand. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand. De projectlocatie valt binnen de bebouwde kom van Velserbroek (gemeente Velsen) en maakt geen onderdeel uit van het leefgebied van de doelsoorten van de nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Gevolgen van verstoring in de aanlegfase door trillingen, geluid en licht zijn gezien de afstanden op voorhand uit te sluiten. Effecten als gevolg van stikstofdepositie op habitattypen

Aanlegfase In 2021 wordt gestart met de werkzaamheden, deze duren naar verwachting circa 4 jaar; dit geldt voor beide projectdelen. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende mobiele werktuigen. Op basis van de totale emissies tijdens de aanlegfase en de planning is bepaald in welke 12 maanden de hoogste emissies van stikstof plaatsvindt. Dit betreft het jaar 2022, omdat in dit jaar voor 190 woningen zowel het bouwrijp maken, het bouwen en het woonrijp maken plaatsvinden. De totale emissie van 445,50 kg NO* in deze 12 maanden is maatgevend. Het maatgevende jaar is daarmee 2022. Emissiebron type werktuig Aanlegfase (bouw appartementen): mobiele werktuigen bouw en industrie Aanlegfase (verkeer) Totaal tabel 1 Emissie NOx in de aanlegfase

Emissie (kg NH3)

< 1 < 1

Emissie (kg NOx) 445,50 22,91 468,41

Uit de in bijlage 1 bij dit besluit behorende AERIUS-berekening van de aanlegfase blijkt dat sprake is van een vergunningplichtige stikstofdepositie. Gebruiksfase Met het project worden 380 woningen gerealiseerd. Deze woningen worden niet aangesloten op het gasnet, maar worden op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van deze woningen geen emissies van stikstof. Het jaar van de ingebruikname is gesteld vanaf 2025. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen, december 2018. De verkeersgeneratie is berekend conform de categorie 'rest bebouwde kom' met locatie gemeente Velsen. Voor de woningtypen 'rugaanrug sociale huur' alsmede 'rij/hoekwoning huur' is de emissiefactor Huur, huis, sociale huur toegepast; dit betreft in totaal 42 woningen. Voor 72 meergezinsappartementen in de sociale huur sector is de emissiefactor Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) toegepast. Voor 156 rijwoningen in de vrije sector is de emissiefactor Koop, huis, tussen/hoek toegepast. Voor 80 twee-onder-een-kap woningen is de emissiefactor Koop, huis, twee-onder-één-kap toegepast. Voor 30 vrijstaande woningen is de emissiefactor Koop, huis, vrijstaand toegepast. De verkeersgeneratie bedraagt 2.594 voertuigbewegingen per etmaal.

Emissiebronnen Bebouwing verkeer Totaal

Emissie (kq NH3)

Emissie (kq NO*)

-

9,51 LSzSl_______________

145,27 145,27

tabel 2 gebruiksfase 2030 Uit de in bijlage 1 bij dit besluit behorende AERIUS-berekening van de gebruiksfase blijkt dat sprake is van een vergunningplichtige stikstofdepositie.

Vaststellen benodigde depositieruimte

Bij de vergunningaanvraag is een tweetal berekeningen gevoegd waarin de benodigde depositieruimte per Natura 2000-gebied is weergegeven. De aanvraag is geregistreerd in het SSRS. Uit de AERIUS-bijlage bij het besluit (bijlage 1) blijkt dat deze benodigde depositieruimte in het SSRS beschikbaar is. Gelet op bovenstaande is ten behoeve van het woningbouwproject Hofgeest te Velserbroek de benodigde depositieruimte in AERIUS Register afgeschreven. 3. Cumulatie

Op grond van de Wnb dient bekeken te worden of een te vergunnen project afzonderlijk, maar ook in combinatie met andere projecten significante gevolgen kan hebben. Ons is niet gebleken van vergunde, maar nog niet gerealiseerde projecten in de omgeving van het project Hofgeest. Derhalve is geen sprake van cumulatie. 4. Mitigerende of andere maatregelen die eventuele schadelijke effecten beperken

Er worden in de aanlegfase alleen werktuigen ingezet die aan de STAGE klasse IV (bouwjaar vanaf 2014) voldoen. Door middel van voorschrift 7 is geborgd dat de aangegeven STAGE klassen daadwerkelijk worden ingezet. Realisatie activiteit

Het is onwenselijk dat afgegeven vergunningen voor langere tijd niet- gerealiseerde capaciteit blijven bevatten. Voor omgevingsvergunningen geldt al langere tijd wettelijk het principe dat binnen een bepaalde termijn van die vergunningen gebruik moet worden gemaakt. In het verlengde hiervan is het ook voor Wnb-vergunningen gerechtvaardigd een dergelijke realisatietermijn te stellen. Wanneer er geen mogelijkheid is om na drie jaar een natuurvergunning (deels) in te trekken kunnen andere activiteiten beperkt worden doordat steeds ruimte blijft gereserveerd voor projecten die niet daadwerkelijk op korte termijn worden uitgevoerd. Door het opnemen van een voorschrift in vergunningen, ontstaat een basis voor het intrekken van de vergunning (op grond van artikel 5.4, eerste lid van de Wet) door het niet naleven van de voorschriften. In voorschrift 8 van de specifieke voorschriften is daarom vastgelegd dat wanneer de bouw van de woningen niet binnen drie jaar is aangevangen wij de vergunning kunnen intrekken of wijzigen. 2. Conclusie

Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de gevraagde depositieruimte in het SSRS kan worden toebedeeld en dat een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb kan worden verleend aan C.V. De Hofgeester Gronden en BPD Ontwikkeling B.V.. Deze conclusie geldt nadrukkelijk onder de door ons gestelde voorwaarden en beperkingen. Wij wijzen u erop dat uw aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor mogelijk ook op grond van andere wet- en regelgeving een besluit nodig is. Wij willen u voornamelijk wijzen op H3: Soorten van de Wnb en de nadere zorgplichtvereisten. Voor meer informatie zie: www.odnhn.nl/Wet natuurbescherming/Soortenbeschermina. Tevens kunnen er overige belemmeringen zijn in het kader van ruimtelijke belangen Kennisgeving

Van dit besluit zal conform artikel 3:44 Awb door ons kennis worden gegeven middels publicatie in huis-aan-huis bladen en kennis worden gegeven middels de website van de OD Noord-Holland Noord. Meer informatie

Heeft u nog vragen? Neemt u dan contact op met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) via 088-10 21 300. Wij verzoeken u hierbij het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend, P.M.

Rechtsbescherming

P.M.

f

odnhn.nl

Bijlagen:

Bijlage 1: AERIUS-register, AERIUS-berekening met kenmerk Rd2qVaEDySaT (aanlegfase; 13 juli 2020); AERIUS-berekening met kenmerk RNWwRRScmmoW (gebruiksfase; 13 juli 2020) Bijlage 2: Overzicht in te zetten werktuigen met bijbehorende kenmerken Bijlage 3: plankaart

Kopie aan:

Gemeente Velsen Sweco Nederland B.V. Provincie Zuid-Holland ODNHN Afdeling Toezicht en Handhaving

Bijlage 3: Overzicht in te zetten werktuigen met bijbehorende kenmerken

bewegingen per (aar 50*

4.7J6 bewegingen per par

40.914 50*

2.36C

24^57

ZjB—i Masse IV

|

Klas» iv

^

Heistelling Shovel

IMS

200

60

9265 _________________ 115

60

Klasse iv

Mobiele kraan

15592

200

60

Klasse iv

___ Graafmachine

>790

200

HBHHI

60

Percentage van

totale emt&ste mi maatggevend faar

25* Totaoiemu#

1314,4 kg HOn/jaor

Totaal enssie 10* 144S.9 kg HOxfp*

Bijlage 4: Plankaart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=9a57371c-89d8-49fd-a913-ea3179068194