Schriftelijke beantwoording raadsvragen sessie Herijking Jeugdhulp 17-06-2021.docx
Tekst van het document
Schriftelijke beantwoording raadsvragen sessie Herijking Jeugdhulp d.d. 17 juni 2021
Tijdens de sessie Herijking Jeugdhulp op 17 juni jongstleden is een aantal vragen gesteld waarbij de toezegging is gedaan deze schriftelijk te beantwoorden.
Waarom is dyslexiezorg als een apart perceel opgenomen? Bij dyslexiezorg gaat het om een specifiek aanbod bij een aantal specifieke aanbieders. Deze aanbieders zijn doorgaans actief op scholen, werken in ieder geval veel samen met scholen en leveren vaak geen andere ondersteuning dan wel jeugdhulp dan dyslexiezorg. Daarom is destijds gekozen om dit type zorg in een apart perceel op te nemen. Mede vanwege de continuïteit en vergelijkbaarheid is tot op heden aan deze indeling vastgehouden. In de huidige verwerving jeugdhulp wordt bekeken in hoeverre dyslexie onderdeel uitmaakt van het integraal perceel. Vooralsnog is de insteek dat er één integraal perceel (alle producten waaronder EED) komt voor de strategisch partners. Dit wordt pas definitief besloten na afronding van de dialoog, bij publicatie van de uitnodiging tot inschrijving. Het voornemen om het in integraliteit te organiseren wordt uitgesproken bij publicatie van het pre-selectiedocument. Het is echter mogelijk dat tijdens de dialoogfase met aanbieders (gezamenlijk) wordt besloten dat EED in relatie tot integraliteit niet de beste oplossing is, en dat daarvoor een aparte inkoop ingericht moet worden. Hoort dyslexiezorg thuis bij de gemeente of het onderwijs? Op basis van de jeugdwet zijn we verplicht behandeling bij ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) voor kinderen tot 12 jaar te vergoeden.
Er is sprake van EED als de leerachterstand in lezen en of spellen erg groot is ondanks extra hulp op school. Er moet door diagnostiek aangetoond zijn dat er sprake is van EED. Er mogen geen andere gegronde redenen zijn voor het probleem zoals concentratieproblemen of ontwikkelingsachterstanden. De gemeente vergoedt zowel de diagnostiek als de behandeling. Bij andere vormen van dyslexie of leesachterstand is de school verplicht begeleiding en ondersteuning te bieden aan kinderen. Behandelaars werken intensief met scholen en de samenwerkingsverbanden samen en zijn vaak ook fysiek actief op scholen. Waar zien we de voogdij- en pleegzorg terug of is deze niet opgenomen? De inzet voogdij registeren wij in Velsen in perceel 4. Deze zorg wordt door de jeugdbescherming ingezet en is een apart product die de Gecertificeerde Instellingen (GI’en) mogen inzetten en declareren. GI’en zijn regionaal opererende organisaties die van overheidswege worden gecertificeerd om maatregelen in het kader van de jeugdreclassering en jeugdbescherming te mogen uitvoeren. Dit is landelijk op deze wijze georganiseerd. We hebben de GI’en met vier regio’s tezamen apart gecontracteerd. Deze zorg hoort oorspronkelijk niet bij de inkoop specialistische jeugdhulp, maar is wegens het specifieke karakter van deze vorm van jeugdhulp bovenregionaal ingekocht. Pleegzorg valt onder perceel 3: Jeugdhulp met verblijf.
We maken onderscheid in pleegzorg in crisissituaties en zonder crisis. Zorgt de transformatie van de jeugdhulp tot een overbelasting van de informele zorg? Het is van belang een gebalanceerd systeem te hebben in de jeugdhulp. Het beïnvloeden van de toegang van de jeugdhulp mag niet leiden tot afschuifgedrag naar het preventieve veld. We willen dan ook meer samenwerking en uitwisseling tussen preventieve en specialistische jeugdhulp
bevorderen. Tegelijk willen we het preventieve veld wel stevigere doelstellingen meegeven: ondersteunen zij kinderen op een dergelijke manier dat instroom in specialistische jeugdhulp kan worden voorkomen? Zetten we in op de juiste kinderen? Aandacht voor mogelijke overbelasting van het informele netwerk moet daar altijd onderdeel van blijven. Nadrukkelijk moet oog gehouden worden voor het tijdig op- en afschalen van zorg, tussen informele en professionele zorg. Is het aandeel van Velsen in de € 1,9 miljard als in de cijfers meegenomen? Nee, deze zijn niet in de begrotingscijfers verwerkt. De bedragen voor 2021 zijn in de meicirculaire bekend gemaakt (zie collegebericht van 8 juni 2021). Deze extra inkomsten en de (nu nog onzekere) inkomsten voor de jaren 2022 worden meegenomen in het begrotingsproces. In september is daarvoor een sessie met de raad gepland. Zorgt het financiële effect van het nieuwe woonplaatsbeginsel voor een besparing? De nieuwe regeling met betrekking tot het woonplaatsbeginsel zorgt niet voor een besparing. Het betreft een andere verdeling van de verantwoordelijkheden voor zorg en de bijbehorende kosten (facturen) en compensatie van het Rijk (Algemene uitkering). Het woonplaatsbeginsel geeft aan welke gemeente verantwoordelijk is voor de zorg van een cliënt.
De verantwoordelijke gemeenten is daarmee ook de gemeente die de kosten van de behandeling betaalt. De wijziging van de regeling heeft betrekking op een kleine groep cliënten, die in een instelling of bij een pleeggezin verblijven. De inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid verschuift van gemeente A naar B. Om gemeenten reëel te compenseren worden de inkomsten van gemeenten voor deze zorg aangepast. Op basis van historische gegevens wordt de Algemene uitkering gecorrigeerd voor het effect van het woonplaatsbeginsel. Uitgangspunt daarbij is dat als de kosten dalen, de inkomsten ook dalen. Wij gaan er daarom vanuit dat het financiële effect op onze begroting neutraal is.