RES 1.0 NHZ - Netimpact rapportage 30-3-2021
Tekst van het document
Impact van concept RES 1.0 op RES het scenario's op energienet de elektriciteitsRES regio: en gasinfrastructuur Noord-Holland RES regio ……… Zuid
1
Samenvatting
Klik op het icoon om naar de inhoudsopgave te gaan. 2
Inzicht in impact en het belang van systeemefficiëntie Het energienet als multifunctionele verbinder van vraag en aanbod Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.
Systeemefficiëntie
Inzicht in impact en het belang van systeemefficiëntie In dit document bieden we inzicht in de impact die keuzes in de RES hebben op het energienet. Daarnaast geven we adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie, namelijk het zo optimaal mogelijk ontwerpen en gebruiken van het energiesysteem. Dit is een van de vier afwegingskaders in de RES. Het zorgt ervoor dat plannen tijdig uitvoerbaar zijn tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Met deze impactanalyse is de RES-regio in staat om: 1. Te sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten. 2. Systeemefficiëntie mee te nemen in het afwegingskader. De rol van netbeheerders De Nederlandse netbeheerders werken aan het energienet van vandaag en morgen. Vanuit onze kennis en kunde geven wij alle betrokken partijen in de RES inzicht in de mogelijkheden om het energienet uit te breiden (ruimte, tijd en geld). Ook doen wij voorstellen voor systeemefficiëntie. Dit doen wij vanuit het belang van de maatschappelijke kosten en het tijdig realiseren van de klimaatdoelen. Het vraagt om gecoördineerde uitvoering in goede samenwerking tussen overheden, netbeheerders en marktpartijen.
Ruimte
Kwantiteit
Draagvlak
Vier afwegingskaders in de RES in onderlinge samenhang 1.
Kwantiteit: worden doelstellingen gehaald (aantal TWh duurzame opwek)?
2.
Draagvlak: worden keuzes politiek en maatschappelijk gedragen?
3.
Ruimte: kunnen duurzame opwek en energie-infrastructuur ruimtelijk worden ingepast, kijkend naar landschappelijke kwaliteit?
4.
Systeemefficiëntie: kan duurzame opwek efficiënt worden ingepast in het totale energiesysteem? 3
Ambitie en opwekpotentie van de regio De opwekpotentie en ambitie in RES 1.0 De potentie voor opwek bedraagt 3,1 TWh. Dit is een toename van 0,4 TWh in vergelijking met het bod uit de concept-RES van 2,7 TWh. In de afbeelding hieronder worden de verschillen per opwekcategorie weergegeven voor NHZ. De effecten van deze wijzigingen op het elektriciteitsnet worden in deze netimpactrapportage besproken. De ambitie van 2,7 TWh uit de concept-RES blijft door de regio gehandhaafd. Nieuwe rekenregels zon in RES 1.0 Het verschil in ambitie en potentie wordt met name veroorzaakt door een hogere inschatting van het zon (op dak) potentieel in verschillende zoekgebieden. In de berekening van het technisch potentieel is nu o.a. rekening gehouden met een hogere efficiency van de zonnepanelen. Concept-RES Concept-RES
RESRES 1.0 1.0
Opwek grootschalig zon
0,25 TWh
0,43 TWh
Opwek zon op grote daken + parkeerplaatsen + infra
1,13 TWh
1,64 TWh
Opwek grootschalig wind
0,32 TWh
0,19 TWh
Zon + wind
0,34 TWh
0,11 TWH
Totaal nieuw te realiseren opwek
2,04 TWh
2,38 TWh
Huidig (Pijplijn)
0,66 TWh
0,74 TWh
Totaal duurzame opwek
2,7 TWh
3,1 TWh
4
Impact op elektriciteitsstations op basis van bod RES 1.0 In onderstaande figuren is de netimpact gevisualiseerd voor de regio Noord Holland Zuid voor het jaar 2030 op de bestaande elektriciteitsinfrastructuur. In de meest linkse figuur staan de verwachte vermogens (in MW) uit de RES 1.0. Het totale vermogen uit de RES bedraagt 2070 MW en de totale capaciteit van de onderstations bedraagt 2830 MW. Hieruit blijkt dat wanneer de duurzame projecten goed verdeeld worden, dit op stationsniveau past. Niet alles is evenredig verdeeld waardoor op 5 stations een knelpunt ontstaat door duurzame opwek (Uithoorn, Beverwijk, Uitgeest, Velsen en Edam). In vergelijking met andere regio's is de impact van de duurzame opwek hiermee beperkt dit komt omdat NHZ een stedelijk gebied is met veel verbruik van energie. Verder verwachten we in deze regio een zeer sterke groei in energievraag (meest rechtse figuur). Deze sterke groei wordt veroorzaakt door de economische ontwikkeling van de regio (nieuwbouw van woningen en kantoren en groei van o.a. glastuinbouw, industrie en datacenters) en de verduurzaming (o.a. elektrificeren van mobiliteit en warmte voorziening). Als gevolg van deze ontwikkelingen bereiken 41 stations hun maximale capaciteit in 2030. Om de ontwikkelingen in de regio te kunnen faciliteren dient het elektriciteitsnet fors uitgebreid te worden.
Liander heeft hier inmiddels plannen voor opgesteld de uitvoering daarvan vergt een grote inspanning van en intensieve samenwerking met alle betrokken partijen.
Uitsplitsing bod in zon en wind
Wind Zon op dak
675
2830
Zon op land Beschikbaar opgesteld vermogen in regio NHZ (150kV-installaties)
1262 133 Vermogen duurzame opwek (MW)
5
Doel voor 2030: 27 nieuwe stations en 29 verzwaringen Benodigde netaanpassingen Aantal nieuw te bouwen stations
Aantal uit te breiden stations
Kosten (in mln. €), excl. kosten aanpassen kabels
Benodigde ruimte
27
29
241 - 521
373.000 911.000 m2
5
6
2
Inschatting haalbaarheid voor 2030
75%
3
Om de doelstellingen in de regio voor 2030 te realiseren, moeten voor alle grootschalige energie opwekkingsprojecten en bijbehorende energie-infrastructuur tijdig planprocedures gestart worden. Het realiseren van de benodigde uitbreidingen van de energie-infrastructuur is nu al een uitdaging. Deze uitdaging wordt de komende jaren groter. Onderstaand figuur geeft een beeld van het aantal stations (HS/TS en HS/MS) die afgelopen jaren in het werkgebied van Liander gerealiseerd zijn. Het laat ook zien hoeveel stations we ruwweg verwachten tot 2030 jaarlijks te moeten realiseren in het werkgebied van Liander: 12, en in de regio 2,7 stations per jaar, ieder jaar, tot 2030. Ter vergelijking; dit is net zoveel als Liander in heel haar verzorgingsgebied in 2019 heeft opgeleverd. Een extreme uitdaging dus.
11
2
2
Door de duurzame opwek projecten uit de RES 1.0 ontstaan er op 5 stations knelpunten voor teruglevering (Stations Uithoorn, Beverwijk, Uitgeest, Velsen en Edam). Echter, met de geplande uitbreidingen voor de vraagontwikkeling worden deze 5 knelpunten gedreven door duurzame opwek op stationsniveau opgelost. Per subresregio is een analyse uitgevoerd hoe de duurzame opwek het best kan worden aangesloten. Kosten, ruimte en haalbaarheid In het Klimaatakkoord hebben partijen aangegeven te streven naar de laagste maatschappelijke kosten voor de energietransitie. Het bouwen van nieuwe energie-infrastructuur neemt daarnaast fysieke ruimte in. De inpassing in een dichtbevolkte regio als NHZ is een grote uitdaging. Door duurzame opwekking en grotere energievragers slim in te passen in de netten, wordt onnodige extra maatschappelijke kosten en ruimte voorkomen.
18
1
Uitbreidingen en nieuwe stations Op basis van studies naar de ontwikkelingen in NHZ en deze impactanalyse is geconstateerd dat er in de jaren tot en met 2030 27 nieuwe stations en 29 verzwaringen van bestaande stations benodigd zijn. Deze uitbreidingen zijn nodig om aan de groeiende vraag naar energie te voldoen.
Inzicht in aantal gerealiseerde stations en verwachte benodigde stations
3
15
1
2
Verzwaringen bestaande stations
Gerealiseerde stations in Liander werkgebied
2,7
Indicatie benodigde stations in Liander werkgebied Verwachte benodigde stations in regio per jaar
10 4
5 Verwachte nieuw te bouwen stations
12
1
1
2015
2016
3
2
Trendlijn
0 2017
2018
2019
Jaarlijks tot 2030
6
Impact op distributienet op basis van bod RES 1.0 Verschuiving naar zon op dak Naast de impact op stations zien we grote druk op het middenspannings- en laagspanningsnet (MS en LS net) ontstaan, het zogeheten distributienet. Doordat het bod zich meer focust op kleinschalige zon is de verwachting dat op lager gelegen netvlakken significante aanpassingen moeten gaan plaatsvinden. De uitdaging hierbij is dat dit leidt tot veel aanpassingen ´in de wijken´. Veel kabels en kleine verdeelstations (middenspanningsruimten) zullen moeten worden verzwaard. Dit geeft enorme druk op het werkpakket van Liander, het leidt tot hoge kosten en de uitvoerbaarheid (haalbaarheid) van de RES wordt nadelig beïnvloedt. Liander werkt op dit moment aan een instrumentarium om sturing te geven aan zon op dak om de haalbaarheid van de potentie te vergroten. Helaas komt de netimpactrapportage van RES 1.0 te vroeg om dit mee te kunnen nemen. Dit zal dan ook onderdeel worden van het gezamenlijke uitvoeringsprogramma waar wij voor pleiten.
Afbeelding 1
Toelichting Afbeelding 1-2: verschil impact grootschalig zon/wind en kleinschalig zon In de hiernaast opgenomen afbeeldingen wordt grofstoffelijk het impactverschil voor de netbeheerder uitgelegd tussen geclusterd grootschalig zon/wind en niet geclusterd zon op dak. Afbeelding 1: Impact van geclusterd grootschalig zon/ wind. Het aansluiten van grootschalig zon of wind (boven 2 MVA) wordt direct op een onderstation aangesloten. Dit betekent in veel gevallen dat vanaf het zonnepark/windpark er slechts één of enkele directe kabelverbindingen naar het onderstation moeten worden getrokken en dat deze worden aangesloten op de velden (stopcontact) van het station. Is er onvoldoende capaciteit op het station aanwezig om de opwekcapaciteit op te nemen, dan zal het station moeten worden uitgebreid.
Afbeelding 2
Afbeelding 2: Impact van niet geclusterd zon op dak. Bij niet geclusterd zon op dak betekent het dat de zonnedaken op een lager netvlak in het netwerk worden ingepast. Stel dat we uitgaan van een gelijke opwekcapaciteit als bij afbeelding 1, dan betekent dat net als in voorgaande situatie dat het stationsvermogen moet worden uitgebreid mocht er onvoldoende capaciteit beschikbaar zijn. Echter, daarnaast zal óók lokaal veel kabels en middenspanningsruimten moeten worden verzwaard. Veel straten in de (bebouwde omgeving) zullen dan open moeten om verzwaring van huidige assets mogelijk te maken en zullen bovengronds middenspanningsruimten verzwaard moeten worden en of bijgeplaatst moeten worden. Naast overlast en hoge kosten geeft dit een enorme extra druk op het werkpakket bij de netbeheerder.. .
7
Oplossingsrichtingen distributienet Achtergrond:
Oplossingsrichtingen
De populariteit van zonne-energie in Nederland is de laatste jaren groot. Dit tekent zich af in de groeicijfers. Liander heeft alleen al in 2020 zo´n 2.000 installaties voor zonnepanelen per week aangesloten. In ons hele gebied sloten we in 2020 zo´n 30% meer zonnestroominstallaties aan op de elektriciteitsnetten.
De oplossingsrichting laat zich enerzijds vertalen in het verzwaren van een groot gedeelte van ons distributienet. De impact hiervan is groot en zal een fors beslag leggen op het werkpakket van Liander. Anderzijds zal innovatie en datagedreven netbeheer er toe moeten gaan leiden dat we ontwikkelingen slim kunnen voorspellen en of sturen.
Het totaal aantal aangesloten zonne-energie installaties op het Liander net ligt medio februari 2021 rond de 500.000. Het totaal vermogen van zonne-installaties die we alléén vorig jaar al (2020) op ons net aansloten is vergelijkbaar met het vermogen van alle zonnepanelen die we van 2011 tot 2017 hebben aansloten. De groei zonne-energie is daarmee buitengewoon groot.
Verder is het zinvol om zoveel mogelijk een gebiedsgerichte (geclusterde) aanpak te volgen met geclusterde aanvragen om maximaal zon op dak aan te kunnen sluiten. Ook het zogeheten ´aftoppen´ van de stroompieken zorgt voor een lagere belasting op de netten waardoor deze efficiënter worden gebruikt. Aftoppen zorgt voor een relatief klein energieopwekkingsverlies.
Middenspannings- en laagspanningskabels
Daarnaast, om transport van energie zoveel mogelijk te verkleinen, en daarmee de kosten in de infrastructuur, biedt combineren van zonne-energie opwek met de lokale energievraag veel kansen. Het is daarbij wel essentieel dat de energievraag tegelijkertijd met de zonneenergie opwek van daken plaatsvindt en dat de pieken voor opwek in lijn liggen met de vraagpiek. Industrieterreinen zijn een goed voorbeeld waar het energiegebruik en opwek vaak gelijktijdig is.
Liander beheert in haar verzorgingsgebied ca. 90.0000 km aan kabels. Alleen al in 2020 legden wij in ons verzorgingsgebied ruim 1.200 km extra kabels aan om het energienet te versterken. Verzwaren van kabeltracés is dan ook één van de oplossingsrichtingen om de energietransitie vorm te kunnen geven.
Veel kan, maar impact op het elektriciteitsnet (distributienet) neemt toe De elektriciteitsnetten zijn grotendeels in de vorige eeuw aangelegd als een soort éénrichtingsweg, er was in die tijd helemaal geen sprake van zelf opwekken van energie. De energietransitie verandert dit volledig en heeft hiermee grote impact op de netten. De netten kunnen veel aan, maar de forse groei van zonne-energie laat ook zien dat delen van het laag- en middenspanningsnet inmiddels tegen haar grenzen aanlopen waardoor niet optimaal kan worden terug geleverd. Dit betekent dat distributienetten lokaal moeten worden verzwaard om de piekbelasting van zon te kunnen verwerken. Verzwaren van lokale distributienetten is bewerkelijk en complex in de schaarse onder- en bovengrond. Daarnaast hebben we ook te maken met langlopende procedures (denk hierbij aan gemeentelijke vergunningstrajecten, bezwaarprocedures, grondaankoop, etc). Dit betekent dat waar knelpunten ontstaan deze niet altijd vandaag of morgen opgelost kunnen zijn.
Instrumentarium en sturing Liander werkt op dit moment aan instrumentarium waarin we handvatten geven om te kunnen sturen met zon op dak vanuit het netperspectief. Dit instrumentarium zal in een later fase met de regio worden gedeeld..
Verdeelstation / Middenspanningsruimte (MSR) Ca 50.0000 MSR´s heeft Liander in haar verzorgingsgebied. De komende jaren verwacht Liander dit fors uit te moeten breiden door o.a. de energietransitie. Het niet efficiënt inpassen van zonne-energie zal echter leiden tot een nog significantere stijging van het aantal MSR's. In bestaande bouw is inpassen niet eenvoudig omdat ruimte schaars is. 8
Aanbevelingen voor systeemefficiëntie Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
Concept RES
RES 1.0
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
veel potentie
veel potentie
Vanwege de grote vraag naar energie is er in deze regio veel restcapaciteit voor opwek op de stations. Met zowel de concept als definitieve RES 1.0 leidt opwek vrijwel niet tot overbelasting van stations. Echter, aangezien nog steeds veel restcapaciteit aanwezig is voor opwek blijft er veel potentie.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
veel potentie
veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen op aansluiting niveau. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Door deze koppeling te maken op aansluiting niveau kan de ruimte voor het realiseren van nieuwe aansluitingen beperkt worden. .
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
veel potentie
Weinig potentie
In de concept RES was er veel potentie om wind toe te voegen. Liander ziet dat er in de RES 1.0 wind is toegevoegd aan de zoekgebieden; dit is zeer positief voor systeem efficiëntie. Er resteert nu minder potentie om op dit punt nog meer winst te behalen.
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen zeer veel kansen voor clustering. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie.. Door clusteren zijn er ook minder aansluitingen nodig.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Veel potentie
Zeer veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. In het aangepaste bod met een toename in zon op dak is aftoppen een interessante oplossing. Door het aftoppen kan er meer vermogen worden aangesloten op dezelfde infrastructuur 9
Aanbevelingen voor de RES vanuit de netbeheerder Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie Wij dringen sterk aan op het gezamenlijk vormgeven van een uitvoeringsprogramma waarin duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt om de haalbaarheid van de RES te vergroten. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de uitbreidingen van het energienet te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur. Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door langjarig vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inplannen van schaarse technici om al het werk te realiseren. Langjarig vooruit kijken, vergroot de kans dat we de regionale ambities samen op tijd kunnen realiseren. Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar volgordelijkheid. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben of kunnen deze op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden.
Door samen eerst op deze gebieden te focussen, werken we in de tussentijd aan het realiseren van uitbreidingen in andere gebieden die meer tijd kosten. Zeker weten waar, welke capaciteit beschikbaar is? Neem contact op met Liander. Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Door de toenemende energie-opwek is meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windmolens is dit een herkenbare ontwikkeling. Nog minder bekend is dat er ook ruimte nodig is voor de benodigde netverzwaring, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels. Schaarse ruimte in Nederland die ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet.
Hoe werkt dat? Rekening houden met ruimte voor het energienet in het beleid? • In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de ruimte die boven- en ondergronds nodig is voor het energienet, sluit de omgevingsvisie goed aan op toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. • Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma staan de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. NPRES start daarvoor een pilot op. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan. Liander adviseert graag over de planologische ruimte die nodig is voor het energienet en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. • Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid voor verzwaringen en vernieuwingen van het energienet.
Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn om te kunnen afwijken van de geldende planologische regels. Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0
1
2
3
4
5
6
7
jaren
Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures
Nieuw MS station Nieuw MS/LS station
Uitvoering
HS = hoogspanning M = middenspanning TS = tussenspanning
Onzekerheid
10
Klik op de tekst om naar het betreffende onderdeel te gaan.
2.
1. Introductie
Huidig energienet in beeld
3. Aangeleverde gegevens RES 1.0
4.
5.
6.
Impact bod RES 1.0 op het elektriciteitsnet en aanbevelingen voor RES regio NHN/NHZ
Impact RES 1.0 op warmte- en gasnet
Impact bod RES 1.0 op het elektriciteitsnet en aanbevelingen per sub RES regio
7. Bijlagen
11
Introductie
12
Introductie | dit document Het Nederlandse energienet verbindt, letterlijk, de ambities en plannen in de 30 RES regio's: het is de verbindende factor tussen opwek en gebruik van energie. Het energienet zal flink veranderen de komende tijd. Het werd aangelegd als transportmedium om te voorzien in de vraag naar energie. In de energietransitie verandert het in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag van elektriciteit, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. De RES΄en zijn de basis voor een langjarige en planmatige aanpak. Hiermee kunnen we gericht inzetten op het vinden van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van vergunningstrajecten en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren.
Systeemefficiëntie
Waarom dit document? Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen verschillende belangen. Energie-systeemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. Om de RES-regio te helpen met die systeemefficiency, werken de netbeheerders de netimpact van de RES΄en uit. Met dit document kan de RES-regio het belang van systeemefficiëntie meenemen in de afweging. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en de laagste maatschappelijke kosten en draagvlak wordt vergroot.
Van concept RES naar RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES doorberekend door Liander. Hiermee werd de impact van de regionale plannen op het energienet inzichtelijk gemaakt. Ook kreeg de RES-regio adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Met deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt naar een RES 1.0. Liander heeft de RES 1.0 bestudeerd en ziet een aantal verschillen met de concept-RES vanuit het perspectief van systeemefficiëntie: • De totale ambitie is ongewijzigd, maar de potentie in de regio neemt toe: De ambitie van 2,7 TWh uit de concept-RES wordt door de regio gehandhaafd, tegelijkertijd zien we dat de potentie als gevolg van de nieuwe rekensystematiek toeneemt naar 3,1 TWh. • Er zijn nieuwe rekenregels toegepast voor zon waardoor de absolute potentie per zoekgebied toeneemt. Omdat het aandeel zon groter is geworden zal het aftoppen van vermogen een steeds belangrijkere rol gaan spelen in systeemefficiëntie. • Er is meer ingezet op wind. Dit zorgt voor een betere benutting van het elektriciteitsnet. • Een kwantitatieve vergelijking van aangeleverde gegevens van de concept RES en de RES 1.0 is te vinden in de bijlage.
13
Introductie | bepalen netimpact Verschil in doorberekening concept RES en RES 1.0 De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de doorrekening doorgevoerd zodat we de netimpact nog beter kunnen inschatten. Het volgende is gewijzigd: • In de doorberekeningen van de concept-RES is een eerste verkenning van de impact op het middenspanningsnet gedaan. In deze doorrekening hebben we de impact op het middenspanningsnet meer in detail meegenomen. • Er wordt voor de ´vraag naar elektriciteit data´ gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van landelijke back-up gegevens. Dit is afgestemd met de regio. Verderop is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is. • De impact van de RES΄en op de elektriciteitsnetten van TenneT is meer in detail door Tennet uitgewerkt. De conclusie vanuit de analyse van TenneT is dat de RES 1.0 plannen vanuit het hoogspanningsnet tot 2030 voor opwek grotendeels haalbaar zijn mits de lopende projecten en projecten in realisatie- en studiefase gerealiseerd worden. Tevens voorziet Tennet een grotere uitdaging aan de vraagzijde van elektriciteit in de regio. De analyse van TenneT is in dit document opgenomen.
Omvang opwekvermogen bepalend voor netimpact
Wel/niet onderdeel van deze impact analyse
✓
✓
✓
Hoe analyseren we de netimpact?
✓
Meer informatie over de gebruikte gegevens en de werkwijze is verderop in deze rapportage te vinden.
Omvang opwek
✓
Zoekgebieden met een omvang boven 100MW kunnen alleen aangesloten worden op de grootste stations (HS/TS en HS/MS) van Liander. Is de omvang van het zoekgebied groter dan 100MW dan zal een directe aansluiting op Tennet onderzocht moeten worden. Kleinere projecten zoals zonnedaken, zonparkeerplaatsen of zonnepanelen op huishoudens bevinden zich in het algemeen op het aansluitniveau van een MS/LS station. In deze rapportage wordt de netimpact op MS/LS niveau niet bepaald. Wel wordt de impact van alle zonnedaken, zonparkeerplaatsen opgeteld om de impact op de bovenliggende stations te bepalen.
Om de netimpact te bepalen, gebruiken we de aangeleverde gegevens van de regio aangevuld met landelijke gegevenssets en (op onderdelen) gebruik van gegevens van Liander. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en kennis van experts de netimpact uitgewerkt. De impact is altijd een dynamisch samenspel van vraag en aanbod op het elektriciteits- en gasnet. De focus ligt in de doorrekening van de netimpact op voornamelijk stationsniveau (zie de afbeelding hiernaast). Echter, daar waar mogelijk zullen de effecten op lager gelegen netvlakken (distributienet) ook worden beschreven.
Type station
X 14
Introductie | integraal beeld Integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen infrastructuur
Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen
Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energieaanbod is noodzakelijk om het energienet tijdig aan te kunnen passen. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmte-infrastructuur. Het energienet wordt voor minimaal 40 jaar aangelegd. Daarom is het van belang om te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. Door ook lange termijn ontwikkelingen mee te nemen in investeringsbeslissingen voor 2030, zijn de investeringen gerichter en toekomstbestendiger.
Door beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen, kan een RES-regio tot integrale keuzes en prioritering komen:
Beeld van de ontwikkelingen vanuit alle sectoren Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op het energienet. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het net geldt dat Liander graag zo vroeg mogelijk betrokken is. Op deze manier kunnen we meedenken over slimme oplossingen. En werk aan de RES, rekening houdend met de relevante wettelijke context.
•
Integrale infrastructuur verkenning 2030-2050 (II3050), onderdeel van de werkgroep iNET: hier wordt uitgewerkt wat de impact van verschillende transitiepaden is op het energienet is.
•
Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): in de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid vaststelt.
•
Transitievisie Warmte (TVW): gemeentes maken warmtevisies. De impact op het energienet is groot en hangt samen met regionale keuzes.
•
Programma Energiehoofdstructuur (PEH): een programma om de nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken.
•
Cluster Energie Strategieën (CES): elk industriecluster stelt een energiestrategie op. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn.
•
Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK): een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.
15
Introductie | leeswijzer Leeswijzer
Disclaimer
Het document begint met een overzicht van het huidige energienet in de regio en een samenvatting van de aangeleverde gegevens. Vervolgens werken we de impact van de regionale plannen op het elektriciteitsnet uit. Ook geven we adviezen om de systeemefficiëntie te verbeteren. Een kwalitatieve duiding van de impact van het regionaal bod op de warmte- en gasinfrastructuur volgt. Tot slot volgt een aantal aanbevelingen aan de regio.
Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de RES-ontwikkeling in een regio.
In de bijlage is de volgende informatie beschikbaar: • Verdieping • Bronnen en verwijzingen • Terminologie en gebruikte afkortingen • Een toelichting op de werkwijze
Het document geeft een globale indicatie van de impact van de regionale ontwikkelingen op het elektriciteits- en gasnet vanuit de beschikbare informatie op het moment van analyse. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. De weergave van ruimtebehoefte en benodigde investeringen in dit document zijn daardoor lager dan ze daadwerkelijk zullen zijn. Deze indicatie van de impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Het is mogelijk dat netbeheerders door Europese of nationale ontwikkelingen andere mogelijkheden of verplichtingen krijgen. Dit kan invloed hebben op de indicatie van de impact. De impact is mede bepaald op basis van gegevens aangeleverd vanuit de regio, aangevuld met back-up gegevens vanuit het NP RES. Liander draagt geen verantwoordelijkheid voor de back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio.
Het verdient de aanbeveling om de informatie uit dit document altijd samen met de regionale plannen te publiceren. Deze netimpactanalyse kan tot verkeerde conclusies leiden wanneer de context van de regionale plannen niet wordt meegenomen. Liander aanvaart geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie. Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Liander voor de meest actuele informatie.
16
2. Het huidige energienet in beeld
17
Regio in beeld Er zijn verschillende energiedragers. In Nederland kennen we vooral elektriciteit, (aard)gas en warmte. Voor deze verschillende energiedragers kennen we verschillende energie-infrastructuren om de energie te transporteren.
Elektriciteit*
Gas
Warmte (netten)
16 HS/MS stations in regio, 1 buiten de regio 44 TS/MS stations in regio, 2 buiten de regio
35 stations binnen de regio 24 stations buiten de regio 0 groen gas invoeder(s)
Er zijn meerdere warmtenet(ten) in deze regio, zie onderstaand figuur voor de ligging.
De HS/MS stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven middels de stippen.
Op bovenstaande kaart zijn de warmtenetten in de regio weergegeven. Bron: https://warmteiscool.nl/roadmap/ *= voor uitleg terminologie en afkortingen: zie de bijlage.
18
3. Aangeleverde gegevens RES 1.0
19
Aanpassingen in bod RES 1.0 In maart 2020 heeft de regio haar eerste concept RES bod voor 2030 aan Liander aangeboden voor een doorrekening van de effecten op de infrastructuur. Inmiddels zijn er weer vele stappen gezet en heeft de regio haar bod met verdere gebiedskennis verrijkt. Daaruit is een nieuwe RES 1.0 potentie voortgekomen. In de concept-RES bedroeg de potentie 2,7TWh, de huidige RES 1.0 potentie levert naar verwachting 3,1 TWh op. Om de afwegingen van systeemefficiëntie maximaal mee te kunnen nemen is bij de doorrekening van deze netimpactanalyse gebruik gemaakt van de totale potentie van 3,1 TWh. Per regio zijn de aanpassingen in de zoekgebieden gedaan.
Deelregio
Wijziging RES 1.0 bod t.o.v. de concept RES
Amsterdam
Geen aanpassing in het bod. De waarden uit Thematische studie elektriciteit Amsterdam (TSA) zijn gebruikt.
Amstelland
Haarlemmermeer
Gooi en Vechtstreek
IJmond en ZuidKennemerland
Zaanstreek Waterland
De potentiële opbrengsten in zoekgebieden zijn gestegen van 227 GWh naar 344 GWh. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door andere rekenregels m.b.t de hoeveelheid zon die op daken past. Daarnaast leveren zonneweides meer op en de hoeveelheid wind is vergroot (+24 GWh). De potentiële opbrengsten in zoekgebieden zijn gestegen van 416 GWh naar 557 GWH, met name in het zonnecarré (door andere rekenregels passen er meer panelen in een gebied, (+147 GWh)) en op zon op dak (+110 GWh). Wind is uit het bod gehaald (-130 GWh). Vrijwel alle zoekgebieden zijn geschrapt in de RES 1.0. Van de 10 zoekgebieden uit de concept RES zijn er nog 2 kleine zoekgebieden over met verwachte opbrengst van 3 GWh. Het overgrote deel van het bod (98%) bestaat uit zon op dak (148 GWh).
De potentiële opbrengsten in zoekgebieden zijn gestegen van 301 GWh naar 402 GWh. Grootste wijziging is het hogere opbrengst van zon op daken door veranderde rekenregels (+145 GWh, het totaal zon op dak is 297 GWh.) In de zoekgebieden zijn twee grotere wijzigingen gedaan, verdere wijzigingen zijn klein. De grotere wijzigingen in zoekgebieden is het verhogen van zonvermogen in het zoekgebied bij Tata Steel (+37 GWh en het verlagen van wind in Waarderpolder zoekgebied (26 GWh).
Concept-RES Concept-RES
RESRES 1.0 1.0
Opwek grootschalig zon
0,25 TWh
0,43 TWh
Opwek zon op grote daken + parkeerplaatsen + infra
1,13 TWh
1,64 TWh
Opwek grootschalig wind
0,32 TWh
0,19 TWh
Zon + wind
0,34 TWh
0,11 TWH
Totaal nieuw te realiseren opwek
2,04 TWh
2,38 TWh
Huidig (Pijplijn)
0,66 TWh
0,74 TWh
Totaal duurzame opwek
2,7 TWh
3,1 TWh
De maximale (theoretische) potentie van de zoekgebieden is nagenoeg gelijk gebleven van 336 GWh naar 320 GWh. Om het ingetekende wind zoekgebied toch door te rekenen is er een theoretisch potentie van 124 GWh aan het gebied toekend.
20
Aangeleverde gegevens De impact van de RES 1.0 is doorgerekend aan de hand van verschillende gegevensbronnen. De regio is gevraagd om informatie aan te leveren voor de onderdelen in onderstaande tabel. De regio heeft gegevens tot het jaar 2030 aangeleverd. Wanneer de regio geen gegevens heeft aangeleverd, is in overleg besloten of de Liander gegevens of de landelijke back-up gegevens van het NP RES* zijn gebruikt. Voor elektrisch vervoer wordt gerekend met een basis gegevensset opgesteld door stichting Elaad. Voor een aantal onderdelen zijn (nog) geen gegevens beschikbaar. In onderstaande tabel is te zien welke gegevens zijn gebruikt.
Aanbod Elektriciteit
concept RES
RES 1.0
Wind op land
Regio
Regio
Grootschalig gebouwgebonden zon (>15 kWp)
Regio
Regio
Grootschalig niet-gebouwgebonden zon (zonnevelden) (>15kWp)
Regio
Regio
Kleinschalige zon (<15 kWp)
Back-up
Liander
Overige duurzame opwek
Back-up
Geen gegevens
Gas
Groengas
Back-up
Geen gegevens
Waterstof
Groene waterstof
Geen gegevens
Geen gegevens
Elektriciteit
Liander
Flexibiliteit
Geen gegevens
Geen gegevens
RES 1.0
Nieuwbouw woningen
Back-up
Liander
Nieuwbouw utiliteit
Back-up
Liander
Bestaande utiliteit
Back-up
Liander
Elektrisch vervoer
Liander (2019)
Liander (update 2020)
Back-up
Liander
Alleen Haarlemmermeer
Alleen Haarlemmermeer
Industrie
Back-up
Liander
Utiliteit
Back-up
Geen gegevens
Industrie
Back-up
Geen gegevens
Landbouw/glastuinbouw
Back-up
Geen gegevens
Vervoer
Geen gegevens
Geen gegevens
Totale vraag
Geen gegevens
Geen gegevens
Datacenters
Overig Back-up
concept RES
Landbouw/glastuinbouw
Gas
Gebouwde omgeving warmteoplossingen
Vraag
Waterstof
* Op de website van het NP RES is meer informatie over de gebruikte gegevens te vinden: https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulformulieren/default.aspx ** II3050 data is gebruikt ter aanvulling van de landelijke back-up gegevens. Dit geeft een beter beeld van de21 impact op de langere termijn. https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/toekomstscenarios-64/documenten
Aangeleverde gegevens | samenvatting elektriciteit Doorrekening van Liander: Om de effecten van het RES 1.0 bod te kunnen duiden maakt Liander een doorrekening met de door de regio verkregen opwekdata voor zon en wind. Het energiesysteem laat zich echter niet opknippen. Dat betekent dat Liander om goede conclusies te kunnen trekken, de data integraal moet doorrekenen. Dit betekent dat naast de opwek ook de ontwikkeling van het verbruik van elektriciteit inzichtelijk gemaakt moet worden. In de regio NHZ verwachten we een grote groei van de vraag veroorzaakt door nieuwbouw, aardgasvrij, industrie, elektrisch vervoer en datacenters. Aangezien deze data niet vanuit de regio is verkregen, is gebruik gemaakt van scenario's van Liander. Voor Amsterdam is gebruik gemaakt van de thematische studie elektriciteit. Industrie De toename van de elektriciteitsvraag in de industrie is enerzijds gebaseerd op de te verwachte toename van verschillende industrieën in de regio en anderzijds op de verduurzaming van bestaande industrie bijvoorbeeld door middel van elektrische boilers en warmtepompen. In Noord Holland Zuid zal volgens de Liander prognoses het grootste aandeel van de vermogensgroei richting 2030 komen door ontwikkeling van nieuwe industrieterreinen en het verduurzamen van de bestaande industrie.
Voor het Noordzeekanaalgebied wordt gewerkte aan een Cluster energiestrategie om deze ontwikkelingen goed in beeld te krijgen. Datacenters De groei van datacenters in Noord Holland Zuid wordt veroorzaakt door een groei van nieuwe en het uitbreiden van bestaande datacenters. Met de MRA regio wordt samengewerkt om de groei van de datacenters in beeld te krijgen en waar nodig bij te sturen. Elektrisch vervoer Voor elektrisch vervoer maakt Liander onderscheid tussen thuisladen, werkladen, bezoekladen, snelladen, bestelbusjes / stadslogistiek en het elektrisch laden van het openbaar vervoer. Hiervoor wordt gekeken naar het aantal voertuigen dat op een bepaalde plek zal opladen en het piekvermogen wat een enkel voertuig vraagt. In Noord Holland Zuid hebben thuisladen en werkladen de grootste impact op het elektriciteitsnet.
Utiliteit In Noord Holland Zuid wordt de vermogensgroei van utiliteitsgebouwen voornamelijk gedreven door (het verduurzamen van) bestaande utiliteitsvoorzieningen. Naast deze ontwikkeling neemt Liander ook de verwachte nieuwbouw van utiliteitsvoorzieningen mee. Hierbij wordt een voorspelling gemaakt van het aantal bij gebouwde vierkante meter welke vervolgens wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde vermogensvraag per vierkante meter. Warmte oplossingen Voor de impactbepaling van de warmtetransitie op het elektriciteitsnet, neemt Liander de impact van warmtepompen en hybride warmtepompen op het elektriciteitsnet mee. Andere warmteoplossingen, zoals warmtenetten, zullen minder significant invloed hebben op de elektriciteitsvraag en zijn daarom niet in de analyse meegenomen. Voor de totale vermogensvraag door warmteoplossingen wordt het aantal huishoudens wat over gaat op een (hybride) warmtepomp voorspeld. Voor Noord Holland Zuid zal de warmtevoorziening van nieuwbouwwoningen naar verwachting een grotere impact hebben dan de warmtevoorziening van bestaande woningen. Dit vanwege de grote nieuwbouwopgave en de aanname dat de bestaande bouw voor een groot deel zal over gaan op een warmtenet. Kleinschalig zon Naast het RES 1.0 bod waarin grootschalige zon en wind projecten zijn opgenomen, zien we ook een groei in het aantal zonnepanelen op woningen.
Voor het totaal verwacht vermogen in 2030 is voor dit segment zowel de aanleg van zonnepanelen op bestaande woningen als de aanleg van zonnepanelen op nieuwbouw woningen meegenomen. Nieuwbouw woningen De regio NHZ heeft een grote opgave voor nieuwbouw woningen. Met de individuele gemeenten vindt afstemming plaats over de nieuwbouwplannen en deze worden door Liander meegenomen in de prognose.
22
4. Impact bod RES 1.0 op het elektriciteitsnet en aanbevelingen voor RES regio NHZ
23
Impact bod RES 1.0 op stationsniveau in regio NHZ Benodigde netaanpassingen
Analyse van de impact en benodigde netaanpassingen Op basis van aangeleverde gegevens is een analyse gemaakt van de impact van keuzes op de elektriciteitsinfrastructuur. Op HS/MS stationsniveau is inzichtelijk gemaakt waar nog capaciteit beschikbaar is en waar knelpunten ontstaan. Op dit spanningsniveau wordt grootschalige duurzame opwek vaak aangesloten. De analyse levert het volgende beeld op: • De aangeleverde RES 1.0 past niet binnen het huidige elektriciteitsnet. Op 5 stations wordt de maximale transportcapaciteit bereikt door duurzame opwek. • We verwachten dat tot 2030 op 41 van de 57 HS/MS stations de maximale capaciteit bereikt wordt door een groeiende vraag naar elektriciteit. Oplossingen zijn het bijbouwen van 27 stations en uitbreiden van 29 stations.
Aantal nieuw te bouwen stations
Aantal uit te breiden stations
Kosten (in mln. €), excl. kosten aanpassen kabels
Benodigde ruimte
Inschatting haalbaarheid voor 2030
27
29
241 - 521
373.000 911.000 m2
75%
Investeringsplan 2020 In RES regio NHZ is de groeiende vraag naar elektriciteit leidend voor de investeringsplannen van Liander. We verwachten de komende jaren tot en met 2030 27 stations te moeten bouwen en 29 bestaande stations moeten verzwaard worden. In het figuur hiernaast zijn per sub RES regio de aantallen aangegeven.
5
Snel samen plannen concretiseren We staan voor een flinke opgave. Daarom werken we graag tijdig samen met de -regio aan het concretiseren van de plannen. Het figuur hieronder geeft een beeld van het aantal stations (HS/TS en HS/MS) die afgelopen jaren in het werkgebied van Liander gerealiseerd zijn. Het laat ook zien hoeveel stations we ruwweg verwachten tot 2030 jaarlijks te moeten realiseren in het totale werkgebied van Liander: 12 ten opzichte van gemiddeld 2 a 3 per jaar daarvoor. In de regio Noord Holland Zuid gaat het naar verwachting om 2,7 stations per jaar. Om de RES ambities te halen, organiseren wij graag samen de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations. De ruimte tussen de ambitie en potentie biedt een mooie basis voor deze zoektocht. Inzicht in aantal gerealiseerde stations en verwachte benodigde stations 15
12
Gerealiseerde stations in Liander werkgebied
2,7
Indicatie benodigde stations in Liander werkgebied Verwachte benodigde stations in regio per jaar
10 4
5 1
1
2015
2016
3
2
Trendlijn
0
2017
2018
2019
Jaarlijks tot 2030
6
2
3
18
11
2
2
1
3 1
2
Verwachte nieuw te bouwen stations Verzwaringen bestaande stations
24
Impact op middenspanning & laagspanning Investeringsplannen Iedere regionale netbeheerder publiceert tweejaarlijks een investeringsplan met een zichttermijn van tien jaar. In deze investeringsplannen staan de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen beschreven. Deze plannen vormen de formele vaststelling (toetsing door de Autoriteit Consument en Markt) van de meerjarige investeringsplannen van Liander. De investeringsplannen van Liander zijn onder andere gebaseerd op marktinformatie, scenario's en transitieplannen van de regio en gemeenten. In het Investeringsplan 2020 zijn de RES-plannen helaas nog beperkt meegenomen. Dit komt voornamelijk door de timing en de onzekerheid: de concept RES was nog niet gereed en tevens nog niet formeel vastgesteld door de overheden ten tijde van het opstellen van het Investeringsplan 2020. In het Investeringsplan 2022 nemen de netbeheerders waar mogelijk de informatie over duurzame opwek plannen vanuit de RES meenemen. Meer lezen over de Investeringsplannen? Klik hier
De inschatting van haalbaarheid Het opnemen van benodigde aanpassingen aan het energienet in de investeringsplannen van de netbeheerders zorgt voor duidelijkheid over de timing van de uitvoering. Voor de netuitbreidingen die op dit moment zijn opgenomen in de investeringsplannen, schatten we in dat netuitbreidingen voor 2030 gerealiseerd zijn. Ook werkzaamheden die al in voorbereiding zijn, zijn opgenomen in de tabel met een positieve inschatting van haalbaarheid voor 2030. Niet alle werkzaamheden die op korte termijn worden uitgevoerd, worden opgenomen in het IP: urgente zaken en nieuwe inzichten leiden soms tot snel handelen. Langere termijn, planbare aanpassingen worden altijd opgenomen in het IP. Bij het opstellen van de investeringsplannen kijken we naar het totale werkpakket van de netbeheerders en een haalbare fasering in tijd.
Netimpact op MS kabelniveau en LS niveau is niet uitgewerkt De belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net is nog niet meegenomen in deze netimpactanalyse. Op dit deel van het elektriciteitsnet zullen nog vele aanpassingen nodig zijn, door zowel de opwek van zonne-energie op daken als de warmtetransitie. Aanpassingen zijn bijvoorbeeld nieuwe midden-of laagspanningskasten in woonwijken en het verzwaren van kabels. Deze impact is naar verwachting groot. We verwachten dat de impact in ruimte en kosten hierdoor nog 20 - 40% extra zal stijgen. Hiernaast is weergegeven welke spanningsniveaus zijn meegenomen in deze impact analyse. Werkzaamheden aan een LS kast. De impact op laagspanningsniveau is nog niet meegenomen in deze impactanalyse.
25
Aanbevelingen voor systeemefficiëntie Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.
Concept RES
RES 1.0
1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet
veel potentie
veel potentie
Vanwege de grote vraag naar energie is er in deze regio veel restcapaciteit voor opwek op de stations. Met zowel de concept als definitieve RES 1.0 leidt opwek vrijwel niet tot overbelasting van stations. Echter, aangezien nog steeds veel restcapaciteit aanwezig is voor opwek blijft er veel potentie.
2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie
veel potentie
veel potentie
Er is veel potentie om vraag en aanbod meer te koppelen op aansluiting niveau. Het is gunstig wanneer locaties waar energie wordt afgenomen, worden gekoppeld aan locaties waar duurzame energie wordt opgewekt. Door deze koppeling te maken op aansluiting niveau kan de ruimte voor het realiseren van nieuwe aansluitingen beperkt worden. .
3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon
veel potentie
Weinig potentie
In de concept RES was er veel potentie om wind toe te voegen. Liander ziet dat er in de RES 1.0 wind is toegevoegd aan de zoekgebieden; dit is zeer positief voor systeem efficiëntie. Er resteert nu minder potentie om systeem efficientie te verbeteren. .
4. Clusteren van duurzame opwek projecten
Zeer veel potentie
Zeer veel potentie
Er liggen zeer veel kansen voor clustering. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel opleveren voor systeemefficiëntie.. Door clusteren zijn er ook minder aansluitingen nodig.
5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit
Veel potentie
Zeer veel potentie
Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. In het aangepaste bod met een toename in zon op dak is aftoppen een interessante oplossing. Door het aftoppen kan er meer vermogen worden aangesloten op dezelfde infrastructuur 26
Aanbevelingen | tijdig ruimte veiligstellen Tijdig starten met planprocedures en planprocedures versnellen Zonder de juiste planologische bestemming kan de beoogde locatie niet tot ontwikkeling komen. Start tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur. Dit voorkomt een mismatch tussen de opleverdatum van duurzame opwekprojecten en de benodigde uitbreidingen aan de infrastructuur. We zien grote verschillen in doorlooptijden van vergunningsverlening en het wijzigen van bestemmings- of omgevingsplannen tussen de verschillende gemeenten en provincies. In de figuur hiernaast is weergegeven wat indicatieve doorlooptijden zijn voor he bouwen van een nieuw station. Onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden, bijvoorbeeld door te leren van de aanpak van andere overheden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kan tot een beter en sneller planproces leiden.
Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Daarnaast is door de toenemende energie opwek, meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en mindere mate voor windmolens, is dit een herkenbaar probleem. Maar voor de netverzwaring zelf, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels, is ook ruimte nodig. Ruimte die schaars is en ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet. Bevoegde gezagen kunnen als volgt zorgen voor ruimte voor energieinfrastructuur in beleid:
•
•
•
In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de boven- en ondergrondse energie-infrastructuur sluit de omgevingsvisie goed aan toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma worden de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. Een pilot van dit programma wordt door de NPRES nu opgestart. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan.
•
Liander beschikt over veel kennis van de planologische ruimte die nodig is en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid om tot realisatie van de nieuwe energie-infrastructuur te komen. Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn voor het kunnen afwijken van het geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld.
Actieve meedenkende houding door bevoegd gezag van groot belang De nieuw aan te leggen energie-infrastructuur heeft fysieke ruimte nodig. Liander wil door middel van strategische grondverwerving vooruitlopen op de netverzwaring. We kunnen daarmee het vertragingsrisico verkleinen. Voor strategische grondaankoop kijkt Liander daarom 10 jaar vooruit naar het oplossen van knelpunten. We kunnen dit alleen doen in samenwerking met het bevoegde gezag omdat de grondaankopen moeten passen in het (toekomstige) en lokale ruimtelijke beleidskader. Een actieve meedenkende houding in het zoeken naar geschikte locaties zorgt voor een grotere kans op succesvolle uitvoering van de ambities in de RES.
Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0
1
2
3
4
5
6
7
jaren
Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures
Nieuw MS station Nieuw MS/LS station
Uitvoering Onzekerheid
27
Aanbevelingen | mensen, middelen, landelijke kaders Wijs bindende zoekgebieden en uitsluitingsgebieden aan Zoekgebieden, zoeklocaties en definitieve locaties helpen om accuraat te voorspellen waar de duurzame opwek zal komen binnen de regio. We vragen de overheden hier om een stevige regierol, waarin projecten buiten deze zoekgebieden ook niet langer worden vergund. Ook als • er nog geen concrete projecten binnen deze zoekgebieden zijn, kunnen de modellen van Liander een inschatting maken van een realistische vermogensspreiding binnen deze gebieden. Ook relatief grote bindende zoekgebieden hebben dus al toegevoegde waarde wanneer • projecten daarbuiten ook daadwerkelijk worden uitgesloten.
Samen tekorten op de arbeidsmarkt aanpakken Het tekort aan technisch personeel gaat zorgen voor vertragingen. Gericht arbeidsmarktbeleid kan het verschil maken, zowel op landelijk als regionaal niveau. Stimuleer dat mensen in uw regio • enthousiast worden om de techniek in gaan en zorg ervoor dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn. Onderzoek mogelijkheden voor regionaal samenwerken aan • Human Capital Agenda's voor (technische beroepen in) de energiesector.
Tijdig beschikbaar krijgen van materialen door gezamenlijke prognoses Voor het realiseren van de benodigde uitbreidingen is naast voldoende personeel ook materialen nodig. Materialen moeten tijdig besteld worden, denk dan aan transformatoren, kabels, etc. Om te anticiperen op deze schaarste en te kunnen beschikken over benodigde materialen, is het nodig om samen te werken en goede prognoses te maken.
•
vallen dus snel buiten de mogelijkheden van de SDE regeling.. Dit heeft effect op de uitvoering, omdat dit projecten zijn, die juist in de RESsen kunnen rekenen op draagvlak. Verken met gemeenten en provincies de mogelijkheden voor versnelling van de ruimtelijke processen. Maximale benutting van het bestaande net door een zo snel mogelijke inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur zodat de reservecapaciteit in het hoogspanningsnet kan worden ingezet als spitsstrook voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek (AMvB N-1). Ruimte in wet- en regelgeving voor (tijdelijke) alternatieve oplossingen als er sprake is van transportschaarste, zoals congestiemanagement, pieken aftoppen en dynamisch terugleveren. Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid voor de energietransitie. Ruimte in warmtewetgeving, zodat gemeenten keuzevrijheid en voldoende flexibiliteit hebben om tot maatwerkoplossingen te komen, inclusief de mogelijkheid om bedrijven in publiek eigendom, waaronder de netwerkbedrijven, aan te kunnen wijzen als warmtebedrijf.
Gezamenlijk aandacht vragen voor landelijke maatregelen Om te komen tot een effectieve en tijdige uitvoering van de RES is een aantal landelijke maatregelen nodig. Wij vragen de regio om samen richting het Rijk aandacht te vragen voor: •
Het samenbrengen van de verschillende beleidssporen en sectorale plannen (RES, NAL, TvW, PEH, CES/MIEK) in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om tot integrale keuzes en prioritering te komen.
•
Aanpassing van de SDE-systematiek, zodat projecten die duurder uitvallen omdat wensen van de omgeving worden meegenomen (bijv. biodiversiteit bij een zonnepark), realiseerbaar blijven. De SDE-systematiek gaat uit van de laagste kosten per techniek. Maatschappelijke aspecten, zoals aandacht voor biodiversiteit en groene inpassing, zijn kostenverhogend en 28
Netimpactanalyse TenneT - RES 1.0
•
Voor het 150kV-netwerk in de Noord-Holland is de netimpact van de RES 1.0 afgezet tegen het Investeringsplan op Land 2020 (IP).
•
De knelpunten in Noord-Holland worden voornamelijk veroorzaakt door een (toenemende) belastingvraag.
•
De opgaven voor de RES 1.0 voor Noord-Holland zijn in totaal groter dan waar rekening mee is gehouden in het IP2020. De opgaven bevatten met name een groter aanbod grootschalig zon-PV. Een aanzienlijk deel van deze toename wordt veroorzaakt door het initiatief om zonne-atollen (drijvende zonneparken) te realiseren op het IJsselmeer (Wieringerhoek).
•
De opgave (conform RES 1.0) voor nieuwe duurzame initiatieven op land (dus niet de zonne-atollen) in Noord-Holland zal voor TenneT niet leiden tot additionele knelpunten/netversterkingen.
Disclaimer - Deze powerpointslide wordt u aangeboden door TenneT TSO B.V. (“TenneT”). De inhoud ervan - alle teksten, beelden en geluiden - is beschermd op grond van de auteurswet. Van de inhoud van deze powerpoint mag niets worden gekopieerd, tenzij daartoe expliciet door TenneT mogelijkheden worden geboden en aan de inhoud mag niets worden veranderd. TenneT zet zich in voor een juiste en actuele informatieverstrekking, maar geeft ter zake geen garanties voor juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid. TenneT aanvaardt geen aansprakelijkheid voor (vermeende) schade, voortvloeiend uit deze powerpoint, noch voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van gegevens en informatie op deze powerpoint .
29
5. Impact bod RES 1.0 op warmte- en gasinfrastructuur
30
De Regionale Structuur Warmte De RSW voor NHZ Als onderdeel van de RES hebben regio's een Regionale Structuur Warmte (RSW) verder uitgewerkt. Hierin wordt het warmteaanbod en de warmtevraag op regionaal niveau in kaart gebracht. Voor de netbeheerders is een RSW van belang omdat energiesystemen meer met elkaar verweven raken en totaaloplossingen voor het energiesysteem moeten worden onderzocht. Bijvoorbeeld: het gebruik van warmte of duurzaam gas voor verwarming van gebouwen kan extra investeringen in het elektriciteitsnet voorkomen. In de verdieping is meer informatie te vinden over de afhankelijkheid tussen elektriciteitsen gasnet. De Regionale Structuur Warmte wordt in NHZ opgesteld door het team van het MRA Warmte Koude Programma dat daarvoor een aparte opdracht vanuit de programmaorganisatie van de RES heeft gekregen. Zij stellen de RSW op in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten en waterschappen. De Transitie Visie Warmte wordt volgens de eigen planning van de gemeenten uitgewerkt. De Regionale Structuur Warmte (RSW) gaat specifiek over bovengemeentelijke samenwerking op het gebied van warmtebronnen, warmtevraag, warmte-infrastructuur en kennis. Op dit moment zijn onderzoeken naar beschikbaarheid en potentie van duurzame bronnen zoals geothermie of aquathermie, of de bijdrage vanuit de glastuinbouw en industrie uitgebreid.
Ook veel gemeenten zitten middenin het proces om tot een Transitievisie Warmte (TVW) te komen. Op een enkele plek is deze al vastgesteld door de gemeenteraad.
2. Een werkagenda om de focus voor de komende periode tot de RES2.0 in 2023 in beeld te brengen. Want ondanks dat informatie voor veel bronnen nog niet gereed is en dat er nog hard wordt gewerkt aan de totstandkoming van de TVW's, kunnen er stappen worden gezet. De werkagenda van de RSW gaat in op verdere samenwerking, kennisdeling, onderzoeken en studies op specifieke thema's, en op het gesprek met marktpartijen waarmee handelingsperspectief ontstaat voor de gemeenten binnen RES-regio.
Aanbevelingen vanuit de netbeheerder • •
Werk nu al zoveel mogelijk warmtevragen integraal uit met een blik op 2050, zodat aansluitingen tussen landelijke, regionale en uiteindelijk lokale infrastructuur zo goed mogelijk kan worden gelegd. Werk de afhankelijkheid tussen warmte en elektriciteit verder uit. Warmtetransitie zal leiden tot een hogere elektriciteitsvraag, door o.a. het koken op inductie en evt. een collectieve warmtepomp bij de toepassing van een lage temperatuur warmtebron.
In de RSW 1.0 wordt ingegaan op 2 onderdelen:
1. Het belangrijkste doel van de RSW is om gemeenten, waterschappen en provincie te helpen bij het maken van afspraken over warmtebronnen met een bovengemeentelijke potentie door vroegtijdige afstemming op regionaal niveau zodat zij kunnen sturen op een zo optimaal mogelijke benutting van bovengemeentelijke warmtebronnen. Betrokken partijen doen dat op basis van een gespreksleidraad waarin wordt beschreven welke onderwerpen de gemeenten, waterschappen en provincie belangrijk vinden bij de mogelijke verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen. Ook wanneer die bronnen nu wellicht nog niet in beeld zijn. .