Regels Bijlage 2 Programma van Eisen Archeologie
Tekst van het document
• Analyse en determinatie van keramiek vindt plaats op tenminste bakselniveau (technische uitwerking) en op typeniveau voor zover nodig voor beantwoording van de vraagstelling (wetenschappelijke uitwerking); op typeniveau moeten relevante diagnostische kenmerken worden opgegeven; in ieder geval worden gewicht, aantallen randen, wanden, bodems, overige vormen, aangegeven. • Handgevormd Prehistorisch aardewerk, gedraaid Romeins en (vroeg) Middeleeuws aardewerk dient door een aardewerkspecialist gerelateerd te worden aan de gangbare regionale typochronologieën zoals van Heeringen voor de IJzertijd en Taayke voor de Romeinse tijd. • Bij natuursteen wordt de gesteentesoort bepaald, het aantal, en type werktuig of gebruik/toepassing. • Metaal: determinatie op metaalsoort/legering, type en eventueel op periode. • Glas: determinatie op periode, op categorie (objectglas/ruitglas) en eventueel op type. • Bouwmateriaal: determinatie op type en materiaal. • Overige materialen: determinatie op materiaal en type. 7.4 Organische artefacten Vondstverwerking • Uitwerking en conservering van artefacten vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. • De vondsten worden tijdelijk zo opgeslagen, dat de kwaliteit niet achteruit gaat en rekening wordt gehouden met contaminatie.
Uitwerking • Hout: determinatie op constructiehout/overige objecten, op houtsoort, bewerkingssporen, op type en eventueel op periode. • Bot, gewei en hoorn: determinatie op grondstof, artefacttype en eventueel op periode. • Touw en textiel: determinatie op grondstof, artefacttype en eventueel op periode. • Barnsteen en git: determinatie op artefacttype. • Leer: determinatie op soort, bewerking, artefacttype, periode.
28 (41)
29 (41)
7.5 Archeozoölogische en -botanische resten Vondstverwerking • De vondsten worden gedurende het veldwerk tijdelijk zo opgeslagen, dat de kwaliteit niet achteruit (stabiele conservering) gaat en rekening wordt gehouden met contaminatie. • Monsters worden na het veldwerk, op grond van de kwetsbaarheid, overgedragen aan de betreffende specialist voor de bepaling van de kwaliteit (waardering). Uitwerking • Analyse van archeozoölogische en archeobotanische resten (paleo-ecologische resten) vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. 7.6 Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten e.d.) Van alle sporen wordt per onderzoekslocatie op een alle-sporen-kaart door middel van (kleur)codering aangegeven wat hun vermoedelijke aard is/was en de (meest waarschijnlijke) ouderdom. Tevens worden samenhangende clusters sporen en/of structuren aangegeven. In de begeleidende tekst wordt aandacht besteed aan de fysieke kwaliteit van de sporen (aftopping, bioturbatie, uitspoeling, etc.) en de omvang, datering en aard van de sporenspreiding. Voor zover van toepassing worden per onderzoekslocatie de volgende afbeeldingen in het rapport opgenomen: • Uitsnede topografische kaart met onderzoekslocatie. • Overzichtskaart met locatie vondsten en sporen (indien nodig detailkaarten).
• Tekeningen sporen/structuren (vlaktekening op groot formaat schaal 1:500 of een kleinere schaal met overzicht en interpretatie van de aangetroffen sporen/structuren en/of onderzochte vakken met bijhorende spoor-, structuur- of vaknummers (of wellicht ook nog ingezoomd per vindplaats). • Coupetekeningen. • Profielkolommen (tekeningen) en foto’s profielen, inclusief laagbeschrijving; alle relevante of kenmerkende profielen en/of profielkolommen op schaal 1:20 voorzien van spoor-/laagnummers met overzicht en interpretatie van de aangetroffen lagen en/of sporen. • Eventuele foto’s en tekeningen van de belangrijkste vondsten (uitganspunt is 4 foto’s en 2 tekeningen). • Foto’s van de onderzoekslocatie tijdens de werkzaamheden. • Indien beschikbaar, historisch kaartmateriaal.
30 (41)
HOOFDSTUK 8 (DE)SELECTIE EN CONSERVERING 8.1 Selectie materiaal voor uitwerking In het veld vindt zo nodig deselectie plaats conform KNA 4.1 specificatie PS06 (betreft ‘representatieve sampling’ in het veld van bijvoorbeeld onversierd bouwmateriaal en recent vondstmateriaal). Deselectie van dergelijk materiaal is alleen acceptabel wanneer dit geen problemen oplevert voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Bij twijfel vindt (telefonisch) overleg plaats met de bevoegde overheid. Uitgangspunt is dat wanneer er afwijkende/meer complexe vondsten worden aangetroffen, die voor de opdrachtgever een risico kunnen opleveren in termen van tijd en geld, er contact wordt opgenomen met de bevoegde overheid om de te volgen strategie af te stemmen. Ter plekke dient de verantwoordelijke archeoloog te bepalen of hiervoor een veldbezoek noodzakelijk is. In de praktijk kan naar verwachting worden volstaan met telefonisch overleg. Eventuele (zwaar) verontreinigde materialen en explosief (door EODD verwijderd) materiaal worden uitgeselecteerd en hoeven nooit aangeleverd te worden. 8.2 Selectie materiaal voor deponering en verwijdering •
• • •
Bodemvondsten zijn krachtens de wet eigendom zijn van de provincie Noord-Holland. De finale beslissing over de selectie/deselectie van vondsten en monsters ten behoeve van bewaring ligt bij de eigenaar van de vondsten (Provinciaal Depot voor Archeologie Noord Holland Huis van Hilde). Alleen na goedkeuring door de depothouder worden de gedeselecteerde vondsten verwijderd. De vondsten waarvoor geen goedkeuring tot deselectie is verkregen, worden gedeponeerd. Voor gedeselecteerde vondsten geldt de stelregel dat het ter destructie wordt aangeboden, opdat het niet abusievelijk (alsnog) als artefact in het bodemarchief terecht komt. Gedeselecteerde vondsten kunnen ook worden geschonken aan musea of educatieve instellingen.
8.3 Selectie materiaal voor conservering Het gesorteerde en geanalyseerde vondstmateriaal wordt, zolang het niet gedeponeerd kan worden, zo stabiel en veilig mogelijk door de opdrachtnemer opgeslagen. In een eventueel conserveringsadvies wordt aangegeven welke vondsten voor conservering en eventueel restauratie in aanmerking komen. Omdat de aard en het aantal van te conserveren/restaureren objecten en de vereiste conserverings- of restauratietechniek niet te geven is, moet hiervoor in de offerte en in het geoffreerde totaalbedrag een stelpost worden opgenomen. Indien geconserveerde en/of gerestaureerde vondsten worden gedeponeerd, dient een conserveringsrapport bijgeleverd te worden. In een conserveringsrapport wordt vastgelegd welke vondsten en welke monsters op welke wijze en met welke middelen zijn geconserveerd. Zie ook KNA 4.1 specificatie PS06. • De vondsten dienen in eerste instantie in de staat waarin ze gevonden zijn gestabiliseerd te worden (passieve conservering). Bij passieve conservering wordt de omgeving van het object zodanig geconditioneerd, dat het verval van de vondsten minimaal is.
31 (41)
•
•
Gezien de vaak lange doorlooptijd van projecten is met name de stabiele conservering en maatregelen ter anticontaminatie van kwetsbare monsters/vondsten voorafgaande aan daadwerkelijke laboratorium analyse cruciaal (voor 14C-analyse; zie bijv. Wohlfart et al. 1998). Voor het bewaren van contaminatiegevoelig materiaal dient een specialist geraadpleegd te worden. Voor bewaring geselecteerde vondsten van metaal en organisch materiaal dienen te worden geconserveerd conform de Veldhandleiding Archeologie 2002 (Carmiggelt & Schulten 2002), of een erkend specialistisch advies en volgens richtlijnen van het provinciaal depot voor bodemvondsten alvorens te worden aangeleverd aan het archeologisch depot, tenzij schriftelijk en op grond van een selectierapport voor conservering anders is aangegeven door de desbetreffende depothouder (/eigenaar van het vondstmateriaal).
32 (41)
HOOFDSTUK 9 DEPONERING 9.1 Eisen betreffende depot Alle vondsten, monsters en documentatie worden overgedragen aan de eigenaar (provincie Noord-Holland) in het Provinciaal Depot voor Archeologie Noord Holland Huis van Hilde. Naast de vigerende KNA gelden de Richtlijnen voor de deponering van vondsten van het betreffende depot: • Vondsten, monsters en documentatie worden binnen twee jaar na afronding van het veldwerk overgedragen aan het depot van de provincie conform de daar geldende eisen. • De dataset dient binnen twee jaar na afronding van het veldwerk conform de eisen van het e-depot aangeleverd te worden (www.edna.nl). • De opdrachtnemer stuurt een kopie van het bewijs van overdracht aan de bevoegde overheid, zodra materialen en documentatie door het depot zijn ontvangen. Uit dit document moet blijken waar en onder welke condities en registratienummers het materiaal uit de desbetreffende gemeente is opgeslagen. Pas wanneer deze laatste fase is doorlopen door de bevoegde overheid geldt een onderzoek(fase) als afgerond. 9.2 Te leveren product •
•
• • •
Het eindproduct bestaat uit een eindrapportage (standaard KNA-rapport IVO) in de huisstijl van uitvoerder in analoge en digitale vorm (in pdf-format) waarin alle documentatie (tekeningen, foto’s, verslagen, analyses, dag- en weekrapporten, scans, tabellen, databases van sporen, vondsten, monsters, foto- en tekeningenlijsten, etc.) is opgeslagen. Een ‘allesporenkaart’ alsmede een structuur en/of periodekaart op schaal 1:500 maken hier ook deel van uit. Het concept eindrapport wordt uiterlijk 8 weken na afsluiting van het veldwerk in enkelvoud (analoog en/of digitaal) ter toetsing aangeboden aan de bevoegde overheid (behoudens specialistische uitwerking en conservering van vondsten en/of uitwerking van monsters die mogelijk langer duren). Door de bevoegde overheid gevraagde correcties dienen binnen 4 weken tot een nieuw concept te leiden. Het definitieve rapport wordt vervolgens binnen 4 weken aangeleverd. Het digitale rapport (in pdf-format) wordt geleverd aan de opdrachtgever en aan de bevoegde overheid. Indien tijdens het onderzoek vondsten worden aangetroffen die gedeponeerd worden, dient tevens een exemplaar van het eindrapport aan het provinciaal/gemeentelijk depot te worden gestuurd. Rapporten worden in digitale vorm (in pdf-format) geleverd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Archis) en gedeponeerd in een e-depot (DANS-EASY).
Alle conform het PvE gespecificeerde digitale producten worden overgedragen aan het e-depot (www.edna.nl) onder vermelding van het onderzoeksmeldingsnummer. Na verwerking in EDNA krijgt de documentatie een persistent identifier, zodat de data digitaal zijn te traceren.
33 (41)
HOOFDSTUK 10 RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN 10.1 Personele randvoorwaarden • • •
• • •
• • •
Het onderzoek moet worden verricht door een organisatie of bedrijf gecertificeerd conform de SIKB BRL 4000 (versie 4.1) met de relevante protocollen. Het graafwerk wordt uitgevoerd met een graafmachine met een gesloten bak met een gladde rand. Het archeologisch onderzoek staat onder leiding van een senior KNA-archeoloog met relevante onderzoekservaring in de betreffende archeoregio, die gedurende het hele onderzoek aanwezig is op locatie. Wanneer de aangetroffen resten (aantal en/of aard) daartoe aanleiding geven kan een extra archeoloog of veldtechnicus worden ingezet. De senior KNA-archeoloog controleert in het veld de interpretatie van de vlakken en de profielen. De interpretatie van de profielen en de analyse en beschrijving van de bodemopbouw wordt gedaan door een fysisch geograaf of een archeoloog met aantoonbaar ruime bodemkundige- en gebiedservaring. Vondsten worden gedetermineerd door materiaalspecialisten met aantoonbare kennis van voor het gebied en periode kenmerkende materiaalcategorieën, zodat dit indien nodig tot op typeniveau onderscheiden kan worden. Paleo-ecologische specialisten dienen ervaring te hebben met de paleo-ecologie de betreffende regio. Werkzaamheden van junior-medewerkers en stagiaires moeten aan hun kennis en ervaring worden aangepast en vinden plaats onder begeleiding en verantwoordelijkheid van de projectleider of zijn vervanger.
Tijdens het onderzoek wordt metaaldetectie uitgevoerd door een daarin deskundig persoon. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van ervaren amateur metaaldetectorspecialisten die verbonden zijn aan een oudheidkundige organisatie. De inzet van lokaal aanwezige amateurarcheologen voor additionele werkzaamheden is vanuit het standpunt van draagvlakvergroting en lokale kennisopbouw gewenst, maar is om redenen van veiligheid en kwaliteitsbewaking uitsluitend toegestaan na instemming van opdrachtgever en projectleider, en onder aansturing en verantwoordelijkheid van de projectleider of zijn vervanger tijdens standaardwerkuren in aanwezigheid van de projectleider of zijn vervanger.
10.2 Overlegmomenten Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden vindt een startoverleg plaats tussen de archeologisch uitvoerder, de kraanmachinist(en) en eventueel een vertegenwoordiger van de bevoegde overheid. In dit startoverleg wordt nader ingegaan op de te volgen werkwijze in het veld, over de aandachtspunten met betrekking tot veiligheid, over de communicatielijnen bij het aantreffen van bijzondere archeologische resten of veranderingen in de planning. Indien sprake is van afwijkingen op het PvE, bijzondere bevindingen die afwijken van de verwachting, of wijzigingen in de uit te voeren werkzaamheden en de locatie, wordt terstond overleg gepleegd met de opdrachtgevers, de bevoegde overheid (gemeente) en, indien het vondsten betreft, met de eigenaar van de vondsten/depothouder. 10.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie •
Het gehele archeologische onderzoek (inclusief de uitwerking en rapportage) wordt geleid door een senior KNA-archeoloog. Deze treedt op als archeologisch projectleider en is verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking van het project.
34 (41)
• •
•
De KNA-archeoloog in het veld fungeert als eerste aanspreekpunt voor de opdrachtgever en de bevoegde overheid tijdens het veldwerk. Mutaties op het PvE worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit overleggen. Bij ingrijpende wijzigingen is altijd toestemming van de opdrachtgever, de bevoegde overheid en de Provincie (m.b.t. vondsten en monsters) nodig. Telefonische overleggen worden vastgelegd in dagrapporten en/of per e-mail bevestigd.
10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen •
• • • • •
Het is toegestaan voor bepaalde werkzaamheden amateurarcheologen in te zetten, met dien verstande dat de archeologisch uitvoerder verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van die werkzaamheden. De amateurarcheologen staan onder regie van een professioneel archeoloog en hebben een vrijwilligersovereenkomst getekend met het uitvoerend archeologisch bedrijf. De veiligheidsvoorschriften (veiligheidsplan) dienen te worden opgenomen in het draaiboek/Plan van Aanpak. Voor alle werkzaamheden geldt dat deze altijd binnen de ARBO-regels dienen te worden uitgevoerd. Voor de start van de werkzaamheden wordt door de archeologisch uitvoerder een KLICmelding uitgevoerd. Deze is op de werklocatie fysiek aanwezig. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het terrein, evenals voor de plaatsing van eventueel noodzakelijke afzettingen, vergunningen, betredingstoestemming, het verwijderen van explosieven, etc. Het door de bevoegde overheid en de opdrachtgever getekende PvE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn.
35 (41)
HOOFDSTUK 11 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE 11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Indien op grond van de bevindingen in het veld wijzigingen in de strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk worden of indien de aard, locatie en omvang van de voorgenomen werkzaamheden tijdens de uitvoer ervan wijzigen, neemt de archeologische uitvoerder (veldarcheoloog en/of archeologisch projectleider) direct contact op met de opdrachtgever, de (vertegenwoordiger van) de bevoegde overheid en indien noodzakelijk met de eigenaar van de vondsten/depothouder (de Provincie). In overleg worden afspraken gemaakt aangaande de wijzigingen en de daarmee samenhangende planning van de werkzaamheden alsmede eventueel meer- of minderwerk. 11.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • Afwijking van de archeologische verwachting. • Significante afwijkingen van verwachte vondsten: hoeveelheid, materiaalcategorieën, conserveringstoestand. • Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden. • Onvoorziene omstandigheden die de voorgang van de werkzaamheden belemmeren of ernstig vertragen.
11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Indien in de periode direct na voltooiing van het evaluatierapport maar nog voor de start van de uitwerking belangrijke wijzigingen geconstateerd worden ten opzichte van hetgeen in het PvE en het evaluatierapport staat vermeld, dient overleg plaats te vinden met alle betrokken partijen. Hierbij moet met name gedacht worden aan aspecten van selectie/deselectie, planning (doorlooptijd met betrekking tot uitgezette analyses) en kosten, inzet en beschikbaarheid van externe specialisten. Op voorstellen tot wijziging beslist de bevoegde overheid (inzake uitwerking en rapportage) en de Provincie (inzake conservering en vondsten). 11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Als er na de evaluatie en selectie nog ingrijpende wijzigingen optreden t.a.v. de (methodiek van) uitwerkingen/of conservering, dient dit tijdig met de vertegenwoordiger van bevoegde overheid (uitwerking),of de eigenaar van de vondsten/depothouder namens deze de Provincie (conservering) en met de opdrachtgever te worden besproken. Hierover beslist de bevoegde overheid (aspecten die de uitwerking betreffen) of de Provincie (aspecten die de conservering betreffen).
36 (41)
LITERATUUR EN BIJLAGEN Literatuur Bakker, H. De & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. Wageningen, Staring Centrum. Bosch, J.H.A., 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van Standaard boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Utrecht, Deltares. Carmiggelt, A., P.J.W.M. Schulten et al., 2002. Veldhandleiding archeologie. Archeologie Leidraad 1. Zoetermeer. Huisman, D.J., 2006. Leidraad: eerste hulp bij kwetsbaar vondstmateriaal. Leidraad KNA. Gouda. Ouwerkerk, L. 2020. Archeologisch onderzoek Hofgeest West, Hofgeest VSV en Sportvelden te Velserbroek, gemeente Velsen. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen. Sweco archeologische rapporten 2392. Overmars, G. 2019. Archeologisch bureauonderzoek Hofgeest West en Hofgeest VSV te Velserbroek, gemeente Velsen. Sweco archeologische rapporten 2231. Zandboer, S, R.C.A. Geerts en H.A.P. Veldman. 2016. Van noord naar zuid. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, archeologische begeleiding en opgravingen langs het aardgastransportleidingtracé Beverwijk – Wijngaarden. ADC rapport 3780.
37 (41)
Tabel 1: Selectie in het veld
38 (41)
Bijlage 1 bij het PvE: Lijst met te verwachten aantallen Onderzoek
Vondstcategorie Aardewerk
Verwachting Neolithicum t/m Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Verwachte aantal m2 Ca. 3.450 m2 Verwachte aantallen (N) Onbekend (tussen 0 en 150 stuks)
Bouwmateriaal
Onbekend (tussen 0 en 50 stuks)
Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen > 50 jaar
Onbekend (tussen 0 en 100 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 10 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 10 stuks) Onbekend (tussen 0 en 10 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 5 stuks) Onbekend (tussen 0 en 5 stuks) Onbekend (tussen 0 en 10 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks) Onbekend (tussen 0 en 5 stuks) Onbekend (tussen 0 en 5 stuks) Onbekend (tussen 0 en 50 stuks)
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) Vismonsters DNA Dendrochronologisch monster
Verwachte aantallen (N) Onbekend (tussen 0 en 3 stuks) Onbekend (tussen 0 en 3 stuks) Onbekend (tussen 0 en 3 stuks) Onbekend (tussen 0 en 3 stuks) Onbekend (tussen 0 en 5 stuks) Onbekend (tussen 0 en 2 stuks) Onbekend (tussen 0 en 5 stuks) Onbekend (tussen 0 en 2 stuks) Onbekend (tussen 0 en 2 stuks) Onbekend (tussen 0 en 2 stuks)
IVO-P Omvang
Toelichting: de aantallen zijn onbekend omdat er nog niet eerder gravend onderzoek binnen het plangebied heeft plaatsgevonden
39 (41)
Bijlage 2 bij het PvE: Overzicht te raadplegen specialisten/ specialismen
Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
nee nee
nee nee
Ja Ja
nee
nee
Ja
nee
nee
Ja
nee
nee
Ja
nee
nee
Ja
nee nee nee
nee nee nee
Ja Ja Ja
40 (41)
Bijlage 3 bij het PvE: Puttenplan
41 (41)
105300.000
105600.000
105900.000
495300.000
105000.000
495300.000
105300.000
Legenda Plangebied Hofgeest VSV
105600.000
105900.000
Puttenplan Hofgeest West, VSV en Sportvelden Opdrachtgever: C.V. de Hofgeester gronden en BPD Projectnummer: 337784
Hofgeest West Deelgebied Sportvelden Zone met humeuze laag op 1,2 m -mv
Datum: 12-04-2021 15:28 Schaal: Formaat: A3
ontgraving voor bebouwing
N
ontgraving tbv verharding en water proefsleuven 4 m
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\Desktop\Boorproject Hofgeest Velsen\Hofgeest_Velserbroek, blad 1 van 1
105000.000
105900.000
106200.000
495000.000
105600.000
Legenda Plangebied Hofgeest VSV
495000.000
105900.000
106200.000
Puttenplan Hofgeest West, VSV en Sportvelden Opdrachtgever: C.V. de Hofgeester gronden en BPD Projectnummer: 337784
Hofgeest West Deelgebied Sportvelden Zone met humeuze laag op 1,2 m -mv
Datum: 12-04-2021 15:29 Schaal: Formaat: A3
ontgraving voor bebouwing
N
ontgraving tbv verharding en water proefsleuven 4 m
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\Desktop\Boorproject Hofgeest Velsen\Hofgeest_Velserbroek, blad 1 van 1
105600.000