Regels bestemmingsplan Hofgeest
Tekst van het document
15.2 15.2.1
Bouwregels Afwijking
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (basisbestemming) mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.
15.2.2
Bouwen van gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
15.2.3
Bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt: a. de maximale bouwhoogte is 3 meter.
15.3 15.3.1
Afwijken van de bouwregels Toestaan van bouwen
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de olieleiding, een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van: a. het bepaalde in artikel 15.2.1 en 15.2.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; b. het bepaalde in artikel 15.2.1 en 15.2.3 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1
Verboden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning), ter plaatse van de in artikel 15.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, fiets- en wandelpaden, parkeerplaatsen of andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, anders dan normaal onderhoud en agrarische activiteiten; c. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de grond; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplantingen.
Status: vastgesteld 34
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
15.4.2
Niet van toepassing
Het verbod in artikel 15.4.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden, vallend onder normaal onderhoud en gebruik, waaronder normaal spit- en ploegwerk anders dan diepploegen en voor zover de belangen in verband met de leidingen hierdoor niet worden geschaad of waarvoor op het tijdstip waarop het plandeel rechtskracht verkrijgt vergunning is verleend.
15.4.3
Aanleg van leidingen
Het verbod in artikel 15.4.1 geldt ook voor de aanleg van leidingen binnen de bestemming. Bij beoordeling van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een leiding dient de bijbehorende toetsingsafstand, de afstand waarbinnen de aard van de omgeving moet worden nagegaan, in ogenschouw te worden genomen.
15.4.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen
Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betrokken leidingbeheerder(s) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leidingen niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
15.4.5
Uitzonderingen
Indien op basis van artikel 15.3 een omgevingsvergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Status: vastgesteld 35
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 16
16.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het aanleggen en in standhouden van ondergrondse waterleidingen.
16.2 16.2.1
Bouwregels Afwijking
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (basisbestemming) mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.
16.2.2
Bouwen van gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
16.2.3
Bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt: a. de maximale bouwhoogte is 3 meter.
16.3 16.3.1
Afwijken van de bouwregels Toestaan van bouwen
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding, een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van: a. het bepaalde in artikel 16.2.1 en 16.2.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; b. het bepaalde in artikel 16.2.1 en 16.2.3 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1
Verboden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning), ter plaatse van de in artikel 16.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, fiets- en wandelpaden, parkeerplaatsen of andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, anders dan normaal onderhoud en agrarische activiteiten; c. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de grond; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplantingen. Status: vastgesteld 36
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
16.4.2
Niet van toepassing
Het verbod in artikel 16.4.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden, vallend onder normaal onderhoud en gebruik, waaronder normaal spit- en ploegwerk anders dan diepploegen en voor zover de belangen in verband met de leidingen hierdoor niet worden geschaad of waarvoor op het tijdstip waarop het plandeel rechtskracht verkrijgt vergunning is verleend.
16.4.3
Aanleg van leidingen
Het verbod in artikel 16.4.1 geldt ook voor de aanleg van leidingen binnen de bestemming. Bij beoordeling van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een leiding dient de bijbehorende toetsingsafstand, de afstand waarbinnen de aard van de omgeving moet worden nagegaan, in ogenschouw te worden genomen.
16.4.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen
Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betrokken leidingbeheerder(s) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leidingen niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
16.4.5
Uitzonderingen
Indien op basis van artikel 16.3 een omgevingsvergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Status: vastgesteld 37
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 17 17.1
Waarde - Archeologie categorie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie categorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden.
17.2 17.2.1
Bouwregels Bouwen ten behoeve van de basisbestemmingen
Ten behoeve van de basisbestemmingen mag uitsluitend worden gebouwd, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie waar gebouwd wordt, is vastgesteld door middel van een proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd conform het in Bijlage 2 bij deze regels opgenomen Programma van Eisen, en; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.
17.2.2
Uitzondering op de bouwregels
Het bepaalde in lid 17.2.1 onder a en b, is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 80 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
17.3 17.3.1
Regels voor werken en werkzaamheden Verboden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een planomvang van meer dan 100 m² uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 80 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Status: vastgesteld 38
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
17.3.2
Niet van toepassing
Het in lid 17.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke plaatsvinden in een gebied dat is aangewezen als archeologisch monument of: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
17.3.3
Verlening vergunning
De in lid 17.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden waar de werken en/of werkzaamheden plaatsvinden, is vastgesteld door middel van een proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd conform het in Bijlage 2 bij deze regels opgenomen Programma van Eisen, en: b. de betrokken archeologische waarden, gelet op de uitkomsten van het proefsleuvenonderzoek, zoals onder a. bedoeld, door de werken en werkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: het treffen van maatregelen, zoals archeologievriendelijk bouwen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de werken en werkzaamheden door een archeologisch deskundige.
17.3.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen
Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de waarden niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. Indien op basis van artikel 17.2.1 een vergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Status: vastgesteld 39
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 18 18.1
Waarde - Archeologie categorie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie categorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden.
18.2 18.2.1
Bouwregels Bouwen ten behoeve van de basisbestemmingen
Ten behoeve van de basisbestemmingen mag uitsluitend worden gebouwd, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie waar gebouwd wordt, is vastgesteld door middel van een proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd conform het in Bijlage 2 bij deze regels opgenomen Programma van Eisen, en; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.
18.2.2
Uitzondering op de bouwregels
Het bepaalde in lid 18.2.1 onder a en b, is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
18.3 18.3.1
Regels voor werken en werkzaamheden Verboden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een planomvang van meer dan 100 m² uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Status: vastgesteld 40
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
18.3.2
Niet van toepassing
Het in lid 18.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke plaatsvinden in een gebied dat is aangewezen als archeologisch monument of: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
18.3.3
Verlening vergunning
De in lid 18.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden waar de werken en/of werkzaamheden plaatsvinden, is vastgesteld door middel van een proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd conform het in Bijlage 2 bij deze regels opgenomen Programma van Eisen, en: b. de betrokken archeologische waarden, gelet op de uitkomsten van het proefsleuvenonderzoek, zoals onder a. bedoeld, door de werken en werkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: het treffen van maatregelen, zoals archeologievriendelijk bouwen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de werken en werkzaamheden door een archeologisch deskundige.
18.3.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen
Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de waarden niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. Indien op basis van artikel 18.2.1 een vergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Status: vastgesteld 41
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 19 19.1
Waarde - Archeologie categorie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie categorie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden.
19.2 19.2.1
Bouwregels Bouwen ten behoeve van de basisbestemmingen
Ten behoeve van de basisbestemmingen mag uitsluitend worden gebouwd, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie waar gebouwd wordt, is vastgesteld door middel van een proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd conform het in Bijlage 2 bij deze regels opgenomen Programma van Eisen, en; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.
19.2.2
Uitzondering op de bouwregels
Het bepaalde in lid 19.2.1 onder a en b, is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 70 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
19.3 19.3.1
Regels voor werken en werkzaamheden Verboden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een planomvang van meer dan 100 m² uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 70 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Status: vastgesteld 42
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
19.3.2
Niet van toepassing
Het in lid 19.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke plaatsvinden in een gebied dat is aangewezen als archeologisch monument of: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
19.3.3
Verlening vergunning
De in lid 19.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden waar de werken en/of werkzaamheden plaatsvinden, is vastgesteld door middel van een proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd conform het in Bijlage 2 bij deze regels opgenomen Programma van Eisen, en: b. de betrokken archeologische waarden, gelet op de uitkomsten van het proefsleuvenonderzoek, zoals onder a. bedoeld, door de werken en werkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: het treffen van maatregelen, zoals archeologievriendelijk bouwen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de werken en werkzaamheden door een archeologisch deskundige.
19.3.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen
Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de waarden niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. Indien op basis van artikel 19.2.1 een vergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Status: vastgesteld 43
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 20 20.1
Waarde - Archeologie categorie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie categorie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden.
20.2 20.2.1
Bouwregels Bouwen ten behoeve van de basisbestemmingen
Ten behoeve van de basisbestemmingen mag uitsluitend worden gebouwd, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.
20.2.2
Uitzondering op de bouwregels
Het bepaalde in lid 20.2.1 onder a en b, is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
20.3 20.3.1
Regels voor werken en werkzaamheden Verboden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een planomvang van meer dan 100 m² uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
Status: vastgesteld 44
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
20.3.2
Niet van toepassing
Het in lid 20.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke plaatsvinden in een gebied dat is aangewezen als archeologisch monument of: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
20.3.3
Verlening vergunning
De in lid 20.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud van de archeologische waarden van de gronden.
20.3.4
Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen
Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de waarden niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. Indien op basis van artikel 20.2.1 een vergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Status: vastgesteld 45
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 21
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Status: vastgesteld 46
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 22 22.1 22.1.1
Algemene bouwregels
Dakkapel Voorzijde en zijkant woning
a. De breedte van de dakkapel is maximaal 50% van de gevelbreedte tenzij de woning smaller is dan 5,6 meter, de breedte van de dakkapel is dan maximaal 2,8 m b. De minimale afstand tussen de dakkapel en het hart van de bouwmuur 1 m. c. De afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de vloer van de daar ondergelegen bouwlaag is minimaal 0,8 m d. De afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de goothoogte van de dakkapel is maximaal 1,7 m. e. Er dient minimaal 1 rij dakpannen afstand te zijn tussen goothoogte, dakkapel en bouwhoogte van de woning.
22.1.2
Achterzijde
a. De afstand van dakkapel tot het hart van de bouwmuur is minimaal 0,5 m b. Er geldt geen maximale breedte;
22.2 22.2.1
Overschrijding bouwgrenzen Bouwgrenzen
De bouwgrenzen mogen in afwijking van de verbeelding, de bestemmingsregels uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's, afdaken en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter.
22.2.2
Ondergronds bouwen
Voor ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. ondergronds bouwen is toegestaan onder het hoofdgebouw; b. de verticale bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 3 meter onder peil; c. de gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. d. de grondwatersituatie in de omgeving van de gebouwen mag niet verslechteren. Indien er verslechtering optreedt dienen maatregelen genomen te worden om het nadelig effect te niet te doen.
22.2.3
Bouwen boven een weg
Indien boven een weg wordt gebouwd, mag niet lager worden gebouwd dan: a. 4,5 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5 m breedte aan weerszijden van de rijweg; b. 2,5 m boven de hoogte van een ander deel van de weg, mits de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt.
22.2.4
Bestaande maten
Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, Status: vastgesteld 47
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken, als opgenomen in dit plan, niet van toepassing.
Status: vastgesteld 48
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 23 23.1
Algemene gebruiksregels
Verboden
Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels in dit bestemmingsplan.
23.2
Strijdig gebruik
Onder strijdige gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw-)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen; c. uitstalling-, opslag,- stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; d. seksinrichting; e. kunst of kunstuitingen in de openbare ruimte.
23.3
Uitzonderingen op strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval niet verstaan: a. vormen van gebruik als bedoeld in artikel 23.2, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, bestemmingsomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; c. de stalling van ten hoogste één toercaravan en/of boot op de bij een woning behorende grond.
Status: vastgesteld 49
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 24 24.1
Algemene aanduidingsregels
Maximum aantal woningen
a. het maximum aantal woningen bedraagt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - maximum aantal wooneenheden A' niet meer dan 242; b. het maximaal aantal woningen bedraagt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - maximaal aantal wooneenheden B' niet meer dan 138.
24.2
Vrijwaringszone - buisleidingenstraat
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - buisleidingenstraat' geldt dat die gronden, naast de andere aangewezen bestemming(en), tevens bestemd zijn voor de ruimtereservering van buisleidingen van nationaal belang en kwetsbare objecten niet zijn toegestaan.
Status: vastgesteld 50
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 25
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van: a. de bestemmingsregels en toestaan dat het verloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen, met ten hoogste 3,0 m worden overschreden onder de voorwaarden dat: 1. bouwvlakken niet meer dan 10% worden vergroot; 2. de overschrijding noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing. Bij de beoordeling van een verzoek om een omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met eerder verleende omgevingsvergunningen op basis van dit artikel, om te beoordelen of maximale afwijkingsmogelijkheden al dan niet worden overschreden.
Status: vastgesteld 51
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 26
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op het in geringe mate wijzigen van het aangeduide bebouwingsvlak en/of de bestemming, mits: a. de structurele opzet van het plan niet aanmerkelijk zal worden aangetast; b. het karakter van de bebouwing niet aanmerkelijk zal worden aangetast; c. de bebouwingscapaciteit van het bebouwingsvlak niet meer dan 15% zal worden gewijzigd. Bij de beoordeling van een verzoek om toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt rekening gehouden met eerder gepleegde wijzigingen op basis van dit artikel om te beoordelen of maximale maten en/of oppervlakten al dan niet worden overschreden.
Status: vastgesteld 52
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 27
Overige regels
Onverminderd het bepaalde in voorgaande artikelen dient worden te voldaan aan onderstaande regels.
27.1 27.1.1
Parkeren Aanbrengen ruimte voor parkeren
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het Parkeernormenbeleid, zoals dat geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning, wordt gerealiseerd.
27.1.2
Aanbrengen ruimte voor laden/lossen
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
27.1.3
Afwijken
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het Parkeernormenbeleid indien: a. het voldoen aan die bepalingen ten gevolge van bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit onredelijk bezwarend is; b. op andere wijze in de benodigde parkeerruimte dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Status: vastgesteld 53
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 28 28.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
28.1.1
Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
28.1.2
Uitzondering
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
28.2 28.2.1
Overgangsrecht gebruik Voortzetting strijdig gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
28.2.2
Verandering strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, als bedoeld in 28.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
28.2.3
Geldigheidsduur
Indien het gebruik, als bedoeld in 28.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten
28.2.4
Niet van toepassing
Lid 28.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan
Status: vastgesteld 54
bestemmingsplan "Hofgeest, Velserbroek "
Artikel 29
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hofgeest, Velserbroek' met idn: NL.IMRO.0453.BP1310HOFGEESTVEL1-R001
Status: vastgesteld 55