Raadsvoorstel regionaal kader OWH 2022 tot en met 2027
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Raadsvoorstel Onderwerp: Regionaal kader ‘Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027’ Datum collegevergadering Zaaknummer
7 december 2021
Ambtenaar
W. Nijhof, R. Doeleman
141963-2021
Telefoon
Portefeuillehouder(s)
M. Steijn
E-mailadres
0255 5677535 / 06 40618553 wnijhof@velsen.nl
Voorgesteld raadsbesluit
Het regionaal kader 'Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027' vast te stellen. Samenvatting
Vanaf 1 januari 2023 zijn alle gemeenten stapsgewijs zelf financieel verantwoordelijk voor de taak Beschermd Wonen. Dit wordt ‘doordecentralisatie’ genoemd. Beschermd wonen is een voorziening voor iedereen die niet meer zelfstandig kan wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Deze taak is nu nog belegd bij centrumgemeente Haarlem. De financiële herverdeling van middelen biedt een kans om samen met de acht gemeenten in onze regio en de partners vorm te geven aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de inwoners te organiseren, waarbij geldt “lokaal wat kan, regionaal wat moet”. We willen inwoners met een psychische kwetsbaarheid ondersteunen met zorg en ondersteuning die we zoveel mogelijk lokaal organiseren. Wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten zij terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen. Met het regionaal kader ‘Opvang, Wonen en Herstel 2022-2027’ willen wij dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo gewoon mogelijk kunnen wonen in hun eigen omgeving. De ondersteuning die zij nodig hebben, is erop gericht dat zij kunnen meedoen in de samenleving. Deze ondersteuning moet daarnaast betaalbaar en toekomstbestendig zijn. Deze uitgangspunten stonden ook in het afgelopen regionale beleidskader “Opvang, wonen en herstel” en zijn nog steeds van belang. We maakten wel een aantal aanscherpingen.
In het nieuwe regionale kader leggen wij meer de nadruk op de cliënt. We ondersteunen de cliënt zo thuis mogelijk. Hiermee geven we vorm aan de eerder ingezette beweging naar zo lokaal en thuis mogelijk wonen. We houden hierbij rekening met de weerbarstige uitvoeringspraktijk. Het regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen, in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang, vorm te geven. Inleiding
Vanaf 2015 is Haarlem centrumgemeente voor de taken Beschermd Wonen voor de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer. Voor de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang voert Haarlem al veel langer de centrumgemeente taak uit. In 2016 is het regionale beleidskader Opvang, Wonen en Herstel 2017-2022, voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vastgesteld. Dit beleidskader is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met alle partners uit het veld.
GEMEENTE VELSEN Vanaf 2023 worden alle gemeenten stapsgewijs zelf financieel verantwoordelijk voor de taak Beschermd Wonen. Dit wordt ‘doordecentralisatie’ genoemd. In de bijlage vindt u een overzicht van hoe het gemeentelijk budget in tien jaar tijd oploopt en het regionale budget in diezelfde periode afloopt. De Maatschappelijke Opvang volgt mogelijk in 2026. De Vrouwenopvang blijft vooralsnog een taak van de centrumgemeente. Doel van de doordecentralisatie Beschermd Wonen is een omslag van Beschermd Wonen binnen zorginstellingen naar het ontwikkelen van uiteenlopende woonvarianten voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid midden in de samenleving. Deze inwoners krijgen een flexibele ondersteuning, gericht op herstel en een zingevend bestaan. Ter voorbereiding op de doordecentralisatie Beschermd Wonen zijn de regiogemeenten intensief samen opgetrokken. Niet alleen zijn de regiogemeenten door het Rijk verplicht om ook na 2023 regionaal samen te blijven werken, deze samenwerking is ook noodzakelijk om het regionale voorzieningenniveau goed en betaalbaar te houden. In het voorjaar van 2021 is een intensief traject gestart om met alle betrokken partners het huidige beleidskader én de huidige uitvoeringspraktijk te evalueren en een nieuw regionaal kader op te stellen. Dit nieuwe kader dient als basis voor alle acht gemeenten om hun lokale beleid en uitvoering in te richten.
Op basis van diverse onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd en recente gesprekken met partners, trekken we de conclusie dat de uitgangspunten uit het Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel nog steeds aansluiten bij de landelijke en regionale situatie. Wel wordt benadrukt dat er in de uitvoering van het beleid nog extra aandacht nodig is voor: 1. De weerbarstige praktijk 2. Een betere samenwerking bij complexe casuïstiek 3. Regie en doorzettingsmacht op de uitvoering Om die reden willen we ons in het nieuwe regionale kader richten op twee centrale uitgangspunten: 1. Cliënt centraal 2. Zo thuis mogelijk Om de cliënt centraal te stellen met ondersteuning die cliëntvolgend is en om dat zo thuis mogelijk te kunnen doen, moet de zorg (deels) anders georganiseerd worden. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. Netwerk en ervaringsdeskundigheid b. Netwerksamenwerking c. Preventie én vroegsignalering d. Integrale toegang en ondersteuningsaanbod. e. Goede lokale infrastructuur en regionale voorzieningen f. Regie en sturing op de uitvoering g. Dekkend zorgaanbod inkopen h.
Niet alleen cliëntgericht, maar ook wijkgericht Zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging, welzijn, woningcorporaties, politie, ggz-instellingen en andere partners benadrukken dat het nodig is om het regionale kader te vertalen in een uitvoeringsprogramma met ruimte voor flexibiliteit, ontwikkeling en innovatie en om voortdurend het gesprek met elkaar te voeren om knelpunten in de weerbarstige praktijk samen op te lossen. Beoogd doel en effect van het besluit
Op basis van het regionale kader ‘Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027’ geven de acht gemeenten in onze regio samen met de partners vorm aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de
GEMEENTE VELSEN inwoners te organiseren, waarbij geldt “lokaal wat kan, regionaal wat moet”. We willen inwoners met een psychische kwetsbaarheid ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk thuis en lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten cliënten terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen. Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven, zoals ook de bedoeling van de doordecentralisatie is. Argumenten
1.
Het regionale kader bouwt voort op de ingezette beweging van zorg en ondersteuning gericht op herstel, zoveel mogelijk lokaal en thuis. De decentralisatie van Beschermd wonen naar de (centrum)gemeenten in 2015 vroeg om een omslag van Beschermd Wonen binnen zorginstellingen naar het ontwikkelen van uiteenlopende woonvarianten voor kwetsbare inwoners midden in de samenleving, met flexibele ondersteuning, gericht op herstel en een zingevend bestaan. Deze ambulantiseringsopgave geldt ook voor de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. In het afgelopen beleidskader is daar in onze regio invulling aan gegeven. De uitgangspunten die hierin staan passen nog steeds binnen de regionale doelstellingen: het versterken van de eigen kracht en zelfredzaamheid en uitstroom naar zelfstandig (begeleid) wonen van mensen met een psychiatrische achtergrond. Maar er zijn nog veel uitdagingen in de praktijk. Hier wordt aandacht aan besteed in het nieuwe kader. 2.
In het regionale kader wordt het integrale karakter van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang benadrukt Doordat de ketens Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang van elkaar afhankelijk zijn, is een integrale blik en intensieve samenwerking tussen de betrokken (zorg)partners nodig om oplossingen te vinden voor vraagstukken rondom de in, - door- en uitstroom van cliënten in de opvang- en woonvoorzieningen. Partners, zoals gemeenten, cliëntvertegenwoordiging, zorgorganisaties, ervaringsdeskundigen, woningcorporaties, politie, welzijnsorganisaties, wijkteams, ggz-instellingen en verslavingszorg zijn vaak bij alle drie beleidsterreinen betrokken. Om die reden worden in het nieuwe kader de opgaven voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang in samenhang benoemd. Hoewel Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang (voorlopig) een verantwoordelijkheid van de centrumgemeente blijven is, is het van belang dat alle gemeenten lokaal steviger inzetten op preventie en nazorg. 3. Er is veel draagvlak bij alle gemeenten en (zorg)partners in de regio Dit kader is in nauw overleg tot stand gekomen met de acht gemeenten en betrokken (zorg)partners in de regio.
De conclusie en aanbevelingen uit de verschillende onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden in het kader van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang zijn meegenomen in de gesprekken. De deelnemers herkennen de ontwikkelingen en opgaven die geformuleerd zijn en willen zich verbinden aan de verdere uitwerking van de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het kader. 4. Het kader biedt een basis voor lokale uitwerking van beleid en uitvoering Het doel van de doordecentralisatie is dat alle gemeenten verantwoordelijkheid krijgen én nemen voor al hun inwoners. Gemeenten zullen zelf op basis van hun lokale situatie beleid en uitvoering moeten ontwikkelen. De taken Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang kennen een sterk regionaal karakter. Door als regio gezamenlijk een kader op te stellen, weten cliënten, aanbieders en andere partners wat ze kunnen verwachten en wat er van hen gevraagd
GEMEENTE VELSEN wordt. Het kader biedt een basis voor alle regiogemeenten om samen met het (lokale) veld lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma op te stellen. Alternatieven
Geen. Indien er geen regionaal kader wordt vastgesteld bestaat het risico dat beleid en uitvoering van gemeenten in de regio erg van elkaar gaan verschillen, wat voor regionale zorgpartners onwerkbaar is. Ook kan er een ‘waterbed-effect’ ontstaan, waarbij keuzes in de ene gemeente kunnen leiden tot meer cliënten in een andere gemeente. Gemeenten kunnen in hun lokale beleid een nadere invulling geven aan het kader. Risico’s
1. Er is financiële onzekerheid Voor de regionale taak Beschermd Wonen wordt van Rijkswege een regionaal budget uitgekeerd (in 2021 bijna € 39 miljoen). In dezelfde tijd neemt het regionaal budget voor “oude cliënten” stapsgewijs af. Hoewel het totale budget op dit moment voldoende lijkt te zijn, zien we ook de volgende (financiële) risico’s: Het is op voorhand lastig in te schatten of de individuele middelen die gemeenten per 2023 ontvangen op basis van het nieuwe, objectieve verdeelmodel in praktijk voldoende zullen zijn om de werkelijke zorgkosten per gemeente te dekken. Het objectief verdeelmodel wordt naar beneden bijgesteld. Ook kan de invoering van het nieuwe verdeelmodel wederom uitgesteld worden; De volumegroei van BW-cliënten is hoger dan verwacht; De uitbreiding van het aantal BW-plekken is hoger dan verwacht. Deze ontwikkelingen worden nauw door het Gemeenschappelijk Orgaan (GO) en de individuele gemeenten gemonitord. En het GO reserveert jaarlijks middelen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Tot slot zijn in het GO afspraken gemaakt over het delen van financiële risico’s om de zorgcontinuïteit te borgen. Gedurende de eerste drie jaar worden financiële overschotten en tekorten voor 100% verevend middels een vereveningsfonds.
In het derde jaar evalueren we de verevening en besluiten we op basis hiervan gezamenlijk of en hoe vanaf het derde jaar verevening plaatsvindt. 2. Krapte op de woningmarkt en onvoldoende passende woningen voor de doelgroep De opgave van Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang is voor een groot deel een woonvraagstuk. Er zijn bijna geen (opvang- en woon)plekken voor complexe doelgroepen. Deze locaties worden slechts moeizaam en mondjesmaat gerealiseerd in onze regio. Ook voor reguliere BW-plekken en andere tussenvormen van Beschermd Wonen is de realisatie van woonplekken geen sinecure. De wachtlijsten voor BW-plekken zijn de afgelopen jaren blijven bestaan. Daarnaast zijn er onvoldoende passende woningen voor cliënten die na verblijf in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen weer zelfstandig willen wonen. Nu alle gemeenten meer verantwoordelijkheid krijgen voor de (woon)voorzieningen en ondersteuning van de eigen inwoners, is het nodig om samen met woningcorporaties, investeerders en ontwikkelaars nog steviger te sturen op de toename van dit soort (woon)voorzieningen en het realiseren van de doelen voor Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. 3.
Acceptatie en inclusie vraagt om verandering in houding van iedereen Het realiseren van het centrale uitgangspunt ’zo thuis en lokaal mogelijk’ vraagt om meer acceptatie en inclusie van de mensen met psychiatrische of psychosociale kwetsbaarheden. De gedachte dat zij weer een thuis vinden in de wijk vraagt om een verandering in houding van alle betrokken partijen. Dit is een langdurig proces dat zich lastig laat sturen. Risico is dat gemeenten en partners hier door de ‘waan van de dag’ onvoldoende aandacht aan besteden. Bij het opstellen
GEMEENTE VELSEN van het beleidsplan voor Velsen kijken wij naar voorbeelden waar acceptatie en inclusie in de wijk goed gaan en welke lessen we hieruit kunnen leren. 4. De trend in de landelijke (ggz) ontwikkelingen is een toename van zorgvragen en personeelstekorten De laatste jaren is er een trend - door kortere opnames in de ggz, lange wachtlijsten voor behandeling, tekort aan personeel in de zorg – van meer mensen met complexe problemen die in de wijk wonen, de toename van dakloosheid en meer veiligheidsincidenten. Deze trend wordt ondanks alle landelijke, regionale en lokale maatregelen nauwelijks gestopt. De partners uit onze regio waarschuwen voor de weerbarstige praktijk. We kunnen gezamenlijk wel afspraken maken over afstemming, samenwerking, solidariteit, maar als er onvoldoende mensen zijn om cliënten te begeleiden en onvoldoende woningen waar zij kunnen wonen, dan haalt de praktijk het gewenste doel van ‘zo thuis mogelijk’ in. In de uitwerking van het kader gaan we voortdurend met partners in gesprek en op zoek naar wat er wél kan. Programma
Vitaal en Sociaal Velsen Kader
De volgende kaders zijn van toepassing: • De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015) • Norm voor Opdrachtgeverschap (2020) • Woonvisie 2040 Velsen Participatie en inspraak
• •
• •
Het nieuwe kader is in nauw overleg tot stand gekomen met de acht gemeenten en betrokken (zorg)partners in de regio, waaronder cliëntvertegenwoordiging. Er zijn twee regionale raadsinformatiebijeenkomsten geweest, waarin de raden zijn geïnformeerd over de doordecentralisatie Beschermd Wonen, de uitgangspunten in het nieuwe kader en de samenwerking in een Gemeenschappelijk Orgaan. De Wmo- en Participatieraden in de acht gemeenten in de regio zijn in twee informatiebijeenkomsten geïnformeerd. Zodra het kader in Velsen wordt uitgewerkt in lokaal beleid en uitvoering betrekken we lokale partners, zoals zorgaanbieders en woningcorporaties, hierbij. We gaan dan ook in overleg met de Participatieraad over de mogelijkheden voor inwonerparticipatie. Financiële consequenties
Volgens het voorlopig objectief verdeelmodel Beschermd Wonen ontvangt de gemeente Velsen €492.590,- in 2023. Dit bedrag loopt in tien jaar tijd op tot €4.973.945,-. Dit budget is bestemd voor de cliënten die nieuw instromen (op basis van de gemeente van herkomst). De kosten die samenhangen met de uitvoering van de nieuwe taak Beschermd Wonen in onze gemeente zijn afhankelijk van de manier waarop we BW vanaf 2023 vormgeven in onze gemeente. Dit wordt in 2022 uitgewerkt en aan u voorgelegd. Naast de zorgkosten, gaat het om kosten die nodig zijn voor bijvoorbeeld het vormgeven van de lokale toegang tot Beschermd Wonen. Op dit moment verwachten wij op basis van eerste ruwe berekening over de eerste tien jaar gemiddeld genomen geen financieel tekort in Velsen. Toch kan er in de beginjaren van de doordecentralisatie, wanneer de budgetten die onze gemeente van het Rijk ontvangt nog relatief laag zijn, een negatief financieel resultaat ontstaan. Bijvoorbeeld door een hogere instroom van
GEMEENTE VELSEN cliënten dan verwacht. Om risico’s af te dekken leggen wij u vereveningsafspraken voor in het raadsvoorstel over het Gemeenschappelijk Orgaan. Uitvoering van besluit
Dit kader is de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. Deze zullen in Velsen vanaf 2022 worden uitgewerkt. Ook is dit kader de basis voor de regionale verwervingsstrategie voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, die begin 2022 wordt vastgesteld in college en raad. Het kader ‘Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027’ kent een looptijd van zes jaar. De acht gemeenten gaan per 2023 samenwerken in een Gemeenschappelijk Orgaan (GO). Dit GO wordt in het derde jaar (in 2025) geëvalueerd. Dat is ook het moment om te evalueren of het regionale kader aan herijking toe is.
Bijlagen – onderdeel uitmakend van het besluit
Regionaal kader ‘Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027’ Bijlagen – bijgevoegd als achtergrondinformatie
Voorlopig landelijk verdeelmodel Beschermd Wonen vanaf 2023
Burgemeester en wethouders van Velsen, De secretaris,
De burgemeester,
K.M. Radstake
F.C. Dales