CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadssessie Evaluatie Woonservice - Technische vragen V2.docx

Sessies Schoonenbergzaal 17 juni 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 19.30 - 21.00 uur Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening3.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE VELSEN

Memo

Aan Van Cc Datum Onderwerp

De gemeenteraad van Velsen Floor Bal 14-6-2021 Beantwoording technische vragen – raadssessie Evaluatie samenvoeging Woonruimteverdeling

Hoeveel mensen zijn van binnen de regio naar buiten de regio verhuisd? Deze verhuisstromen hebben we niet in beeld. Het komende onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ dat naar verwachting in het eerste halfjaar van 2022 beschikbaar komt, biedt ons meer inzicht in de verhuisstromen. Kanttekening: dit is meestal niet naar koop/huur uitgesplitst. U zegt dat mensen op de meest geschikte woning wachten. Levert het woonruimteverdeelsysteem op dit niveau de informatie? Deze informatie wordt niet bijgehouden in het systeem, maar komt overeen met de ervaringen van professionals in het veld. In het rapport van Woonservice wordt aangegeven dat we tot 2022 moeten wachten om een goede evaluatie uit te voeren. Het college stelt voor om de huisvestingsverordening in 2021 te herzien. Hoe verhouden deze twee adviezen zich tot elkaar? Om verhuisbewegingen te monitoren, willen we dat er een gelijk speelveld ontstaat voor de woonruimteverdeling. Als de regels, mogelijkheden en belemmeringen voor woningzoekenden gelijk zijn, kunnen we grotendeels uitsluiten dat de regels de reden zijn voor de verhuisstromen. Vervolgens bekijken we in 2022 of er sprake is van trends en of we moeten ingrijpen. In de tussentijd blijven we monitoren. De huisvestingsverordening kent daarnaast meerdere onderdelen waarvoor het noodzakelijk is om keuzes te maken.

Een ouder met kind heeft een veel grotere benodigde inschrijftijd dan een ouder zonder kind. Wat is hiervoor de reden? Woningzoekenden in de sociale sector zijn grotendeels alleenstaanden of vormen een tweepersoonshuishouden. De doelgroep van woningzoekenden met kind(eren) is dermate klein dat uitschieters het gemiddelde sterk beïnvloeden. Wanneer we over een langere periode kijken, kunnen we zien of het inderdaad om uitschieters gaat of dat er sprake is van een trend. De opgelopen wachttijd is ‘grotendeels’ te wijten aan landelijke ontwikkelingen. Welke invloed kunnen wij dan uitoefenen als raad om de wachttijden zo kort mogelijk te houden? Ook in de sociale huur geldt het principe van vraag en aanbod. Om de wachttijd te verlagen, moet de vraag verkleind worden en/of het aanbod vergroot. Hiervoor zijn er op hoofdlijnen een aantal denkrichtingen:

GEMEENTE VELSEN Verkleinen van de vraag  Het bevorderen van de doorstroming van sociale huur naar de koopsector en vrije huursector. Dit gaat vooral op voor jonge inwoners die een inkomenssprong maken. Voor Velsen geldt echter dat we in het verleden in het WiMRA-onderzoek (woonwensenonderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam) hebben gezien dat er juist een grote groep is die niet door kan stromen. Daarnaast geldt dat er weliswaar maatregelen zijn om doorstroming te bevorderen (denk van rijkswege bijvoorbeeld aan de inkomensafhankelijke huurverhoging), maar dat dit alleen werkt als er voldoende woningen zijn om naar door te stromen.  Het stimuleren van de stap van een thuiswonende situatie naar de koopsector en vrije huursector. In dat geval wordt een trede van de woningmarkttrap ‘overgeslagen’.  Het bevorderen van doorstroming binnen de sociale huursector zelf. In de raadssessie werd woningruil genoemd, als middel om te voorkomen dat iedereen op elkaar wacht. Bij woningruil ruilt persoon A rechtstreeks met Persoon B, waarna beide personen passend wonen. ‘Normaal’ wacht Persoon A op Persoon B, die zelf ook wacht op eenzelfde woning als waarin Persoon A woont. Die woont er nog, dus is er een Persoon C nodig om een woning vrij te spelen (en die wacht zelf ook weer tot er een geschikte woning vrijkomt). Vergroten van het aanbod  Meer sociale huurwoningen bouwen.

Bouwen vanuit de enkele reden om de wachttijden te verlagen, is ongebruikelijk in Velsen. Met de Woonvisie zetten we vooral in op spreiding van sociale huur over de kernen voor betereleefbaarheid, niet enkel op het toevoegen van grote aantallen sociale huurwoningen.  Het aanbod tijdelijk vergroten voor de huisvesting van bepaalde doelgroepen. Zo behouden en/of vergroten we de voorraad voor regulier woningzoekenden. Dit is bijvoorbeeld gebeurd na de verhoogde instroom van statushouders door tijdelijk complexen aan te wijzen. Zolang er niet gebouwd wordt (dat geldt feitelijk voor alle segmenten), verdelen we de beschikbare woningen over een (groeiende) groep inwoners. Voor de sociale huur geldt dan dat de wachttijden oplopen. Voor de ene groep kunnen we regels instellen om de wachttijd te beperken, maar dat zal bij gelijkblijvend aanbod altijd ten koste gaan van een andere groep. Wordt de wachttijd te lang (of te lang in vergelijking met andere gemeenten) dan overweegt een woningzoekende logischerwijs andere opties. In de aanbevelingen staat dat de evaluatieperiode te kort is om trends te kunnen aanwijzen. Wat moet er nog in beeld gebracht worden? Meestal kijken we naar een periode van drie jaar (2022). Bij relatief kleine subcategorieën (zoals bijvoorbeeld het aantal ouders met kind), kunnen uitschieters het gemiddelde sterk beïnvloeden.

Hoe groter de categorie, hoe stabieler het gemiddelde. Vijftien gemeenten gaan een puntensysteem invoeren (in aanvulling op de wachttijd kunnen extra punten verdiend worden afhankelijk van de huidige woonsituatie en de mate waarin actief gezocht wordt). Is dit een optie voor onze regio (op korte termijn)? Woonservice volgt deze ontwikkelingen nauwlettend. Deze vijftien gemeenten zijn zeker nog dit jaar bezig met de implementatie van het systeem. Voordat geëvalueerd wordt, zijn we twee á drie jaar verder. Het is een ingewikkeld en niet transparant systeem, daarom willen we graag eerst de resultaten zien en na kunnen gaan of het de woningzoekenden echt verder helpt. Het puntensysteem is minder transparant doordat er door de tijd punten opgeteld worden (heel actief zoeken) en afgetrokken worden (niet op komen dagen bij een bezichtiging).

GEMEENTE VELSEN Het college geeft aan te willen monitoren. Velsen Lokaal wil graag overgaan tot actie door de oplopende wachttijd. Het proces loopt niet helemaal synchroon. Volgens Velsen Lokaal zijn er voldoende gronden om over te gaan tot beschermende bepalingen, anders zullen de wachttijden voor de Velsense inwoners verder toe gaan nemen. Welke acties gaat het college ondernemen? De voorgestelde acties van het college in algemene zin staan beschreven in de uitgangspuntennotitie voor de huisvestingsverordening. Er is een overgangsregeling voor inwoners die al stonden ingeschreven. Jongeren die net 18 jaar worden, hebben deze compensatie niet. Ik ben benieuwd hoe we ervoor gaan zorgen dat deze jongeren toch in de gemeente Velsen kunnen blijven wonen. Met de drie jaar inschrijftijdverlenging voor Velsenaren die bij de overgang naar Woonservice ingeschreven stonden in Wonen in Velsen hebben alle inwoners van de regio gelijke kansen. De woonwensen van de inwoners bepalen dan waar woningzoekenden komen te wonen. We zien in de evaluatie van Woonservice dat de meeste inwoners reageren op woningen in de eigen gemeente. Als aangegeven blijven we de slaagkansen monitoren.

Is het mogelijk om de minimale leeftijd om je in te schrijven voor een sociale huurwoning te verlagen naar 16 jaar? Die mogelijkheid is er wel, maar dit komt in Nederland alleen voor bij studentenwoningen en/of in zeer uitzonderlijke situaties. Het stelsel is gebaseerd op meerderjarige woningzoekenden. Vanaf 18 jaar kan iemand bijvoorbeeld huurtoeslag krijgen. De gemiddelde inschrijftijd stijgt met een jaar. Zijn dit dan ook de inschrijftijden die extra compensatiejaren hebben? De compensatiejaren zijn niet meegerekend in het gemiddelde in de tabel op pagina 16 (gemiddeld aantal inschrijfjaren voor woningzoekenden in de eigen gemeente). Wat gebeurt er met de gemiddelde inschrijftijd voor personen die geen extra inschrijftijd hebben? Op termijn kan dit, maar dat hoeft niet, meer gelijktrekken in de regio. Dit is afhankelijk van de woonwensen. Alle nieuwe inschrijvers hebben immers dezelfde kansen. Kan er meer duidelijkheid verschaft worden over de voorrang voor eigen inwoners in de regio? Zandvoort In Zandvoort geeft De Key (deze woningen zijn inmiddels overgenomen door Pré Wonen) voorrang aan de eigen huurders met kinderen, wanneer ze reageren op specifiek gelabelde eengezinswoningen van De Key in Zandvoort. Bloemendaal In Bloemendaal wordt in algemene zin voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of sociaal gebonden zijn aan een bij de gemeente behorende kern.

Het aantal mutaties is laag, daarom wordt op deze manier geprobeerd te borgen dat Bloemendalers in Bloemendaal kunnen wonen. Dit heeft minder effect dan wellicht op voorhand gedacht. Uit de evaluatie blijkt dat (startende) Bloemendalers met name de voorkeur geven aan Haarlem. Ouder worden en Prettig wonen De regeling Ouder worden en Prettig wonen is een voorrangsregeling die geldt in Haarlem. Haarlemse senioren (65+) die wonen in een sociale huurwoning met trap krijgen hier voorrang op

GEMEENTE VELSEN passende gelabelde gelijkvloerse woningen in Haarlem. Inmiddels hebben Beverwijk en Heemskerk deze regeling ook overgenomen. Het doel van de voorrangsregelingen voor eigen inwoners is om specifieke groepen die buiten de boot vallen een grotere kans te bieden. Daarbij mag het, op grond van de Huisvestingswet, niet zo zijn dat inwoners buiten de gemeente geen kans meer hebben op een woning. We zouden graag willen weten waarom woningzoekenden verhuizen vanuit Velsen. Willen ze ergens anders wonen of worden ze gedwongen? Dit moet blijken uit een woonwensenonderzoek of enquête. Het WiMRA onderzoek dat we tweejaarlijks regionaal uitvoeren biedt wel een beeld van de verhuisstromen in het algemeen (met reden), maar niet specifiek voor de sociale huursector. In het WiMRA-onderzoek worden daarnaast de hoofdbewoners bevraagd. Toekomstige starters vallen buiten het onderzoek. Dat is de voornaamste categorie woningzoekenden in het sociale segment. Verdringing lijkt overigens op dit moment niet aan de orde. De cijfers laten zien dat relatief veel Velsenaren reageren op een woning in Velsen en daarbij bovengemiddeld vaak slagen. Uit de cijfers op de website van Woonservice blijkt dat 5% regulier verhuurd wordt, de andere verhuringen betreffen directe bemiddeling en voorrang.

Past dit binnen een goede woonruimteverdeling? Het aantal reguliere verhuringen in 2019 was 67% van alle verhuringen. Er zijn drie manieren om een woning te verhuren: 1. Via het aanbodmodel. Het aanbodmodel wordt het meest gehanteerd. Hier ligt de huisvestingsverordening aan ten grondslag en alle regelgeving qua passendheid, inkomen, huishoudensgrootte. Deze gegevens staan op de website van Woonservice. Hier staat vaak ‘voorrang’ vermeld. Het lijkt dan alsof iemand via een bemiddeling of anderszins aan een woning gekomen is, maar het is een technisch woord binnen het aanbodmodel om te verklaren dat hier de reguliere spelregels op van toepassing zijn. Een voorbeeld: Het is wenselijk dat het inkomen van een huurder past bij de huur (zodat de huur ook te betalen is). Hiervoor heeft het Rijk regels opgesteld. Als deze regels van toepassing zijn, dan is via de kwalificatie op de website sprake van ‘voorrang’, terwijl er geen bijzondere bepalingen van toepassing zijn. De regels gelden namelijk bijna altijd. 2. Door direct te bemiddelen. Denk aan de huisvesting van inwoners met een urgentieverklaring. Uit de jaarmonitor van 2019 blijkt dat de verhouding tussen de reguliere verhuringen en de directe bemiddelingen (van statushouders tot achterblijvers, verhuizingen van ouderen) 67 om 33% bedraagt. Dit is in lijn met het beeld in de regio. 3.

Door direct te verhuren op basis van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Directe verhuur komt bijna niet voor in onze regio. Dit ging in 2019 om vijf verhuringen in de hele regio. Ontstaat er geen scheef beeld als in de 5,6 jaar ook de bemiddelingen en verhuringen middels voorrang worden weergegeven? Bemiddelingen rekenen we hierin niet mee. Zie bovenstaande. Bevordert de afname (pagina 14-15) van het percentage verhuisbewegingen een goed woningklimaat in de gemeente Velsen? Dit is een politieke vraag. Kunnen Velsenaren gecompenseerd worden voor de toename van het aantal inschrijvingen (van 10.000 naar 50.000)? Dus in de gehele woningmarktregio?

GEMEENTE VELSEN Het woonruimteverdeelsysteem is de verantwoordelijkheid van de corporaties. Zij hebben de inschrijftijdverlenging in overleg ingesteld. In theorie bestaat de compensatiemogelijkheid, maar daar moeten veel partijen mee akkoord gaan. In dat geval krijgen de Velsenaren ‘gratis’ jaren (waar ze niet voor ingeschreven hebben gestaan), waar andere woningzoekenden uit de regio in hun gemeente wél voor ingeschreven hebben gestaan. Is het mogelijk de tabel 8.1 op pagina 24 van de jaarmonitor per gemeente uit te splitsen en uiteen te zetten over de afgelopen 5 jaar? Deze gegevens werden voorheen jaarlijks uiteengezet in de jaarrapportage van Wonen in Velsen.

Aanbodmodel Bemiddeling

2016 67% 27%

2017 60% 30%

2018 74% 25%

2019 67% 33%

De informatie per doelgroep (verhuur naar bemiddelingsreden) is in 2019 weergegeven in tabel 7.2 volgens een iets andere classificatie dan in de rapportages uit Wonen in Velsen gebruikelijk was. Aan de afspraak dat de corporaties maximaal 25% bemiddelen (waarbij de verhuringen aan statushouders en uitstromers uit instellingen niet meetellen), wordt gezien bovenstaande tabel wel voldaan (deze zitten hier namelijk nog wel in het percentage bemiddelingen). In de Prestatieafspraken spraken we een eenvoudigere verdeling af door uit te gaan van maximaal 35% bemiddelingen (exclusief herstructurering). Is het ook mogelijk om de regel “Reguliere verhuringen op basis van inschrijftijd (via aanbodmodel)” op te splitsen in woningen die wél en niet met voorrangsregelingen (bijvoorbeeld; jongeren, ouderen) worden verhuurd? Dat is lastig. We gebruiken meestal de gemiddelde inschrijftijd in analyses. Dat is een eenduidige indicator om te bepalen of ingrijpen noodzakelijk is. Velsen

2018

2019

zonder kind

met kind

gemiddelde inschrijfduur

zonder kind

met kind

gemiddelde werkelijke inschrijfduur

t/m 27 jaar

4

3,1

3,8

4,3

4,8

4,4

28-64 jaar

5,4

4,6

4,9

7,2

6,3

6,7

65+

5,4

5,4

5

gemiddelde inschrijfduur

4,7

4,6

5,4

Leeftijd

4,3

5 6

5,6

Kunt u mij een analyse geven van de verwachte vraag vergeleken met het verwachte aanbod (bijvoorbeeld door nieuwbouw) + de locaties van het verwachte vrijkomende aanbod voor de komende 10 jaar? We benaderen de opgave over het algemeen regionaal, gezien de regionale werking van de woningmarkt. Onderstaande tabel toont de additionele woningbehoefte zoals RIGO in 2020 berekende voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Het huidige tekort is hierin niet meegenomen.

GEMEENTE VELSEN Tabel 1: Ontwikkeling van de additionele woningbehoefte in de regio Zuid-Kennemerland / IJmond1 Regio Zuid-Kennemerland / IJmond

Ontwikkeling additionele woningbehoefte (sociale huur) 2030 Trend 2030 Tegenspoedscenario 2.400 5.350

In de regio Zuid-Kennemerland / IJmond staan (in 2020; plannen grotendeels ingevuld tot 2029) in totaal 25.400 woningen in de plancapaciteit2 (dus zowel koop als huur). Het exacte programma voor elke (potentiële) woningbouwlocatie kunnen we niet aangeven. Daar is nog niet altijd zicht op. Voor elke kern in Velsen geven we een apart woningbouwprogramma, met uitzondering van IJmuiden en Velsen-Noord is het vereiste van 30% sociale huur daarvan een onderdeel. Hoeveel woningen er daadwerkelijk komen en hoeveel in het sociale segment vallen kunnen we nu nog niet aangeven. Regionaal hebben we in het (inmiddels verlopen) Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) en in het Woonakkoord afgesproken dat elke gemeente in de woningbouwproductie 30% sociale huur realiseert. Zijn in de wachttijden de herstructureringskandidaten meegenomen? Herstructureringskandidaten krijgen een voorrangsurgentie waarmee ze zelf een nieuwe woning zoeken. Dit wordt meegenomen in de wachttijd. Als het ze niet lukt om zelf een woning te zoeken (als het om kwetsbare inwoners gaat bijvoorbeeld) dan helpt de corporatie hen en valt het onder bemiddeling. Deze gevallen nemen we niet mee in de gemiddelde wachttijd Is de gemiddelde wachttijd van 5,6 jaar gebaseerd zijn op courante woningen, incourante woningen, geliefde woningen of over alle drie de categorieën? Dit onderscheid in type woningen maakt Woonservice niet.

Wat we constateren is dat de inschrijftijd van eigen inwoners bijna net zo hoog is als de gemiddelde inschrijftijd van alle geslaagden in de gemeente Velsen (5,6 jaar voor eigen inwoners ten opzichte van 5,8 jaar voor alle geslaagden in Velsen). We zien dat mensen in hun eigen gemeente bereid zijn te wachten op hun meest geliefde woning, vandaar dat het verschil in inschrijftijd zo dicht bij elkaar ligt. De LGV pleit voor een regionale urgentiecommissie. Geen commissies per gemeente. Kunnen de voor- en nadelen worden opgenomen? De werkwijze rond de beoordeling van urgentieaanvragen is een uitwerking van de uitwerking van de huisvestingsverordening. We hebben hier geen diepgravend onderzoek naar gedaan. In het kort kunnen we hierover wel het volgende zeggen: Regionaal of lokaal urgentie verlenen is geen nieuwe discussie. In het verleden hebben we verschillende varianten overwogen. Vóór 2007 bestond er een IJmondiale urgentiecommissie, waarbij vertegenwoordigers van de gemeenten en indicerende instanties samenkwamen voor de urgentiebeoordelingen. Dit was onwerkbaar, omdat het erg tijdrovend en omslachtig was. Er waren twee alternatieven: a. Het volledig uitbesteden van de urgentieverlening (á la het Vierde Huis); b. Als gemeente zelf volgens een regionaal afgestemde checklist de urgentieverlening coördineren en waar nodig externe expertise inschakelen.

1 Buys, A. (2020) Raming woningbehoefte Zuid-Kennemerland / IJmond. Op basis van WiMRA 2019. Amsterdam: RIGO

Research en Advies. 2 Haagen, P. van der, (2020) Monitor Woningbouw. Haarlem: Provincie Noord-Holland. https://www.noord-

holland.nl/Onderwerpen/Bouwen_wonen/Woonbeleid/Onderzoeken_en_resultaten/Monitor_Woningbouw_2020.org

GEMEENTE VELSEN Destijds is voor de tweede variant gekozen. Dit heeft een aantal voordelen: - Veel grip op de urgentieverlening, zowel qua beoordeling als proces (voortgang); - We hebben een goed overzicht van het totaal aantal (verleende) aanvragen; - Inwoners weten waar ze een aanvraag in kunnen dienen; - We kunnen snel schakelen als er aanvullende problematiek is (als er niet alleen een woning, maar ook begeleiding nodig is bijvoorbeeld); - Het is relatief goedkoop. Nadelen zijn onder meer: - Dat de gemeente zowel een uitvoerende als een controlerende rol heeft in het proces (we controleren onszelf bij bezwaren). Hetzelfde speelt wanneer een externe partij namens de gemeente ook het verweer doet. - Er kunnen regionaal (kleine) verschillen ontstaan in de beoordeling. Des te belangrijker is het daarom dat we de (uitvoerings-)regels in de regio goed afstemmen. In het rapport staat opgenomen dat urgenten zelf kunnen reageren op woningen. In de Prestatieafspraken staat opgenomen dat we statushouders (urgenten) bemiddelen om de spreiding te kunnen waarborgen. Hoe wordt vormgegeven aan deze afspraak? Statushouders krijgen op grond van de huisvestingsverordening inderdaad urgentie. Zo houden we de regie op de spreiding over de kernen. Statushouders kunnen niet zelf op woningen reageren. Ze krijgen eenmalig een woningaanbod.

Indien ze weigeren wordt er een procedure gestart bij het COA. Deze gaat dan met de statushouder in gesprek. Er zijn slechts een paar redenen om een woning te weigeren. Denk bijvoorbeeld aan een te grote afstand tot het werk of een specialistische ziekenhuisbehandeling. Het COA houdt hier bij de verdeling van statushouders over gemeenten al rekening mee. In de meeste gevallen accepteert de weigeraar de woning vaak alsnog. Een onterechte weigering houdt namelijk in dat een statushouder uit het AZC dient te vertrekken en verder geen hulp krijgt met huisvesting. Kunnen we een overzicht van de plaatsing van statushouders per kern krijgen? Dit overzicht is inmiddels aan u verstrekt. Het gaat dan om het aantal mutaties per wijk. Wat is de verwachte toename van de wachttijd als gevolg van de verhoogde instroom van statushouders? We kunnen hier geen betrouwbare uitspraak over doen. Dit is van te veel factoren afhankelijk, zoals het beschikbare woningaanbod, de mutatiegraad en eventuele wijzigingen in de taakstelling. Kunnen we een overzicht krijgen van de mutatiecijfers van de corporaties per kern? Het liefst over 2019 en 2020. Woonservice zal een overzicht presenteren tijdens de sessie van 17 juni over de uitgangspuntennotitie van de huisvestingsverordening.

Waarom doet Woonopmaat niet mee met het regionale woonruimteverdeelsysteem? Woonopmaat had op het moment van ingang van het nieuwe regionale systeem net een financiële investering gedaan in hun systeem (om het optiemodel te ondersteunen). Worden er pogingen ondernomen om Woonopmaat bij Woonservice te betrekken? Dit onderwerp komt weleens ter sprake. Uiteindelijk is de keuze aan Woonopmaat. Is binnen de woonkern duidelijk waar inwoners het vaakst op reageren?

GEMEENTE VELSEN Het aantal reacties per woning houdt Woonservice inderdaad bij in het systeem. In de jaarmonitor 2019 die u toegestuurd heeft gekregen is in paragraaf 2.1 een overzicht opgenomen op welk type woning woningzoekenden het meest reageerden. In 2019 werd in de categorie appartementen het meest gereageerd op de portiekwoning (gemiddeld 329 reacties) en in de categorie woonhuis was dit de geschakelde woning (417 reacties). Wat is de voornaamste reden voor de opgelopen wachttijd? Is dat de instroom van buitenaf, van binnen de regio of binnen Velsen? Gezien het feit dat de wachttijd overal in het land oploopt, is het niet waarschijnlijk dat instroom van buiten een gemeente of regio de oorzaak is. De oorzaak moeten we daarom vooral zoeken binnen de eigen gemeente. Denk daarbij niet alleen aan de vraag vanuit starters, maar ook aan gezinsverdunning. Er zijn simpelweg te weinig passende woningen om aan de vraag te voldoen. Wanneer kunnen we de wachttijden per gemeente van 2020 verwachten? De jaarrapportage volgt in mei. Zit er per type woning een huurprijsverschil per gemeente? Er kunnen altijd kleine verschillen tussen woningen zijn, afhankelijk van bijvoorbeeld de score volgens het puntenstelsel, bepaalde voorzieningen in de woning. Is het percentage sociale huur per kern hetzelfde of zit hier verschil in? Het CBS houdt deze gegevens bij op wijkniveau.

Het gaat in onderstaande tabel om huurwoningen in bezit van woningcorporaties (het overgrote deel van de sociale huurwoningvoorraad) in het jaar 2019.

Huurwoningen in bezit van woningcorporaties

Wijk 00 Wijk 01 Wijk 02 Wijk 03 Wijk 04 Wijk 05 Wijk 06 Wijk 07 Wijk 08 Wijk 09 Velsen- IJmuiden- IJmuiden- IJmuiden- Zee- en Velsen- Santpoort- Santpoort- Velserbroek SpaarndammerZuid en Noord Zuid West Duinwijk Noord Noord Zuid polder Driehuis 11% 35% 47% 48% 62% 51% 12% 26% 23% 0%

Hoeveel woningen in Velsen zijn er met urgentie vergeven aan inwoners in Velsen, de regio en buiten de regio? De aantallen gehuisveste inwoners met urgentie staan in de jaarrapportage. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt naar waar deze inwoners vandaan komen. Kijken we naar de urgentiedoelgroepen en de criteria die hierbij horen, dan zien we dat er vaak binding moet zijn met Velsen: 1. Slachtoffer van huiselijk geweld (voorgedragen door instelling uit Velsen of de regio) 2. Mantelzorgontvanger en -verlener (woonachtig in Velsen) 3. Vergunninghouder (‘buiten de regio’, aan Velsen gekoppeld door het COA) 4. Woningzoekende die woonruimte moet verlaten in verband met een zeer ernstige bedreiging van zijn lichamelijke en/of sociaal-psychische gezondheid als gevolg van de huidige woonsituatie en deze woonsituatie niet langer dan drie maanden kan voortduren (alleen voor Velsenaren); 5. Herstructureringskandidaat (alleen voor Velsenaren); 6. Woningzoekende die woonruimte heeft moeten verlaten in verband met natuurgeweld of niet door eigen opzet ontstane calamiteiten (alleen voor Velsenaren); 7. Zorgcliënt (uitstromers uit instellingen) (veelal binding met Velsen door woonhistorie en netwerk, het zogenaamde woonplaatsbeginsel) Bij urgentieverlening is er dus eigenlijk altijd wel een vorm van binding met de gemeente.

GEMEENTE VELSEN Hoe wordt het effect van woningruil ingeschat voor deze regio? Woonservice leidt momenteel een onderzoek in de regio naar woningruil. In 2019 was er 83 keer sprake van woningruil in de regio. Het cijfer voor de gemeente Velsen is te algemeen. Wat zijn de wachttijden per kern? Woonservice presenteert op 17 juni de wachttijden op wijkniveau. Is het mogelijk om een bijlage te maken met de cijfers van Woonopmaat? Er is een jaarlijks rapport (Zicht op Wonen) met cijfers van alle corporaties. Deze kunt u vinden op de website https://wonenenzorgopdekaart.nl/.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=53c95f96-6828-449f-9f7b-cf0940a4566c