Presentatie raadssessie beleidskader participatie 18 februari 2021
Tekst van het document
Beeldvormende sessie Naar een beleidskader Participatie
Raadssessie Beleidskader participatie Februari 2021
In Velsen definiëren we participatie als het proces om verschillende belangen en emoties bij een initiatief in een zo vroeg mogelijk stadium beeld te krijgen, deze te delen, mogelijke oplossingen te zoeken en samen te werken, als een basis voor een goede belangenafweging bij de (politieke) besluitvorming.
1. Wat is het doel van participatie? Bijdrage leveren aan de missie van de raad Versterken van het vertrouwen in de lokale democratie Beter inzicht in de verschillende belangen en emoties naar aanleiding van een initiatief Eerder met de belanghebbenden in gesprek. Ook met de stille minderheid Verkleinen van afstand tussen de verschillende belangen Meer creatieve oplossingen Betere kwaliteit van het beleid of het initiatief Meer durven te vertrouwen op de wijsheid, kennis en ervaring van de samenleving Een steviger basis voor goed overwogen besluitvorming Vergroten betrokkenheid van mensen bij hun eigen woon- en leefomgeving. Minder juridische procedures
Stelling 1:
Samenvatting: We willen met de juiste mensen in gesprek, inzicht krijgen in verschillende belangen en emoties bij een initiatief en meer gebruik maken van de kennis uit de samenleving als basis voor een goede besluitvorming en als middel om de missie van de raad te realiseren.
2. Welke ruimte geven we onze inwoners om mee te doen bij onze projecten? Bij een initiatief kunnen we de samenleving verschillende rollen geven. We kunnen:
•
de belanghebbenden informeren
•
de belanghebbenden op allerlei manieren vragen om advies (bijvoorbeeld over hoe we de participatie gaan organiseren, over wie we er bij zouden kunnen betrekken, maar ook over de inhoud van het initiatief)
•
De belanghebbenden vragen om samen met ons een product te maken (ons beleid, plannen om een straat groener te maken etc)
•
De belanghebbenden vragen om mee te beslissen
Stelling 2: De betrokkenen informeren over een initiatief vinden we in Velsen vanzelfsprekend en moeten we altijd doen. Ook als er geen participatietraject volgt. We onderscheiden daarom drie niveau’s van participatie in Velsen:
1. Ja, dat maakt het heel overzichtelijk 2. Ja, informeren vinden we vanzelfsprekend, maar het is en blijft een niveau van participatie 3. Ik mis nog een niveau van participatie, namelijk:
3. Wat zijn onze lokale uitdagingen t.a.v. participatie
3.1 Bouwen aan vertrouwen 1. Bouwen aan vertrouwen 2. Zo dicht mogelijk bij de inwoners 3. Voorspelbare participatieprocessen 4. Stem geven aan de zwijgende meerderheid 5. Specifieke doelgroepen bereiken 6. Goede informatie gedurende het hele proces 7. Operationaliseren: Wanneer is participatie geslaagd?
Stelling 3:
De uitdagingen zijn zo goed weergegeven 1. Ja, dat zijn onze uitdagingen 2. Ja, maar sommige uitdagingen hebben meer prioriteit dan andere 3. Nee, ik stel het volgende prioriteitenlijstje voor……………..
4. Participatie is wenselijk als: Meer en vaker contact
Minder groot optuigen
Bij belangentegenstellingen (conflict)
Bij kleine belangenverschillen
Als keuzes een grote impact hebben
Als er nauwelijks impact is
Als keuzes veel mensen raken in Als er nauwelijks mensen hun directe leefomgeving geraakt worden in hun directe (ruimtelijk, sociaal of leefomgeving economisch) Als er nog keuzes te maken zijn
Als eigenlijk niet of nauwelijks keuzes mogelijk zijn
Als kennis, ervaringen of ervaringen nodig zijn.
Als we niet nieuwsgierig meer zijn. Er geen participatievraag is.
Als er een ingewikkeld krachtenveld is
Als het krachtenveld klein en overzichtelijk is
Als bewoners vragen om aan het Als er geen sprake is van proces mee te kunnen doen. bestuurlijke ruimte of bij crisissituaties
Stelling 4: Het college van B&W is verantwoordelijk voor het uitvoeren van participatieprocessen op basis van het wegingskader dat de raad hen meegeeft. De genoemde wegingscriteria zijn een goed kader om een juiste afweging te kunnen maken over de omvang en invulling van een participatieproces.
1. Ja, als al die onderwerpen aan de orde komen is dit is een prima basis voor een afweging. 2. Nee, het is te veel en te ingewikkeld. Kan dat niet simpeler?
Stelling 5:
Als een initiatief weinig impact heeft, is dat een reden om helemaal geen participatieproces te doen. 1. Ja, participatie heeft dan geen zin. Wel moet je betrokkenen informeren. 2. Nee, je moet altijd aan participatie doen. Ook als iets weinig impact heeft. 3. Soms. Er kunnen namelijk andere redenen zijn dan de mate van impact om participatie te doen, zoals kwaliteit van het product of beleid verbeteren.
Hoe kan de raad participatie door de initiatiefnemer stimuleren? 1. Beleidskader participatie opstellen 2. Handreiking participatie opstellen 3. Actieve middelen inzetten (mogelijk maken, meedoen) 4. Via de vergunningaanvraag Door duidelijk aan te geven welke stappen de raad zal nemen wanneer alle belangen onvoldoende door de initiatiefnemer in beeld zijn gebracht 5. Door afspraken te maken met de initiatiefnemer over participatie en die vast te leggen in het startdocument, het resultaat van de Omgevingstafel of de anterieure overeenkomst 6. Door participatie te verplichten Kan alleen bij complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Stelling 6
Als we participatie verplichten bij bepaalde complexe buitenplanse activiteiten dan willen we ook eisen stellen aan de kwaliteit van het participatieproces.
1. Ja, dat zijn dezelfde eisen als die die we aan onze eigen participatieprocessen stellen 2. Ja, op hoofdlijnen. We voeren met de initiatiefnemer het goede gesprek en leggen de afspraken vast. 3. Nee, het is voldoende om participatie te verplichten. De mogelijkheden die we als raad hebben om in te grijpen bij de besluitvorming zijn voldoende.
Stelling 7 De gemeente moet initiatiefnemers niet alleen stimuleren maar ook actief ondersteunen bij het vormgeven en uitvoeren van het participatieproces.
1. Ja, maar de huidige financiële positie van de gemeente laat dit op korte termijn niet toe. 2. Ja, maar dat geldt vooral voor initiatieven van kleine groepen inwoners die bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente. Grote partijen kunnen het zelf organiseren. 3. Ja, en dat doen we vooral door de initiatiefnemer te adviseren over de inrichting van het participatieproces. 4. Nee, dat is een zaak van de initiatiefnemer zelf.