OUD - Concept Beleidskader Participatie Velsen 2022-2026.pdf
Tekst van het document
Participatie klein
Participatieniveau bepalen – Raadplegen/ Samen maken of samen beslissen. Belangengroepen bepalen Informeren Gericht uitnodigen Werkvormen bepalen Online platform gebruiken Meerdere gespreksrondes en werkvormen gebruiken Uitkomsten gesprek en oplossingen delen Participatieverslag Eventueel formele inspraak Terugkoppeling Evaluatie
● ● ● ● ● ● ●
Belangengroepen bepalen Informeren Gespreksronde Uitkomsten gesprek en oplossingen delen Participatieverslag Terugkoppeling Evaluatie
Geen participatie Informeren
We werken met kwaliteitseisen voor de uitvoering en evaluatie van participatie
Hieronder staan de belangrijkste democratische waarden die horen bij een participatieproces. Dit zijn de kwaliteitseisen waaraan we willen voldoen bij de uitvoering van de gemeentelijke participatieprocessen. Onze houding is: ●
●
● ● ● ● ●
We stellen de samenleving centraal. Met samenleving bedoelen we de inwoners, bewonersorganisaties, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke instellingen. Iedereen die woont, leeft, onderneemt of iets doet/wil in Velsen. We hebben aandacht voor verschillende belangengroepen die vaak ondervertegenwoordigd zijn in participatieprocessen zoals jongeren, ouderen, migranten, visueel en lichamelijk gehandicapten, etc. (inclusie en diversiteit). We zijn transparant. Communiceren vanaf het begin tot het einde van een participatieproces. Dus ook over de uitkomsten. We nemen mensen serieus en maken gebruik van hun kennis en ervaring. We vertrouwen op de kracht van de samenleving. We zoeken creatief naar oplossingen. We nemen als gemeentebestuur onze verantwoordelijkheid, maar laten ook zoveel mogelijk verantwoordelijkheid over aan inwoners, organisaties en bedrijven.
23
We zorgen ervoor dat: ● ● ● ● ● ● ●
De drempels om aan het gesprek mee te kunnen doen zo laag mogelijk zijn. De informatievoorziening optimaal is, zodat belangstellenden weten wat er speelt en mee kunnen doen. We duidelijk zijn over wie wanneer waarover beslist. Er duidelijke taal en werkvormen gebruikt worden (democratisch proces). Meestal een mix van online- en offlineparticipatie6. We de tijd nemen voor het proces, maar er ook voor zorgen dat het proces niet te lang duurt. We aandacht hebben voor de hoeveelheid tijd/geld en energie die het vraagt van zowel de deelnemers aan het proces als van de gemeentelijke organisatie. We het participatieproces evalueren en geleerde lessen worden toegepast in andere participatieprocessen.
Ambtenaren worden, indien nodig, getraind en opgeleid om aan de verwachtingen van de samenleving, raad en het college te kunnen voldoen.
We werken in verschillende fases
De uitkomsten van een participatieproces zijn niet voorspelbaar. Dat maakt participatie belangrijk en spannend. Wel is het mogelijk om voor alle betrokkenen het proces zo helder mogelijk te maken. Dit geldt voor elk initiatief, groot of klein en kan afkomstig zijn van verschillende initiatiefnemers. Dus ook van de gemeente zelf. Bij een initiatief is er sprake van zes verschillende fases namelijk; 1. Initiatieffase: is participatie verplicht, wenselijk of niet nodig? En welk niveau van participatie wordt verwacht. Dit wordt beoordeeld aan de intaketafel. 2. Ontwerpfase: het plan wordt uitgewerkt. Onderdeel daarvan is het maken van een participatieaanpak. 3. Definitief ontwerp: onderdeel hiervan is de uitkomst van het doorlopen participatieproces. Met wie is gesproken: Welke belangen zijn er in beeld? Zijn er tegenstrijdige belangen en zo ja, is er gesproken over oplossingen en welke zijn dat dan? Dit wordt een participatieverslag. 4. Tussenstap: is het wenselijk om op basis van het definitief ontwerp nog meer informatie op te halen? Bijvoorbeeld door zienswijzen op te vragen? 5. Besluit: door bestuurlijk orgaan (of door inwoners als dit is afgesproken). Hierbij rekening houdend met de opbrengst van het participatieproces. 6. Nazorg: informeren over het besluit. Evaluatie van zowel het resultaat als van het participatieproces.
Wat we leren van de uitkomsten nemen we me in andere participatieprocessen.
6 Met een mix van onlinemogelijkheden en fysieke bijeenkomsten stellen we mensen in staat om mee te doen
op de momenten dat het hen uitkomt.
24
25
7. We leggen de nadruk op wijkgerichte participatie Over het algemeen zijn mensen meer betrokken bij een onderwerp of plan dat hun directe woon- of leefomgeving raakt. Bijvoorbeeld als er woningen gebouwd gaan worden in de buurt of er een gezamenlijke behoefte is aan een bepaalde voorziening in de wijk. Om recht te doen aan de verschillen tussen dorpen en wijken in Velsen kiezen we de wijk als het vertrekpunt om het samenspel te organiseren.
Dit bedoelen we met wijkgerichte participatie
Wijkgerichte participatie betekent dat de gemeente haar best moet doen om inwoners en ondernemers in de wijk te betrekken bij onderwerpen die in die wijk spelen. We houden daarbij zoveel mogelijk de wijkindeling aan die Velsen kent. Dit betekent dat we inwoners van de wijk de mogelijkheid bieden om over initiatieven mee te praten. Maar niet dat we voor iedere wijk een wijkuitvoeringsplan opstellen, wijkmanagers aanstellen etc. In eerste instantie doen we dit voor initiatieven vanuit de gemeente. Wellicht kan dit in de toekomst worden uitgebreid naar andere initiatiefnemers dan die van de gemeente. Wijkgerichte participatie is geen garantie dat mensen ook gebruik maken van de kans om aan het gesprek deel te nemen. Door de drempel zo laag mogelijk te maken stellen we iedereen in de gelegenheid om dit wel te doen. Soms door hen actief te vragen om te reageren op stellingen of vraagstukken. Een andere keer door mensen uit te nodigen voor gesprekken over het onderwerp. De belangrijkste uitdagingen daarbij zijn: ● ●
●
●
De inwoners op een goede en toegankelijke manier te informeren over de initiatieven in hun wijk of buurt. Participatie op wijkniveau zo te organiseren dat vraagstukken makkelijk aan de juiste mensen in een bepaald gebied kunnen worden voorgelegd. Dit kan de hele wijk zijn of een deel daarvan. Aandacht geven aan het bereiken van verschillende belangengroepen die vaak ondervertegenwoordigd zijn in participatieprocessen zoals jongeren, ouderen, migranten, visueel en lichamelijk gehandicapten, etc. Het bepalen van de rol van wijkplatforms, bewonersorganisaties en andere partijen bij wijkgerichte participatie.
Kaders voor wijkgerichte participatie Versterken van de onlinecommunicatie. ● Het omvormen van het Burgerpanel Velsen naar een Wijkpanel Velsen. Vragen kunnen dan op wijkniveau gesteld worden aan alle inwoners die aan de Wijkpanels deelnemen. Per wijk zijn er minimaal 300 mensen van 16 jaar en ouder deelnemer van het Wijkpanel. Hoe meer hoe beter. ● Onderzoeken of dit Wijkpanel ook via een app aangeboden kan worden, zodat inwoners direct kunnen reageren. Nu krijgen de deelnemers nog via een e-mail een uitnodiging om mee te doen. ● Het bestaande digitale platform www.samenspelvelsen.nl inrichten op wijkniveau. Op dit platform staat de informatie over alle participatieprocessen. Inwoners kunnen zich voor hun eigen wijk registreren zodat ze per mail wijkgericht geïnformeerd worden.
26
Meer gebruik maken van wijkgerichte participatievormen. Afhankelijk van het aantal deelnemers aan het gesprek en het doel van de participatie, kunnen er verschillende vormen ingezet worden zoals wijksafari’s, buurtbijeenkomsten, wijkwandelingen, werkbezoeken, veilingen etc..7 Gesprekspartners organiseren op wijkniveau. Gesprekken organiseren tussen wijkplatforms, inwoners, winkeliers, scholen, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. De gemeente regelt een tot twee keer per jaar het gesprek over wat de gesprekspartners belangrijk vinden in hun wijk. Ook de maatschappelijke opgaven van de gemeente worden hier besproken. Zij maken jaarlijks een plan dat door henzelf of in samenwerking met de gemeente en andere organisaties wordt uitgevoerd. De mogelijkheid onderzoeken van een Wijkforum. Dit betekent dat via een representatieve steekproef of via loting een aantal bewoners met een persoonlijke benadering en op persoonlijke titel wordt gevraagd deel te nemen aan dit forum. Daarnaast kan het (digitaal) wijkpanel worden ingezet ter ondersteuning. Het wijkforum bestaat dus uit een (tijdelijke) raad van bewoners aangevuld met een digitaal wijkpanel. Deze stelt een buurtagenda op aan hand van thema’s die het panel zelf kiest. Bewoners worden voor twee jaar geselecteerd en daarna nemen andere bewoners het stokje van hen over. Hoe de roulatie gaat, moet nog worden bepaald.
De huidige wijkplatforms kunnen mogelijk verder ontwikkeld worden tot wijkforums. Dit wordt samen met hen onderzocht en uitgewerkt.
7 Zie voor uitleg en voorbeelden ook de bijlage
27
8. We zetten in op meer en betere ondersteuning van initiatieven van en door inwoners In Velsen nemen steeds vaker mensen zelf het initiatief om iets te veranderen of verbeteren in hun leefomgeving. Vaak gaat dit over verbetering van de openbare ruimte. De gemeente staat open voor deze initiatieven, maar in de praktijk weten we elkaar nog niet altijd goed te bereiken. De gemeente wil initiatieven van inwoners zoveel mogelijk steunen, zonder deze over te nemen. Tot nu toe bestaat deze ondersteuning uit het wel of niet toekennen van geld uit het budget voor bewonersinitiatieven. Dit budget is echter niet algemeen bekend. Bovendien zijn er financiële drempels waardoor initiatiefnemers zich niet uitgenodigd voelen om hiervan gebruik te maken. Ook heeft Velsen nauwelijks een infrastructuur in de wijken met bijvoorbeeld wijkregisseurs die het aanspreekpunt zijn voor inwoners. Het is belangrijk dat (groepen) inwoners gestimuleerd worden om hun ideeën uit te voeren. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van moestuinen in de wijk of het plaatsen van bloemen en planten langs de openbare weg. Of de aanleg van een ooievaarsnest in Santpoort-Noord. De gemeente neemt de initiatieven dus niet over, maar wil deze breder ondersteunen. Bijvoorbeeld door • • •
•
•
Het verlagen van de financiële drempels voor financiering van bewonersinitiatieven. Experimenteren met een burgerbegroting of een systeem met vouchers zodat initiatieven van inwoners financieel ondersteund worden door andere inwoners. Het starten van initiatieven cafés waar mensen hun initiatief pitchen en andere initiatiefnemers, gemeente en externe financiers zoals banken of fondsen initiatieven kunnen adviseren of ondersteunen. Het starten van een initiatievenschool, waar initiatieven van bewoners op weg geholpen worden om het plan beter te maken, businessplannen te schrijven of meer info over fondsenwerving te krijgen. Jaarlijks alle initiatiefnemers feestelijk bij elkaar brengen om hen te waarderen.
Het Uitdaagrecht
Een overtreffende trap van ‘Samen beslissen’ is het Uitdaagrecht (Right to Challenge). Hierbij wordt de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een project onder voorwaarden overgenomen door inwoners. Bewoners kunnen het project soms goedkoper of efficiënter uitvoeren. Door draagvlak in de buurt is er een maatschappelijke meerwaarde. En er kunnen nieuwe combinaties ontstaan tussen bijvoorbeeld welzijnswerk en onderhoud van de openbare ruimte. Gemeente Velsen staat vanaf 2022 open voor experimenten in het kader van het Uitdaagrecht. De voorwaarden hiervoor worden samen met de gemeenteraad uitgewerkt.
28
9. We stellen participatie bij complexe projecten in de fysieke leefomgeving verplicht Juist bij projecten in de fysieke leefomgeving, zoals een woningbouwplan, de inrichting van een park of de herinrichting van een staat, vinden we het belangrijk dat belanghebbenden zo vroeg mogelijk bij het project worden betrokken. Het raakt immers de directe leefomgeving van de omwonenden. Daarom stellen we participatie verplicht in die gevallen, waarbij de initiatiefnemer een vergunning van B&W nodig heeft om van het bestemmingsplan/omgevingsplan af te wijken. Projecten waarbij de initiatiefnemer een vergunning van het college van B&W nodig heeft om van het bestemmingsplan/omgevingsplan af te wijken, zijn projecten die niet (precies) passen binnen de regels die gelden voor de plek waar ze gerealiseerd zouden moeten worden. Als het project wel bijdraagt aan de doelen van de gemeente (bijvoorbeeld meer ruimte voor wonen) dan kan het bestuur afwijken van de regels en toch een vergunning verlenen. Het is dan heel belangrijk dat alle belangen in beeld worden gebracht, om een goed besluit te kunnen nemen. We maken daarom gebruik van de mogelijkheid die de Omgevingswet ons biedt, in die gevallen participatie verplicht te stellen. Dat leggen we nu vast in dit beleidskader en nemen we op in de inspraak- en participatieverordening.
De verplichting geldt voor alle initiatieven waarvoor een afwijkvergunning wordt aangevraagd, vanaf de dag dat de Omgevingswet ingaat.
Wat als de initiatiefnemer de samenleving niet of onvoldoende betrekt bij de voorbereiding van het fysieke project? Geen participatietraject uitvoeren, terwijl dat wel wenselijk is, is een gemiste kans. Voor de initiatiefnemer omdat hij geen gebruik heeft gemaakt van kennis en kunde uit de samenleving. Voor de belanghebbenden, die zich niet door de initiatiefnemer gehoord voelen. En voor het college en de raad, omdat in de aanloop naar de besluitvorming niet alle belangen of de belangen onvoldoende in beeld zijn gebracht. Het college en de raad hebben dan een aantal mogelijkheden om alsnog inzicht te krijgen in de belangen (zie bijlage 4 voor een uitgebreide beschrijving van de situaties waarvoor dit geldt). 1. De gemeente verzoekt de initiatiefnemer alsnog om belangen bij derden op te halen (en de initiatiefnemer zoekt contact met derden). 2. De gemeente zoekt zelf contact met derden om belangen op te halen. 3. De gemeente start een zienswijzeprocedure en verlengt de beslistermijn met zes weken. Het is afhankelijk van de omvang van het project en het vermoedelijke aantal belangen dat er speelt, voor welke optie op dat moment wordt gekozen. Het college en de raad betrekken de zo verkregen informatie bij de integrale afweging bij het besluit op de aanvraag.
29
10. Van beleid naar uitvoering Groeimodel Na vaststelling van het beleidskader worden verschillende onderdelen die hieronder zijn benoemd verder uitgewerkt. Acties die helpen om participatie robuust te maken. Maar vooral ook door participatieprocessen te blijven doen en hiervan te leren. Een groeimodel waarbij we ruimte geven aan initiatieven, participatie daarmee verbinden en zo te komen tot betere democratische besluiten.
Opstellen handreiking Participatie Een handreiking is een document dat initiatiefnemers helpt bij het starten van een participatieproces. Ik heb een plan/initiatief! Waar begin ik en hoe betrek ik anderen daarbij? Dit gaat natuurlijk alleen over initiatieven waarbij er een rol voor de gemeente is. Bijvoorbeeld omdat er een vergunning, besluit of financiële ondersteuning bij nodig is. De handreiking kan ondersteund worden door een (niet-verplichte) checklist, animaties of infographics. Er staan allerlei aandachtspunten in die belangrijk zijn om over na te denken. De checklist bevat ook een overzicht van participatie-instrumenten en werkvormen die gebruikt kunnen worden tijdens een participatieproces. De gemeente werkt zelf ook met deze checklist.
Opstellen Participatieverordening De VNG heeft een ‘Voorbeeld Verordening participatie (en uitdaagrecht)’ opgesteld. Op basis van het beleidskader zal, na vaststelling door de gemeenteraad in 2021 een Velsense verordening worden opgesteld. Deze vervangt dan de ‘Inspraak en samenspraakverordening’ uit 2010. Indien mogelijk wordt daarin ook het uitdaagrecht opgenomen (zie hieronder). In deze verordening worden ook elementen verwerkt van de processen die de gemeenteraad tot zijn beschikking heeft zoals inspraak en het burgerinitiatief.
Uitwerken wijkgerichte participatie Met wijkgerichte participatie bedoelen we vooral dat we moeite doen om inwoners en ondernemers in de wijk te betrekken bij onderwerpen die in die wijk spelen. We houden daarbij zoveel mogelijk de wijkindeling aan die Velsen kent. De wijken in Velsen zijn heel verschillend. Er zijn in september 2021 vier wijken met een Wijkplatform. Deze zijn in IJmuiden-Noord, IJmuiden-Zuid, Zee- en Duinwijk en Velsen-Noord. Er zijn actieve bewonersorganisaties. En bijna overal zijn er maatschappelijke, culturele en sportieve organisaties. We willen onderzoeken of, en zo ja, hoe we deze meer kunnen betrekken bij dat wat er in de wijk belangrijk is. Dit kan bijvoorbeeld door regelmatig werkoverleggen te organiseren met vertegenwoordigers uit deze verschillende groepen. Hierbij komen ook de maatschappelijke opgaven van de gemeente aan bod. Met elkaar zoeken we naar de belangrijkste waarden en zoeken we naar oplossingen.
30
Een ander idee is het starten van een wijkforum. Hierbij gaat een aantal willekeurig gekozen wijkbewoners aan de slag met het maken van een buurtagenda op basis van thema’s die het forum zelf kiest. Ze kunnen daarbij (digitaal) steun en advies vragen aan een groep van minimaal 300 wijkbewoners Dit idee moet verder uitgewerkt worden, bij voorkeur met de bestaande wijkplatforms en/of bewonersorganisaties. Met bovenstaande voorbeelden kan in verschillende wijken worden geëxperimenteerd.
Uitwerken uitdaagrecht Een van de nadere uitwerkingen van het beleidskader is het vormgeven aan het uitdaagrecht. Via dit uitdaagrecht kunnen inwoners hun gemeente uitdagen om gemeentelijke taken (en budget) aan hen over te dragen om hun buurt te verbeteren. Dit als ze denken dat ze het leuker, beter, slimmer en/of goedkoper kunnen doen. Ons college heeft in zijn collegeprogramma opgenomen dit actief mogelijk te maken. Het sluit bovendien naadloos aan bij de missie van de raad.
Verankeren van de spelregels in de advisering aan college en raad De spelregels die in dit beleidskader zijn vastgelegd, hebben gevolgen voor de inhoud van de adviezen en bijbehorende formulieren aan het college en de raad. Bij het opstellen van de handreiking maken we de aanpassingen concreet, zodat ze goed kunnen worden ingevoerd.
PLANNING 2022 START EN OEFENEN MET DE INTAKETAFEL
Initiatieven, ook die van de gemeente zelf, worden ambtelijk beoordeeld op impact en participatieniveau. Initiatiefnemers krijgen binnen twee weken te horen of een initiatief kansrijk is om verder te ontwikkelen. Er wordt dan ook meegegeven wat er op het gebied van participatie van hen verwacht wordt.
BEPALEN AANDACHTSGEBIEDEN GEMEENTERAAD
De gemeenteraad bepaalt vooraf bij welke participatieprocessen hij nauw betrokken wil zijn. Dit wordt jaarlijks geagendeerd Het college van B&W informeert de gemeenteraad periodiek over de participatieprocessen met veel impact. Een verordening wordt gemaakt op basis van vastgesteld beleid participatie en vastgesteld door de gemeenteraad Handreiking is klaar voor het maken van een participatieaanpak en het uitvoeren van een participatieproces. Een toolbox met mogelijke werkvormen is daar onderdeel van
INFORMEREN VAN DE GEMEENTERAAD
VERORDENING PARTICIPATIE
HANDREIKING PARTICIPATIE
31
EVALUEREN VAN PARTICIPATIEPROCESSEN PARTICIPATIERAAD
WIJKPLATFORMS
VAN BURGERPANEL NAAR WIJKPANELS
DIGITAAL PARTICIPATIEPLATFORM INRICHTEN OP WIJKNIVEAU UITDAAGRECHT MOGELIJK VOOR INWONERS
TRAININGEN PARTICIPATIE VOOR PROJECTLEIDERS EN UITVOERDERS
Participatieprocessen worden altijd geëvalueerd. Lessen hieruit worden toegepast bij volgende processen. Zo blijft participatie zich ontwikkelen. De gemeente zoekt altijd contact met de Participatieraad Velsen bij onderwerpen die het sociaal domein raken. Dit zodat er door hen meegedacht kan worden over de participatieaanpak. Samen met wijkplatforms wordt gekeken hoe wijkgerichte participatie meer inhoud kan krijgen en welke rol zij daarbij willen en kunnen hebben. Dit kan per wijk verschillend zijn. Participatie wordt vooral op wijkniveau georganiseerd. Dit betekent dat de communicatiekanalen ook meer op wijkniveau worden ingericht zoals digitale wijkpanels. Samenspelvelsen.nl wordt ingericht op wijkniveau. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden om via een app mensen direct te informeren over initiatieven in hun wijk Het Uitdaagrecht (Right to Challenge) is een mogelijkheid aan inwoners om taken van de gemeente over te nemen als ze dit slimmer of goedkoper kunnen doen. De voorwaarden hiervoor worden uitgewerkt. Dit over het werken via de intaketafel, het maken van een participatieaanpak en het uitvoeren van participatieprocessen. Hierbij wordt ook geleerd van elkaars ervaringen.
2023 WIJKBIJEENKOMSTEN
START INITIATIEVENCAFE START INITIATIEVENSCHOOL
START FINANCIEEL ONDERSTEUNEN VAN INITIATIEVEN DOOR INWONERS
FEEST VAN INITIATIEVEN
Twee keer per jaar zijn er per wijk bijeenkomsten met organisaties die in de wijk actief zijn. Naast al bestaande wijkplatforms zijn dit bijvoorbeeld bewonersorganisaties, sportverenigingen, scholen, winkeliersverenigingen, kerken, maatschappelijke organisaties etc. Zij maken samen met de gemeente plannen voor de hele wijk waarbij ook de gemeentelijke maatschappelijke opgaven onderwerp van gesprek zijn. Een Initiatievencafé, (ontmoeten, leren en netwerken tussen initiatiefnemers en met andere partners zoals banken en fondsen). Het starten van een initiatievenschool. Hierbij worden inwoners op weg geholpen worden om het plan voor hun initiatief beter te maken, businessplannen te schrijven of meer info over fondsenwerving te krijgen Het financieel ondersteunen van initiatieven door het toekennen van subsidie of door het organiseren van bijvoorbeeld een burgerbegroting of financiële waardering door buurtbewoners via vouchers. Dit moet nader uitgewerkt worden Jaarlijks alle initiatiefnemers feestelijk bij elkaar brengen om hen te waarderen.
32
11. Haalbaarheid/uitvoerbaarheid Dit beleidskader geeft richting aan de ambitie van de gemeenteraad om te gaan voor uitmuntende burger- en overheidsparticipatie. Het is belangrijk om te beseffen dat we participatie al heel goed doen. Tientallen bijeenkomsten per jaar, waarvan tijdens de coronaperiode veel online. De onderwerpen waren uiteenlopend. Van parkeerzones bij de Kennemerlaan tot herstelwerk bij de Bastions in Velserbroek. Van de dorpsdialoog in Driehuis tot de inrichting van speelplekken/hondenuitlaatplekken. Er waren onderwerpen met veel emoties. Bij andere projecten ging het gemakkelijker. Ook zijn er initiatieven van inwoners gerealiseerd. Ooievaarsnesten in Santpoort-Zuid, moestuinen in IJmuiden en de naamgeving van het Promenadepark in Velserbroek.
Opleiden en trainen
De hoge ambities voor participatie vragen om goede begeleiding van participatieprocessen door medewerkers binnen de ambtelijke organisatie. Met name bij beleidsvoorbereiding en projecten. Dit vraagt tijd, kennis en vaardigheden om participatieprocessen goed voor te bereiden en uit te voeren. Hiervoor worden trainingsprogramma’s ontwikkeld waarbij medewerkers ook van elkaar leren. Ook worden er praktische hulpmiddelen ontwikkeld zoals een participatieaanpak en een overzicht van mogelijke participatievormen Het vraagt ook om een andere benadering van initiatiefnemers. Er ligt veel verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer op het gebied van participatie. Maar de gemeente beoordeelt wel of dat ook goed is gegaan. Daar zal de gemeente in moeten leren. Participatieverslagen met daarin de uitkomsten van een participatieproces helpen daarbij.
Budget
Participatie vraagt om structureel budget voor het uitvoeren van participatieprocessen bij de gemeentelijke initiatieven. Het bereiken van mensen, huren van ruimte, inhuren van expertise en het maken van communicatiemiddelen zijn essentiële onderdelen bij participatieprocessen. Bij grotere projecten kan gekozen worden voor de inhuur van externe participatieadviseurs/bureaus.
Aanjagers en aanspreekpunten
Er is tot nu toe nauwelijks capaciteit beschikbaar voor verbinders in de wijken. Dit zijn ambtenaren die structureel in gesprek zijn met inwoners. Die initiatieven stimuleren en contact maken en houden met maatschappelijke en bewonersorganisaties. Dit is nodig bij de realisatie van wijkgerichte participatie.
33
Bijlagen
34
Bijlage 1: Basis voor participatiebeleid Het huidige participatiebeleid in Velsen is vastgelegd in het Beleidskader participatie “We houden contact” (28 januari 2010). Dit beleid is in 2012 geëvalueerd. In 2017 deed de Rekenkamer onderzoek naar de kwaliteit van participatie in Velsen. Hieruit kwam onder andere naar voren dat: ● ● ● ● ● ●
Een handzaam afwegingskader gewenst is. Praktische handvatten nodig zijn voor de uitvoering door de ambtelijke organisatie. Het moeilijk is om inwoners te bereiken die niet georganiseerd zijn zoals wijkplatforms of buurtorganisaties. De gemeente transparanter moet zijn over haar bedoelingen en een duidelijke positie moet innemen. Vaker participatieprocessen moet evalueren en de successen laten zien. Een verbinding gemaakt wordt tussen gebiedsgerichte aanpak en participatiebeleid.
Naast participatiebeleid zijn er in de loop van de afgelopen jaren meerdere visies ontwikkeld die omschrijven hoe we als gemeente samen met inwoners en bedrijven willen samenwerken. Deze zijn onder andere beschreven in: • • • • •
Strategische agenda 2020 (voorjaar 2017) Vernieuwing (cliënt)participatie IJmond. Vastgesteld door de gemeenteraden van Beverwijk, Heemskerk en Velsen. (December 2017) Raadsakkoord gemeente Velsen 2018 – 2022 ‘Samenspel’. Collegeprogramma Velsen komt naar je toe 2018 – 2022 Thema’s in Samenspel en bestuursopdracht aanpak Actualisatie Visie op Velsen. (September 2019)
Over participatie staat hierin onder andere: ●
● ●
● ● ● ●
De raad wil bij de uitwerking van maatschappelijke opgaven, beleid en projecten uitgebreid in gesprek met de inwoners en belanghebbenden. Daarbij wil de raad, samen met het college, nader onderzoeken op welke digitale wijze we dit het beste kunnen organiseren. De gemeenteraad wil zoveel mogelijk ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving. Van de gemeente Velsen mag verwacht worden dat zij initiatieven steunt. En dat zij de diverse partners in een zo vroeg mogelijk stadium betrekt bij plannen en besluitvorming van de gemeente. Jongeren verdienen ook aandacht. Belanghebbenden houden we op de hoogte van status en voortgang van gemeentelijke projecten. Samenspel gaat om inspraak en overleg voordat we starten. We zetten ons keihard in voor uitmuntende burgerparticipatie. Tussen 2018 en 2020 nemen we de ruimte om te leren en te experimenteren. Vooral op het gebied van leefbaarheid en leefomgeving, veiligheid en bereikbaarheid. Pas daarna gaan we dat structureel vastleggen in beleid.
35
● ●
We betrekken bewoners, verenigingen van eigenaren, corporaties, coöperatieve verenigingen, scholen en bedrijven actief bij duurzaamheidsmaatregelen. We voeren gesprekken met mensen die dat nodig hebben.
Ook is er bij bestemmingsplannen een afwegingskader gemaakt voor participatie: ‘Afwegingskader Omgevingsparticipatie Bestemmingsplannen’ van 2 juli 2019. Tot slot zijn regels en afspraken vastgelegd in verschillende verordeningen. Dit zijn: • •
Inspraak- en samenspraakverordening 2010 Referendumverordening 2012
In voorbereiding zijn: • •
Concept verordening Participatie en Inspraak Handreiking Participatie
36
Bijlage 2: Project Democratische kwaliteit Tussen september 2018 en juni 2019 is een project ‘democratische kwaliteit’ doorlopen. Hoe geven we vorm aan democratische waarden? Hierover is gesproken binnen de gemeenteraad, het college van B&W en de ambtelijke organisatie. Er is onderzocht waar democratische verbeteringen mogelijk zijn. Ook is het gesprek gevoerd over een gezamenlijke visie en werkwijze. Daarnaast is er nagedacht over het duurzaam versterken van de democratie en herverdeling van zeggenschap. Wie gaat waar over? De uitkomsten staan in de rapportage; ‘Tussenstop’. Hierin staat onder andere: • • •
• •
• • • • •
Kijk naar participatieprocessen vanuit een aantal democratische waarden: inclusie, deliberatie, transparantie, zeggenschap, efficiency en democratische vaardigheden. Maak als organisatie gebruik van een wegingskader; “Samenspel Meer en Vaker?” om aan het bestuur te adviseren wat de intensiteit moet zijn bij participatie. De gemeenteraad wil actief betrokken worden bij de participatieprocessen rond thema’s die hij belangrijk vindt. Dit zijn de Omgevingswet (Nb pilot Driehuis), het Lokaal Klimaatakkoord en de Visie op Velsen. Advies om die te ontwerpen met bewoners en niet voor bewoners. Het college moet voor de ‘Woonvisie’ en ‘Samenwerking in de IJmond’ ruimte geven aan inwoners om mee te denken. Start met drie pilots gebiedsgericht werken. De ‘Dorpsdialoog Driehuis’, ‘Ontmoetingen in Velsen’ (Velserbroek en IJmuiden Noord en Zuid) en ’Geldstromen in de stad’ in relatie tot GIDS-projecten in Velsen-Noord. Werk als organisatie meer met actorenanalyses zodat samenspel voorspelbaarder wordt. Breng dilemma’s en tegenstellingen uit het gesprek met de gemeenschap duidelijk naar voren. Signaleer en sluit aan bij initiatieven uit de samenleving. Maak ruim baan voor plannen, ideeën en initiatieven uit de samenleving. Experimenteer met nieuwe democratische vormen van meebeslissen. Bijvoorbeeld Buurtrechten en Right to Challenge.
37
Bijlage 3: Gebruikte werkvormen in Velsen (niet volledig) • Kettingreactie - In gesprek gaan met een kleine groep, waarna iedereen weer iemand extra meeneemt voor het vervolggesprek. • Straatreferendum - Bindende enquête als er in een afgebakend gebied verschillend over een thema gedacht wordt. • Participatiekompas – Eerste bijeenkomst van een initiatiefnemer van een project. Hierbij zijn meerdere betrokkenen van de gemeente aanwezig. (Ambtelijk en bestuurlijk) Aan de hand van vragen kijken we met elkaar naar wat nodig is op dat moment in het proces. • Aansluiten bij diverse buurtinitiatieven van bewoners. Dit door in gesprek te gaan, op weg te helpen en daarna de verantwoordelijkheid weer bij de initiatiefnemers te leggen. Soms kunnen we geld geven in de vorm van subsidie. Soms worden er letterlijk en figuurlijke obstakels weggewerkt. • Methodiek van De Nieuwe Route van Anke Siegers. Gebruikt bij de Natuurspeeltuin in Zeewijk om verschillende ideaalbeelden en vragen van belanghebbenden bij elkaar te krijgen. Samen zoeken naar oplossingen. • Spiegelgesprekken- Methodiek om mensen uit een bepaalde doelgroep met elkaar in gesprek te laten gaan. Vaak binnen het sociaal domein. Ambtenaren en of externe organisaties luisteren naar wat er gezegd wordt, maar hebben geen actieve rol.
• Kraampje mee naar de speelplek - Met kinderen in gesprek over het opknappen of maken van een nieuwe of bestaande speelplek. Dit gebeurt vooral voor en na de zomer. Vanaf nu bij alle speeltuinprojecten. • Straatenquête – Vooraf in een afgebakend gebied, vragen of meer mensen het probleem ervaren dat door enkele in de wijk of straat is genoemd. • Pitchen. Ideeën ophalen bij mensen en hen dat laten pitchen voor publiek. Daarna laten beoordelen door een jury en door inwoners
38
Bijlage 4: De Omgevingswet en het beleidskader Participatie Participatie in de Omgevingswet Participatie is in Nederland voor het eerst wettelijk verankerd in de Omgevingswet. In de wet wordt participatie gedefinieerd als: het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van alle belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid of het uitwerken van een ruimtelijk initiatief. Het Rijk vindt dat belangrijk, omdat je daarmee ruimte geeft om informatie, kennis, belangen en standpunten te delen. Bovendien kan participatie leiden tot beter beleid en betere projecten. Tot slot kan participatie leiden tot meer begrip voor beleid en projecten. In sommige gevallen kun je er zelfs draagvlak mee creëren. Wettelijke Belanghebbenden Wie je moet betrekken is afhankelijk van het beleid dat je maakt of het ruimtelijke initiatief dat je verder wil brengen. Onder de belanghebbenden rekent het Rijk de burgers, bedrijven, maatschappelijke organen en andere overheden. De definitie van participatie in het concept-Beleidskader ligt in het verlengde van de definitie van participatie in de Omgevingswet. Onder de belanghebbenden rekent de gemeente haar inwoners, de ondernemers, maatschappelijke instellingen en andere overheden.
Afbakening van participatie In de Omgevingswet wordt participatie juridisch afgebakend. Er staat daarom ook in wat het Rijk niet met participatie bedoeld: •
Participatie is geen vervanging van rechtsbescherming Rechtsbescherming gaat over de gang naar de rechter nadat een besluit is genomen over een beleidsdocument of een uitvoeringsproject. Hiervoor sluit de Omgevingswet aan bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
•
Participatie is geen doel op zich Het bevoegd gezag (in ons geval het college of de raad) verzamelt bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen t.a.v. beleid of een uitvoeringsproces. Daarop neemt het bevoegd gezag een besluit en moet ze dat besluit ook motiveren (artikel 3.4 en 3/6 Awb). Participatie is daarmee een onderdeel van deze belangenafweging en staat niet op zichzelf.
Ook in het concept Beleidskader maken we onderscheid tussen participatie en de juridische gang naar de rechter. De juridische gang naar de rechter is dan ook geen onderdeel van het beleidskader. Waar we wel in het beleidskader wel kort aandacht aan besteden is het recht op inspraak voorafgaand aan de besluitvorming (pagina 9). Los van het participatieproces kan en/of moet de gemeente beleidsvoornemens voorleggen aan de samenleving (ter inzage leggen).
Gevolgen voor de gemeente en andere initiatiefnemers Door de Omgevingswet: •
Wordt de gemeente verplicht participatiebeleid op te stellen en dat te vertalen naar een participatie- en inspraakverordening
39
•
Wordt participatie verplicht voor de gemeente: •
Bij het opstellen van de omgevingsvisie
•
Bij het maken van een omgevingsplan
•
Bij het opstellen van een ‘omgevingswet’-programma
•
Wordt participatie expliciet de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Die maakt de keuze of participatie zinvol is en hoe ze de belanghebbenden betrekt.
•
Kan de gemeente alleen in bepaalde gevallen de initiatiefnemer tot participatie verplichten.
Met het beleidskader geven we invulling aan de verplichting om participatiebeleid te maken. Na vaststellen van het beleidskader volgt de uitwerking in een inspraak- en participatieverordening. In het beleidskader is het uitgangspunt dat de gemeente de samenleving bij alle beleids- en uitvoeringsprojecten betrekt, tenzij er geen ruimte is voor beïnvloeding. Participatie is dus ook verplicht bij de omgevingsvisie, het omgevingsplan en een ‘omgevingswet’-programma. Bij participatie in het kader van de Omgevingswet is het voor ruimtelijke initiatieven aan de initiatiefnemer om zelf vorm te geven aan de participatie. In Samen aan Zet (ambitiedocument Invoering Omgevingswet) heeft de raad vastgesteld: 1. Velsen zet volop in op samenspel en vertrouwen bij initiatieven uit de samenleving. Als uitgangspunt geldt dat we participatie bij initiatieven stimuleren en faciliteren. 2. Voor plannen die erg afwijken van het Omgevingsplan (zgn. complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waar een vergunning van B&W voor nodig is om af te wijken van het Omgevingsplan) en waarbij we veel maatschappelijke belangentegenstellingen verwachten, maken we een uitzondering. In die gevallen stellen we participatie verplicht. In het beleidskader Participatie concretiseren we nader hoe we participatie stimuleren en bij welke specifieke gevallen de raad participatie verplicht stelt.
Verplichte participatie De gemeente mag volgens de omgevingswet participatie bij een omgevingsvergunning in principe niet verplicht stellen. Maar daarop is dus een uitzondering. De gemeenteraad kan bepalen dat participatie in complexe gevallen waarbij iemand een vergunning van B&W nodig heeft om van het omgevingsplan af te wijken, wel verplicht is. Hoe definiëren we complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten In lijn met de Omgevingswet zijn er verschillende opties mogelijk om complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten te definiëren. 1. Participatie verplichten bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Voordeel is dat de regel simpel is. Nadeel is dat de regel niet in aansluit bij het basisprincipe van vertrouwen uit de Omgevingswet.
40
2. Aansluiten bij de Algemene Verklaring van geen bedenkingen (straks het Adviesrecht) Er zijn gemeenten die dat doen. Voordeel is een relatief simpele regeling, die past binnen de Omgevingswet en aansluit bij de lijn van Velsen om participatie zoveel mogelijk te stimuleren. In Velsen zou de definitie van complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten dan als volgt kunnen worden gedefinieerd: Regel uit de algemene VVGB; De raad hoeft geen VGGB meer af te geven voor de volgende categorieën initiatieven:
Participatie is verplicht bij buitenplanse omgevingsplaninitiatieven uit de samenleving:
Maximaal tien woningen binnen bestaand stedelijk gebied en één woning buiten bestaand stedelijk gebied
Bij meer dan tien woningen in bestaand stedelijk gebied en meer dan één woning buiten bestaand stedelijk gebied
Maximaal 500 vierkante meter binnen bestaand stedelijk gebied en maximaal 200vierkante meter daarbuiten als het gaat om maatschappelijke en commerciële gronden
Binnen bestaand stedelijk gebied met meer dan 500 vierkante meter maatschappelijke en commerciële gronden Buiten bestaand stedelijk gebied met meer dan 200 vierkante meter maatschappelijke en commerciële gronden
Projecten in relatie tot infrastructuur Wanneer het initiatief binnen één van de eerder genoemde categorieën vallen én zich bevinden binnen beschermd dorpsgezicht of het is een gemeentelijk, provinciaal of Rijksmonument dan is het afgeven van een VVGB alsnog verplicht.
Als het initiatief (deels) ligt binnen beschermd dorpsgezicht of er sprake is van (gedeeltelijke) aanpassing van een gemeentelijk, provinciaal of Rijksmonument (ongeacht het aantal woningen of vierkante meters maatschappelijke en commerciële gronden.
Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten anders dan wonen en/of maatschappelijke en commerciële gronden of een combinatie daarmee
In het concept beleidskader Participatie kiezen we er in eerste instantie voor om participatie bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht te stellen. We vragen de ontwikkelaars via het beleidskader ook om daarvoor het gemeentelijk of een ander beproefd voorbereidingsproces te gebruiken. In de handreiking die we op basis van het Beleidskader maken, werken we de stappen nader uit in bijvoorbeeld formats en methoden. Na 2 jaar evalueren we de verplichte participatie en bezien we of we het aantal gevallen waarin we participatie verplicht stellen kunnen beperken, in lijn met de huidige Algemene Verklaring van Geen Bedenkingen, straks het Adviesrecht onder de Omgevingswet.
Wat als de initiatiefnemer de samenleving niet of onvoldoende betrekt bij de voorbereiding van het project? Geen participatietraject uitvoeren, terwijl dat wel wenselijk is, is een gemiste kans. Voor de initiatiefnemer omdat hij geen gebruik heeft gemaakt van kennis en kunde uit de samenleving. Voor de belanghebbenden, die zich niet door de initiatiefnemer gehoord voelen. En voor het college en de raad, omdat in de aanloop naar de besluitvorming niet alle belangen of de belangen onvoldoende in
41
beeld zijn gebracht. Het college en de raad hebben dan een aantal mogelijkheden om alsnog inzicht te krijgen in de belangen. 1. Aanvraagvereiste participatie In de omgevingsregeling is een aanvraagvereiste participatie opgenomen. De initiatiefnemer (dat kan ook een gemeente zijn) van een aanvraag van een omgevingsvergunning moet aangeven of en zo ja, hoe hij invulling heeft gegeven aan participatie heeft gedaan (middels een beschrijving). Optie 1: Er is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarbij de aanvraagvereiste participatie niet is ingevuld door de initiatiefnemer. Actie 1:
De gemeente neemt deze aanvraag dan niet in behandeling. De initiatiefnemer wordt gevraagd deze informatie alsnog te verstrekken.
Optie 2 Er is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarbij bij de aanvraagvereiste participatie is ingevuld met een "nee". Er is niet aan participatie gedaan. De gemeente vindt echter dat er belangen van derden hadden moeten worden opgehaald. Actie 1
I De gemeente verzoekt de initiatiefnemer alsnog om belangen bij derden op te halen (en de initiatiefnemer zoekt contact met derden). Overige informatie hierover is te vinden in de nota van toelichting Omgevingsbesluit (p.135) of II De gemeente zoekt zelf contact met derden om belangen op te halen.
Of
III Het bevoegd gezag start een zienswijzeprocedure en verlengt de beslistermijn met zes weken.
Actie 2
Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale afweging bij het besluit op de aanvraag.
Optie 3: Er is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarbij bij de aanvraagvereiste participatie is ingevuld met een "nee". Er is niet aan participatie gedaan. Het bevoegd gezag is het met de initiatiefnemer eens dat het ophalen van belangen van derden niet nodig is.
42
Actie 1:
Het bevoegd gezag neemt een besluit op de aanvraag.
Optie 4: Er is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend waarbij bij de aanvraagvereiste participatie is ingevuld met een "ja", de beschrijving is bijgevoegd. De gemeente is van oordeel dat de uitkomsten van het participatieproces voldoende inzicht bieden in de verschillende belangen. Actie 1:
Het bevoegd gezag weegt de uitkomsten van het participatieproces mee bij integrale afweging en besluitvorming over de aanvraag.
Optie 5 Er is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend waarbij bij de aanvraagvereiste participatie is ingevuld met een "ja", de beschrijving is bijgevoegd. De gemeente is van oordeel dat de uitkomsten van het participatieproces onvoldoende inzicht bieden in de verschillende belangen. Actie 1
I De gemeente verzoekt de initiatiefnemer alsnog om belangen bij derden op te halen (en de initiatiefnemer zoekt contact met derden). Overige informatie hierover is te vinden in de nota van toelichting Omgevingsbesluit (p.135) of II De gemeente zoekt zelf contact met derden om belangen op te halen. of III Het bevoegd gezag start een zienswijzeprocedure en verlengt de beslistermijn met zes weken.
Actie 2
Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale afweging bij het besluit op de aanvraag.
Optie 6 Er is een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ingediend waarvoor participatie verplicht is gesteld door de gemeenteraad. De aanvraagvereiste participatie is ingevuld net een "ja", de beschrijving is bijgevoegd. De gemeente is van oordeel dat de uitkomsten van het participatieproces voldoende inzicht bieden in de verschillende belangen. Actie 1:
Het bevoegd gezag weegt de uitkomsten van het participatieproces mee bij integrale afweging en besluitvorming over de aanvraag.
Optie 7 Er is een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ingediend waarvoor participatie verplicht is gesteld door de gemeenteraad. De aanvraagvereiste
43
participatie is ingevuld net een "ja", de beschrijving is bijgevoegd. De gemeente is van oordeel dat de uitkomsten van het participatieproces onvoldoende inzicht bieden in de verschillende belangen. Actie 1
I De gemeente verzoekt de initiatiefnemer alsnog om belangen bij derden op te halen (en de initiatiefnemer zoekt contact met derden). Overige informatie hierover is te vinden in de nota van toelichting Omgevingsbesluit (p.135) of II De geneente zoekt zelf contact met derden om belangen op te halen. of III Het bevoegd gezag start een zienswijzeprocedure en verlengt de beslistermijn met zes weken.
Actie 2
Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale afweging bij het besluit op de aanvraag.
44