CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Evenementen in Spaarnwoude 2018 - Toelichting en Regels

Sessies Rooswijkzaal 9 juni 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 21.30 - 23.00 uur Evenementen in Spaarnwoude23.607 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE VELSEN SPAARNWOUDE ‐ EVENEMENTEN PARAPLUBESTEMMINGSPLAN

RBOI - Rotterdam bv Delftseplein 27b Postbus 150 3000 AD Rotterdam telefoon (010) 201 85 55 E-mail: info@rboi.nl

Paraplubestemmingsplan Spaarnwoude ‐ Evenementen

Velsen

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0453.BP1102EVENEMENTEN1‐O001

07‐10‐2016 04‐01‐2017 26‐06‐2018

concept concept 2 ontwerp vastgesteld

projectnummer:

045300.20160391 opdrachtleider:

Drs. J. Elias

aangesloten bij:

Delftseplein 27b postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-201 85 55 E-mail: info@rho.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Paraplubestemmingsplan

7

1.3

Ligging plangebied

8

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

9

1.5

Planvorm

9

1.6

Planproces

9

1.7

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Achtergronden

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Evenementen

11

2.3

Beleidsaspecten

18

2.4

Sectorale aspecten

22

Hoofdstuk 3

Juridische planregeling

33

3.1

Wettelijke vereisten

33

3.2

Regeling

33

3.3

Verbeelding

34

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

35

4.1

Economische uitvoerbaarheid

35

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35

Bijlagen toelichting Bijlage 1

37

Discussienota evenementen in Spaarnwoude 06‐01‐2016

39

Bijlage 2

Mobiliteitsonderzoek

41

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

43

Bijlage 4

Ecologisch onderzoek

45

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

47

Bijlage 6

QRA gasleidingen en wegen

49

Bijlage 7

Advies veiligheidsregio

51

Bijlage 8

Nota wettelijk voorverleg

53

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

4

Regels

55

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

57

Artikel 1

Begrippen

57

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

59

Artikel 2

Herziening en aanvulling van de bestemmingsregels

59

Hoofdstuk 3

Algemene regels

61

Artikel 3

Herziening en aanvulling van de Algemene regels

61

Hoofdstuk 4

Overgangs‐ en slotregels

67

Artikel 4

Overgangsrecht

67

Artikel 5

Slotregel

68

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

Toelichting

6

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Recreatieschap Noord‐Holland is beheerder van de gronden in recreatiegebied Spaarnwoude en Zuiderscheg. In het kader van het programma 'Op weg naar een duurzaam Spaarnwoude' heeft het recreatieschap de wens uitgesproken om het aantal evenementen per jaar uit te breiden. Ook wil men op meerdere locaties evenementen organiseren. Hiervoor worden drie locaties voorzien in Spaarnwoude en een locatie in het gebied Zuiderscheg. De wens voor extra evenementen komt voort uit de doelstelling van het recreatieschap om een meer duurzame bedrijfsvoering te ontwikkelen. Zij verstaan hieronder "het creëren van een gezonde financiële basis voor de toekomst en een nog aantrekkelijker groen‐ en recreatiegebied". In verschillende gemeentelijke visies en beleidsstukken (zoals de Visie op Velsen 2025) is de ambitie uitgesproken door de gemeente dat Spaarnwoude zich mag ontwikkelen als evenementenlocatie. De gemeenteraad van Velsen heeft op basis van een 'discussienotitie Evenementen in Spaarnwoude' (vastgesteld door de gemeenteraad van Velsen dd. 25‐02‐2016, als bijlage 1 opgenomen in dit bestemmingsplan) aangegeven positief te staan ten opzichte van de gewenste uitbreiding van het aantal evenementen en de organisatie op meerdere locaties.

Het aantal evenementen met bijbehorende dagen en het aantal bezoekers, zoals vastgelegd in de discussienotitie, is het uitgangspunt voor het bestemmingsplan. Dit paraplubestemmingsplan biedt het planologische kader (criteria met betrekking tot locatie) voor het mogelijk maken van planologisch relevante evenementen in recreatiegebied Spaarnwoude.

1.2

Paraplubestemmingsplan

In het gebied Spaarnwoude zijn in het vigerende bestemmingsplan Spaarnwoude (onherroepelijk 24 mei 2017) een tweetal locaties aangewezen om evenementen te organiseren. Het recreatieschap heeft de wens hier een locatie aan toe te voegen ten behoeve van grote evenementen. Het recreatieschap heeft ter plaatse van Zuiderscheg, het gebied tussen de rijkswegen A9, A22 en het Noordzeekanaal, aan de waterplas een nieuwe locatie voorzien om evenementen te organiseren. In 2016 zijn als proef reeds de festivals Full Moon en Promised Lands georganiseerd. Voor deze locatie is echter nog geen evenementenbeleid vastgelegd. Het juridisch‐planologisch regelen van grootschalige evenementen voor het recreatiegebied Spaarnwoude heeft betrekking op meerdere bestemmingsplannen. In verband hiermee is dit paraplubestemmingsplan opgesteld, dat betrekking heeft op de beide onderliggende bestemmingsplannen.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

8

Voorliggend paraplubestemmingsplan biedt het juridisch kader voor de locaties van de planologisch relevante evenementen. Het parapluplan bepaalt waar, welke evenementen mogen plaatsvinden en bepaalt de duur van de evenementen gedurende de perioden van het jaar. Het gaat daarbij niet om eenmalige evenementen die geen of maar een beperkte planologische relevantie hebben, maar om (jaarlijks) terugkerende meerdaagse evenementen, waaronder Dance Valley. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Velsen 2009 (6e wijziging) dient voor elk evenement nog wel vergunning te worden aangevraagd. Dit parapluplan zorgt daarbij tevens voor vergroting van rechtszekerheid (voor omwonenden en ondernemers/organisatoren) door het aanwijzen en vastleggen van de locaties als evenemententerrein.

1.3

Ligging plangebied

In onderstaande figuur 1.1 zijn de beoogde (nieuwe) evenementenlocaties weergegeven. Terrein 1 betreft het gebied Heuvels in het deelgebied Oosterbroek. Deze locatie ligt in het bestemmingsplan Spaarnwoude en is reeds bestemd voor evenementen. Terrein 2 ligt achter Boerderij Zorgvrij (hierna Zorgvrij) in het deelgebied Buitenhuizen. Deze locatie ligt ook in het bestemmingsplan Spaarnwoude en is reeds bestemd voor kleinschalige evenementen. Terrein 3, Benedenveld is een nieuwe evenementenlocatie. Deze locatie wordt bij evenementen op terrein 1 gebruikt als parkeerterrein. Het terrein heeft overlap met terrein 1 en ligt dan ook net als het terrein Heuvels in het deelgebied Oosterbroek. Terrein 4 ligt in het gebied Zuiderscheg. Dit betreft een nieuwe locatie voor evenementen. De locatie ligt in het vigerende bestemmingsplan Zuiderscheg (onherroepelijk 2011‐04‐22). Buiten de aangewezen terreinen is het op basis van dit paraplubestemmingsplan niet toegestaan om planologisch relevante evenementen te organiseren binnen het plangebied. Het organiseren van gebiedseigen evenementen is mogelijk binnen het gehele bestemmingsplangebied. Voor een uitgebreide beschrijving van gebiedseigen evenementen zie paragraaf 2.2.3

Figuur 1.1: Locaties evenemententerreinen

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

9

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

Dit paraplubestemmingsplan heeft betrekking op de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Plancodering Spaarnwoude Zuiderscheg

1.5

NL.IMRO.0453.BP1100SPAARNWOUDE1‐R003 NL.IMRO.0453.Bp1200ZUIDERSCHEG1‐I001

Datum vastgesteld / onherroepelijk onherroepelijk 2017‐05‐24 onherroepelijk 2011‐04‐22

Planvorm

Het paraplubestemmingsplan past de vigerende regeling van het bestemmingsplan Spaarnwoude op enkele onderdelen aan. Voor het bestemmingsplan Zuiderscheg worden nieuwe begrippen en een nieuwe regeling ten behoeve van evenementen toegevoegd. Uit de regels en verbeelding blijkt op welke punten de bestemmingsplannen zijn aangepast, dan wel aangevuld. In dit parapluplan zijn dan ook geen complete bestemmingen weergegeven, alleen de wijzigingen en aanvullingen zijn beschreven. Voor de volledige regeling van de desbetreffende gronden wordt verwezen naar de reeds inwerking zijnde bestemmingsplannen.

1.6

Planproces

Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de wettelijke overlegpartners. Daarna wordt het ontwerpbestemmingsplan voor burgers en bedrijven ter visie gelegd, waarbij aan eenieder de mogelijkheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen. De eventueel ingekomen zienswijzen worden beoordeeld en zo nodig verwerkt in het bestemmingsplan alvorens het door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Na vaststelling bestaat de mogelijkheid voor beroep. Voor een beschrijving van proces wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

1.7

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 komen de achtergronden van deze parapluherziening aan de orde. In hoofdstuk 3 is een toelichting gegeven op de juridische vormgeving. Hoofdstuk 4 gaat ten slotte in op de uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

10

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

11

Hoofdstuk 2

2.1

Achtergronden

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de nut en noodzaak van het opnemen van een regeling voor evenementen. Ook wordt in dit hoofdstuk het voornemen, het uitbreiden van het aantal locaties voor evenementen en het aantal evenementen, getoetst aan de beleids‐ en sectorale aspecten. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens nader ingegaan op de wijzigingen in de vigerende bestemmingsplannen en hoe de evenementenregeling is vastgelegd in dit paraplubestemmingsplan.

2.2

Evenementen

2.2.1 Aanleiding Het recreatieschap is een gemeenschappelijke regeling van meerdere gemeenten en de provincie Noord‐Holland. Het recreatieschap is verantwoordelijk voor het beheer van het natuurgebied Spaarnwoude. De gemeenten hebben het recreatieschap de opdracht gegeven om evenveel inkomsten als uitgaven te hebben. Spaarnwoude is echter een groot gebied om te onderhouden. Zodoende is het recreatieschap op zoek naar manieren om inkomsten te generen. Door grond te verpachten voor evenementen is dit mogelijk. Het recreatieschap Spaarnwoude heeft de uitdrukkelijke wens geuit om het aantal evenementen per jaar uit te breiden. Ook wil men op meerdere locaties evenementen organiseren. Deze wens komt voort uit de wens om een meer duurzame bedrijfsvoering te ontwikkelen. Zij verstaan hieronder "het creëren van een gezonde financiële basis voor de toekomst en een nog aantrekkelijker groen‐ en recreatiegebied". In verschillende gemeentelijke visies en beleidsstukken (zoals de Visie op Velsen 2025 en de recente structuurvisie) is de ambitie uitgesproken door de gemeente dat Spaarnwoude zich mag ontwikkelen als evenementenlocatie. 2.2.2 Evenementen recreatiegebied Spaarnwoude In het recreatiegebied Spaarnwoude worden meerdere evenementen per jaar georganiseerd.

Sinds enkele jaren is het als gevolg van meerdere uitspraken van de Raad van State ten aanzien van evenementen, noodzakelijk om voor evenemententerreinen en locaties te bepalen hoeveel evenementen per jaar maximaal zijn toegestaan. Daarbij moeten regels worden gesteld over het aantal evenementen per jaar, het soort evenementen en het aantal bezoekers. Hierbij mag uitgegaan worden van ervaringen uit het verleden. In het vigerende bestemmingsplan Spaarnwoude is dan ook een regeling opgenomen ten behoeve van het organiseren en houden van evenementen. De regeling in het bestemmingsplan Spaarnwoude is opgesteld op basis van het gemeentelijke evenementenbeleid (zie ook paragraaf 2.3.3) en een evenementen evaluatie gehouden in 2015. In het vigerende bestemmingsplan Zuiderscheg is een dergelijke regeling niet opgenomen, aangezien deze locatie ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan nog niet werd overwogen als locatie voor evenementen.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

12

Uitgangspunten evenementenbeleid Op 13 december 2007 heeft de gemeenteraad het Evenementenbeleid vastgesteld. In het Evenementenbeleid staat dat de gemeente graag ruimte biedt aan evenementen omdat zij:  Een sociaal maatschappelijke waarde hebben, het culturele leven in de gemeente ondersteunen en het leefklimaat kunnen versterken. Evenementen dragen bij aan de sfeer en levendigheid van de gemeente en kunnen ook bijdragen aan de saamhorigheid. Zij kunnen een extra reden zijn voor bewoners om elkaar te ontmoeten en/of samen te werken. Dit kan de cohesie binnen de lokale samenleving bevorderen en een gevoel van voldoening en zelfs trots geven.  Het toerisme in Velsen kunnen bevorderen. De bezoekers aan evenementen maken kennis met de gemeente waardoor een nieuw bezoek gestimuleerd wordt. Evenementen worden ook gezien als middel om de bekendheid van de gemeente/ IJmuiden aan Zee te vergroten en het imago te verbeteren (promotioneel belang).  Een economische spin‐off effect kunnen hebben voor de detailhandel en horeca. Gemiddeld wordt er bij een evenement 14 euro uitgegeven. Daarnaast hebben evenementen ook nog een economische spin‐off doordat landelijk gezien 70% van de bezoekers ongeveer 35 euro uitgeven in de stad van het evenement. Daarnaast zijn er verschillende indirecte bestedingseffecten via de toeleveranciers, schoonmaakbedrijven, bewaking e.d.

 Mogelijkheden bieden voor het verlengen van het zomerseizoen. Uitgangspunten evenementen evaluatie 2015 Per doelstelling is in 2015 bekeken wat er bereikt is sinds 2007.  Het vergroten van de economische spin off van evenementen: de economische waarde van evenementen is toegenomen van € 7,1 miljoen in 2007 naar € 11,2 miljoen in 2010, tot 12,2 miljoen in 2014. De economische spin off (bestedingen buiten het evenemententerrein) is echter gedaald van 2,1 miljoen in 2010, tot 1,5 miljoen in 2014. Verklaring is o.a. het vertrek van de Hiswa en het feit dat Sail in 2010 plaats vond.  Evenementen beter benutten om het profiel van de gemeente te versterken: evenementen zijn beter benut door evenementen extra te promoten die passen bij het profiel. Verder zijn evenementen met een grote media aandacht ingezet om het profiel van avontuurlijke kust en dynamische haven onder de aandacht te brengen van de (potentiële) bezoekers.  Evenementen benutten om Velsen/ IJmuiden op de kaart te zetten: evenementen zijn vooral ingezet om IJmuiden op de kaart te zetten, o.a. via (Pre)Sail in 2010, Havenfestival en Turn Up The Beach in IJmuiden aan Zee. De naam Velsen is gepromoot door het evenemententerrein waar Dance Valley en Dutch Valley plaats vinden de gebiedsnaam Velsen Valley te geven.

 Seizoensverlenging stimuleren: door de groei in aantal wind‐ en watersport evenementen en sportieve evenementen die veelal buiten het seizoen plaatsvinden lijkt het er op dat deze doelstelling behaald is. In het vigerende bestemmingsplan Spaarnwoude zijn voor het organiseren van evenementen twee locaties aangewezen, te weten VelsenValley (ofwel Heuvels) en het terrein achter Boerderij Zorgvrij (hierna Zorgvrij). De locatie VelsenValley wordt momenteel gebruikt voor het organiseren van meerdere grote evenementen per jaar, waaronder Dance Valley, Dutch Valley en Latin Village. De tweede locatie, het terrein achter Boerderij Zorgvrij, wordt beperkt gebruikt voor agrarisch gerelateerde evenementen, mede georganiseerd vanuit Boerderij Zorgvrij. Het recreatieschap heeft de wens om per jaar meer diverse evenementen te organiseren op meerdere locaties. In overleg met de gemeente is besloten om in dit paraplubestemmingsplan vier locaties, waarvan twee nieuwe locaties (Benedenveld en Zuiderscheg) aan te wijzen voor het houden van evenementen. Het gaat om de volgende vier locaties waarvan er twee gelegen zijn in het deelgebied Oosterbroek, één in het deelgebied Buitenhuizen en één in het deelgebied Zuiderscheg:

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

13

Terrein 1: Heuvels Op het terrein van de Heuvels worden al geruime tijd evenementen georganiseerd. Dit is het terrein waarop Dance Valley, Dutch Valley en Latin Village plaats vinden en in 2014 het evenement Beyond heeft plaatsgevonden. Het gebied kenmerkt zich door de in het landschap aanwezige heuvels, een overblijfsel van de voormalige vuilstortplaats op deze locatie. De unieke landschappelijke kwaliteiten van het terrein maken het mogelijk om hier diverse evenement‐locaties in te richten gedurende een groter evenement. Ook voor kleinere evenementen is deze locatie uitermate geschikt.

Figuur 2.1: Locatie Heuvels De locatie Heuvels is reeds in het vigerende bestemmingsplan aangewezen als evenemententerrein. In voorliggend paraplubestemmingsplan zijn voor deze locatie echter meer evenementdagen voorzien.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

14

Terrein 2: Zorgvrij Het terrein Zorgvrij ligt achter de gelijknamige boerderij. Het betreft een relatief kleine locatie, waar al geruime tijd kleinschalige evenementen met een agrarisch karakter worden gehouden. De organisatie van deze evenementen is voornamelijk gekoppeld aan Boerderij Zorgvrij.

Figuur 2.2: Locatie Zorgvrij De locatie Zorgvrij is reeds in het vigerende bestemmingsplan aangewezen als evenemententerrein.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

15

Terrein 3: Benedenveld Benedenveld is het gebied dat het meest bekend staat vanwege de parkeerfunctie die het heeft tijdens de evenementen op de Heuvels. Het open gebied bestaat uit verschillende vlakke weilanden. De openheid van het terrein, zorgt ervoor dat deze locatie geschikt is als parkeerterrein en voor het houden van diverse kleinere evenementen.

Figuur 2.3: Locatie Benedenveld De gebieden Heuvels en Benedenveld liggen deels op dezelfde gronden.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

16

Terrein 4: Zuiderscheg De locatie Zuiderscheg ligt aan de zogenaamde ijsbaan tussen de rijkswegen A9, A22 en het Noordzeekanaal. Het betreft een kleinere evenementlocatie ter plaatse van het parkeerterrein aan de zuidzijde van de ijsbaan. Het terrein is ontsloten via De Ven. Deze weg sluit aan op de Laaglandersluisweg, waarmee het terrein is verbonden met het recreatiegebied Spaarnwoude en Velsen‐Zuid.

Figuur 2.4: Locatie Zuiderscheg Als proef is in 2016 het evenement Full Moon en Promised Land festival gehouden. Op basis van de evaluatie, waarin alle betrokken partijen positief waren over de evenementen, is besloten deze locatie als nieuw evenemententerrein aan te wijzen. Deze locatie ligt in het bestemmingsplan Zuiderscheg. In dit bestemmingsplan is geen regeling opgenomen ten aanzien van het organiseren van evenementen. Evenement categorieën In het vigerende bestemmingsplan Spaarnwoude is reeds een evenementenregeling opgenomen, waarbij een onderscheid is gemaakt in drie categorieën evenementen, gebaseerd op de systematiek uit de Wet milieubeheer. In dit paraplubestemmingsplan worden conform het vigerende bestemmingsplan Spaarnwoude, het voorzien aantal evenementen verdeeld over dezelfde categorieën. Deze verdeling komt voor uit type evenement, duur evenement, aantal bezoekers en locatie van het evenement. Hieronder volgt een nadere beschrijving van de gehanteerde evenement categorieën. Categorie 1 Een evenement met onversterkte (straat)muziek, achtergrondmuziek en beperkte spreekinstallaties en/of een hardloopwedstrijd, obstakelrace, met daarbij (tijdelijk gebouwde) voorzieningen ten behoeve van het evenement. Categorie 1 evenementen vinden plaats tussen 7.00 uur en 23.00 uur 's avonds.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

17

Tussen 7.00 uur en 23.00 uur geldt een maximaal geluidsniveau (*) van 60 dB(A). Bij categorie 1 evenementen kan gedacht worden aan hardloopwedstrijden en obstacle runs en agrarisch gerelateerde evenementen. Categorie 2 Een evenement met spreekinstallaties, versterkte (live) muziek, orkest, taptoe, etc, met daarbij (tijdelijk gebouwde) voorzieningen ten behoeve van het evenement. Categorie 2 evenementen vinden voornamelijk plaats gedurende de dagperiode met een beperkte uitloop in de nacht. Tussen 7.00 uur en 23.00 uur geldt een maximaal geluidsniveau (*) van 60 dB(A). Vanaf 23.00 uur mag het geluidsniveau (*) maximaal 45 dB(A) bedragen. Een voorbeeld van een categorie 2 evenement is het Beyond festival. Categorie 3 Evenementen zoals popconcerten, live optredens, houseparty, DJ's, Rap, dance‐event en muziekprogramma's van radio en TV‐omroepen, etc, met daarbij (tijdelijk gebouwde) voorzieningen ten behoeve van het evenement. Categorie 3 evenementen zijn de grotere evenementen, waar veel mensen op afkomen en waar veel geluid geproduceerd kan worden. Bezoekersaantallen variëren tussen de 10.000 en 45.000 bezoekers per evenement. Een categorie 3 evenement vindt zowel gedurende de dagperiode als gedurende het begin van de nacht plaats. Tussen 7.00 uur en 23.00 uur geldt een maximaal geluidsniveau (*) van 75 dB(A).

Vanaf 23.00 uur mag het geluidsniveau (*) maximaal 45 dB(A) bedragen. Evenementen zoals Dance Valley, Dutch Valley, Latin Village en popconcerten vallen onder de zware categorie 3. * het maximale toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming. Verdeling per gebied Aansluitend bij de ambitie van het Recreatieschap wordt het op basis van dit paraplubestemmingsplan mogelijk gemaakt om meer evenementen te organiseren. Onderstaand is per gebied aangeven hoeveel evenementen per categorie mogen plaatsvinden. Heuvels Evenement Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3

Aantal per jaar 2 1 8

Dagen per evenement 2 2 1

Bezoekers per dag 15.000 15.000 45.000

Zorgvrij Evenement Categorie 1

Aantal per jaar 5

Dagen per evenement 1

Bezoekers per dag 5.000

Benedenveld Evenement Categorie 1

Aantal per jaar 1

Dagen per evenement 1

Bezoekers per dag 5.000

Zuiderscheg Evenement Categorie 3

Aantal per jaar 8

Dagen per evenement 1

Bezoekers per dag 10.000

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

18

2.2.3 Gebiedseigen evenementen Door het hele recreatiegebied Spaarnwoude vinden gedurende het jaar sportevenementen plaats. Deze kleinschalige georganiseerde evenementen met de duur van maximaal 1 dag en maximaal 1000 bezoekers evenementen worden gezien als gebiedseigen, omdat ze goed aansluiten bij het sportieve, dagrecreatieve karakter van Spaarnwoude. Deze evenementen hebben al vaker plaats gevonden, waardoor de organisatoren goed bekend zijn met het gebied. Bij gebiedseigen evenementen moet gedacht worden aan bijvoorbeeld een lokale hardloopwedstrijd of mountainbikewedstrijd. De kleinschalige evenementen worden georganiseerd door lokale partijen en verenigingen die allen bekend zijn in het recreatiegebied. Ook zijn zij bekend met de kenmerken van het recreatiegebied. Binnen de omgeving bestaat voldoende draagvlak voor gebiedseigen evenementen. Zoals opgenomen in de discussienota (zie bijlage 1) geven bewoners aan dat ze minder moeite hebben met deze gebiedseigen evenementen. Op basis van de uitkomsten van de discussienota (zie bijlage 1) en gezien het recreatieve karakter van Spaarnwoude is besloten om gebiedseigen evenementen los van bovenstaande gecategoriseerde evenementen toe te staan binnen het gehele plangebied op basis van een reguliere evenementen vergunning zoals opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening.

Aan het aantal gebiedseigen evenementen wordt geen maximum aantal gekoppeld. Voor gebiedseigen evenementen gelden de volgende voorwaarden waaraan dient te worden voldaan:  Een gebiedseigen evenement duurt maximaal 1 dag;  Een gebiedseigen evenementen mag maximaal 1.000 bezoekers faciliteren;  Een eventuele geluidsinstallatie dient enkel ten behoeve van het evenement, optredens van artiesten vallen hier niet onder.  Parcoursafzettingen vinden plaats maximaal 1 dag voorafgaand aan het evenement en worden duidelijk gecommuniceerd richting recreanten.  De schade die wordt aangebracht aan natuur en landschap dient op voldoende en accurate wijze gerepareerd te worden.

2.3

Beleidsaspecten

In deze paragraaf worden de diverse beleidsdocumenten van het Rijk, provincie en de gemeente in het kort beschreven. De wijzigingen die worden voorgestaan met deze herziening zijn niet van dusdanige aard dat deze wijzigingen leiden tot een wezenlijk ander plan. De herziening past binnen het beleid. 2.3.1 Rijks‐ en regionaal beleid Voor onderhavig parapluplan is geen relevant rijks‐ of regionaal beleid van toepassing. De voorgenomen regeling ten aanzien van het organiseren en exploiteren van evenementen ter plaatse van het plangebied is passend binnen de kaders van de diverse rijks‐ en regionale beleidsstukken, zoals is beschreven in de vigerende bestemmingsplannen. De relevante provinciale en gemeentelijke beleidsnota's zijn in onderstaande paragrafen beschreven. 2.3.2 Provinciaal beleid 2.3.2.1 Structuurvisie 2040 (2010) De provincie Noord‐Holland heeft haar plannen, toekomstbeelden en ambities voor de komende drie decennia vastgelegd in de 'Structuurvisie Noord‐Holland 2040' inclusief herzieningen en besluiten geconsolideerd vastgesteld op 28 september 2015. De komende jaren wordt ingezet op:  Ruimtelijke kwaliteit: hiervoor wordt vooral gefocust op behoud en ontwikkeling van Noord‐Hollandse cultuurlandschappen, natuurgebieden en groen om de stad;

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

19

Duurzaam ruimtegebruik: waarbij milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers‐ en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting en voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw, visserij en andere economische activiteiten een belangrijke rol spelen; Klimaatbestendigheid: voor voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, schoon drink, grond‐ en oppervlaktewater en ruimte voor het opwekken van duurzame energie.

Ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen van dit bestemmingsplan, het uitbreiden van het aantal evenement locaties en het aantal evenementen dat in het gebied wordt georganiseerd, geldt dat met name het het provinciale beleid met betrekking tot de ecologische hoofdstructuur van belang is. De provinciale EHS is herijkt en op 23 mei 2011 door PS vastgesteld. Onderstaande kaart toont de bestaande EHS structuur. Spaarnwoude valt bijna volledig binnen de EHS (tegenwoordig Natuurnetwerk genoemd) (zie figuur 2.5).

Figuur 2.5: Ecologische hoofdstructuur / natuurnetwerk

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

20

Het organiseren en houden van evenementen is mogelijk van invloed op beschermde gebieden en soorten. in de toelichting van het op te stellen bestemmingsplan moet worden ingegaan op de effecten van de wezenlijke kenmerken en waarden van het provinciale Natuurnetwerk. Deze waarden zijn beschreven in het Natuurbeheerplan 2018. In de plantoelichting dient onderbouwt te worden dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. In paragraaf 2.4.4 en bijlage 4 wordt hier nader op ingegaan. 2.3.2.2 Ruimtelijke verordening Op 15 januari 2016 is de is de Provinciale ruimtelijke verordening in werking getreden. Deze kent op verschillende punten doorwerking in onderhavig plan. Ten aanzien van het beoogde met dit bestemmingsplan is met name het aspect ecologische hoofdstructuur van belang. Artikel 19 Ecologische hoofdstructuur In artikel 19 van de Provinciale verordening worden regels gesteld aan de wijze van bescherming van de Natuur. Dit artikel heeft betrekking op de gebieden zoals weergegeven op figuur 2.5. In paragraaf 2.4.4 en bijlage 4 wordt nader op ingegaan op de mogelijke gevolgen en invloed van het organiseren en houden van evenementen op de aanwezige ecologische waarden. Overige aspecten uit de Ruimtelijke verordening hebben geen invloed op de beoogde ontwikkelingen van dit bestemmingsplan.

2.3.3 Gemeentelijk beleid 2.3.3.1 Evenementenbeleid De gemeente heeft in 2007 het evenementenbeleid vastgesteld. In dit beleid is gesteld dat de gemeente een uitnodigend beleid wil voeren. In juni 2015 is dit evenementenbeleid geëvalueerd. Zie ook paragraaf 2.2. Per doelstelling is bekeken wat er bereikt is sinds 2007. 1. Het vergroten van de economische spin off van evenementen: de economische waarde van evenementen is toegenomen van € 7,1 miljoen in 2007 naar € 11,2 miljoen in 2010, tot 12,2 miljoen in 2014. De economische spin off (bestedingen buiten het evenemententerrein) is echter gedaald van 2,1 miljoen in 2010, tot 1,5 miljoen in 2014. Verklaring is o.a. het vertrek van de Hiswa en het feit dat Sail in 2010 plaats vond. 2. Evenementen beter benutten om het profiel van de gemeente te versterken: evenementen zijn beter benut door evenementen extra te promoten die passen bij het profiel (IJmuiden, rauw aan zee). Verder zijn evenementen met een grote media aandacht ingezet om het profiel van avontuurlijke kust en dynamische haven onder de aandacht te brengen van de (potentiële) bezoekers. 3. Evenementen benutten om Velsen/ IJmuiden op de kaart te zetten: evenementen zijn vooral ingezet om IJmuiden op de kaart te zetten, o.a. via (Pre)Sail in 2010, Havenfestival en Turn Up The Beach in IJmuiden aan Zee.

De naam Velsen is gepromoot door het evenemententerrein waar Dance Valley en Dutch Valley plaats vinden de gebiedsnaam Velsen Valley te geven. 4. Seizoensverlenging stimuleren: door de groei in aantal wind‐ en watersport evenementen en sportieve evenementen die veelal buiten het seizoen plaatsvinden lijkt het er op dat deze doelstelling behaald is. Beoogd voornemen Met het voorliggend paraplubestemmingsplan wordt verdere uitvoering gegeven aan het gemeentelijk evenementenbeleid. Het uitbreiden van het aantal evenementen en het aanbieden van extra evenementenlocaties sluit aan bij de gemeentelijke beleidsdoelen.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

21

2.3.3.2 Visie op Velsen 2025 en Strategische Agenda 2013 ‐ 2016 In de Visie op Velsen 2025 wordt een beeld geschetst dat Spaarnwoude zich in 2025 verder heeft ontwikkeld als evenementen‐ en festivallocatie. In de Strategische Agenda 2013 – 2016 is vervolgens gesteld dat de gemeente zich kan profileren door bijvoorbeeld evenementen/congressen aan te trekken waarmee innovatie in de regio goed gepromoot kan worden. Beoogd voornemen Met het voorliggend paraplubestemmingsplan wordt middels het uitbreiden van het aantal evenementen en het aanbieden van extra evenementenlocaties uitvoering gegeven aan de visie. 2.3.3.3 Structuurvisie 2025 Het metropoolpark Spaarnwoude heeft een geschiedenis als tweezijdige verdedigingswal: oorspronkelijk als onderdeel van de stelling van Amsterdam en later als opgeworpen buffer voor de uitbreiding van hetzelfde Amsterdam. Dankzij deze historie, die goed zichtbaar en voelbaar is gemaakt, vormt het nu een geweldig groengebied waar vertier voor de hele metropoolregio hoogtij viert, van avontuurlijke sporten tot grote evenementen. Ook vormt het op dit deel van het traject de groene begeleiding van IJmuiden naar Amsterdam. Door de rijke geschiedenis is er ook cultuurhistorisch nog het nodige te beleven. In de structuurvisie is een deel van Spaarnwoude aangewezen als gebied voor evenementen en het vergroten van de evenementenfunctie.

Beoogd voornemen Middels het voorliggende paraplubestemmingsplan, wordt uitvoering gegeven aan de gemeentelijke structuurvisie. Het plan maakt het mogelijk om meer evenementen te organiseren op de vier aangewezen locaties. 2.3.3.4 Visie Groengebied Amsterdam ‐ Haarlem De regionale Visie Groengebied Amsterdam ‐ Haarlem geeft aan dat in Spaarnwoude met name aan de zijde van Noordzeekanaal meer ruimte is voor intensievere recreatie. Er wordt ook specifiek gesproken over het bieden van ruimte aan evenementen. Beoogd voornemen Het paraplubestemmingsplan geeft uitvoering aan de visie ten aanzien van het bieden van ruimte aan evenementen in het gebied ten zuiden van het Noordzeekanaal. 2.3.3.5 City marketing – Focus op IJmuiden In de city marketing van de gemeente Velsen worden evenementen gezien als een belangrijk instrument bij de uitvoering van de marketingstrategie van de gemeente. Voor citymarketing zijn vooral strategische evenementen van belang, aangezien die de grootste bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Evenementen worden strategisch benoemd als: 1. De gemeente ze kan verbinden aan IJmuiden. Het gaat dus primair om evenementen die in het cluster IJmuiden plaatsvinden. Echter evenementen die een bijdrage leveren aan het groter maken van IJmuiden (op toeristisch gebied, economisch vlak en qua inwoners) kunnen ook in meer of mindere mate aan dit criterium voldoen. 2.

Ze een bijdrage leveren aan de vastgestelde prioritaire speerpunten. De citymarketingstrategie van Velsen richt zich primair op het uitvoeren van de strategische speerpunten. Evenementen die aantoonbaar bijdragen aan de doelstellingen en doelgroepen van deze speerpunten, zijn interessant voor citymarketing. Evenementen die aansluiten bij de focus op de haven worden aangemerkt als extra strategisch.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

22

Beoogd voornemen Met het uitbreiden van het aantal evenementen en het toevoegen van evenementenlocaties in het recreatiegebied Spaarnwoude wordt bijgedragen aan de city marketing voor de gehele gemeente Velsen. De voorziene evenementen, waaronder Dance Valley en Dutch Valley, dragen er aan bij dat Velsen positief bekend is onder evenement minnend Nederland. Hiermee wordt aangesloten bij de in het beleidsstuk genoemd organiseren van strategische evenementen. 2.3.3.6 Conclusie gemeentelijk beleid Het Paraplubestemmingsplan Spaarnwoude ‐ Evenementen maakt het mogelijk om binnen het recreatiegebied Spaarnwoude meer evenementen te organiseren op meerdere locaties. Middels onderhavig plan wordt per locatie het aantal en soort evenementen vastgelegd. Middels het vaststellen van het Paraplubestemmingsplan Spaarnwoude ‐ Evenementen wordt aangesloten bij en uitvoering gegeven aan diverse gemeentelijke beleidsstukken.

2.4

Sectorale aspecten

2.4.1 Inleiding Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op beleid voor evenementen dient inzicht te geven in de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die evenementen in relatie tot de omgeving. Hierbij gaat het voornamelijk om de volgende sectorale aspecten:  Mobiliteit; 1. verkeersaantrekkende werking (is het verkeer goed af te wikkelen?); 2. parkeren (zijn er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar?);  Geluidhinder. Bij de beoordeling van deze aspecten is met name het aantal en de duur van de evenementen mede bepalend voor de aanvaardbaarheid van een evenement. In voorbereiding tot het opstellen van de discussienota en dit bestemmingsplan is een quickscan uitgevoerd naar alle milieuaspecten. Op basis van de quickscan zijn naast de aspecten mobiliteit en geluid ook de sectorale aspecten ecologie, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en externe veiligheid onderzocht en is het voornemen getoetst aan de MER‐wetgeving. Onderstaand volgt de toetsing van alle sectorale aspecten. 2.4.2 Mobiliteit Op basis van onderhavig paraplubestemmingsplan wordt het mogelijk om meer evenementen te gaan organiseren in het recreatiegebied Spaarnwoude. Deze evenementen hebben ook een aanzienlijke impact op de omgeving ten aanzien van verkeer en parkeren.

Om de impact van deze grote stroom bezoekers, aan‐ en afgevoerd middels diverse modaliteiten (auto, fiets, voet, ov, etc.) te kunnen beoordelen is een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 opgenomen bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Conclusie mobiliteitsonderzoek Verkeer Geconcludeerd wordt dat de ontsluiting van het plangebied voor alle modaliteiten goed is. Ook de verkeersveiligheid staat niet onder druk als gevolg van de diverse grootschalige evenementen. De verkeersafwikkeling staat echter wel onder druk bij grote evenementen. Hoewel de instroom van de evenementen wel goed afgewikkeld kan worden, vinden er tijdens de uitstroom grote capaciteitsproblemen plaats op de kruispunten tussen de N202 en de aansluiting op de A22. Naast de inzet van verkeersregelaars, wordt door de inzet van nevenactiviteiten getracht de vertrekpiek meer in tijd te spreiden. Verder is het openstellen van de evenementenaansluiting op de A22 in alle scenario's noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

23

Parkeren Per evenementenzone is de beschikking over voldoende parkeergelegenheid. Bij gebruik van evenementenzone 1 (Heuvels), wordt in de basis gebruik gemaakt van parkeervelden ter plaatse van het Benedenveld‐terrein. Daarbij zijn drie parkeervelden ten westen van de rijksweg A9 en het Buitenhuizen terrein aangewezen als overloopgebied. Het parkeren tijdens evenementen op zowel evenementenzone 2 (Zorgvrij) als 3 (Benedenveld) geschiedt op het Buitenhuizen terrein. Hier zijn circa 3.800 parkeerplaatsen beschikbaar. Direct aansluitend aan evenementenzone 4 liggen de bijbehorende parkeervelden te gebruiken tijdens evenementen op de Zuiderscheg. Figuur 2.6 geeft de ligging van de genoemde parkeervelden weer. Zie bijlage 2 voor het volledige mobiliteitsonderzoek.

Figuur 2.6: Overzicht parkeervelden. Per evenement wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid van het evenemententerrein. Hoewel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, streeft de gemeente naar een afname van de parkeerbelasting (en verkeersgeneratie) bij evenementen. De aanwezigheid van een goed bereikbare kiss & ride zone draagt bij aan een afname van de parkeerbelasting, als ook het stimuleren van alternatieve vervoersmiddelen, waaronder openbaar vervoer en fiets. 2.4.3 Geluid Geluidhinder vanwege rail‐ en wegverkeer en industrieterreinen is geregeld in de Wet geluidhinder. In de Wet milieubeheer is geluidhinder vanwege individuele bedrijven geregeld. Het Besluit omgevingsrecht (bijlage I) is bepalend voor de vraag of een bedrijf of activiteit valt onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer en al dan niet vergunningplichtig is. Hoewel dit niet wettelijk vastgelegd is, wordt een tijdelijke activiteit doorgaans als een inrichting beschouwd (en dus vergunningplichtig) als de tijdsduur ervan langer is dan zes maanden.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

24

Evenementen zoals die worden genoemd in onderhavige parapluregeling vallen niet onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer. Voor zaken die niet geregeld zijn in de twee genoemde wetten, bestaat het juridisch vangnet van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In de huidige situatie wordt bij het verlenen van evenementvergunningen op basis van de APV aangesloten bij de geluidsnormering zoals opgenomen in de nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. Deze nota is tot stand gekozen als antwoord op het toenemende aantal evenementen met een luidruchtig karakter dat in de provincie werd georganiseerd, maar waarbij een goed toetsingskader ontbrak. De nota vormt heden ten dage een handreiking voor beleidsontwikkeling voor gemeenten waar dergelijke evenementen plaatsvinden. In de nota wordt het toegestane geluidniveau op de gevel gerelateerd aan het geluidniveau dat ín de woning nog aanvaardbaar wordt geacht. Hierbij wordt gesteld dat indien het geluidniveau vanwege het evenement ín de woning hoger is dan 50 dB(A) er sprake is van ‘onduldbare hinder’ vanwege de beperking van de spraakverstaanbaarheid. Op basis hiervan wordt onderstaande geluidnormering geadviseerd.

Tabel 2.1: geluidsnormering nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' Periode Basisnorm Maximaal binnenniveau Gevelisolatie Maximale gevelbelasting Dag 35 dB(A) 50 dB(A) 20 ‐ 25 dB(A) 70 ‐ 75 dB(A) Avond 30 dB(A) 50 dB(A) 20 ‐ 25 dB(A) 70 ‐ 75 dB(A) Nacht 15 dB(A) 45 dB(A) 20 ‐ 25 dB(A) 65 ‐ 70 dB(A) Maximale geluidniveaus De optredende maximale geluidniveaus bij muziekgeluid zijn maximaal 10 dB(A) hoger dan het optredend equivalent geluidniveau. Maximale geluidniveaus leiden bij muziekgeluid zelden tot overlast of normoverschrijdingen. Bij het vertrekken van het publiek vanaf parkeerterrein kunnen maximale geluidniveaus optreden door het dichtslaan van portieren of het schreeuwen van mensen. Deze maximale geluidniveaus in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur), als er al geen sprake meer is van hoorbaar muziekgeluid, kunnen wel voor hinder zorgen. Voor wat betreft de normering van het maximaal geluidniveau (‘piekniveau’) wordt aangesloten bij de richtwaarde van 60 dB(A) in de nachtperiode uit de VNG‐brochure. Deze waarde wordt ook aangehouden in het Activiteitenbesluit milieubeheer en bij vergunningverlening op grond van de Wabo. dB(C)‐norm Bij dance evenementen is het gebruikelijk om (ook) een dB(C) norm op te nemen. Omdat deze norm afhankelijk is van het type evenement en ziet op het zendniveau i.p.v.

van de geluidsimmissie bij geluidgevoelige bestemmingen, is er in de planvoorschriften geen dB(C) norm opgenomen. De afweging of het voor een specifiek evenement noodzakelijk is om een dB(C) norm op te nemen en het vaststellen van deze norm zal bij de evenementenvergunningprocedure worden gemaakt. In het kader van voorliggende paraplubestemmingsplan is onderzoek verricht ter akoestische onderbouwing van de gehanteerde normstelling bij evenementen in en rond recreatiegebied Spaarnwoude. Het rapport is bijgevoegd als bijlage 3. Onderzoek Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de akoestische gevolgen van evenementen ter plaatse van de vier beoogde zones. Het onderzoek (zie rapport nummer BP.1604.R01.rev3, opgesteld , d.d. 13 oktober 2017 ) is als bijlage 3 opgenomen bij dit bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

25

Per zone is op basis van een gehouden evenement onderzoek gedaan naar de akoestische uitstraling op omliggende woningen. Voor elke zone is in de berekeningen uitgegaan van livemuziek in de open lucht gedurende de dagperiode en de avondperiode. In de nachtperiode is er alleen sprake van vervoersbewegingen. Voor een uitgebreide beschrijving van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3. Evenementenzone 1 (Heuvels) Het geluid afkomstig van evenementenzone 1 voldoet op een aantal plaatsen niet aan de vigerende vergunning. Daarnaast wordt op 2 locaties, Amsterdamseweg 33 en 36, een overschrijding berekend van de aanbevolen maximale gevelbelasting uit de nota van 70‐75 dB(A). De berekende waarde bedraagt 76 dB(A). Om alsnog te kunnen voldoen aan de maximale waarde, zijn maatregelen nodig. Hierbij kan worden gedacht aan het plaatsen van een geluidbegrenzer bij het maatgevende podium, of het plaatsen van tijdelijke geluidwerende voorzieningen. Evenementenzone 2 (Zorgvrij) Voor evenementenzone 2 zijn geen aparte berekeningen gemaakt. De opgenomen regeling voor deze evenementenzone blijft ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan ongewijzigd. Gelet op de aard en omvang van het evenement kan voldaan worden aan de grenswaarden die in de vergunning zijn opgenomen. Deze grenswaarden liggen lager dan de richtwaarden uit de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’.

Evenementenzone 3 (Benedenveld) Het geluid van evenementenzone 3 voldoet zowel aan de vigerende vergunning als aan de aanbevelingen in de nota. Evenementenzone 4 (Zuiderscheg) Het geluid van evenementenzone 4 voldoet zowel aan de vigerende vergunning als aan de aanbevelingen in de nota. Conclusie Zoals mag worden verwacht bij grote evenementen, worden relatief hoge geluidbelastingen berekend bij de woningen in de omgeving. De berekende waarden passen echter binnen de aanbevelingen voor de maximale gevelbelasting bij evenementen. Op basis van algemene richtlijnen en in het verlengde van het vigerende bestemmingsplan worden in de regels van dit bestemmingsplan maximale geluidswaarden opgenomen voor de diverse gecategoriseerde evenementen. Bij het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning in het kader van de APV dient de organisator aan te tonen dat kan worden voldaan aan deze geluidswaarden. Indien niet kan worden voldaan, zoals berekend voor evenementenzone 1 (zie onderzoek bijlage 3), dient te worden voorzien in passende maatregelen. Indien tijdens een evenement hogere geluidswaarden worden waargenomen, zal handhavend worden opgetreden door de vergunningverlener.

2.4.4 Ecologie Beleid en Normstelling Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

26

Onderzoek Soortenbescherming Ten behoeve van de ecologische toetsing is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Uit dit onderzoek volgt dat een relevante ecologische verstoring van beschermde soorten en het Natuurnetwerk Nederland door extra evenementen in het plangebied geheel is uitgesloten. Gebiedsbescherming Uit bijlage 5 blijkt ook dat er geen sprake is van een relevante toename van de stikstofdepositie in het Natura 2000‐gebied Kennemerland‐Zuid. Significant negatieve effecten worden uitgesloten. Conclusie De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland staan de uitvoering van het plan niet in de weg. 2.4.5 Luchtkwaliteit Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen.

Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Tabel 2.2: Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van Grenswaarde geldig stikstofdioxide jaargemiddelde concentratie 60 µg/m³ 2010 tot en met 2014 (NO2) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ vanaf 2015 Uurgemiddelde concentratie Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³ fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ vanaf 11 juni 2011 24‐uurgemiddelde concentratie max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg / m³ fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg/m³ vanaf 1 januari 2015 Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. NIBM In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

27

een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

Onderzoek In opdracht van de voormalige Ministeries van VROM en V&W is een monitoringstool ontwikkeld om de knelpunten en maatregelen in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in beeld te brengen. Deze tool brengt de luchtkwaliteit langs hoofdwegen/gebiedsontsluitende wegen in beeld. Uit de monitoringstool (versie 2017) blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) langs de Amsterdamseweg en de rijksweg A9 onder de daarvoor geldende grenswaarden liggen (beide in de orde van 20 tot 30 ìg/m³). Dit geldt voor zowel 2016 als 2020. De beoogde ontwikkelingen leiden tijdens evenementen tot een grote toename van de verkeersstromen. Voor de concentraties luchtverontreinigende stoffen is echter de gemiddelde toename van het verkeer van belang. Uit het verkeershoofdstuk blijkt dat de verkeersaantrekkende werking jaarrond gemiddeld wordt berekend op 872 motorvoertuigen/etmaal. Uit een indicatieve berekening met de nibm‐tool (versie 2017) blijkt dat, uitgaande van 3,34% zwaar vrachtverkeer, de maximale bijdrage van de ontwikkeling aan de concentratie stikstofdioxide 0,90 ìg/m³ bedraagt en voor fijn stof 0,17 ìg/m³ voor het richtjaar 2018. De toename in concentraties stikstofdioxide is minder dan 1,2 ìg/m³.

De uitbreiding van het aantal evenementen en locaties draagt dus niet in betekenende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar leefmilieu ter plaatse. 2.4.6 Bodemkwaliteit Beleid en Normstelling Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Ter plaatse van het plangebied is de huidige bestemming Recreatie.

Plaatselijk zijn reeds evenemententerreinen, kamperen en overige dagrecreatie mogelijk. Het uitbreiden van het aantal evenementen en de toename van de mogelijke evenementenlocaties leidt niet tot een functie die gevoeliger is voor bodemverontreinigingen. Er kan er daarom vanuit gegaan worden dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde ontwikkeling. De nieuwe functie zal bovendien niet bijdragen aan bodemverontreiniging, gelet op de aard van de functie en de vigerende wetgeving (zorgplicht, gevallen van nieuwe verontreiniging moeten worden voorkomen).

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

28

Conclusie Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 2.4.7 Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10‐6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet‐ en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties.

Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10‐5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10‐6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10‐6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10‐6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht.

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

29

Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Overeenkomstig de professionele risicokaart (https://nederlandprof.risicokaart.nl) zijn in de omgeving van de evenemententerreinen de volgende relevante risicobronnen gelegen:     

Snowplanet; Noordzeekanaal; K1‐buisleiding 27283/27284; Hogedruk aardgasleidingen; Vervoer van gevaarlijke stoffen over de A22, A9 en N202.

Snowplanet In het evenemententerrein Heuvels is Snowplanet gelegen welke vanwege een ammoniakvriesinstallatie een risicovolle inrichting is. De inrichting heeft geen PR 10‐6‐risicocontour. Ook heeft de inrichting geen invloedsgebied van het groepsrisico. De inrichting vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Noordzeekanaal Ten noorden van de evenemententerreinen is het Noordzeekanaal gelegen. Het dichtstbijzijnde evenemententerrein in het plangebied is Heuvels, gelegen op circa 230 m afstand van het Noordzeekanaal. Voor het MER provinciaal inpassingsplan Zeetoegang IJmond Deelrapport Externe Veiligheid (januari, 2014) is een risico analyse met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het Noordzeekanaal opgesteld. Uit deze analyse blijkt dat het Noordzeekanaal geen PR 10‐6‐risicocontour heeft. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt 730 m en bereikt dan ook het plangebied. Omdat de evenemententerreinen op meer dan 200 m afstand zijn gelegen hoeven volgens het Bevt/Basisnet in principe geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik ter plaatse van het plangebied en zijn geen groepsrisicoberekeningen noodzakelijk. Volgens de reeds uitgevoerde risico analyse is het groepsrisico onder de oriënterende waarde gelegen. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied is een beknopte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk.

K1‐buisleiding De K1‐buisleiding (27283/27284) heeft een PR 10‐6‐risicocontour van 30 m en een effectafstand (dodelijk) van 44 m. Het dichtstbijzijnde evenemententerrein is Zuiderscheg, gelegen op circa 60 m afstand. Zowel de PR 10‐6‐risicocontour als effectafstand bereiken niet het evenemententerrein. De K1‐buisleiding vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Hogedruk aardgasleidingen en wegen Het invloedsgebied van het groepsrisico van de aardgasleidingen en wegen (A9, A22 en N202) bereikt één of meerdere evenemententerreinen. Daarom is een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (bijlage 6). Met betrekking tot de hogedruk aardgasleidingen (zie QRA voor de relevante leidingen) blijkt dat de PR 10‐6‐risicocontour niet buiten de leiding ligt. Het plaatsgebonden risico van deze leidingen vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt dat het groepsrisico van de leidingen zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Enkel bij leidingen A‐553‐deel‐1 en A‐803‐deel‐1 is sprake van een toename van het groepsrisico in de toekomstige situatie. Het groepsrisico van deze leidingen blijft echter kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De hoogte van het groepsrisico van de leidingen vormt

Rho adviseurs voor leefruimte

045300.20160391

30

geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel is een beknopte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A9, A22 en N202 (zie QRA voor de relevante wegvakken) blijkt dat de PR 10‐6‐risicocontour niet buiten de weg is gelegen. Het plaatsgebonden risico van deze wegen vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt dat het groepsrisico van de wegen zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kleiner is dan de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Enkel bij de A9 neemt het groepsrisico over de gehele route toe met 0,064 en bij de N202 met 0,001. Het groepsrisico blijft echter kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De hoogte van het groepsrisico van de wegen vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Beperkte verantwoording groepsrisico Voor het groepsrisico geldt geen harde norm maar een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht.

Vanwege de volgende redenen wordt volstaan met een beperkte verantwoording:  Ondanks een toename van het groepsrisico van de A9 en N202, is het groepsrisico van deze wegen in de toekomstige situatie kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde;  Het groepsrisico van de A22 neemt niet toe en blijft kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde;  De twee leidingen waarbij het groepsrisico toeneemt hebben beide in de toekomstige situatie een groepsrisico dat kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde;  Voor de overige leidingen neemt het groepsrisico niet toe en is het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde gelegen;  In de huidige situatie is het groepsrisico van het Noordzeekanaal onder de oriënterende waarde gelegen; Omdat de evenemententerreinen op meer dan 200 m van het Noordzeekanaal zijn gelegen kan conform het Btev volstaan worden met een beperkte verantwoording. Bij deze verantwoording wordt aandacht besteed aan de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied. In het kader van het wettelijk vooroverleg is hierover aanvullend advies gevraagd worden aan de veiligheidsregio. Het advies van de veiligheidsregio is in deze verantwoording verwerkt (zie bijlage 7) . Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De evenemententerreinen dienen door voldoende verkeersbestemmingen ontsloten te worden en voldoende bereikbare bluswatervoorzieningen te hebben.

Dit geldt met name wanneer de evenemententerreinen door hekwerken worden omsloten en dan dus niet overal toegankelijk zijn voor hulpdiensten. Voor de inzet van de hulpdiensten en het vervoer van personen is het voor de hulpdiensten belangrijk om per evenemententerrein doorgaande rijroutes te realiseren, zodat ambulances niet hoeven te keren en hulpdiensten niet tegen het verkeer in hoeven te rijden. Ook kan een afgesloten evenemententerrein de toegang tot bluswatervoorzieningen blokkeren. De bestaande infrastructuur kan dan onvoldoende bereikbaarheid vanuit diverse windrichtingen garanderen van zowel het evenemententerrein als de bluswatervoorzieningen. De verschillende evenemententerreinen worden ontsloten door één of meerdere wegen (zie figuur 2.1.1. en figuur 2.1.2 uit de mobiliteitstoets in bijlage 2). Dit zijn de r101/r102, N202, A9 en A22. Via deze wegen zijn de evenemententerreinen bereikbaar voor hulpdiensten. Ook bieden deze wegen de mogelijkheid om, afhankelijk van de locatie van het incident, van de bron af te vluchten. Voor de effectbestrijding van een ongeval met gevaarlijke stoffen en van branden op een evenemententerrein zijn voldoende bluswatervoorzieningen nodig. In het plangebied zijn onvoldoende openbare bluswatervoorzieningen zoals brandkranen aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=60eded1d-0c55-4cc1-925e-95546e1c90c8