CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Dierenwelzijn 2022-2025 BenW 211012.pdf

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente VelsenBij agendapunt: Nota Dierenwelzijn 2022-202510.363 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Dierenwelzijn Velsen 2022 – 2025

Inhoud 1. 2. 3. 4.

5

6.

7.

Pagina

Inleiding ……………………………………………………………….. 04 Leeswijzer ……………………………………………………………... 07 Dierenwelzijn in Velsen is mensenwelzijn ………………………….... 08 3.1 Diervriendelijke gemeente ……………………………………….. 08 Wettelijk Kader dierenwelzijn en dierenbeleid……………………… 09 4.1. Algemeen ………………………………………………………… 09 4.2 Wetgeving en gemeentelijke taken ………………………………. 09 4.3 Wettelijke taken: …………………………………………………. 09 4.3.1 Burgerlijk Wetboek: opvang en vervoer gevonden dieren . 09 4.3.2 Algemene Wet Bestuursrecht: opvang en vervoer dieren bij b.v. huisontruimingen ………………………………… 09 4.3.3 Wet Veiligheidsrisico’s: ondersteuning brandweer en politie bij calamiteiten ……………………………………. 10 4.3.4 Wet Dieren en Wet Natuurbescherming: opvang en vervoer in het wild levende dieren …………………………... 10 4.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning …………………………… 10 4.5 Visserijwet ……………………………………………………….. 10 4.6 Wet Dieren ……………………………………………………….. 10 4.7 Besluit houders van dieren ……………………………………….. 10 4.8 Natura-2000 ……………………………………………………… 11 4.9 Gedragscode Flora en Faunawet …………………………………. 11 4.10 Naturanetwerk Nederland (NNN)………………………………… 12 4.11 Bouwplannen en Bestemmingsplannen ………………………….. 12 4.12 Gemeentelijk aanvullende regelgeving …………………………... 12 4.13 Taak voor gemeente vanuit het Burgerlijk Wetboek …………….. 13 4.14 Landschapsbeleidsplan Velsen …………………………………… 13 Organisatie en Financiën ………………………………………………..

14 5.1 Inleiding ………………………………………………………….. 14 5.2 De bezuinigingen van 2020 ………………………………………. 14 5.3 Dierenzorg organisaties en financiën 2020 ………………………. 14 5.4 Dierenzorg organisaties en financiën vanaf 2023 en verder ……… 15 Overige dieren die een rol spelen in de gemeente Velsen …………… 17 6.1. Bijen ……………………………………………………………… 17 6.2. Damherten ………………………………………………………… 17 6.3 Honden …………………………………………………………… 17 6.4 (Zwerf)katten …………………………………………………….. 19 6.5 Paarden …………………………………………………………… 20 6.6. Visserij …………………………………………………………… 21 6.6.1. Sportvissen ……………………………………………….. 21 6.6.2 Vismigratie ……………………………………………….. 22 Bescherming voor dieren ………………………………………………. 23 7.1. Bescherming in het wild levende dieren ………………………… 23 7.2. Botulisme ………………………………………………………… 23 7.3. Dierenmishandeling: …………………………………………….. 23 7.3.1 Indicator van huiselijk geweld …………………………... 23 2

8.

9.

7.3.2 Verwaarlozing dieren ……………………………………. 24 7.4 Dierenplagen en overlast bestrijding …………………………….. 24 7.5. Evenementen met dieren en circussen ………………………….... 25 7.6 Houden van exotische dieren …………………………………….. 25 7.7 Rampenplan en Borging dierenwelzijn …………………………... 25 7.8 Natuurvriendelijke oevers ………………………………………... 26 7.9 Verkeer …………………………………………………………… 26 Educatie en bewustwording …………………………………………….. 28 8.1. Kinderboerderij Velserbeek ………………………………………. 28 8.2. Pieter Vermeulen Museum ……………………………………….. 28 8.3 Boerderij Zorgvrij ………………………………………………… 29 8.4 Nationaal Park Zuid-Kennemerland ……………………………… 29 8.5 Vogels / eenden voeren …………………………………………… 29 Handhaving en dierenwelzijn …………………………………………... 30 9.1 Team Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte ……………….. 30

Bijlage 1

E-mailadressen en websites van belangrijke partners.................. 31

3

1. Inleiding Met het op 26 april 2012 vaststellen van de eerste kadernota Dierenwelzijn werd een begin gemaakt met de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid in de gemeente Velsen. Het beleid heeft zich in de loop van de tijd doorontwikkeld, verbeterd en er is aangetoond dat dierenwelzijn een onderdeel is geworden van de samenwerking tussen de interne en externe actoren in de gemeente Velsen. De nu voorliggende nota vormt een herijking van het Velsens dierenwelzijnsbeleid uit 2017 en vormt het nieuwe gemeentelijk beleidskader waaruit de acties en maatregelen op het gebied van dierenwelzijn in Velsen worden geïnitieerd. De gemeente werkt hierbij nauw samen met haar maatschappelijke partners. Het nieuwe beleid is opgesteld n.a.v. een noodzakelijke bezuinigingstap vanaf 2021 en verder, besloten door de gemeenteraad in 2020. Tijdens de raadsessie in het voorjaar van 2021 is input voor de doorvoering van de bezuinigingen opgehaald en voor aanpassingen van het beleid uit de nota van 2017. In het najaar van 2021 wordt een tweede sessie gehouden waarin een aantal keuzes worden voorgelegd ter besluitvorming, waaronder deze beleidsnota. Maatregelen dierenwelzijn Het is de inzet van de gemeente om de maatregelen dierenwelzijn in gezamenlijkheid met de maatschappelijke partners uit te voeren.

Het bevorderen van dierenwelzijn en de aanpak van dierenleed - door de gemeente in samenwerking met de maatschappelijke partners - vormen de rode draad van het beleid. Preventie en voorkomen van dierenleed spelen daarbij een belangrijke rol. Naast wettelijke taken heeft de gemeente ook maatschappelijke taken op het gebied van dierenwelzijn die in Velsen veelal worden uitgevoerd door diverse dierenzorgorganisaties. Dierenwelzijn is een veelomvattend begrip dat zowel het fysieke welzijn (diergezondheid) als het geestelijk welzijn (hoe voelen dieren zich) omvat. Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van het leven zoals het door het dier wordt ervaren. Een goed welzijn voor dieren betekent dat voldaan wordt aan de natuurlijke behoeftes van het dier. Aan gedrag en gezondheid kunnen we aflezen hoe het met het welzijn van het dier is gesteld. Goede verzorging, onder andere in de vorm van huisvesting en voeding en zo nodig medische verzorging vormt een basisvoorwaarde voor het dierenwelzijn van gezelschapsdieren en landbouwdieren. De Wet Dieren beschrijft het begrip dierenwelzijn als volgt: “dieren dienen gevrijwaard te zijn van dorst, honger, onjuiste voeding, fysiek en fysiologisch ongerief, pijn, verwonding of ziekten, angst en chronische stress en dieren moeten een normaal soorteigen gedrag kunnen vertonen”. In de Wet Dieren staat de intrinsieke waarde van het dier centraal.

Dit betekent dat dieren een eigen waarde hebben. Dieren zijn wezens met gevoel. Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van het leven van dieren. De intrinsieke waarde van het dier staat los van het nut of de waarde van het dier voor de mens. Dierenwelzijn (gehouden) dieren met een eigenaar De wijze waarop mensen aankijken tegen dierenwelzijn is bij vrijlevende dieren niet hetzelfde als bij gehouden dieren. Een eigenaar is verantwoordelijk voor het optimale welzijn van zijn ‘gehouden’ dier(en). Welzijn begint met een goede gezondheid. Maar met 4

fysieke gezondheid alleen komt het dierenwelzijn onvoldoende tot zijn recht. Dierenwelzijn omvat zowel het fysieke als niet-fysieke welzijn van dieren. Ten aanzien van het niet-fysieke welzijn van het ‘gehouden’ dier kan gedacht worden aan de stress die het dier ervaart door de (soms te krappe) leefruimte. Vrij-levende dieren kennen geen grenzen. Ze zoeken naar de meest ideale leefomstandigheden waar dekking, voedsel en vocht beschikbaar zijn en waar ze zich kunnen voortplanten. In de stad vinden ze die ideale omstandigheden in gebouwen, tuinen, parken en natuurgebieden. Ze leven daar ongeacht wat de mens daarvan vindt. Dat wekt meestal enthousiasme en verwondering op, maar kan overslaan naar ergernis als dieren zorgen voor hinder en overlast. De aanwezigheid van dieren kan botsen met de belangen en activiteiten van de mens. Dan is het zaak om een balans te vinden tussen het menselijk belang, die van biodiversiteit in de stad/het dorp en het welzijn van dieren. Vaak overlappen die belangen. Biodiversiteit is immers ook een indicator voor het welzijn van de mens. Deze staat borg voor een gezonde leefomgeving en heeft een positieve belevingswaarde. De zorgplicht en de bescherming van vrij-levende dieren is van een andere orde dan die van gehouden dieren.

Bij vrij-levende dieren gaat het over conserveren (en verbeteren) van een geschikte leefomgeving om op die manier soorten voor een bepaald leefgebied te behouden. De algemene zorgplicht bij hulpbehoevende dieren is ook voor deze categorie van kracht. Bij het gemeentelijke dierenwelzijnsbeleid hebben veel besluiten en handelingen van de gemeente invloed op het welzijn van dieren. Dit geldt zowel voor dieren met een eigenaar als voor dieren die in het wild voorkomen. Een concreet voorbeeld is de manier waarop de gemeente rekening houdt met de aanwezigheid van broedende vogels wanneer bomen en struiken gesnoeid worden in de openbare ruimte of bij evenementen zoals afsteken van vuurwerk. Het doel van het Velsense dierenwelzijnsbeleid luidt: “Het bijdragen aan het behouden en verbeteren van het welzijn van zowel gehouden dieren als vrij-levende dieren binnen de gemeentegrenzen van Velsen”. Gemeentelijk beleid De gemeente Velsen is medeverantwoordelijk voor dieren binnen de gemeentegrenzen. Om die redenen besteedt de gemeente in haar beleid aandacht aan dierenwelzijn. Inmiddels is de landelijke wetgeving op het gebied van dierenwelzijn en natuur nogal veranderd. De veranderende wetgeving heeft gevolgen voor de taken die de gemeente Velsen heeft op het gebied van dierenwelzijn.

Veel van de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid ligt niet bij de gemeente maar bij derden, andere overheden (rijksoverheid, provincies, waterschappen), uitvoerende organisaties zoals de omgevingsdienst, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven. De gemeente heeft vaak maar beperkte invloed op de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid door derden. Gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid is een breed beleidsveld en heeft raakvlakken met diverse andere beleidsterreinen zoals evenementenbeleid, veiligheidsbeleid, natuurbeleid, landschapsbeleid, beleid rond zorg en ruimtelijke ordeningsbeleid. Afgelopen jaren is er nauw samengewerkt met de diverse dierenwelzijnsorganisaties. Nota Dierenwelzijn Velsen 2022-2025 De nota 2017 is geactualiseerd. Dit houdt in dat we het huidige beleid onder de loep hebben genomen en aangepast aan de actuele ontwikkelingen. In de kern blijven de meeste zaken overeind staan. Er zijn twee inhoudelijke aanvullingen/wijzigingen (schuilstallen en het chippen van katten) en uiteraard de grote wijziging in de organisatie en financiering van dierenwelzijn naar aanleiding van de bezuinigingen. De strekking van de nota blijft hetzelfde. In onze samenleving zijn mensen en dieren met 5

elkaar verbonden. Zonder dieren zou de samenleving een gebrek hebben aan levendigheid en veelzijdigheid in de stedelijke omgeving. Als mensen hebben wij een verplichting tegenover de dieren, de zorg voor hun welzijn, gezondheid en omdat dieren in en om een dorp of stad vaak afhankelijk zijn van de mens zelfs een extra zorgplicht. Bij steeds meer gemeenten in ons land is “Dierenwelzijn” een vast onderdeel van het gemeentelijk beleid. De gemeente Velsen heeft sinds 2012 een wethouder Dierenwelzijn én een nota Dierenwelzijn. Naast een morele verantwoordelijkheid heeft de gemeente ook een juridische verantwoordelijkheid. Dieren die in de gemeente gevonden worden vallen conform het Burgerlijk Wetboek (boek 5, artikel 8, lid 3) onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De opvangplicht van de gemeente beperkt zich niet alleen tot honden en katten. Het gaat om alle gevonden dieren die vermoedelijk een eigenaar hebben. Het kan dus ook gaan om een konijn, papegaai of cavia die ontsnapt is, maar ook om het verwijderen (ruimen) van kadavers. Kortom, in deze nota wordt aangegeven op welke gebieden de gemeente Velsen het welzijn van de dieren in onze gemeente waarborgt. Daarnaast worden ook de zaken vermeld die al vastgelegd zijn in bestaande wet- en regelgeving en beleidsvoering. En staan we stil bij de veranderingen in organisatie en financiën rondom het dierenwelzijnsbeleid.

Hierdoor wordt een zo compleet mogelijk beeld geschetst van het totale beleid aangaande dierenwelzijn.

6

2. Leeswijzer De nota dierenwelzijn is op de volgende manier opgebouwd. Hoofdstuk 1. In de inleiding wordt de nieuwe nota beschreven. Hoofdstuk 2. Leeswijzer Hoofdstuk 3. Dierenwelzijn in Velsen is mensenwelzijn en geeft aan dat de gemeente Velsen het welzijn van dieren serieus neemt. Hoofdstuk 4. Wettelijk en bestuurlijk kader ter bescherming van de dieren. Hoofdstuk 5. Organisaties en financiën Hoofdstuk 6. Beschrijving overige dieren die aanwezig kunnen zijn in Velsen. Hoofdstuk 7. Bescherming van dieren. Hoofdstuk 8. Educatie en bewustwording Hoofdstuk 9. Handhaving van dierenwelzijn In de bijlage staan de websites van organisaties, met betrekking tot dierenwelzijn.

7

3. Dierenwelzijn in Velsen is mensenwelzijn De inwoners van Velsen houden uiteenlopende gezelschapsdieren. Dieren verrijken het leven van veel mensen, geven afleiding, nodigen uit tot zorg en maken het makkelijker om contacten met anderen aan te gaan. In Velsen wordt een relatief groot aantal paarden gehouden. In de natuur- en recreatiegebieden en in de (kinder)boerderij bevinden zich verder landbouwhuisdieren met een economische, educatieve, recreatieve en sociale waarde. De grootste groep dieren in onze gemeente wordt gevormd door in het wild levende dieren, vooral vogels, knaagdieren en vissen. Tegenover al deze dieren hebben wij als mens verplichtingen. Wij hebben een zorgplicht omdat dieren binnen de gemeente Velsen in hoge mate afhankelijk zijn van ons. Veel besluiten en handelingen van de gemeente zijn van invloed op het welzijn van dieren. Dat geldt zowel voor huisdieren als voor in het wild levende dieren. Het college gaat uit van de eigen waarde van dieren, een intrinsieke waarde die onafhankelijk is van hun nut, noodzaak of schade voor de mens. Dieren vormen een belangrijk deel van de samenleving. Het welzijn van dieren in Velsen is ook in de ogen van het college een kwestie van beschaving en geweten. Dit welzijn dient in harmonie met het welbevinden van de menselijke bewoners van Velsen geborgd te worden.

Waar de grenzen zijn bereikt en sprake is van overlast moet dit op creatieve wijze en met respect voor beider belangen worden opgelost. De visie op dierenwelzijn richt zich op vier kernpunten: • dierenwelzijn mee laten wegen in beslissingen van de gemeente; • bewustwording van dierenwelzijn onder de bevolking bevorderen; • samenwerking met en tussen de lokale instanties om dierenwelzijn stimuleren / aanjagen; • voorwaarden scheppen voor een gezond leefklimaat voor alle dieren. De boodschap die de gemeente wil blijven uitdragen is dat het onze gezamenlijke verantwoordelijkheid is om het welzijn van de dieren binnen onze gemeente serieus te nemen en de (wettelijke) taken goed uit te willen voeren. Dierenwelzijn is en blijft facetbeleid. Bij het opstellen van gemeentelijke plannen is dierenwelzijn van wezenlijk belang. Als men een Omgevingsvergunning aanvraagt bij de gemeente dan wordt ook bekeken of natuurtoestemming noodzakelijk is en of het niet in strijd is met de dierenbelangen. 3.1. Diervriendelijke gemeente Een diervriendelijke gemeente investeert óók in het welzijn van (wilde)dieren. Dit kan door bij het inrichten van de openbare ruimte er rekening mee te houden dat er plaats is voor dieren, of ze nu in het wild leven, of bij mensen in huis. Mensen leven gezamenlijk én samen met de dieren.

In bijna de helft van alle gezinnen maakt een hond of kat onderdeel uit van het gezin. 8

4 Wettelijk en bestuurlijk kader ter bescherming van de dieren 4.1 Algemeen Ten aanzien van het dierenwelzijn geldt voor de gemeente het landelijk juridisch kader. Regelgeving en handhaving op dit terrein zijn in principe een zaak van het Rijk. Handhaving van de naleving van de Wet dieren gebeurt door inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dit in samenwerking met de afdeling van de Dierenbescherming Noordwest en de (lokale) politie. De rol van de gemeente ligt meer in de voorwaarde scheppende sfeer. De gemeente kan ervoor zorgen dat burgers de weg vinden op het gebied van dierenwelzijn (informatievoorziening op de website) en dat ondersteunende organisaties goed kunnen blijven functioneren (bekostigen van lokale of regionale opvang, de dierenambulance en dierenwelzijnsorganisaties). Naast de kaderstellende voorschriften zijn er nog een aantal overkoepelende wetten en regelgevingen van kracht die (indirect) ook bescherming bieden aan de dieren in onze gemeente.

Dit betreft de Europese regelgeving: De voorschriften van de Vogelrichtlijn (VRL) bescherming en beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie (EU) in het wild levende broed -en trekvogels en hun leefomgeving) en de Habitatrichtlijn (HBL) (ten behoeve van het in stand houden van voor de EU van belang zijnde dieren – en plantensoorten en hun leefomgeving) zijn geïmplementeerd en verankerd in de Wet Natuurbescherming. 4.2 Wetgeving en gemeentelijke taken Iedere burger heeft op grond van de Wet Dieren en de Wet Natuurbescherming een zorgplicht voor dieren. In beide gevallen houdt dit in dat handelingen die mogelijkerwijs schade kunnen toebrengen aan het dier achterwege moeten worden gelaten of, voor zover mogelijk, moeten worden voorkomen dan wel beperkt. 4.3 Wettelijke taken: 1. Opvang en vervoer gevonden dieren (Burgerlijk Wetboek); 2. Opvang en vervoer dieren bij b.v. huisontruimingen (Algemene Wet Bestuursrecht); 3. Ondersteuning brandweer en politie bij calamiteiten (Wet Veiligheidsrisico’s); 4. Opvang en vervoer in het wild levende dieren (Wet Dieren en Wet Natuurbescherming). Toelichting wetgeving: 4.3.1 Burgerlijk Wetboek: opvang en vervoer gevonden dieren Gevonden dieren met een vermoedelijke, maar onbekende eigenaar, vallen volgens het Burgerlijk Wetboek (artikel 5:8 lid 3 BW) onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

De opvangplicht van de gemeente is niet beperkt tot honden en katten, het gaat om alle gehouden dieren (dus ook cavia’s, hangbuikzwijntjes, reptielen etc.). De opvangplicht van de gemeente richting de burger eindigt na 14 dagen, hierna wordt de gemeente eigenaar van het gevonden dier, dat voor de wet gelijk staat aan een gevonden voorwerp. 4.3.2 Algemene Wet Bestuursrecht: opvang en vervoer dieren bij b.v. huisontruimingen Gemeenten kunnen bestuursdwang toepassen voor het meevoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken. Dit vindt onder andere plaats bij huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname van de eigenaar. Hierbij ontstaat ook zorgplicht voor dieren die betrokken zijn bij 9

huisontruimingen. De gemeente heeft hierbij een bewaartermijn van maximaal 13 weken en is daarmee ook verantwoordelijk voor het vervoer naar een geschikte opvangplaats. 4.3.3 Wet Veiligheidsrisico’s: ondersteuning brandweer en politie bij calamiteiten Volgens artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s is het college van Burgemeester en Wethouders belast met organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. De burgemeester heeft het opperbevel over de brandweer. Volgens artikel 3, lid 1, onderdeel b van de Wet Veiligheidsrisico’s moet de brandweer bij haar taken zorgen voor de veiligheid van mens én dier. De Dierenbescherming kan zowel ter plekke als telefonisch ondersteuning bieden aan overheidsdiensten zoals politie en brandweer. 4.3.4 Wet Dieren en Wet Natuurbescherming: opvang en vervoer in het wild levende dieren Vanuit de Wet Dieren en de Wet Natuurbescherming geldt er een algemene zorgplicht voor eenieder voor in het wild levende, inheemse diersoorten. Het opvangen van dergelijke dieren mag alleen indien een instantie een ontheffing heeft verkregen op grond van de Wet Natuurbescherming en kan daarom niet door particulieren worden uitgevoerd. Deze opvang is er te allen tijde op gericht om de dieren zo spoedig als mogelijk weer uit te zetten in de vrije natuur.

4.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning Door de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is er meer en eerder contact tussen gemeentelijke hulpverleners en burgers met een ondersteuningsvraag. Als gemeente kunnen we dit contact onder meer inzetten bij de preventie van dierenleed en voorkomen van zwerfdieren. 4.5 Visserijwet De Visserijwet regelt zaken rondom de visserij. De bepalingen in deze wet hebben betrekking op alle vormen van visserij, van de Noordzeevisserij tot en met de sportvisserij. Doelstellingen van deze wet zijn onder andere het bevorderen van de doelmatigheid van de beroepsvisserij en het voorkomen van overbevissing. De wet bevat onder meer regels voor het verpachten van viswater (door gemeenten). De wet houdt rekening met belangen rond natuurbescherming en het welzijn van vissen. 4.6 Wet Dieren In de Wet Dieren is vastgelegd dat iedereen verplicht is een dier in nood te helpen en dat het verboden is een dier de nodige zorg te onthouden. In het geval van de Wet Natuurbescherming houdt de zorgplicht in dat in het wild levende dieren in principe met rust dienen te worden gelaten. Burgers moeten gewonde of zieke dieren in nood echter wel helpen. Dit kan bijvoorbeeld door het dier naar een dierenasiel te brengen of een dierenambulance te bellen.

Gemeenten hebben, naast de zorgplicht die voor iedereen geldt, een wettelijke verplichting met betrekking tot het opvangen van zwervend aangetroffen gehouden dieren. 4.7 Besluit houders van dieren In het Besluit houders van dieren zijn algemene regels opgenomen voor het houden van dieren, het doden van dieren en evenementen met (wilde) dieren. Ook bevat dit besluit aanvullende regels met betrekking tot dierenmishandeling en specifieke regels voor het 10

houden van bepaalde diersoorten. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op ‘openbare samenkomsten en vermakelijkheden’. Dit raakt aan aspecten van openbare orde en veiligheid, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Het voorgaande houdt in dat de burgemeester toestemming moet geven voor het organiseren van evenementen ook wanneer daar dieren bij betrokken zijn. De gemeente beoordeelt de aanvraag voor de vergunning en kan een evenement weigeren of voorschriften opstellen met als inzet om evenementen met dieren terug te dringen. Deze aanvragen voor vergunningplichtige evenementen met dieren worden individueel bekeken en beoordeeld. 4.8 Natura-2000 Natura-2000 zijn bijzonder waardevolle en kwetsbare natuurgebieden, die extra bescherming nodig hebben. Wanneer een plan of project effecten heeft op deze gebieden, moet hiervoor eerst bij de provincie een vergunning worden aangevraagd. Activiteiten, zoals bouw- of sloopwerkzaamheden zijn projecten. Natura-2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden en is een initiatief van de Europese Unie, met als doel de gevarieerde en rijke natuur in Europa te behouden. Binnen Natura-2000 vallen alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en ook zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming.

Voor het beheren van gebieden worden door de provincie beheerplannen opgesteld met als doel de natuur te verbeteren. Velsen heeft ook Natura 2000 gebieden; vrijwel het gehele Velsense duingebied valt hieronder. Bij het opstellen van beheerplannen voor Natura 2000 gebieden wordt extra rekening gehouden met de kwetsbare dieren in dat leefgebied. De gemeente Velsen heeft formeel geen bevoegdheden ten aanzien van beheerplannen, maar bij het opstellen van beheerplannen voor Natura-2000 gebieden wordt de gemeente wel betrokken, omdat het grondgebied van de gemeente betreft. De vergunningen worden door de provincie, gemandateerd aan de Omgevingsdienst Noord Holland Noord, afgegeven en alleen als op basis van ecologisch onderzoek vast is komen te staan dat de activiteit geen aantasting van natuurlijke kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen van het gebied tot gevolg heeft. Dit is bijvoorbeeld verkend rondom het vraagstuk van het afvlakken van het duin voor de IJmuidense Reddingsbrigade (IJRB). 4.9 Gedragscode Flora en Faunawet De gedragscode is de concretisering van de algemene zorgplicht voor de beschermde soorten genoemd in de AMvB van de Wet natuurbescherming. De gedragscode beschrijft hoe in redelijkheid, activiteiten kunnen worden vermeden die schadelijk en nadelig kan zijn voor de genoemde dieren en planten.

De genoemde gedragsregels zorgen ervoor dat er geen negatieve invloed van de werkzaamheden op het lokale voortbestaan van soorten uitgaat. De vrijstelling uitsluitend voor de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van het bestendig beheer en onderhoud en/of ruimtelijke ordening. De gedragscode is van toepassing binnen de grenzen van Velsen op alle medewerkers van de gemeente Velsen die zelf of samen met anderen werkzaamheden uitvoeren of die daartoe opdracht geven aan derden. Deze derden verklaren bij hun werkzaamheden de “Gedragscode flora en fauna van de gemeente Velsen” te onderschrijven en te volgen. Voor de inwoners van Velsen wordt het helder dat de gemeente in het beheer en onderhoud rekening behoudt met de hier voorkomende beschermde soorten. De gedragscode staat vermeld op de website van Velsen. De code is een tevens een praktisch instrument om te voorkomen dat voor elke beschermde soort een ontheffing aangevraagd moeten worden. 11

4.10 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Binnen de gemeente Velsen zijn dergelijke gebieden aanwezig. Het grootste gebied is Spaarnwoude. Activiteiten en ontwikkelingen binnen Natuurnetwerk Nederland gebieden moeten getoetst worden aan de provinciale verordening. 4.10 Bouwplannen en bestemmingsplannen (Thea check) De Wet Natuurbescherming is van toepassing bij bouw, sloop - en bestemmingsplannen. De gemeente is verantwoordelijk voor het toetsen op deze wet bij ruimtelijke ingrepen en werkzaamheden in de openbare ruimte als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De ingreep wordt beoordeeld op nadelige gevolgen van de flora en fauna. Een bouwplan kan stilgelegd worden als bijvoorbeeld vleermuizen of een Noordse woelmuis aanwezig blijken te zijn. De gemeente Velsen voert deze toets uit bij bestemmingsplannen en (grote) bouwlocaties. Hierbij wordt een QuickScan uitgevoerd naar beschermde planten en diersoorten. Zonodig wordt advies gegeven over de aanpassing van de plannen. Naast een controle op flora en fauna moet de gemeente uit beoordelen of er geen effecten zijn op Natura-2000 gebieden een belangrijkaandachtspunt hierbij is eventuele stikstofdepositie.

Als er stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden veroorzaakt wordt, moet er een vergunning worden aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze vergunning kan alleen worden verleend als de instandhoudingsdoelstellingen en de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. 4.11 Bouwplannen en bestemmingsplannen De Wet Natuurbescherming is van toepassing bij bouw, sloop - en bestemmingsplannen. De gemeente is verantwoordelijk voor het toetsen op deze wet bij ruimtelijke ingrepen en werkzaamheden in de openbare ruimte als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De ingreep wordt beoordeeld op nadelige gevolgen van de flora en fauna. Een bouwplan kan stilgelegd worden als bijvoorbeeld vleermuizen of een Noordse woelmuis aanwezig blijken te zijn. De gemeente Velsen voert deze toets uit bij bestemmingsplannen en (grote) bouwlocaties. Hierbij wordt een QuickScan uitgevoerd naar beschermde planten en diersoorten. Zonodig wordt advies gegeven over de aanpassing van de plannen. Naast een controle op flora en fauna moet de gemeente uit beoordelen of er geen effecten zijn op Natura-2000 gebieden een belangrijkaandachtspunt hierbij is eventuele stikstofdepositie. Als er stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden veroorzaakt wordt, moet er een vergunning worden aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming.

Deze vergunning kan alleen worden verleend als de instandhoudingsdoelstellingen en de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. 4.12 Gemeentelijk aanvullende regelgeving Het opstellen van bovengenoemde regelgeving en handhaving van deze regelgeving op het gebied van dierenwelzijn zijn primair een taak van het Rijk. Gemeenten zijn bevoegd om aanvullende regelgeving vast te stellen om hinder en overlast te voorkomen en bestrijden, de volksgezondheid te bewaken en de openbare orde te handhaven. Gemeenten zijn (vooralsnog) niet bevoegd om aanvullende regels op het gebied van dierenwelzijn op te stellen. Aanvullende regelgeving van de gemeente Velsen staat omschreven in de Algemene Plaatselijke Verordening (A.P.V.). De artikelen 2:45 tot en met 2:51, afdeling 4, 5.43, van de A.P.V. hebben betrekking op dieren. De bepalingen gaan in op aspecten als: • loslopende honden; • verontreiniging door honden; 12

• • • • • • •

overlast door honden; gevaarlijke honden; houden of voeren van hinderlijke en schadelijke dieren; loslopend vee en pluimvee; bescherming van flora en fauna; verzamelen van visvoer; berijden of gebruik rij- en trekdieren op het strand.

4.13 Taak voor gemeente vanuit het Algemene Wet Bestuursrecht Bij huisuitzettingen, detenties of vanwege gezondheidsrisico’s kunnen politie en GGD huisdieren gedwongen op laten nemen. Deze gedwongen opvang valt conform de Algemene Wet Bestuursrecht (artikelen 5:29 en 5:30) ook onder de wettelijke taak van de gemeente. Hier geldt een maximale opvangtermijn van 13 weken. 4.14 Groenstructuurplan Velsen Met het groenstructuurplan geeft de gemeente Velsen richting aan de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling van het landschap en de groene ruimte binnen haar grondgebied. Één van de 4 speerpunten van de visie is het verhogen van de ecologische waarde van de groenstructuur. Binnen stedelijk en landelijk gebied streven we naar het zoveel mogelijk versterken van de ecologische waarde van het bestaande groen. Dit komt ten goede aan de biodiversiteit van planten en dieren, met andere woorden aan de leefomstandigheden van inheemse, in het wild levende (dier)soorten. In het plan staat o.a. beschreven het realiseren van landschappelijke en ecologische verbindingszones tussen het duingebied Zuid-Kennemerland en recreatiegebied Spaarnwoude, het verbeteren van de beeldkwaliteit van paardenhouderijen en het versterken van de ecologische samenhang tussen de duingebieden en de aangrenzende weilanden en van de duingebieden ten noorden en ten zuiden van het Noordzeekanaal.

13

5. Organisatie en Financiën 5.1 Inleiding Het Huidige Dierenwelzijnslandschap heeft op dit moment nog zeven vaste relaties. Onderstaand wordt weergegeven wat de gemeentelijke wettelijke taak is en de maatschappelijke taak. Gemeentelijke wettelijke taak: 1. Dierenbescherming: opvang van zwerfdieren - Kerbert dierenopvangcentrum; - Maatschappelijke taak: stichting Knaagdieren. 2. Stichting Dierenambulance Kennemerland (o.b.v. aantal ritten: vervoer van zwerfhuisdieren & vervoer van kadavers 3. Stichting Dierenambulance Velsen (o.b.v. aantal ritten): vervoer van zwerfhuisdieren & vervoer van kadavers Maatschappelijke taak: 4. Stichting Wildopvang Krommenie: opvang wilde dieren 5. Stichting Egelopvang Haarlem: opvang van zieke egels 6. Stichting RTZ Velsen (o.b.v. aantal oproepen): vervoer van zeedieren 7. Stichting Vogelrampenfonds: opvang van zieke vogels 5.2 De bezuinigingen van 2020 De gemeenteraad heeft in 2020 besloten vanaf 2021 te bezuinigen op dierenwelzijn. De bezuinigingen hebben een grote impact op het dierenwelzijnsbeleid. Op een jaarlijks budget van € 161.179,- moet structureel per 2022 voor € 50.000,- worden bezuinigd, in 2021 is dit nog € 25.000,-. Onderstaand wordt weergegeven hoe het landschap en de impact op de financiën er vanaf 2022 uit zal zien.

Na gesprekken die gevoerd zijn met alle zeven relaties op dierenwelzijn heeft enkel de stichting Vogelrampenfonds een bezuiniging per 2021 ev toegezegd en de Dierenbescherming een bezuiniging voor twee jaar (2022 en 2023). Die gegevens zijn meegenomen in de jaarlijkse kosten hieronder. 5.3 Dierenwelzijn organisaties en financiën 2022: Jaarlijkse kosten dierenwelzijn: Relatie

2018

2019

2020

2021

2022

Dierenbescherming St. Wildopvang Krommenie St. Egelopvang Haarlem e.o. St. Dierenambulance Kennemerland St. Dierenambulance Velsen St. RTZ Velsen St. Vogelrampenfonds Overige relaties Totaal

76.491 1.882

78.302 1.914 925 11.453 15.262 670 15.262 85 161.262

80.407 1.963 942 8.112 15.659 470 15.659 241 151.587

81.807 1.989 950 8.500 13.480 500 13.480 150 164.376

66.000 2.000 950 8.500 13.280 500 13.280 150 141.380

6.414 67.270 403 15.007 114 167.581

14

Verwachte kosten vs begroting 2022 Dierenbescherming 66.000 Dierenambulances 58.500 RTZ 500 Wild/Egel/Vogelopvang 16.230 Overig incidenteel 150 Totaal geraamde kosten 141.380 Begroting 2022 107.041 Niet gerealiseerde taakstelling - 34.339

(is incl. bezuiniging van € 15.000) (o.b.v. trend jaarlijkse kosten periode 2018-2020 (is incl. bezuiniging Vogelopvang van € 2.380)

(is incl. bezuinigingstaakstelling van € 50.000)

5.4 Dierenwelzijn organisaties en financiën vanaf 2023 en verder We starten in 2022 het aanbestedingstraject op voor module 0 omdat we via een aanbestedingstraject op samenwerking, efficiency en kwaliteit kunnen sturen. Module 0: Module bestaat uit

Kosten:

Partij- opvang zwerfdieren

€ 36.000

St. Dierenambulance Velsen

€

St. Dierenambulance Kennemerland

€ 56.900

(geschat op basis van richtprijzen, het daadwerkelijke kostenplaatje is afhankelijk van de reacties van de partijen die zich zullen inschrijven op de aanbesteding) 8.000

(o.b.v. gemiddelde jaarlijkse kosten periode 20182020) (o.b.v. gemiddelde jaarlijkse kosten periode 20182020)

€ 101.560

De kosten voor de uitvoering van onze gemeentelijke wettelijke taken was € 147.370. Op basis van bovenstaand beeld zou jaarlijks € 45.810 worden bespaard op de kosten van de gemeentelijke wettelijke taken. Kosten RTZ Stichting RTZ Velsen

Kosten € 510

Gemiddeld jaarlijkse kosten periode 2018-2020

De kosten RTZ (zeedieren) zijn gebaseerd op maandelijkse ritvergoedingen en kunnen jaarlijks variëren (€ 400 tot € 670 per jaar). Module 0 + Module 1 De begroting bedraagt vanaf 2022 jaarlijks afgerond € 107.000. De kosten Module 0 + Module 1 + Module 2 bedragen afgerond (incl. 14% besparing) € 118.000. Daarmee wordt de geoogde bezuiniging niet behaald. Vandaar wordt voorgesteld om de maatschappelijke taken deels te financieren, namelijk met de overige € 5.000. 15

Kosten Maatschappelijke taken

Module 2 bestaat uit St. Wildopvang Krommenie St. Egelopvang Haarlem e.o. St. Vogelrampenfonds

Huidige Kosten 2021 € 1.989 € 942 € 13.480

Kosten 2022 geïndiceerd € 2.019 € 956 € 13.682

Kosten incl. 14% besparing € 1.736 € 822 € 13.682

€ 16.411

€ 16.657

€ 16.241

€ 118.481

€ 118.724

€ 118.311

(bij de volgelopvang Haarlem is t.o.v. 2020 al een besparing van 14% op het tarief gerealiseerd)

Module 1 + RTZ + Module 2

NB. In 2022 zal op de gemeentelijke wettelijke taken een aanbesteding worden gestart; dus is het mogelijk dat de genoemde organisaties in module 0 er anders uit gaan zien. Indien module 2 in 2023 vervalt dan maken die organisaties niet langer deel uit van de organisaties welke door de gemeente financieel ondersteund worden. Mocht module 2 (deels) blijven dan zal de gemeente Velsen met die relaties gezien de bezuinigingen een nieuwe overeenkomst aangaan per 2023.

16

6. Overige dieren die een rol spelen in de gemeente Velsen 6.1 Bijen Er is een belangrijke relatie tussen groenbeheer van de gemeente Velsen en het Landschapsbeleid. In deze visie wordt beschreven hoe de samenhang is tussen beide kaders. Een voorbeeld van diervriendelijk groenbeheer is het ecologisch beheren van bloemrijke bermen. Bijen en andere insecten hebben een belangrijke functie voor bestuiving van planten zodat deze vruchten krijgen. Daarmee hebben ze ook een economisch belang. De gemeente bevordert al een aantal jaren actief het bijenstand door meer gevarieerde bloeiende beplantingen aan te brengen en bermen ecologisch te beheren (b.v. door geen gebruik te maken van chemische bestrijdingsmiddelen). De gemeente geeft hiermee invulling /uitvoering aan een advies over de verbetering van de leefomstandigheden van bijen. Groene daken In het Milieubeleidsplan is opgenomen dat Velsen de aanleg van groene daken gaat stimuleren. Naast milieuvoordelen zoals tegengaan van wateroverlast door hevige neerslag, zorgt deze vorm voor verkoeling in huis en het vergroten van de levensduur van een dak en bevorderen ook een beter leefgebied voor bijen en vlinders. Imkervereniging In de gemeente Velsen is een Imkervereniging actief. NBV-afdeling Velsen is dan ook een actieve vereniging.

Deze vereniging geeft op scholen en organisaties uitleg over het houden van bijen, nut van bijen en wat imkers allemaal doen in een bijenvolk. In het park Velserbeek heeft een imker al vele jaren een aantal bijenkasten staan: de bijen zijn gek op de nectar uit de vele lindebomen die in het park staan. 6.2 Damherten Damherten in onze regio vormen een groot probleem. In de Amsterdamse Waterleidingduinen en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland leven sinds een aantal jaren teveel herten. Met de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam, Zandvoort en Bloemendaal zijn afspraken gemaakt. In februari 2016 heeft de provincie Noord-Holland een ontheffing voor de jacht afgegeven. Het Faunabeheerplan is voldoende onderbouwd om aan te geven dat de flora en fauna en de verkeersveiligheid te lijden hebben als gevolg van de groeiende populatie damherten. In de zomermaanden mag er niet op de herten worden geschoten, omdat de hindes dan zwanger zijn. Ook mogen jagers niet schieten in gebieden waar veel recreanten rondlopen. 6.3 Honden Er zijn weinig dieren beter voor de mens dan een hond. Toch is niet iedereen even dol op honden, vandaar dat er gedragsregels zijn opgesteld om zo weinig mogelijk overlast te ervaren. In de gemeente zijn ongeveer 4.433 geregistreerde honden aanwezig (peil datum december 2016). Om overlast te beperken zijn de onderstaande regels vastgelegd: 17

• Hondenpoep moet worden opgeruimd; • Een hond moet aangelijnd zijn; • Het aanlijngebod geldt niet op losloopplekken; • Kinderspeelplaatsen zijn voor honden verboden terrein; • Wie zijn hond uitlaat is verplicht een opruimmiddel bij zich te dragen (en te gebruiken). De opruimzakjes zijn te verkrijgen in dierspeciaalzaken en worden ook gratis door de gemeente aangeboden in de automaten die op diverse plaatsen geplaatst zijn. Op de routes naar de hondenuitlaatplaatsen toe zijn speciale afvalbakken geplaatst om deze zakjes in te deponeren. Uitlaatplaatsen Op de uitlaatplaatsen (veldjes en groenstroken tussen de bebouwing) geldt geen opruimplicht. Hierdoor krijgen kleine uitlaatplaatsen soms meer het karakter van hondentoilet, met alle overlast van dien. De afdeling Wijkbeheer reinigt regelmatig handmatig de overbelaste losloopplaatsen . Handhaving van de hondenpoepregels is en blijft altijd een speerpunt van het team handhaving openbare ruimte (THOR) en krijgt dus (extra) aandacht. Niet alleen door feitelijke handhaving maar ook door waarschuwingscampagnes. De uitlaatplekken zijn herkenbaar aan de groene borden uitlaatplek (of paaltjes met een groen schild).

Kinderspeelplaatsen zijn verboden voor honden, die plekken zijn herkenbaar aan het rode bord “speelplaats”

Honden op het strand Voor een goed evenwicht tussen alle gebruikers van het strand en de honden op het strand, zijn er regels. Strand Velsen Noord: - hier mag zomers de hond op het strand in zone 1 en 3, maar moet wel zijn aangelijnd en poep dient ook opgeruimd te worden. - In zone 2 mag de hond in de zomer los mag lopen. Strand IJmuiden: - tussen de Zuidpier en IJmuiderslag mogen van 1 april tot 1 oktober geen honden op het 18

-

strand. Op het ‘Kleine Strand’ tussen de Noord- en de Zuidpier mogen in de zomer geen honden komen. Voor de eigenaren/huurders van huisjes op de stranden wordt een uitzondering gemaakt, zolang de hond aangelijnd in de directe nabijheid van het huisje blijft. Het gebied ten zuiden van het IJmuiderslag (tot aan de grens met Bloemendaal) mag het hele jaar met honden worden gelopen en mogen de honden ook loslopen. In de winter (van 1 oktober tot 1 april) is het op alle stranden in Velsen toegestaan om vrij met honden te lopen.

6.4 (Zwerf)Katten en chippen Jaarlijks is er sprake van tussen de 136.000 tot 1.2 miljoen zwerfkatten. Bekend is dat er jaarlijks meer dan 100.000 afstands- en zwerfdieren in het asiel terecht komen en dat het aantal zwerfkatten blijft groeien. Dat levert overvolle asielen, overlast en ziektes op waar geen kat bij gebaat is. Hoeveel zwerfkatten Velsen e.o. precies telt is moeilijk aan te geven, er worden geen tellingen bijgehouden of stelselmatig vangacties georganiseerd. Pas bij overlast en klachten wordt ingegrepen maar dan is de situatie voor veel zwerfdieren al zeer betreurenswaardig. Tot nu toe lukt het slechts om maar een aantal procent aan de hand van chipgegevens terug te bezorgen bij de baasjes. In het havengebied maar ook daarbuiten bevinden zich veel zwerfkatten. Elders komt het ook wel voor dat overlast van huiskatten wordt ervaren. Sproeien, poepen en krabben zijn voor katten manieren om te communiceren, het betreft dus normaal (territoriaal) gedrag. Het is aan de eigenaar om te zorgen dat dit gedrag geen overlast aan derden bezorgt. Dit zal veelal goed mogelijk zijn. Naast voorlichting is vooral blijvende preventie nodig. Dit kan alleen door zwerfkatten te vangen, te neutraliseren en weer terug te zetten. De paringsdrang, inclusief het krijsen, vechten en sproeien, is sterk verminderd. Omwonenden zullen dus veel minder last hebben.

Ook groeit de populatie niet meer, omdat de dieren onvruchtbaar zijn gemaakt en nieuwe katten niet meer worden geaccepteerd. De ervaring leert dat de groep steeds kleiner wordt en op den duur uitsterft. In februari 2021 is gestart met de uitvoering aan een proef van demissionair minister Carola Schouten van Landbouw om in twee steden, Amsterdam en Alphen aan den Rijn, om katten / katers verplicht te chippen en registreren. Het doel is: 1. het zwerfkattenprobleem aan te pakken en 2. het baasje altijd terug te vinden is. Na de proef kan beslist worden of er een landelijke chipplicht opgelegd kan worden. Dan worden ook details zoals handhaving uitgewerkt. De kosten van het chippen ligt tussen de 30 – 45 euro. Niet iedereen kan dat betalen, daarom heeft Amsterdam, een speciale pas voor mensen met lage inkomens. Zij kunnen hun kat gratis laten chippen en registreren. Afhankelijk van het besluit vanuit het Ministerie of dit landelijk beleid wordt en de animo van de kattenbezitters in Velsen kan onderzocht worden 19

na invoering van de chipplicht of het aanbieden van een dergelijke pas tot de mogelijkheden behoort. Wij zullen hier dan op terugkomen bij de raad. 6.5 Paarden In Nederland worden ongeveer 400.000 paarden gehouden. Velsen is een gemeente met een relatief hoge “paarddichtheid”. Paarden en pony’s zijn groepsdieren die van nature het grootste deel van de dag ‘wandelend’ op zoek zijn naar voedsel. Gedurende 24 uur per dag in een gesloten box verblijven is dan ook niet de bedoeling. In 2010 is er een convenant afgesloten met ondernemers in Velsen die een manege, stal of paarden houden Niet meer actueel, weglaten?. Er zijn een 6-tal punten beschreven waar men zich aan dient te houden (o.a. ruiters op de paden, opruimen van mest van het dier). Ook wordt weidegang en schuilgelegenheden gepromoot. Het levert contact op met andere paarden en kan hierdoor stress voorkomen. In het Nederlandse klimaat is niet iedereen in de gelegenheid dieren bij slecht weer naar de stal te halen. Een schuilgelegenheid is daarbij noodzakelijk. Dit kan worden geboden door een gebouwde voorziening (schuilstallen) of door natuurlijke beschutting. Het Landschapsbeleid gaat uit van natuurlijke beschutting, bijvoorbeeld door beplantingssingels. Eventuele gebouwde voorzieningen zullen bij de hoofdbebouwing gerealiseerd moeten worden.

Deze bebouwmogelijkheden worden in het bestemmingsplan geregeld met een bouwvlak. Schuilstallen In de huidige bestemmingsplannen biedt op dit moment alleen het bestemmingsplan Duingebied een mogelijkheid om schuilstallen op te richten binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Om dit mogelijk te maken is er een omgevingsvergunning nodig waaraan voorwaarden zijn gekoppeld. Het gaat om de volgende voorwaarden: a. er dient sprake te zijn van aantoonbare noodzakelijkheid en doelmatigheid van een schuilstal in het kader van dierenwelzijn. b. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing. Schuilstallen dienen aan de randen van het perceel te worden gepositioneerd of in de hoek van een perceel, bij voorkeur aansluitend bij bestaande hoge beplanting of bebouwing. c. vestiging van schuilstallen in het open gebied is alleen toegestaan als hierdoor de karakteristieke openheid niet in het geding komt. Hierbij is van belang de afstand tot bestaande agrarische bedrijven, landschappelijke inpassing en reeds vergunde schuilstallen in de nabijheid. d. het dient te gaan om solitair gelegen weilanden. Indien een weiland aansluit aan het perceel van de aanvrager, dient de schuilgelegenheid binnen het bebouwbaar erf te worden gerealiseerd. e. toegestaan is een maximale oppervlakte van 30 m2, een goothoogte van 2 meter en een nokhoogte van 3 meter.

Het plangebied omvat met name het duingebied de Kennemerduinen, maar ook de binnenduinrand valt binnen het gebied, aan de noordzijde globaal begrensd door de Heerenduinweg, aan de oostzijde door de woonkernen Driehuis en Santpoort-Noord. De zuidzijde grenst aan het grondgebied van de gemeente Bloemendaal. De meeste gronden hebben de bestemming ‘natuur’. Daar is geen 20

mogelijkheid om schuilstallen op te richten, dat is alleen mogelijk binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Alle andere bestemmingsplannen bieden geen mogelijkheid om een schuilstal op te richten. Dat betekent dat het bestemmingsplan geen mogelijkheid biedt om schuilstal op te richten buiten de bouwvlakken. Wil iemand daar een schuilstal oprichten, dan zal die dus altijd binnen het bouwvlak moeten worden opgericht. Provinciale ruimtelijke verordening: Binnen het landelijk gebied kan een ruimtelijk plan voorzien in de bouw van een schuilstal, indien: a. deze uitsluitend is bedoeld als schuilvoorziening voor dieren voor weersomstandigheden; b. het grondoppervlak van de schuilstal niet meer bedraagt dan 30 m2; en c. er niet meer dan één schuilstal per perceel met een minimum omvang van 5.000 m2 wordt gebouwd. Binnen het landelijk gebied biedt de Provinciale ruimtelijke verordening mogelijkheden om schuilstallen op te richten; • Op dit moment bieden nog niet al onze bestemmingsplannen in het landelijk gebied de mogelijkheid voor een schuilstal; • Indien een schuilstal gewenst is, dan is het belangrijk eerst een beleidsuitgangspunt te bepalen of te formuleren. Vervolgens kan dit beleidsuitgangspunt worden verwerkt in een bestemmingsplanherziening.

6.6 Visserij 6.6.1 Sportvissen Sportvissen is voor veel mensen in Nederland een belangrijke manier om recreatief te ontspannen en van de natuur te genieten. De georganiseerde sportvisserij zet zich actief in om sportvissers op een verantwoorde manier te laten vissen. Hiervoor zijn gedragscodes ontwikkeld door het Ministerie van EL&I. Sportvisserij Nederland en Sportvissers MidWest Nederland (kantoor Uitgeest) zijn professionele organisaties die oog hebben voor de sportvisserij. Bij de Sportvisserij zijn er BOA’s in dienst om te controleren op zwartvisserij en visstroperij, maar ook op alle bepalingen en voorwaarden vastgelegd in de lijst van viswateren. Er kunnen tegenstrijdige belangen een rol spelen wanneer het aankomt op dierenwelzijn. De sportvisserij (bedrijfsmatig, als sport en recreatie) is daar een voorbeeld van. Dierenwelzijnsorganisaties stellen dat sportvissen in strijd is met dierenwelzijn. Daar tegenover staat het belang van het verenigingsleven en het grote maatschappelijke belang. De zorgvuldige manier waarop gevist wordt en na de vangst met de dieren wordt omgegaan, is bepalend voor de mate waarin het welzijn van de vissen wordt aangetast. Hoewel de gemeente geen aanvullende eisen zal opstellen, zal zij wel de 21

betrokken actoren vragen om op een verantwoordelijke manier met voorlichting, educatie en visserij om te gaan, zodat er zo diervriendelijk mogelijk omgegaan wordt met vissen. De gemeente Velsen heeft een goede relatie met Sportvisserij MidWest Nederland, Sportvisserij Nederland en Rijkswaterstaat. Eventuele knelpunten worden in een regelmatig overleg besproken. Sportvisserij MidWest Nederland heeft eigen BOA’s en organiseert incidenteel schoonmaakacties op de pieren. 6.6.2 Vismigratie Zowel voor de goede ecologische toestand van het water als voor vissen is het van belang dat vissen zich vrij van het ene naar het andere gebied kunnen bewegen als het levensstadium of de omstandigheden daarom vragen. Dat geldt niet alleen voor trekvissen als stekelbaars of paling, maar ook voor vrijwel alle vissoorten die in de Hollandse polders voorkomen. Vismigratie voorkomt dat door inteelt sprake is van verslechtering van de visstand, wat kan leiden tot vissterfte of overbevolking. Velsen heeft met de vishevel in Velsen-Noord een eerste grote stap gezet om vismigratie te bevorderen van soorten die in het Noordzeekanaal voorkomen. In een vijver langs de Wijkeroogstraat is een oppervlaktewatergemaal voorzien van de stroboscooplamp om vissen weg te jagen bij het gemaal. De schoepen van een gemaalpomp kunnen immers letsel of zelf sterfte veroorzaken bij vissen.

22

7. Bescherming van dieren 7.1 Bescherming in het wild levende dieren Vooral daar waar het buitengebied de stedelijke omgeving raakt (overgangen tussen verschillende biotopen), leven dieren en groeien planten. Voorbeelden in Velsen zijn bv. egels, vlinders, amfibieën en vogels. Zij leven en planten zich voort in de vrije natuur. De bescherming van inheemse en uitheemse planten- en diersoorten is geregeld in de Wet Natuurbescherming (voorheen Flora- en Faunawet). Belangrijk is dat er bij het opstellen/maken van (ecologische of bouwkundige) plannen die ingrijpen in de natuur en het landschap rekening wordt gehouden met het dierenwelzijn (b.v. bij het droogleggen, baggeren of het verleggen van watergangen moet dit in de geschikte maand gebeuren, het kappen van bomen mag niet tijdens de broedtijd, zorgen voor mooi bloeiende natuurvriendelijke oevers en bermen en het achterwege laten van chemische onkruidbestrijding). Door de afdeling Openbare Werken wordt jaarlijks een werkplan opgesteld wat er aan onderhoud staat te gebeuren. Ook voor de lange termijn worden er plannen bedacht om zo de natuur binnen Velsen in evenwicht te houden. Ook met vleermuizen hebben we rekening te houden. Je kunt b.v. niet zo maar een bunker openstellen voor publiek als deze lange tijd gesloten is geweest. Dan moet er eerst een natuuronderzoek plaatsvinden of er vleermuizen binnen zijn.

Vleermuizen zijn beschermde dieren. Indien bekend is dat er vleermuizen leven, dan moeten er voorzieningen worden getroffen waardoor de vleermuis kan voortleven. Hier kan de Omgevingsdienst IJmond in adviseren. 7.2 Botulisme In warme zomers komt botulisme voor. Dit is een vergiftiging die o.a. bij watervogels voorkomt. Het wordt veroorzaakt door opname van voedsel en water waarin de bacterie Clostridium botulinum aanwezig is. Deze bacterie komt in zuurstofloos water voor en veroorzaakt bij watervogels verlammingsverschijnselen met vaak de dood tot gevolg. Vogels met vergiftigingsverschijnselen kunnen naar de vogelopvang worden gebracht. Dode dieren moeten zo spoedig mogelijk worden verwijderd. Afdeling Beheer & Onderhoud laat deze vogels ophalen en deze worden volgens de richtlijnen van de destructiewet vernietigd. Botulisme is, naast dat het gevaarlijk is voor de vogels, ook gevaarlijk voor mensen en overige dieren daarom worden er zo nodig waarschuwingsborden geplaatst. 7.3 Dierenmishandeling 7.3.1 Indicator van huiselijk geweld Er zijn verschillende kruisverbanden tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. Deze zogenaamde “cruelty link” kent twee categorieën. 1. het voorspellende karakter van dierenmishandeling. Uit onderzoek blijkt dat plegers van geweldsmisdrijven vaak in hun jeugd al bekend stonden om hun wreedheid jegens dieren. 2.

het welzijn van dieren en dan vooral gezelschapshuisdieren . Dit kan een belangrijke indicator zijn bij het signaleren van huiselijk geweld, armoede en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.

23

Vanaf de jaren negentig geldt dierenmishandeling in verschillende landen als indicator van huiselijk geweld en andere geweldsdelicten en kent het een eigen meldcode. Ook in Nederland worden duidelijke verbanden tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld waargenomen. Dierenartsen en dierenbeschermers blijken dus sleutelfiguren te zijn bij de melding en opsporing van huiselijk geweld. Andersom kunnen meldingen van huiselijk geweld gevallen van dierenmishandeling aan het licht brengen. 7.3.2 Verwaarlozing dieren Dierenmishandeling en -verwaarlozing komen helaas vaker voor dan men denkt. Daarbij is lang niet altijd sprake van kwade opzet. De gemeente heeft zelf geen eigen meldpunt voor dierenmishandeling en -verwaarlozing. Maar ook als een hond weinig wordt uitgelaten (en daardoor veel blaft) of iemand buitensporig veel huisdieren heeft (en daardoor voor stankoverlast zorgt), kan er sprake zijn van verstoord dierenwelzijn. Dierenbezitters zijn zich namelijk lang niet altijd bewust van hun (slechte) gedrag. Een aantal collega ambtenaren gaat op huisbezoek in de gemeente. In alle gevallen van dierenmishandeling (huiselijk geweld en sociaal-maatschappelijke problemen) kan het landelijke meldnummer 144 Red een Dier worden gealarmeerd. Bij zaken van huiselijk geweld kan er aandacht zijn voor eventuele huisdieren en zal zonodig de Dierenbescherming worden geïnformeerd.

Red een Dier, Bel 144 Om het melden van dierenmishandeling en -verwaarlozing makkelijker te maken, is er één meldnummer voor heel Nederland: “144, Red een Dier”. Het meldpunt 144 is ondergebracht bij de Landelijke Eenheid van de nationale politie. 7.4 Dierplagen en overlastbestrijding (meeuwen, ganzen, duiven) Binnen de gemeentegrenzen zijn er gebieden of terreinen die voor bepaalde diersoorten aantrekkelijk zijn om te nestelen of te fourageren. Denk hierbij aan ganzen, meeuwen, duiven en zwanen. Neemt het aantal van sommige diersoorten te veel toe dan leveren zij overlast (bevuiling van de openbare weg met uitwerpselen, geluidsoverlast of zorgen voor onveilige situaties op verkeerswegen en voetpaden). Dierplagen in de stad komen vaak voort uit verkeerd menselijk gedrag, zoals het voeren van dieren en de aanwezigheid van zwerfvuil. In het wild levende dieren worden daardoor ongezond en afhankelijk. Wanneer dieren in onze omgeving worden aangemerkt als schadelijk (plaagdieren) gaat het meestal om ratten, muizen of kakkerlakken. De dieren gedijen goed en nemen door het ontbreken van natuurlijke vijanden in aantal toe. Preventie is nog altijd het beste middel om schade of hinder te voorkomen en voor te zijn (afrasteren, dichten gaten/kieren, alert zijn op te veel voedsel).

In principe ligt de verantwoordelijkheid van de bestrijding van plaagdieren bij de eigenaar van een woning of perceel. Deze dient ervoor te zorgen dat zijn eigendom ongediertevrij blijft en de gemeente is dan ook niet verplicht om mee te betalen aan de bestrijding of preventieve maatregelen op particulier terrein. De kosten van door het plaagdier aangebrachte schade in huis en tuin wordt niet vergoed. De gemeente Velsen zal bij dierplagen bij voorkeur eerst de meest diervriendelijke alternatieven inzetten eventueel in overleg met een expert. De particuliere markt is nadrukkelijk aanwezig in het bestrijden van overlastgevende dieren.

24

Tegengaan meeuwenoverlast In Velsen is met name sprake van duiven-, meeuwen- en (in mindere mate) ganzenoverlast. Op allerlei manieren wordt uitleg gegeven hoe men dient te handelen om de overlast tegen te gaan of te beperken. Op een aantal daken van de woningen van de woningcorporaties zijn vliegers geplaatst (genaamd Terror Hawk). Deze vliegers werken afdoende om de meeuwen te verjagen. Particuliere eigenaren zijn hier ook op attent gemaakt. Eind 2021 wordt bekeken of in de herziening van de APV het verbod op het voeren van meeuwen opnieuw onderdeel kan uitmaken van de APV. 7.5 . Evenementen met dieren en circussen (Zie ook: 4.7) Het in behandeling nemen en verstrekken van vergunningen voor evenementen is een taak van de gemeente. De regelgeving rond dierenwelzijn en evenementen is een bevoegdheid van de Rijksoverheid. De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming bewaakt de toepassing van de regels. Sinds 15 september 2015 is het verboden om met wilde zoogdieren op te treden, bijvoorbeeld in circussen (Besluit verbod wilde dieren in circussen). Door de gemeente wordt geen vergunning meer afgegeven voor evenementen waar wordt opgetreden met wilde zoogdieren. Uitzondering wordt gemaakt voor o.a.: ezels, paarden, honden, katten, runderen, schapen, gieten, varkens. Dit verbod geldt niet alleen voor evenementen in de openbare ruimte maar ook voor inpandige optredens.

Het verbod spreekt zich alleen uit over evenementen met zoogdieren, maar niet voor andere evenementen met andere dieren, zoals vogels en reptielen. Roofvogels- en reptielenshows vallen dus niet onder dit verbod. 7.6 Houden van exotische dieren Exotische dieren zijn dieren die niet van nature in Nederland voorkomen en nog niet lang in Nederland worden gehouden (slangen, papegaaien en schildpadden). Zij worden soms gehouden als huisdier of in een dierentuin. Veel mensen realiseren zich niet dat de dieren hier niet thuishoren en hoe deze goed te verzorgen. Het verschil tussen een natuurlijke omgeving en een huiskamer is wel heel groot. Het houden van bepaalde soorten reptielen vereist veel kennis en/of ervaring van de houder. Veel reptielen worden b.v. afgedankt omdat ze groter worden dan gedacht, duur zijn in onderhoud etc. en komen dan weer in opvangcentra terecht of worden in beslag genomen. Dierentuinen hebben een vergunning waarin o.a. het welzijn van de dieren wordt geregeld. De gemeente Velsen is geen voorstander van het houden van exotische dieren en hanteert dan ook de negatief- en positieflijst voor reptielen, amfibieën en vissen ter invulling van artikel 33 van de gezondheidseisen welzijnswet voor dieren. 7.7 Rampenplan en Borging dierenwelzijn Nederland is opgedeeld in 25 veiligheidsregio’s. Velsen valt onder Veiligheidsregio Kennemerland (VRK).

De VRK heeft een regionaal crisisplan. Het regionaal crisisplan is een plan waarin de aanpak van crisisbeheersing in de regio wordt vastgelegd voor alle partners uit het veiligheidswerkveld. Het beschrijft de taken, bevoegdheden, werkwijze en verantwoordelijkheden en de regionale operationele organisatie. Waar de Veiligheidsregio verantwoording draagt voor regionale deelprocessen, zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de invulling van lokale draaiboeken. Deelplan Bevolkingszorg Kennemerland (zorg voor ‘minder/beperkt zelfredzame’ dieren) In artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s staat dat het college van burgemeester en wethouders belast is met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. 25

In het huidige Deelplan Bevolkingszorg (van 2018) is de zorg voor ‘minder/beperkt zelfredzame’ dieren niet heel expliciet/uitgebreid opgenomen. Maar de zorg voor deze dieren zal indien nodig wel de aandacht krijgen binnen het proces Publieke Zorg. Ook kan de leidraad van Rijkswaterstaat t.a.v. incidenten met levende have en kadavers gevolgd worden. Voor zover bekend zijn er geen “formele” samenwerkingsafspraken met de Dierenbescherming vanuit het Bureau Bevolkingszorg. Wanneer er een ramp is die plaats of regio-overschrijdend is kunnen de dierenambulances Kennemerland en Velsen de hulp inroepen van collega’s die ook aangesloten zijn bij de Federatie Dierenambulances Nederland. Deze dierenambulances hebben een rampenplan, hebben goed opgeleide mensen en zijn voorzien van goed en voldoende materieel. 7.8 Natuurvriendelijke oevers Een traditionele oever bestaat uit beschoeiingen of steile taluds. Deze oevers bieden amper leefmogelijkheden voor diverse planten, vissen en andere waterdieren. Bij een natuurvriendelijke oever is die ruimte er wel. Dit trekt verschillende kleine waterdiertjes, vissen, insecten, vogels en zoogdieren aan, die er voedsel kunnen zoeken, schuilen of zich voortplanten. Ook wordt het zelfreinigend vermogen van een watergang hiermee vergroot. Sommige watergangen en vijvers zijn door Velsen aangewezen als viswater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=651340c4-604e-4cb2-a3d7-b66b0ac5a0a8