Memo toezeggingen APV sessie 15 april 2021.docx
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Memo
Aan Van Cc Datum Onderwerp
Gemeenteraad College van de gemeente Velsen 22 april 2021 Memo n.a.v. raadssessie 15 april 2021 omtrent wijziging Algemene Plaatselijke Verordening
Geachte raadsleden, Naar aanleiding van de toezeggingen in de raadsessie van 15 april 2021 in het kader van de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) informeren wij u in dit memo over: - de motivering van de strafbepaling (artikel 6:1 APV) en het opnemen van artikel 5:28 APV in de strafbepaling; - welke naastgelegen kustgemeenten het verbod om ballonnen op te laten in hun APV hebben opgenomen en waarom dit verbod voor Velsen niet is voorgesteld in voornoemde wijziging; - de stand van zaken over het aanwijzen van rookvrije gebieden; en - toelichting op criteria uiterlijk aanzien gemeente m.b.t parkeren grote voertuigen. Strafbepaling (artikel 6:1 APV) In het Wetboek van Strafrecht zijn de boetecategorieën bepaald. Hoe hoger de categorie, hoe hoger de maximale boete die opgelegd kan worden. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om te bepalen of op overtreding van artikelen in de APV een geldboete van de eerste (maximaal €435) of tweede categorie (maximaal €4350) wordt gesteld. Uiteraard is het ook mogelijk om een gelijke eenduidige strafmaat aan te houden voor de gehele verordening. Daarmee verliest de gemeenteraad alleen wel de mogelijkheid om scheiding aan te brengen tussen lichte en zwaardere overtredingen.
Op overtreding van nadere regels, voorschriften of beperkingen die voortvloeien uit een bepaald artikel uit de APV volgt een sanctie met dezelfde boetecategorie als het betreffende APV-artikel. Naar aanleiding van de omstandigheden van het geval bepaalt de officier van justitie het boetebedrag. De boetes voor de meest voorkomende overtredingen zijn van tevoren bepaald in het boeteregister van het Openbaar Ministerie. In lijn met de Model-APV en bijbehorende toelichting hebben we de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd bij het maken van de keuze tussen de eerste of de tweede geldboetecategorie: - De hoogte van een op te leggen boete moet in overeenstemming zijn met de aard van de overtreding. Gelet op de aard van de bepalingen van de APV is de hoofdregel dat op overtredingen van APV-artikelen een straf van de tweede categorie wordt gesteld. Alleen indien sprake is van een overtreding die evident minder ernstig wordt geacht, wordt daarop een boete van de eerste categorie gesteld. - Op milieuovertredingen, met name overtredingen die ook door rechtspersonen kunnen worden gepleegd, wordt steeds een boete van de tweede categorie gesteld.
GEMEENTE VELSEN -
-
Indien aanvullend wordt opgetreden ten opzichte van provinciale verordeningen, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat aansluiting wordt gezocht bij de boetecategorie die de provinciale regelgever heeft gekozen. Indien aanvullend wordt opgetreden ten opzichte van een rijksregeling, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het Rijk wordt gevolgd in de keuze van de boetecategorie.
Het komt zelden voor dat de rechter voor overtreding van een APV-bepaling hechtenis (gevangenisstraf) oplegt. In lijn met de model-APV is voor overtreding van artikelen waarop een geldboete van de tweede categorie is gesteld, echter wel de mogelijkheid opgenomen om hechtenis op te leggen. Het is namelijk niet helemaal uit te sluiten dat de rechter in bepaalde (uitzonderings)gevallen behoefte heeft aan de mogelijkheid om een vrijheidsstraf op leggen. Op overtreding van de APV-bepalingen waarop een geldboete van de eerste categorie is gesteld, is niet een mogelijkheid van hechtenis gegeven, omdat het hier relatief lichte overtredingen betreft. De reden om op overtreding van artikel 5:28 APV een geldboete van de tweede categorie te stellen is de volgende: De hoofdregel volgens de model-APV is dat op overtredingen van APV-bepalingen een boete van de tweede categorie wordt gesteld. Artikel 5:28 APV maakt het mogelijk om nadere regels te stellen met betrekking tot het gebruik van het strand, mede in het belang van de veiligheid op het strand. Dit vinden wij een zwaarwegend belang. Wij zien daarom geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel. Het stellen van een boete van de tweede categorie is bovendien in overeenstemming met andere bepalingen die zijn gesteld in het belang van de veiligheid. Zoals overigens eerder aangegeven gaat het om een maximumbedrag.
De daadwerkelijk op te leggen boete wordt steeds door de officier van justitie bepaald aan de hand van de omstandigheden van het geval. Verbod oplaten ballonnen kustgemeenten De (o.a. naastgelegen) gemeenten Noordwijk, Bloemendaal, Zandvoort, Den Helder en Castricum hebben een verbod opgenomen in hoofdstuk 4 (Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente) van hun APV dat luidt als volgt: Verbod oplaten ballonnen 1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen; 2. Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon etc. 3. Onder een ballon wordt in dit verband niet bedoeld een luchtballon, bedoeld voor personenvervoer. Voornoemde gemeenten hebben geen beleidsregels vastgesteld die specifiek zien op het oplaten van ballonnen. Aan het verbod wordt in sommige beleidsregels wel gerefereerd. Zo heeft de gemeente Bloemendaal in de Strandnota 2016/2021 verwezen naar het verbod om wensballonnen op te laten op het strand. Gemeente Zandvoort heeft in het Beleidsplan duurzaamheid 2019-2022 gerefereerd aan voornoemd verbod. Gemeente Beverwijk kent geen verbodsbepaling in de APV over het oplaten van ballonnen.
Het college erkent dat het oplaten van ballonnen slecht is voor het milieu en dat restanten van ballonen nadelige gevolgen kunnen hebben voor dieren. Tijdens de totstandkoming van de nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening (APV) die op 1 januari 2019 in werking is getreden, hebben we daarom onderzoek gedaan naar het verbod voor het oplaten van ballonnen. Uiteindelijk hebben wij
GEMEENTE VELSEN de raad niet voorgesteld om een verbod op te nemen. Ook hebben we een amendement (20 van 2018) met betrekking tot het opnemen van een dergelijk verbod ontraden. Uitgangspunt bij de nieuwe APV was immers om alleen te regelen wat echt nodig is. Ook dienen op te nemen artikelen handhaafbaar te zijn. Het oplaten van ballonnen gebeurt meestal in georganiseerd verband zoals tijdens een evenement of bij ceremoniële gebeurtenissen zoals huwelijken. Op grond van de APV is voor het houden van een evenement in veel gevallen een evenementenvergunning noodzakelijk. Aan een evenementenvergunning kunnen voorschriften worden gesteld die strekken ter bescherming van het milieu. Op dit moment wordt in evenementenvergunningen indien van toepassing dan ook bepaald dat het verboden is ballonnen op te laten. Ook bij gemeentelijke evenementen of festiviteiten is de huisregel dat geen ballonnen worden opgelaten of kijken we naar een milieuvriendelijk alternatief. In de praktijk zal een algeheel verbod om ballonnen op te laten (dit kan niet alleen gelden voor het strand) voor de handhaving overigens problematisch zijn. Er kan immers alleen handhavend worden opgetreden wanneer de toezichthouders ter plaatse constateren dat en door wie er ballonnen worden opgelaten.
Pragmatischer is het daarom om dit verbod, zoals we nu al doen, te verwerken in een voorschrift van de evenementenvergunning en in de gemeentelijke huisregels rondom huwelijken. Op deze manier voorkomen we op voorhand al dat ballonnen worden opgelaten. Het voorkomen van zwerfafval is een vaak gehoord argument voor opname van een verbodsbepaling over het oplaten van ballonnen in de APV. Bepalingen omtrent zwerfafval horen echter thuis in de Afvalstoffenverordening, op grond waarvan het achterlaten van zwerfafval sowieso is verboden. Deze inzichten zijn sinds de wijziging van de APV in 2019 niet gewijzigd. Stand van zaken rookvrije gebieden Ten aanzien van de vraag over de stand van zaken over het instellen van rookvrije gebieden en de bevoegdheden daaromtrent melden wij u het volgende. Bij de vaststelling van de huidige APV in 2018 is door D66 een amendement ingediend om het aanwijzen van rookvrije gebieden mogelijk te maken. Dit is destijds afgeraden omdat er een aantal (juridische) kanttekeningen te plaatsen waren bij de bevoegdheid van de gemeente op het gebied van roken in de openbare ruimte en de handhaafbaarheid van een dergelijk verbod. Op het amendement hebben wij toen geadviseerd om ontwikkelingen met betrekking tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet (hierna: de wet) af te wachten. In juni 2020 is het wetsvoorstel ingediend.
Het wetsvoorstel is op dit moment nog in behandeling. Het college vindt het wenselijk om de ontwikkelingen in de Tweede Kamer en Eerste Kamer over dit onderwerp af te wachten. Bij de wijziging van de APV in het vierde kwartaal komen we hier bij u op terug. Toelichting voorgestelde wijziging parkeren grote voertuigen (artikel 5:7 APV) Het doel van deze bepaling is om aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente door het parkeren van grote voertuigen tegen te kunnen gaan. Het parkeren of plaatsen van hoge en lange voertuigen kan op bepaalde plaatsen, zoals op dorpspleinen, voor monumenten en historische gebouwen, in parken, op rustieke plekjes en in open landschappen een ernstige aantasting van het stads-, dorps- of landschapsschoon betekenen. Het gaat dan om bijvoorbeeld vrachtwagens,
GEMEENTE VELSEN aanhangwagens, kermiswagens en reclameauto’s die op dit soort plaatsen een zeer storend element kunnen vormen. Bij het vaststellen van de nieuwe APV in 2019 is dit onderdeel van het artikel komen te vervallen omdat er weinig gebruik van werd gemaakt. Uit de evaluatie bleek echter dat het ontbreken van dit artikel wel degelijk voor handhavingsknelpunten zorgt. Een actueel praktijkvoorbeeld is de net gerenoveerde Halkade. Daar staan vaak grote vrachtwagens. Tegelijkertijd willen we met dit gebied allure uitstralen voor bezoekers en inwoners. Dit artikel maakt het mogelijk een gebied aan te wijzen waar die grote vrachtwagens niet mogen staan. Daarom wordt nu voorgesteld dit onderdeel (in navolging van de model-APV) weer in de APV op te nemen.