Memo aan de raad over juridische samenwerkingsvormen Beschermd Wonen
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Memo
Aan Van Cc Datum Onderwerp
De gemeenteraad van Velsen Marianne Steijn 13 april 2020 Juridische samenwerkingsvorm gemeenschappelijk orgaan
Samenvatting Gemeenten zijn verplicht om vanaf 1 januari 2022 regionaal samen te werken in het kader van de decentralisatie van Beschermd Wonen. In onze regio gaat het om de gemeenten Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlem, Zandvoort, Bloemendaal, Heemstede en Haarlemmermeer. De verschillende samenwerkingvormen zijn afgelopen jaar in kaart gebracht waarbij een afwegingskader toegepast is om de voors- en tegens op een rij te zetten. Het college heeft na afweging van de verschillende samenwerkingsvormen besloten om in te stemmen een verdere verkenning en uitwerking van de oprichting van een Gemeenschappelijk Orgaan (GO). Het college hoort ook graag in deze fase van het proces de visie van raadsleden over de toekomstige verplichte regionale samenwerking Beschermd Wonen, en wil de raad in staat stellen om aandachtspunten mee te geven. Het college heeft een besluitvormende bevoegdheid met betrekking tot de intergemeentelijke samenwerking onder de voorwaarde dat de raad hiervoor toestemming verleent. Er zijn verschillende juridische samenwerkingsmogelijkheden. Naar verwachting zullen wij u rond de zomer aan u de uitwerking van het gemeenschappelijk orgaan voorleggen.
Achtergrond Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. De financiering loopt nu via de centrumgemeenten, maar het rijk wil deze middelen uitkeren aan alle gemeenten “doordecentraliseren”. In de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer is Haarlem nu centrumgemeente. De ambitie van de doordecentralisatie is dat burgers met een psychische kwetsbaarheid zo gewoon mogelijk wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, volwaardig burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Door de herverdeling krijgen gemeenten meer ruimte om, op basis van hun lokale situatie, zorg op maat en dichtbij hun inwoners te organiseren. Dit versterkt de beweging van ‘intramuraal’ naar ‘zo gewoon mogelijk thuis’ wonen. De doordecentralisatie en de norm van opdrachtgeverschap Het Rijk was voornemens de middelen Beschermd Wonen en daarmee de verantwoordelijkheid voor de taak Beschermd Wonen per 1 januari 2022 over te hevelen naar alle gemeenten. Op 18 december jl. is echter duidelijk geworden dat het Rijk het tijdpad heeft aangepast. Het besluit over het in te voeren financiële verdeelmodel is aangepast naar 2023. Staatssecretaris Blokhuis schrijft wel dat dat de
GEMEENTE VELSEN Doordecentralisatie Beschermd Wonen doorgaat per 1 januari 2022. Dat wil zeggen dat gemeenten in een regio vanaf 1 januari 2022 verplicht zijn samen de beslissingen te nemen over Beschermd Wonen. Concreet betekent dit dat elke regio voor 1 januari 2022 regionale samenwerkingsafspraken heeft vastgesteld en de governance op een goede manier heeft georganiseerd, binnen de kaders die gemeenten samen hebben vastgelegd in de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). “Regio’s moeten een niet vrijblijvende governance kiezen, met daarin een duidelijke besluitvormingsstructuur, een extern aanspreekpunt voor het Rijk en een wijze waarop ze eventuele doorzettingsmacht organiseert. De huidige samenwerkingsvorm De huidige samenwerking voldoet aan de kenmerken van een enkelvoudige centrumregeling, dit is een publiekrechtelijke overeenkomst waarbij één gemeente (de gemeente Haarlem) de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen taken uitvoert voor de andere regiogemeenten. De regiogemeenten hebben centrumgemeente Haarlem gemandateerd om de beleidscoördinatie, de financiering, de inkoop en de toegang uit te voeren. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taken volledig ligt bij het College en de gemeenteraad van Haarlem.
In de praktijk vindt er afstemming plaats in een ambtelijk regionaal overleg en besluitvorming wordt voorgelegd aan de verantwoordelijke wethouders in het portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein. Vervolgens leggen de verschillende verantwoordelijke regio wethouders gemeenten vraagstukken ter informatie en/of besluitvorming voor aan hun eigen Colleges, resp. Raden. Dat wordt door de verschillende gemeenten op een verschillende manier ingevuld. De regiogemeenten hebben formeel geen bestuurlijke positie en hun raden hebben geen formele zeggenschap. Sommige gemeenten hebben er de afgelopen jaren wel voor gekozen om bijvoorbeeld het regionale beleidskader door de raad te laten vaststellen. Andere gemeenten hebben dit ter informatie aan hun raad gestuurd. Toekomstige samenwerkingsvorm Onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) zijn verschillende juridische samenwerkingsvormen mogelijk. Op basis van afwegingscriteria zijn de verschillende vormen met elkaar vergeleken en is bepaald wat de mogelijke (best passende) samenwerkingsvormen zijn voor Beschermd Wonen. Wij hebben de voor- en nadelen van vier juridische samenwerkingsvormen met elkaar vergeleken: 1) een convenant; 2) een enkelvoudige of meervoudige centrumregeling; 3) een gemeenschappelijk orgaan; 4) een gemeenschappelijke openbaar lichaam. In de bijlage zijn deze varianten uitgewerkt.
De keuze voor een gemeenschappelijk orgaan Wij zijn van mening dat “een gemeenschappelijk orgaan” het voorkeursscenario is voor de regionale samenwerking. Een Gemeenschappelijk Orgaan (GO is één van de publiekrechtelijke samenwerkingsvormen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen: De sturing is belegd bij een enkelvoudig bestuur (er bestaat geen verdeling in een algemeen en dagelijks bestuur zoals bij een openbaar lichaam). Een gemeenschappelijk orgaan heeft geen rechtspersoonlijkheid o Kan hierdoor geen personeel in dienst nemen o Kan zelf geen contracten afsluiten met zorgaanbieders Dit kan worden opgelost door het personeel in dienst te laten nemen door één van de deelnemende gemeenten. Ook is het mogelijk om het bestuur van een gemeenschappelijk
GEMEENTE VELSEN
orgaan te mandateren om namens de gemeente de overeenkomsten met zorgaanbieders aan te gaan. De bevoegdheid van de raad/het college om algemeen verbindende voorschriften (verordening/nadere regels) vast te stellen kan niet aan een gemeenschappelijk orgaan worden gedelegeerd (overgedragen) Aan een gemeenschappelijk orgaan kunnen wel beschikkingsbevoegdheden worden gedelegeerd of gemandateerd. Indien gekozen wordt voor delegatie gaat ook de bevoegdheid om hiervoor beleids(regels) vast te stellen over naar het samenwerkingsverband. Indien niet gekozen wordt voor delegatie kan deze bevoegdheid apart gemandateerd worden. Een gemeenschappelijk orgaan kan een eigen begroting hebben.
Voordelen van een gemeenschappelijk orgaan zijn: Maximale zeggenschap van alle afzonderlijke gemeenten Gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid van alle deelnemende gemeenten. Deze wordt geborgd door gezamenlijke sturing op beleid en financiën (gemeenschappelijke begroting)) In een openbaar lichaam is het gemeentebestuur ook vertegenwoordigd. Het enige verschil is dat niet iedere gemeente altijd ook een vertegenwoordiger heeft in het DB Net als bij de huidige centrumgemeenteconstructie kunnen bepaalde taken met het oogpunt van efficiency centraal belegd worden (bijvoorbeeld beleidsontwikkeling, contractmanagement). Nadelen zijn dat een Gemeenschappelijk orgaan zijn: meer (of veel) bestuurlijke en ambtelijke capaciteit vraagt vanuit de deelnemende gemeenten dan in de huidige situatie. doordat een GO geen rechtspersoon is en geen eigen personeel kan aannemen, moeten de uitvoerende taken belegd worden bij de deelnemende gemeenten. Hiervoor zijn (aanvullende) afspraken nodig. Dit kan je ook als voordeel zien; je kan de zaken samen efficiënt inrichten. Bij het inrichten van de GO maak je ook hier afspraken over Redenen waarom andere juridische samenwerkingsvormen afvielen 1) een convenant; Voor veel gemeenten is een convenant een te lichte vorm.
Als omstandigheden veranderen en/of belangen uiteen gaan lopen kun je terechtkomen in een situatie waarin iedere gemeente besluitvorming over (aanvullende) afspraken kan tegenhouden en alsnog kan besluiten (deels) zijn eigen koers te varen. 2) een enkelvoudige of meervoudige centrumregeling; De centrumgemeenteconstructie is niet in lijn met de bedoeling van de doordecentralisatie. De bedoeling is dat alle gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor voldoende woonvoorzieningen in de gemeente, zodat hun inwoners in hun eigen omgeving, in de buurt van hun eigen netwerk beschermd kunnen wonen. We zien dat de huidige situatie leidt tot een concentratie van voorzieningen in de centrumgemeente. Enerzijds wordt BW soms gezien als voornamelijk een verantwoordelijkheid van de centrumgemeente. Anderzijds ervaren regiogemeenten soms ook (te) weinig invloed op het beleid en de uitvoering. Hierdoor wordt minder betrokkenheid gevoeld/getoond door de regiogemeenten. 4) een gemeenschappelijke openbaar lichaam. Het openbaar lichaam met zijn meervoudige bestuursvorm lijkt een te zware vorm van samenwerking gezien de inhoud en omvang van deze opgave. Door de taken onder te brengen in een openbaar lichaam zet je de nieuwe taken te veel op afstand van de lokale politiek.
In principe geldt dit ook voor samenwerking in de vorm van een gemeenschappelijk orgaan maar, afhankelijk van de keuzes die hierin nog gemaakt moeten worden, lijkt deze vorm meer ruimte te bieden aan de raad en het college om lokaal beleid te ontwikkelen op het gebied van beschermd wonen. Dit betreft met name de organisatie (inkoop van en toegang tot) lokale beschermde en beschutte woonvormen.