CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief Financieel Toezicht 2022.pdf

Sessies Raadzaal 22 april 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 21.30 - 23.00 uur Perspectiefnota: eerste financiële beeld i.r.t. dilemma's en keuzes3.493 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Noord-Holland POSTBUS 3007 | 2001 DA HAARLEM

GEMEENTE VELS^ 'E'VELSEN

2 1 APR. 2021 INGEK NR Docedeputeerde Staten Uw contactpersoon WJ.C. de Wit-Scholten

AD/KAB/KAB

Telefoonnummer 023 514 4618 scholtenw@noord-holland.nl

119 Verzenddatum

Betreft: Kaderbrief Financieel Toezicht 2022

1 6 APR. 2021 Kenmerk

Geachte raad,

Financieel toezicht draagt bij aan een bestendig en veilig Noord-Holland met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waarop de inwoners kunnen vertrouwen. In ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) hebben we de uitgangspunten van ons toezicht opgenomen. In dit GTK komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod: Welke vormen van toezicht zijn er? Welke wet- en regelgeving worden gehanteerd bij het toezicht? Wat betekent structureel en reëel evenwicht? Waar kijken we naar als we beoordelen of uw begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht is?

1605388/1605438

Uw kenmerk

leder jaar ontvangt u in aanvulling op het GTK relevante en actuele informatie over de wijze waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen vanuit onze wettelijke toezichttaak. U heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Het is daarom belangrijk om deze informatie te betrekken bij (de kaderstelling en) het vaststellen van uw begroting 2022.

In deze kaderbrief geven wij u actuele onderwerpen mee die voor uw begroting 2022 (en jaarrekeningen) van belang zijn. Deels zijn deze onderwerpen financieel technisch van aard en daarmee wellicht meer voor het college bestemd. Een afschrift van deze brief hebben wij daarom ook aan uw college gestuurd.

Actuele onderwerpen Covid-19 Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis zijn op de begroting 2022 en de bijbehorende meerjarenraming 2023-2025. Toch vragen wij u de financiële effecten van de corona-crisis zo goed mogelijk in beeld te brengen. De meest voorkomende situaties zijn:

Postbus 3007 2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143

Houtplein 33 2012 DE Haarlem www.noord-holland.nl Kvk-nummer 34362354 Btw-nummer NL.0010.03.124.B.08

2|9

1.

U houdt in de begroting en meerjarenraming geen rekening met de corona-crisis c.q. u raamt de financiële gevolgen van de corona-crisis budgettair neutraal. De financiële effecten van de corona-crisis zijn door u niet (goed) in te schatten of u gaat ervan uit dat het Rijk de financiële gevolgen van de corona-crisis (grotendeels) compenseert. U verwerkt dan eventuele werkelijke financiële gevolgen bij tussentijdse rapportages en op jaarrekeningbasis. Wij verwachten dan dat u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een inschatting maakt welke financiële risico’s uw gemeente loopt.

2.

U houdt in de begroting en meerjarenraming rekening met incidentele en/of structurele baten en lasten. U schat ZO reëel als mogelijk de financiële gevolgen van de corona-crisis in, waarbij u aangeeft wat incidentele en wat structurele baten en lasten zijn.

Wij vragen u de gemaakte keuze duidelijk in de begroting aan te geven (bijvoorbeeld in de inleiding) en deze toe te lichten, zodat we kunnen beoordelen of de gekozen methodiek voldoende aannemelijk, geloofwaardig en daarmee aanvaardbaar is. We betrekken dit bij ons oordeel over de plausibiliteit van de ramingen.

Henikina aemeentefonds/verdelincissvstematiek Op 2 februari 2021 is het voorstel voor de nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds (inclusief onderdeel Beschermd Wonen) openbaar gemaakt. De fondsbeheerders van het gemeentefonds (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Financiën) hebben dit voorstel ter advisering voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Na ontvangst van het advies van de ROB start de consultatie van gemeenten en zal ook actualisatie naar een definitieve stand plaatsvinden. Deze herijking is door het huidige kabinet geplaatst in een breder perspectief van financiële en bestuurlijke verhoudingen en de financiële positie van gemeenten. Naast de verdeling en de omvang van het gemeentefonds zijn ook de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg daarbij van belang. Dat geldt ook voor de verruiming en modernisering van het gemeentelijk belastinggebied en de evaluatie van de normeringssystematiek. De besluitvorming over deze zaken wordt overgelaten aan het volgende kabinet en daardoor is de voorgestelde invoeringsdatum verschoven naar 1 januari 2023. De voorgestelde herijking leidt zonder meer tot herverdeeleffecten en daarmee tot gemeenten die voordeel en gemeenten die nadeel ondervinden.

Voor sommige gemeenten zijn die voorlopige effecten zeer fors. Het voorstel is om de herverdeeleffecten te spreiden over een aantal jaren en daarbij het gebruikelijke ingroeipad van € 1 5 per inwoner per jaar te hanteren. Het maximale herverdeeleffect geldt voor zowel voor- als nadeelgemeenten. Omdat het sociaal domein nog in beweging is, wordt tevens een evaluatie na vier jaar ingebouwd.

Hoewel er nog veel onzekerheid is over de uiteindelijke definitieve effecten van de herijking, roept dat al wel vragen bij gemeenten op hoe hiermee moet worden omgegaan. In afwachting van de actualisatie, de

1605388/1605438

•r ► '

3I9 verschillende adviezen daarover en het uiteindelijke besluit van het nieuwe kabinet is het op dit moment zeer voorbarig om te gaan anticiperen op deze herverdelingseffecten, zeker op de voordelen. Zodra er meer duidelijkheid is zullen wij u informeren over de door ons te hanteren uitgangspunten daarvoor.

Sociaal Domein Bij ons onderzoek van de begroting 2021 is gebleken dat veel gemeenten verregaande maatregelen hebben getroffen om tot een structureel en reëel sluitende begroting te komen. Het merendeel van deze maatregelen ligt in het sociaal domein. Veel gemeenten ramen de taken (inclusief de te nemen maatregelen) reëel. Hierdoor is het zichtbaar geworden dat de inkomsten vanuit het Rijk de kosten in het sociaal domein niet meer compenseren en er tekorten ontstaan bij gemeenten. Het onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de financiële tekorten in de jeugdzorg. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat gemeenten in een paar jaar tijd na de decentralisatie fors meer zijn gaan uitgeven aan jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassing in het stelsel voor de uitvoering van de jeugdwet vanaf 2022 zal aan een volgend kabinet zijn. De resultaten van het onderzoek dienen als inbreng voor de kabinetsformatie. De uitkomsten van het onderzoek zijn zwaarwegend. Dit in het licht van de jeugdhulpplicht van gemeenten en de noodzaak van sluitende begrotingen. Bij onderzoek van de begrotingen zien wij dat de uitgaven voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) sterk toenemen.

Oorzaak voor de toename is de invoering van het abonnementstarief en de vergrijzing. De groei van de vraag naar Wmoondersteuning zet de financiële mogelijkheden van gemeenten onder druk. Wij verwachten hier opnieuw tekorten. Voor de beoordeling van de begroting 2022 op het onderdeel sociaal domein blijven vooralsnog de richtlijnen van vorig jaar (begroting 2021) voor de begroting 2022 van kracht en deze zijn:

Voor de jaren 2023 tot en met 2025 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden; per gemeente naar rato van de € 300 miljoen per jaar. Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden. Voorwaarde is dat de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en Wmo mede gericht op beheersing van de kosten.

Als toezichthouder beoordelen wij of de ramingen als ook de taakstellingen in de begroting en meerjarenraming voor het sociaal domein reëel zijn en welke risico’s gemeenten lopen. Daarbij betrekken wij tenminste de realisatie van de laatste jaarrekeningen, de verwachte realisatie voor het jaar 2021 en de verslagen van de accountant.

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt kan of moet worden. Kan, omdat

1505388/1605438

4I9

de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBVnotities bevatten dan ook aanbevelingen ('kan') en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Notitie Rechtmatigheidsverantwoording De verwachting is dat met ingang van het boekjaar 2021 het college van burgemeester en wethouders via de jaarrekening verantwoording gaat afleggen over rechtmatigheid. De accountant controleert vervolgens de getrouwheid van deze rechtmatigheidsverantwoording en geeft geen separaat accountantsoordeel over de rechtmatigheid meer af. Omdat de Kadernota rechtmatigheid met name was gericht op de accountantscontrole, heeft de commissie BBV besloten een notitie Rechtmatigheidsverantwoording te publiceren die vooral is gericht op het college en de raad. De volgende onderwerpen komen daarbij onder andere aan bod: - De rol van de raad; De criteria waarover het college zich dient te verantwoorden, - De keuzemogelijkheden met betrekking tot de verantwoordingsgrens en de gevolgen.

Notitie Meeriarid financieel inzicht In september 2020 heeft de commissie BBV de notitie “Meerjarig financieel inzicht voor de raad” vastgesteld. Het doel van deze notitie is om de samenhang helder te maken tussen diverse onderdelen uit de begroting en de jaarrekening. Daarom gaat deze notitie specifiek in op enkele onderdelen die in het BBV zijn voorgeschreven en die erop gericht zijn om de raad (meer) inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente op de korte en langere termijn. Dit maakt het eenvoudiger om een oordeel te vormen over de financiële positie van uw gemeente ên/of de gevolgen te overzien van bepaalde beleidskeuzes voor de ontwikkeling van die financiële positie. Notitie Hoofdliinen van het BBV In februari 2020 heeft de commissie BBV de geactualiseerde notitie "Besluit Begroting en Verantwoording op hoofdlijnen verklaard, externe verslaggeving voor decentrale overheden” vastgesteld. Het doel van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige interpretatie en toepassing van de begroting en jaarstukken van gemeenten. In de notitie zijn uitgangspunten en principes uitgewerkt die belangrijk zijn bij het opstellen en inrichten van deze stukken en is toegelicht waarom deze belangrijk zijn. Daarbij beperkt het document zich tot de financiële informatie.

Centraal daarbij staan de principes die ten grondslag liggen aan het begrotingsstelsel dat voor gemeenten is voorgeschreven in het BBV.

Specifieke onderwerpen Inzicht in de structurele begrotingsnositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie van uw gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. Wij dringen er daarom nogmaals op aan het begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Hiervoor kunt u gebruik maken van de voorbeelden uit het CTK en uit de notitie “Structurele en incidentele baten en lasten” van de commissie BBV. Wij adviseren u het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel/besluit en de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen.

1605388/1605438

5I9 Een van de verplicht op te nemen overzichten in zowel de begroting als de jaarrekening is het overzicht van incidentele baten en lasten. De leesbaarheid van dit overzicht wordt vergroot als baten en lasten en incidentele reservemutaties duidelijk gescheiden zijn weergegeven. Daarnaast is het verplicht de opgenomen posten te voorzien van een toelichting. Dit kan in het overzicht zelf, maar ook los onder het overzicht. Belangrijk daarbij is, dat duidelijk wordt waarom de baten of lasten door u als incidenteel zijn bestempeld. Anders gezegd, waarom er géén sprake is van structurele baten of lasten. Structurele baten en lasten zijn immers regel en de incidentele baten en lasten vormen de uitzondering. Verder is het van belang dat aangegeven wordt welke conclusies er uit de cijfers te trekken zijn, zoals wat is het karakter van het begrotingssaldo of resultaat. Liggen er incidentele factoren aan ten grondslag of zijn de oorzaken structureel. Voor de volledigheid attenderen wij u erop dat u structurele reservemutaties inzichtelijk maakt op het ook verplichte overzicht van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Alle reservemutaties zijn dan of opgenomen op dit overzicht en/of op het overzicht van incidentele baten en lasten.

Om het beeld ten aanzien van de reserves compleet te maken, adviseren wij u ook het verloop van de reserves inzichtelijk te maken. Dit kan door in een bijlage het overzicht reserves en voorzieningen aan te vullen met de afzonderlijke toevoegingen en onttrekkingen per reserve. Taakstellincien Veel gemeenten hebben te maken met bezuinigingsoperaties en takendiscussies. Daarom is het nuttig om specifiek in te gaan op deze onderdelen bij de toelichting op de financiële positie en bij de meerjarenraming. Behalve het benoemen van de stelposten en taakstellingen biedt het concreet toelichten, van de wijze waarop de voorgenomen bezuinigingen en het nieuwe beleid voor de komende jaren zijn vertaald in de begroting, inzicht in de financiële positie. De toelichting is noodzakelijke informatie voor uw en ons inzicht in en de beoordeling van de financiële positie.

We zien de omvang van de taakstellingen toenemen en hoewel onze beoordeling op hardheid en haalbaarheid veelal positief is, vinden wij het een zorgelijke ontwikkeling. Om de financiële stabiliteit van de gemeente te waarborgen, is het immers noodzakelijk dat uiteindelijk de voorgenomen taakstellingen en bezuinigingen volledig gerealiseerd worden. Wij adviseren u, indien van toepassing, een integraal beeld van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen, taakstellingen, stelposten en reserveringen te presenteren in een paragraaf Taakstellingen en stelposten. In deze paragraaf kunt u in één oogopslag de opgenomen bezuinigingen c.q. taakstellingen zien die verspreid in de begroting op programmaniveau zijn opgenomen en/of de nog openstaande taakstellingen in de meerjarenraming. Daarnaast kunt u hier de voortgang van eerder door u vastgestelde bezuinigingsmaatregelen toelichten. Hetzelfde geldt voor eventuele stelposten (inschattingen of al vrijgemaakte begrotingsruimte) voor toekomstige financiële onzekerheden. Dit versterkt het inzicht in de financiële positie.

1605388/1605438

4 A

6I9 Weerstandsvermooen en risicobeheersinci Uit onze begrotingsonderzoeken blijkt dat de informatiewaarde van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing nog verbeterd kan worden. Met als doel de informatiewaarde te verbeteren adviseren wij het volgende: Geef in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing duidelijk het vastgestelde beleid aan, zowel voor de inventarisatie en kwantificering van de risico’s als voor de aan te houden weerstandscapaciteit in relatie tot deze kwantificering. - Geef tevens de minimale hoogte of marge aan van de weerstandsratio.

Naast deze verplichte onderdelen van de paragraaf adviseren wij u het verloop, van zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als de benodigde weerstandscapaciteit (en hiermee ook de weerstandsratio) inzichtelijk te maken. Dit geeft aanzienlijk meer inzicht in het gemeentelijke weerstandsvermogen dan alleen de informatie opnemen van het betreffende jaar. Hierbij kan ook aangegeven en toegelicht worden welke risico's groter/kleiner worden of verdwijnen. Het is van belang om bij de risico’s de mogelijke scenario’s te schetsen, alsmede de (beleidsmatige) opties om de niet geraamde financiële consequenties zo goed mogelijk te beheersen. Hieruit volgt de gewenste omvang van het weerstandsvermogen. Ook de niet-financiële gevolgen spelen een rol bij risicomanagement, maar ook voor de bepaling van de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen.

Omcievin<^swet en -visie

Omgevingswet Zoals bekend is de invoeringsdatum van de Omgevingswet verschoven naar 1 januari 2022. De wet- en regelgeving voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water wordt gebundeld en het is de bedoeling om het aanvragen van vergunningen te vereenvoudigen. Dit betekent één wet die ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving stimuleert en kwaliteit borgt. De gebruikers staan hierbij centraal. Omgevingsvisie Met de nieuwe wet zijn het Rijk, de provincies en gemeenten voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. De belangrijkste uitgangspunten voor de gemeenten daarbij zijn: Gemeenten dienen een omgevingsvisie op te stellen; Per gemeente geldt één omgevingsplan; - Gemeenten werken de omgevingsvisie uit in een omgevingsplan en programma’s; Het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving; In een programma staan maatregelen waarmee een bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Gemeenten krijgen een overgangstermijn van driejaar voor het vaststellen van de omgevingsvisie. De verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie te hebben en het tijdstip daarvoor wordt bij Koninklijk Besluit vastgelegd.

1605388/1605438

7I9

Financiële gevolgen voor uw gemeente Wij zien dat de betrokken partijen volop bezig zijn met de voorbereidingen. Het is van groot belang om een goede inschatting te maken van wat er op uw gemeente afkomt en u adequaat op deze wet voor te bereiden. Daarbij past ook de vraag wat de financiële gevolgen voor uw gemeente zullen zijn.

Denk aan: - Welk personeel is wel en niet nodig? Hoe begeleidt u het implementatieproces? Moet u uw medewerkers opleiden? - Wat betekent dit voor ICT? - Wat kost het om de omgevingsdocumenten te ontwikkelen? - Wat zijn de effecten voor de raming van de legesopbrengsten? Duurzaamheid/eneraietransitie/klimaat De komende jaren ligt er een enorme opgave om Nederland duurzaam te maken. Tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een overgang naar een circulaire economie zijn hierbij essentieel. Om dat te realiseren is het Interbestuurlijk Programma (IBP) van start gegaan, waarin het Rijk en de decentrale overheden hebben vastgelegd dat hun samenwerking op een aantal grote maatschappelijke thema’s, waaronder duurzaamheid en klimaat, wordt verbeterd. Inhoudelijke afspraken over het klimaat, waar ook bedrijfsleven en maatschappelijke partijen verantwoordelijkheid voor dragen, zijn vastgelegd in het KIimaatakkoord. Elke gemeente, provincie en waterschap werkt op dit moment binnen regio's samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de bebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

Van decentrale overheden wordt verwacht dat zij een groot deel van de groei van de algemene uitkering ten goede laten komen aan klimaatbeleid en de energietransitie. Wij zien dat gemeenten in de huidige, economisch onzekere tijden minder budget aan het klimaat besteden, met als gevolg dat zij de afspraken over het klimaat niet (geheel) kunnen nakomen. Wij vinden dit een zorgelijke ontwikkeling. Gemeenschappelijke regelingen

Gemeentelijke bijdragen Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen maken een belangrijk deel uit van gemeentelijke begrotingen. De raming die u in uw begroting opneemt als bijdrage in een gemeenschappelijke regeling behoort overeenkomstig de gemeentelijke bijdrage te zijn, zoals deze is opgenomen in de begroting van de gemeenschappelijke regeling. Wij vragen u in de paragraaf verbonden partijen deze bijdrage inzichtelijk te maken, niet alleen voor het begrotingsjaar, maar ook voor de jaren van de meerjarenraming.

Toezichtkader Gemeenschappelijke regelingen Bij het verschijnen van het GTK voor gemeenten is een afzonderlijk gemeenschappelijk toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen aangekondigd.

1605388/1605438

*

8| 9

De reden hiervoor is dat niet alle kaders die voor gemeenten gelden één op één op gemeenschappelijke regelingen van toepassing zijn. Bovendien kennen we binnen gemeenschappelijke regelingen veel diversiteit in grootte, aantal deelnemers en beleidsvelden, elk met een eigen dynamiek. De focus bij gemeenschappelijke regelingen ligt op de risico’s voor de deelnemende gemeenten. Dit vroeg om een nadere uitwerking, die landelijk door de provincies is opgepakt.

Inmiddels is het concept toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen gereed en is ter consultatie voorgelegd aan enkele gemeenschappelijke regelingen. In afwachting van die reacties en eventuele daaruit voortvloeiende aanpassingen van het concept, zal dit toezichtkader naar verwachting met ingang van het begrotingsjaar 2023 vooralle gemeenschappelijke regelingen in Nederland gaan gelden. Met de introductie van het nieuwe kader zal worden gewacht tot de inwerkingtreding van de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Tot die tijd blijft het gemeenschappelijk toezichtkader “Kwestie van evenwicht!” uit 2014 van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen Om de maatschappelijke opgaven waar lokale overheden zich voor gesteld zien te kunnen realiseren en de bestuurlijke slagkracht te vergroten, werken overheden steeds meer en intensiever met elkaar samen. Dat gebeurt op verschillende niveaus en op verschillende manieren, onder andere via gemeenschappelijke regelingen. In de praktijk ervaren gemeenteraden en individuele raadsleden een te grote afstand tot gemeenschappelijke regelingen. Om de positie van de gemeenteraden te versterken is een wijziging van de Wgr in procedure.

De instrumenten die de volksvertegenwoordiging kan gebruiken om de eigen controlerende en kader stellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te kunnen vullen wordt aangepast. Ook beoogt de wijziging de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten.

In het kader van deze kaderbrief zijn de volgende wijzigingen van belang, die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gelden: 1.

Aanpassing begrotingscyclus door drie wijzigingen: De kadernota en voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 1 5 april; De ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 1 5 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken voor 1 augustus, en De begroting van een regeling moet uiterlijk 1 5 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus.

2.

Aanscherping artikel 9 van de Wgr met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van een uittreding. Een algemeen besluit van het bestuur is niet voldoende. Deze wijzigingen gaan voor het eerst gelden voor de begrotingscyclus 2023. Nadere informatie: https://zoek.officielebekendmakinqen.nl/dossier/3551 3

1605388/1605438

■ S ««st-ryKsr;»-.-!» -

r ,'•

»■

9|9

1605388/1605438

Tot slot In deze brief zijn actuele en relevante aandachtspunten opgenomen. Hebt u vragen hierover dan kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar voor uw gemeente.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, ■i

pipvinciesecretaris

R.M. Bergkamp

/j^^^orzitter

A.Th.H. van Dijk

Deze beslissing is namens gedeputeerde staten genomen door het lid van het college dat met dit onderwerp is belast

Kopie aan B&W

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=3f14ea9b-9733-4a9b-9d34-8951858040d3