Integraal Veiligheidsplan Velsen 2021-2022
Tekst van het document
INTEGRAAL VEILIGHEIDSPLAN 2021-2022 VELSEN Een nadere uitwerking van de kadernota ‘Veilig in Velsen 2019 – 2022’
GEMEENTE VELSEN 2021
INHOUDSOPGAVE
1.
Voorwoord
2. 2.1 2.2
Inleiding Nederland in het klein Leeswijzer
3. 3.1
Bestuurlijke uitgangspunten Uitgangspunten en randvoorwaarden
4. 4.1 4.2 4.3 4.4
Thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit Inleiding Doelstellingen Beoogde maatschappelijke effecten Projecten, programma’s en activiteiten
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
Thema Velsense aanpak ondermijning Inleiding Doelstellingen Beoogde maatschappelijke effecten Projecten, programma’s en activiteiten
6. 6.1 6.2 6.3 6.4
Thema Zorg en Veiligheid Inleiding Doelstellingen Beoogde maatschappelijke effecten Projecten, programma’s en activiteiten
7. 7.1 7.2 7.3 7.4
Thema Crisis- en incidentbeheersing Inleiding Doelstellingen Beoogde maatschappelijke effecten Projecten, programma’s en activiteiten
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Overige thema-overstijgende projecten Cybercrime Polarisatie, extremisme en CTER (contra-terrorisme) Anti-discriminatie, inclusie en regenboogbeleid Verkeersveiligheid Project ‘OOV op orde’
1. Voorwoord
1
Ik wil dat Velsen een veilige gemeente is. Waar je veilig kunt wonen, waar je zonder criminaliteit kunt opgroeien, waar eerlijke ondernemers de kans krijgen te bloeien. Dit heb ik continu voor ogen. Ik zie het als mijn belangrijkste taak om dit in de dynamische samenleving die we zijn, te realiseren en te borgen. In goede samenwerking met de organisaties die hier ook voor staan. Voor u ligt een uitwerking van de Kadernota 2019-2022, voor de periode 2021-2022. Ik heb hiertoe besloten gezien de recente ontwikkelingen bij politie eenheid Noord-Holland. In de Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) is sprake van een onderbezetting. Deze gaat naar in 2022 door een dal en is naar verwachting pas in 2025 weer op pijl. Dat heeft onder meer te maken met de combinatie van verhoogde uitstroom als gevolg van pensionering. Hier komt bij dat er allerlei acute taken voor de Politie Eenheid bijgekomen zijn. Denk aan de vele (on)aangekondigde demonstraties, verhoogde inzet in het kader van bewaken en beveiligen en handhaving van de coronamaatregelen. Hierdoor komt de politiecapaciteit steeds meer onder druk te staan. De onderbezetting, in combinatie met deze extra taken, leiden tot grote rooster- en werkdruk bij de politie en dwingen ons tot het maken van keuzes en nader specificeren van onderlinge verwachtingen.
Het doel van een nadere uitwerking van de kadernota Veilig in Velsen 2019-2022, voor de periode 2021-2022, is om te anticiperen op de politietekorten. U treft hieronder een overzicht aan met thema’s en projecten die in gemeente Velsen, naast het garanderen van de noodhulp, van extra belang zijn en waar de politie en ketenpartners zich, met een kleine winstwaarschuwing, aan kunnen (blijven) committeren. Hierin zitten ook enkele keuzes. Zo kiezen we ervoor om, naast deelname aan regionale projecten op het gebied van polarisatie, extremisme en CTER (contraterrorisme), geen aanvullende lokale projecten te ontvouwen. Burgemeester Frank Dales
2
2. Inleiding 2.1 Nederland in het klein De gemeente Velsen wordt regelmatig omschreven als ‘Nederland in het klein’. In een reportage van Elsevier uit 2016 wordt zelfs gesproken over een ‘minimetropool langs het kanaal’.1 Velsen heeft vrijwel alles in zich. Van een industriegebied met zware industrie (Tata Steel) tot het prachtige Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Ook herbergt Velsen verschillende buitenplaatsen en andere historische plekjes. Velsen is gelegen aan het strand, heeft een groot havengebied en ook ’s wereld grootste zeesluis (in aanbouw) is in Velsen gelegen. Het recreatiegebied Spaarnwoude staat bekend om een paar van de grootste festivals van Nederland die daar worden gehouden. Evenementen zoals Dance Valley, Dutch Valley en Latin Village maken dat de gemeente Velsen de grootste festivaldichtheid van Nederland heeft. De uitgestrekte duingebieden, de unieke drie kilometer lange zuidpier, het brede strand en het Recreatiegebied Spaarnwoude maken Velsen tot een aantrekkelijke gemeente voor toerisme en openluchtrecreatie. De havens van IJmuiden bieden genoeg ruimte voor zowel kleine pleziervaartuigen als voor vissersschepen, vrachtschepen en offshore schepen. Het is de belangrijkste aanvoerhaven van zeevis in ons land. Daarnaast heeft IJmuiden heeft ook twee terminals voor cruiseschepen waar jaarlijks tientallen grote cruiseschepen afmeren.
Vanaf de Felison Terminal vertrekt de ferry naar Engeland en de Felison Cruiseterminal is geschikt voor de grotere cruiseschepen. Velsen bestaat uit zeven woonkernen met ieder hun eigen karakter. Van noord naar zuid gezien zijn dat het industriedorp Velsen-Noord, het stadse IJmuiden, het historische Velsen-Zuid, het welgestelde Driehuis en Santpoort-Noord, de oud-VINEX-locatie Velserbroek en het lommerrijke Santpoort-Zuid. IJmuiden en Velsen-Noord zijn van oudsher echte industriestadjes; de inwoners zijn veelal werkzaam in de industrie (Tata-steel) of de vis. Velsen-Zuid, Driehuis en Velserbroek bestaat voornamelijk uit forensengemeenschappen en middenstandswijken. Santpoort-Noord en Santpoort-Zuid kunnen worden getypeerd als lommerrijke forensendorpen grenzend aan de Bloemendaalse villawijken. IJmuiden als oud-vissersdorp kan worden getypeerd als ‘volks’. De inwoners zijn recht voor z’n raap, zeggen waar het op staat en nemen geen blad voor de mond. Dit bijzondere profiel maakt dat de gemeente Velsen te maken heeft met zowel dorpse als stedelijke problematiek. Van jeugd- en drugsoverlast en multiprobleem gezinnen tot ondermijnende criminaliteit en maritieme smokkel. 2.2 Leeswijzer Dit Integraal Veiligheidsplan 2021-2022 betreft een nadere uitwerking en specificering van het reeds bestaande integraal veiligheidsbeleid 2019-2022, zoals beschreven in de Kadernota.
In paragraaf 3 worden de bestuurlijke uitgangspunten en kaders geschetst. In paragraaf 4 tot en met 7 leest u per geprioriteerd thema op welke wijze de gemeente, samen met haar (lokale en regionale) partners, invulling geeft aan het bewaken van de openbare orde en veiligheid, in lijn met de lokale speerpunten en regionale prioriteiten. In paragraaf 8 worden aanvullende thema-overstijgende projecten benoemd. Deze volgen onder meer uit de landelijke en regionale prioriteiten.
3. Bestuurlijke uitgangspunten Verschillende lokale en regionale partnerorganisaties zijn betrokken bij de aanpak van veiligheid in Velsen. De raad stelt de kaders en prioriteiten vast en houdt hierbij rekening met het beleid en 1 Weekblad Elsevier 2016/6
3
de prioriteiten van haar ketenpartners. Denk hierbij aan het Integraal Meerjaren Veiligheidsbeleid 2019-2022, vastgesteld door de gemeenten, het openbaar Ministerie en de Nationale Politie in Noord-Holland en het Regionaal Beleidsplan Risico- en Crisisbeheersing 2019-2022, dat is vastgesteld door het bestuur van de Veiligheidsregio Kennemerland. De lokale prioriteiten zijn bepaald aan de hand van het veiligheidsbeeld, dat is gebaseerd op onder meer cijfers van de politie en de duiding daarvan, alsmede andere cijfers, onderzoeken en ontwikkelingen in de samenleving. Binnen de kaders die door de raad zijn vastgesteld geeft het college van burgemeester en wethouders (nadere) vorm en inhoud aan de implementatie van veiligheidsmaatregelen. Dit doen zij samen met haar ketenpartners uit het veiligheidsdomein (OM, politie, KMar, VRK, Omgevingsdienst IJmond etc.), het sociaal domein, maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers in Velsen. 3.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden Uitgangspunten en randvoorwaarden zijn belangrijk voor het samenspel, zowel bestuurlijk als op het gebied van participatie voor de aanpak van veiligheid in Velsen. Daarom zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden reeds in 2019 in de kadernota geformuleerd: Uitgangspunten: 1.
Iedereen in Velsen is verantwoordelijk voor veiligheid; wij gaan daarom uit van een zekere mate van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid; 2. In Velsen doet iedereen mee; 3. Velsen is schoon, veilig en sociaal; 4. In Velsen wordt gereageerd op aandachtspunten van veiligheid; 5. In Velsen wordt (wijkgericht) samengewerkt aan veiligheid & zorg; 6. In Velsen wordt thematisch, gebiedsgericht en/of projectmatig gewerkt aan veiligheid; 7. In Velsen werken we samen met onze inwoners, ondernemers en veiligheidspartners. Randvoorwaarden: 1. De gemeente is regisseur met betrekking tot lokale openbare orde en veiligheidsproblemen. De gemeente organiseert op lokaal niveau samenwerking tussen kernorganisaties, gericht op voorwaardenscheppende activiteiten in het kader van algemene preventie; 2. De gemeente organiseert / bevordert dat alle organisaties in Velsen worden gestimuleerd om aandacht te besteden aan veiligheid en zorg in het belang van de signaalfunctie en beïnvloeding van ongewenste ontwikkelingen; 3. De gemeente organiseert periodiek wijkbijeenkomsten om samen met de inwoners en ondernemers te werken aan de veiligheid en de veiligheidsbeleving, waarbij aandacht wordt besteed aan de bevordering van weerbare wijken, buurten, inwoners en organisaties; voor zover mogelijk gezien de corona-crisis; 4.
De gemeente organiseert op lokaal niveau een (flex)netwerk van relevante partijen voor het individueel casusoverleg (maatwerk); 5. De gemeente organiseert op lokaal niveau de preventiefase en zorgt daarbij voor het stroomlijnen van lokale informatie; 6. Bij (integrale) samenwerking met partners op casusniveau worden afspraken gemaakt over het onderling delen van de benodigde en relevante informatie (informatiedeling). Op het gebied van veiligheid wordt informatie gestuurd gewerkt; 7. In de lokale gezagsdriehoek worden afspraken gemaakt over de casusposities die onder regie van de gemeente Velsen dan wel het Openbaar Ministerie (OM) worden uitgevoerd; 8. Als de regie bij het OM wordt gelegd en de uitvoering plaatsvindt door de Nationale Politie (opsporingsonderzoeken), dan worden afspraken gemaakt over de samenloop van activiteiten (bestuursrechtelijk, strafrechtelijk) op strategisch niveau, inclusief de communicatie; 9. Bij de vaststelling van de begroting van Velsen worden de financiële kaders voor veiligheid aangegeven, waarover via de jaarrekening verantwoording wordt afgelegd.
4
4. Thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit 4.1 Inleiding Het thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit is al jaren sterk in beweging. De problematiek onder jeugd verergert doordat kinderen op steeds jongere leeftijd overlast veroorzaken of zelfs crimineel gedrag vertonen. Dit gebeurt voornamelijk in groepsverband, maar niet meer op de manier die we ooit gewend waren, waarbij bepaalde groepssamenstellingen duidelijk gelinkt konden worden aan locaties waar overlast plaatsvond. Tegenwoordig zijn jeugdgroepen dynamisch van aard met wisselende leden, vaak online actief via verschillende sociale media en niet meer gebonden aan locaties. Hierdoor zijn het meer ‘fluïde netwerken’ geworden die een andere aanpak behoeven. Aan de ‘fluïde netwerken’ kunnen verschillende jongeren worden gelinkt, variërend van jongeren die kwetsbaar zijn om risicogedrag te gaan vertonen en af en toe aansluiten op hangplekken, risico-jongeren die nog niet in contact zijn gekomen met politie en justitie, maar dreigen af te glijden naar het criminele circuit en criminele jongeren. Deze laatste groep is uiteraard op te splitsen in verschillende zwaarte categorieën, zoals ‘first offenders’ en jongeren die een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd. De problematiek binnen het thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit is de afgelopen jaren zwaarder geworden.
Vanaf maart 2020 zien we dit vooral op het deelonderwerp jeugdoverlast, ingegeven door de coronamaatregelen. Hierdoor speelt enerzijds verveling en daaruit voortvloeiend overlast door jongeren en anderzijds de beleving van overlast en dalende tolerantiegrenzen onder (volwassen) inwoners, wat elkaar in negatieve zin versterkt. Daarnaast blijkt de afgelopen jaren in toenemende mate dat overlast gepaard gaat met het gebruik of het handelen in alcohol en/of drugs en dat jongeren op steeds jongere leeftijd betrokken raken bij overlast. Dit verlaagd de drempel naar crimineel gedrag, waar drugs en wapens een steeds prominentere rol in hebben gekregen. Het herkennen van risicosignalen voor het afglijden naar crimineel gedrag en de inzet van de juiste ondersteuning ter voorkoming hiervan is daarom van groot belang. Daarnaast is nadrukkelijk aandacht gewenst voor de drugsproblematiek in (met name) Velsen Noord en Zee- en Duinwijk en de aanpak van wapenbezit onder jongeren. Het thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit vergt een intensieve samenwerking tussen de domeinen samenleving en veiligheid, met een grote afhankelijkheid van belangrijke partners zowel intern als extern. Tevens is er een sterke link met het domein fysieke leefomgeving.
Een gedeelde visie op de aanpak van jeugdoverlast, duidelijke afspraken over samenwerking, rolopvattingen en uitwisseling van informatie inclusief privacyrichtlijnen zijn dan ook van groot belang. 4.2 Doelstellingen Het thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit heeft als overkoepelend hoofddoel: het versterken van de verbinding tussen de inzet op preventie en repressie, waarbij inzet aan de voorkant zorgt voor minder overlast, kansen biedt aan jongeren en crimineel gedrag onder jongeren vermindert. Om dit te bereiken dient te worden ingezet op integrale veiligheid, passend bij de bestuurlijke prioriteit die daaraan is gegeven. Missie: Jongeren zijn een belangrijk onderdeel van onze samenleving. Zij mogen er zijn en bepalen voor een groot deel hoe onze samenleving er de komende decennia uit gaat zien. De missie van het team jeugd & veiligheid is om gedrag van jongeren in goede banen te leiden en te begrenzen waar nodig door middel van een integrale jeugdaanpak. Wij bieden hen perspectief en alternatieven, in plaats van het afkeuren van hun aanwezigheid. Op die manier stellen wij ons ten doel om hen te ondersteunen in hun ontwikkeling en daarmee problemen voor jongeren en de samenleving als geheel op de langere termijn te voorkomen.
Ambities: Onze ambities zijn gericht op het anticiperen op de capaciteitsbeperkingen van de politie, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op de integrale aanpak van jeugdoverlast en -criminaliteit. Dit vertaalt zich in de volgende ambities die onder 4.4 worden uitgewerkt in de vorm van projecten en activiteiten: 5
1. Toewerken naar een wendbare jeugdaanpak en samenwerking binnen het jeugdnetwerk die ons in staat stelt om in te springen op de dynamische aard van problematiek rondom jeugd; 2. De criminele aanwas van jongeren terugbrengen en zoveel mogelijk tegengaan door hen bewust te maken van de gevolgen van crimineel gedrag, het bieden van perspectief en repressief op te treden waar nodig; 3. De aanpak van drugsproblematiek onder jongeren door in te zetten op onderliggende problematiek en zorg en veiligheidsvraagstukken integraal op te pakken; 4. Veiligheidsvraagstukken op het gebied van Jeugd aanpakken in gezamenlijkheid, waarbij samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie, maar ook met externe partners als essentieel onderdeel in de aanpak naar voren komt. 4.3 Beoogde maatschappelijke effecten Op basis van maatschappelijke onrust en bestuurlijke ambities, prioriteren we een aantal activiteiten voor de periode 2021-2022. Leidend hierin zijn de stijgende meldingen van jeugdoverlast en de groei van criminele jeugd die zich kenmerkt door drugscriminaliteit en overlast in de wijken, wapenbezit en ondermijning. De bestuurlijke prioriteit die in dit kader is vastgesteld luidt: “Inzetten op integrale veiligheid met de focus op ondermijning en overlast”.
Deze prioriteit bestaat uit een aantal onderdelen die voor het thema jeugd & veiligheid het volgende betekenen: De overlast van criminele jeugd te beperken; jeugdbendes voorkomen en bestrijden. Hieruit spreekt duidelijk de noodzaak van een gezamenlijke visie, aanpak en samenspel tussen de domeinen samenleving en veiligheid. De inzet op preventie (voorkomen) in combinatie met repressie (bestrijden) dient te worden bezien in een continuüm. Oftewel vanuit de gedachte dat wat je preventief inzet aan de voorkant, veiligheidsproblematiek kan beperken aan de achterkant. Drugsoverlast in de wijken tegengaan. Bij het bestrijden van drugsoverlast een integrale aanpak hanteren door zorg en veiligheid slim te combineren. Ook hier is de gecombineerde inzet van preventie en repressie van groot belang, vanuit dezelfde gedachten als hierboven beschreven. Wapenbezit door jongeren tegengaan en minder aantrekkelijk maken. Om deze doelen te bereiken wordt er in 2021 gestart met de inzet van een aantal activiteiten. Deze activiteiten vallen onder 3 projecten, te weten ‘herijken samenwerking integrale aanpak jeugdoverlast’, ‘aanpak wapens & jeugd’ en ‘bestrijden van drugsoverlast in de wijken’. De projecten en daaronder vallende activiteiten worden hieronder nader toegelicht. 4.4
Projecten, programma’s en activiteiten
4.4.1 Herijken samenwerking integrale aanpak jeugdoverlast In Velsen werken we al een aantal jaren met een aanpak jeugdoverlast. Deze aanpak kenmerkt zich door de korte lijnen tussen Jongerenwerk & Straathoekwerk (vanuit preventie) en handhaving en politie (vanuit repressie). Met een integrale, locatie overstijgende aanpak van jeugdoverlast stellen we onszelf ten doel om grip te krijgen op de groeiende problematiek. In 2021 wordt de huidige aanpak en samenwerking herijkt, waarbij de teruglopende capaciteit van politie en de inzet van jeugdboa’s worden meegenomen. In de herijkte aanpak behouden we wat reeds goed gaat en ontwikkelen we wat beter kan. Het herijken van de integrale aanpak jeugdoverlast en jeugdgroepen dient te worden bezien in samenhang met de overige projecten die in 2021 - 2022 worden ingezet. Hoe gaan we dit doen? Vergroten van zicht en grip op overlastgevende jongeren Het huidige werkproces en de samenwerking met de partners uit het jeugdnetwerk (politie, handhaving, Jongerenwerk, Straathoekwerk, netwerkcoördinator jeugd) wordt verder aangescherpt. De volgende (niet uitputtende) punten moeten leiden tot meer zicht en grip op jeugdoverlast:
6
Vernieuwen van het privacyconvenant. Hiermee is de uitwisseling van informatie tussen partners van het jeugdnetwerk juridisch gefundeerd. Het huidige convenant wordt uitgebreid met bestaande zorgaanbieders die hulpverleningstrajecten aan jongeren verlenen. Dit vergroot het zicht op de problematiek en stelt ons beter in staat in te zetten wat nodig is om de overlast aan te pakken. De interne route voor overlastmeldingen wordt verbeterd, zodat alle meldingen van jeugdoverlast bij de gemeente centraal worden verzameld en er regie kan worden gevoerd op het geheel. Een ‘gecombineerde aanpak’ vanuit het domein Samenleving, team Bestuur en Veiligheid en de politie. Voorbeeld hiervan is het opleggen van een voorgenomen last onder dwangsom n.a.v. rellen en escalaties van overlast in Velsen-Noord. Per 1-1-2021 is vanuit de politie een vaste jeugdspecialist aangesteld voor Velsen. Middels deze inzet en samenwerking hebben wij zicht op het geheel van overlastmeldingen, wat in het jeugdnetwerk integraal besproken wordt en kan worden opgepakt. Professionaliseren van de integrale aanpak, door een overlastsituatie in zijn geheel te bekijken vanuit verschillende invalshoeken, waarbij ook bijvoorbeeld de afdeling Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening of het Wijkplatform betrokken worden. Inventariseren van de fysieke plekken voor jongeren in de openbare omgeving.
Hierbij is specifiek aandacht voor het plaatsen van leefregelborden en de aantallen en locaties van Jongeren Ontmoetingsplekken (JOP).
Gezamenlijke (publiek/private) aanpak seizoenslocaties Specifiek voor de drie locaties (kleine strand/pier, grote strand, Westbroekerplas) waar in het zomerseizoen veel jeugdoverlast plaatsvindt, worden plannen van aanpak opgesteld. Hiertoe vinden gesprekken plaats met de betrokken partijen per locatie. Van groot belang is het overbrengen van een realistische verwachting vanuit het jeugdnetwerk richting de betrokken partijen. Overlast zal niet geheel voorkomen kunnen worden, maar we stellen onszelf ten doel om escalaties te voorkomen en met goede afspraken over inzet en samenwerking bij mooi weer de overlast beheersbaar te houden. Dit doen we door: Kortere lijnen tussen team handhaving en ondernemers, haven en overige betrokken partijen over wat goed en minder goed gaat. Door frequent bezoek van handhaving aan ondernemers stapelen klachten niet op en ondernemers krijgen een vast aanspreekpunt binnen team handhaving. Maandelijks overleg tussen partners over het verloop van het zomerseizoen. Inzet op eigen verantwoordelijkheid van ondernemers en haven op eigen gebied en de infrastructuur/logistiek ten behoeve van handhaving. Pilot jeugdboa’s Ondersteunend aan de integrale aanpak jeugdoverlast en het plan van aanpak gericht op seizoenslocaties, wordt gebruik gemaakt van de inzet van jeugdboa’s.
Dit gebeurt door middel van een pilot met middelen vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid wat de inzet van 2 jeugdboa’s mogelijk maakt voor 24 uur per week gedurende een half jaar vanaf 1 april 2021. We werken toe naar een aanpak die gebaseerd is op de PlusMinMee methodiek. Belangrijke onderdelen van deze methodiek zijn het herkennen van kopstukken, het benaderen van individuen, grip krijgen op de situatie en het werken met groepsdynamiek. Dit laatste heeft te maken met de samenstelling van de groep en het inzichtelijk maken van de jongeren met een positieve invloed op de groep (plussers), met een negatieve invloed op de groep (minners) en de meelopers. Echter passen we dit wel in onze reeds bestaande werkwijze binnen het jeugdnetwerk, waar de netwerk coördinator jeugd een belangrijke rol vervult en we gebruik maken van de reeds bestaande overlegstructuur. Op die manier versterken we wat er reeds aanwezig is en committeren ons aan een gedeelde visie op de aanpak jeugdoverlast en jeugdgroepen. We kijken naar het effect van de pilot door middel van een aantal factoren: de verbinding die de jeugdboa’s weten te leggen met de jongeren op straat, zonder direct repressief optreden. beter zicht op de individuele rollen die jongeren innemen in de overlast. een efficiëntere inzet van groeps- en individuele aanpak vanuit het jeugdnetwerk.
7
Op basis van de resultaten kan in de begroting voor 2022 een aanvraag voor extra middelen worden gedaan. In de perspectiefnota is hier reeds een aankondiging toe gedaan. 4.4.2 Actieplan wapens & jeugd Wapenbezit onder jongeren is een groot probleem. Onder invloed van de straatcultuur, sociale media en drillraps lijken jongeren elkaar af te willen troeven door middel van het tonen, en soms ook gebruiken, van (steek)wapens. Dit heeft in het land al een paar keer geleid tot heftige incidenten met soms zelf een dodelijk slachtoffer als gevolg. Landelijk is een taskforce opgericht, waar op IJmondiaal niveau uitvoer aan wordt gegeven middels een regionaal actieplan. In januari 2021 is het ‘Actieplan wapens & jeugd’ besproken in de IJmondiale gezagsdriehoek. Het plan wordt nader uitgewerkt door de ambtelijk betrokkenen uit de IJmondgemeenten en politie. In januari en maart 2021 is het actieplan besproken in de IJmondiale gezagsdriehoek. Het actieplan loopt in 2021 en 2022 en omvat verschillende onderdelen ten behoeve van de aanpak van wapenbezit en wapengebruik onder jongeren. Hoe gaan we dit doen? Informeren Er wordt een gemeenschappelijke campagne ontwikkeld waarin jongeren enerzijds de gevolgen van wapenbezit en wapengebruik zichtbaar voorgeschoteld krijgen en anderzijds hen een alternatief wordt geboden. Bewustwording, ontmoediging en gedragsverandering staan centraal.
Er worden voorlichtingslessen gegeven op scholen door het Openbaar Ministerie en Halt. Voorkomen Messenverkoop onder jongeren wordt tegengegaan door in gesprek te gaan met lokale winkeliers om geen legale messen te verkopen aan minderjarigen. Er zullen preventieve wapencontroles georganiseerd worden op scholen en in horeca. Er worden periodiek op lokaal dan wel regionaal niveau wapen-inleveracties georganiseerd, in combinatie met communicatie over de risico’s van wapenbezig. Handhaven Het tegengaan van online filmpjes waarin informatie over geweldsactiviteiten wordt gedeeld en van wapenbezit en-gebruik wordt verheerlijkt. Hierbij is expliciet aandacht voor drillrap video’s en hoe jongeren die zich hiermee bezig houden hun raptalenten op positieve wijze kunnen leren inzetten. De inzet van preventief fouilleren als één van de mogelijkheden tot handhaving van de openbare orde en veiligheid op straat. Risicosignalering en vroegtijdig ingrijpen bij het constateren van wapenbezit. Hierbij is het van belang dat de reguliere jeugdaanpak aansluit op de aanpak wapens & jeugd en visa versa.
4.4.3 Bestrijden van drugsoverlast in de wijken Binnen de bestuurlijke prioriteit om in te zetten op integrale veiligheid, is het bestrijden van drugsoverlast in de wijken een onderdeel. Het bestrijden van drugsoverlast is een breed begrip. In 2021 zal daarom het doel zijn om zicht te krijgen op de problematiek die het behelst. In Velsen hebben we te maken met verschillende facetten van drugsproblematiek, te weten het gebruik, de handel, opslag, distributie en invoer. In een aantal wijken in de gemeente speelt sociale problematiek en veiligheidsproblematiek veelvuldig. Er zal integraal duiding moeten worden gegeven aan de problematiek om vervolgens te bepalen welke vorm van drugsoverlast wordt aangepakt en de wijze waarop. De aanpak van de problematiek die hierop volgt dient bij uitstek benaderd te worden in nauwe samenwerking met het domein samenleving, de themateams ‘ondermijning’ en ‘zorg & veiligheid’, alsmede in afstemming en samenwerking met de politie. Hoe gaan we dit doen?
8
Project ‘criminele aanwas’ Vanuit het RIEC is het project ‘criminele aanwas’ gestart, gericht op de aanwas van jongeren naar georganiseerde (drugs)criminaliteit. Dit project kent twee fases, te weten 1) analyse en onderzoek, uit te voeren in 2020 en een deel van 2021, en 2) het komen tot interventies om op basis hiervan te experimenteren in pilots, uit te voeren in 2021 en 2022. Velsen is reeds betrokken bij fase 1. Of gemeente Velsen een pilot toebedeeld krijgt in fase 2 is afhankelijk van de focus die uit fase 1 naar voren komt. Wijkgerichte aanpak Zoals aangegeven zijn er een aantal wijken in de gemeente waar problematieken op het snijvlak van zorg en veiligheid sterk aanwezig zijn. Voorbeelden hiervan zijn Velsen-Noord, Zee- en Duinwijk en Velserbroek. Zowel vanuit het themateams ‘jeugd & veiligheid’ als ‘zorg & veiligheid’ en ’ondermijning’ zijn deze wijken met betrekking tot drugsproblematiek aandachtspunten. De inzet vanaf 2021 behelst: De beoogde oprichting van een bestuurlijke stuurgroep waarin de aanpak concreet wordt vormgegeven en knelpunten in de praktijk worden aangepakt. Het opstarten van een aantal deelprojecten die de knelpunten op het snijvlak van Zorg & Veiligheid aanpakken, bijvoorbeeld multi-probleemgezinnen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking tussen domein Samenleving, team Bestuur en Veiligheid en de betrokken partnerorganisaties.
De doelgroep jeugd zal hierin een belangrijke rol spelen, zowel als het gaat om preventieve als repressieve inzet. Het bieden van perspectief aan jongeren als alternatief op drugsgebruik en criminaliteit en het werken aan onderliggende problematiek als voedingsbodem hiertoe zullen hierin terugkomen. De wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven vanuit de deelprojecten wordt in de loop van 2021 helder. Sessie gemeenteraad Om de gemeenteraad op de juiste manier te betrekken bij het onderwerp Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit worden de raadsleden, zoals gebruikelijk, periodiek (middels de jaarrekening en sessies) geïnformeerd over resultaten binnen de portefeuille van de burgemeester. Dit onder andere op het gebied van Jeugd. Daarnaast is het voornemen om de gemeenteraad in 2021 afzonderlijk mee te nemen in de aanpak van Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit tijdens een raadssessie. 4.4.4. Veiligheid in en om scholen Scholen zijn belangrijke samenwerkingspartners binnen het thema Jeugd- en drugsoverlast en wapenbezit. Een groot deel van de jongeren bevindt zich dagelijks op school, wat het een belangrijke plek maakt waar risicosignalen wat betreft zorg en veiligheid zichtbaar worden en waar preventieve inzet gepleegd kan worden. De samenwerking met scholen is en blijft daarom van belang in de aanpak van jeugdoverlast en -criminaliteit.
Ten behoeve van deze samenwerking bestaat het VIOS (Veiligheid in en om scholen) overleg. Dit betreft een overkoepelend overleg tussen veiligheidscoördinatoren van de middelbare scholen, politie en gemeente en Halt. Een mooi voorbeeld van de samenwerking zijn de preventieve acties in december 2020 en januari 2021 waarbij gemeenschappelijke oproepen vanuit politie en gemeente in het kader van respectievelijk het vuurwerkverbod en de dreigende rellen na aankondiging van de avondklok via de scholen naar ouders en jongeren zijn verstuurd. Voor de periode vanaf 2021 staat de samenwerking voor een groot deel in het teken van de integrale aanpak jeugdoverlast, het actieplan wapens & jeugd en de drugsaanpak. Hoe gaan we dit doen?
2x per jaar een structureel VIOS overleg waarin aandacht is voor het actuele beeld van veiligheid in en om scholen en het afstemmen van benodigde inzet en acties. Het geven van voorlichtingen door Halt op scholen. De inhoud van de voorlichtingen betreft maatwerk in overleg met de scholen, maar kan o.a. gericht zijn om jeugdcriminaliteit, online veiligheid, de invloed van de groep en overlast rondom de jaarwisseling.
9
Samenwerking binnen het actieplan wapens & jeugd in het kader van ‘informeren’ (voorlichtingen) en ‘voorkomen’ (preventieve controles op scholen). Samenwerking in de aanpak van drugscriminaliteit onder jongeren door middel van voorlichting.
10
5.
Thema Velsense aanpak ondermijning
5.1 Inleiding De laatste jaren bestaat er een roep om een intensievere inzet op de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Deze vorm van criminaliteit vormt een bedreiging voor onze samenleving. Ondermijnende criminaliteit kenmerkt zich door de verwevenheid tussen de onderwereld en de bovenwereld: criminelen maken gebruik van legale structuren voor de uitvoering van hun illegale activiteiten. Dit zorgt ervoor dat de overheid ongewild criminaliteit faciliteert. Vormen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn: hennepteelt, drugshandel, mensenhandel, mensensmokkel, witwassen en vastgoedfraude. Deze delicten hebben ernstige consequenties voor onze samenleving. De maatschappelijke integriteit wordt aangetast, de veiligheid én het veiligheidsgevoel van burgers worden beïnvloed en de lokale economie wordt verstoord. Criminelen schuwen daarbij niet om legale partijen te beïnvloeden of te onderdrukken. Denk dan aan volksvertegenwoordigers, ambtenaren en onwetende burgers. Daarbij gaan criminelen soms ook over tot zwaar geweld, waaronder liquidaties in woonwijken. Het effect is dat onderwereld en bovenwereld met elkaar verweven raken. Dit ondermijnt en bedreigt onze samenleving en de rechtsstaat. Gemeente Velsen wil niet dat criminelen het voor het zeggen krijgen.
Lokale dienstverleners en politieke ambtsdragers moeten hun werk kunnen doen zonder last te hebben van bedreiging of intimidatie. Wijken en buurten moeten veilig en leefbaar zijn, criminelen mogen ondernemers niet verleiden om voor hen aan de slag te gaan. Daarom probeert gemeente Velsen samen met haar ketenpartners beter zicht te krijgen op ondermijning. 5.2 Doelstellingen De bestuurlijke opdracht Ondermijning volgt uit de lokale speerpunten van de gemeente Velsen (Speerpunten College en Kadernota gemeenteraad) en regionale prioriteiten van politie eenheid Noord-Holland, Openbaar Ministerie, gemeenten en partners (Integraal Meerjarenbeleidsplan Veiligheid 2019-2022) Missie: Het vergroten van de weerbaarheid van de Velsense samenleving en gemeente tegen criminaliteit met een ondermijnend effect op de samenleving. Dit willen we bereiken door integraal te interveniëren in bestaande vormen van ondermijnende criminaliteit door concrete zaken gezamenlijk met de interne en externe partners op te pakken en deze criminaliteit (zichtbaar) te doen stoppen. Ambities: In de periode 2021 - 2022 willen we anticiperen op de capaciteitsbesprekingen van de politie en tegelijkertijd: 1. instrumenten inzetten en samenwerkingsverbanden opzetten en professionaliseren om beter te kunnen screenen op potentieel misbruik van gemeentelijke voorzieningen, zoals horecavergunningen; 2.
grip krijgen op het havengebied, door middel van het vergroten van de signaalfunctie, vergroten van bewustwording bij ondernemers en de aanpak van concrete casussen. 3. criminele fenomenen aanpakken, waaronder OMG’s, illegale bewoning, adresfraude, illegale prostitutie, mensenhandel en uitbuiting. Vanwege de complexiteit van het thema ondermijning is een regisseur ondermijning aangesteld die zich bezighoudt met: bewaken van de integraliteit; bestuurlijke advisering; aanjagen van de verschillende programma’s, projecten en activiteiten; monitoring van de voortgang in de ondermijningsaanpak; rapporteren van (tussen)-resultaten; inhoudelijk en procesmatig aansturen van collega’s; versterken van de relatie met (publieke en private) interne en externe partners; en initiëren en door ontwikkelen van bestuurlijke instrumenten. 11
5.3 Beoogde maatschappelijke effecten Met onze integrale aanpak van ondermijning willen wij ervoor zorgen dat georganiseerde ondermijnende criminaliteit geen voet aan de grond krijgt in Velsen. Daarnaast heeft de aanpak als beoogd effect dat de samenleving voldoende weerbaar is tegen deze vorm van criminaliteit, evenals onze gemeentelijke organisatie. 5.4
Projecten, programma’s en activiteiten
5.4.1 Inzet van Bibob-instrumentarium verstevigen en verankeren De inzet van het Bibob-instrumentarium in Velsen staat nog in de kinderschoenen, zowel als het gaat om kennis en expertise als om beschikbare capaciteit. Eén van de aanbevelingen vanuit de weerbaarheidsscan die afgelopen jaar is afgenomen, is dat de uitvoering van het Bibob-beleid in Velsen een kwetsbaarheid is gebleken. Uit de weerbaarheidsscan volgt dat de gemeente Bibob-beleid heeft vastgesteld. Dit beleid is algemeen opgesteld en er gelden ook specifieke regels voor een aantal branches zoals de horeca, kansspelen, seksinrichtingen, bepaalde risicovolle evenementen en bepaalde omgevingsvergunningen. Het Bibob-instrumentarium wordt vooral ingezet bij vergunningverlening en bij grotere aanbestedingen en niet bij subsidies. Er is wel beleid als het gaat om subsidies, maar vanuit de organisatie wordt aangegeven dat dit niet consequent wordt toegepast. Dit omdat de afweging of het Bibob-instrumentarium wordt ingezet bij de behandelend medewerker ligt en er geen Bibobcoördinator is die de inzet van het Bibob-instrumentarium kan ‘afdwingen’. De uitvoering van het geactualiseerde Bibob-beleid zal worden geprofessionaliseerd.
De essentie van dit Bibob-beleid is dat in bepaalde gevallen standaard sprake is van een Bibob-toets (zoals bij bepaalde vergunningen) en in andere gevallen sprake is van een risico gestuurde Bibob-toets (zoals bij subsidies, aanbestedingen en vastgoedtransacties). Hoe gaan we dit doen? Een Bibob-coördinator We hebben de ambitie om een Bibob-coördinator aan te stellen, die verantwoordelijk is voor de Bibob-aanpak binnen de gemeente, deze aanvraag loopt via de perspectiefnota. Deze coördinator houdt het Bibob-beleid actueel, ontwikkelt deze door en zorgt voor implementatie en verankering van dit instrument in de organisatie. Hij of zij is het aanspreekpunt voor medewerkers die zich bezighouden met uitvoering van de Wet Bibob en begeleidt en ondersteunt deze medewerkers bij de uitvoering van die taken. Daarnaast is de Bibob-coördinator degene die desgewenst advies vraagt aan het Landelijk Bureau Bibob en zorgt voor afstemming met diverse ketenpartners als het gaat om de Bibob-aanpak. Ook kan deze persoon worden betrokken bij de aanpak in specifieke ondermijningszaken om daarin te adviseren. Onder regie van de Bibob-coördinator hebben we de ambitie om de vergunningsprocessen aan te scherpen, de brede Bibob-toets te implementeren bij de verschillende afdelingen en hierover te rapporteren aan het bestuur.
Bibob-formulieren actueel houden en geschikt maken voor verschillende branches Als de gemeente niet de juiste vragen stelt, kan zij ook niet op de juiste manier toetsen wat de intentie is van de persoon die de vergunning vraagt. Dit wordt zelfstandig opgepakt door afdeling vergunningen waarbij team bestuur en veiligheid faciliteert en monitort. Een belangrijk onderdeel van de vergunningen toets zijn de Bibob (uitvraag) formulieren. Deze formulieren zijn regelmatig aan een actualisatie toe mede op basis van lokale en landelijke inzichten. Door de juiste vragen te stellen is de gemeente in staat om op de juiste zaken te toetsen. Afdeling Veiligheid Toezicht en Handhaving (VTH) werkt met de formulieren en stemt met team Bestuur en Veiligheid af wanneer er wijzigingen nodig zijn. VTH rapporteert ieder kwartaal over de voortgang. Brede implementatie Bibob-toets bij verschillende afdelingen Na het verkrijgen van relevante informatie door middel van een ingevuld Bibob-vragenformulier volgt een eerste toets door de betreffende vakafdeling. Indien men in de uitvoering meer sturing 12
krijgt van een Bibob-coördinator zal dit waarschijnlijk leiden tot meer signalen dat er iets niet klopt. De huidige capaciteit en expertise als het gaat om het uitvoeren van de Bibob-toetsen en het eventuele vervolgtraject zijn (zeer) beperkt. Komende periode wordt daarom gezocht naar manieren om zowel de capaciteit als inhoudelijke expertise uit te breiden, bijvoorbeeld door het aanstellen van een Bibob-coördinator, extra capaciteitsaanvraag voor bibob-toetsen bij VTH (in de perspectiefnota), de samenwerking te zoeken met naastgelegen gemeenten, externe inhuur, training en opleiding. Training en opleiding worden onder andere verzorgd voor medewerkers binnen het themateam Ondermijning en een aantal medewerkers van het team Vergunningen binnen de afdeling VTH (tien opleidingsplaatsen). Over de voortgang van het professionaliseren van de Bibob-aanpak zullen we periodiek rapporteren aan het bestuur. 5.4.2 Programma Maritieme smokkel en “Een veilig havengebied” De haven van IJmuiden neemt een specifieke plaats in als het gaat om het tegengaan en bestrijden van ondermijning. Het is de maritieme toegangspoort tot de haven van Amsterdam. Gemeente Velsen wil misbruik van onze uitstekende infrastructuur voor de import, doorvoer en export tegengaan.
Het gaat dan onder andere om handel in verdovende middelen, mensensmokkel, uitbuiting, witwaspraktijken, machtposities en oneerlijke concurrentie. Tegelijkertijd willen we investeren in de relatie met lokale ondernemers, de signaalfunctie vergroten en het gebied schoon, heel en vellig houden. Daarnaast is er in het havengebied een samenwerking tussen diverse partijen, die gezamenlijk het Haventeam 2.0 vormen. Signalen vanuit dit overleg worden onder het RIEC-convenant gedeeld en gezamenlijk opgepakt. In 2021 laten we een QuickScan van het havengebied uitvoeren gericht op specifieke branches, zodat we kunnen uitgaan van een actueel lokaal ondermijningsbeeld. Hoe gaan we dit doen? Haventeam 2.0 In 2013 constateerde de gemeente Velsen dat de sociale veiligheidssituatie in het havengebied van IJmuiden onacceptabel was. Zij heeft toen een ‘zwaar’ project geïnitieerd en gefaciliteerd om hier verandering in te brengen. Dit project Fabricius waarin onder andere politie, Openbaar Ministerie, Koninklijke Marechaussee (KMar) en douane participeerden, bleek een aantoonbaar succes om de zichtbare criminaliteit terug te dringen. In 2016 is het project overgegaan in een meer stabiele structuur gericht op bestendiging van de behaalde successen. In 2020 constateerde de gemeente Velsen dat er sprake was van een moeizamere samenwerking in het Haventeam.
De gemeente heeft het Haventeam daarom laten evalueren. Hier komen een aantal aanbevelingen uit voort. Mede op basis van de aanbevelingen van verschillende deskundigen investeren we de komende periode in het door ontwikkelen c.q. professionaliseren van het haventeam 2.0. Er wordt een tactisch kernteam aangesteld onder voorzitterschap van de gemeente, dat: het team aanjaagt om gezamenlijk ondermijnende fenomenen te onderzoeken en aan te pakken; prioriteiten stelt in nauwe afstemming met de driehoek plus (burgemeester, gebiedsofficier, teamchef politie, commandant KMar, teamleider Belastingdienst en adviseur RIEC); en integrale acties uitzet om tot aanhoudingen en verstoring van ondermijnende activiteiten over te gaan. 5.4.3 Project Gezamenlijke huisvesting KMAR / Politie Om de samenwerking tussen de operationele diensten (KMar en politie) te versterken en laagdrempeliger te maken heeft de gemeente zich afgelopen periode ingezet om de huisvesting van beide partners in de gemeente Velsen te behouden. De intentie is om de huisvesting van de KMar in het havengebied en de huisvesting van politie in de gemeente te behouden. Hierbij is gekeken naar de optie voor een gezamenlijke huisvesting. Met een gezamenlijk pand aan de 13
Kanaalstraat in de haven van IJmuiden geven gemeente Velsen, de Marechaussee en de Politie binnenkort op een unieke manier invulling aan veiligheid. De operationele diensten werken straks samen vanuit één gebouw. Het gezamenlijke hoofdkwartier versterkt de aanpak van ondermijnende criminaliteit in het IJmuiden havengebied. Zo kunnen partners elkaar nog beter vinden, informeren en bijstaan. Het officiële startsein volgt in het 2de kwartaal van 2021 wanneer de burgemeester, samen met de Staatssecretaris van Defensie en Commandant van de KMar een (virtueel) bezoek brengt aan het havengebied en het pand aan de Kanaalstraat. Daarna begint de verbouwing en vindt inrichting van het pand plaats. In de periode daarop wordt de informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de operationele diensten en tussen de operationele diensten en gemeente geïntensiveerd en verder geoptimaliseerd. 5.4.4 Quickscan havengebied In 2021 laten wij een quickscan uitvoeren in het havengebied gericht op een specifieke (nog nader te bepalen) branche. Hiertoe wordt een projectplan geschreven. De idee is om hiermee een format te creëren om, bij succes, vaker quickscans in te zetten als instrument om criminele fenomenen binnen specifieke branches zichtbaar te maken en daarop een gerichte aanpak te kunnen inzetten.
Hiervoor heeft de gemeente Velsen inmiddels, na een aanvraag, financiële middelen ontvangen vanuit het Rijk. 5.4.5 Intensiveren samenwerking BIZ/havengebied Het intensiveren van de samenwerking met het BIZ havengebied maakt dat we de ondernemers in het havengebied beter kunnen betrekken bij de bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. De gemeente beoogt haar signaalfunctie in het havengebied te vergroten en ondermijnende criminaliteit samen met ondernemers te bestrijden. Op dit moment lijkt er nog koudwatervrees te bestaan bij ondernemers om signalen te melden ofwel zijn zij nog niet goed in staat signalen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn of te herkennen. Hoe gaan we dat doen?
De ondernemers in het havengebied betrekken bij het thema ondermijning door middel van een bewustwordingscampagne. Ondernemers in het BIZ havengebied worden aangeschreven en aan hun wordt uitgelegd hoe men signalen van ondermijnende criminaliteit kan herkennen en waar je deze kunt melden. Zij worden uitgenodigd om signalen (eventueel anoniem) te melden. Hiertoe treft de gemeente een voorziening en zet zij een meldpunt op. Investeren in de leefbaarheid en kwaliteit (schoon, heel en veilig) van het gebied en benutten van de BIZ. Hiermee beoogd de gemeente meer als partner te worden gezien en willen we de succesfactoren van het eerdere project Fabricius benutten.
Project Maritieme Smokkel: projectgroepen Volans en Kohthai In 2019 is het meerjarenproject Maritieme Smokkel gestart. Het project is verdeeld in vier deelprojecten met alle vier een andere focus. De burgemeester is tevens ambassadeur maritieme smokkel Noord Holland. Mede vanuit die hoedanigheid oefent de gemeente invloed uit en neemt deel aan twee deelprojecten. Volans: Binnen deze werkgroep ligt de focus op het weerbaar maken van de visserijbranche door: bedrijfseconomische ondersteuning Onderzocht wordt op welke manier vissers ondersteund kunnen worden wanneer zij noodgedwongen uit de visserij moeten stappen. voorlichting op ROC’s Vanuit de werkgroep Volans wordt voorlichting gegeven op de visserij opleidingen om het bewustzijn te vergroten over de gevaren van criminele benadering bij aankomende vissers. meldpilot 14
Er worden manieren onderzocht om vissers op een laagdrempelige manier en zo mogelijk anoniem drijvende pakketten drugs te laten melden. Kohthai: Deze werkgroep richt zich op de weerbaarheid van jachthavens. Nachtregister jachthaven Regulier toezicht in de jachthaven is de verantwoordelijkheid van de gemeente, de politie en de KMar. Regulier toezicht bestaat onder meer uit de controle op het nachtregister. In artikel 438 van het Wetboek van strafrecht en de APV van Velsen is de verplichting opgenomen tot het bijhouden van een nachtregister. Het nachtregister bevat de naam van de verblijvers, de woonplaats, de dag van aankomst en dag van vertrek en geeft zodoende inzicht in wie in de jachthaven overnachten. In het geval van een calamiteit weten de beheerder en de calamiteitendiensten die in de jachthaven aanwezig zijn. Bovendien kan met een nachtregister ook de anonimiteit van verblijvers worden weggenomen, wat een afschrikkende werking op criminelen kan hebben.
ANPR palen havengebied en data sensing: Vorig jaar is er gestart met het plaatsen van ANPR-palen in onder andere het havengebied. Op 1 maart vindt er een eerste evaluatie plaats. Daarnaast loopt er een project op data sensing in de monding van de haven. Dit project wordt getrokken door de politie en de KMar.
5.4.6 Project Uitbuiting In 2021 worden minstens dertig controles uitgevoerd op basis van signalen/vermoedens van illegale bewoning. Omdat in de praktijk blijkt dat illegale bewoning mede te maken kan hebben met drugshandel, illegale prostitutie, mensenhandel en andere vormen van uitbuiting, willen wij de controles professionaliseren en verbreden naar deze fenomenen. Hoe gaan we dat doen?
Toezichthouders worden hiertoe opgeleid en getraind. Rapportages worden geanalyseerd om zo nodig te komen tot een verdiepingsslag (wie zijn de facilitators, wat speelt er nog meer etc.). Wanneer de panden zich bevinden in het havengebied, wordt het haventeam erbij betrokken. Andere partners zoals de Belastingdienst en het RIEC worden expliciet betrokken indien nodig. Integraal wordt bekeken hoe fenomenen het beste te verstoren en aan te pakken.
5.4.7 Outlaw Motor Gangs De betrokkenheid bij criminele en ondermijnende activiteiten door outlaw motorcycle gangs (OMG’s) in combinatie met toegenomen risico’s op escalaties en verstoringen van de openbare orde als gevolg van de sterke groei van deze clubs, vormden in 2012 de aanleiding om te starten met een landelijk programmatische integrale aanpak. Op 15 december 2020 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in hoger beroep in de zaak waarin het Openbaar Ministerie (OM) heeft gevorderd dat Hells Angels Motorcycle Club (Hells Angels), Hells Angels Motorcycle Club Holland (Hells Angels Holland) en Hells Angels Motorcycle Corporation in Nederland worden verboden. Na aanleiding hiervan is het clubhuis van de Hells Angels in IJmuiden in het eerste kwartaal van 2021 gesloten wegens strijd met de openbare orde. In de strijd tegen ondermijning neemt de bestuurlijke aanpak, naast andere interventiemogelijkheden, een belangrijke plaats in. Daarbinnen heeft ook de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) betekenis. Gemeenten kunnen met hun verordenende bevoegdheid in de APV regels stellen in de vorm van gebods- of verbodsbepalingen. Deze kunnen worden gekoppeld aan bestuurlijke instrumenten, zoals een vergunning, ontheffing of meldingsplicht (eventueel in combinatie met een separaat aanwijzingsbesluit en een sanctie als sprake is van overtreding).
Een bestuurlijke sanctie kan zijn: intrekking van de vergunning, bestuursdwang (sluiting), last onder 15
dwangsom, een bestuurlijke boete. Daarnaast kan overtreding van de APV ook strafrechtelijk zijn gesanctioneerd. APV-bepalingen kunnen daarmee een goed middel vormen om bestuurlijk barrières op te werpen tegen misstanden en illegale praktijken. Op deze manier kunnen dit soort situaties zo veel mogelijk worden voorkomen of bestreden. In 2021 wordt in de gemeente Velsen de APV aangepast op relevante punten als het gaat om de aanpak van ondermijning. 5.4.8 Vergroten bewustzijn ondermijning Een gemeente moet weerbaar zijn tegen pogingen tot beïnvloeding met een crimineel oogmerk. Weerbaarheid betreft de wijze waarop de gemeente en haar medewerkers in staat zijn ondermijningspogingen te ‘neutraliseren’. De weerbaarheid van een organisatie begint bij het bewustzijn van de mogelijke aanwezigheid van ondermijnende criminaliteit, de risico’s die dat met zich mee kan brengen voor de gemeente en het vermogen om signalen die kunnen duiden op criminele intenties of activiteiten (tijdig) te herkennen en door te geleiden naar de juiste personen binnen te organisatie. Dit inzicht, het bewustzijn en benodigde competenties zijn niet alleen van belang voor de weerbaarheid van de organisatie, maar ook voor de (gemeentelijke) informatiepositie als het gaat om de aanpak van georganiseerde criminaliteit.
Hoe gaan we dat doen? Weerbaarheidsscan De volgende aanbevelingen uit de weerbaarheidsscan worden in 2021 uitgevoerd: 1. Zorg voor een stevige organisatorische verankering op concernniveau. 2. Stel een verbeterprogramma vast om de basis op orde te brengen. 3. Houd het ondermijningsbeeld actueel en gebruik dit actief. 4. Veranker de Bibob-aanpak stevig. “Meld een vermoeden” Meld een Vermoeden biedt een individueel platform voor gemeenten. Die gemeente Velsen krijgt de beschikking over een centraal meldpunt voor signalen van ondermijning die ambtelijke professionals intern binnen de eigen organisatie waarnemen of die externe ketenpartners signaleren (bv. politie, omgevingsdienst). De genoemde professionals kunnen dan via een app of een webformulier doorgeven of zij situaties of signalen hebben gezien die kunnen duiden op ondermijning. De ingevoerde gegevens komen binnen op een dashboard dat beschikbaar is voor het team ondermijning, waarmee signalen eenvoudig lokaal kunnen worden opgepakt of doorgezet richting het RIEC. Doordat signalen op een centraal punt binnenkomen, kunnen deze eenvoudig worden opgepakt en uitgezet. Er kan worden bijgehouden hoeveel meldingen binnen zijn gekomen, hoeveel er zijn behandeld en in welke categorie de meldingen zich bevinden. Zo kan de informatie gebruikt worden voor managementrapportages.
Op 1 april 2021 wordt de app Meld een Vermoeden opengesteld voor onze interne collega’s (waaronder college en raadsleden), alsmede de ketenpartners politie, KMAR en omgevingsdienst IJmond. Het is mogelijk om hier (eventueel op een later moment) andere relevante partners aan toe te voegen. In het eerste kwartaal zal er gestart worden met Awareness voorlichting/trainingen voor boa’s en toezichthouders, waarbij ook de app Meld een vermoeden geïntroduceerd wordt. Deze voorlichting zal door het team ondermijning gegeven worden. Sessie gemeenteraad Om de gemeenteraad op de juiste manier te betrekken bij het onderwerp ondermijning worden de raadsleden, zoals gebruikelijk, periodiek (middels de jaarrekening en sessies) geïnformeerd over resultaten binnen de portefeuille van de burgemeester. Dit onder andere op het gebied van ondermijning. Daarnaast is het voornemen om de gemeenteraad in 2021 afzonderlijk mee te 16
nemen in de Velsense aanpak van ondermijning tijdens een raadssessie. Hierin zal tevens instructie worden gegeven over hoe de app “meld een vermoeden” te gebruiken.
6.
Thema Zorg en Veiligheid: een persoonsgerichte aanpak
6.1 Inleiding We kennen in Velsen een breed stelsel van organisaties op het vlak van wonen, werken, welzijn, onderwijs, zorg, sport, cultuur, participatie en veiligheid. Ondanks de dienstverlening van deze organisaties zijn er mensen die in de gemeente wonen of verblijven, die door hun gedrag een (potentieel) risico vormen voor de openbare orde, of die een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. Dit worden doorgaans ‘verwarde personen’ genoemd. Vaak zijn dit inwoners die te maken hebben met een opeenstapeling van persoonlijke problemen: psychische klachten, verstandelijk beperkt, verslaafd e.d. Deze mensen zijn vaak het slachtoffer van misbruik en criminaliteit. Daderschap en slachtofferschap kunnen door elkaar lopen. Soms ook in relatie met hun familie, in dat geval is er sprake van een ‘multi-probleem gezin’. Dit leidt tot, doorgaans complexe casussen die vaak, maar niet uitsluitend, via de politie bij de gemeente en meer specifiek bij de burgemeester terechtkomen. Met het oog op goede ondersteuning en zorg, én in het belang van veiligheid en leefbaarheid is het belangrijk dat zorgprofessionals goed samenwerken met hun veiligheidspartners. Om die samenwerking te bevorderen, heeft de gemeente Velsen de afgelopen jaren een aantal casusregisseurs aangesteld.
De casusregisseurs zorgen ervoor dat, in samenwerking met relevante actoren (dit is voor iedere casus een andere constellatie) gedaan wordt wat nodig en mogelijk is om een casus zo goed en adequaat mogelijk op te lossen. Het behandelen van casussen is reactief van aard. Ook blijken sommige casussen zo complex dat er geen oplossingen lijken te zijn. Daarom is het van belang om ook beleidsmatig te werken aan verbetering. Enerzijds om waar mogelijk meer preventief te werken, anderzijds om de samenwerking tussen partners in de domeinen ‘zorg’ en ‘veiligheid’ waar nodig te versterken. De casusregisseurs hebben ieder een ander accent: jeugd, ondermijning en zorg & veiligheid. Omdat de scheidslijnen vaak niet sterk afgebakend zijn, werken ze nauw met elkaar samen. Voor de uitvoeringsplannen wordt dezelfde indeling gehanteerd. Dit uitvoeringsplan ‘Zorg & Veiligheid: een persoonsgerichte aanpak’ is dan ook aanvullend op de uitvoeringsplannen ‘Jeugd en veiligheid’ en ‘Aanpak ondermijning’. 17
Voor ‘Zorg & veiligheid’ zijn, naast ‘jeugd’ en ‘ondermijning’ een aantal subthema’s benoemd. Deze thema’s zijn: Geweld in afhankelijkheidsrelaties Criminaliteit, detentie en (na)zorg Woonoverlast Verward gedrag, verwaarlozing en verslaving Mensenhandel, uitbuiting en (illegale) prostitutie 6.2 Doelstellingen Het belangrijkste doel bij ‘Zorg en Veiligheid’ is om tot een bevredigende aanpak te komen van complexe casussen waarbij partners in zowel het domein ‘zorg’ als het domein ‘veiligheid’ moeten samenwerken. Bevredigend betekent in ieder geval dat de risico’s voor verstoringen van de openbare orde (inclusief overlast), of de gevaarzetting voor deze personen voor zichzelf of hun omgeving, zijn weggenomen of naar een beheersbaar niveau zijn gebracht of worden beheerst. Daarnaast is het van belang dat de levenskwaliteit van betrokken personen toeneemt. Vaak gaan deze doelen met elkaar samen. Een belangrijk nevendoel bij dit thema is dat, vooral op basis van de casussen, het beleid bijgesteld wordt. Missie: Het ontwikkelen en voortdurend bijstellen en verbeteren van een persoonsgerichte aanpak voor ‘verwarde personen’ en/of ‘multi-probleemgezinnen’, die inbreuk plegen op de openbare orde in een wijk of buurt of anderszins bijdragen aan maatschappelijke onrust.
Dit willen we bereiken door samen met ketenpartners in ‘zorg’ en ‘veiligheid’ te werken aan continue verbetering van de integrale samenwerking op zowel casusniveau als op beleidsniveau. Ambities: In de periode 2021 - 2022 willen de regierol van de gemeente rondom Zorg & Veiligheid versterken. Hierbij is het van belang te erkennen dat dit geen sinecure is, gezien de grote complexiteit. Niet alleen de casussen zijn complex. Het stelsel van betrokken organisaties die een rol spelen is dat ook. Veel organisaties werken op een regionaal niveau, en zijn met elkaar verbonden in allerlei netwerken. De sturing hierop verloopt ook via allerlei (bestuurlijke) netwerken en samenwerkingsverbanden, zoals de regiegroep voor het Zorg & Veiligheidshuis, de Veiligheidsregio Kennemerland of het Regionaal Bestuurlijk Overleg Politie. Dit betekent dat de gemeente om haar eigen regierol te versterken hiertoe veelal zal moeten samenwerken in regionale bestuurlijke en ambtelijke netwerken. Vanuit de hierboven genoemde subthema’s worden activiteiten ontplooit, die gezien kunnen worden als eerste stappen hierin. 6.3 Beoogde maatschappelijke effecten Het voorkomen of wegnemen van de maatschappelijke onrust die veroorzaakt wordt door verwarde personen en/ of multi-probleemgezinnen is het belangrijkste maatschappelijke effect dat beoogd wordt. 6.4
Projecten, programma’s en activiteiten
6.4.1. Algemeen: leren van persoonsgerichte aanpak In de persoonsgerichte aanpak is er vrijwel altijd sprake van multi-problematiek. Bij de meeste casussen zijn er daarom meerdere partners betrokken, in wisselende samenstelling. Er zijn allerlei in elkaar grijpende werkprocessen, er worden verschillende informatiesystemen gebruikt en er is sprake van uiteenlopende organisatieculturen. Tegelijk is er voor casussen vrijwel altijd maatwerk vereist. Er is daarom sprake van een grote complexiteit, die geregeld om bijsturing vraagt. Zo kunnen bestaande afspraken of ingesleten handelwijzen van partners in het netwerk soms contraproductief werken. Ook stuit het uitwisselen van informatie tussen partners vaak op (juridische) problemen. In dergelijke casussen kan het zelfs zijn dat de burgemeester gevraagd wordt om als ‘breekijzer’ te fungeren. Om de inwoner zo goed als mogelijk te helpen, kan er een ander soort aanpak, een nieuwe werkwijze of een herziening van afspraken nodig zijn. Het is dus van belang om in te zetten op casussen, op een manier dat we blijven leren en verbeteren. 18
Hoe gaan we dat doen? We gaan de meest complexe casussen, vooral die waar de burgemeester als breekijzer heeft moeten fungeren, evalueren om te bepalen wat er verbeterd kan worden. In de afgelopen jaren zijn de bevoegdheden van burgemeesters toegenomen, ook in het domein van zorg & veiligheid. 6.4.2 Geweld in afhankelijkheidsrelaties De gemeente heeft hierin vooral een rol in het opleggen van tijdelijke huisverboden. Een huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen. De maatregel biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen. Er zijn verschillende gemeentelijke afdelingen en externe partners betrokken. De afstemming daartussen blijkt voor verbetering vatbaar. Hoe gaan we dat doen? Op basis van een inventarisatie van de bestaande processen en werkafspraken wordt een probleemanalyse gemaakt. Deze vormt de basis voor nieuwe procesafspraken die getoetst, beoordeeld en vastgelegd zullen worden. 6.4.3 Criminaliteit, detentie en nazorg Nazorg van ex-gedetineerden ligt grotendeels bij externe partners zoals de reclassering. De gemeente heeft daarin een beperkte, administratieve rol.
Maar de terugkeer van bijvoorbeeld zedendelinquenten en TBS-cliënten kan leiden tot maatschappelijke onrust. Het is daarom van belang hier proactief op in te spelen. Hoe gaan we dat doen? Op basis van de contacten met relevante partners, zoals de reclassering, maken we een eerste risicoanalyse. Daaruit moet blijken hoeveel ex-gedetineerden er zullen terugkeren in Velsen, en tot welke risico’s dit kan leiden. Denk aan maatschappelijke onrust vanwege een zedendelinquent. Vervolgens wordt op basis hiervan een plan ontwikkeld om dit risico te mitigeren. 6.4.4 Woonoverlast In heel Nederland ook in Velsen, ervaren bewoners regelmatig woonoverlast, zoals geluidsoverlast van buren, vervuilde tuinen en woningen, viezigheid van dieren, verloederde en vervallen panden of ernstige overlast door drugshandel. Zeker aanhoudende overlast kan het woongenot en gevoel van veiligheid van bewoners ernstig aantasten. Bij woonoverlast gaat het vooral om overlast tussen buurtbewoners onderling, vaak als gevolg van botsende leefstijlen. De aanpak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, woningcorporaties, politie en buurtbewoners. In 2019 is hiertoe een ‘beleidsregel woonoverlast Velsen’ vastgesteld. In de praktijk lijken partners soms toch nog langs elkaar heen te werken. Daarom is het nodig de integrale afstemming te verbeteren.