E8 Uitvoeringsprogramma 2022 Omgevingsdienst IJmond.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Collegebericht Weeknummer: 10
Datum vergadering
8-3-2022
Ambtenaar
M. Kolnaar
Zaaknummer
22561-2022
Telefoonnr.
06 53380538
Portefeuillehouder(s)
F. Bal
E-mailadres
mkolnaar@velsen.nl
Bijlagen
1
Onderwerp: Uitvoeringsprogramma 2022 Omgevingsdienst IJmond
Geachte leden van de raad, Ons college wil de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschermen en verbeteren. Onder andere door het stellen van regels en het laten uitvoeren van onze wettelijke taken. De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) voert de wettelijke taken voor de gemeente uit. Daarover maakt de gemeente afspraken met de ODIJ, onder andere via het opstellen van een jaarlijks uitvoeringsprogramma. Ons college heeft vandaag kennisgenomen van het Uitvoeringsprogramma 2022 Omgevingsdienst IJmond en het Velsense deel ervan vastgesteld. Wettelijke taak Het opstellen van het uitvoeringsprogramma is een wettelijke taak van de Omgevingsdienst. Het uitvoeringsprogramma richt zich niet alleen op Velsen, maar op alle 14 gemeenten en de provincie, die samen deel uitmaken van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond (GR). Het Algemeen Bestuur van de ODIJ (AB) stemt in met het uitvoeringsprogramma. Het AB legt het vervolgens voor aan de deelnemers van de GR ter besluitvorming. Het college is bevoegd om het uitvoeringsprogramma vast te stellen. Uitvoeringsprogramma in het kort Het uitvoeringsprogramma 2022 bevat allereerst de activiteiten van de ODIJ die noodzakelijk zijn om aan onze wettelijke verplichtingen te voldoen, de zogenaamde VTH-taken milieu. Dit jaar besteedt de ODIJ daarbij specifiek aandacht aan het toezicht op risicovolle activiteiten.
Zoals LPGtankstations, vrijkomende zeer zorgwekkende stoffen, de aanpak van ondermijning en bedrijfsafval. In het kader van het Provinciaal Energiebesparingsakkoord intensiveert de ODIJ het toezicht op de wettelijke verplichting tot energiebesparing bij bedrijven. De bovengenoemde prioriteiten staan in het Beleidskader VTH milieu 2019-2022. Dit jaar actualiseren we het Beleidskader voor de periode 2023-2026. De ODIJ richt dit jaar vervolgens op actuele ontwikkelingen en thema’s als de Omgevingswet, de verbetering van de luchtkwaliteit, de energietransitie en het stimuleren van de circulaire economie. Uitvoering zoveel mogelijk regionaal Milieuproblematiek houdt niet op bij de gemeentegrens. Om effectief efficiënt het milieu te beschermen voert de ODIJ zoveel mogelijk taken voor Velsen uit op IJmond-niveau. Voorbeelden
GEMEENTE VELSEN van deze taken zijn het Programma Gezondheid en Luchtkwaliteit, IJmond bereikbaar en het Regionale Energiebesparingsprogramma 2019-2021. Lokale activiteiten Lokaal geeft de ODIJ bijvoorbeeld verdere uitvoering aan de Green Deal Energiepositieve bedrijfsterreinen. Daarnaast is de ODIJ vanuit haar rol als milieuafdeling van de gemeente Velsen een van de adviseurs bij het opstellen van onze Omgevingsvisie. Dezelfde rol vervult de ODIJ bij ruimtelijke en civiele projecten en de stikstofproblematiek. Tot slot draagt de ODIJ bij aan de realisatie van lokale projecten op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Het Uitvoeringsprogramma beschrijft per project de rol van ODIJ zodat we goed van elkaar weten wie wanneer aan zet is. Zo heeft de gemeente de projectleiding over de Regionale Energie Strategie en treedt de ODIJ daarbij op als adviseur. Aansluiting bij de begroting Het uitvoeringsprogramma 2022 vraagt om een grotere financiële bijdrage van de gemeente Velsen dan nu op de gemeentebegroting is gereserveerd voor de uitvoering van onze (wettelijke) taken. Dat komt door de bezuinigingstaakstelling ad. 290.000 euro die de raad voor 2022 heeft opgelegd op het thema klimaat, milieu en duurzaamheid. Het AB van de ODIJ heeft de zienswijze die u hierover bij de begroting 2022 van de ODIJ indiende over de bezuinigingstaakstelling 2021, niet overgenomen.
De bezuinigingstaakstelling 2022 kan daarmee niet binnen de gemeenschappelijke regeling worden gerealiseerd. Via een memo begin juli 2021 hebben we u dat laten weten. Aanvullend onderzoek Om te voorkomen dat we tot (gedeeltelijke) uittreding over moeten gaan, onderzoeken we onderzoeken of de taakstelling op een andere manier kan worden gerealiseerd. Er loopt op dit moment nog een onderzoek om te bezien of de bezuiniging via een reorganisatie van de bouwtoezicht en -handhavingstaken gehaald kan worden. Bij de eerste Burap 2022 maken we de resultaten van onze onderzoeken inzichtelijk en geven we aan wat dit voor de begroting van 2022 en verder betekent. We kijken daarbij ook naar de door het Kabinet aangekondigde Rijksbijdrage voor klimaat en duurzaamheid. Bezuinigingstaakstelling 2021 is gerealiseerd Ook in de gemeentebegroting 2021 is een structurele bezuinigingstaakstelling opgenomen voor klimaat, milieu en duurzaamheid. Deze bezuinigingstaakstelling is wel gerealiseerd. Wij hebben u daarover via de Burap geïnformeerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen
Uitvoeringsprogramma 2022 Vastgesteld door algemeen bestuur op d.d. 15 december 2021
Inhoud Inleiding ........................................................................................................................ 1 1
Ontwikkelingen en speerpunten 2022 ......................................................................... 2 1.1 Verbeteren VTH-stelsel ............................................................................................. 3 1.1.1 Tien maatregelen ‘commissie Van Aartsen’ ........................................................ 3 1.1.2 QuickScan ..................................................................................................... 3 1.2 Omgevingswet ........................................................................................................ 4 1.2.1 Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader .............................................. 4 1.2.2 Omgevingsvisies en Omgevingsplannen ............................................................ 4 1.2.3 Samenwerkingsruimte: informatie delen en digitaal beschikbaar en toegankelijk .................................................................................................. 4 1.2.4 Oefenen met nieuwe werkprocessen ................................................................. 5 1.2.5 Effect VTH-taken in 2022 ................................................................................ 5 1.2.6 Gezondheid topprioriteit (GES-score) ................................................................
5 1.2.7 Warme overdracht bodem: verschuiving bevoegd gezag ..................................... 5 1.2.8 Informatievoorziening “van data naar informatie en terug” .................................. 6 1.3 Beleidskader VTH-milieu en de BIG-8 ......................................................................... 7 1.4 Ontwikkelingen op duurzaamheid en klimaatakkoord ................................................... 7 1.5 Verduurzaming bedrijven: energiebesparingsakkoord ................................................... 7 1.6 Stikstof .................................................................................................................. 7 1.7 Milieubelemmeringen bouw ....................................................................................... 8 1.8 Ondermijning .......................................................................................................... 8 1.9 Luchtkwaliteit .......................................................................................................... 8 1.10 Zeer zorgwekkende stoffen ....................................................................................... 9 1.11 Toezicht met drones................................................................................................. 9 1.12 Regionale samenwerking ..........................................................................................
9 1.13 Wijziging gemeenschappelijke regeling ..................................................................... 10
2
Overzicht uitvoeringstaken ........................................................................................ 11 2.1 Uitvoering regio IJmond ......................................................................................... 13 2.2 Uitvoering regio Zaanstreek-Waterland .................................................................... 14 2.3 Uitvoering regio Zuid-Kennemerland ........................................................................ 15 2.4 Uitvoering provincie Noord-Holland .......................................................................... 16
3
VTH-milieu ................................................................................................................. 17 3.1 Ketentoezicht en -handhaving en branches ............................................................... 18 3.2 Hoofdprioriteiten en thema’s ................................................................................... 18 3.3 Milieubeleidskader: VTH-milieutaken uitgelicht .......................................................... 19
4
VTH-bouw en brandveiligheid .................................................................................... 21 4.1 Toezicht en handhaving bouw ................................................................................. 22 4.1.1 Toeristische verhuur Zandvoort...................................................................... 22
5
Advisering ................................................................................................................. 23
5.1 Ruimtelijke ontwikkelingen onder Omgevingswet ....................................................... 24 5.1.1 Overgangsrecht en bruidsschat ...................................................................... 24 5.2 Bodemadvies ........................................................................................................ 24 5.3 Transitie externe veiligheid naar omgevingsveiligheid ................................................. 25 5.4 Milieuadvies Luchtkwaliteit ...................................................................................... 25 5.5 Milieuadvies Wet natuurbescherming en stikstofdepositie............................................ 26 5.6 Geuradvies ........................................................................................................... 26 5.7 Geluidadvies ......................................................................................................... 26 5.8 Schiphol ............................................................................................................... 26 6
Projecten duurzaamheid en energietransitie ............................................................. 28 6.1 Duurzame bedrijven ............................................................................................... 29 6.2 Duurzame mobiliteit ............................................................................................... 31 6.3 Duurzame Warmte ................................................................................................. 31 6.4 Energiebesparing en duurzame energie - bewoners.................................................... 32 6.5 Elektriciteit: Grootschalige duurzame opwek “alle daken vol zonnepanelen” .................. 33 6.6 Overzicht projecten 2022 ........................................................................................ 34
7
Bijlagen ..................................................................................................................... 36
Inleiding Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma 2022 (UP 2022). Namens het algemeen en dagelijks bestuur van Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) geven wij u een overzicht van de taken die onze deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland (PNH) het aankomende kalenderjaar van ons mogen verwachten. In hoofdstuk 1 nemen we u mee in onze speerpunten en de landelijke (maatschappelijke) ontwikkelingen die invloed hebben op de uitvoering van onze VTH-taken. In hoofdstuk 2 geven we u een overzicht van onze uitvoeringstaken per (deel)werkgebied en voor de provincie Noord-Holland. Drietal kerngebieden met eigen dynamiek en kenmerken ODIJmond is werkzaam in een drietal kerngebieden te weten IJmond, Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland. Ieder gebied heeft zijn eigen dynamiek en specifieke kenmerken. IJmond wordt gekenmerkt door de industrie en havens, Zaanstreek-Waterland door enerzijds de bedrijvigheid grenzend aan de Zaan, met daarnaast de veenweidegebieden met Purmerend als centrale stad en Zuid-Kennemerland door overwegend groene (kust) gemeenten, met Haarlem als centrale stad. In alle drie gebieden vragen de (landelijke) maatschappelijke ontwikkelingen in steeds grotere mate om optimale dienstverlening en transparantie. De risico’s zijn soms groot, terwijl het handelen van overheidsorganisaties onder een vergrootglas ligt.
In hoofdstuk 3 en 4 gaan we kort in op onze prioritering vanuit ons milieubeleidskader en bouwen brandveiligheid toezicht binnen ons werkgebied. Hoofdstuk 5 en 6 geven een weergave van onze adviseringstaken en projecten binnen de energietransitie en het klimaatakkoord voor onze deelnemende gemeenten. In hoofdstuk 7, vindt u overzichten per gemeente van onze VTH-taken en aantallen controles, advisering en projecten.
1
Ontwikkelingen en speerpunten 2022
Uitvoeringsprogramma 2022
2
Wij werken, als onderdeel van het openbaar bestuur, samen met burgers, bedrijven en overheden aan een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Naast vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bedrijven, adviseren wij over de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en duurzaamheid binnen het ruimtelijke domein. De (maatschappelijke) landelijke ontwikkelingen die invloed hebben op onze werkzaamheden, volgen elkaar in snel tempo op. Als omgevingsdienst volgen wij die op de voet. In dit hoofdstuk schetsen wij onze speerpunten voor het aankomende jaar en de ontwikkelingen die het meeste invloed hebben op onze uitvoeringstaken.
1.1 Verbeteren VTH-stelsel Een goed functionerend stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is essentieel voor het voorkomen van schade aan het milieu. Schade die soms onherstelbaar is of alleen met veel moeite en tegen hoge kosten hersteld kan worden. Het huidige VTH-stelsel is enkele jaren in werking en inmiddels is duidelijk wat wel en wat niet werkt. De grenzen aan doorontwikkeling binnen het stelsel komen in zicht. Daarom is het goed om te bekijken wat is bereikt, hoe dat past bij de bedoeling van het stelsel en wat aanvullend nodig is om het stelsel te verbeteren. 1.1.1 Tien maatregelen ‘commissie Van Aartsen’ De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft in juli 2020 een opdracht gegeven aan de Adviescommissie VTH, onder leiding van Jozias van Aartsen. In het rapport ‘Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker van het bestuur’ noemt de ‘commissie-Van Aartsen’ tien maatregelen om het VTH-stelsel te verbeteren. Zo moet de ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten worden verhoogd. Er moet meer prioriteit, capaciteit en inzet komen voor strafrechtelijke handhaving en vervolging. Het takenpakket en de financiering van omgevingsdiensten moeten landelijk worden afgestemd. Verder worden omgevingsdiensten verplicht tot informatie-uitwisseling en tot investeren in kennisontwikkeling.
Ook moet er Rijkstoezicht komen op het functioneren van de omgevingsdiensten. (Bron: Rapport “Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur”i) 1.1.2 QuickScan Naast de aandacht voor de uitvoering en organisatie van VTH-taken, voor een groot deel door het uitkomen van het rapport van de commissie Van Aartsen, heeft ook het aankomende inwerking treden van de Omgevingwetii een grote invloed op de uitvoering en organisatie van onze taken. Deze twee majeure thema’s zijn voor ons aanleiding om een QuickScan uit te voeren op de uit het rapport tien voorgestelde maatregelen. In de QuickScan nemen wij ook de resultaten mee van onze verkenning naar de kwaliteitscriteria 2.2. Bij de QuickScan is ook aandacht voor de impact die twee andere relevante wijzigingen op ons werk hebben: de decentralisatie van bodemtaken en de uitbreiding van het basistakenpakket. Ook deze vloeien voort uit het inwerking treden van de Omgevingswet. Wij kijken welke aanvullende maatregelen van onze dienst gevraagd worden. Met die inventarisatie, kunnen we onze uitvoering onder de Omgevingswet adequaat borgen.
Uitvoeringsprogramma 2022
3
1.2 Omgevingswet Met het inwerking treden van de Omgevingswet verandert de rol van (decentrale) overheden bij het leggen van meer verantwoordelijkheden bij burgers en bedrijven. Dit is een ontwikkeling die past bij een transitie van verticaal georganiseerde naar een horizontale netwerk- en participatiesamenleving. Voor ODIJmond betekent het dat we nog meer omgevingsbewustzijn moeten creëren, meer ontwikkelingsgericht moeten gaan werken, faciliteren, maatwerk leveren, experimenteren en verbinden. 1.2.1 Maatschappelijke opgave, doel en wettelijk kader Het inwerking treden van deze wet betekent een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit en het gebruik van de fysieke leefomgeving. Deze herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium. Het heeft grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. 1.2.2 Omgevingsvisies en Omgevingsplannen Op 1 juli 2022 moet de Omgevingswet van kracht worden en treedt deze in werking. Belangrijke aanpassingen in werkwijzen, cultuur, instrumentarium en ICT–systemen zijn dan doorgevoerd. Het nieuwe VTH-systeem is dan gereed en actief.
Dit is echter niet het eindpunt van de voorbereiding op de invoering van het nieuwe wettelijke stelsel, maar de start van een nieuwe fase in de transitie van het Omgevingsrecht die duurt tot 2030. Voor onze deelnemers betekent het bijvoorbeeld dat het beleid gaat vormkrijgen in nieuwe kaders bestaande uit de Omgevingsvisie en het integrale, het gehele grondgebied omvattende Omgevingsplan. Voor ODIJmond betekent dit tot en met 2030 elk jaar aanpassingen in werkprocessen en producten. 1.2.3 Samenwerkingsruimte: informatie delen en digitaal beschikbaar en toegankelijk Veel zal daarentegen vanaf 1 juli 2022 nog onder het overgangsrecht vallen. Het overgangsrecht bestaat van rechtswege uit alle vigerende bestemmingsplannen, de set aan landelijke regels die in de vorm van de bruidsschat zijn over gegaan naar de lokale overheid en vigerende gemeentelijke verordeningen. Vergunningen ingediend vlak voor de invoeringsdatum dienen nog onder het oude regime afgehandeld te worden. Ook heeft de wijze waarop de regels zijn of worden verwerkt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)iii impact op de werkprocessen bij onze deelnemers en ODIJmond zelf.
De precieze impact op het totaal van de verwachte structurele inzet is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de wijze waarop deelnemers zullen omgaan met de grotere afwegingsruimte en de invloed die dat heeft op het meer of minder uniform zijn van werkprocessen. De beoogde inwerkingtreding van de wet vraagt om een integrale aanpak bij de inrichting van de leefomgeving en de beschikbaarheid van informatie bij alle ketenpartijen. ODIJmond streeft er naar dat per 1 juli 2022 alle milieu informatie gedeeld kan worden en digitaal beschikbaar en toegankelijk is.
Uitvoeringsprogramma 2022
4
1.2.4 Oefenen met nieuwe werkprocessen Vanaf en voorafgaand aan het inwerking treden van de Omgevingswet heeft ODIJmond te maken met jaarlijkse aanpassingen in werkprocessen en producten. Dit vergt dienstbreed extra inzet van mensen en middelen. We gaan veel oefenen en testen en werken hierin samen met onze gemeenten. Dat geeft kennis en informatie over wat de effecten zijn van de Omgevingswet op onze uitvoering. Ook bepalen we zo wat er in 2022 nog nodig is aan aanpassingen en het verder inregelen van processen. Een van de veranderingen is bijvoorbeeld de mogelijkheid om voor – de aanvraag van een – milieuvergunning leges te heffen. Voor gemeenten die hiertoe overgaan, vergt dit voorbereiding en samenwerking vanuit ODIJmond. 1.2.5 Effect VTH-taken in 2022 •
Vergunningverlening: de verwachting is dat als gevolg van de Omgevingswet er minder activiteiten gaan vallen onder de vergunningplicht. Daar staat tegenover dat de wettelijke proceduretermijn voor complexe inrichtingen, die voor het in werking treden van de Omgevingswet nog 26 weken bestrijkt, naar 8 weken gaat. Dat vergt meer aandacht voor vooroverleg, waarin participatie en omgevingsoverleg een belangrijk onderdeel wordt. De Omgevingswet dwingt ook meer bestuurlijke afstemming af, waardoor voor en tijdens vergunningverlening meer afstemmingsmomenten zijn. De grondslag onder de Omgevingswet gaat van inrichting naar milieubelastende activiteit wat omzetten van de systematiek vergt. Wat dit betekent wordt op dit moment onderzocht en zal in de loop van 2022 duidelijk worden.
•
Toezicht en handhaving: Ook is de verwachting dat vanwege het vergunningsvrij worden van verschillende activiteiten er meer inzet nodig zal zijn voor het afwikkelen van meldingen, alsmede voor toezicht en handhaving. Bij toezicht en handhaving wordt in 2022 in samenwerking en overleg met de deelnemers gezocht om te beoordelen hoe toezicht meer integraal kan worden uitgevoerd.
1.2.6 Gezondheid topprioriteit (GES-score) Het beschermen en bevorderen gezondheid is een van de speerpunten onder de Omgevingswet. Om de milieukwaliteit te vertalen naar een gezondheidskwaliteit kan gebruik gemaakt worden van een gezondheidseffecten screening (GES). De GES geeft de mogelijkheid om de gezondheidseffecten van verschillende milieuaspecten te beoordelen en onderling te vergelijken. De GES-scores geven aan hoe gezond de leefomgeving is en waar gezondheidswinst te behalen is. Door het opstellen van een GES kunnen plannen, scenario`s en gebieden gezondheidskundig met elkaar vergeleken worden. In 2022 gaan wij door het uitvoeren van pilots, GES verankeren in de milieuadvisering. 1.2.7 Warme overdracht bodem: verschuiving bevoegd gezag De Aanvullingswet Bodemiv geeft aan dat gemeenten bevoegd gezag worden voor nieuwe bodemsaneringen. Daarnaast zijn voor een kleine groep bedrijven verschuivingen te verwachten in bevoegd gezag op basis van het besluit activiteiten leefomgeving (BAL)v. Van provincie naar gemeenten en visa versa. In 2022 zullen wij de “warme overdracht” van de bodemtaken richting de implementatie van de Omgevingswet verder faciliteren. Voor het inwerking treden van de Omgevingswet is tussen gemeenten en provincie afstemming en overeenstemming bereikt over de lijst met locaties die
Uitvoeringsprogramma 2022
5
onder het bevoegd gezag van gemeenten gaat vallen en de lijst met locaties die onder het overgangsrecht onder het bevoegd gezag van provincie Noord-Holland blijft. Nieuwe regelgeving en gemeentelijke bodemtaken De impact van maatschappelijke opgaves op de bodem, zoals klimaatadaptatie en energietransitie, is groot. Daarom is het van belang dat gemeenten nadenken over het gebruik, herstel dan wel bescherming van de bodem en ondergrond binnen hun grondgebied. Dit gaat dus verder dan alleen de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem. In 2021 is via onder meer webinars veel informatie verstrekt over de nieuwe regelgeving en de daarbij horende bodemtaken van de gemeenten en de beleidskeuzes die gemeenten daarbij kunnen maken. In 2022 gaan wij ons, in nauwe samenwerking met gemeenten, verder voorbereiden op de bodemtaken. Wij gaan na welke beleidskeuzes gemaakt moeten worden voor een effectieve start van de taken onder de Omgevingswet. Bekostiging bodemtaken Eind 2021 is er nog steeds geen overeenstemming over de bekostiging van de bodemtaken onder de Omgevingswet en daarmee ook nog geen helderheid of er voldoende middelen beschikbaar zullen zijn om zowel de apparaatskosten, als de gewenste kwaliteitsimpuls, als de bodembeleidstaak te bekostigen. 1.2.8 Informatievoorziening “van data naar informatie en terug” In 2022 starten wij met het project “van data naar informatie en terug”.
Met dit project willen wij ons Geografisch Informatie Systeem (GIS-viewer) inzetten om de bij ons beschikbare milieuinformatie te gebruiken om een actueel beeld te visualiseren over de effecten van bedrijven op de omgeving, maar vooral ook de effecten van onze toezicht en handhaving op de buitenwereld, het naleefgedrag van bedrijven en daarmee weer de impact van onze uitvoering op de leefomgeving. Het werken met deze dynamische data stelt ons in staat om, naar de toekomst toe, nog meer in te zetten op risicogerichte en informatiegestuurde toezicht en handhaving en daarmee ook slimmer in te zetten op de beschikbare capaciteit. Via onze GIS-viewer zijn straks niet alleen de locaties alle bedrijven inzichtelijk, maar kun je ook selecteren op diverse parameters als branche, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), bedrijfsgrootte, overtredingen, type overtredingen, energieverbruik, controledata, enz.vi Basisregistratie ondergrond Grote opgaven als energietransitie, klimaatadaptatie, woonopgave en economische groei, hebben enorme impact op de directe leefomgeving - niet alleen boven, maar ook ónder de grond. Al deze opgaven hebben te maken met het gebruik van de ondergrond. Niet alles kan op dezelfde plek. Het is dus essentieel om een ruimtelijk en integraal inzicht te krijgen in de ondergrond. Voor een goed beleid en beheer.
Fundament hiervoor zijn eenduidige, betrouwbare data en informatie over de ondergrond van Nederland. Daarom wordt gewerkt aan de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Wij zullen namens onze opdrachtgevers onder meer bodem- en ondergrondgegevens aanleveren volgens de afgesproken standaarden.
Uitvoeringsprogramma 2022
6
1.3 Beleidskader VTH-milieu en de BIG-8 In 2022 evalueren wij ons Beleidskader VTH-milieu 2019-2022vii, zoals dat door alle deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland is vastgesteld. Op basis van deze evaluatie, een actuele probleemanalyse per gebied en de landelijke prioriteiten stellen we een nieuw beleidskader 20232026 op. Uiteraard worden in dit nieuwe beleidskader de minimale procescriteria meegenomen, te weten: de uitvoeringsstrategie, de handhavingsstrategie, het uitvoeringsprogramma, de uitvoeringsagenda, de uitvoeringsorganisatie, de borging van middelen, de evaluatierapportage. Daarbij hebben we voortdurende aandacht voor de invulling van de procescriteria voor VTH en de BIG-8viii.
1.4 Ontwikkelingen op duurzaamheid en klimaatakkoord
De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, CO2 reductie en het Klimaatakkoord vragen steeds meer inzet van gemeenten. ODIJmond biedt gemeenten in haar werkgebied steeds meer ondersteuning bij beleid(stontwikkelingen) en projectbegeleiding op het gebied van duurzaamheid en klimaatakkoord doelstellingen. Gemeenten leggen steeds meer taken bij ons neer. Met name op gebied van duurzaamheid op de thema’s gebouwde omgeving, mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling en verduurzaming bedrijven(terreinen). ODIJmond initieert, begeleidt, coördineert en adviseert op diverse (energiebesparings en stimulerings) projecten en doet daarvoor de (EU) subsidieaanvraag. In hoofdstuk 5 en 6 vindt u een overzicht van onze advisering en projecttaken per thema.
1.5 Verduurzaming bedrijven: energiebesparingsakkoord De verduurzaming van de industrie en dienstensector is een essentiële pijler uit het Klimaatakkoord. Ook zij kunnen immers een belangrijke bijdrage leveren aan de afspraak om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990 (vastgelegd in het Klimaatakkoord). Het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) heeft in 2016 laten zien dat Energiebesparing bij bedrijven de meest kostenefficiënte manier van CO2-reductie is omdat het maatregelen betreft met een korte terugverdientijd voor ondernemers. Met het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 maken bestuurders van de provincie en gemeenten in Noord-Holland afspraken over de gezamenlijke inzet op energiebesparing bij bedrijven die moeten voldoen aan de wettelijke bepalingen. Dit geldt ook voor bedrijven op bedrijventerreinen. De omgevingsdiensten in Noord-Holland zijn als uitvoeringsorganisatie belangrijk in het behalen van de doelstellingen uit het Akkoord. Naar verwachting start de uitvoer van het Akkoord in kwartaal 1 van 2022. (Bron: werkplan Energiebesparingsakkoord 25/8/21). Meer over het Akkoord leest u in hoofdstuk 6.
1.6 Stikstof Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbeteringix in werking getreden. Dit betekent dat bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, vrijstelling krijgen. Het is daarmee niet langer nodig om een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsten. Met deze vrijstelling voor de bouwfase is er verlichting gekomen in het stikstofdossier. Dit neemt niet weg dat er nog steeds veel inzet van ODIJmond gevraagd wordt. Voor de gebruiksfase van plannen en
Uitvoeringsprogramma 2022
7
projecten is het nog altijd nodig om aan te tonen dat er geen effecten op beschermde natuurgebieden is. Zeker bij (woning) bouwprojecten met een grote verkeersaantrekkende werking is hier inzet vereist. Ook vraagstukken met betrekking tot saldering vragen aandacht. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet moet voor alle bouwplannen worden aangetoond op welke manier stikstofemissie wordt gereduceerd. Het toetsen van deze plannen zal voor extra werkdruk bij ODIJmond zorgen. Ook is de verwachting dat in 2022 aandacht voor stikstof bij evenementen nodig is. Daarnaast blijven we ons in 2022 onder andere via het provinciale stikstofoverleg en de gebiedsgerichte stikstoftafels inzetten op het stikstofdossier.
1.7 Milieubelemmeringen bouw In veel van onze gemeenten stagneren bouwinitiatieven vanwege milieubelemmeringen. Zo zijn natuurwaarden en de nabijheid van natuurgebieden, stikstofdepositie, luchtkwaliteit, bodemverontreiniging, geluidemissies van vliegverkeer, drukke wegen, spoorwegtracés en industrie, factoren die buitengewoon veel inzet en creativiteit van ons vragen. We doen er alles aan om onze gemeenten te ondersteunen bij het planologisch proces om uiteindelijk een ontwikkeling te realiseren die ook juridisch overeind kan blijven binnen de kaders van de wetgeving. Gelet op de druk vanuit verschillende partijen voor het realiseren van woningen is ook in 2022 onze inzet voor een groot deel bepalend voor het wel of niet kunnen realiseren van woningbouwinitiatieven.
1.8 Ondermijning Wij zijn er ons terdege van bewust dat ondermijning in beginsel geen primair thema is van ons. Onze toezichthouders komen echter dagelijks op de bedrijventerreinen en in de buitengebieden en onze boa’s en toezichthouders nemen steeds meer afwijkingen waar. Zij zijn de ogen en oren in het veld. Succesvolle bestrijding van ondermijning vraagt om nauwe samenwerking en informatiedeling tussen verschillende overheidsinstanties om als één overheid hiertegen op te treden. Dit gebeurt veelal via lokale ondermijningsoverleggen tussen diverse partners. Aankomend jaar is ondermijning, als onderdeel van een van de hoofdthema’s in ons milieubeleidskader 20192022, een prioritair thema in de samenwerking met de gemeente en andere partners binnen toezicht en handhaving. In het kader van het tegengaan van ondermijning in ons werkgebied gaan we intensief gebiedsgerichte integrale en onaangekondigde controles uitvoeren.
1.9 Luchtkwaliteit In de IJmond is sprake van druk op de luchtkwaliteit door industrie, weg-, rail- en vliegverkeer en scheepvaart. Toenemende bezorgdheid over gezondheid en leefbaarheid, in relatie tot de luchtkwaliteit in de IJmond, vragen om een actieve overheid die maatregelen treft om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiernaast spelen er ontwikkelingen zoals de energietransitie en het woningtekort die allen een beslag zullen doen op de bestaande milieuruimte. ODIJmond ondersteunt en adviseert haar gemeenten in het zoeken naar maatregelen om de luchtkwaliteit en zo de kwaliteit van onze leefomgeving en gezondheid te verbeteren. Eind 2021 wordt naar verwachting het programma Gezondheid & Luchtkwaliteit IJmond vastgesteld in de raden van de IJmondgemeenten. Dit programma bevat nieuwe concrete maatregelen én impulsen op reeds lopende programma’s ter verbetering van de gezondheid en luchtkwaliteit. Naast de uitvoering van
Uitvoeringsprogramma 2022
8
het programma zijn voor dit thema, het wettelijk adviseurschap op vergunningen van Tata Steel en advisering op eigen vergunningverlening belangrijke speerpunten voor 2022.
1.10 Zeer zorgwekkende stoffen De aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) is een landelijk prioritair thema dat met voorrang wordt aangepakt. ZZS zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen. Mensen en ecosystemen kunnen in contact komen met ZZS via het milieu (lucht, water of bodem), voedsel, de werkplek, of via producten zoals huishoudchemicaliën. Doel van het beleid is om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren. Op basis van wetgeving zijn bedrijven verplicht hun lozingen en uitstoot van ZZS naar lucht en water te voorkomen. Als dat niet haalbaar is, dan moeten de emissies zoveel mogelijk worden beperkt (minimalisatieverplichting). ZZS is in 2022 een van de thema’s die in het bijzonder onze aandacht hebben.
1.11 Toezicht met drones De afgelopen jaren is de ontwikkeling van drones in een stroomversnelling geraakt. Strenge regelgeving zette lange tijd een rem op de toepasbaarheid van drones. Maar door inwerkingtreding van Europese regelgeving is hier op 31 december 2020 verandering in gekomen. ODIJmond heeft het afgelopen jaar geïnvesteerd in het aanschaffen van (2) drones. De drones zijn een prima hulpmiddel om in het buitengebied op een effectievere manier toezicht te houden. Het toezicht hiermee is een toevoeging op het milieutakenpakket en betekent een verdiepingsslag voor enkele projecten. In 2022 ontwikkelen we het toezicht met drones verder. De drones worden niet alleen meer alleen ingezet ter ondersteuning, maar ook ter verbetering van ons toezicht en de efficiëntie. Denk daarbij aan meerdere controles in één vlucht of de integraliteit van onze controles. Denk daarbij aan gevel- en dakinspecties (bouw- en woning toezicht), grondstromen/saneringen ketens, geomapping of monitoring evenementen. De toepassingen van drones gebeurt door een gecertificeerde operator.
1.12 Regionale samenwerking Onze samenwerking met gemeenten en partners zoals de Veiligheidsregio’s, Openbaar Ministerie (OM), Rijksinspecties, waterschappen en de andere drie omgevingsdiensten in Noord-Holland wordt in 2022 verder opgepakt. Advisering en kennisuitwisseling over inhoudelijke thema’s die vanuit het VTH-domein impact hebben op de leefomgeving zijn aan de orde. Voor de nieuw op te stellen regionale samenwerkingsagenda namens de vier omgevingsdiensten, gaat het over de thema’s: energietransitie, stikstof, ketentoezicht, milieucriminaliteit en datakwaliteit. Vanwege de ligging en overeenkomsten in problematiek wordt specifiek ingezet op intensiveren van samenwerking met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG). Naast de uitvoering van de Omgevingswet kijken we onder andere ook gezamenlijk naar de aanpak van maatschappelijke problemen zoals zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), stikstofproblematiek, verbetering van de luchtkwaliteit (IJmond) en ondermijning.
Uitvoeringsprogramma 2022
9
1.13 Wijziging gemeenschappelijke regeling Naast dat de Eerste Kamer op moment van dit schrijven een voorstel behandelt van wet tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (GR)x, is er nog een aantal aanleidingen voor het herschrijven van onze GR. Enerzijds is dat het inwerking treden van de Omgevingswet. Anderzijds bleek uit een interne evaluatie dat er onduidelijkheid kan ontstaan over de taak- en bevoegdheidsuitoefening in de periode vanaf beëindiging van het voorzitterschap, het ontbreken van waarneming door een plaatsvervangend voorzitter en de benoeming van een nieuwe voorzitter. De GR bleek geen termijn te benoemen waarbinnen een voorzitter moet worden benoemd. Ook is het mogelijk wenselijk dat een DB lid zonder aanwijzing vanuit het AB benoemt kan worden. Het is namelijk verworven in de GR van ODIJmond dat de gemeenten Beverwijk, Haarlem, Heemskerk en Velsen altijd een lid afvaardigen. De leden van het DB mogen echter in stemmen nimmer de meerderheid van het AB uitmaken. In het eerste kwartaal van 2022 onderzoeken wij met gemeentelijke- en provinciale juristen de mogelijkheden om dit benoemingsproces, als ook de hele GR, te verbeteren. De Reglementen van Orde van het DB en AB worden daarbij betrokken.
Uitvoeringsprogramma 2022
10
2
Overzicht uitvoeringstaken
Uitvoeringsprogramma 2022
11
Basistaken pakket
Het basistakenpakket bestaat uit een lijst van activiteiten die, in het belang van de bescherming van het milieu, verplicht moeten worden ingebracht bij een omgevingsdienst. Het betreft: complexe taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) die kritische massa, specifieke kennis en kunde vergen in grotere mate dan op gemeentelijk niveau geboden kan worden; activiteiten die een aanzienlijke milieu-impact hebben; activiteiten waar een uniforme aanpak belangrijk is met het oog op een gelijk speelveld; activiteiten die bovenlokale effecten kunnen hebben of onder deel vormen van een keten (afvalstoffen, asbest, grond en bouwstoffen). ODIJmond voert voor alle deelnemers aan de GR deze taken uit.
Specialistische wettelijke taken
Daarnaast voert ODIJmond voor tien van haar veertien gemeenten een aantal specialistische wettelijke taken uit. Wij voeren de uitvoering, advisering en beheer uit voor Wet bodembescherming (Wbb), - luchtkwaliteit, - geluidhinder, Natuurbeschermingswetgeving, regelgeving Externe Veiligheid én de uitvoering en advisering van energievraagstukken. Voor de gemeenten Haarlem, Purmerend, Beemster, Waterland en Edam-Volendam wordt op verzoek geadviseerd. Voor provincie Noord-Holland worden de taken Wet Bodembescherming (WBB) uitgevoerd.
VTH-plustaken
Naast onze basistaken voeren wij voor een groot aantal gemeenten zogenaamde plustaken uit. Het gaat daarbij om milieu gerelateerde vraagstukken bij VTH op bouw- en woningtoezicht, toezicht alcoholwet en brandveiligheid. Een overzicht per regio Op de volgende pagina’s volgt een overzicht van onze uitvoeringstaken per deelregio en daarbinnen per gemeente en een overzicht van onze uitvoering voor provincie Noord-Holland.
Uitvoeringsprogramma 2022
12
2.1 Uitvoering regio IJmond Takenpakket
Beverwijk
Heemskerk
Uitgeest
Velsen
Basistakenpakket VTH
X
X
X
X
Uitvoering advies Bodembescherming
X
X
X
X
Uitvoering advies Luchtkwaliteit
X
X
X
X
Uitvoering advies Geluid
X
X
X
X
Uitvoering advies Schiphol
X
X
X
X
Uitvoering advies Natuur
X
X
X
X
Uitvoering advies Externe Veiligheid
X
X
X
X
Uitvoering advies energievraagstukken
X
X
X
X
Milieu plustaken VTH
X
X
X
X
Toezicht op evenementen
X
X
X
X
Milieuadvisering Ruimtelijk Projecten*
X
X
X
X
X
X
Bouw- en woningtoezicht Alcoholwet
X
Brandveiligheid
X
Advisering uitvoering energietransitie
X
X
X
X
Advisering uitvoering duurzame mobiliteit
X
X
X
X
Natuur- en milieueducatie (NME)*
X
X
Advisering uitvoering circulaire economie
X
X
Toezicht veiligheid havens (verordening)
X X
* milieuparagraaf en advisering planontwikkeling, bestemmingsplannen en bouwplannen * voor de betreffende gemeenten Beverwijk en Heemskerk wordt een apart jaarverslag en werkprogramma NME opgesteld en voorgelegd aan de betreffende wethouders.
Uitvoeringsprogramma 2022
13
2.2 Uitvoering regio Zaanstreek-Waterland Takenpakket
Purmerend
Beemster1
Edam/
Waterland
Wormerland
Landsmeer
Oostzaan
X
X
X
X
Uitvoering advies Bodem
X
X
X
X
Uitvoering advies Lucht
X
X
X
X
Uitvoering advies Geluid
X
X
X
X
Uitvoering advies Natuur
X
X
X
X
Uitvoering advies EV
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Bouw- en Woningtoezicht
X
X
X
Alcoholwet
X
X
X
Brandveiligheid
X
X
X
Advisering uitvoering energietransitie
X
X
X
Hosting Open Wave3
X
X
X
Volend am
Basistakenpakket VTH
X
X
Energieadvies Milieu plustaken VTH
X
X
Toezicht evenementen Milieuadvisering Ruimte2
X
1
Beemster fuseert per 1 januari 2022 met de gemeente Purmerend, echter blijven we wel nog t/m 1 januari 2023 het oude pakket uitvoeren op het grondgebied van de Beemster. 2 Milieuparagraaf en advisering planontwikkeling, bestemmingsplannen en bouwplannen 3 Open Wave is een open source automatiseringspakket door ODIJmond geoptimaliseerd en geïnstalleerd bij en voor gemeenten.
Uitvoeringsprogramma 2022
14
2.3 Uitvoering regio Zuid-Kennemerland Takenpakket
Bloemendaal
Haarlem
Heemstede
Zandvoort
Basistakenpakket VTH
X
X
X
X
Uitvoering advies Bodembescherming
X
X
X
Uitvoering advies Luchtkwaliteit
X
X
X
Uitvoering advies Geluid
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Uitvoering advies Schiphol
X
Uitvoering advies Natuur
X
Uitvoering advies Externe Veiligheid
X
Uitvoering advies energievraagstukken
X
Milieu plustaken VTH
X
X
X
X
Op verzoek toezicht evenementen
X
X
X
X
Milieuadvisering Ruimtelijke Projecten4
X
X
X
X
Bouw- en woningtoezicht
X
Alcoholwet
X
X
Advisering uitvoering energietransitie
X
X
X
Advisering uitvoering duurzame mobiliteit
X
X
X
Toezicht opkopersregister
X
X
Advisering uitvoering circulaire economie Toezicht toeristische verhuur
4
X
Milieuparagraaf en advisering planontwikkeling, bestemmingsplannen en bouwplannen
Uitvoeringsprogramma 2022
15
2.4 Uitvoering provincie Noord-Holland Takenpakket
Toelichting
Basistakenpakket VTHxi
Vergunningverlening, toezicht en handhaving bij provinciale bedrijven en ketens (grond, asbest, metaal, bruin- en witgoed)
Vergunningverlening & toezicht Wet bodembescherming (Wbb)5 en Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Inclusief spoedlocaties, meldingen Wbb en BUS-meldingenxii en opsporing niet gemelde Wbb (vrije veld inspecties). Toepassen bouwstoffen, toepassen grond en baggerspecie en afhandelingen meldingen Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) bij provinciale inrichtingen binnen het gebied van ODIJmond Inschrijven in het kadaster van relevante besluiten Wbb en BUS BUS Tu 5 dagen, BUS Tu 5 weken, BUS Mobiel, BUS Immobiel, saneringsplan, calamiteiten (nieuw geval/ongewoon voorval)
Het beheren van het bodeminformatiesysteem (BIS) Nazorg
De locaties die in aanmerking komen voor de periodieke controle
5 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/2021-07-01
Uitvoeringsprogramma 2022
16
3
VTH-milieu
Uitvoeringsprogramma 2022
17
In 2019 is door de alle gemeenteraden en Provinciale Staten (PS)xiii het ODIJmond Beleidskader VTH-milieu 2019-2022xiv vastgesteld. Dit beleidskader heeft het kader, de ambitie en prioriteiten neergelegd voor de jaren 2019 tot en met 2022 voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van milieu. Het kader is tot stand gekomen op basis van een globale gebieds- en risicoanalyse, de landelijke, regionale en lokale prioriteiten en doelstellingen.
3.1 Ketentoezicht en -handhaving en branches Ons bedrijvenbestand is ingericht op basis van milieukundige prioriteit. De indeling van ons bedrijvenbestand is gemaakt op basis van de mate van milieubelasting. Zogenaamde A, B of C inrichtingen. A-inrichtingen is een lichte categorie, B-inrichtingen is een middelzware categorie en C–inrichtingen is een zware categorie. Risicobedrijven vallen allemaal in de C-categorie. Deze bedrijven worden jaarlijks gecontroleerd. Met het in werking treden van de Omgevingswet gaat deze systematiek veranderen van inrichting naar milieubelastende activiteit. Vooralsnog gaan wij voor 2022 uit van de categorie-indeling die we nu kennen. De grootste categorie voor ODIJmond zijn de type B-bedrijven. Deze vallen over het algemeen onder branches / bedrijfstakken als horeca, agrarische bedrijven, metaalbewerking, handel en autobedrijven. Risicogestuurd toezicht In 2022 gaan wij een regionaal een aantal branches bedrijven op basis van frequentie, (regionale) prioriteit en naleefgedrag projectmatig controleren. Ook zullen wij gedurende het jaar in samenwerking met onze partners een aantal aspectcontroles uitvoeren op bedrijventerreinen: waaronder het buitengebeuren, lozingen, ondermijning, externe veiligheid, maar ook vis, metaal, transport en opslagboxen.
Ook komt er extra inzet op het branche breed controleren bij die bedrijven die moeten voldoen aan de energiebesparinsplicht. Extra inzet hierop vloeit voort uit het Energiebesparingsakkoord NoordHollandse bedrijvenxv (zie ook hoofdstuk 1).
3.2 Hoofdprioriteiten en thema’s Op basis van ons bedrijvenbestand is een aantal hoofdprioriteiten en thema’s geformuleerd. Hieronder geven we een overzicht van de hoofdthema’s uit het huidige beleidskader milieu die ook in 2022 nog van toepassing zijn. Een aantal van deze prioriteiten is ook benoemd in hoofdstuk 1 (Ontwikkelingen en speerpunten). Deze vragen door landelijke vraagstukken aankomend jaar extra aandacht en hebben invloed op onze werkzaamheden en taken. Deze vraagstukken zijn onder andere gebaseerd op het rapport Omgevingsdiensten in beeldxvi, dat de data (gegevens) weergeeft van omgevingsdiensten over het uitvoeren van de taken van het stelsel van Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van het rapport van de commissie van Aartsen.
Uitvoeringsprogramma 2022
18
3.3 Milieubeleidskader: VTH-milieutaken uitgelicht Thema
Asbest
Doel
Uitvoering
Het tot een minimum beperken van het aantal
In 2021 zien wij een stijging van
illegale asbestsaneringen, asbestdumpingen en
ruim 120% aan meldingen
asbestbranden middels een proactieve aanpak in
asbestverwijdering. Onze
samenspraak met de relevante ketenpartners (o.a.
verwachting is dat dit in 2022
veiligheidsregio’s) en andere instanties (banken,
doorzet en toezicht onverminderd
verzekeringsinstellingen, brancheorganisaties.
belangrijk blijft. In 2022 staan de volgende thema’s in de uitvoering centraal Preventie: Het voorkomen van nieuwe verontreinigen of
Bodem
Het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen,
aantasting.
bevorderen van herstel of beheersing van aanwezige
Toedeling van de functies: het
bodemverontreinigingen en het zorgdragen voor een
meewegen van bodemkwaliteit als
correcte overdracht van bodemtaken van provincie
het gaat om de kwaliteit van de
naar gemeenten.
leefomgeving, in relatie tot het gebruik hiervan. Beheer van de bodemkwaliteit: In het bijzonder het op duurzame en doelmatige manier beheren van historische verontreinigingen. In 2022 voert ODIJmond in
Ketens grond,
Het voorkomen van verontreiniging van lucht, bodem
asbest, elektronica,
en water door niet-normconforme omgang met
metaal
risicovolle afvalstromen.
samenwerking met handhavingspartners een aantal ketenprojecten uit op het gebied van grondstromen, afvalstromen en asbest.
Het voorkomen van incidenten en ongewone Risicobedrijven
voorvallen door het verzekeren van een juiste
In het beleidskader VTH-milieu
regulering van activiteiten met gevaarlijke en
2019-2022 is aangegeven dat deze
risicovolle stoffen, specifiek opslagen van gevaarlijke
groep van risicobedrijven jaarlijks
stoffen, LPG-tankstations en ammoniakkoel-
wordt gecontroleerd. Ook in 2022.
installaties In dit kader wordt uitvoering
Externe veiligheid (vh net niet Bevi bedrijven)
Het voorkomen van incidenten en ongewone
gegeven aan:
voorvallen door het verzekeren van een juiste
- Actualiteit van het regelgevend
regulering van activiteiten met gevaarlijke en
kader (vergunning/maatwerk)
risicovolle stoffen bij bedrijven die net onder de
- Hogere prioritering in
ondergrens van het Besluit externe veiligheid
toezichtfrequentie
inrichtingen vallen.
- Afstemming Veiligheidsregio Kennemerland (VRK)
Uitvoeringsprogramma 2022
19
Op basis van bestaand overzicht Legionella
Het voorkomen van incidenten en ongewone
van de in het werkgebied
voorvallen, specifiek het risico op legionella-uitbraak,
aanwezige installaties worden deze
vanwege onjuist onderhoud aan natte koeltorens en
geïnspecteerd op de factoren die
afvalwaterzuiveringsinstallaties.
mogelijk een risico opleveren m.b.t. legionella-uitbraak.
Op 31 december 2023 zijn alle bedrijven met energiebesparingsplicht op de hoogte gebracht van
Energiebesparing (verduurzaming)
deze plicht. Specifieke communicatiecampagnes
Inventarisatie energierelevante
worden afgestemd op de ingangsdatum van nieuwe
inrichtingen en daarnaast controle
wetgeving.
type A, B en C inrichtingen conform werkplannen 2022.
Tussen het tekenen van dit akkoord en 31 december 2025 zijn alle energierelevante bedrijven minimaal een keer gecontroleerd door een toezichthouder. Het weren van ZZS uit de leefomgeving, omdat dit Zeer zorgwekkende
stoffen zijn die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn,
stoffen (ZZS)
de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen.
In 2022 wordt met de bedrijven waarbij ZZS een thema is, een traject gestart om het vrijkomen van ZZS te stoppen of te minimaliseren. Wij nemen deel aan diverse ondermijningsoverleggen en
Het voorkomen en tegengaan van ondermijnende Ondermijning
activiteiten door informatievergaring en –deling met handhavingspartners zoals justitie, gemeente, politie, douane en de Belastingdienst.
daaruit voortvloeiende projecten en casussen. Deze worden regelmatig uitgevoerd onder begeleiding van het RIEC zoals drugs in het agrarisch gebied, illegale bewoning of verdachte situaties bij garageboxen.
Uitvoeringsprogramma 2022
20
4
VTH-bouw en brandveiligheid
Uitvoeringsprogramma 2022
21
ODIJmond voert voor zes gemeenten naast milieutoezicht ook taken uit op het gebied van bouwen woningtoezicht en brandveiligheid. Met het inwerking treden van de Omgevingswet treedt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. In 2022 bereiden wij – onze werkprocessen – voor op deze nieuwe wetgeving.
4.1 Toezicht en handhaving bouw Voor de gemeenten Heemskerk, Landsmeer, Oostzaan, Uitgeest, Wormerland en Zandvoort houden we bouwtoezicht. Voor gemeente Haarlem voeren we signaaltoezicht uit voor brandveiligheid. Voor de gemeente Landsmeer controleren we op brandveiligheid. Ook adviseren we op vraagstukken Ruimtelijke Ordening (RO) en bouw- en woningtoezicht en zijn we het secretariaat van de welstandscommissie in Zandvoort. Gebiedscontroles Het aantal bouwprojecten en de verleende bouwvergunningen vormt de basis voor het aantal toezicht momenten. Naast de toezichtcontroles op de verleende bouwvergunning vinden jaarlijks gebiedscontroles plaats. Tijdens deze controles wordt de huidige situatie vergeleken met de bestaande situatie. Stijgende lijn vergunningaanvragen, controle op kwaliteit Het aantal vergunningaanvragen kent in de gemeenten de afgelopen jaren een stijgende lijn. Kijkend naar de aanvragen die in de tweede helft van het jaar zijn binnengekomen, verwachten wij voor 2022 wederom een stijging in het aantal aanvragen. De gemeenten hebben in de huidige woningbouwcrisis ambitie voor het realiseren van woningen. Er worden diverse grotere bouwplannen opgetuigd wat veel van onze inzet zal vragen.
Het doel van iedere aannemer is vaak in feite om zo goedkoop mogelijk te bouwen en zo veel mogelijk te verdienen, uiteindelijk kom je dan vanzelf onder een bepaalde kwaliteitsnorm. Toezicht blijft hierdoor onverminderd van belang 4.1.1 Toeristische verhuur Zandvoort Per 1 januari 2021 is de Wet op de toeristische verhuur van woonruimtexvii in werking getreden. Op basis van deze wetgeving kunnen gemeenten in hun huisvestingsverordening artikelen opnemen, waarmee de toeristische verhuur gereguleerd wordt. Voor gemeenten die al beleid hadden opgenomen in hun huisvestingsverordening geldt een overgangstermijn van een jaar om de benodigde wijzigingen door te voeren. Voor Zandvoort handhaven we op onttrekkingen van woonruimte samenhangend met toeristisch gebruik. De focus ligt vooral op het tegengaan van toeristische verhuur zonder dat verhuurder daar zelf hoofdverblijf heeft. Het college heeft de wens uitgesproken de woonruimtevoorraad te beschermen. Met de invoering van de nieuwe wet verandert hierin naar buiten toe niet veel.
Uitvoeringsprogramma 2022
22
5
Advisering
Uitvoeringsprogramma 2022
23
Veel vraagstukken die bij ons binnenkomen op het gebied van milieutaken en de energietransitie zijn afhankelijk van de ontwikkelingen binnen gemeenten. Bij alle planvorming en bouwinitiatieven moet er aan de milieu wet- en regelgeving worden getoetst. Thema’s zoals PFAS en stikstof hebben de afgelopen jaren voor een groot deel de ruimtelijke (milieu)agenda gedomineerd. Daarnaast zijn natuurwaarden en de nabijheid natuurgebieden, luchtkwaliteit, bodemverontreiniging, geluidsemissies van vliegverkeer, drukke (rijks)wegen, spoorweg tracés en industrie factoren die in 2022 veel inzet en creativiteit van ODIJmond gaan vragen. De komst van de Omgevingswet heeft ook invloed op onze advisering bij ruimtelijke ontwikkelingen.
5.1 Ruimtelijke ontwikkelingen onder Omgevingswet In 2022 zal op bovengenoemde dossiers veel inzet van ons worden gevraagd bij plannen voor ruimtelijke ontwikkeling. Een extra taak die daarbij komt is de implementatie van de Omgevingswet die op 1 juli 2022 in werking treedt. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is meer bestuurlijke afwegingsruimte voor lokale overheden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeenten krijgen meer regie bij het maken en uitvoeren van beleid over de fysieke leefomgeving. Daarnaast is het zaak om niet langer sectoraal te toetsen maar moet er een integrale afweging worden gemaakt. 5.1.1 Overgangsrecht en bruidsschat Vanaf het inwerking treden van de Omgevingswet valt veel regelgeving nog onder het overgangsrecht. Het overgangsrecht bestaat, van rechtswege, uit alle vigerende (al bestaande, nog lopende) bestemmingsplannen, de set aan landelijke regels die in de vorm van de bruidsschat zijn over gegaan naar de lokale overheid en vigerende gemeentelijke verordeningen. Dit is echter niet het eindpunt van de voorbereiding op de invoering van het nieuwe wettelijke stelsel. Het is de start van een nieuwe fase in de transitie van het Omgevingsrecht die duurt tot 2030.
Voor onze deelnemers betekent het bijvoorbeeld dat het beleid gaat vormkrijgen in nieuwe kaders bestaande uit de Omgevingsvisie en de integrale, het gehele grondgebied omvattende Omgevingsplan. In 2022 levert de ODIJ een bijdrage aan de transitie van de tijdelijke omgevingsplannen en zullen wij beginnen met vertalen van de bruidsschat regels milieu naar omgevingsplanregels. Dit vraag een extra inspanning van de ODIJmond. Daarnaast verandert de manier van adviseren. Naast een wettelijke toets moet er meer gekeken worden naar de effecten op de leefomgeving en zal beleid vertaalt moeten worden naar milieuregels in de omgevingsplannen.
5.2 Bodemadvies Beheren van kwalitatieve bodemgegevens Op basis van ons bodeminformatiesysteem en de bodemkwaliteitskaart wordt bij ieder ruimtelijk initiatief een bodemadvies gevraagd. Dit om te voorkomen dat ontwikkelingen plaatsvinden op een bodem die niet geschikt voor een bepaalde functie. Ons bodeminformatiesysteem is digitaal voor een ieder inzichtelijk. Vooral makelaars (bodeminfo bij een woningtransactie) en nutsbedrijven (bodeminformatie bij graafwerkzaamheden ten behoeve van bekabeling) maken gebruik van dit systeem.
Uitvoeringsprogramma 2022
24
Bodeminformatiesysteem ODIJmond beheert voor het deelnemers het Bodemkundig Informatie System (BIS). Dit systeem biedt aan onze deelnemers, burgers en bedrijven digitaal toegang tot kwalitatieve bodemgegevens. Het systeem bevat informatie over de bodemkwaliteit in ons werkgebied. ODIJmond houdt dit systeem actueel door nieuwe informatie en/of wijziging van regelgeving hierin door te voeren. Bodemkwaliteitskaart De Bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de diffuse bodemkwaliteit (achtergrondkwaliteit) in zones binnen ons werkgebied is gedefinieerd. In bepaalde gevallen is het mogelijk om op basis van de bodemkwaliteitskaart het toepassen van grond zonder aanvullende kwaliteitsbepaling toe te passen. ODIJmond houdt de kaart actueel door nieuwe informatie en/of wijziging van regelgeving hierin door te voeren.
5.3 Transitie externe veiligheid naar omgevingsveiligheid In ons werkgebied worden gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen, vervoerd en verwerkt. Wanneer deze stoffen onbedoeld vrijkomen, kan dat gevolgen hebben voor de omgeving. Zeker daar waar mensen wonen en werken. Wij adviseren hierin niet alleen bij nieuwe ontwikkelingen, maar ook bij bestaande situaties adviseren wij op de risico’s van voornoemde activiteiten, om risico’s van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen zo veel als mogelijk uit te sluiten. Met het in werking treden van de Omgevingswet verandert het beleid rondom omgevingsveiligheid. Het plaatsgebonden risico blijft onveranderd6. De invulling en verantwoording van het groepsrisico (de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk) gaat veranderen. Nieuw daarbij is de komst van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden.
5.4 Milieuadvies Luchtkwaliteit Vooral de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn vaak beperkend bij ruimtelijke plannen. Uitgangspunt is dat een ruimtelijke project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. Specifiek in het IJmondgebied is op een aantal plaatsen vanwege industrie, scheepvaart en een hoge verkeersintensiteit de luchtkwaliteit boven de norm. Luchtkwaliteit is ook direct gelieerd aan gezondheid. Alle ruimtelijke plannen zullen in 2022 worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit waarbij in overleg met GGD ook het gezondheidsaspect zal worden meegenomen. Programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmond Ten tijde van het opstellen van dit uitvoeringsprogramma wordt programma Gezondheid & Luchtkwaliteit IJmondxviii aan de raden van de IJmondgemeenten voorgelegd waarin een pakket aan maatregelen is opgenomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het programma is aan de hand van vijf thema’s opgesteld; industrie & bedrijvigheid, leefomgeving, mobiliteit, scheepvaart en Tata Steel. Het programma zet onder andere in op scherper vergunnen, extra toezicht op 6 De kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die
persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan één op de miljoen.
Uitvoeringsprogramma 2022
25
stookinstallaties en bulkopslag en -overslag, walstroom, en onderzoek naar de invloed van de A22 op de lokale luchtkwaliteit.
5.5 Milieuadvies Wet natuurbescherming en stikstofdepositie Wanneer door een plan of project sprake is van emissie van ammoniak of stikstof kan dat nadelige gevolgen hebben voor beschermde natuurgebieden. Beschermde natuurgebieden zijn onder andere Natura 2000-gebieden. Emissies van ammoniak of stikstof ontstaan bijvoorbeeld bij het houden van vee, door verbranding van brandstoffen en bij verkeersbewegingen. Voor plannen en projecten waarbij sprake is van emissies van stikstof of ammoniak geldt een onderzoekplicht. Daarbij wordt getoetst of er nadelige effecten optreden en beoordeeld of er een toestemming in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. De Wet Natuurbescherming bevat alle regels rondom de bescherming van natuurgebieden en flora en fauna. Wanneer activiteiten nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde natuurgebieden of de (beschermde) flora en fauna is een toestemming op grond van de Wet natuurbescherming nodig. In specifieke gevallen kan de toestemming Wet Natuurbescherming onderdeel zijn van de omgevingsvergunning (verklaring van geen bedenkingen natuur). ODIJmond adviseert bij alle bouwplannen en ontwikkelingen op de Wet natuurbescherming.
5.6 Geuradvies Geur van bedrijven kan gevolgen hebben op het woon- en leefklimaat. Geurhinder wordt door ODIJmond standaard betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Specifiek de geuremissies afkomstig van agrarische als industriële activiteiten kunnen een belemmering zijn voor onder andere woningbouw. Met het in werking treden van de Omgevingswet kunnen gemeenten ook zelf regels gaan opnemen in het omgevingsplan.
5.7 Geluidadvies Hinder van geluid speelt ook in het werkgebied van ODIJmond. Vooral in de buurt van wegen, spoorwegen, industrieterreinen en rond Schiphol kunnen mensen overlast ondervinden van geluid. ODIJmond adviseert haar deelnemers op al deze gebieden waar het gaat om nieuwe ontwikkelingen maar ook op het gebeid van sanering van geluidhinder in bestaande gebieden. Zonemodellen rondom de industrieterreinen en verkeersmodellen vormen een belangrijke input voor de adviezen van ODIJmond. Deze modellen worden periodiek geactualiseerd, waaronder de Regionale verkeers- en milieukaart.