E31 Bijlage RIVM rapport.pdf
Tekst van het document
RIVM-rapport 2021-0216
analyse van de windsnelheid. De hoogste bijdragen worden waargenomen in perioden met weinig wind. Dit zou kunnen wijzen op een diffuus proces dat zich relatief dicht bij het meetpunt afspeelt. Liberti et al. (2006) definieerden twee brede categorieën voor de emissies van industriële installaties. De eerste categorie zijn schoorstenen en de tweede categorie zijn vluchtige emissies, bijvoorbeeld lekkage via cokesovenafdichtingen (Liberty et al., 2006). Daarnaast zijn er ook cyclische bijdragen van PAK-emissies te verwachten, bijvoorbeeld door het laden en lossen van kolen (Liberty et al., 2006; Stella et al., 2012). 4.3.5
Profiel: bodemstof
Figuur 4.9 Berekende bijdrage van het profiel bodemstof in IJmuiden en Beverwijk aan de PM10-concentraties. Het bovenste plaatje toont het verloop in de tijd. De onderste rij toont van links naar rechts een windanalyse, het verloop over de maand van het jaar en over de dag van de week met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Een grotere versie van de CBPF plot is te vinden in Bijlage 1. Achtergrond CBPF: Luchtfoto Actueel Ortho HR (Kadaster, www.pdok.nl, 2021) CC BY 4.0. Tata Steelterrein (IBIS, 2020)
Het profiel bodemstof dat is gevonden toont voor beide locaties een aantal hoge concentraties bij harde wind in westelijke richting. Dit zou kunnen wijzen op een bijdrage door verwaaiing. Het gemiddelde over elk van de twaalf maanden in de gebruikte meetperiode laat voor IJmuiden een verhoging in de zomermaanden zien. Dit is consistent met bodemstof, aangezien juist in de zomer het stof kan opdrogen en verstuiven. In Beverwijk zit de periode met de hoogste concentraties in de tweede helft van het jaar. Het verloop over de diverse dagen van de week toont geen significante verschillen en dus ook geen duidelijk Pagina 97 van 133
RIVM-rapport 2021-0216
onderscheid tussen werkdagen en weekenddagen. Dit geeft aan dat bij verdere lokalisering van de bron eerder aan een proces gedacht moet worden dat redelijk continu over de week verloopt dan aan een proces met een duidelijk onderscheid over de dagen, zoals het algemene woonwerkverkeer. De bijdrage van dit profiel bodemstof komt waarschijnlijk deels van het Tata steelterrein (zie windanalyse Beverwijk) maar is daar niet toe beperkt (zie windanalyse IJmuiden). Bodemstof kan sowieso op allerlei plaatsen hoge pieken geven, zoals onder meer is gebleken uit analyse van metingen in Drenthe (Berkhout et al., 2011). 4.3.6
Onzekerheden De onzekerheden in de hier gepresenteerde resultaten zijn onder meer afhankelijk van de onzekerheid in de metingen. De onzekerheid in de metingen wordt bepaald door de detectiegrens bij lage concentraties, en door de relatieve standaarddeviatie bij hoge concentraties. De detectiegrens en relatieve standaarddeviatie van de gebruikte componenten worden in Bijlage 1 weergegeven. Een additionele bron van onzekerheid is de stabiliteit van de multivariate oplossing bestaande uit de factoren en bijdragen (zie paragraaf 4.2.5). In deze paragraaf gaan we verder in op de stabiliteit van gelijkwaardige oplossingen. De stabiliteit van de oplossingen kan tegenvallen als er vrijwel gelijkwaardige oplossingen worden gevonden met sterk verschillende profielen (zogenaamde rotatievrijheidsgraad). Een indicatieve analyse daarvoor wordt verkregen door de analyse meerdere keren uit te voeren met wisselde startconditie. In deze vergelijking hebben we 25 oplossingen uit een set van 250 runs geselecteerd die de laagste Qwaarden gaven. Deze set oplossingen bevat ook de oplossing waarop de volledige uitwerking van deze analyse is gebaseerd. Om deze te kunnen vergelijken met de rest, is deze zogenaamde base oplossing uit de set gehaald. De spreiding in het resultaat van de 24 resterende oplossingen is te zien in Figuur 4.10, met de bijdragen van de componenten in de verschillende profielen.
Sommige elementen verschuiven tussen twee profielen, met name tussen het profiel bodemstof, het profiel industrie en het profiel remstof/verkeer. De grootschalige profielen van zeezout en nitraat-sulfaat zijn zeer stabiel. Deze indicatieve onzekerheidsanalyse kan een onderschatting geven. Bij een meer volledige onzekerheidsanalyse zou ook een groot aantal analyses moeten worden uitgevoerd waarbij sub sets van metingen worden vervangen (DISP en BS-DISP (Paatero et al., 2014)). Deze onzekerheidsanalyse is momenteel nog niet beschikbaar voor de toegepaste analysetechniek, en op dit moment past het niet binnen de randvoorwaarden van deze studie om dit te ontwikkelen en uit te voeren. Een dergelijke onzekerheidsanalyse is wel mogelijk bij een eventueel hoog kwalitatief vervolg waarbij alle data in dezelfde tijdsresolutie zijn gemeten. Conform Bellis et al. (2019) is het ook zeker aan te bevelen om de onzekerheden in de profielen te bepalen. Daarnaast zal in deze studie de kwaliteit van de berekende profielen ook worden beïnvloed door het feit dat een aantal belangrijke elementen niet op locatie zelf maar in De Zilk is gemeten (zie ook paragraaf 4.2.2).
Pagina 98 van 133