CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E24 Rapportage Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.pdf

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken19.840 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE VELSEN

Collegebericht Weeknummer: 27

Datum vergadering

6-7-2021

Ambtenaar

E. de Jong

Zaaknummer

81206-2021

Telefoonnr.

06 54771970

Portefeuillehouder(s)

S.Y. Dinjens

E-mailadres

ejong@velsen.nl

Bijlagen

3

Onderwerp: Rapportage Jeugdbescherming en Jeugdreclassering

Geachte leden van de raad, In de regio Noord-Holland Amsterdam (Amsterdam-Amstelland, Gooi- en Vechtstreek, Haarlemmermeer, IJmond, Noord-Kennemerland, Kop van Noord-Holland, Westfriesland, Zaanstreek-Waterland, Zuid-Kennemerland) zijn wij samen verantwoordelijk voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter oplegt wanneer een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jongere tot 18 jaar (ernstig) wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet (voldoende) helpt. Doel van Jeugdreclassering is het voorkomen dat een jeugdige van 12 jaar of ouder niet nog een keer een strafbaar feit pleegt. Een klein aantal gecertificeerde jeugdzorginstellingen voeren deze maatregelen voor ons uit. In het najaar van 2019 oordeelden de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (inspecties) in het rapport met de titel ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar’ dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering landelijk op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties stelden dat gemeenten onvoldoende hun verantwoordelijkheid namen om kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd te beschermen.

Daarnaast constateerden zij dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond door structurele problemen zoals personeelsverloop bij de jeugdbescherming, financiële tekorten en wachttijden voor passende hulp. De inspecties vroegen om directe actie die zou leiden tot hulp zonder vertraging voor kwetsbare kinderen. Hierop zetten de inspecties een intensief toezichttraject in. In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moesten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. De aanpak moest leiden tot tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel, een tijdig uitgezet en ondersteund behandelplan en een tijdige inzet van passende hulp die voor het kind en het gezin werkt. Aanvullend werd door de inspecties een praktijk onderzoek uitgevoerd bij instellingen, gemeenten en ouders in het hele land. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een landelijk rapport (zie bijlage) en een rapport per regio (zie bijlage).

1

GEMEENTE VELSEN Het geeft antwoord op de vraag of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer, een tijdig uitgezet en ondersteund behandelplan en tijdig passende hulp krijgt. De inspectie complimenteert regio’s, de jeugdzorginstellingen en de gecertificeerde instellingen over de bereikte resultaten. Er zijn goede stappen gezet. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over vier regio’s waar volgens de inspectie nog onvoldoende snel stappen gezet zijn naar verbeteringen, zoals in onze regio Noord-Holland en Amsterdam. Om deze reden stellen de inspecties deze vier regio’s onder verscherpt toezicht voor een periode van een halfjaar om stappen te zetten die leiden naar de gewenste verbeteringen. De belangrijkste conclusies: • de inspecties kunnen er onvoldoende van uitgaan dat de gecertificeerde instellingen er, onder regie van de accounthoudende regio, op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. • inspecties verwachten dat de gemeenten, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders alsnog aan deze norm voldoen. De inspecties zien ook dat er landelijk problemen zijn die ervoor zorgen dat niet altijd tijdig passende hulp geboden kan worden.

De regio’s in Noord-Holland hebben in een gezamenlijke brief (bijlage) gereageerd naar de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. De urgentie voor verbetering wordt gevoeld. De regio’s denken echter dat het beoogde doel van meer (boven)regionale samenwerking effectiever op andere wijze bereikt kan worden. Bijvoorbeeld door te leren van elkaars oplossingen en voort te bouwen op regionale/lokale innovatie. Een goed functionerende jeugdbeschermingsketen vinden we belangrijk in onze gemeente. Hiervoor zijn diverse stappen ondernomen zoals: • de opzet van kleinschalige voorzieningen in de regio voor jongeren met een complexe zorgvraag en een intensieve verblijfs- en behandelbehoefte (Een thuis voor Noordje). • En de opzet van een Regionaal Expert Team (RET) in IJmond en Zuid-Kennemerland die in complexe casuïstiek een doorbraak forceert om te komen tot de inzet van passende hulp. Daarnaast kan het RET ook geconsulteerd worden en advies geven rondom een complexe zorgvraag. Het landelijk rapport van de inspecties is op 5 juli 2021 beschikbaar gekomen. Op dit moment is nog niet bekend hoe de regio’s het verscherpt toezicht moeten duiden, wat de voorwaarden zijn en hoe de monitoring door de inspectie eruit ziet. Het college vindt het echter van belang om de nu beschikbare informatie met u te delen. Wij informeren u over de voortgang zodra bekend is wat de vervolgstappen zijn.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen

2

XXX

Gemeente Amsterdam

Bezoekadres Jodenbreestraat 25 1000 NH Amsterdam Postbus 1840 1000 AA Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 000, 0000 AA Amsterdam

VERTROUWELIJK Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Mw. Korrie Louwes Postbus 2518 6401 DA Heerlen

Datum

29 juni 2021

Ons kenmerk Uw kenmerk

IGJ/210615-MIJ/TT103308

Behandeld door

Margreet Wiegand, afdeling Jeugd, m.wiegand@amsterdam.nl 061039 8462

Bijlage(n) Onderwerp

Reactie op concept rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Geachte mevrouw Louwes, In uw brief van 15 juni 2021 nodigt u ons uit om een bestuurlijke reactie te geven op uw concept Regiorapport Vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, Noord-Holland en Amsterdam. Vanzelfsprekend maken we daar graag gebruik van. In de bijlage bij deze brief geven we tevens antwoord op de door u gestelde 3 vragen (pg.2 van de rapportage). De gemeenten maken zich grote zorgen over de stand van zaken in de jeugdhulp. Het gebrek aan adequate financiën vanaf 2015 doet zich op vele gebieden voelen en diverse gemeenten hebben uit algemene middelen moeten putten om hun verantwoordelijkheid voor de jeugd in te vullen. Vanuit uw verantwoordelijkheid wijst u sinds 2019 onafgebroken op de gevolgen van deze situatie voor de meest kwetsbare kinderen, en dat is terecht. Wij delen uw zorg, juist voor de meest kwetsbare kinderen. De gemeenten hebben juist voor deze groep getracht de noodzakelijke hulp te kunnen blijven bieden. In de verbeterplannen 2020 en aansluitend de doorbraakaanpak hebben de gemeenten zich tot het uiterste ingespannen om noodzakelijke verbeteringen door te voeren en op casusniveau specialistische jeugdhulp in te zetten voor wie dat niet tijdig geregeld was. In een periode van Corona mag dit gerust een uitdaging worden genoemd. Er is het nodige bereikt en daar zijn wij trots op.

Het rapport doet onvoldoende recht aan de resultaten die zijn behaald en de omstandigheden waaronder de professionals en de gemeenten hebben moeten werken. Wij zouden het waarderen als er in het landelijk rapport dat u op 8 juli uitbrengt ook aandacht is voor dat aspect.

Datum 29 juni 2021 Pagina 2 van 6

Daarnaast is het lastig om voldoende en goed gekwalificeerd personeel te vinden en te behouden voor deze sector in het zwaarste segment van de jeugdhulp, en juist hier worden kinderen en gezinnen begeleid die de hulp het meest nodig hebben. Met al deze inspanningen hebben de gemeenten zelf fors financieel moeten bijdragen met alle gevolgen van dien. De afgelopen maanden heeft het Rijk naar aanleiding van het AEF rapport over de tekorten en de arbitragezaak tussen de VNG en het Rijk incidenteel tekorten aangevuld, maar er ligt nog geen lange termijn perspectief waarmee in gemeenten en instellingen en goede jeugdzorg kunnen vormgeven. Regionale verschillen en samenwerking

De professionele en bestuurlijke energie is noodzakelijk voor vernieuwingen die met het verbeterplan zijn gestart en in de doorbraakaanpak tot wasdom zijn gekomen. Wij zijn van mening dat we op de goede weg zijn en met de opbrengsten van de praktijktoets en uw expertise kunnen wij deze nog beter inrichten. U hebt ervoor gekozen in de rapportage de regio's waarin JBRA werkt, met Amsterdam als accounthouder, en de regio's waar DJGB werkt, met Alkmaar als accounthoudende regio samen te voegen. In de regio's en gemeenten zijn de nodige verschillen. Wij willen benadrukken dat vanwege omvang, complexiteit, historie en lokale keuzes gemeenten in verschillende stadia van ontwikkeling zijn. Waar mogelijk kunnen regio's elkaar ondersteunen en samenwerken. De accounthoudend wethouders zullen daarin een coördinerende rol nemen, maar hebben hierin formeel geen rol of doorzettingsmacht; elke gemeente heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. Op visieniveau wordt samengewerkt, maar inkoop en sturing is lokaal belegd. Zo heeft Amsterdam, met haar grote stadsproblematiek, bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in het behoud van personeel, b.v. in de vorm van voorrang bij een huis of parkeervergunning U spreekt van verscherpt toezicht op de regio's. Wij hechten eraan te benadrukken dat wij deze maatregel niet herkennen als bestaande bevoegdheid van de inspecties voor gemeenten/regio's.

We begrijpen uw bedoeling de urgentie in dit dossier te blijven benadrukken, echter wij denken dat het beoogde doel van meer (boven)regionale samenwerking effectiever op andere wijzen bereikt kan worden, door elkaar te inspireren en te leren van eikaars oplossingen. Concrete activiteiten per regio/gemeente

Uw rapport over de regio's in Noord-Holland en rondom Amsterdam schetst een herkenbaar beeld, maar biedt weinig inzicht in de verschillen per regio. Het geeft nog geen precies beeld van wat waar gebeurt en op welke schaal. Aan de hand van het rapport zijn nu geen concrete aanwijzingen of problemen te destilleren waarop we kunnen sturen of waarop we het gesprek met elkaar aangaan. Het zou ons helpen als u op regio-, zo mogelijk gemeenteniveau, precieze informatie op casusniveau kunt verschaffen over uw bevindingen. Dat is voor ons waardevolle informatie. Als duidelijk is waar exact de kern van het probleem ligt (systemisch, in samenwerking, in inkoop) kunnen gemeenten effectiever sturen op noodzakelijke verbeteringen. Dan kunnen de regio's in Noord-Holland precies zien waar de sturing zich op moet richten en kunnen ook wij, als accounthoudend wethouders beter onze rol ínhoud geven. Wij ondersteunen de visie dat er voor de meest specialistische hulp en begeleiding

Datum 29 juni 2021 Pagina 3 van 6

intensieve regionale samenwerking nodig is zodat kinderen, waar zij ook wonen, kunnen uitgaan van beschikbare specialistische jeugdhulp. Wij hebben ook u daarin als partner nodig. Een gemeente als Amsterdam heeft met de haar omliggende gemeenten en regio's, ondanks tekorten de tarieven structureel op een niveau gebracht waarmee een realistische caseload kon worden gerealiseerd voor de jeugdbeschermers. Hierdoor is het voor de professionals mogelijk om dit lastige werk vol te houden en kan het verloop beperkt worden. Het aantal wachtende gezinnen bij JBRA is hierdoor flink teruggebracht en de tevredenheid van gezinnen is verhoogd. Ook spant de gemeente zich in om de onveiligheid van de medewerkers te voorkomen. Tevens is Amsterdam per 2021 overgestapt op een andere systematiek van inkoop van specialistische jeugdhulp die bureaucratie vermindert en samenwerking bevordert. Voldoende beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp is echter ook in Amsterdam nog een probleem. Met transformatieprogramma's en het ondersteunen van ouders in hun ouderproblematiek hebben we getracht de vraag naar jeugdhulp te verminderen. De gemeente heeft een budgetstop moeten hanteren, maar deze gold niet voor de kinderen met een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering. Ook heeft de gemeente naast de ingekochte hulp jaarlijks miljoenen ingezet aan niet ingekocht aanbod voor deze groep cliënten.

Ook de andere regio's hebben diverse verbeteringen ingezet. Zo zijn in (boven)regionale samenwerking tussen 4 regio's de Gl gezamenlijk ingekocht. De doorbraakaanpak is goed vormgegeven en draagt bij aan de versnelde invoering van de Regionale expertteams. Enkele kleinere gemeenten en regio's en hadden al een werkwijze waardoor weinig casussen vastlopen en hebben die verder aangescherpt. Alle gemeenten hebben als stelselverantwoordelijken een sturende en faciliterende rol. De Inspectie, die de kwaliteit van werken van de instellingen beoordeelt en bewaakt, kan helpen de instellingen te stimuleren zich goed te vergewissen van de mogelijkheden van toevoegen van expertise en escalatie en daar ook op uitvoerend niveau optimaal gebruik van te maken. Vervolgacties

Wij hebben te maken met een groot maatschappelijk probleem. Met u vinden wij dat we hiervoor in Nederland gezamenlijk oplossingen moeten vinden, met inzet van het Rijk I ministeries, zorgaanbieders, gemeenten en Gl. Uw landelijke rapportage kan bijdragen aan het vergroten van de waardering van de jeugdzorgprofessionals en voor dit vak, maar het kan ook afschrikken. Het is goed om daar rekening mee te houden in de woordkeuze. Versimpeling, betere samenwerking, minder bureaucratie en snelle hulp voor de klant kunnen er aan bijdragen dat men in de sector wil blijven of gaan werken; deze wijze van framing kan helpen de interesse voor het werk van de jeugdbeschermer te vergroten. Ook kunt u vanuit uw rol belangrijke innovatiebewegingen, zoals b.v. beschreven in het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming ondersteunen. In uw eerdere rapporten heeft u aangegeven een radicale aanpassing van de jeugdbescherming in Nederland noodzakelijk te achten om deze effectiever te maken. Wij stellen het op prijs als u dit met kracht blijft benadrukken bij het Rijk. In de regio Amsterdam-Amstelland is vanuit een pilot de voorgestelde versimpeling al in ontwikkeling. Naast vele voordelen voorde cliënt zal het ook een positief effect

Datum 29 juni 2021 Pagina 4 van 6

op de arbeidsmarkttekorten hebben: minder werkdruk en geen onderlinge concurrentie op de krappe markt. Hoe dan ook willen we met professionals, met u en met het Rijk doorgaan met de ingezette transformatie en innovatie. U vraagt ons met dit rapport meer en meer (boven)regionaal te gaan samenwerken. Waar dat meerwaarde heeft, is bovenregionale samenwerking verstandig, denk aan de Jeugdzorg-plus instellingen en zeer gespecialiseerde instellingen en expertise. In onze aanpak zal de bovenregionale samenwerking in een 'Thuis voor Noordje' dan ook een prominente plek krijgen. Voor het overige zullen de oplossingen in de context van het bredere sociale domein in de gemeenten en regio's gezocht moeten worden. De komende periode gaan de gemeenten samen met de gecertificeerde instellingen, gespecialiseerde jeugdhulp en lokale teams aan de slag met een (aanvullend) plan van aanpak, waarbij zoveel mogelijk wordt ingepast in reeds lopende trajecten en plannen. Er wordt bepaald op welk niveau een plan of meerdere plannen worden opgesteld. Er is veel lokale en regionale innovatie, ook gericht op de door u eerder gesignaleerde problematiek en mogelijke oplossingen daarvoor. Daarop wordt voortgebouwd. De gemeenten en regio's zullen daarnaast op korte termijn met de Gl achterhalen welke casussen acute actie vragen en hoe we daar snel een oplossing voor kunnen realiseren.

Wij eindigen graag met een korte schets van de hoofdlijnen waarop we de plannen de komende tijd zullen richten. 1. 2.

3. 4.

5. 6. 7.

Wij willen bij voorkeur het reguliere proces versterken en versimpelen, zowel inhoudelijk als administratief. De problematiek is te zwaar en complex voor een individuele medewerker of instelling en daarom is het van belang dat met name de Gl en de aanbieders van specialistische hulp vroegtijdig met elkaar samenwerken rondom gezinnen en dat ook blijven doen, gedurende het traject. Het proces van het komen tot een verwijzing vanuit een Gl, het samen nadenken over de mogelijkheden van (welke) specialistische hulp om te komen tot de vereiste resultaten en het tijdig bieden van die hulp kan nog verbeteren. Daarnaast is ook het tijdig benutten van aanvullende expertise en de beschikbaarheid daarvan in de vorm van bijvoorbeeld een regionaal expertiseteam relevant. Ook is van belang de mogelijkheid van escalatie, als het vastloopt in het reguliere werk, beschikbaar te hebben en helder te communiceren. Eenvoud en overzicht voor cliënt én professional is ook hier het devies. Het verminderen van perverse prikkels en bureaucratie is een belangrijk aandachtspunt. De wijze van inkoop en de wijze waarop deze in de praktijk wordt vertaald, moet bijdragen aan samenwerken in het stelsel en wordt hiertoe onder de loep genomen.

Het inzetten van professionals en ervaringsdeskundigen in de praktijk bij de transformatie kan een positieve rol spelen bij de gewenste gedragsverandering en het gebruiken van (out-of-box) mogelijkheden die met de transformatie worden beoogd.

Datum 29 juni 2021 Pagina 5 van 6

Hoogachtend,

Simone Kukenheim

John Does

Wethouder Zorg, Jeugd(zorg),

Wethouder Gemeente Heerhugowaard

Beroepsonderwijs en Sport Amsterdam

Portefeuilles: Democratische vernieuwing, onderwijs, passend onderwijs, onderwijshuisvesting, kinderopvang, jeugdhulp, personeel 81 organisatie, fusie Langedijk 81 Heerhugowaard, Kunst, Cultuur 81 Media

Datum 29 juni 2021 Pagina 6 van G

BIJLAGE VOOR IN HET RAPPORT: DE REGIO'S VAN EN OM AMSTERDAM (account: Jeugdbescherming Regio Amsterdam) -

Op deze punten zijn we trots

» » * » »

Lagere caseload voor Gl profs structureel gerealiseerd Kinderen met maatregel: geen budgetplafond Succesvolle doorbraakaanpak m.b.v. professionals Versterking samenwerking Gl en lokale teams Goed werkende escalatieroute

-

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag

» » « « *

Direct oppakken casussen zonder passende hulp Verbetering samenwerking verwijzers-aanbieders Optimale inzet extra Rijksmiddelen Vermindering bureaucratische belemmeringen Kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien

-

Wat gaan de jeugdigen en ouders hiervan merken

» » » »

Door samenwerking van partijen meer overzicht voor de cliënten Sneller passende hulp Wijkteams laagdrempelig; specialistische hulp nabij de leefomgeving Alternatieven voor residentiële gesloten jeugdhulp

DE REGIO'S IN NOORD HOLLAND (account: De Jeugd- en Gezinsbeschermers) -

Op deze punten zijn we trots

»

Regionale en bovenregionale samenwerking tussen de regio's in Noord-Holland (4 regio's hebben Gl gezamenlijk ingekocht) Invoering beschikbaarheidsapplicatie voor zorgaanbieders S Gl welke inzicht geeft in het beschikbaar aanbod jeugdhulp

«

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag

» « *

Dóórontwikkeling I uitwisseling expertise Regionaal Expertteam (lerend vermogen tussen regio's versterken) Versterking samenwerking Gl en lokale teams Partnerschap Gl-gemeenten versterken

-

Wat gaan de jeugdigen en ouders hiervan merken

«

Sneller passende hulp (waar mogelijk regionaal)

Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd Landelijk rapport 2021 vervolgtoezicht

Utrecht, juli 2021

Voorwoord

Dit rapport gaat over kinderen die een jeugdbeschermingsmaatregel hebben. Het kan zijn dat zij door de rechter onder toezicht zijn gesteld. Het kan ook zijn dat ze vanwege een strafbaar feit een jeugdreclasseringsmaatregel kregen opgelegd. Dit doet een rechter niet zomaar. De zorgen zijn dan groot. In beide situaties hebben jeugdbeschermers bij een gecertificeerde instelling de zware taak om deze kinderen te begeleiden. Achter al deze maatregelen zitten lange en persoonlijke verhalen. In dit rapport noemen we bijvoorbeeld K., een baby van acht maanden oud met ouders die beiden verslaafd zijn aan drugs. En Q., die met haar vijf jaar zag dat haar moeder werd geslagen en misbruikt. Of drie jonge kinderen die al meerdere keren geweld meemaakten en inmiddels op zeven verschillende plekken hebben gewoond. En de veertienjarige M. Hij heeft een zedendelict gepleegd en is uit huis geplaatst. Deze verhalen maken indruk en laten je voelen waar het bij dit onderwerp écht om gaat. Een jeugdbeschermingsmaatregel gaat niet over regels of procedures maar gaat over kinderen die het recht hebben om te worden beschermd. Wanneer we ons me laten doordringen in welke situaties deze kinderen zich bevinden, voelen we een enorm besef van urgentie. We gunnen deze kinderen een jeugdbeschermer die samen met hen en hun ouders bespreekt wat nodig is om de problemen op te lossen.

En juist omdat deze kinderen vaak al zoveel hebben meegemaakt is het fijn als één iemand ze een tijd begeleidt, zodat zij elkaar leren kennen en kunnen vertrouwen. Dit lukt niet als er steeds iemand anders komt aan wie zij hun verhaal moeten vertellen. Ook gunnen we hen dat snel duidelijk is welke hulp zij nodig hebben om hun problemen op te lossen. En áls dan het besluit genomen is welke hulp er moet komen, is het belangrijk dat zij niet te lang op deze hulp moeten wachten. Sterker nog, de kans is groot dat de problemen tijdens dat wachten alleen maar groter worden. De vergelijking met de intensive care blijft opgaan. De jeugdbescherming is de intensive care voor de meest kwetsbare kinderen. In Nederland kan iemand die acute medische zorg nodig heeft terecht op de intensive care. Het is zo afgesproken dat daar altijd bedden beschikbaar zijn. Een kind dat acute jeugdbescherming en jeugdhulp nodig heeft, zou er ook zeker van moeten kunnen zijn dat deze hulp tijdig beschikbaar is. Het is onze opdracht als inspecties om te kijken of de jeugdhulp in ons land goed en veilig is. Voor u ligt de tweede voortgangsrapportage na ons rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd uit 2019. In het najaar van 2020 schreven we dat verbeteringen voor kinderen die nu een maatregel hebben niet langer konden wachten. We vroegen om een actiegerichte doorbraakaanpak.

We hebben in de afgelopen periode gezien dat er door alle betrokken partijen hard gewerkt wordt voor deze kinderen. In alle jeugdbeschermingsregio’s zien we verbetering.

Pagina 3 van 48

Maar in de ene regio is meer vooruitgang geboekt dan in de andere. Deels komt dit door gemaakte keuzes en een actiegerichte vooruitstrevende aanpak en anderzijds heeft het te maken met structurele problemen die moeilijk het hoofd te bieden zijn. Realiteit is dat het hele systeem zo onder druk staat dat een regio die nu in staat is om tijdig een vaste jeugdbeschermer, een gedragen koers en passende hulp te bieden, binnenkort een regio kan zijn waar dit niet lukt. Het is een wankel evenwicht: de regio die vandaag “groen” is kan morgen “rood” zijn. Ondanks de ingezette verbeteringen blijft de jeugdbescherming enorm kwetsbaar. Alle mensen die een taak hebben binnen de jeugdbescherming vinden het belangrijk dat deze kinderen goed geholpen worden en zetten zich maximaal in. We verwachten met dit rapport in handen, de aanbevelingen die we doen en de eerder getoonde betrokkenheid van alle partijen, dat ieder kind in de jeugdbescherming de komende tijd ervaart dat er tijd, ruimte en hulp voor hen is. Dat ze belangrijk zijn. Korrie Louwes, Hoofdinspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Hans Faber, Hoofdinspecteur Inspectie Justitie en Veiligheid

Pagina 4 van 48

Samenvatting

Dit rapport is een vervolg op eerdere rapportages over tijdige hulp aan kinderen en ouders die te maken hebben met jeugdbescherming en jeugdreclassering (hierna: jeugdbescherming). De jeugdbescherming is de intensive care voor de meest kwetsbare kinderen in de samenleving. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het nodig dat hulp zonder vertraging wordt ingezet. De ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig bedreigd en de overheid grijpt - via de jeugdbeschermer - direct in op het gezin. Dat gebeurt na een besluit van de kinderrechter. De jeugdbeschermer heeft slechts beperkt de tijd om in gedeelde verantwoordelijkheid met de ouders de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige af te wenden. Het is niet acceptabel dat deze beperkte tijd wordt gevuld met wachten. Dit leidt tot verergering van de problematiek bij jeugdigen en beperkt de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de noodzakelijke stappen te zetten. In oktober 2020 hebben de inspecties gevraagd om een onorthodoxe, actiegerichte doorbraakaanpak.

De doorbraakaanpak moest leiden tot tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel, tijdig een uitgezette gedragen koers en tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. De inspecties richten zich op alle betrokken partijen in de jeugdbeschermingsregio: de accounthoudende regio voor de jeugdbescherming, de gemeenten in de regio, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders. De inspecties hebben de uitkomsten van de doorbraakaanpak in alle jeugdbeschermingsregio’s uitgebreid aan de hand van vele casussen getoetst. Dit rapport bevat de overstijgende bevindingen van de inspecties. Gelijktijdig met dit landelijke rapport publiceren de inspecties elf regiorapporten. Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer en een gedragen koers Sinds 2019 is veel verbeterd bij de gecertificeerde instellingen (GI’s) voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Tegelijkertijd blijft de vitale functie van jeugdbescherming zeer kwetsbaar.

Jeugdbescherming Brabant, Jeugdbescherming Gelderland, De Jeugd- en Gezinsbeschermers, en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering zijn er met de jeugdhulpregio’s niet in geslaagd om samen voorwaarden te creëren waardoor elke jeugdige met een maatregel en hun ouders tijdig een jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers heeft. Voor deze instellingen bepalen de inspecties het vervolgtoezicht na een bestuurlijk gesprek. Briedis is per 1 juni 2021 failliet verklaard. De inspecties houden daar toezicht op de overdracht van jeugdigen met een maatregel naar andere GI’s en richten zich hierbij op de continuïteit van hulp aan deze jeugdigen. In Zeeland en Brabant is de situatie na de verdiepende praktijktoets verder verslechterd als gevolg van het faillissement van Briedis, de beëindiging van het contract van de Zeeuwse gemeenten met Intervence en een tijdelijke opnamestop bij Jeugdbescherming Brabant en de William Schrikker Stichting. De inspecties volgen de situatie in deze regio’s intensief. Elk kind tijdig passende hulp De jeugdbeschermingsregio’s Friesland en Overijssel zijn er grotendeels in geslaagd om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig van passende hulp te voorzien. De inspecties sluiten het toezichttraject op deze norm in deze regio’s af.

Pagina 5 van 48

De jeugdbeschermingsregio’s Gelderland, Groningen & Drenthe, Limburg, Utrecht & Flevoland en Zeeland, zijn er niet in geslaagd om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig van passende hulp te voorzien. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. De jeugdbeschermingsregio’s Brabant, Noord-Holland/Amsterdam, Rijnmond, Zuid West zijn er niet in geslaagd om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig van passende hulp te voorzien. De inspecties hebben niet voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties zullen hiertoe in deze regio’s verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten. Daarmee intensiveren de inspecties hun activiteiten in deze regio’s. Intensief toezicht en nauw contact met de betrokken regio’s moet eraan bijdragen dat op korte termijn, alsnog elk kind met een beschermingsmaatregel tijdig passende hulp krijgt.

De betrokken regio’s delen het nut en de noodzaak van extra maatregelen en zullen hun inspanningen de komende periode kracht bij zetten. Aanbevelingen Dit rapport en de elf afzonderlijke regiorapporten bevatten aanbevelingen aan de jeugdbeschermingsregio’s waarin de gemeenten, GI’s, zorgaanbieders en lokale teams samenwerken. Daarnaast doen de inspecties aanbevelingen aan het Rijk. Deze richten zich op het in beeld brengen van vraag en aanbod en vervolgens op de garantie van een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdbescherming, jeugdreclassering en specialistische jeugdhulp voor jeugdigen met een maatregel.

Pagina 6 van 48

Inhoud

Voorwoord Samenvatting Inhoud 1 1.1 1.2

Inleiding Voorgeschiedenis Dit onderzoek

8 8 9

2 2.1 2.2

Kinderen en ouders in de jeugdbescherming Waarom is tijdig passende hulp voor hen noodzakelijk? Wat is nodig om de ontwikkelingsbedreiging/recidiverisico af te wenden?

12 12 14

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2

Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer en een gedragen koers Grote stappen gezet … … maar kwetsbaarheid blijft Werken met ‘de minimale variant’ Verloop en verzuim

15 16 19 19 19

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1

21 23 23 24 26

4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5

Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp De doorbraakaanpak Successen van de doorbraakaanpak Knelpunten doorbraakaanpak Structurele problemen Onvoldoende residentieel hulpaanbod voor jeugdigen met de meest complexe problemen Onvoldoende specialistisch ambulant (GGZ) hulpaanbod : wachtlijsten Onvoldoende bovenregionale samenwerking Knelpunten in de toeleiding naar passende hulp Knelpunten bij zorgaanbieders

5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.2

Conclusies en aanbevelingen Conclusies 30 Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer en een gedragen koers Elk kind met een maatregel tijdig passende hulp Aanbevelingen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

26 26 27 28 29 30 30 31 32

Overzicht bevindingen per regio Overzicht bevindingen per regio Gecertificeerde instellingen werkend in meerdere regio’s Samenvattingen per jeugdbeschermingsregio Gehanteerde normen

Pagina 7 van 48

1

Inleiding

Jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn te beschouwen als de intensive care van de samenleving voor de meest kwetsbare kinderen. Wanneer de ontwikkeling van een jeugdige ernstig bedreigd wordt en een afname van de bedreiging niet van de grond komt, krijgen gezinnen te maken met jeugdbescherming. De overheid zet na de uitspraak van de kinderrechter een jeugdbeschermer naast de ouder(s). De jeugdbeschermer heeft beperkt de tijd om in gedeelde verantwoordelijkheid met de gezaghebbende ouders de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige af te wenden. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het nodig dat de hulp zonder vertraging wordt ingezet. Het is niet acceptabel dat deze beperkte tijd, waarin de overheid direct ingrijpt in de verantwoordelijkheid van ouders, wordt gevuld met wachten. Wachten verergert de problematiek en beperkt de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de juiste stappen te zetten om tot verbetering van de situatie te komen. 1.1

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

Voorgeschiedenis In het najaar van 2019 oordeelden de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de inspecties) in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties stelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd te beschermen. Daarnaast constateerden zij dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond door structurele problemen zoals personeelsverloop bij de jeugdbescherming, financiële tekorten en wachttijden voor passende hulp. De inspecties vroegen om directe actie die zou leiden tot hulp zonder vertraging voor kwetsbare kinderen. Hierop zetten de inspecties een intensief toezicht traject in. In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen.

De inspecties zagen dat er voor de lange termijn een positieve beweging in gang was gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat er onvoldoende was gebeurd voor de kinderen die nu een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel hebben en nog geen hulp krijgen. Om die reden vroegen de inspecties aan de jeugdbeschermingsregio’s om, samen met de gecertificeerde instellingen, zorgaanbieders, lokale teams en gemeenten om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbeschermings- of reclasseringsmaatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte doorbraakaanpak.

Pagina 8 van 48

Deze doorbraakaanpak moest leiden tot tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel, een tijdig uitgezette gedragen koers en een tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. Daarmee geeft de jeugdbeschermer op een adequate manier invulling aan de maatregel die de rechter heeft uitgesproken. 1.2

Dit onderzoek Monitoring Van oktober 2020 tot en met februari 2021 monitorden de inspecties de doorbraakaanpak van elke jeugdbeschermingsregio door frequent gesprekken te voeren met door de regio aangewezen contactpersonen. Aanvullend zijn andere onderzoeksactiviteiten ingezet. In Zeeland voerden de inspecties bijvoorbeeld tussentijds een verdiepende praktijktoets uit wegens de (beoogde) beëindiging van het contract met de gecertificeerde instelling Intervence. Verdiepende praktijktoets In maart 2021 hebben de inspecties tijdens de verdiepende praktijktoets getoetst of kinderen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp hebben. Dit is gedaan door middel van dossiertoetsen en gesprekken met kinderen, ouders en jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders. Aanvullend en op maat hebben de inspecties in een aantal regio’s gesprekken gevoerd met jeugdhulpregio’s en/of zorgaanbieders. De normen waarop de inspecties hebben getoetst staan in bijlage 5. In dit rapport staan de geaggregeerde resultaten en conclusies van de monitoring en de verdiepende praktijktoetsen in de regio’s.

In dit rapport gebruiken de inspecties deze begrippen: Accounthoudende regio: Voor elke gecertificeerde instelling is binnen de jeugdbeschermingsregio een accounthoudende jeugdhulpregio aangewezen die naar andere jeugdhulpregio’s acteert bij risico’s van discontinuïteit. Gecertificeerde instelling (GI): Nederland kent 15 gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Dit zijn de bevoegde instanties voor het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De opdracht aan de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering op basis van de Jeugdwet is om te bepalen welke hulp het kind nodig heeft om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. De in te zetten hulp moet verantwoord zijn, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. Jeugdhulpregio: In 2015 is de jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten. Een aantal vormen van jeugdhulp kan niet op gemeentelijk niveau uitgevoerd worden wegens de benodigde deskundigheid, de beperkte omvang van sommige doelgroepen en de schaal waarop sommige gespecialiseerde voorzieningen zijn

Pagina 9 van 48

georganiseerd. Daarom zijn er jeugdhulpregio’s, waarbinnen gemeenten gezamenlijk hulp organiseren. Jeugdbeschermingsregio: De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies. In Noord- en Zuid-Holland zijn twee regionale gecertificeerde instellingen werkzaam. Lokale teams: Wijkteams of jeugdteams die een rol spelen bij het toeleiden van inwoners naar verschillende vormen van hulp, waaronder jeugdhulp. Lokale teams bieden in veel gemeenten ook zelf laagdrempelige hulp. Zorgaanbieders: Aanbieders van (specialistische) jeugdhulp, zoals jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ en hulp aan jeugdigen met een licht verstandelijke beperking.

Pagina 10 van 48

Dit is een kaart van Nederland met daarin aangegeven de elf jeugdbeschermingsregio’s: Friesland, Groningen/Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht/Flevoland, NoordHolland/Amsterdam, Zuid-West, Rijnmond, Zeeland, Brabant en Limburg.

Pagina 11 van 48

2

Kinderen en ouders in de jeugdbescherming

De inspecties spraken met ouders, jeugdigen en jeugdbeschermers en bekeken vele dossiers. In totaal hebben de inspecties zicht gekregen op de situatie van 400 jeugdigen en gezinnen met een maatregel. Kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Hun ouders zijn (tijdelijk of structureel) niet in staat om hen de bescherming of begeleiding te bieden die nodig is om gezond en veilig te kunnen opgroeien. Het lukt ook niet met steun van het sociale netwerk en met vrijwillige hulpverlening. Pas als alle mogelijkheden in het vrijwillig kader zijn uitgeput, komt het tot een kinderbeschermingsmaatregel, nadat ook de kinderrechter heeft bepaald dat hulp in het vrijwillig kader ontoereikend is gebleken en er geen afdoende alternatieven meer zijn. De overheid draagt de verantwoordelijkheid om deze kinderen zonder vertraging te beschermen tegen de bedreigingen in hun gezonde en veilige ontwikkeling, omdat ouders dit niet kunnen of omdat zij zelf de bedreiging vormen. Het gaat ook om jeugdigen met een jeugdreclasseringsmaatregel. Ook de problematiek van deze kinderen en hun ouders is vaak complex, waardoor deze kinderen dringend zorg en ondersteuning nodig hebben. Hiertoe legt een kinderrechter een jeugdige een jeugdreclasseringsmaatregel op.

De overheid draagt de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van deze jeugdige, gericht op het voorkomen van recidive, de re-integratie en het borgen van de veiligheid van de jeugdige en zijn omgeving. 2.1

Waarom is tijdig passende hulp voor hen noodzakelijk? De urgentie om in te grijpen in een gezin is groot op het moment dat de kinderrechter een jeugdbeschermingsmaatregel uitspreekt. De overheid grijpt in de privélevens van deze gezinnen in om de ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen op te heffen, respectievelijk te voorkomen dat een jeugdige recidiveert in zijn strafbare gedrag. Deze urgentie maakt het noodzakelijk dat een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel integraal, deskundig en zonder vertraging wordt uitgevoerd. De noodzakelijke hulp moet onmiddellijk kunnen starten zodat concreet zicht is op verbetering. De opsomming in het kader hiernaast laat zich lezen als afzonderlijke casuïstiek. Maar de baby die in deze belaste omstandigheden wordt geboren, is zonder tijdige inzet van de juiste hulp aan zijn ouders en voor hemzelf een paar jaar later mogelijk het kind van 8 met forse trauma’s en gedragsproblemen. Het kind van 8 met forse trauma’s en gedragsproblemen, dat als gevolg van de eigen problematiek en die van haar ouder niet meer thuis kan wonen, loopt zonder passende plek het risico om verder in de tijd af te glijden naar criminaliteit, verslaving, wordt mogelijk loverboyslachtoffer of komt bij zware specialistische zorgvormen terecht.

In veel gevallen zien de inspecties in de onderzochte casuïstiek terug dat ouders zelf ook een belast verleden of een geschiedenis in de jeugdzorg hebben.

Pagina 12 van 48

Voorbeelden kinderen en ouders met een kinderbeschermings- of jeugd reclasseringsmaatregel   

   

  

     

    

   

 

P. is vijf maanden oud en heeft ouders met ernstige psychiatrische problemen. Tijdens ruzies zijn zij soms gewelddadig. K. is een baby van acht maanden, zijn beide ouders zijn verslaafd aan drugs. B. is een peuter van 13 maanden, ze is uithuisgeplaatst, omdat haar ouders veel drank en drugs gebruiken. Ze was getuige van heftige ruzies. Ouders willen geen afspraken maken met hulpverleners. I. is een peuter van 2 jaar. Door kindermishandeling heeft ze kale plekken op haar hoofd en blauwe plekken op haar lichaam. De ouders van J. hebben veel meegemaakt. Hier kunnen ze niet goed mee omgaan. Hun relatie is gewelddadig. C. is 4 jaar. Zijn moeder is in het buitenland en zijn vader mishandelt hem. N. is 4 jaar. Hij heeft last van de scheiding van zijn ouders. N. laat zorgelijk gedrag op school zien en vraagt of hij in een ander gezin mag wonen. Zijn moeder heeft N. een jaar geleden bij vader afgezet en hem langere tijd niet gezien. Zijn vader heeft ernstige psychische problemen. Q. is 5 jaar en woont bij haar moeder. Haar moeder heeft veel nare dingen meegemaakt. Q. heeft gezien dat haar moeder seksueel werd misbruikt en geslagen. M., S. en E. zijn drie jonge kinderen, die meerdere situaties van huiselijke geweld meemaakten. Ze hebben al op zeven plekken gewoond. F. is 10 jaar, haar moeder is slachtoffer van de toeslagenaffaire. Beiden hebben last van psychische problemen.

Er zijn financiële problemen en daarmee samenhangende problemen, zoals een dreigende huisuitzetting. D. van 9 en S. van 10 jaar, zitten knel in de complexe scheiding van hun ouders. Ouders geven beide geen toestemming voor start van hulp of woonplek bij de andere ouder. De ouders van H. zitten in een zeer complexe scheiding. Omdat de vader van H. erg agressief is, draagt zijn moeder een aware knop Door haar (verslavings-)problematiek heeft de moeder van de elfjarige G. hem ernstig verwaarloosd. Het oudste kind Z. van 14, in een gezin van drie kinderen laat steeds meer zorgelijk gedrag zien (verslaving, criminaliteit). K. is een jongen van 12 jaar. Hij woont al langere tijd bij oma, maar oma kan de zorg niet meer aan. De problemen van K. vragen om specialistische behandeling. P. is een jongen van 12 jaar. P. zit klem tussen ouders door de complexe scheiding. P. heeft aangegeven niet meer te willen leven, de ouders worden het niet eens over behandeling van P. Y. is een meisje van 13 met een trauma. Zij is zeer seksueel grensoverschrijdend binnen haar gezin en naar andere kinderen. S. is een meisje van 14 met psychische problemen. Ze beschadigt zichzelf. Haar ouders mijden de zorg, waardoor S. buiten beeld en uit zorg blijft. M. is een jongen van 14. Hij is dader van een zedendelict en uithuisgeplaatst. Er zijn grote zorgen over alle aspecten van zijn ontwikkeling. F.

is 15 jaar en heeft een succesvolle behandeling in de JeugdzorgPlus achter de rug. Er is geen vervolgplek voor haar beschikbaar. B. is een jongen van 15 jaar. Hij is als kind mishandeld en heeft situaties met huiselijk geweld meegemaakt. B. ‘loopt over zijn ouders heen’ en laat zelfbepalend gedrag zien. B. heeft op wacht heeft gestaan bij beroving. R. is 16 jaar en slachtoffer van een loverboy. J. is een autistische jongen van 16 jaar die drugs gebruikt en verzuimt van school. J. is veroordeeld voor diefstal met geweld tegen personen. V. is een jongen van 16 en zeer agressief in zijn gezin. V. is uit huis geplaatst. L. is een meisje van 16 met een combinatie van complexe problemen en een geschiedenis in instellingen. Ze verblijft herhaaldelijk op de Zeer intensieve kortdurende observatie en stabilisatie afdeling (ZIKOS) van de JeugdzorgPlus . D. is een jongen van 17, lange hulpverleningsgeschiedenis, woonde vijf jaar op groepen. Er is geen vervolgplek voor hem. M. is een jongen 17 jaar, verdacht van poging tot doodslag.

Pagina 13 van 48

2.2

Wat is nodig om de ontwikkelingsbedreiging/recidiverisico af te wenden? Om de ontwikkelingsbedreiging of het recidiverisico af te wenden zijn deskundige jeugdbeschermers nodig. De vaardigheden van jeugdbeschermers moeten divers zijn om die jeugdigen en ouders die niet open staan voor hulp, hier tóch toe te bewegen en gemotiveerd te houden, ook als die hulp niet direct beschikbaar is. Jeugdbeschermers zetten hun bevoegdheden pas in wanneer dit echt nodig is. Het is van belang dat jeugdbeschermers direct na het uitspreken van de maatregel aan het werk kunnen met het gezin. En dat zij tijd en professionele ruimte hebben om met ouders en jeugdige aan de slag te gaan om vervolgens een goede inschatting te kunnen maken welke hulp het beste aansluit en zal helpen. De jeugdbeschermer heeft daarnaast ook tijd en ruimte nodig voor overleg met de gemeente, school, netwerk, specialisten en het lokale veld over wat nodig en mogelijk is. Nadat duidelijk is welke hulp nodig is voor het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging of het verminderen van recidiverisico, moet deze zonder vertraging kunnen worden ingezet.

Pagina 14 van 48

3

Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer en een gedragen koers Feiten en cijfers - Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer Cijfers CBS Volgens de voorlopige cijfers van het CBS zijn in 2020 10.310 jeugdigen ingestroomd in de jeugdbescherming (OTS en voogdij). In 2020 zijn volgens het CBS 5.015 jeugdigen ingestroomd in de jeugdreclassering. Cijfers verdiepende praktijktoets Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer De inspecties hebben voor 354 jeugdigen beoordeeld of zij tijdig een jeugdbeschermer toegewezen hebben gekregen. Dit was voor 307 jeugdigen gelukt (87%). De inspecties hebben voor 400 jeugdigen beoordeeld of zij een vaste jeugdbeschermer hebben. Dit was het geval voor 367 jeugdigen (92%). Geëxtrapoleerd naar 2020 zou betekenen dat bijna 2.000 jeugdigen waarvan de maatregel in 2020 is gestart niet tijdig een vaste jeugdbeschermer hebben gekregen. Zo’n 1.400 jeugdigen hebben in 2020 in de eerste maanden van de uitvoering van de maatregel met meer dan één wisseling van de jeugdbeschermer of jeugdreclasseerder te maken gehad, of zijn bij uitval van de jeugdbeschermer ondergebracht bij de bureaudienst of wachtlijstbeheer. Hierbij merken de inspecties op dat zij voor het overgrote deel zaken hebben getoetst die zijn gestart in de periode augustus 2020 – januari 2021 en geen voogdijzaken hebben onderzocht.

Bij langer lopende zaken zijn vaak veel verschillende jeugdbeschermers betrokken, zowel in het kader van preventieve jeugdbescherming als bij de uitvoering van een maatregel. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van personeelsverloop en verzuim. Elk kind tijdig een gedragen koers De inspecties hebben voor 283 jeugdigen beoordeeld of voor hen een koers is uitgezet. Dit was voor 262 jeugdigen gelukt (93%). De inspecties hebben voor 258 jeugdigen beoordeeld of de koers tijdig was. Dit was voor 230 jeugdigen gelukt (89%). De inspecties hebben voor 278 jeugdigen beoordeeld of de koers gedragen was. Dit is voor 249 jeugdigen gelukt (90%). Geëxtrapoleerd naar heel 2020 zou dit betekenen dat bijna 1.700 jeugdigen waarvan de maatregel in 2020 is gestart niet tijdig een gedragen koers hebben gekregen.

Pagina 15 van 48

De feiten en cijfers per regio staan in de afzonderlijke regiorapporten.

Deze kaart van Nederland gaat over de normen ‘Elk kind tijdig een vaste jeugdbeschermer’ en ‘Elk kind tijdig een gedragen koers’. In de jeugdbeschermingsregio’s Friesland, Groningen/Drenthe, Overijssel, Utrecht/Flevoland, Amsterdam, Rijnmond, Zeeland en Limburg sluiten de inspecties het toezichttraject wat deze normen betreft af. In de regio’s Brabant, Noord-Holland en Gelderland voeren de inspecties een bestuurlijk gesprek met respectievelijk Jeugdbescherming Brabant, De Jeugd- en Gezinsbeschermers en Jeugdbescherming Gelderland. Ook met het Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering volgt een bestuurlijk gesprek. Afhankelijk van de uitkomsten van het gesprek bepalen de inspecties het vervolg. In de regio Zeeland vind er vanuit de inspecties intensief toezicht plaats.

Bijlage 1 bevat een overzicht van de conclusies per regio. Bijlage 3 bevat een samenvatting van de bevindingen van de landelijk werkende instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering: Briedis, Jeugd Veilig Verder, Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering en de William Schrikker Stichting. Bijlage 4 bevat een samenvatting van de bevindingen per regio.

Pagina 16 van 48

3.1

Grote stappen gezet …. Sinds 2019 is er veel verbeterd bij de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering en daarom heen. De inspecties zien dat een aantal regio’s heeft geïnvesteerd in de samenwerking rond en inrichting van jeugdbescherming en jeugdreclassering, waardoor de meeste GI’s erin slagen om tijdig een vaste jeugdbeschermer in te zetten voor jeugdigen met een maatregel. Zelfs al is de bezetting krap, en werkt de GI met een instroomteam of met wachtlijstbeheer, dan nog slagen jeugdbeschermers er vaak in om tijdig een gedragen koers uit te zetten met de jeugdige en zijn gezin. Jeugdbeschermers zetten zich – ondanks de ervaren langdurig hoge werkdruk – hier volop voor in. Jeugdbeschermers geven mooie voorbeelden van de manier waarop zij inzicht krijgen in eventuele weerstand bij ouders en kinderen en hoe ze deze weerstand weten om te vormen tot een positieve, samenwerkende houding. Ook vertellen ze hoe ze het gezin motiveren tot het bereiken van een doel, al dan niet met de inzet van hulpverlening.? Een tijdige start van de maatregel met een deskundige jeugdbeschermer die luistert naar het gezin, maar ook grenzen stelt, helpt om een gedragen plan op te stellen. In de praktijk zagen de inspecties dat zo’n snelle start en laagdrempelig contact ook helpt om ouders en jeugdigen gemotiveerd te krijgen en te houden voor het traject.

GI’s hebben in een aantal regio’s geïnvesteerd in het werven van personeel en in het behoud van de huidige medewerkers. GI’s hebben inwerkprogramma’s voor nieuwe medewerkers, intervisie groepen en bieden deskundigheidsbevordering. Van bestuurders hoorden de inspecties dat ze het belangrijk vinden dat jeugdbeschermers weer trots kunnen zijn op hun werk. Het beroep van jeugdbeschermer is een vak dat veel van de professional vraagt. Daar moet de werkgever aandacht voor hebben en regelmatig bij stil staan. Het werk is intensief, soms zwaar, maar het is ook leuk, mooi en dankbaar werk, dat maatschappelijke waardering verdient.

Aandachtpunt: spreken met kinderen De inspecties zien dat jeugdbeschermers niet altijd met de kinderen spreken. Als een kind erg jong is of niet kán spreken, is dit navolgbaar. Jeugdbeschermers kiezen er soms ook voor om een kind niet te spreken omdat dit te belastend voor het kind zou zijn, of omdat andere professionals al met het kind spreken. De inspecties vinden dat er nooit een goede reden is het kind niet te spreken, zeker bij ingrijpende beslissingen over het kind, zoals bijvoorbeeld een uithuisplaatsing. De inspecties verwachten dat jeugdbeschermers altijd zoeken naar manieren om de ‘stem van het kind’ een plek te geven in hun overwegingen. Een heel klein kind hoeft niet geïnterviewd te worden, maar kan misschien in de ruimte waar de ouders een gesprek hebben in een hoekje spelen. Aanwezigheid bij gesprekken is bijna altijd mogelijk en voor kinderen belangrijk in het proces. De jeugdbeschermer kan het kind helpen om te begrijpen wat er gebeurt en om iets van de situatie te mogen vinden. Het gevoel van controle, regie en inspraak waar dat mogelijk is, is voor kinderen belangrijk om ingrijpende stappen als een uithuisplaatsing te kunnen verwerken.

Pagina 17 van 48

Goede voorbeelden 

Jeugdbeschermingsregio Overijssel heeft Jeugdbescherming Overijssel (JbOV) voldoende financiële ruimte geboden door tarieven volgens de benchmark te hanteren, zodat JbOV kan voldoen aan de wettelijke taken en in staat is om voldoende medewerkers te werven. JbOV heeft een doorlopende vacature voor nieuwe jeugdbeschermers, zodat verzuim of verloop snel opgevangen wordt. De mensen ‘op de bank’ krijgen een training en volgen het inwerkprogramma. Ze zijn meteen inzetbaar wanneer dat nodig is.

Bureau Jeugdzorg Limburg (BJZ Limburg), JbOV, Samen Veilig Midden Nederland (SVMN), Jeugdbescherming Regio Rijnmond (JBRR) sturen op de processen en op tijdigheid. Jeugdbeschermers ervaren dit als ondersteunend, ook in hun relatie met jeugdigen, ouders en ketenpartners brengt dit voorspelbaarheid en structuur.

GI’s werken met een inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers. Ondanks de vaak hoge werkdruk en krappe budgetten, maken zij tijd vrij om nieuwe medewerkers goed in te werken en te begeleiden. Ook medewerkers die lang in dienst zijn, hebben mogelijkheden om te reflecteren op het werk en om elkaar te ontmoeten.

JB Gelderland, JBRR, JbOV en Jeugdbescherming west (JBw) bieden jeugdbeschermers de mogelijkheid om met een dubbele bezetting te werken in het kader van het inwerkprogramma of bij zeer complexe casussen.

JBRR werkt met systeemgerichte teamtafels die kort na de zitting plaatsvinden. Bij deze teamtafel zijn het gezin, de jeugdbeschermer, het lokale team en eventuele andere betrokkenen aanwezig om gezamenlijk de koers uit te zetten. Het lukt met een enkele uitzondering om gezinnen aan tafel te krijgen, kennis te maken en al te starten met het uitzetten van een plan om te komen tot passende hulp. Ook ouders in een complexe scheiding komen aan tafel. Dit is opvallend, omdat het in veel delen van het land niet lukt.

Een aantal GI’s slaagt erin om de vaste jeugdbeschermer naar de zitting te laten gaan waar de maatregel over een jeugdige wordt uitgesproken, zodat zij direct kennis kunnen maken met het gezin en de volgende stappen met hen kunnen doornemen.

Pagina 18 van 48

3.2

… maar kwetsbaarheid blijft Naast deze positieve ontwikkelingen en mooie voorbeelden zien de inspecties dat de vitale functie van jeugdbescherming zeer kwetsbaar blijft. Op een intensive care is altijd beschikbare ruimte nodig, altijd ook lege bedden voor onverwacht snelle instroom. Voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel mag worden verwacht dat er altijd een jeugdbeschermer beschikbaar is die meteen met hen en met hun gezin aan het werk kan. Niet alle regio’s slagen hierin. In het signalement Jeugdbeschermingsketen in gevaar uit 2019 signaleerden de inspecties dat de kwaliteit en de tijdigheid van de bescherming van een kind dat ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd mede afhankelijk is van de lokale context. Er is ongelijkheid in de bescherming van het kind, afhankelijk van waar hij woont. Deze ongelijkheid tekent zich ook in dit onderzoek van de inspecties af.

3.2.1

Werken met ‘de minimale variant’ Om een jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregel kwalitatief goed en tijdig uit te voeren, heeft een GI nodig dat het personeelsbestand op orde is en ruimte biedt voor onvoorziene situaties. Daarnaast is het belangrijk dat een GI kan investeren in de deskundigheid en het werkplezier van hun medewerkers. Dit vraagt (financiële) bewegingsruimte bij de GI. De meeste GI’s hebben deze bewegingsruimte en overcapaciteit niet. Zodra er een verhoogde instroom is, zijn er moeilijkheden om deze kinderen van een jeugdbeschermer te voorzien. Negen GI’s werkten op het moment van de praktijktoets hierdoor met wachtlijstbeheer, instroomteams, verdeellijsten, of ‘beperkt hulpaanbod’. De inspecties beoordelen het werken met deze ‘minimale varianten’ als niet wenselijk. Het doet geen recht aan de urgentie van de jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties hebben het werken met een ‘minimale variant’ in dit toezicht wel als voldoende beoordeeld, als de jeugdbeschermer daadwerkelijk met het gezin aan de slag gaat, in contact is met het gezin en samen met hen werkt aan een gedragen koers.

Briedis, Jeugdbescherming Brabant, Jeugdbescherming Gelderland, De Jeugd- en Gezinsbeschermers, en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering zijn er met de jeugdhulpregio’s niet in geslaagd om samen voorwaarden te creëren waardoor elke jeugdige met een maatregel en hun ouders tijdig een jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers heeft. In Zeeland en Brabant is de situatie na de praktijktoets verder verslechterd als gevolg van het faillissement van Briedis, de beëindiging van het contract van de Zeeuwse gemeenten met Intervence en een tijdelijke opnamestop bij JB Brabant en de William Schrikker Stichting.

3.2.2

Verloop en verzuim Het verloop onder jeugdbeschermers blijft hoog en het gevolg hiervan is dat gezinnen tijdens een traject vaak te maken krijgen met een of meer wisselingen van jeugdbeschermer. In 2019 benoemden de inspecties als oorzaken de hoge werkdruk, de inzet van nieuwe, onervaren medewerkers die nog niet zijn toegerust voor hun taak, in combinatie met de krappe arbeidsmarkt die het mogelijk maakt om elders aan de slag te gaan met en lagere werkdruk en betere arbeidsvoorwaarden. Die factoren voor verloop en verzuim zijn onveranderd, hoewel er een (tijdelijke) verbetering was te zien tijdens de coronacrisis. Het beroep van jeugdbeschermer is veelzijdig en vraagt veel van een medewerker. De aard van het werk van een jeugdbeschermer vraagt om goed toegeruste, ervaren en deskundige professionals. De problematiek in de gezinnen is meestal Pagina 19 van 48

ingewikkeld en er zijn regelmatig problemen op verschillende leefgebieden. Het kan gaan om psychiatrie, maatschappelijke problemen en complexe opvoedsituaties. Een jeugdbeschermer heeft vaardigheden nodig om zowel met een volwassene als een kind het gesprek te kunnen voeren. Tot slot is er ook sprake van een complex stelsel waarbinnen de jeugdbeschermer invulling moet geven aan de maatregel, waarbij gemeenten en regio’s direct of indirect vanuit hun eigen perspectief en visie invloed uitoefenen op de uitvoering van de jeugdbescherming. Voor een startende jeugdbeschermer kan deze complexiteit en verantwoordelijkheid te groot zijn. Ook ervaren jeugdbeschermers houden het niet altijd vol om langdurig met deze hoge werkdruk en grote verantwoordelijkheid om te gaan. De druk is hoog en de beloning is vaak gelijk aan een soortgelijke baan die minder intensief is. Voor jeugdbeschermers is dit te vaak de reden om naar een ander onderdeel van de jeugdhulpverlening over te stappen. Er zijn ook ervaren jeugdbeschermers die zo opbranden dat ze de hulpverlening helemaal de rug toekeren. Met een vertrekkende medewerker verliest de GI kennis, ervaring en expertise die deze medewerker heeft opgedaan en in kon zetten. Onervaren medewerkers kunnen het gat van een ervaren medewerker niet meteen vullen.

Het risico bij schaarste aan personeel is dat een GI teveel van een onervaren medewerker vraagt en dat er minder tijd is om een onervaren medewerker goed te begeleiden.

Pagina 20 van 48

4

Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp

Grote, structurele problemen maken het voor jeugdbeschermers, zorgaanbieders en gemeenten moeilijk, en soms onmogelijk om voor een kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende (specialistische) hulp in te zetten. Het individuele kind, dat ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en waarvoor de overheid verantwoordelijkheid draagt, mag niet de dupe zijn van deze structurele problemen. Dat is precies de reden waarom de inspecties om een actiegerichte doorbraakaanpak hebben gevraagd. Deze doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat de jeugdbeschermingsmaatregel effectief kan zijn ondanks deze structurele problemen. De inspecties hebben getoetst of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp krijgt. Geen enkele regio is hier volledig in geslaagd. Op het punt van de tijdige inzet van passende hulp zijn grote regionale verschillen te zien. In verschillende regio’s zijn met de doorbraakaanpak in de jeugdbeschermingsregio’s wel belangrijke stappen gezet. Dit hoofdstuk besteedt aandacht aan succesfactoren waarmee regio’s van elkaar kunnen leren en hun aanpak kunnen aanscherpen. Het hoofdstuk gaat ook in op de belemmeringen bij het uitvoeren van de doorbraakaanpak, waaronder de bestaande structurele problemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=1f80c888-b1db-42ac-b958-b8857a1989fa