CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E21 uitspraak in het beroep st. Islamitische Basisonderwijs Amsterdam versus de gemeente Velsen.pdf

Raadsvergadering 29 maart 2022, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken5.616 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE VELSEN

Collegebericht Weeknummer:

Datum vergadering

22-3-2022

Ambtenaar

R. van Veen

Zaaknummer

32607-2022

Telefoonnr.

0255 567641, 06-4164 4982

Portefeuillehouder(s)

M. Steijn

E-mailadres

rvanveen@velsen.nl

Bijlagen

1

Onderwerp: uitspraak in het beroep st. Islamitische Basisonderwijs Amsterdam versus de gemeente Velsen

Geachte leden van de raad,

Per brief en e-mail van 29 januari 2021 heeft de Stichting Islamitische Basisschool (hierna st. IBA) een gewijzigd verzoek ingediend tot het opnemen van een islamitische basisschool in het plan van scholen voor 2022-2025 van de gemeente Velsen. Op 23 juni 2021 heeft de gemeenteraad besloten, net als bij de eerste aanvraag in 2020, de door de st. IBA gevraagde basisschool niet op te nemen in het plan van scholen. Hiertegen heeft de st. IBA bij brief van 11 augustus 2021 administratief beroep ingesteld bij de Minister van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. Op 9 november 2021 heeft hierover de hoorzitting plaatsgevonden. Uitspraak Bij brief van 28 februari 2022, ingeboekt 4 maart 2022, is de beslissing van de Minister op het beroep ontvangen. De Minister verklaart, net als in 2020, het door de st. IBA ingediende administratief beroep ongegrond, omdat het niet aannemelijk is dat de door st. IBA verlangde islamitische basisschool in Velsen zal worden bezocht door het wettelijk vereiste aantal leerlingen. Cruciaal bleek het feit dat het schoolbestuur een ondeugdelijke leerlingenprognose had overgelegd. Het staat het bestuur van de st. IBA vrij om beroep in te stellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen

1—

GcMEENTE velsen

- h M 2022 INGEK NR DocInfo

w •iii-

Dienst Uitvoering Onderwijs Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

> Retouradres Postbus 30205 2500 GE Oen Haag

Gemeente Velsen De heer R. van Veen Dudokplein 1 1971 EN IJMUIDEN

k-

Contactpersoon B.M.C. Heling-Oemeulenaere T 06 11531942

E brunh{lde.heling@>duo.nl Onze referentie BC2100217/4

Uw referentie

2021140VAY Zaaknummer BC2100217

Datum 28 februari 2022 Betreft Beslissing op administratief beroep Gelieve bij correspondentie zaaknummer: BC2100217 te vermelden.

Geachte heer Van Veen,

Op verzoek van mevrouw mr. E.M. van Mil zend ik u hierbij een afschrift van de beslissing op het administratief beroep van de Stichting Islamitische Basisonderwijs Amsterdam. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, namens deze, juridisch medewerker.

Mevr. B.M.C. Heling-Demeulenaere

g o r>

s

Pagina 1 van 1

lii'

Dienst Uitvoering Onderwijs Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

> Retouradres Postbus 30205 2500 GE Den Haag

stichting Islamitisch Basisonderwijs Amsterdam p/a Cascade Advocaten mw. mr. A. Yandere Postbus 95300 2509 CH 'S-GRAVENHAGE

Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag

www.duo.nl/zakelijk/oneens-metduo

Contactpersoon mw. mr. E.M. van Mil

T 0621334999

E Eefje.vanMil@duo.nl Onze referentie BC2100217/1

Uw referentie

2021140VAY

Datum

Zaaknummer BC2100217

2 5 FEB. 2022

Betreft Beslissing op administratief beroep

Geacht bestuur, Bij brief van 26 januari 2021 hebt u een verzoek Ingediend tot het opnemen van een islamitische basisschool in het plan van scholen van de gemeente Velsen. De gewenste vestigingsplaats is IJmuiden. Bij brief van 26 februari 2021 heeft de gemeente u om aanvulling van het verzoek gevraagd. Bij brief van 30 maart 2021 hebt u uw verzoek aangevuld met de richting van de school, het voedingsgebied, de gewenste plaats van vestiging, de voorgestelde datum van bekostiging en de prognose van het te verwachten aantal leerlingen en het belangstellingspercentage voor het basisonderwijs op islamitische grondslag in een vergelijkbare gemeente.

In reactie hierop heeft de gemeente Velsen u in de gelegenheid gesteld uw prognose aan te passen. Hiervan hebt u gebruik gemaakt. De laatst ingediende prognose ligt ten grondslag aan het raadsbesluit van de gemeente. Op 23 juni 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Velsen besloten de door u gevraagde basisschool niet op te nemen In het plan van scholen.

Hiertegen hebt u bij brief van 10 augustus 2021 administratief beroep ingesteld. Bij brief van 21 september 2021 heeft de gemeente Velsen een verweerschrift Ingediend. Op 9 november 2021 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. Van de zijde van uw stichting waren mw. mr. A. Yandere en de heer O. Abdelmalek aanwezig.

Sn

Pagina 1 van 11

Namens de gemeente Velsen waren de heer R. van Veen en de heer W. Kleinbruinink aanwezig. Bij e-mail van 30 november 2021 heeft de gemeente Velsen op mijn verzoek in het dossier ontbrekende informatie inzake de communicatie tussen u en de gemeente over de indiening van een correcte leerlingprognose toegezonden. Deze e-mail is u toegezonden. Op 28 januari 2022 hebt u mij een nadere toelichting van Pronexus in relatie tot de ontwikkelingen in de woningvoorraad toegezonden. Omdat de beslissing op het administratief beroep op dat moment nog niet afgerond was, heb ik deze aanvulling van de beroepsgronden geaccepteerd en meegenomen in de besluitvorming. Wel heb ik de gemeente in de gelegenheid gesteld op het document te reageren. Dit heeft zij bij e-mail van 10 februari 2022 gedaan.

Met deze brief wordt op uw administratief beroep beslist.

Besluit Ik verklaar uw administratief beroep ongegrond, omdat het niet aannemelijk is dat de door u verlangde islamitische basisschool in Velsen zal worden bezocht door het wettelijk vereiste aantal leerlingen. Gronden van uw beroep U voert aan dat de gemeente Velsen in haar overwegingen ten onrechte gebruik maakt van een deelnamepercentage van 86,2%. U bent van mening dat het standpunt van de gemeenteraad niet conform de regeling modelprognose primair onderwijs 2013 (hierna: de Regeling modelprognose) is. Volgens de Regeling modelprognose ziet het deelnamepercentage namelijk op dat deel van de basisgeneratie dat daadwerkelijk basisonderwijs zal volgen. De aftrek van 5% heeft betrekking op het aandeel dat speciaal onderwijs zal volgen en niet eveneens op het aandeel dat buiten de gemeente basisonderwijs volgt. Volgens de Regeling modelprognose is het deelnamepercentage in de regel 95%. De gemeenteraad heeft op basis van de Regeling modelprognose volgens u geen bevoegdheid om het deelnamepercentage naar beneden bij te stellen.

Verweer gemeente Velsen De gemeente merkt op dat naar haar mening zij een lager deelnamepercentage kan en mag hanteren, als zij dit kan onderbouwen, omdat de Regeling modelprognose spreekt van 95% als een soort landelijk gemiddelde. Velsen is een van de gemeenten die volgens haar structureel een lager gemiddelde aan deelname kent. Het deelnamepercentage schommelt volgens de gemeente al jaren tussen 85% en de 89%. Dat in Nederland als geheel het deelnamepercentage in het basisonderwijs 95% is, zegt volgens de gemeente niets over hoe de situatie per gemeente is. Daarvoor voert de gemeente voorbeelden van enkele gemeenten aan, waarbij onder meer Bloemendaal een deelnamepercentage van 133,3% heeft en Veldhoven 85,1%. De gemeente vindt de zinsnede in de Regeling modelprognose 'in de regel is dat ongeveer 95% van de basisgeneratie' daarom zeer ongelukkig.

Pagina 2 van 11

Volgens de gemeente is de definitie van het deelnamepercentage het totaal aantal leerlingen basisonderwijs in een gebied gedeeld door het aantal kinderen in de basisgeneratie in hetzelfde gebied. Kinderen die buiten het gebied naar het basisonderwijs gaan, tellen volgens de gemeente daarom mee in het deelnamepercentage van het gebied waar de basisschool is gevestigd. Er wordt volgens de gemeente dan ook gerekend met een te hoog deelnamepercentage voor de gemeente Velsen omdat daar tussen de 6% en 8% van de leerlingen om uiteenlopende redenen, niet in Velsen naar een basisschool gaan, maar naar basisscholen of scholen voor speciaal onderwijs in omliggende gemeenten. Uit het feit dat bij een hoger percentage de gemeente dat hogere percentage volgens de Regeling modelprognose mag hanteren, mag volgens de gemeente worden afgeleid dat zij de bevoegdheid heeft dit in het tegenovergestelde geval ook te doen.

Over de leerlingprognose merkt de gemeente verder op dat die niet correct is. In het raadsvoorstel is reeds geconstateerd dat de leerlingprognose die op 31 maart 2021 is overgelegd niet juist is, omdat op bladzijde 4 een verkeerde tabel werd gehanteerd en er verder rekening werd gehouden met de bouw van 5.000 woningen in Velsen, maar niet met het feit dat er voorafgaand aan de bouw 1.900 woningen worden gesloopt, waardoor er per saldo 3.100 nieuwe woningen overblijven. Hierover heeft de gemeente uw schoolbestuur geïnformeerd en u in de gelegenheid gesteld om de leerlingprognose aan te passen, na de uiterste indieningstermijn. De nieuwe leerlingprognose die de gemeente daarop van u heeft ontvangen bevatte wel een correctie van de verkeerde tabel, maar niet van het gebruikte aantal woningen. Hoorzitting Tijdens de hoorzitting hebt u aanvullend aangevoerd dat de gemeente al eerder heeft aangevoerd dat het deelnamepercentage lager is dan 95%. U verwijst naar uw aanvraag vorig jaar en de aanvraag van De Schoolwerkplaats in 2017. U benadrukt dat de regelgeving uitgaat van het deel van de leerlingen dat daadwerkelijk basisonderwijs zal gaan volgen, niet het aantal leerlingen dat buiten de gemeente of het voedingsgebied basisonderwijs volgt. Dit is ook de strekking van de beslissing op het administratief beroep inzake De Schoolwerkplaats.

U wijst erop dat de gemeente niet tegen de beslissing op het administratief beroep inzake De Schoolwerkplaats in beroep is gegaan. De beslissing ten aanzien van de correcte toepassing van het deelnamepercentage is daarmee onherroepelijk geworden.

De gemeente geeft aan dat het deelnamepercentage in bijvoorbeeld Velsen-Noord 66,5% is. De overige leerlingen zijn niet.alleen leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan, maar ook in bijvoorbeeld Beverwijk naar het basisonderwijs. Hetzelfde geldt voor Bloemendaal waar juist veel leerlingen uit Velsen naartoe gaan. Bloemendaal heeft ook een deelnamepercentage van 140%. Dit kan volgens de gemeente ook niet anders omdat Velsen anders niet op een deelnamepercentage van 86% blijft steken. In deze 86% zijn volgens de gemeente ook leerlingen opgenomen van buiten de gemeente Velsen die in de gemeente een school bezoeken.

Pagina 3 van 11

I

li

•1

In het door de gemeente berekende deelnamepercentage van 86% zitten geen leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan, omdat de definitie van het deelnamepercentage volgens de gemeente alleen over het basisonderwijs gaat. De gemeente betoogt dat haar berekening van het deelnamepercentage conform de regels is zoals die vanaf 1985 in het basisonderwijs golden voor de berekening van de basisgeneratie en die ook bij de overgang van de onderwijshuisvesting naar de gemeenten zijn opgenomen in de VNG-berekeningswijze (het Programma van Eisen). De gemeente is van mening dat het Programma van Eisen, waarin de nadruk op het voedingsgebied ligt, niet enkel geschikt is om te gebruiken bij huisvestingsvraagstukken, maar ook bij schoolstichting. Volgens de gemeente stoelt de redenering dat het deelnamepercentage bestaat uit die leerlingen die daadwerkelijk naar het basisonderwijs gaan, niet op de in de Regeling modelprognose genoemde definitie en de verwijzing naar het Programma van Eisen die daarin staat. De gemeente ziet steun voor haar berekeningswijze van het deelnamepercentage in de ontwikkeling van De Schoolwerkplaats in haar gemeente. Die school is gestart in 2019 en zou nu 125 leerlingen moeten hebben, maar blijft steken op de helft.

Dit komt volgens de gemeente overeen met het belangstellingspercentage en deelnamepercentage die nu voor de gemeente gelden, waarbij De Schoolwerkplaats ook leerlingen van buiten de gemeente aantrekt. Ter zake van de juistheid van de prognose, geeft de gemeente in haar e-mail van 30 november 2021 aan dat zij u op 26 februari 2021 een brief heeft gestuurd met het verzoek om aanvullende informatie. Hierop hebt u op 31 maart 2021 een prognose toegestuurd. De gemeente heeft u op 14 april 2021 telefonisch gewezen op het feit dat er op pagina 4 van de leerlingenprognose een verkeerde tabel is gebruikt en er op pagina 2 van deze leerlingenprognose alleen wordt gesproken over een uitbreiding van de gemeente met 5.000 woningen, terwijl de sloop van 1.900 woningen niet in de leerlingenprognose is verwerkt. De gemeente geeft aan dat zij u, ondanks dat de indieningstermijn reeds was verstreken, in de gelegenheid heeft gesteld een aangepaste prognose in te dienen. Op 15 april 2021 hebt u een nieuwe prognose ingediend. In deze leerlingenprognose bleek dat de tabel op pagina 4 wel was aangepast, maar dat met de constatering over de sloop van 1.900 woningen niets is gedaan. U bent hier volgens de gemeente op 15 april 2021 telefonisch op gewezen.

Het ontbreken van de doorrekening van sloop van 1.900 woningen in de leerlingenprognose maakt dat u naar de mening van de gemeente geen correcte leerlingenprognose hebt overgelegd.

U bevestigt u dat u door de gemeente in de gelegenheid bent gesteld dit en een verkeerde tabel in de prognose te vervangen. Het prognosebureau heeft vervolgens op uw verzoek de prognose aangepast. Daarbij heeft zij wel de tabel vervangen, maar niet het aantal nieuw te bouwen woningen aangepast, omdat dit volgens prognosebureau Pronexus geen gevolgen zou hebben voor het kunnen voldoen aan de stichtingsnorm. U wijst er dan ook op dat ook als in de prognose wel zou zijn verwerkt dat er 1.900 woningen zullen worden gesloopt, de nieuwe basisschool alsnog aan de stichtingsnorm zal voldoen.

Pagina 4 van 11

1

ij

In de nadere toelichting van Pronexus die u op 28 januari 2022 hebt toegezonden, voert Pronexus aan dat uit de vergelijking van resultaten van de prognose van Pronexus afgezet tegen de resultaten van de landelijke prognose van het CBS in combinatie met het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) blijkt dat de ontwikkeling van de doelgroep voor het basisonderwijs redelijk gelijk loopt met de prognose zoals deze is opgesteld door het CBS/PBL. Het feit dat er mogelijk teveel woningen worden meegerekend, leidt volgens Pronexus niet tot grote afwijkingen met andere landelijke prognoses. Hiermee kan verondersteld worden dat de groei van de doelgroep in de gemeente Velsen een ontwikkeling is die niet volledig afhankelijk is van de ontwikkelingen in de woningvoorraad. Daarnaast merkt u op dat de gemeente ook geen conclusie heeft verbonden aan haar constatering dat de prognose niet juist zou zijn. Verder bepaalt de aanvraag de beoordeling. De gemeente brengt hier in haar e-mail van 10 februari 2022 tegenin dat de stelling van Pronexus dat haar prognose weinig verschilt van die CBS/PBL uit 2020, is gebaseerd op een globale berekeningsmethode om uit de bevolking 0 - 20 jaar de doelgroep basisonderwijs af te leiden. Pronexus berekent dit door deze doelgroep te delen door 20 en te vermenigvuldigen met 8,3.

Dit gaat volgens de gemeente voorbij aan onevenwichtigheden in de leeftijdsopbouw waarbij bijvoorbeeld 0- 9 jarigen een kleiner aandeel uitmaken van het totaal dan de 10 - 19 jarigen. Ook gaat Pronexus volgens de gemeente voorbij aan de wettelijke eis dat per jaar het aantal leerlingen voor de school moet worden gegeven (artikel 76 juncto artikel 75, vijfde lid, van de WPO (oud)). De gemeente voert aan dat de conclusie van Pronexus dat de groei van de doelgroep niet volledig afhankelijk is van de ontwikkeling van de woningvoorraad, logisch lijkt (denk aan de gezinsverdunning en stijging van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens die bijvoorbeeld een remmend effect hebben op de groei van de doelgroep), maar in dit verband geen relevantie heeft. Sloop van 1.325 woningen in IJmuiden (uw voorkeurskern), zoals de woningbouwplanning van de gemeente aangeeft, levert in de eerste tien jaren een vermindering van 250 kinderen in de doelgroep op. Het is duidelijk dat meenemen van de aantallen te slopen woningen er wel toe doet. Tot slot merkt de gemeente onder verwijzing naar de artikelen 75 en 76 van de WPO (oud) en de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Velsen 2019, op, dat de gegevens betreffende woningbouw in de gemeente Velsen bekend waren bij Pronexus, omdat de gemeente die gegevens elk jaar aan Pronexus levert voor leerlingprognoses.

Ten slotte is ook de vergelijkbaarheid van de gemeenten Velsen en Zeist besproken. U bevestigt dat de keuze voor de gemeente Zeist als vergelijkbare gemeente is voortgekomen uit het standpunt van de gemeente in de procedure vorig jaar dat Zeist beter vergelijkbaar is met Velsen dan Bergen op Zoom. Volgens u zullen er altijd verschillen bestaan tussen Velsen en de vergelijkbare gemeente, maar in de prognose wordt de stichtingsnorm wel gehaald. De gemeente bevestigt dit standpunt. Wel geeft de gemeente toe dat de doelgroep in Zeist fors groter is dan in Velsen en dat Zeist in 2020 wellicht beter vergelijkbaar was met Velsen dan in 2021, maar vraagt zich af welke gemeente dan wel vergelijkbaar zou zijn.

Pagina 5 van IX

I Wettelijk kader Ingevolge artikel 74, eerste lid, van de WPO (oud), kan de bekostiging van een bijzondere school slechts een aanvang nemen, indien zij voorkomt op een voor de gemeente van vestiging vastgesteld plan van nieuwe scholen.

Ingevolge artikel 74, tweede lid, WPO (oud), stelt de gemeenteraad het plan van nieuwe scholen elk jaar voor 1 augustus vast. Het plan bestrijkt drie achtereenvolgende schooljaren volgende op het jaar van de vaststelling en vermeldt in elk geval welke scholen bij de aanvang van het eerste schooljaar van de planperiode voor bekostiging in aanmerking komen en de reden waarom de overige scholen daarvoor niet in aanmerking komen. Het plan vermeldt verder van elke school de plaats van vestiging en de te verwachten omvang. Op grond van het bepaalde in artikel 76, eerste lid, WPO (oud), dient een verzoek om opneming in het plan van scholen vóór 1 februari bij de gemeenteraad te worden ingediend. Het verzoek gaat krachtens artikel 76, tweede lid, WPO vergezeld van een prognose. De prognose bevat onder meer gegevens omtrent het belangstellingspercentage. In artikel 76, tweede lid, sub a, WPO (oud), is bepaald dat, indien het verzoek een richting betreft waarvoor nog geen basisonderwijs binnen de gemeente wordt gegeven, in de prognose wordt uitgegaan van het belangstellingspercentage voor het basisonderwijs van die richting in een vergelijkbare gemeente.

Ingevolge artikel 77, eerste lid, WPO (oud), neemt de gemeenteraad een bijzondere school in elk geval in het plan op, indien op grond van de bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school binnen 5 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende stichtingsnorm. De stichtingsnorm voor de gemeente Velsen is 255 leerlingen. Op grond van artikel 78 van de WPO (oud) worden bij de berekening van het aantal leerlingen dat een openbare of een bijzondere school zal bezoeken, niet meegeteld leerlingen die wonen binnen redelijke afstand van een openbare school, onderscheidenlijk van een bijzondere school van de desbetreffende richting of richtingen en voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is.

’-iT ' •

I

s

Indien de gemeenteraad een verzoek tot opneming in het plan van scholen niet heeft ingewilligd, kan de verzoeker ex artikel 80, eerste lid, WPO (oud), bij de minister beroep instellen. Indien een onherroepelijk geworden beslissing van de minister strekt tot het voor bekostiging in aanmerking brengen van de school, neemt de gemeenteraad, ex artikel 80, tweede lid, WPO (oud), de school op in het na de onherroepelijk geworden beslissing vast te stellen plan. Op 1 februari 2021 is de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen in werking getreden en zijn de bovengenoemde bepalingen vervangen door de nieuwe systematiek.

Pagina 6 van 11

I

2 ■ .

Op grond van het overgangsrecht van artikel 194e, derde lid, van de WPO, waarin is bepaald dat op geschillen die in beroep aanhangig zijn of binnen de beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten aanhangig worden gemaakt tegen besluiten die zijn genomen door de minister op grond van het eerste lid of op grond van titel IV, afdeling 2, en daarop berustende bepalingen zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen, blijven de op die datum geldende regelingen van toepassing.

41

33 .Ss3

Overwegingen U hebt een verzoek ingediend tot het opnemen van een islamitische basisschool in het plan van scholen 2022-2025 van de gemeente Velsen. Het voedingsgebied omvat de gemeente Velsen en de gewenste plaats van vestiging is de Saturnusbuurt in IJmuiden. De gemeenteraad heeft uw verzoek afgewezen. Ten aanzien van de te verwachten leerlingenaantallen voor de te stichten islamitische basisschool, heeft de gemeente overwogen dat in de prognose een te hoog deelnamepercentage wordt gehanteerd. Volgens de gemeente moet dit niet 95% zijn, maar 85,2%, gebaseerd op de constatering dat tussen de 6% en 8% van de basisgeneratie in Velsen niet in Velsen naar school gaat, maar naar scholen in omliggende gemeenten. Daarnaast trekt de gemeente 12 leerlingen af die vanuit Velsen de islamitische basisschool Al Ihklaas in Haarlem bezoeken, na toepassing van dit lagere deelnamepercentage. Ten aanzien van de juistheid van de gehanteerde prognose, heeft de gemeente overwogen dat ook na de geboden herstelmogelijkheid, de tweede prognose ten onrechte vermeldt dat er 5.000 woningen gebouwd zullen worden, terwijl er geen rekening mee wordt gehouden dat er ook 1.900 woningen gesloopt zullen worden. De netto toename van de woningen bedraagt dan ook maar 3.100 woningen. Dit geeft vooral voor de jaren 2033 en verder een verkeerd, namelijk te hoog, aantal leerlingen in de basisgeneratie.

De vraag die in geschil is, is of de gemeenteraad op goede gronden heeft besloten uw verzoek tot opneming in het plan van scholen van een islamitische basisschool af te wijzen. Hierover merk ik het volgende op. De stichtingsnorm in Velsen bedraagt 255. Uit de door u ingediende prognose volgt dat u tussen de 264 leerlingen in 2027 en 300 leerlingen in 2041 verwacht op de door u verlangde school. Juistheid van de prognose Allereerst moet een oordeel worden gegeven over de juistheid van de gehanteerde prognose. In de prognose die de gemeente op uw verzoek ten grondslag heeft gelegd aan de beoordeling, is opgenomen dat de gemeente zal worden uitgebreid met 5.000 voor de jaren 2033 en verder.

I

s

Om tot een correcte berekening van de belangstelling voor de nieuwe school te komen, moet de prognose gegevens bevatten waaruit de basisgeneratie kan worden bepaald. Hieronder vallen bevolkings- en woningbouwgegevens.

Pagina 7 van 11

t ;

U hebt in uw prognose van 15 april 2021 opgenomen dat in de prognoseperiode het aantal 4- tot en met 11-jarigen en 30% van de 12-jarigen zal stijgen van 5.700 in 2017/2018 naar 6.675 kinderen in 2044 en dat dit vooral wordt veroorzaakt door de bouw van nog ruim 5.000 woningen in de gemeente Velsen. Volgens de gemeente klopt dit aantal niet, omdat in diezelfde periode eveneens 1.900 woningen zullen worden gesloopt. De gemeente heeft u in de gelegenheid gesteld uw prognose op het punt van de te slopen woningen aan te passen. Hiervan hebt u geen gebruik gemaakt. -■'B

Het feit dat de sloop van 1.900 woningen niet in de prognose is meegenonnen, is van invloed op het aantal leerlingen in de basisgeneratie. U hebt dit tijdens de hoorzitting niet ontkend, maar betoogd dat aanpassing van dit cijfer volgens het prognosebureau geen gevolgen zou hebben voor het kunnen voldoen aan de stichtingsnorm. Volgens u zou de nieuwe basisschool alsnog aan de stichtingsnorm voldoen, ook als de sloop van 1.900 woningen wel in de prognose zou zijn verwerkt. Niet in geschil is dat er inderdaad 1.900 woningen in Velsen zullen worden gesloopt. Wel is in geschil of deze moeten worden afgetrokken van het aantal van 5.000 te bouwen woningen die nu in de prognose staan. In het document van Pronexus dat u na de hoorzitting hebt ingediend, wordt daarvan gezegd dat de groei van de doelgroep niet volledig afhankelijk is van de ontwikkeling van de woningvoorraad. Dit toont u aan door vergelijking van de cijfers in de prognose met landelijke cijfers van het CBS in combinatie met het PBL. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de vergelijking dat de prognose in de periode 2020-2024 dezelfde doelgroep basisonderwijs voor Velsen (5.900) voorziet als het CBS. Op zichzelf is het niet onaannemelijk dat deze cijfers kloppen en dat de groei van de doelgroep niet volledig afhankelijk is van de ontwikkeling van de woningvoorraad.

Zo hebben gezinsverdunning en stijging van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens bijvoorbeeld een remmend effect op de groei van de doelgroep. Dit gegeven heeft in dit verband echter geen relevantie. Het gaat immers om de vraag welk effect de woningbouwplanning in Velsen op de belangstelling heeft. Daarmee is duidelijk dat het meenemen van de aantallen te slopen woningen er wel toe doet. Daarbij merk ik op dat dit ook gevolgen heeft voor de jaren 2033 en verder, nu daar wordt uitgegaan van een te hoog aantal terug te bouwen woningen.

Een aanvraag voor het stichten van een nieuwe basisschool dient vergezeld te gaan van een correcte leerlingprogriosé. Alleen wanneer de cijfers in de prognose daarvan blijk geven, kan worden vastgesteld of aannemelijk is dat een school binnen vijfjaren en vervolgens gedurende vijftien jaar aan de stichtingsnorm zal kunnen voldoen. Het aantal woningen is een belangrijk onderdeel van de prognose. Uit onder meer deze gegevens wordt immers de basisgeneratie bepaald. Als de opgave van het aantal woningen niet correct is, is daarmee ook de basisgeneratie niet correct. Zeker nu de onjuistheid meer dan een derde van het verwachte aantal te bouwen woningen betreft, kan dan ook niet worden volgehouden dat de leerlingprognose juist is. Uw standpunt dat dat aanpassing van dit cijfer volgens het prognosebureau geen gevolgen zou hebben voor het voldoen aan de stichtingsnorm, treft dan ook geen doel.

Pagina 8 van 11

ST .A?

'.I

Vervolgens is nog de vraag aan de orde of de gemeente de aanvraag op dit punt heeft afgewezen. Ik stel allereerst vast dat de gemeente na ontvangst van uw aanvraag heeft verzocht om aanpassing van de prognose. Los van de vraag of artikel 76, tweede lid, van de WPO (oud), ruimte biedt aan de gemeente om u in de gelegenheid te stellen een gewijzigde prognose na de uiterste indieningstermijn van 1 april 2021 in te dienen, hebt u hier geen gebruik van gemaakt. Vervolgens is in het raadsvoorstel dat ten grondslag ligt aan het raadsbesluit aangegeven dat vooral voor de jaren 2033 en verder een verkeerd (te hoog) aantal leerlingen in de basisgeneratie oplevert. Dit oordeel, tezamen met het oordeel van de gemeente over het gehanteerde deelnamepercentage, ligt ten grondslag aan de afwijzing van de aanvraag. Uw standpunt dat de gemeente geen conclusie heeft verbonden aan het ontbreken van een correcte cijfermatige onderbouwing van de aanvraag, volg ik dan ook niet. De gemeente heeft uw aanvraag dan ook terecht afgewezen op grond van het ontbreken van een correcte berekening van de basisgeneratie in de prognose.

Nu de prognose niet juist is opgesteld ten aanzien van de sloop van 1.900 woningen, is het administratief beroep reeds daarom ongegrond. De overige gronden van beroep en verweer, zoals het gehanteerde belangstellingspercentage, worden daarom niet betrokken in het oordeel of het aannemelijk is dat de stichtingsnorm wordt gehaald. Voor zover de gemeente in de onderhavige procedure eerder naar voren gebrachte argumentatie inzake het te hanteren deelnamepercentage opnieuw herhaalt, merk ik ten overvloede nog het volgende op. Deelnamepercentage De gemeente heeft de aanvraag tevens afgewezen op grond van het gehanteerde deelnamepercentage. In uw leerlingprognose gaat u uit van een deelnamepercentage van 95%, gebaseerd op het aantal leerlingen dat daadwerkelijk naar het basisonderwijs gaat. Volgens de gemeente ligt dit percentage in werkelijkheid lager, namelijk 86,2%. De gemeente berekent dit percentage door het totaal aantal leerlingen basisonderwijs in een gebied te delen door het aantal kinderen in de basisgeneratie in hetzelfde gebied. De gemeente rekent aldus niet de leerlingen mee die buiten de gemeente Velsen basisonderwijs volgen.

Volgens de gemeente stoelt de redenering dat het deelnamepercentage bestaat uit die leerlingen die daadwerkelijk naar het basisonderwijs gaan, niet op de in de Regeling modelprognose genoemde definitie en de verwijzing naar het Programma van Eisen die daarin staat.

De gemeente heeft bovengenoemd argument tweemaal eerder aangevoerd, eerst in het administratief beroep van Stichting De Schoolwerkplaats, met mijn kenmerk BC170260 (beslissing op administratief beroep van 13 februari 2018), en voorts nogmaals in het administratief beroep van uw Stichting, met mijn kenmerk BB200204 (beslissing op administratief beroep van 3 mei 2021).

Pagina 9 van 11

er"

e-

i

,7-

I ■ ï-

In de beslissing met betrekking tot De Schoolwerkplaats is hierover reeds overwogen dat het deelnamepercentage dat deel betreft van de basisgeneratie betreft dat daadwerkelijk basisonderwijs zal volgen*. Deze beslissing verwijst naar de Regeling modelprognose waarin is opgenomen dat dit in de regel 95% is. U hebt in dit verband terecht aangevoerd dat het deelnamepercentage niet ziet op het aandeel leerlingen dat buiten de gemeente Velsen naar school gaat, maar dat het gaat om het aandeel dat basisonderwijs volgt en dus geen speciaal onderwijs. Uit uw prognose volgt dat u bent uitgegaan van een deelnamepercentage van 95, hetgeen gebruikelijk is in prognoses. Tegen de beslissing inzake De Schoolwerkplaats is de gemeente niet in beroep gegaan, zodat de inhoud daarvan onherroepelijk is geworden. Ik heb verder geen reden om in de onderhavige zaak hiervan af te wijken. Ook in de Regeling modelprognose wordt uitgegaan van een deelnamepercentage van 95, eventueel verhoogd naar 98, gebaseerd op het deel van de basisgeneratie dat daadwerkelijk basisonderwijs zal volgen - dat wil zeggen, niet naar het speciaal onderwijs gaat. Daarnaast is in de toelichting van de Regeling modelprognose onder Kenmerken prognose opgenomen dat het deelnamepercentage dat deel van de basisgeneratie betreft dat daadwerkelijk basisonderwijs zal gaan volgen.

Leerlingen die vanuit het voedingsgebied een basisschool buiten het voedingsgebied bezoeken, behoren tot de basisgeneratie van het voedingsgebied. Dit blijkt ook uit artikel 78 van de WPO (oud) op grond waarvan leerlingen in het voedingsgebied die binnen redelijke afstand tot de nieuwe school basisonderwijs van die richting buiten het voedingsgebied bezoeken, in mindering moeten worden gebracht. De berekening van de gemeente die uitgaat van het aantal leerlingen dat het basisonderwijs buiten de gemeente bezoekt, volg ik dan ook niet.

Conclusie Hierboven heb ik vastgesteld dat de in de leerlingprognose gebruikte gegevens voor woningbouw niet juist zijn. In de eerste jaren van de prognose wordt geen rekening gehouden met sloop van woningen die op de belangstelling drukt, in latere jaren wordt uitgegaan van een te hoog aantal terug te bouwen woningen. Nu ik van oordeel ben dat de gebruikte leerlingprognose op dit punt onjuist is, wordt daarmee niet aannemelijk gemaakt dat de school binnen 5 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende stichtingsnorm. Het administratief beroep is reeds daarom ongegrond. Voor wat betreft het deelnamepercentage volg ik de redenering van uw Stichting, maar dit heeft gezien het bovenstaande geen relevantie meer. Conclusie De gemeenteraad heeft de door u verlangde islamitische basisschool terecht niet opgenomen in het plan van scholen 2022-2025. Uw administratief beroep is ongegrond.

* De basisgeneratie Is het aantal 4 tot en met 11 jarigen en 30% van de 12 jarigen binnen het voedingsgebied van de verlangde school.

Pagina 10 van 11

! »<

■'•'I

Jr.-;

Proceskosten Ten slotte hebt u verzocht om vergoeding van de proceskosten. Volgens artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Aangezien ik mijn besluit, gelet op het voorgaande, niet herroep, komt u niet in aanmerking voor vergoeding van de proceskosten. Hoogachtend, de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, namens deze, de directeur Onderwijsinstellingen van de Dienst Uitvoering Onderwijs,

mr. N.C.M. Zeijiemaker

U kunt tegen deze beschikking beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroepschrift moet binnen * zes weken na de dag waarop de beschikking u is toegezonden, worden gestuurd naar de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak. Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

■>*1

aal .'-"tÉB 1

Pagina 11 van 11

Resultaten energiescans en verduurzaming Bedrijventerreinen IJmond

Beste ondernemer, Vanaf maart 2020 hebben wij, vereniging GreenBiz IJmond, gratis energiescans aangeboden op de bedrijventerreinen in de IJmond. U heeft een energiescan laten uitvoeren door Klimaatroute. Klimaatroute adviseert u over stappen die u kunt nemen in uw verduurzaming en houdt voor ons de resultaten bij. De behaalde gezamenlijke resultaten tot nu toe delen wij graag met u.

CO2

Deelnemers scans

CO2-uitstoot

Van het totaal aantal gevestigde bedrijven op bedrijventerreinen in de IJmond namen 406 bedrijven deel aan de energiescan.

Resultaat ten opzichte van het totale verbruik:

Totaal energieverbruik = energieverbruik 33.813 huishoudens*

203 gerealiseerde maatregelen

CO2

59.788 ton totale CO2-uitstoot

1.740 ton CO2-reductie

* verbruik gemiddeld huishouden is 2.900 kWh/jaar CO2

CO

Klimaatwinst van de genomen maatregelen

Terugverdientijd

CO2

Totaal investeringsbedrag: CO2

Totaal verbruik

Besparing

€ 2.521.805,- euro

elektriciteit

73.619.215 kWh

3.237.462 kWh

gas

5.358.151 m3

64.511 m3

Als alle ondernemers alle geadviseerde maatregelen doorvoeren, heeft dat een terugverdientijd van gemiddeld 6,3 jaar. Dat is hetzelfde als 2 ongeveerCO 16% rendement per jaar.

Reductie komt overeen met:

69.600 bomen (= 25 kg CO2 per jaar) energieverbruik 1.116 huishoudens* per jaar * verbruik gemiddeld huishouden is 2.900 kWh/jaar CO2

LED

PV

Wat is de totale potentiële besparing bij het vervangen van alle verlichting bij alle bezochte panden (voor zover nog geen Led aanwezig is)?

Op het beschikbare kunnen in totaal COdakoppervlak 2 ongeveer 85.420 zonnepanelen geplaatst worden. Wat kan hiermee opgewekt en bespaard worden?

Reductie

Verbruik

CO2

Zonnepanelen

Opwekking

CO2-reductie

totaal potentiëel

3.599.624 kWh

1.721 ton

totaal potentiëel CO2

29.169.814 kWh

13.613 ton

reeds gerealiseerd

1.202.700 kWh 579 ton

reeds gerealiseerd 1.886.960 kWh 884 ton

Het meest geadviseerde Led-type is de Led-tube met een gemiddelde terugverdientijd van 2,5 jaar!

Samen en lokaal bedrijven verduurzamen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=857db025-523f-46ba-9a00-2ab30ab6c5d9