CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E2 Ontwerp wijzigingsplan ‘Dokweg shortstay II’.pdf

Raadsvergadering 28 oktober 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken14.228 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in of in de nabijheid van het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied of NNN. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 1 kilometer tot het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid. Het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat is daarnaast op meer dan 2 kilometer afstand gelegen. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling van 26 short stay appartementen, zijn de te verwachten effecten op deze natuurgebieden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen klein. Echter, met de recente uitspraak rond de Programma Aanpak Stikstof (PAS) zal een aeriusberekening moeten worden uitgevoerd om aan te tonen dat deze gevolgen geen significant effect op de beschermde Natura 2000-gebieden hebben. In dit kader is door Dresmé&VanderValk een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. De berekeningen zijn als bijlage 4 en 5 terug te vinden.

Er kan geconcludeerd worden dat de aanlegfase én de gebruiksfase van 26 Short Stay appartementen geen negatieve effecten met zich mee zal brengen op beschermde Natura 2000-gebieden als gevolg van de verhoogde stikstofuitstoot van verkeer, bouwverkeer en mobiele werktuigen. Deze effecten zijn lager dan 0,00 mol/ha/jaar en daarmee verwaarloosbaar. Significant negatieve effecten als gevolg van de gebruiksfase en aanlegfase van het plan kunnen derhalve worden uitgesloten. Een Passende beoordeling en/of vergunning van de Wet natuurbescherming is niet nodig.Gebiedsbescherming vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Status: ontwerp 31

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Figuur 5.3 Natura-2000 gebieden (groen) en Noordhollands Duinreservaat (geel en roze) in nabijheid van het plangebied (rood omcirkeld)

Soortbescherming Ecologisch adviesbureau Dresmé & VanderValk heeft in juli 2020 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 6 terug te vinden. Op basis van de in juli uitgevoerde Quickscan Wet natuurbescherming kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikte invliegopeningen en het ontbreken van holtes in het dak en de muren. Er is geen nader onderzoek nodig noch een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen. Conclusie Het aspect ecologie vormt vooralsnog geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.8 Duurzaamheid Duurzaam bouwen Gemeentelijk beleid voor duurzaam bouwen De gemeente Velsen heeft voor duurzaam bouwen een lokaal stimuleringsbeleid geformuleerd in het Milieubeleidsplan gemeente Velsen van 2015-2020. Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR-gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers voor een bouwplan. De gemeente Velsen heeft momenteel een GPR-score van minimaal een 8 voor Energie en Gezondheid en minimaal een 7,5 voor de thema's Milieu, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Voor een hoekwoning en vrijstaande woning wordt de score 0,5 punt lager gesteld. Voor een hoger niveau van duurzaam bouwen is het mogelijk om de ambitie te verhogen naar minimaal 9 voor het thema 'energie' (richting Status: ontwerp 32

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

BENG, "Bijna Energie Neutrale Gebouwen"). Energietransitie De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Het doel van de transitie is om een geheel duurzame energievoorziening te hebben in 2050 in Nederland, die dan dus voor 100% bestaat uit groene energie. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Energieakkoord. Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat er geen aardgas meer gebruikt mag worden voor het verwarmen van gebouwen, verwarmen van tapwater en koken. Regelgeving aardgasvrij- en energie neutrale nieuwbouw (VET en BENG) Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hier van af te wijken. Daarmee is aardgasvrij voor nieuwbouwwoningen de nieuwe norm. Vanaf 1 juli 2020 moet alle nieuwbouw in Nederland een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG zijn. De energieprestatie wordt nu nog uitgedrukt in de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Per 1 juli 2020 is de EPC voor nieuwbouw vervangen door BENG-eisen. BENG stelt ook de eis dat de energiebronnen voor het gebouw in bepaalde mate duurzaam moeten zijn.

Relatie tot het project Het nieuwbouwproject zal gasloos worden uitgevoerd en zal verder aan de wettelijke eisen voor duurzaamheid voldoen.

5.9 Archeologie en cultuurhistorie Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 werd vervangen door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke plannen. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is (vroeg)tijdig archeologisch (voor)onderzoek belangrijk. Situatie plangebied archeologie Op basis van het vigerende bestemmingsplan ''Havengebied IJmuiden'' kent de projectlocatie de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie '. Dit blijkt tevens uit de Beleidskaart Archeologie Velsen. Van toepassing voor het plangebied zijn categorie 3 en 5: Zones met een hoge archeologische verwachting (uiteenlopende periodes, inclusief buitenplaatsen).

Voor deze categorieën geldt dat de aanvrager van een omgevingsvergunning niet een (verkennend) archeologisch onderzoek hoeft uit te laten voeren op het moment dat er een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 (categorie 3) of 2500 (categorie 5) m² gerealiseerd wordt of een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,4 (categorie 3) of 0,6 m (categorie 5) en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. De short stay appartementen worden zonder graafwerkzaamheden geplaatst, waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Status: ontwerp 33

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Echter stelt het bestemmingsplan dat er een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij een oppervlakte van 500 m² of groter en graafwerkzaamheden dieper dan 0,6 m. De oppervlakte van het perceel bedraagt circa 1.780 m², echter wordt niet het volledige perceel gebruikt voor de bouw van 26 short stay service appartementen. Enerzijds bestaat het huidige perceel al voor het overgrote deel uit bestaande bebouwing die gesloopt gaat worden. Hier is de grond al dermate geroerd. De graafwerkzaamheden op het deel waar nu geen bebouwing staat is minder dan 500 m² van de projectlocatie en zullen de 0,6 m diepte niet overschrijden. Het voorgenomen bouwplan is daarmee uitvoerbaar op het gebied van archeologie.

Afbeelding 5.10 Beleidskaart Archeologie Velsen (projectlocatie zwart omcirkeld)

Situatie plangebied cultuurhistorie Het plangebied zelf is niet aangewezen als gemeentelijk dan wel rijksmonument. Verder zijn in de nabijheid van het plangebied geen monumenten aanwezig. Conclusie Archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Status: ontwerp 34

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

5.10

Waterhuishoudkundige situatie

Op grond van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) dient in de toelichting afzonderlijk te worden aangegeven welke de gevolgen voor het plan zijn voor de waterhuishouding. In het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is geconcludeerd dat Nederland zijn waterhuishouding niet op orde heeft. Water dient in de toekomst een mede-ordend principe te worden. In het bestemmingsplan of wijzigingsplan dient daarom aandacht besteed te worden aan water. Recent is er een Nationaal waterakkoord gesloten tussen het Rijk, gemeenten, waterschappen en provincies, waarin opgenomen is hoe de partijen met water wensen om te gaan. De opgave is te zorgen voor veiligheid en te beschikken over voldoende mogelijkheden voor waterberging ter voorkoming van waterlast, watertekort en het verslechteren van de waterkwaliteit. De watertoets is ingevoerd om te kijken in hoeverre hier aan voldaan wordt.

5.10.1

Oppervlaktewater

In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt het Noordzeekanaal. Het waterkwantiteitsbeheer en het waterkwaliteitsbeheer is in handen van Rijkswaterstaat.

5.10.2

Grondwater

Het grondwater stroomt in IJmuiden Oost af richting het Noordzeekanaal. Door de aanleg van het Noordzeekanaal is het grondwaterpeil in IJmuiden sterk gedaald. Oude waterlopen, zoals de Willemsbeek, zijn door droogvallen vervallen. De grondwaterstanden fluctueren over de seizoenen en natte en droge jaren drukken hun stempel op de hoogte van het grondwater. Vanwege de lage grondwaterstand komt structurele grondwateroverlast niet voor.

5.10.3

Riolering

Het rioolstelsel in IJmuiden is oorspronkelijk aangelegd als gemengd rioolstelsel. Langs het Noordzeekanaal komen een aantal riooloverstorten voor om bij hevige neerslag water te kunnen afvoeren naar het oppervlaktewater. Sinds 1999 wordt bij rioolvervanging het gemengde riool omgebouwd tot gescheiden stelsel. Omdat IJmuiden op goed doorlatend zand is gebouwd en de grondwaterstanden diep liggen, wordt het regenwater geïnfiltreerd in de bodem. Hierdoor neemt de hoeveelheid hemelwater in de afvalwaterketen af en wordt de bebouwde omgeving beter bestand tegen extremere neerslaghoeveelheden. De gemeente Velsen hanteert het uitgangspunt dat afvalwater en hemelwater zoveel mogelijk bij de bron gescheiden moet worden. Hemelwater wordt bij voorkeur ter plaatse geïnfiltreerd in de bodem en wordt alleen aangesloten op de gemeentelijke riolering als lokale verwerken van het hemelwater redelijkerwijs niet mogelijk is. Door het afkoppelen van hemelwater en de lokale verwerking neemt de hoeveelheid hemelwater in de afvalwaterketen af en wordt de bebouwde omgeving klimaatbestendiger. Een klimaatbestendige aanpak is nodig omdat als gevolg van klimaatverandering vaker sprake zal zijn van extreme buien.

Status: ontwerp 35

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

5.10.4

Watertoets

Doel van de watertoets is dat waterhuishoudkundige doelstellingen vroegtijdig in het planproces in beschouwing worden genomen. Het betrekken van de waterbeheerder bij de planvoorbereiding hoort daar bij. Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Aangezien geen sprake is van extra verharding ten opzichte van de huidige situatie, is watercompensatie niet nodig. De volgende vragen en resultaten kwamen voort uit de watertoets:

Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Velsen Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt, zonder fysieke aanpassing ten opzichte van de bestaande situatie? nee Wordt als onderdeel van het plan riolering aangelegd/vernieuwd? nee Is er sprake van een toename van lozing [huishoudelijk of bedrijfsmatig afvalwater] in het landelijk gebied groter dan 5 huishoudens of in het stedelijk gebied groter dan 15 huishoudens? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is? nee Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee Wordt het waterpeil in het plangebied gewijzigd? nee Wordt er water gegraven en/of gedempt? nee

Echter blijkt uit de resultaten van de Watertoets dat het Hoogheemraadschap Rijnland aanvullende informatie wil ontvangen om een oordeel te vellen over de Status: ontwerp 36

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

waterhuishoudkundige situatie. Uit het 'Leggerboek Velsen 2018' blijkt dat de projectlocatie zich bevindt onder een primaire waterkering. De benodigde stukken zijn op 8 oktober 2020 aan het Hoogheemraadschap Rijnland toegezonden. Op 17 oktober 2020 is uit een reactie van het Hoogheemraadschap Rijnland (zie bijlage 7) gebleken dat er geen bezwaar is tegen het plan. De waterhuishoudkundige belangen zijn niet in het geding. Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend wijzigingsplan en een watervergunning is niet benodigd.

5.11

M.e.r.-beoordeling

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieube-heer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase (of bij een wijzigingsplan) een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. De realisatie van 26 short stay appartementen kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (tabel 3). 6. relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

Status: ontwerp 37

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

D1 1.2

De aanleg, wijziging of In gevallen waarin de De De vaststelling uitbreiding van een activiteit betrekking structuurvisie, van het plan, stedelijk heeft op: bedoeld in de bedoeld in artikel ontwikkelingsproject 1°. een oppervlakte van artikelen 2.1, 2.2 3.6, eerste lid, met inbegrip van de 100 hectare of meer, en 2.3 van de onderdelen a en bouw van winkelcentra 2°. een aaneengesloten Wet ruimtelijke b, van de Wet of parkeerterreinen. gebied en 2000 of meer ordening, en het ruimtelijke woningen omvat, of plan, bedoeld in ordening dan wel 3°. Een artikel 3.1, eerste bij het ontbreken bedrijfsvloeroppervlakte lid, van die wet. daarvan van het van 200.000 m2 of plan, bedoeld in meer. artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De conclusie uit de aanmeldnotitie is dat door de realisatie van het short stay appartementengebouw geen significant negatieve milieueffecten worden verwacht.

Status: ontwerp 38

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Hoofdstuk 6 Juridische regeling In dit hoofdstuk worden de van het wijzigingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Zo veel mogelijk wordt aangesloten bij de regels behorende bij het moederplan ''Havengebied IJmuiden''. De algemene regels uit dit moederplan zijn dan ook geldend voor dit wijzigingsplan. Middels verwijzingen in de regels wordt hiernaar verwezen.

6.1 Inleiding De planregels van het wijzigingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Dit hoofdstuk bevat de inleidende regels die bestaan uit de 'begrippen' en de 'wijze van meten'. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke, regels en de verbeelding te waarborgen. Hier wordt tevens een verwijzing gegeven naar de regels behorende bij het moederplan ''Havengebied IJmuiden''. Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 bevat de planregels in verband met de bestemmingsregels. Op de verbeelding is de bestemming 'Horeca', met functieaanduiding 'hotel' aangegeven. Tevens heeft de locatie de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. Dit hoofdstuk van de regels bevat planregels, welke specifiek voor die bestemming gelden. Wat betreft de bestemming 'Waarde – Archeologie', wordt een verwijzing gegeven naar de regels behorende bij het moederplan 'Havengebied IJmuiden'. Horeca De bestemming Horeca staat veel functies toe op het gebied van horeca, maar ook de functie van hotel. Zo valt short stay onder de functieaanduiding van hotel. Voorwaarde is dat het aantal hotels rondom de Dokweg, Havenkade en Oranjestraat maximaal 5 is. Naast deze functies maakt de bestemming 'Horeca' ook wegen en paden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogelijk. Hoofdstuk 3 Het derde hoofdstuk bevat de algemene regels.

Het gaat hier om de anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en de overige regels. Hoofdstuk 4 Tenslotte bevat hoofdstuk 4 de overgangs- en slotregels. Deze planregels bevatten het overgangsrecht en de titel.

6.2 Handhaving en toezicht Een overtreding als bedoeld in artikel 3 van de regels is een strafbaar feit zoals is ondergebracht in de Wet op de economische delicten. Het relevante artikel (1a) van deze wet luidt: "Economische delicten zijn eveneens overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening, artikel 7.2".

Status: ontwerp 39

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

6.3 Algemene bepalingen Het wijzigingsplan Dokweg shortstay II is gemaakt op grond van het in de Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening bepaalde. Deze wet is dan ook van toepassing op handhaving en toezicht op de uitvoering van dit wijzigingsplan evenals de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht met bijbehorende besluiten en ministeriële regelingen.

Status: ontwerp 40

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend plan maakt het mogelijk om short stay appartementen toe te voegen ter plaatse van het plangebied. Het plan is een initiatief van de executeur van het plangebied aan de Dokweg tussen 10 en 14a te IJmuiden. De kosten die verband houden met de wijzigingsplanprocedure komen voor rekening van de initiatiefnemer en kunnen middels een aparte anterieure overeenkomst bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid verhaald worden. Gelet hierop is er geen noodzaak tot het opstellen van een exploitatieplan zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerp van het wijzigingsplan wordt in het kader van artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn van terinzagelegging krijgen belanghebbenden de gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken.

Status: ontwerp 41

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Status: ontwerp 42

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Regels

Status: ontwerp 43

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1

plan

het wijzigingsplan "Dokweg shortstay II" met identificatienummer NL.IMRO.0453.WP0504DOKWEG1-O001 van de gemeente Velsen. 1.2

wijzigingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand met de bijbehorende regels. Voor het overige blijven de in het bestemmingsplan Havengebied IJmuiden opgenomen begrippen onverkort van toepassing op dit plan.

Status: ontwerp 44

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Artikel 2 Wijze van meten De wijze van meten zoals opgenomen in het bestemmingsplan Havengebied IJmuiden blijft onverkort van toepassing op dit plan.

Status: ontwerp 45

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Horeca De bestemming Horeca (artikel 10) van het bestemmingsplan Havengebied IJmuiden is onverkort van toepassing op dit plan, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte van gebouwen en van bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal de op de verbeelding aangegeven hoogte mag bedragen.

Status: ontwerp 46

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Artikel 4 Waarde - Archeologie De bestemming Waarde - Archeologie (artikel 14) van het bestemmingsplan Havengebied IJmuiden is onverkort van toepassing op dit plan.

Status: ontwerp 47

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Algemene regels De algemene regels van het bestemmingsplan Havengebied IJmuiden zijn onverkort van toepassing op dit plan.

Status: ontwerp 48

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Artikel 6 Overige regels 6.1

Parkeren

6.1.1 Aanbrengen ruimte voor parkeren Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein waarbij de parkeernorm geldt van 1 parkeerplek per kamer.

Status: ontwerp 49

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 7 Overgangsrecht Het overgangsrecht van het bestemmingsplan Havengebied IJmuiden blijft onverkort van toepassing op dit plan.

Status: ontwerp 50

wijzigingsplan "Dokweg shortstay II"

Artikel 8 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan "Dokweg shortstay II" met idn: NL.IMRO.0453.WP0504DOKWEG1-O001

Status: ontwerp 51

LEGENDA Plangebied Plangebied Enkelbestemmingen H

Horeca

Dubbelbestemmingen WR-A

Waarde - Archeologie

Functieaanduidingen (hot)

H

11

Bouwvlakken bouwvlak

WR-A 11

hotel

(hot)

Maatvoeringen 11

maximum bouwhoogte (m)

WIJZIGINGSPLAN DOKWEG 14 IJMUIDEN Gemeente Velsen NL.IMRO.xxxx.yyyyyyyyyyyyyyyyyy-zzzz

schaal:

1:1000

voorontwerp:

..-..-.... / tekenaar

projectnr. OPDR: 19225

formaat:

A4

ontwerp:

..-..-.... / tekenaar

projectnr. VWP:

19MEERM025

concept:

13-10-2020 / LF

vastgesteld:

..-..-.... / tekenaar

bestandsnaam:

19MEERM025-003.dwg

Torenallee 45 5617 BA Eindhoven brengt data in kaart

www.viewpoint.nl

info@viewpoint.nl

040 304 10 85

Aanmeldnotitie _______________________________________________________________________________________ Aan

: College van B&W van de gemeente Velsen

Van

: drs. I.M. Dias (Mees Ruimte & Milieu)

Betreft

: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling voor Dokweg 14 te IJmuiden

Datum

: 16 december 2019

_________________________________________________________________________________________ Inleiding Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van de gemeente Velsen dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. 1. Projectlocatie Het plangebied is gelegen aan de Dokweg 14 a tot en met d. Globaal gezien is het plangebied gelegen in het noorden van IJmuiden in het industrie- en haventerrein, nabij de Visserhaven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied met rood globaal weergeven. Op de gehele locatie bevinden zich nu een BP express tankstation, Autobedrijf van Amstel en Select Rent IJmuiden Autoverhuur. figuur 1.

Projectlocatie (bron: google.nl/maps)

2. Projectplan Voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van veertien short stay appartementen aan de Dokweg 14 te IJmuiden. Het appartementencomplex beschikt over veertien parkeerplaatsen op de begane grond, waar ook de receptie, de installatieruimte en de wasruimte worden gerealiseerd. Op zowel de eerste als de tweede verdieping komen vijf tweepersoons appartementen en twee driepersoons appartementen. In totaal worden er tien tweepersoons appartementen en vier

Mees Ruimte & Milieu | 19225

Pagina | 1

driepersoons appartementen gerealiseerd. De tweepersoons appartementen beschikken over ruim 51 vierkante meter en de driepersoons appartementen beschikken over circa 77 vierkante meter. figuur 2.

Situatie

figuur 3.

Impressie nieuwbouw

3. Relatie met de projectplan De realisatie van 14 short stay appartementen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals genoemd in onderdeel D11.2 van het Besluit m.e.r.. Mees Ruimte & Milieu | 19225

Pagina | 2

figuur 4. relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D De aanleg, wijziging In gevallen waarin de activiteit De structuurvisie, De vaststelling van het 11.2 of uitbreiding van betrekking heeft op: bedoeld in de artikelen plan, bedoeld in artikel 3.6, een stedelijk 1°. een oppervlakte van 100 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet eerste lid, onderdelen a en ontwikkelingsproject hectare of meer, ruimtelijke ordening, en b, van de Wet ruimtelijke met inbegrip van de 2°. een aaneengesloten gebied het plan, bedoeld in ordening dan wel bij het bouw van en 2000 of meer woningen omvat, artikel 3.1, eerste lid, van ontbreken daarvan van het winkelcentra of of die wet. plan, bedoeld in artikel 3.1, parkeerterreinen. 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte eerste lid, van die wet. van 200.000 m2 of meer.

Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2000 of meer woningen worden gerealiseerd, valt het onder de drempelwaarden en is naar verwachting geen m.e.r.-beoordeling nodig. Onderstaand wordt deze beoordeling per omgevingsaspect besproken.

Vorm-vrije-m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten. 2. Plaats van de projecten. 3. Kenmerken van het potentiële effect. 1. Kenmerken van het project De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 14 short stay appartementen en 14 parkeerplaatsen. 2. Plaats van het project Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied of NNN. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 1 kilometer tot het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid. Het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat is daarnaast op meer dan 2 kilometer afstand gelegen. 3. Kenmerken van het potentiële effect Om te beoordelen of als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve milieueffecten te verwachten zijn, worden de milieuaspecten beschouwd. Verkeersaantrekkende werking Het project kent een verkeersaantrekkende werking als gevolg van het realiseren van 14 short stay appartementen ter plaatse van het projectgebied.

Op basis van de kencijfers van de C.R.O.W. (publicatie 317) is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Op basis van de kencijfers van de C.R.O.W.-rekentool blijkt dat de verkeersaantrekkende werking 27 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag toeneemt. Deze geringe toename leidt echter niet tot een in betekenende mate verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM).

Mees Ruimte & Milieu | 19225

Pagina | 3

AMvB 'niet in betekenende mate' In het Besluit NIBM en de bijbehorende ministeriële Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van 'niet in betekende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder:  

woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.

In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 14 short stay appartementen. Alhoewel dit geen officiële woningen zijn, Dit is ver beneden de grens van 3.000 woningen, waardoor op basis van het bovenstaande en op basis van de NIBM-tool kan worden geconcludeerd dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op www.nsl-monitoring.nl (geraadpleegd op 24 september 2019) is te zien dat nabij het plangebied (rekenpunt 134375, aan de Dokweg 10) de grootschalige achtergrondconcentraties in 2017 van stikstofdioxide NO2 23,71 µg/m3 , van fijnstof PM10 20,79 µg/m3 en van fijnstof PM2,5 11,14 µg/m3 zijn. De grenswaarde voor toetsing voor stikstofdioxide NO2 is 40 µg/m3, voor fijnstof PM10 is 40 µg/m3 en voor fijnstof PM2,5 is 25 µg/m3 de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. De concentraties van zowel fijn stof als stikstofdioxide zijn daarmee ruim onder de grenswaarden. In de onderstaande tabel volgen de verwachte concentraties van stikstof en fijnstof in 2020 en 2030, ook deze vallen onder de grenswaarden. Ecologie

Soortenbescherming De projectlocatie is momenteel reeds verhard en wordt gebruikt als parkeerplaats. Gezien de verharde ondergrond en het gebruik door auto's, is het zeer onwaarschijnlijk dat er op de projectlocatie beschermde soorten aanwezig zijn. Daarnaast hoeven er voor de voorgenomen ontwikkeling geen sloopwerkzaamheden plaats te vinden, waardoor verblijfplaatsen van beschermde diersoorten niet zullen worden vernietigd. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied of NNN. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 1 kilometer tot het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid. Het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat is daarnaast op meer dan 2 kilometer afstand gelegen. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling van veertien short stay appartementen, zijn de te verwachten effecten op deze natuurgebieden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen klein. Echter, met de recente uitspraak rond de Programma Aanpak Stikstof (PAS) zal een aeriusberekening moeten worden uitgevoerd om aan te tonen dat deze gevolgen geen significant effect op de beschermde Natura 2000-gebieden hebben. In dit kader is door Dresmé&VanderValk een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. De berekeningen zijn als bijlage terug te vinden.

Er kan geconcludeerd worden dat de aanlegfase én de gebruiksfase van 14 Short Stay verhuureenheden geen negatieve effecten met zich mee zal brengen op beschermde Natura 2000-

Mees Ruimte & Milieu | 19225

Pagina | 4

gebieden als gevolg van de verhoogde stikstofuitstoot van verkeer, bouwverkeer en mobiele werktuigen. Deze effecten zijn lager dan 0,00 mol/ha/jaar en daarmee verwaarloosbaar. Significant negatieve effecten als gevolg van de gebruiksfase en aanlegfase van het plan kunnen derhalve worden uitgesloten. Een Passende beoordeling en/of vergunning van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Externe veiligheid Met het project zelf wordt geen risicovolle inrichting opgericht die een belemmering kan vormen voor de omliggende woningen. Het plangebied zelf is wel is gelegen binnen de effectafstand van het LPG-vulpunt en LPG reservoir van het tankstation aan de Dokweg 14. Het te realiseren hotel (short stay appartementen) wordt op basis van het Bevi niet gezien als zeer kwetsbaar object, maar als een beperkt kwetsbaar object. De effectafstand van 160 meter is niet van toepassing aangezien er geen sprake is van een zeer kwetsbaar object. De effectafstanden in de Circulaire effectafstanden LPG vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Prévent heeft een QRA uitgevoerd en komt tot de conclusie dat het groepsrisico niet verder toeneemt dan in de huidige situatie. Gerekend is met de vergunde situatie. De daadwerkelijke doorzet van LPG ligt flink lager dan de vergunde situatie, waardoor het groepsrisico in de praktijk nog lager zal liggen.

Daarnaast heeft Prévent een verantwoording van het groepsrisico op grond van het Bevi gegeven in haar rapportage. Significante negatieve effecten op het milieuaspect externe veiligheid zijn niet te verwachten met de realisatie van de short stay appartementen. Bodem Terrascan heeft in de periode oktober tot en met december 2019 bodemonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie. Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Daarnaast zijn er geen bodembedreigende effecten te verwachten van het realiseren van de short stay appartementen. Er is derhalve geen negatief significant milieueffect te verwachten van voorliggend plan in het kader van bodem. Geluid De realisatie van short stay appartementen zorgt niet voor een negatief milieueffect voor wat betreft geluid: het hotel leidt niet tot een onevenredige geluidsbelasting voor de omgeving. Het short stay hotel is daarnaast geen geluidsgevoelig object, zoals een woning dat is. Derhalve worden er aan de geluidbelasting van het hotel geen eisen gesteld. Verzoek Uit de vormvrije-m.e.r.-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het plan niet op zullen treden.

Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiele effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is en deze achterwege kan blijven.

Mees Ruimte & Milieu | 19225

Pagina | 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=1024cbd6-0cab-41b5-8d79-422cfa2d6bed