E1 Rapport haalbaarheidsstudie verduurzaming Tata Steel IJmuiden.pdf
Tekst van het document
Additionele maatregelen om CO2 te reduceren – groen gas in de DRI's en aardgas vervangen door waterstof in de pelletfabriek en downstream activiteiten – zijn nog relatief duur per ton bespaarde CO2, maar kunnen in de toekomst goedkoper worden.
Overheidssteun zal nodig zijn om de transitie economisch haalbaar te maken De waterstofroute is een CAPEX- en OPEX3-intensieve transitie. De terugverdientijd van de grote investeringen die moeten worden gedaan is onzeker en hangt af van de toekomstige ontwikkeling van de Europese ETSprijs, de afbouw van gratis emissierechten, de invoering van CBAM, toekomstig Nederlands beleid t.a.v. CO2heffingen en de beschikbaarheid en prijsontwikkeling van de belangrijkste energiebronnen: kolen, aardgas, waterstof en elektriciteit. Daarbij is het onzeker in
3
Operational expenditures, operationele kosten
hoeverre de markt op termijn bereid zal zijn een opslag te betalen voor groen staal. Deze factoren samen resulteren in een onrendabele top. TSN zal naar verwachting niet in staat zijn om de transitie zelf te realiseren en zal steun van de overheid nodig hebben om de onrendabele top te dekken. Er zal maatwerk nodig zijn, in de vorm van directe CAPEX- en/ of OPEX-subsidies t.a.v. energie- of CO2-prijzen, maar ook in de vorm van subsidies voor productie en afname van groene waterstof. Met de keuze van TSN voor de waterstofroute en DRItechnologie is voor TSN een belangrijk financieringsinstrument weggevallen. De Nederlandse overheid steunt grote CO2-opslagprojecten middels de SDE++ regeling, maar deze is nog niet toepaspaar op de DRI-technologie. Ook op Europees niveau zijn nog geen of beperkte instrumenten beschikbaar waarvan TSN gebruik kan maken. Het gebrek aan passende subsidiemechanismen is een probleem voor de gehele industriële sector in Europa. Het verduurzamen van de staalindustrie wordt door veel landen gezien als een kwestie van nationaal belang en enkele nationale overheden steunen individuele staalproducenten. Recent tekenden de Belgische en Vlaamse regeringen een intentieverklaring met staalproducent ArcelorMittal om bij te dragen aan een investering van € 1,1 miljard om DRI-technologie mogelijk te maken in de staalfabriek in Gent.
Ook de Spaanse overheid tekende een dergelijke intentieverklaring met ArcelorMittal om een investering van € 1 miljard te faciliteren in DRItechnologie in de fabriek in het Spaanse Gijón. In Duitsland is recent € 5 miljard uitgetrokken voor de periode 2022-2024 om de staalindustrie aldaar te decarboniseren. Voor TSN (en voor het opstarten van productie en afname van groene waterstof) zal maatwerk nodig zijn vanuit de Nederlandse overheid om de transitie mogelijk te maken en om niet benadeeld te worden ten opzichte van andere staalbedrijven in Europa.
24 | Haalbaarheidsstudie klimaatneutrale paden TSN IJmuiden
7. Randvoorwaarden voor succes TSN kan de eerste DRI-installatie vóór 2030 realiseren mits wordt voldaan aan randvoorwaarden op drie vlakken: ondersteunende infrastructuur, marktomstandigheden voor elektriciteit, waterstof en aardgas, en ondersteuning vanuit de overheid TSN en haar stakeholders willen de introductie van DRI 1 zo snel mogelijk laten plaatsvinden om zo snel mogelijk de CO2-uitstoot te verminderen en lokale emissies aanzienlijk te reduceren. Bovendien is het Europese systeem voor CO2-emissiehandel dusdanig ingericht dat TSN met staal gemaakt via DRI-technologie wellicht al vanaf 2030 binnen de EU op kosten zou kunnen concurreren met traditioneel in hoogovens geproduceerd staal. Een snelle transitie – waarin DRI 1 operationeel is vóór 2030 – lijkt haalbaar als kan worden voldaan aan drie randvoorwaarden. K
1.
Realisatie van ondersteunende infrastructuur voor groene elektriciteit en waterstof is onontbeerlijk voor een succesvolle transitie
De eerste randvoorwaarde voor de spoedige transitie is de ontwikkeling en aanleg van ondersteunende externe infrastructuur. Voor de aanvoer van extra (groene) elektriciteit voor bijvoorbeeld de elektrische ovens zal veel extra wind-op-zee-capaciteit moeten worden gebouwd en het elektriciteitsnet daarop ingericht. Daarnaast is het van groot belang dat de waterstofbackbone (zie ook het kader Beschikbaarheid groene waterstof op p. 15) wordt gerealiseerd en TSN daarop wordt aangesloten, zodat de transitie van aardgas naar waterstof kan plaatsvinden. Als TSN zou moeten besluiten om als tijdelijke maatregel ook CO2 af te vangen van de DRI('s) zal ook (tijdelijke) aansluiting op CCUS-infrastructuur nodig zijn.
2. Groene elektriciteit, groene waterstof en aardgas moeten kosteneffectief beschikbaar zijn Naast infrastructuur die groene elektriciteit, waterstof en aardgas beschikbaar maakt, zullen deze energiedragers beschikbaar moeten zijn voor een prijs die een rendabele business case toelaat. Naar
verwachting zullen prijzen initieel te hoog zijn en leiden tot een onrendabele top, waardoor tijdelijk subsidie nodig zal zijn om de transitie te realiseren. Er zullen afspraken moeten worden gemaakt met externe partijen om dit te realiseren. TSN kan daarbij een belangrijke rol spelen in het opstarten van de waterstofproductie in Nederland, als eerste grote stabiele (of juist flexibele) afnemer van groene waterstof.
3. Steun vanuit de overheid is nodig in vorm van passende subsidiemechanismen, het versnellen van het vergunningsproces, op de energietransitie aangepaste wet- en regelgeving en stimulering van de waterstofmarkt en-infrastructuur Om de transitie van TSN te realiseren is op vier gebieden steun van de overheid nodig: I. Subsidiemechanismen en level playing field: Voor de transitie naar een groen staalbedrijf zullen miljarden aan investeringen nodig zijn. Door de vele onbekende factoren is de terugverdientijd onzeker. De operationele kosten bij de DRI-technologie liggen hoger dan bij de huidige productiemethode, maar deze hogere kosten worden deels gecompenseerd t.a.v. hoogovenstaal door stijgende ETS-prijzen. De overstap van aardgas op waterstof zal de productiekosten nog verder opdrijven. Mogelijk zal er tot op zekere hoogte een bereidheid zijn bij klanten om voor groen staal een opslag te betalen, maar deze opslag zal de extra kosten niet dekken. De hogere productiekosten voor groen staal verslechteren mogelijk de concurrentiepositie van TSN als buiten, maar ook binnen Europa geen level playing field wordt gecreëerd. TSN heeft steun van de overheid nodig om de aanstaande transitie te realiseren. Omdat hiervoor nog geen passend subsidiemechanisme bestaat, zal er
K Belangrijkste randvoorwaarden (samenvatting)
Ondersteunende infrastructuur
Marktomstandigheden en beschikbaarheid
Ondersteuning vanuit overheid
Haalbaarheidsstudie klimaatneutrale paden TSN IJmuiden | 25
→ →
Waterstofbackbone nodig voor overgang van aardgas naar waterstof Stabiel elektriciteitsnet1
→ →
Kosteneffectieve groene waterstof, groene elektriciteit en aardgas (extra volumes) Afname van CO2 indien carbon capture op de DRIs wordt ingezet2
1. Subsidiemechanismen (maatwerk) en level playing field 2. Ondersteuning en versnelling vergunningsproces3 3. Aangepaste wet- en regelgeving voor energietransitieprojecten 4. Overheidsstimulatie van een waterstofmarkt en -infrastructuur
1 Waarvan de capaciteit in lijn is met de verhoogde elektriciteitsconsumptie / 2 Indien na stap 1 wordt geproduceerd met aardgas zou 0,9 Mton CO2 per jaar hergebruikt of opgeslagen moeten worden / 3 Mede gezien de nieuwe omgevingswet / Bron: TSN, FNV, Roland Berger
maatwerk nodig zijn. Ook is steun nodig om het level playing field in Europa en wereldwijd te bewerkstelligen. II. Vergunningverlening: Er ligt ook een grote vraag bij overheden om – zonder verlies van grondigheid – de vergunningverlening te bespoedigen. Er moet vroeg contact worden gelegd en een continue dialoog worden onderhouden met verschillende overheden en bevoegde instanties. Bij de verschillende bevoegde gezagen moet voldoende capaciteit beschikbaar worden gesteld en een toegewijd team dat betrokken is bij elke stap van het vergunningstraject (inclusief milieu-effectrapportage). Dit zou het verloop van het proces bevorderen. Daarnaast zou het vergunningstraject centraal gecoördineerd kunnen worden, zoals het geval was onder de Rijkscoördinatieregeling, om vertragingen – ook in de rechtsbeschermingsfase – tot een minimum te beperken. Om realisatie van DRI 1 voor eind 2028 te realiseren moet het vergunningsproces, inclusief beroepen, ruim binnen drie-en-een-half jaar zijn afgerond, waar vier-en-een-half jaar een gangbare duur is. III. Aangepaste wet- en regelgeving: Het is goed denkbaar dat wijzigingen in wet- en regelgeving nodig zijn om de transitie te kunnen faciliteren en accelereren. Deze wijzigingen zouden zowel betrekking kunnen hebben op versnellingen in het vergunningstraject (bijvoorbeeld het inkorten van termijnen in de
nieuwe omgevingswet), als op inhoudelijke aspecten van de energietransitie (bijvoorbeeld flexibiliteit in toevoer van aardgas en andere energiebronnen). Hierbij kan de transitie van TSN fungeren als een voorbeeld voor andere grote nationale verduurzamingstrajecten die aanlopen tegen vergelijkbare wet- en regelgeving en vergunningstrajecten. IV. Waterstofmarkt en -infrastructuur: Zoals eerder beschreven zal er veel extra wind-op-zee- en elektrolysecapaciteit moeten worden gebouwd en zal de import van waterstof uit andere landen moeten worden ingeregeld. Er ligt een grote taak bij de overheid om de waterstofmarkt en -infrastructuur te stimuleren. De ambities voor wind-op-zee zullen aanzienlijk hoger moeten liggen dan de tot nu toe geplande ca. 11,5 GW. Naar verwachting zal alleen TSN in de uiteindelijke situatie al 5 GW nodig hebben.
Met het inslaan van de waterstofroute zet TSN een stap die in vele opzichten voor Nederland ongekend is. TSN levert hiermee niet alleen een grote bijdrage aan de CO2-reductie en de verduurzaming van de industrie, maar laat ook zien hoe de belangen van intensieve industrie, werkgelegenheid en omwonenden duurzaam kunnen samengaan. TSN kan dit niet alleen. Steun vanuit de overheid en samenwerking met andere bedrijven en vele stakeholders zullen essentieel zijn om deze transitie succesvol te volbrengen.
26 | Haalbaarheidsstudie klimaatneutrale paden TSN IJmuiden
LIJST MET AFKORTINGEN CAPEX
Capital Expenditures
CBAM
Carbon Border Adjustment Mechanism
CCUS
Carbon Capture Utilization and Storage
DRI
Direct Reduced Iron/ Direct Gereduceerd IJzer
EoP
Expression of Principles
ERS
Extreem Risicovolle Stoffen
ETS
Emissions Trading System
EU
Europese Unie
EZK
Economische Zaken en Klimaat
FNV
Federatie Nederlandse Vakbeweging
GW
Giga Watt
HBI
Hot Briquetted Iron
MER
Milieueffectrapportage
MVP1
Minimalisatie-verplichte vaste stoffen
MVP2
Minimalisatie-verplichte gas- of dampvormige stoffen
NGO
Non gouvernementele organisatie
OPEX
Operational Expenditures
PCI
Pulverized Coal Injection
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
SDE++
Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie
TSN
Tata Steel Nederland
WAG
Works Arising Gasses
ZZS
Zeer Zorgwekkende Stoffen
CONTACT TIJO COLLOT D'ESCURY Managing partner +31 20 7960613 tijo.collotdescury@rolandberger.com BENNO VAN DONGEN Senior Partner +31 20 7960607 benno.vandongen@rolandberger.com BRAM ALBERS Principal +31 20 7960655 bram.albers@rolandberger.com
Disclaimer Dit rapport is opgesteld door Roland Berger B.V. ("Roland Berger") in opdracht van Tata Steel Nederland en FNV. Het rapport reflecteert de onafhankelijke mening van Roland Berger. Getallen, tijdslijnen en evaluaties in deze memo zijn een zo goed mogelijke benadering op basis van de op dit moment beschikbare data en kennis. Toekomstige prijzen van grondstoffen en energiedragers zijn zeer onzeker. In de achterliggende gedetailleerde studie zijn hiervoor meerdere scenario's in acht genomen. De in dit rapport weergegeven getallen zijn op basis van een midden scenario. Hoewel de informatie in dit rapport verondersteld wordt accuraat te zijn, verstrekt Roland Berger hierover geen garanties, expliciet noch impliciet, en staat zij niet in voor de juistheid of de volledigheid ervan. Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.
© 2021 ROLAND BERGER BV. ALL RIGHTS RESERVED.
PUBLISHER: ROLAND BERGER BV
Strawinskylaan 581 1077 XX Amsterdam The Netherlands +31 20 7960600