CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Beleidskader Participatie Velsen 2022-2026

Sessies Raadzaal 18 november 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 19.30 - 21.00 uur Beleidskader Participatie Velsen 2022-202614.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidskader Participatie Velsen 2022-2026

Versie: 12 oktober 2021

1

Vooraf Onze inwoners staan centraal. Dus moeten we weten wat er leeft. Wat de effecten zijn van veranderingen in de levens en de leefomgeving van mensen. Hoe dit beleefd en ervaren wordt. Hiervoor is het nodig om met elkaar in gesprek te zijn. Gelijkwaardigheid, duidelijkheid en respect zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. We luisteren goed naar de signalen uit de samenleving en brengen verbindingen tot stand. We stellen ons hierbij flexibel op en werken samen in een sfeer van veiligheid en vertrouwen. Dat is de missie van de gemeenteraad (raadsakkoord gemeente Velsen 2018-2022). Het college van B&W ondersteunt deze missie en voert deze uit. Maar we bereiken onze doelen alleen als we samenwerken. Want alleen door samen te werken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen we maatschappelijke problemen oplossen. We bieden ruimte aan initiatieven maar verkennen ook de grenzen daarvan. Daarom maken we de komende jaren nog meer ruimte voor gesprekken, inspraak en zeggenschap. Dit betekent beter communiceren, informeren en zorgen dat Velsenaren meer betrokken zijn bij de dingen die we met elkaar doen. We gaan voor uitmuntende burgerparticipatie.

De samenleving betrekken Door participatie betrekt de gemeente actief mensen bij thema’s en onderwerpen die de samenleving direct of indirect raakt. Die impact hebben op hun woon- en leefomgeving. Daarover gaan we in gesprek en we doen dat zoveel mogelijk op wijkniveau. Maar participatie is ook ruimte geven en loslaten. Ruimte geven aan initiatieven, ideeën en plannen van anderen waarbij gebruik gemaakt wordt van de meningen, kennis en de ervaringen die in de samenleving aanwezig zijn. Uiteindelijk leidt dit tot het maken van keuzes. Het nemen van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Maar soms ook tot het loslaten van deze verantwoordelijkheid om anderen de ruimte te geven om verantwoordelijkheid te nemen. Zo is participatie een democratisch instrument om te komen tot afgewogen besluiten.

Bouwen op ervaring Gemeente Velsen weet wat participatie is. Jarenlang zijn en worden inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken bij allerlei onderwerpen. De laatste jaren hebben we veel geoefend, geëxperimenteerd en geleerd om dat steeds beter te doen. Door eerst goed te informeren, in gesprek te gaan, te luisteren en af te wegen voordat het besluit genomen wordt. Maar ook door te evalueren en hier weer van te leren. Dit is de beste manier om democratische besluiten te nemen.

2

Inhoud 1. Samenvatting ....................................................................................................................................................................5 2. Inleiding ..............................................................................................................................................................................6 a)

Waarom een beleidskader? ..............................................................................................................................6 Meer richting geven ..................................................................................................................................................6 Beter aansluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen ............................................................................6 Lokaal uitwerken van (nieuwe) wetgeving ....................................................................................................6

b)

Missie en doel van het beleidskader .............................................................................................................7

c)

Het maken van het beleidskader ....................................................................................................................8

3. Onze visie op participatie ............................................................................................................................................9 Wat is participatie? ........................................................................................................................................................9 Drie niveaus van participatie................................................................................................................................9 Verschil tussen participatie en inspraak..........................................................................................................9 Bekende valkuilen...................................................................................................................................................10 Ambitie: Wat willen we met participatie bereiken?......................................................................................10 Inzicht en kwaliteit .................................................................................................................................................10 Vijf hoofdkeuzes............................................................................................................................................................11 4.

De rol van de gemeenteraad, het college, de adviseurs en de samenleving bij participatie........12 De initiatiefnemer ...................................................................................................................................................12 De samenleving ........................................................................................................................................................12 De belanghebbenden en hun organisaties ...................................................................................................13 De gemeenteraad.....................................................................................................................................................14 Kaders vaststellen ...................................................................................................................................................14 Betrokken bij het participatieproces ..............................................................................................................14 Samen beslissen .......................................................................................................................................................14 Controle op de uitvoering van het beleid......................................................................................................14 Het college van

Burgemeester en wethouders...........................................................................................15 De ambtelijke organisatie ....................................................................................................................................16 5. We kiezen bij de start van ieder project bewust voor wel of geen participatie................................17 Uitgangspunt is dat participatie bij alle gemeentelijke projecten verplicht is .............................17 Geen participatie als er geen ruimte is om het beleid of plan aan te passen.................................17 6. We geven meer structuur aan participatieprocessen ..................................................................................19 Participatieprocessen door de gemeente. ....................................................................................................19 Participatieprocessen bij initiatieven uit de samenleving. ...................................................................20 Bepalen van het participatieniveau.................................................................................................................21

3

We werken met een vaste systematiek voor bepalen van impact van initiatieven....................22 We werken met kwaliteitseisen voor de uitvoering en evaluatie van participatie ....................23 We werken in verschillende fases....................................................................................................................24 7. We leggen de nadruk op wijkgerichte participatie........................................................................................26 Dit bedoelen we met wijkgerichte participatie ..........................................................................................26 Kaders voor wijkgerichte participatie............................................................................................................26 8. We zetten in op meer en betere ondersteuning van initiatieven van en door inwoners..............28 Het Uitdaagrecht......................................................................................................................................................28 9. We stellen participatie bij complexe projecten in de fysieke leefomgeving verplicht ..............29 10.

Van beleid naar uitvoering ....................................................................................................................................30 Groeimodel.................................................................................................................................................................30 Opstellen handreiking Participatie..................................................................................................................30 Opstellen Participatieverordening ..................................................................................................................30 Uitwerken wijkgerichte participatie...............................................................................................................30 Uitwerken uitdaagrecht........................................................................................................................................31 Verankeren van de spelregels in de advisering aan college en raad.................................................31 PLANNING ............................................................................................................................................................................31 11.

Haalbaarheid/uitvoerbaarheid ...........................................................................................................................33 Opleiden en trainen................................................................................................................................................33 Budget ..........................................................................................................................................................................33 Aanjagers en aanspreekpunten.........................................................................................................................33 Bijlagen ..................................................................................................................................................................................34 Bijlage 1: Basis voor participatiebeleid ..............................................................................................................35 Bijlage 2: Project Democratische kwaliteit ..................................................................................................37 Bijlage 3: Gebruikte werkvormen in Velsen (niet volledig)..................................................................38 Bijlage 4: De Omgevingswet en het beleidskader Participatie ............................................................39

4

1. Samenvatting Dit beleidskader maakt in grote lijnen en in heldere woorden duidelijk wat de gemeente Velsen onder participatie verstaat. Waarom we dit belangrijk vinden. Wat we ermee willen bereiken en welke eisen we stellen aan goede participatie. Velsen is een dynamische samenleving met veel ruimte voor initiatieven. In de meeste gevallen verandert hierdoor iets in de directe omgeving van mensen. Men vindt er iets van. Het is mooi, leuk, lelijk, positief, prachtig, kan beter, ga zo door etc. Door participatie goed te organiseren ontstaat snel inzicht hoeveel impact een initiatief heeft. Dan is er de kans om met kennis en ervaring kwaliteit toe te voegen. Om het beter te maken. Of te ontdekken dat de emoties zo hoog oplopen dat iets moet veranderen. En omdat het vaak in de eigen omgeving is, moet participatie ook meer op wijkniveau plaatsvinden. Samen met mensen die in de wijken wonen. Met organisaties die in de wijk actief zijn. Door meer zeggenschap te geven aan inwoners waar dat kan. En eerlijk te zijn als dit niet kan. Dit beleidskader beschrijft de verschillende rollen die er zijn bij participatie. Dus wie doet wat. Maar ook hoe de gemeente met initiatieven omgaat. Beter structuur geeft waardoor de opbrengst van participatie beter wordt en volwaardig meegenomen wordt bij het nemen van besluiten. Ook leest u waar goede participatie aan moet voldoen.

Wanneer het verplicht is en wanneer niet. En als dat niet zo is, hoe we dan toch anderen willen verleiden om dit toch te doen. Participatie is ook de kracht van de samenleving belonen. Omdat we open staan voor nieuwe initiatieven. Dit gaan we beter ondersteunen. En zorgen dat mensen ook elkaar kunnen helpen om Velsen beter, mooier en interessanter te maken.

De doelstellingen van dit beleidskader worden in samenwerking tussen college, gemeenteraad, bewoners, bewonersorganisaties en andere relevante partijen verder uitgewerkt en uitgevoerd. Dit beleidsplan loopt tot en met 2026.

5

2. Inleiding a) Waarom een beleidskader? Het huidige participatiebeleid is elf jaar oud. Sindsdien is het onderwerp participatie lokaal en nationaal veel in beweging. De raad en het college van Velsen hebben in het raadsakkoord en collegeprogramma 2018 – 2022 de inwoners centraal gesteld. Daarin stond de ambitie om inwoners meer en beter te betrekken bij besluitvorming. Dit gebeurt ook. In de afgelopen jaren waren er gemiddeld zo’n 50 onderwerpen waarbij de gemeente initiatiefnemer was van het gesprek. Daarnaast startten er jaarlijks ongeveer 30 bewonersinitiatieven. We hechten dan ook veel waarde aan goede (burger)participatie. Dit beleidskader geeft richting aan het voorbereiden en uitvoeren van participatie in de gemeente. Hiermee wordt ook verbinding gemaakt met de maatschappelijke ontwikkelingen en invulling gegeven aan nieuwe wetgeving waarbij participatie belangrijk is. Meer richting geven Dit beleidskader geeft inzicht in wat we verstaan onder goede (burger)participatie. We geven richting aan de manier waarop de gemeente zelf de samenleving betrekt bij haar eigen beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Persoonlijk, laagdrempelig, transparant, en ondersteunend. Daarnaast maken we duidelijk hoe we omgaan met initiatieven van anderen. En hoe participatie daarin een rol heeft op weg naar besluitvorming.

Beter aansluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen Steeds vaker willen inwoners meer invloed hebben op hun eigen woon- en leefomgeving. Ze wachten niet meer tot de gemeente iets agendeert, maar nemen zelf het initiatief om hun directe leefomgeving te verbeteren. Ook in Velsen zetten (groepen) inwoners hier stappen in. Denk aan het recente initiatief om via crowdfunding de uitstoot van giftige stoffen door TATA-Steel te gaan monitoren. De oprichting van een energiecoöperatie of het initiatief om moestuintjes aan te leggen op verschillende plekken in Velsen. In dit beleidskader geven we antwoord op de vraag: Hoe wil de gemeente meer ruimte bieden aan dit eigen initiatief?

Lokaal uitwerken van (nieuwe) wetgeving

Via (nieuwe) wetgeving geeft het Rijk de gemeente een aantal kaders voor het participatiebeleid mee: ●

●

●

De nieuwe ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’ heeft als doel: de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van hun gemeente, provincie, en waterschap te vergroten. In deze wet is het ‘uitdaagrecht’ verankerd. De gemeenteraad is verplicht in een participatieverordening kaders te stellen voor participatie. Zo is het voor inwoners duidelijk op welke manier en in welke fase van het beleidsproces zij betrokken worden. Bij het opstellen van de participatieverordening heeft de gemeenteraad de ruimte om rekening te houden met de lokale behoeften en omstandigheden. In dit beleidskader Participatie staan de beleidsmatige kaders waarop de participatieverordening straks wordt gebaseerd. Velsen onderschrijft het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap. Dit vraagt onder andere om passende vormen van ondersteuning, informatievoorziening en communicatie voor gehandicapten. Ook bij participatieprocessen.

6

●

●

In de Omgevingswet, die in 2022 ingaat, is participatie een centraal thema. Volgens de Omgevingswet moet elke gemeente een participatiebeleid hebben, waarin staat hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden. Dit moet klaar zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (motie Nooren 2020). De wet richt zich daarbij specifiek op beleid en projecten in de fysieke leefomgeving. Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij dagelijkse activiteiten en dagbesteding en opvang in bijzondere situaties. De wet verplicht de gemeente om participatie/ meedoen aan de samenleving, te stimuleren en te faciliteren.

De gemeente is dus verplicht om participatie goed te regelen. Dit geldt voor het opstellen van beleid en bij de uitvoering daarvan. Daarnaast stimuleert de gemeente andere initiatiefnemers om hun participatie ook goed te doen. Bijvoorbeeld bij initiatieven van projectontwikkelaars, woningcorporaties of buurtinitiatieven. De gemeente beoordeelt de uitkomsten van participatieprocessen bij het nemen van democratische besluiten.

b) Missie en doel van het beleidskader Participatie is niet nieuw in Velsen. De gemeente betrekt al jaren (vertegenwoordigers van) haar inwoners, maatschappelijke instellingen en ondernemers bij de voorbereiding en uitvoering van projecten en bij het maken van beleid. Op verschillende manieren, in verschillende omvang, met verschillende inspanning en met verschillende resultaten. En we blijven leren. Telkens zoeken we naar de juiste manier om zowel kennis van inwoners als de verschillende belangen in beeld te brengen. De missie van de gemeenteraad, zoals verwoord in het Raadsakkoord staat centraal. Dus goed luisteren naar signalen uit de samenleving en verbinding tot stand brengen. Participatie is zo een belangrijk onderdeel van het democratisch proces. Het vervangt niet de zogenaamde representatieve democratie waarbij besluiten genomen worden door gekozen volksvertegenwoordigers. Maar de uitkomsten van een goed doorlopen participatieproces geven inzicht in wat er rond het onderwerp leeft. Er is ook behoefte om zoveel mogelijk ruimte te geven aan initiatieven. Te zoeken naar manieren waarop inwoners zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen. Een betere samenwerking tussen gemeente en inwoners bij het mooier en leuker maken van de wijken. Maar ook bij het signaleren en oplossen van problemen in de eigen buurt of wijk. Initiatieven van inwoners niet overnemen maar ondersteunen.

En de ruimte bieden om de gemeente uit te dagen om taken van de gemeente beter te doen. Het is zoeken naar de juiste balans. Het beleidskader participatie biedt duidelijkheid aan: ● ● ● ● ● ●

Initiatiefnemers. Zij die een initiatief starten dat impact heeft om de omgeving. Dat kan dus ook de gemeente zelf zijn. Inwoners, ondernemers, bedrijfsleven, belanghebbende organisaties en instellingen. De gemeenteraad Het college van B&W De ambtelijke organisatie (bij het uitvoeren van gemeentelijke participatieprocessen) Andere overheden.

7

Het geeft duidelijkheid over: ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Wat we in Velsen onder participatie verstaan; Wat we goede participatie vinden; Waarom we dat belangrijk vinden; Hoe een goed participatieproces in de gemeente moet worden voorbereid; Welke eisen we stellen aan de kwaliteit van het participatieproces; Hoe we bepalen welke invloed de samenleving heeft bij verschillende projecten; Wanneer we participatie bij initiatieven van anderen verplicht stellen (Omgevingswet); De rolverdeling tussen raad, college, adviseurs bij de organisatie van de participatie; De rollen en verantwoordelijkheden van andere initiatiefnemers.

Daarnaast is het beleidskader de basis voor: ● ● ● ● ● ●

Het opstellen van de participatieverordening; Het maken van een handreiking participatie als basis voor participatieprocessen, voor zowel initiatiefnemers als inwoners; De invulling van wijkgerichte participatie; De uitwerking van het uitdaagrecht; Kaders voor en controle door de gemeenteraad en het college; Het maken van een meerjarig uitvoeringsplan om dit beleid uit te voeren waaronder een leerprogramma voor medewerkers.

c) Het maken van het beleidskader Dit beleidskader is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenteraad en inwoners. Door te kijken en te leren van ervaringen uit het verleden en naar maatschappelijke ontwikkelingen. De gemeenteraad heeft op hoofdlijnen kaders benoemd die hij belangrijk vindt. Naast wetgeving is er ook gekeken naar diverse gemeentelijke beleidsstukken waarin participatie genoemd wordt1. In de gemeente Velsen is tussen september 2018 en juni 2019 het project Democratische Kwaliteit doorlopen. Hierin is gekeken naar hoe we als Velsen participatie oppakken en uitvoeren. De leerpunten uit dat project zijn ook opgenomen in dit beleidskader. Ook is toen de basis gelegd voor een afwegingskader bij initiatieven en zijn er belangrijke kernwaarden genoemd2. Vanaf november 2020 is gesproken met wijkplatforms, bewonersorganisaties, de Participatieraad Velsen, inwoners, projectontwikkelaars en meerdere keren met de gemeenteraad. De uitkomsten van deze gesprekken zijn meegenomen bij het maken van dit beleid. Ook is er onderzoek gedaan onder de 1700 leden van het Burgerpanel Velsen. Hiervan hebben 482 leden deelgenomen. Een aantal leden nam ook deel aan twee gesprekken.

1 Zie de bijlage voor een overzicht

2 Zie de bijlage voor deze kernwaarden

8

3. Onze visie op participatie Wat is participatie? Onder participatie verstaan wij: “Het proces om bij een initiatief kennis toe te voegen en verschillende belangen en emoties in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te krijgen en te delen. En als het mogelijk is om oplossingen te zoeken en samen te werken. Dit als basis voor een goede belangenafweging bij de (politieke) besluitvorming”. Het gaat hierbij niet alleen om de belangen van onze inwoners, maar ook van andere belanghebbenden, zoals maatschappelijke instanties, belangengroeperingen, bedrijven en medeoverheden. Het gaat over maatschappelijke belangen zoals luchtkwaliteit of de behoefte aan nieuwe woningen, maar bijvoorbeeld ook over financiële of bestuurlijke belangen. Het toevoegen van kennis is ook een belangrijk onderdeel van participatie. Kennis die bijvoorbeeld ingebracht wordt door inwoners en/of ervaringsdeskundigen. Participatie start altijd door een initiatiefnemer van een project, beleid of plan. Dit is bijvoorbeeld: 1. De gemeente (met de gemeenteraad, college of ambtelijke organisatie als opdrachtgever) 2. Een (groep) inwoner(s) of(bewoners)organisaties 3. Een woningcorporatie of een projectontwikkelaar. Er is daarbij altijd een rol voor de gemeente. Deze rol varieert van initiatiefnemer tot vergunningverlener.

Maar ook die van belanghebbende, deelnemer, facilitator, regisseur, coach of subsidieverstrekker om een initiatief te ondersteunen. Per initiatief kijken we welke rol we als gemeente in het proces hebben. Bij de meeste initiatieven wordt toegewerkt naar een besluit van de gemeenteraad of het college. De gemeente kent ook participatie vanuit het kader van de Participatiewet. De intentie hiervan is dat inwoners volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. Maar dat is niet waar dit beleidskader over gaat!

Drie niveaus van participatie

We gaan uit van drie niveaus van participatie: Raadplegen, Samen maken of Samen beslissen. Hoofdstuk 5 gaat hier verder op in. We zien ‘informeren’ niet als vorm van participatie, omdat dit geen interactief proces is. Wel is het geven van informatie over het onderwerp een belangrijke voorwaarde bij alle niveaus van participatie. Zowel bij de start als tijdens een participatieproces. Informeren doet een initiatiefnemer dus altijd.

Verschil tussen participatie en inspraak

Participatie is niet hetzelfde als inspraak. Inspraak is de procedure waarbij iedereen of een beperkte doelgroep zijn mening kan geven over een plan dat klaar is, voordat het college of de gemeenteraad een besluit neemt. Vormen van inspraak zijn inspraakrecht bij vergaderingen van de gemeenteraad, een schriftelijke reactie of meepraten tijdens informatiebijeenkomsten. In sommige gevallen is inspraak wettelijk verplicht, bijvoorbeeld bij de vaststelling van bestemmingsplannen en het aanpassen van het Omgevingsplan.

9

Participatie is het proces voorafgaande aan inspraak. Dus liefst zo vroeg mogelijk, actief met belanghebbenden op zoek gaat naar antwoorden op de vragen die er zijn. De uitkomsten van een participatieproces zijn dus bekend voorafgaand aan de Inspraakprocedure.

Bekende valkuilen

Participatie wordt vaak genoemd als redmiddel bij projecten. Dat is het niet. Daarom hieronder een paar verwachtingen van het effect van participatie en de nuancering daarbij. ●

●

●

Participatie zorgt voor minder gedoe. Dat kan, maar het omgekeerde kan ook. Doordat je in gesprek gaat worden ook problemen duidelijker. De kunst is om dan de kansen en de problemen te verkennen, te verkleinen en naar oplossingen te zoeken. Niet altijd zal iedereen tevreden zijn over het uiteindelijke besluit. Participatie zorgt voor draagvlak. Dit mag nooit het doel zijn. Een goed participatieproces zorgt ervoor dat belangen beter inzichtelijk worden. Dit kan leiden tot begrip voor elkaars standpunten en het vinden van oplossingen waardoor meer draagvlak ontstaat. Maar het vraagstuk kan zich ook verbreden. Dat maakt het nemen van afgewogen beslissingen moeilijker, omdat er andere belangen duidelijker worden of dat het gesprek polariseert. Iedereen moet mee kunnen praten! Dit is een illusie, niet iedereen wil of kan dat. Wel is het belangrijk om actief en gericht mensen te benaderen die bij het onderwerp betrokken (willen) zijn. En dat de drempels zo laag mogelijk zijn zodat iedereen die dat wil aan het gesprek kan deelnemen. Daarbij is het een uitdaging om ook die mensen te bereiken die zich minder vaak uitspreken. Maar ook (belangen)groepen die ondervertegenwoordigd zijn in participatieprocessen zoals jongeren, ouderen, migranten, visueel en lichamelijk gehandicapten, etc...

Ambitie: Wat willen we met participatie bereiken? De gemeenteraad en het college willen bereiken dat bij de voorbereiding en uitvoering van maatschappelijke opgaven en projecten zoveel mogelijk met de samenleving samengewerkt wordt. We staan open voor meer invloed vanuit die samenleving en willen verbindingen tot stand brengen. Naast initiatieven vanuit de gemeente maken we ook ruim baan voor initiatieven van anderen. Maar we blijven aandacht houden voor de (negatieve) gevolgen daarvan. Vooraf kun je ongeveer bepalen wat de impact is van een initiatief en of participatie wenselijk of noodzakelijk is. Pas in het participatieproces wordt duidelijk hoe anderen over het initiatief denken. Waar belangen geschaad worden, maar ook waar kennis en ervaring kunnen worden toegevoegd. Inwoners en ondernemers kennen hun eigen omgeving tenslotte het beste. We signaleren, stimuleren en ondersteunen initiatieven omdat dit bijdraagt aan een dynamische samenleving. Vooral initiatieven die vanuit (groepen) inwoners zelf komen dragen bij aan de versterking van de buurt of wijk.

Inzicht en kwaliteit

Naast kennis en ervaring van de ambtelijke organisatie voegen we ook kennis en ervaring van inwoners toe. We willen elkaar beter begrijpen en de kansen benutten om de negatieve effecten te veranderen en de kwaliteit te verbeteren. Dit voordat hierover op democratische wijze een besluit wordt genomen.

10

Door mensen deelnemer te laten zijn aan processen ontstaan betere resultaten. Want als mensen met elkaar spreken ontstaan er eenduidige beelden, inzicht in problemen en belangen. Maar ook creatieve oplossingen. In sommige gevallen, vooral bij de herinrichting van de openbare ruimte en wegen, zitten inwoners, ondernemers, belangengroepen en ambtenaren samen aan de tekentafel. Vakdeskundigheid van ambtenaren kan dan uitstekend gecombineerd worden met de kennis en ervaringsdeskundigheid van inwoners en ondernemers. De opbrengst van een participatieproces versterkt zo de kwaliteit van de besluiten die genomen moeten worden. Samenvattend willen we met participatie de volgende doelen bereiken: ● ● ● ● ● ● ●

Een dynamische samenleving met ruimte voor initiatieven Beter inzicht krijgen in de impact van initiatieven Kennis en ervaringsdeskundigheid toevoegen Gelegenheid voor het vinden van creatieve oplossingen Verbetering van de kwaliteit van initiatieven Beter afgewogen besluitvorming Versterking van de lokale democratie

Vijf hoofdkeuzes Om deze doelen te realiseren maken we 5 hoofdkeuzes die de kern vormen van ons participatiebeleid: 1. 2. 3. 4. 5.

We kiezen bij de start van ieder project bewust voor wel of geen participatie. We geven meer structuur aan participatieprocessen We leggen de nadruk op wijkgerichte participatie We zetten in op betere ondersteuning van initiatieven vanuit inwoners We stellen participatie bij zeer complexe projecten in de fysieke leefomgeving verplicht.

Hierna werken we deze keuzes nader uit. Maar eerst meer over de verschillende rollen bij participatie.

11

4. De rol van de gemeenteraad, het college, de adviseurs en de samenleving bij participatie Bij uitmuntende participatie hoort een goed onderscheid in de rollen en taken van verschillende partijen. Participatie is een samenspel waarbij uiteindelijk de samenleving voordeel heeft van de uitkomsten van een goed participatieproces. Dit alles binnen de democratische waarden die we met elkaar hebben afgesproken.

De initiatiefnemer

De initiatiefnemer is de eigenaar van het project. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de realisatie van het project, de financiering als voor het organiseren van een goed participatieproces. Er zijn verschillende soorten initiatiefnemers: ● ● ● ● ● ● ● ●

De gemeente, waarbij over het algemeen de raad het college de opdracht geeft een project te starten (via beleid, een programma of een specifieke opdracht). Een groep inwoners die iets willen in hun straat, buurt of wijk. Een ondernemer, die een bedrijf wil starten of zijn bedrijf wil uitbreiden, of iets wil organiseren binnen de gemeente. Een ontwikkelaar of woningcorporatie. Een vereniging (sportief, cultureel of maatschappelijk) Een maatschappelijke instelling, zoals een energiecoöperatie. Bewonersorganisaties (bewonerscomité. Huurdersraden, ouderenbonden, wijkplatforms) Andere overheden, namelijk buurgemeenten, het waterschap, de provincie of de Rijksoverheid.

De samenleving

Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vormen met elkaar de samenleving van Velsen. Hun rollen bij participatie zijn: - Gesprekspartner. Met hen voeren we gesprekken over de verschillende initiatieven. Zowel daar waar de gemeente initiatiefnemer is (bij de voorbereiding en uitvoering van beleid) als waar het initiatief van anderen afkomstig is. - Initiatiefnemer. Vanuit de samenleving komen de initiatieven om Velsen mooier, beter en aantrekkelijker te maken. Vooral op wijk- of buurtniveau. Een kracht van Velsen is dat het veel maatschappelijke organisaties heeft. Bijvoorbeeld op het gebied van sport, kunst en cultuur, zorg. Maar ook wijkplatforms, huurdersraden, winkeliersverenigingen, bewonersorganisaties, woningcorporaties etc. Met elkaar geven we richting aan dat wat we in Velsen waardevol vinden. Als gemeente wil je zoveel mogelijk mensen betrekken bij de onderwerpen die voor hen belangrijk zijn. Voor sommige onderwerpen is het wenselijk of noodzakelijk om specifieke doelgroepen te benaderen. Bijvoorbeeld jongeren (17 % van de inwoners is tussen de 15 en 29 jaar), mensen met een migratieachtergrond (9,6 % van de inwoners van Velsen), ouderen (20 % is ouder dan 65 jaar) of mensen met een beperking. Zij zijn vaak moeilijker te bereiken dan de gemiddelde inwoners van 45 jaar en ouder.

12

Bij veel initiatieven is het wenselijk om specifiek van hen ervaringen of oplossingen te horen En noodzakelijke kennis toe te voegen die nog ontbreekt. Om hen beter te bereiken werkt de gemeente samen met de Participatieraad Velsen. Vooral bij onderwerpen die zich afspelen in het sociaal domein.

De belanghebbenden en hun organisaties

Dit zijn individuen en/of hun organisaties die positieve en/of negatieve gevolgen van een project ervaren. In de zorgsector zijn dat de mensen die zorg willen ontvangen maar ook de partijen die de zorg moeten leveren. Bij woningbouwprojecten zijn dat bijvoorbeeld zowel de woningzoekenden als de omwonenden. En afhankelijk van het project kunnen dat bijvoorbeeld ook de ouderen, de jongeren, gezinnen met kinderen of alle inwoners van de gemeente zijn. In sommige gevallen hebben de belanghebbenden zich georganiseerd. Denk aan de milieuorganisaties, ouderenbonden, de Fietsersbond of patiëntenplatforms. Een bijzondere vorm van belangenorganisaties die we in Velsen kennen zijn de wijkplatforms. In veel gevallen treden zij op als de ogen en de oren van de wijk. Ze signaleren en reageren op zaken die in een wijk spelen en adviseren de gemeente gevraagd en ongevraagd. De wijkplatforms kunnen ook een rol spelen bij de voorbereiding van participatieprocessen. Bij het uitwerken van wijkgerichte participatie gaan we met de wijkplatforms en inwoners in gesprek over de meest gewenste rol van de wijkplatforms in brede zin. Deze rol kan per wijk verschillen. Een tweede bijzondere partij in Velsen is de Participatieraad.

De Participatieraad Velsen is in 2018 gestart en bestaat uit inwoners die op vrijwillige basis de gemeente adviseren over het inrichten van participatieproces: hoe en op welke manier kan de gemeente het beste in gesprek komen met betrokken en belanghebbende inwoners. Dat kunnen onderwerpen zijn rondom jeugd, werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning of armoedebestrijding. Meestal is dit gekoppeld aan een vraag vanuit de gemeente over te vormen beleid of uitvoering van beleid. Bij onderwerpen die het sociaal domein aangaan zal altijd de Participatieraad hierover minimaal wordt geïnformeerd en zo mogelijk wordt betrokken. De rol van de Participatieraad is om te denken vanuit het perspectief van inwoners over participatieprocessen. Zodat inwoners geïnspireerd worden en zich genodigd en geroepen voelen om zelf mee te denken, praten en werken aan vraagstukken die zij belangrijk vinden. Daarnaast kan de Participatieraad zelf onderwerpen agenderen op basis van signalen uit de samenleving. Het gaat om het geven van advies en niet over de uitvoering van participatie Tot slot werken we in Velsen regelmatig met een (digitaal) Burgerpanel. Een groep van ongeveer 1700 inwoners die reageren op vragen of stellingen rond een bepaald thema waarbij de gemeente meestal initiatiefnemer is. Meestal ook voor algemene vraagstukken.

Het idee is om dit te verbreden naar Wijkpanels zodat vaker vragen op wijkniveau gesteld kunnen worden. Zowel door de gemeente, maar ook door andere initiatiefnemers. Hiervoor zou het aantal mensen van het panel moeten groeien naar minimaal 3500 inwoners waarbij vooral ook meer mensen tussen de 20 en 45 jaar.

13

De gemeenteraad

De gemeenteraad is het hoogste bestuurlijke orgaan van de gemeente. Hij heeft de rol en de positie om democratische beslissingen te nemen die effect hebben op de samenleving van Velsen. Denk hierbij aan thema’s zoals wonen, energietransitie, milieuvraagstukken, sportstimulering, cultuur etc.

Kaders vaststellen

De gemeenteraad stelt met dit beleidskader de algemene kaders voor participatie in de gemeente vast. Dit gaat vooral over wat de gemeenteraad onder participatie verstaat, wat hij ermee wil bereiken, wat de raad voor keuzes maakt om dat doel te realiseren en welke rol de raad en de andere spelers daarin hebben. Daarbij stelt de raad binnen het beleidskader participatie de spelregels voor het betreffende participatieproces vast. Daarbij weegt de raad zorgvuldig de democratische waarden en geeft deze als kaders mee. De gemeenteraad betrekt daarbij het advies van het college en de wensen uit de samenleving. De raad kan aanvullend op het beleidskader bij belangrijke onderwerpen ook zelf een participatieproces opstellen. De raad benoemt onderwerpen waarbij de gemeenteraad actief bij het participatieproces betrokken wil zijn. En dus ook invulling wil geven op de manier waarop dit gebeurt. Dit zijn in de huidige bestuursperiode de Klimaatagenda, de Omgevingsvisie en de ‘Visie op Velsen’. De raad voert jaarlijks, voorafgaande aan de perspectiefnota, het politieke gesprek over de onderwerpen die hij van grote waarde acht en waarbij de raad dus actief bij betrokken wil zijn. Dit gebaseerd op de dan actuele situatie.

De raad moet op basis van de wetgeving ook een aantal specifieke keuzes maken, bijvoorbeeld of hij participatie verplicht wil stellen bij complexe initiatieven die buiten het omgevingsplan vallen. En of, en zo ja hoe hij invulling wil geven aan het Uitdaagrecht. Dit wordt nader uitgewerkt.

Betrokken bij het participatieproces

Gedurende elk participatieproces kunnen raadsleden er ook zelf voor kiezen om bij belangrijke thema’s met betrokkenen in gesprek te gaan. Dit door deel te nemen aan het participatieproces. Maar ook daarna door gebruik te maken van de formele raadssessies om over het onderwerp met elkaar en inwoners in gesprek te gaan. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat participatie geen alternatief is voor de representatieve democratie. De uitkomsten van een goed doorlopen participatieproces zijn wel een belangrijk instrument bij besluitvorming, maar de gemeenteraad heeft de verantwoordelijkheid voor het nemen van afgewogen beslissingen in het kader van het algemene belang.

Samen beslissen

Het gemeentebestuur, zowel college als raad, neemt de eigen verantwoordelijkheid, maar laat ook waar mogelijk verantwoordelijkheid over aan inwoners, organisaties en bedrijven (loslaten en zeggenschap). Zo kan de raad besluiten om bij specifieke initiatieven de samenleving (mee) te laten beslissen, bijvoorbeeld als het algemeen belang niet in het geding is. Terwijl participatie geen vervanging is voor de representatieve democratie, kan de raad wel vooraf aangeven de uitkomsten van bepaalde participatietrajecten te volgen en daar enkel bij zwaarwegende (maatschappelijke) belangen van af te wijken.

Controle op de uitvoering van het beleid

De raad is verantwoordelijk voor de controle op het goed doorlopen van participatieprocessen. Als hoeder van de democratische processen wil hij hierop ook kunnen

14

controleren of het naar alle verwachtingen is verlopen. Zeker bij initiatieven die veel impact hebben. Daarom wordt de raad door het college geïnformeerd over deze grote initiatieven. Bijvoorbeeld via de begrotingscyclus, collegeberichten met eventueel tussentijdse projectrapportages en projectoverzichten. Maar raadsleden kunnen ook toehoorder zijn bij participatiebijeenkomsten en deelnemen aan excursies, informatiebijeenkomsten, etc. Bij grote projecten worden raadsleden in de gelegenheid gesteld om (als toehoorder) aanwezig te zijn. Voor alle andere participatietrajecten zal dit telkens afgewogen moeten worden door de initiatiefnemer. Voor een goede controle zijn de randvoorwaarden waarbinnen participatie wordt beoordeeld en uitgevoerd als volgt: 1. De mate van impact (groot, klein of geen participatie) 2. Het niveau van participatie (raadplegen, samen maken of samen beslissen) 3. De kwaliteit van de participatie. Dus dat voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria die zijn opgesteld. Het gaat om de borging van inclusie, diversiteit, deliberatie, argumentatie, transparantie van democratische processen en democratische vaardigheden. Deze kwaliteitscriteria zijn: ●

● ● ● ● ●

Aandacht voor verschillende belangengroepen die vaak ondervertegenwoordigd zijn in participatieprocessen zoals jongeren, ouderen, migranten, visueel en lichamelijk gehandicapten, etc. Communiceren vanaf het begin tot het einde van een participatieproces. Dus ook over de uitkomsten na een besluit. Er is duidelijkheid over wie wanneer waarover beslist. De drempels om aan het gesprek mee te kunnen doen zijn zo laag mogelijk. De informatievoorziening is optimaal zodat belangstellenden weten wat er speelt en mee kunnen doen. We gebruiken duidelijke taal en werkvormen. We evalueren het participatieproces waarna geleerde lessen worden toegepast in andere participatieprocessen.

Naast deze criteria gaat het ook over de houding die we als gemeente aannemen. We nemen mensen serieus en maken gebruik van hun kennis en ervaring. Dat we zoeken naar creatieve oplossingen en de tijd nemen voor het proces. Al zorgen we er ook voor dat het proces niet te lang duurt. Daarbij hebben we aandacht voor de hoeveelheid tijd/geld en energie die het vraagt van zowel de deelnemers aan het proces als van de gemeentelijke organisatie. De afwegingen bij een participatieproces en de kaders (spelregels) zijn voor inwoners en raad van tevoren bekend zodat achteraf ook gecontroleerd kan worden of het proces voor alle betrokkenen goed is doorlopen.

Het college van Burgemeester en wethouders

Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleidskader. Hij vertaalt de kaders naar de praktijk. Samen met de ambtelijke organisatie voert hij het gesprek met de samenleving over tal van onderwerpen. • •

Dit volgens de spelregels die door de gemeenteraad in dit beleidskader zijn vastgelegd. En binnen het budget dat de gemeenteraad daarvoor ter beschikking stelt. Het college is bekend met de initiatieven en de afwegingen die daarbij gemaakt zijn; de mate van participatie (groot, klein of geen) en het niveau van participatie: (Raadplegen, samen

15

•

maken of samen beslissen). Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de grote initiatieven. Het college van B&W is meestal verantwoordelijk voor de uitvoering van participatieprocessen. Om de rol als gemeenteraad goed te kunnen vervullen, wordt de raad regelmatig geïnformeerd.

De ambtelijke organisatie

De ambitie van de raad en college en de verwachtingen vanuit de samenleving zorgen ervoor dat de rol van ambtenaren verandert. Van ambtenaren wordt verwacht dat ze hun vakkennis en ervaring gebruiken in de geest van de ambitie. Ze staan open voor meningen, kennis en ervaringsdeskundigheid uit de samenleving en verwerken die in hun adviezen. Zo combineren we de vakkennis en ervaring van ambtenaren met die van de samenleving. De rol van onze ambtelijke organisatie is verbindend, faciliterend en adviserend waarbij de inbreng van de samenleving duidelijk naar voren komt. De ambtelijke organisatie voert de projecten en participatieprocessen uit in opdracht van het college. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn er verschillende rollen: ● ● ● ● ● ● ● ●

Initiatieven stimuleren, beoordelen en verder begeleiden. Verantwoordelijkheid nemen voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van participatieprocessen bij gemeentelijke projecten (beleidsvoorbereiding of uitvoering). Ervaringsdeskundigheid en kennis van de samenleving bevragen, benutten en vertalen in adviezen en ontwerpen. De eigen professionele deskundigheid inbrengen in het gesprek om zo een toegevoegde waarde te zijn. Beoordelen van de uitkomsten van participatieprocessen van externe initiatiefnemers. Ondersteunen en stimuleren van initiatieven van (groepen) inwoners. Organiseren en faciliteren van online participatievormen (wijkpanels, samenspelvelsen.nl, sociale media etc.). Informeren en adviseren van het college en de gemeenteraad over het verloop en de uitkomsten van participatieprocessen.

Bij grote participatieprocessen kan overwogen worden om gebruik te maken van externe bureaus die gespecialiseerd zijn in het opzetten van participatieprocessen.

16

5. We kiezen bij de start van ieder project bewust voor wel of geen participatie Er hoeft niet voor elk onderwerp een participatieproces te worden opgestart. De afweging of dit noodzakelijk of wenselijk is moet bewust en zorgvuldig gemaakt worden. Een wegingskader helpt bij het bepalen of het initiatief groots, klein of helemaal zonder participatie kan. De uitkomst van die weging moet voor iedereen helder zijn. Het begint altijd bij een initiatief. Is de gemeente zelf de initiatiefnemer, dan is het uitgangspunt dat bij alle gemeentelijke projecten participatie wordt toegepast. Behalve als er geen ruimte is om beleid of het plan aan te passen of als de lasten niet opwegen tegen de baten. Als het initiatief uit de samenleving komt, stimuleren we initiatiefnemers om ook aan participatie te doen. In uitzonderlijke gevallen stellen we, in lijn met het rijksbeleid (Omgevingswet), participatie verplicht. Uitgangspunt is dat participatie bij alle gemeentelijke projecten verplicht is3 De gemeente is initiatiefnemer op twee gebieden namelijk;

1. In de voorbereiding van beleid. Denk hierbij aan de Omgevingsvisie, De Visie op Velsen, het Armoedebeleid, Pont tot Park, de energietransitie of het Mobiliteitsplan. 2. Bij de uitvoering van beleid via projecten en activiteiten. Bijvoorbeeld de herinrichting van straten, de aanleg van sport- en speelplekken of groenvoorzieningen. In principe betrekt de gemeente dus altijd de samenleving bij bovenstaande initiatieven. Er wordt gekeken naar wie hierbij betrokken zijn (of moeten worden). Soms zijn dit specialisten, soms bewoners in een wijk of straat. Of juist een specifieke doelgroep zoals jongeren of kinderen. Een combinatie kan ook wenselijk zijn. Het is sterk afhankelijk van de impact die een initiatief heeft. Maar ook waar we nieuwsgierig naar zijn. Wat willen we weten?

Geen participatie als er geen ruimte is om het beleid of plan aan te passen

Als vooraf duidelijk is dat er geen ruimte is om iets te veranderen aan het beleid of het plan, starten we geen participatieproces. Bijvoorbeeld bij crisissituaties of als een initiatief volledig past binnen bestaande wet- en regelgeving. Dan is het ‘schijnparticipatie’, een excuus om het gesprek te voeren in de wetenschap dat er geen verandering mogelijk is.

3 Participatie is in een aantal gevallen wettelijk verplicht (zie hieronder).:

● ●

● ●

Bij het maken van een omgevingsvisie en een omgevingsplan door de gemeente. Bij initiatieven die buiten een omgevingsplan vallen, maar waarvan de raad vooraf heeft aangewezen dat participatie verplicht is. Het is aan de gemeenteraad om hier vorm en inhoud aan te geven. Bijvoorbeeld door dit op te nemen in het raadsakkoord. Het kan niet achteraf verplicht gesteld worden als een initiatief eenmaal is ingediend. Bij de realisatie van de Regionale Energie Strategie Bij het beleidsproces in het sociaal domein, bijvoorbeeld bij de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet, de Wet Jeugdzorg en de Wet Passend Onderwijs.

17

We informeren de samenleving als de kosten voor participatie niet opwegen tegen de investering die gedaan wordt of als er geen middelen voor participatie zijn. Een gebrek aan tijd of budget kan reden zijn om geen participatieproces uit te voeren. Deze bestuurlijke afweging moet altijd zorgvuldig gemaakt worden.

We stellen participatie bij ruimtelijke projecten in uitzonderlijke gevallen verplicht4 We kunnen participatie bij ruimtelijke projecten verplichten op basis van de Omgevingswet. Net zoals in de wetgeving noemen we die uitzonderlijke gevallen, Complexe buitenplanse activiteiten. Dit zijn plannen die in strijd zijn met het bestemmingsplan/omgevingsplan, een grote omvang hebben of veel impact op de leefomgeving.

We stimuleren participatie bij initiatieven uit de samenleving Als gemeente werken we graag mee aan initiatieven van anderen. In veel gevallen is participatie niet nodig zoals bij het organiseren van een straatfeest bijvoorbeeld of het initiatief tot het plaatsen van een dakkapel. Het is in die gevallen natuurlijk wel heel verstandig om de buren te informeren. Als er aan de gemeente een besluit wordt gevraagd, moet de initiatiefnemer zelf beoordelen of participatie nodig en zinvol is. Maar uiteraard helpt het als bij de besluitvorming de uitkomsten van een goed doorlopen participatietraject bekend zijn! De vorm waarop participatie plaatsvindt is aan de initiatiefnemer zelf. We kunnen dit dus als gemeente niet verplichten maar wel stimuleren. Het is denkbaar dat in de toekomst bepaalde, kleinschalige initiatieven door de buurt zelf akkoord gegeven worden. Dit moet uitgewerkt worden. De gemeente stimuleert participatie door: 1. Het bieden van een handreiking voor participatie. Dit is een hulpmiddel waarin we beschrijven wat de gemeente verwacht bij het uitvoeren van een participatieproces. Dit is gebaseerd op de manier waarop de gemeente haar eigen participatieprocessen voorbereidt en uitvoert. 2. Participatie te agenderen bij het eerste gesprek met de initiatiefnemer.

Daarbij duidelijk te maken dat de uitkomsten van een goed doorlopen participatieproces helpt bij het nemen van een bestuurlijk besluit. 3. Door aan kleine initiatiefnemers advies te geven.

4 Participatie is als de Omgevingswet ingaat bij het aanvragen van een omgevingsvergunning opgenomen als

‘aanvraagvereiste’. Dit betekent dat de initiatiefnemer moet aangeven in de vergunningaanvraag of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en/of bestuursorganen betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van het plan. Als dit het geval is, moet de initiatiefnemer aangeven wat de resultaten van het participatieproces waren en of het plan daarop is aangepast. Wanneer de initiatiefnemer aangeeft dat er geen participatieproces heeft plaatsgevonden, dan is dat geen grond om de vergunning te weigeren.

18

6. We geven meer structuur aan participatieprocessen Participatie doe je niet zomaar. Dit moet je organiseren. Dit start met het stellen van de juiste vragen en leidt tot een besluit en een evaluatie van het proces. Daarbij maak je afwegingen, bijvoorbeeld over hoe groot de impact is van het initiatief of hoeveel ruimte je wilt bieden. Hoe een participatieproces wordt ingericht is maatwerk. In dit beleidskader staat hoe we structuur geven aan dit proces.

Participatieprocessen door de gemeente. Het initiatief Het start bij een bestuurlijke opdracht (vanuit de gemeenteraad of het college). Hieruit volgt het gemeentelijke initiatief waarbij er twee opties zijn: a) Geef richting aan nieuw beleid of invulling aan landelijk beleid (Denk hierbij aan wijkuitvoeringsplannen in het kader van de transitievisie warmte. Of bij het maken van omgevingsvisie en omgevingsplan). b) Geef binnen vastgestelde kaders uitvoering aan een project. Bijvoorbeeld projecten in de openbare ruimte. Voor beide opties is het belangrijk om in gesprek te komen met de samenleving. Dit om de noodzakelijk kennis en informatie op te halen en belangen inzichtelijk te krijgen. Intaketafel Om te zorgen voor een interne afstemming is het belangrijk dat een initiatief vanuit verschillende kanten bekeken wordt. Het doel is om dit te laten plaatsvinden aan een zogenaamde intaketafel. Deze beoordeling wordt gezamenlijk gedaan door ambtelijke medewerkers vanuit verschillende disciplines zoals regie en ontwikkeling, economische zaken, openbare ruimte en het sociaal domein. Zo worden initiatieven snel en integraal van een eerste advies voorzien. Een adviseur Participatie maakt ook deel uit van deze intaketafel. Er wordt daarbij onder andere gekeken naar: ● ● ● ● ●

Raakt het andere beleidskaders? Is er betrokkenheid van het college en/of de gemeenteraad? Wat is de impact van het initiatief? Moet een groot of klein participatieproces worden opgezet of is participatie niet mogelijk? Wat is het niveau van participatie? (Raadplegen, Samen maken of Samen beslissen)

Participatieaanpak Op basis van de uitkomsten van de initiatieftafel wordt door een projectleider of uitvoerder een participatieaanpak gemaakt. Hierin staat onder andere wat je met participatie wilt bereiken, het niveau van participatie, welke doelgroepen je wilt bereiken en hoe je dit gaat doen. Bij onderwerpen uit het sociaal domein wordt de Participatieraad geïnformeerd. Afhankelijk van het onderwerp kan de participatieaanpak ook samen met inwoners, de Participatieraad, een wijkplatform of wijkorganisatie gemaakt worden. Communicatie is daarbij belangrijk. Bij grote projecten wordt de participatieaanpak ook besproken met de betrokken wethouder(s). In gesprek De werkvormen zijn verschillend, afhankelijk van het onderwerp, de belangen en de verschillende

19

mensen waarmee het gesprek gevoerd wordt. Ook kan dit in verschillende fases van een traject. Bijvoorbeeld bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie. Participatieverslag De uitkomsten van het participatieproces worden beschreven in het participatieverslag. Wat is er gedaan aan participatie? Met wie is het gesprek gevoerd? Wat zijn de belangen, reacties en ideeën? En zijn er als gevolg daarvan aanpassingen gedaan aan het beleid of plan? Besluit Uiteindelijk worden er besluiten genomen door het college en/of de gemeenteraad. De opbrengst van het participatieproces wordt meegenomen als onderdeel van de besluitvorming. Evaluatie Het participatieproces wordt geëvalueerd met betrokkenen. Uit evaluaties van meerdere processen worden leerpunten gehaald. Dit om actief de kennis en vaardigheden rond participatieprocessen te verbeteren. Zo ontstaat een levend evaluatiedocument dat openbaar en inzichtelijk is.

Participatieprocessen bij initiatieven uit de samenleving.

Naast gemeentelijke initiatieven zijn er ook initiatieven van anderen zoals: • • •

Van een projectontwikkelaar of woningcorporatie, bij de bouw van een of meerdere projecten in het fysiek domein. In een buurt of wijk. Van een inwoner die iets wil realiseren in of om de eigen woning, bijvoorbeeld een uitbouw. Maar ook ideeën om een wijk of buurt te verbeteren. Van een groep georganiseerde inwoners zoals een groep ouders die een speelplek wil realiseren, een energiecoöperatie in de wijk of buurtinitiatieven.

Het initiatief Er komen nu op verschillende manieren initiatieven binnen bij de gemeente. Dit gaat via de website, maar ook via het ondernemersloket, wethouders, raadsleden, wijkteams of een wijkrelatiemanager. De bedoeling is dat dit meer gestroomlijnd wordt zodat alle initiatieven aan de intaketafel besproken worden. Intaketafel Om te zorgen voor een interne afstemming is het belangrijk dat een initiatief vanuit verschillende kanten bekeken wordt. Dit gaat gebeuren aan een zogenaamde ‘intaketafel’. Deze beoordeling wordt gezamenlijk gedaan door ambtelijke medewerkers vanuit verschillende disciplines zoals regie en ontwikkeling, economische zaken, openbare ruimte en het sociaal domein. Zo worden initiatieven snel en integraal van een eerste advies voorzien. Een adviseur Participatie maakt ook deel uit van deze intaketafel. Er wordt daarbij onder andere gekeken naar: ● Is het initiatief wenselijk? Draagt het bij aan de ambities van de gemeente? ● Past het binnen beleidskaders? ● Wat is de impact van het initiatief? ● Is participatie verplicht of is het wenselijk? ● Kan de gemeente ondersteunen (materieel, financieel, netwerk, kennis)?

20

Advies aan de initiatiefnemer Op basis van de uitkomst van de intaketafel wordt een advies gegeven aan de initiatiefnemer over participatie. Onderdeel van het advies is een handreiking participatie, een voorbeeld van een participatieaanpak zoals de gemeente deze zelf ook gebruikt, aangevuld met mogelijk werkvormen. In veel gevallen is participatie niet wettelijk verplicht, maar wel wenselijk. Dit omdat initiatieven beter worden door de uitkomsten van een participatieproces. In gesprek De initiatiefnemer kiest zelf de vorm(en) van participatie. Participatieverslag De uitkomsten van het participatieproces worden beschreven in het participatieverslag. Wat is er gedaan aan participatie? Met wie is het gesprek gevoerd? Wat zijn de belangen, reacties en ideeën? En zijn er als gevolg daarvan aanpassingen gedaan aan het beleid of plan? Besluit Grote projecten worden besproken op de Omgevingstafel5. Dit voordat een vergunning wordt ingediend. Een goed, inhoudelijk participatieverslag helpt bij het zetten van de volgende stap tot besluitvorming. Uiteindelijk worden er besluiten genomen door het college en/of de gemeenteraad. Evaluatie Geadviseerd wordt om het participatieproces te evalueren met betrokkenen.

Bepalen van het participatieniveau

Het is belangrijk om voorafgaande aan een participatieproces het niveau aan te geven waarmee de gemeente het proces start. Dit zodat de verwachtingen vooraf voor iedereen duidelijk zijn. In Nederland wordt hiervoor de participatieladder gebruikt. Deze ladder bestaat meestal uit vijf niveaus: informeren, Raadplegen, adviseren, /coproduceren en meebeslissen.

5 Bij een omgevingstafel zijn meerdere partijen aangesloten waaronder de initatiefnemer, experts van

gemeente en/of andere overheden en (een delegatie van) belanghebbenden.

21

De keuze van Velsen wordt beperkt tot drie niveaus: 1. Raadplegen: De gemeente zoekt als initiatiefnemer actief naar gesprekspartners om belangen, problemen en oplossingen in beeld te brengen. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van de uitkomst. 2. Samen maken: De gemeente en betrokkenen benoemen bij een initiatief samen een probleem en/of een dilemma waarna er gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht. De overeengekomen oplossing is bindend in de besluitvorming. 3. Samen beslissen. De gemeente laat de ontwikkeling en de besluitvorming over aan betrokkenen waarbij de ambtelijke organisatie een ondersteunende en adviserende rol heeft. De gemeente neemt de resultaten over. Bijvoorbeeld bij buurtinitiatieven. De gemeente wil experimenteren met het meer zeggenschap geven aan inwoners, ook op het niveau van Samen beslissen. •

•

Informeren is een passieve vorm van participatie waarbij niet actief gezocht wordt naar interactie met betrokkenen. Geen participatie maar communicatie. Een voorbeeld hiervan is het ter inzage leggen van een document waarbij aan een breed publiek wordt medegedeeld dat het document ter inzage ligt. Als vervolgens niemand reageert kun je niet zeggen dat een participatieproces is doorlopen. Wel is informeren altijd een essentieel onderdeel van een participatieproces. Raadplegen en adviseren zijn samengevoegd. Bij Raadplegen is de gemeente niet verplicht om iets te doen met de uitkomsten van een participatieproces. Bij adviseren kan er gemotiveerd van de uitkomsten worden afgeweken. Het gemeentebestuur motiveert echter altijd waarom het tot een bepaalde beslissing is gekomen. Ook als deze afwijkt van de uitkomsten van het participatieproces.

We werken met een vaste systematiek voor bepalen van impact van initiatieven

Het bepalen van de impact is niet makkelijk. Een klein initiatief kan voor veel ophef zorgen terwijl grotere initiatieven nauwelijks impact hebben. Een afwegingskader helpt bij het beoordelen van de impact en vervolgens hoe groot een participatieaanpak moet zijn. Hiervoor zijn door de gemeenteraad in 2019 onderstaande hulpvragen opgesteld. Dit leidt tot de keuze wanneer er meer en vaker contact moet zijn met de samenleving en waar het minder kan.

HULPVRAGEN

•

• Raakt het meerdere belangen? • Zijn er tegengestelde belangen? • Worden er veel mensen geraakt door het initiatief? • Levert het initiatief overlast op? • Werken de effecten lang door? • Is er kennis of expertise nodig? • Is de opgave complex? • Versterkt het initiatief de samenleving? • Heeft het maatschappelijke aandacht? • Is er een vraag of probleem? • Zijn er wijzigingen binnen het initiatief mogelijk? Is het een thema waarbij de gemeenteraad betrokken wil zijn?

22

•

● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Is er vanuit de gemeente subsidiëring /financiering mogelijk ter ondersteuning van het initiatief?

Participatie groot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=0b947a9d-323d-4a62-92f8-6e3756183948