Concept beleidskader participatie Velsen 2021-2025.pdf
Tekst van het document
Beleidskader Participatie Velsen 2021-2025 CONCEPTVERSIE t.b.v.tweede participatiemoment 18 mei 2021
0
Inhoudsopgave
SAMENVATTING
2
1. INLEIDING
4
1.1 Waarom een nieuw beleidskader? 1.2 Missie en doel van het beleidskader 1.3 Het maken van het beleidskader
2. ONZE VISIE OP PARTICIPATIE 2.1 Wat is participatie? 2.2 Wat willen we ermee bereiken? 2.3 Wanneer doen we aan participatie? Van wie is het initiatief? Is participatie verplicht? Hulpvragen aan de intaketafel (geen afvinklijstje) 2.4 Welke waarden vinden we daarbij belangrijk?
3.
ONZE UITDAGINGEN 3.1 Heldere verwachtingen vooraf Wat is de uitdaging? Hoe pakt de gemeente dit op? 3.2. Uitdaagrecht 3.3. Intaketafel 3.4. Van initiatief tot nazorg 3.5. Stimuleren van bewonersinitiatieven 3.6 De wijk als startpunt 3.7 Specifieke doelgroepen bereiken 3.8 Goede informatie gedurende het hele proces
4 5 5
6 6 7 8 8 9 11 12
13 13 13 13 14 14 16 17 18 19 20
4. PARTICIPATIERAAD VELSEN
21
5. SPECIFIEKE INSTRUMENTEN VAN DE RAAD
22
BIJLAGEN
23
1
Samenvatting Hieronder leest u een overzicht van de belangrijkste doelstellingen van het participatiebeleid. Deze worden in samenwerking tussen college, gemeenteraad, bewoners en bewonersorganisaties en andere relevante partijen nader uitgewerkt. Dit beleidsplan loopt tot en met 2025. Uitgangspunten
Initiatieven waarbij de gemeente een rol heeft krijgen binnen twee weken te horen of ze kansrijk zijn of niet. Dit wordt beoordeeld aan een intaketafel waarbij het initiatief vanuit meerdere perspectieven wordt bekeken. Ook wordt hier bekeken of participatie verplicht is en wat de mate van participatie is dat verwacht wordt. Dit kan variëren tussen groot (uitgebreid participatieproces), klein (beperkt participatieproces) of geen participatie. Als een initiatief kansrijk is wordt een handreiking meegegeven aan de initiatiefnemer voor het maken van een participatieplan en het uitvoeren van een participatieproces. De gemeenteraad bepaalt vooraf bij welke participatieprocessen zij nauw betrokken wil zijn. Het college van B&W en de gemeenteraad worden periodiek geïnformeerd over de participatieprocessen met veel impact. Bijvoorbeeld bij grote bouwprojecten. De gemeenteraad heeft zelf instrumenten om voor, tijdens en na een participatieproces te sturen. Daarnaast heeft de raad verschillende manieren om (buiten participatieprocessen om) voeling te houden met wat er in de samenleving speelt. Online participatie passen we overal toe. Fysieke bijeenkomsten zijn aanvullend hierop. Participatieprocessen zijn voor iedereen online inzichtelijk.
De werkvormen die gebruikt worden voor participatie sluiten aan op het initiatief en op de doelgroepen waarmee het participatieproces doorlopen wordt. Participatieprocessen worden altijd geëvalueerd. Lessen worden toegepast bij vervolgprocessen. Daardoor kunnen we participatie continu ontwikkelen en kunnen we blijven inspelen op de ontwikkelingen in onze samenleving. De gemeente voert participatieprocessen zelf optimaal uit en verwacht dit ook van andere initiatiefnemers. We maken gebruik van een toolbox/handboek participatie, dat ook beschikbaar is voor andere initiatiefnemers. We maken voor elk participatieproces een plan van aanpak waarin verwachtingen duidelijk worden weergegeven. Communicatie over voortgang tijdens participatieprocessen is cruciaal.
In gesprek
Participatie wordt vooral op wijkniveau georganiseerd. Dit betekent dat de communicatiekanalen meer op wijkniveau worden ingericht zoals digitale wijkpanels en het inrichten van participatietools. Een experiment met wijkforums wordt mogelijk gemaakt. Periodiek zijn er per wijk bijeenkomsten met organisaties die in de wijk actief zijn. Naast al bestaande wijkplatforms zijn dit bijvoorbeeld bewonersorganisaties, sportverenigingen, scholen, winkeliersverenigingen, kerken, maatschappelijke organisaties etc. Zij maken gezamenlijk plannen voor de hele wijk. Er wordt speciaal aandacht gegeven aan participatie met jongeren tussen de 15 en 29 jaar. 2
De gemeente zoekt altijd contact met de Participatieraad Velsen bij onderwerpen die het sociaal domein raken. We proberen zoveel mogelijk met de stille meerderheid in gesprek te komen. Bijvoorbeeld door middel van loting.
Stimuleren
Initiatieven worden gesignaleerd, gestimuleerd, gewaardeerd en ondersteund. Experimenteren met een Initiatieven café, (ontmoeten, leren en netwerken tussen initiatiefnemers en met andere partners zoals banken en fondsen). Experimenteren met het financieel ondersteunen van initiatieven door het toekennen van subsidie of door het organiseren van bijvoorbeeld een burgerbegroting of financiële waardering door buurtbewoners via vouchers. Dit moet nader onderzocht worden. Experimenteren met het Uitdaagrecht (Right to Challenge) als mogelijkheid aan inwoners om taken van de gemeente over te nemen als ze dit slimmer of goedkoper kunnen doen. Dit voor de terreinen leefbaarheid (straatbeeld en groen), sociaal domein en duurzaamheid en energietransitie. De voorwaarden hiervoor moeten nog worden uitgewerkt.
Supergoed idee om gemeente en inwoners samen te brengen. Daar komen zeker mooie veranderingen en verbeteringen tot stand. En dat komt het woonplezier, veiligheid en sociale aspect ten goede. (inwoner)
3
1. Inleiding 1.1 Waarom een nieuw beleidskader? Richting geven De belangrijkste reden om beleid voor participatie te maken is om richting te geven. Duidelijkheid over wat participatie wel en wat het niet is. Wat we hiermee willen bereiken in de samenleving van Velsen. Over welke onderwerpen het gaat en wat de rol daarbij is van de gemeente. Het beleid is de basis voor uitmuntende burger- en overheidsparticipatie. Dat is wat we nastreven. Aansluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen Verder is er een ontwikkeling aan de gang waarbij mensen meer invloed willen hebben op hun eigen woon- en leefomgeving. Dat ze niet meer willen wachten tot de gemeente iets agendeert, maar dat mensen en/of organisaties zelf de regie willen hebben. In dit beleidskader geven we antwoord op de vraag hoe de gemeente hiermee omgaat. Nieuwe wetgeving Door wetgeving wordt er ook meer ruimte gegeven aan de samenleving om participatie zelf te organiseren. Denk hierbij aan de nieuwe Omgevingswet of de ‘Wet versterking op decentraal niveau’ waar ook het ‘uitdaagrecht’ onder valt. De gemeente blijft hierbij ook een rol houden omdat zij uiteindelijk besluiten neemt. In dit beleidskader wordt duidelijk hoeveel ruimte de gemeente geeft aan de samenleving van Velsen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning staat ook een verplichting om participatie te stimuleren en te faciliteren.
Ook in de Omgevingswet die nog wordt voorbereid is participatie een centraal element. Hierin staat dat elke gemeente participatiebeleid moet hebben waarin staat hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden. Dit moet klaar zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (motie Nooren 2020). Als gevolg hiervan is de gemeente zelf verplicht om participatie voor hun eigen projecten goed te regelen. In morele zin kun je als gemeente geen participatieprocessen van anderen toetsen als je zelf de eigen participatieprocessen niet goed uitvoert. We stellen als gemeente zo zelf de norm voor het beoordelen van participatieprocessen door andere initiatiefnemers.
De rol van de raad Het gemeentebestuur van Velsen heeft de rol en de positie om beslissingen te nemen die een effect hebben op die samenleving. Dit op allerlei onderwerpen zoals bouwen, wonen, milieu, energie, sport, cultuur etc. Om de juiste beslissingen te kunnen nemen moet er een goede afweging mogelijk zijn tussen de verschillende belangen. Om inzicht te krijgen in deze belangen is het vaak nodig om een goed participatieproces te doorlopen. Met dit beleid geven we aan hoe we dat doen. In een democratische samenleving weten mensen met elkaar een goede balans te vinden tussen persoonlijke en gezamenlijke belangen. In een dynamische samenleving kunnen mensen van elkaar leren en komen tot nieuwe inzichten en oplossingen. De gemeente heeft een rol in het samenbrengen van mensen, organisaties, ideeën en initiatieven. Ook dit is participatie.
4
1.2 Missie en doel van het beleidskader Participatie is niet nieuw. We doen het al jaren. En ook op verschillende manieren, met verschillende omvang, inspanning en resultaten. Dit beleidskader moet in grote lijnen en in heldere woorden duidelijk maken wat we onder participatie wel en niet verstaan. Waarom we het belangrijk vinden en wat we ermee willen bereiken. De missie van de gemeenteraad, zoals verwoord in het Raadsakkoord staat centraal. Daaruit volgt dat we als gemeente uitmuntende burger- en overheidsparticipatie nastreven. Het beleidskader participatie biedt duidelijkheid aan:
Inwoners van de gemeente Velsen Initiatiefnemers, zowel in het sociaal als in het fysiek domein De gemeenteraad Het college van B&W De ambtelijke organisatie (bij het uitvoeren van gemeentelijke participatieprocessen) Andere overheden.
Het geeft duidelijkheid over:
De mate van beslissingsbevoegdheid De verschillende rollen van de gemeente De rollen en verantwoordelijkheden van andere initiatiefnemers.
Daarnaast is het beleidskader de basis voor:
Het opstellen van een participatieverordening Het maken van een handreiking participatie als basis voor participatieprocessen Een beleidsuitvoeringsplan waaronder een leerprogramma voor medewerkers.
1.3 Het maken van het beleidskader Dit beleidskader is tot stand gekomen door te kijken en te leren van het verleden. Te kijken naar maatschappelijke ontwikkelingen en door in gesprek te zijn met de samenleving. De gemeenteraad heeft op hoofdlijnen kaders benoemd die hijj belangrijk vindt. Naast wetgeving is er ook gekeken naar diverse gemeentelijke beleidsstukken waarin participatie genoemd wordt1. In de gemeente Velsen is tussen september 2018 en juni 2019 het project Democratische Kwaliteit doorlopen. Hierin is gekeken naar hoe we als Velsen participatie oppakken en uitvoeren. De leerpunten uit dat project zijn ook opgenomen in dit beleidskader. Ook is toen de een basis gelegd voor een afwegingskader bij initiatieven en zijn er belangrijke kernwaarden genoemd2 Er zijn vanaf november 2020 gesprekken gevoerd met wijkplatforms, bewonersorganisaties, de Participatieraad Velsen, inwoners, projectontwikkelaars en meerdere keren met de gemeenteraad. Ook is er onderzoek gedaan onder de 1700 leden van het Burgerpanel Velsen over dit onderwerp.
1 Zie de bijlage voor een overzicht
2 Zie de bijlage voor deze kernwaarden
5
2. Onze visie op participatie 2.1 Wat is participatie? Onder participatie verstaan wij: “Het proces om verschillende belangen en emoties bij een initiatief in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te krijgen, deze te delen, mogelijke oplossingen te zoeken en samen te werken, als basis voor een goede belangenafweging bij de (politieke) besluitvorming”. De gemeente kent ook participatie vanuit het kader van de Participatiewet. De intentie hiervan is dat inwoners volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. Dit is niet waar dit beleidskader over gaat. Bij participatie er altijd sprake van een initiatiefnemer voor een project, beleid of plan. Dit is bijvoorbeeld de gemeente, een (groep) inwoner(s), (bewoners)organisaties of een projectontwikkelaar. Er is daarbij altijd een rol voor de gemeente. Deze rol kan variëren van initiatiefnemer tot vergunningverlener. Maar ook belanghebbende, deelnemer, facilitator, regisseur, coach of subsidieverstrekker om een initiatief te ondersteunen. Per initiatief kijk je dus welke rol je als gemeente in het proces hebt.
Niveaus van participatie In dit beleid gaan we uit van drie niveaus waarop participatie kan plaatsvinden: Raadplegen, Samen maken of Samen beslissen. In hoofdstuk 3 wordt hier verder op ingegaan. Informeren is geen vorm van participatie omdat dit geen interactief proces is. Wel is het geven van informatie noodzakelijk bij alle niveaus van participatie en gedurende participatieprocessen. Informeren doet een initiatiefnemer altijd.
De raad als initiatiefnemer voor participatie De gemeenteraad beschikt zelf over een aantal instrumenten om voor, tijdens of na een participatieproces zelf betrokken partijen te bevragen voordat hij een besluit neemt3.
Verschil tussen participatie en inspraak Participatie is niet hetzelfde als inspraak. Het is ook geen vervanging van de wettelijke inspraakmogelijkheden van zienswijze, bezwaar en beroep. Participatie is een proces waarbij je vroeg in een proces met belanghebbenden actief op zoek gaat naar antwoorden op de vragen die er zijn. Voor inspraak geldt dat mensen/belanghebbenden alsnog kunnen reageren op de uitkomsten van een proces voordat hierover een definitief besluit wordt genomen. Wel is het mogelijk dat aan de uitkomsten van een participatieproces alsnog formeel inspraak wordt verleend door bevoegd bestuursorgaan (college, raad of burgemeester). i
3 Zie ook hoofdstuk 5
6
Bekende valkuilen Participatie wordt vaak genoemd als redmiddel. Dat is het niet. Daarom hieronder een paar verwachtingen van het effect van participatie en de nuancering daarbij.
Participatie zorgt voor minder gedoe. Dat kan, maar het omgekeerde kan ook. Doordat je in gesprek gaat worden ook problemen duidelijker. De kunst is om dan de kansen en de problemen te verkennen en te verkleinen, al zal je niet altijd iedereen tevreden kunnen stellen. Participatie zorgt voor draagvlak. Dit kan nooit het doel zijn. Een goed participatieproces zorgt ervoor dat belangen beter inzichtelijk worden. Dit kan leiden tot begrip voor elkaars standpunten en het vinden van oplossingen waardoor er meer draagvlak ontstaat. Maar het vraagstuk kan zich ook verbreden wat het nemen van afgewogen beslissingen moeilijker wordt omdat er andere belangen duidelijker worden. Iedereen moet mee kunnen praten! Dit is een illusie, niet iedereen wil of kan dat. Wel is het goed om actief en gericht mensen te benaderen die bij het onderwerp betrokken (willen) zijn. En de drempels zo laag mogelijk te maken zodat iedereen die dat wil aan het gesprek kan deelnemen. Daarbij is het een uitdaging om de stille meerderheid te bereiken.
2.2 Wat willen we ermee bereiken? Uiteindelijk willen we met participatie zorgen voor beter inzicht in de effecten van een initiatief. Maar ook meer begrip en kansen om de negatieve effecten te veranderen. Initiatieven die impact hebben op de samenleving krijgen meer kwaliteit voordat hierover op democratische wijze een besluit wordt genomen. Daarnaast bieden we ruimte aan initiatieven. Deze signaleren, stimuleren en ondersteunen omdat dit bijdraagt aan een dynamische samenleving. Vooral initiatieven die vanuit (groepen) inwoners zelf komen dragen bij aan de versterking van de buurt of wijk. Elk initiatief heeft naast een bepaald doel ook impact. De mate van impact is een van de afwegingen om te bepalen of participatie wenselijk of noodzakelijk is. Pas dan wordt duidelijk hoe anderen over het initiatief denken. Waar belangen geschaad worden maar ook waar kennis kan worden toegevoegd. Door mensen deelnemer te laten zijn aan processen ontstaan betere resultaten. Want als mensen met elkaar spreken ontstaan er eenduidige beelden, inzicht in problemen en belangen. Maar ook creatieve oplossingen. De opbrengst van een participatieproces versterkt de kwaliteit van de besluiten die genomen moeten worden. In de praktijk nemen mensen vooral deel aan een participatieproces als dit direct een effect heeft op de eigen woon-, werk- of leefomgeving.
Als er op basis daarvan afgewogen beslissingen worden genomen versterkt dit het vertrouwen in de lokale democratie. Ook als niet aan ieders belang tegemoetgekomen wordt. Samenvattend willen we met participatie het volgende bereiken:
Beter inzicht krijgen in de impact van initiatieven Gelegenheid voor het vinden van creatieve oplossingen (indien nodig) Verbetering van de kwaliteit van initiatieven Beter afgewogen besluitvorming Versterken van de lokale democratie 7
2.3 Wanneer doen we aan participatie? Bij alle gemeentelijke projecten. De gemeente is initiatiefnemer op twee gebieden namelijk; 1. In de voorbereiding van beleid. Denk hierbij aan de Omgevingsvisie, De Visie op Velsen, het Armoedebeleid, Van Pont tot Park, de Energietransitie of het Mobiliteitsplan. 2. Bij de uitvoering van beleid: Bijvoorbeeld herinrichting van straten, aanleg van sport- en speelplekken of groenvoorzieningen. In principe betrekt de gemeente altijd de samenleving bij bovenstaande initiatieven. Er wordt gekeken naar wie hierbij betrokken zijn (of moeten worden). Soms zijn dit specialisten op een bepaald gebied. De andere keer bewoners in een wijk of straat. Of juist een specifieke doelgroep als kinderen in een bepaalde leeftijd. En soms is juist een combinatie wenselijk. Het is sterk afhankelijk van de impact dat een initiatief heeft. Maar ook waar we nieuwsgierig naar zijn. Wat willen we weten?
Geen participatie als er geen ruimte is om het initiatief aan te passen Er zijn redenen waarom geen participatieproces gestart moet worden, namelijk als er geen ruimte is om iets te veranderen in het initiatief. Dan is het ‘schijnparticipatie’, een excuus om het gesprek te voeren in de wetenschap dat er geen verandering mogelijk is. Bijvoorbeeld bij crisissituaties of als een initiatief volledig past binnen bestaande wet- en regelgeving. Ook kan het gebrek aan tijd of budget reden zijn om geen participatieproces uit te voeren. Maar deze afweging moet wel zorgvuldig gemaakt worden.
Participatie bij initiatieven uit de samenleving Bij alle andere initiatieven moet je beoordelen of participatie nodig en zinvol is. Want in veel gevallen is participatie niet nodig. Dit vraagt wel om een goede afweging waarbij onderstaande vragen leidend zijn.
Van wie is het initiatief? Is participatie verplicht? Is participatie wenselijk? Wat is de impact van het initiatief?
Van wie is het initiatief?
Het initiatief kan afkomstig zijn van:
De gemeente zelf. Bijvoorbeeld als er plannen zijn in de openbare ruimte of nieuwe beleid. Hier kan ook een relatie zijn met de nieuwe omgevingswet Een andere overheid, waarbij de gemeente invulling geeft aan landelijk beleid. Denk aan participatie rond de energietransitie of bij het maken van de omgevingsvisie. Van een projectontwikkelaar, bij de bouw van een of meerdere projecten in het fysiek domein. Dit heeft een relatie met de nieuwe omgevingswet. Van een inwoner die iets wil realiseren in of om de eigen woning, bijvoorbeeld een uitbouw, maar ook ideeën om een wijk te verbeteren.
8
Van een groep georganiseerde inwoners, zoals bijvoorbeeld een groep ouders die een speelplek willen organiseren of een energieplatform in de wijk.
Is participatie verplicht?
Participatie is soms wettelijk verplicht, bijvoorbeeld bij onderstaande gevallen:
Bij het maken van een omgevingsvisie en een omgevingsplan door de gemeente. Bij initiatieven die buiten een omgevingsplan vallen, maar waarvan de raad vooraf heeft aangewezen dat participatie verplicht is. Het is aan de gemeenteraad om hier vorm en inhoud aan te geven. Bijvoorbeeld door dit op te nemen in het raadsakkoord. Het kan niet achteraf verplicht gesteld worden als een initiatief eenmaal is ingediend. Bij de realisatie van de Regionale Energie Strategie Bij het beleidsproces in het sociaal domein, bijvoorbeeld bij de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet, de Wet Jeugdzorg en de Wet Passend Onderwijs.
Daarnaast is participatie bij de omgevingsvergunning opgenomen als ‘aanvraagvereiste’. Dit betekent dat de initiatiefnemer gevraagd moet worden of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en/of bestuursorganen betrokken zijn geweest bij de voorbereiding. Als dit het geval is, wat dan de resultaten daarvan zijn. Zo niet, dan is het geen grond om de procedure tot het verkrijgen van een vergunning te weigeren. Is participatie (bestuurlijk) wenselijk? Het gemeentebestuur wil overwogen besluiten nemen. De uitkomsten van een goed doorlopen participatietraject helpen daarbij. Dat betekent dat participatie wenselijk is bij die initiatieven die veel impact hebben voor anderen, waarbij nog veel onbeantwoorde vragen zijn of als er specifieke kennis nodig is. Zeker als ervaringsdeskundigheid en kennis in de wijken bijdraagt aan de kwaliteit van het project of beleid. Een goede ambtelijke afweging aan de hand van een afwegingskader helpt bij het maken van deze keuze. Bij voorkeur wordt ook de initiatiefnemer zelf bij deze afweging betrokken. De afweging zal niet altijd goed mogelijk zijn. Soms hebben kleine initiatieven onverwachts een grote impact. Door dit inzicht is het mogelijk om alsnog een participatieproces te starten. Periodiek wordt een overzicht van initiatieven plus het participatieadvies met het bestuur gedeeld.
Daarin staat per initiatief of er wel of geen participatieproces aan gekoppeld wordt en de mate waarop dat gebeurt (een groot of klein proces). Dit biedt de gelegenheid om waar nodig bij te sturen. Hiervoor heeft de gemeenteraad ook een aantal middelen ter beschikking.4 Daarnaast heeft de gemeenteraad in Velsen in de huidige regeerperiode een aantal thema’s benoemd waarbij raadsleden actief bij het participatieproces betrokken willen zijn. Deze zogenaamde A- thema’s zijn.
De klimaatagenda De omgevingsvisie Visie op Velsen
4 Zie hoofdstuk 5
9
Over twee onderwerpen wil de raad vaak geïnformeerd worden namelijk:
De Woonvisie Samenwerking in de IJmond
Op het laatste onderwerp na zijn dit allemaal onderwerpen waarbij de gemeente zelf de initiatiefnemer is. De samenwerking in de IJmond kan ook vanuit Beverwijk of Heemskerk geïnitieerd worden. Het advies is om bij aanvang van een bestuursperiode de thema’s te benoemen waarop de gemeenteraad actief bij participatie betrokken wil zijn. Het is daarbij wenselijk om dit niet zo breed te formuleren dat alle onderwerpen daaronder kunnen vallen. Dit zorgt weer voor onduidelijkheid.
Wat is de impact van het initiatief? Het bepalen van de impact is niet eenvoudig. Een helder afwegingskader helpt bij het beoordelen van de impact en om te bepalen hoe groot een participatieplan moet zijn. Een dergelijk kader is een hulpmiddel voor het gesprek en dus geen afvinklijstje. De afweging gebeurt aan een intaketafel waarop alle initiatieven die niet direct afgehandeld kunnen worden besproken worden. Dit zal in de loop van 2021 meer vorm en inhoud krijgen.
De gemeente zou open moeten staan voor het idee dat er misschien toch wel goede ideeën vanuit de bevolking komen (inwoner) 10
Hulpvragen aan de intaketafel (geen afvinklijstje)
Is participatie verplicht? Is het een thema waarbij de gemeenteraad betrokken wil zijn? Is het een klein, middelgroot of groot initiatief? (Straat, buurt, wijk/dorp of gemeentelijk niveau) Is het politiek gevoelig? Versterkt het initiatief de samenleving? Heeft het maatschappelijke aandacht? Raakt het meerdere belangen? Levert het initiatief overlast op?
Is er een vraag of probleem? Zijn er wijzigingen binnen het initiatief mogelijk? Is er voldoende budget en formatie om een participatieproces uit te voeren? Is er vanuit de gemeente subsidiering /financiering mogelijk voor het initiatief?
Participatie groot
Participatie klein
Participatieniveau bepalen – Raadplegen/ samen maken of samen beslissen. Doelgroepen bepalen Informeren Gericht uitnodigen Werkvormen bepalen Online platform gebruiken Meerdere gespreksrondes Uitkomsten gesprek en oplossingen delen Eventueel formele inspraak Terugkoppeling Evaluatie
Doelgroepen bepalen Informeren Gespreksronde Uitkomsten gesprek en oplossingen Terugkoppeling Evaluatie
Geen participatie Informeren
11
2.4 Welke waarden vinden we daarbij belangrijk? Hieronder staan de belangrijkste waarden die horen bij een democratisch participatieproces. De weging van deze waarden komt vooral aan de orde bij de uitvoering van een participatieproces. Het zijn de aandachtspunten waaraan een participatieproces moet voldoen. Onze houding is:
We hebben aandacht voor verschillende doelgroepen waaronder jongeren in het bijzonder. We zijn transparant. Communiceren vanaf het begin tot het einde van een participatieproces. Dus ook over de uitkomsten. We nemen mensen serieus en maken gebruik van hun kennis en ervaring. We vertrouwen op de kracht van de samenleving We zoeken creatief naar oplossingen We nemen als gemeentebestuur onze verantwoordelijkheid, maar laten ook zoveel mogelijk verantwoordelijkheid over aan inwoners, organisaties en bedrijven.
Daarbij zorgen we ervoor dat:
De drempels om aan het gesprek mee te kunnen doen zo laag mogelijk zijn We helder zijn over wie, wanneer waarover beslist. We aansluiten op de mensen in de wijk of buurt in de vormen en de taal die we gebruiken. We de tijd nemen voor het proces, maar ook ervoor zorgen dat het proces niet te lang duurt. We aandacht hebben voor de hoeveelheid tijd/geld en energie die het vraagt van zowel de deelnemers aan het proces als van de gemeentelijke organisatie We het proces evalueren en geleerde lessen worden toegepast in andere participatieprocessen.
Dit mogen we van elkaar verwachten • •
Er is respect voor elkaars mening Afspraak is afspraak
Je moet ruimte bieden aan emotie, maar zorg dan ook voor de juiste begeleiding (S.Koppes en B. Hendriks raadsleden gemeente Velsen) .
12
3. Onze uitdagingen In de eerste twee hoofdstukken is beschreven waarom participatiebeleid wenselijk en nodig is. Wat we ermee willen bereiken en welke afwegingen we daarbij maken. Ook beschreven we welke waarden we belangrijk vinden in de relatie tussen de gemeente en een initiatiefnemer. In dit hoofdstuk beschrijven we hoeveel ruimte we willen geven aan initiatieven, welke uitdagingen daarbij komen kijken en hoe we dit oppakken.
3.1 Heldere verwachtingen vooraf Het is belangrijk om voorafgaande aan een participatieproces de verwachtingen duidelijk te maken. Dus het niveau aan te geven waarmee de gemeente het proces start. Daarbij is het gebruikelijk om een niveau van participatie te bepalen. Vaak wordt hierbij de participatieladder gebruikt. Deze ladder bestaat meestal uit de niveaus: informeren/raadplegen/adviseren/coproduceren en meebeslissen. De keuze van Velsen wordt beperkt tot drie niveaus. De redenen hiervoor zijn de volgende: 1. Informeren is een passieve vorm van participatie waarbij niet actief gezocht wordt naar interactie met betrokkenen. Geen participatie maar communicatie. Een voorbeeld hiervan is het ter inzage leggen van een document waarbij aan een breed publiek wordt medegedeeld dat het document ter inzage ligt. Als vervolgens niemand reageert kun je niet zeggen dat een participatieproces is doorlopen. Wel is informeren altijd een essentieel onderdeel van een participatieproces. Zonder informatie valt er weinig te bespreken. 2. Raadplegen en adviseren zijn samengevoegd. Bij raadplegen is de gemeente niet verplicht om iets te doen met de uitkomsten van een participatieproces. Bij adviseren kan er gemotiveerd van de uitkomsten worden afgeweken. Als gemeentebestuur moeten we echter altijd kunnen motiveren waarom tot een bepaalde beslissing is gekomen.
Ook als deze afwijkt van de uitkomsten van het participatieproces. Dit leidt dus tot de volgende drie participatieniveaus.
Raadplegen: De gemeente bepaalt de agenda, maar zoekt actief gesprekspartners om belangen, problemen en oplossingen in beeld te brengen. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van de uitkomst. Samen maken: De gemeente en betrokkenen benoemen samen een probleem waarna er gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht. De overeengekomen oplossing is bindend in de besluitvorming. Samen beslissen. De gemeente laat de ontwikkeling en de besluitvorming over aan betrokkenen waarbij de ambtelijke organisatie een ondersteunende en adviserende rol heeft. De gemeente neemt de resultaten over. Bijvoorbeeld bij buurtinitiatieven.
Wat is de uitdaging?
Bij elk participatieproces het juiste participatieniveau bepalen zodat de wederzijdse verwachtingen helder zijn.
Hoe pakt de gemeente dit op?
Door vroegtijdig op het niveau van de intaketafel een overwogen inschatting te maken en dit bestuurlijk en publiekelijk inzichtelijk te maken.
13
3.2. Uitdaagrecht Een overtreffende trap van ‘Samen beslissen’ is het Uitdaagrecht (Right to Challenge) waarbij de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een project, onder voorwaarden wordt overgenomen door inwoners. Bewoners kunnen het project soms goedkoper of efficiënter uitvoeren. Door draagvlak in de buurt is er een maatschappelijke meerwaarde. En er kunnen nieuwe combinaties ontstaan tussen bijvoorbeeld welzijnswerk en onderhoud van de openbare ruimte. Wat is de uitdaging? De gemeente Velsen staat vanaf 2022 open voor experimenten in het kader van het Uitdaagrecht. Bijvoorbeeld op de terreinen van leefbaarheid (straatbeeld en groen), sociaal domein en duurzaamheid en energietransitie. Hoe pakt de gemeente dit op? De voorwaarden hiervoor worden samen met de gemeenteraad uitgewerkt.
3.3. Intaketafel Een intaketafel is een plek waarbij wekelijks initiatieven een eerste beoordeling krijgen op haalbaarheid en wenselijkheid. Dit geldt voor initiatieven van:
De gemeente zelf. Bijvoorbeeld als er plannen zijn in de openbare ruimte. Een andere overheid, waarbij de gemeente invulling geeft aan landelijk beleid. Denk hierbij aan wijkuitvoeringsplannen in het kader van de transitievisie warmte. Of bij het maken van omgevingsvisie en omgevingsplan Van een projectontwikkelaar, bij de bouw van een of meerdere projecten in het fysiek domein in een dorp, buurt of wijk. Van een inwoner die iets wil realiseren in of om de eigen woning, bijvoorbeeld een uitbouw, maar ook ideeën om een wijk te verbeteren. Van een groep georganiseerde inwoners, zoals bijvoorbeeld een groep ouders die een speelplek willen organiseren of een energieplatform in de wijk. Buurtinitiatieven.
Deze beoordeling wordt gezamenlijk gedaan door ambtelijke medewerkers vanuit verschillende disciplines zoals regie en ontwikkeling, economische zaken, openbare ruimte en het sociaal domein. Zo worden initiatieven snel en integraal een eerste advies gegeven. Een adviseur Participatie maakt deel uit van deze intaketafel. Er wordt gekeken naar:
Is het initiatief wenselijk? Raakt het andere beleidskaders? Is er betrokkenheid gewenst is van het bestuur? Is participatie verplicht? Wat is de impact van het initiatief? Kan de gemeente ondersteunen (materieel, financieel, netwerk).
De uitkomst van deze afweging bepaalt of de gemeente meewerkt aan de volgende fase van het initiatief. Hierbij wordt advies aangegeven wat de gemeente van de initiatiefnemer. Bijvoorbeeld of het participatieproces groot of klein moet worden opgezet. En op welk niveau (raadplegen/ samen doen/samen beslissen). Dit geldt uiteraard ook voor initiatieven van de gemeente zelf. 14
Voor wat betreft participatie wordt hiervoor een ‘handleiding Participatie’ gemaakt. Hierin staan hulpmiddelen om participatie vorm en inhoud te geven.
Wat zijn de uitdagingen? • Het inrichten van een intaketafel. In het kader van de nieuwe Omgevingswet wordt geëxperimenteerd met deze vorm van een snelle, eerste beoordeling. Het aspect van participatie is nog geen vast onderdeel bij het maken van de afweging. • Het maken van een handleiding Participatie • Het aanstellen van een of meerdere participatieadviseurs. Hoe pakt de gemeente dit op? • Bij het ontwikkelen van de intaketafel wordt participatie als integraal onderdeel meegenomen. Zo worden alle initiatieven op een eenduidige manier behandeld en geadviseerd. Dit moet uiterlijk half 2022 de gebruikelijke werkwijze zijn. • Een handleiding of handreiking Participatie wordt gemaakt op basis van een vastgesteld beleidsplan Participatie.
Als je alle vakdeskundigen (van de gemeente), architecten en andere betrokkenen vroegtijdig direct face to face aan tafel zitten kun je met elkaar afspreken wat de kansen en risico’s zijn. En niet dat dit een soort dammen is waarbij ieder telkens apart een zet doet en moet wachten op de volgende stap. Maar meer het olleke-bollekeeffect waarbij je elkaar aanvult en uiteindelijk weet waar de grenzen en beperkingen liggen. (R. van der Maaten – MB Architecten).
15
3.4. Van initiatief tot nazorg De uitkomsten van een participatieproces zijn niet voorspelbaar. Dat maakt participatie belangrijk en spannend. Wel is het mogelijk om voor alle betrokkenen het proces zo helder mogelijk te maken. Bij een initiatief is er sprake van zes verschillende fases namelijk; 1. Initiatieffase: Is participatie verplicht, wenselijk of niet nodig? En welk niveau van participatie wordt verwacht. Dit wordt beoordeeld aan de intaketafel. 2. Ontwerpfase: Het plan wordt uitgewerkt. Onderdeel daarvan is het maken van een participatieplan. 3. Definitief ontwerp: Onderdeel hiervan is de uitkomst van het doorlopen participatieproces. Met wie is gesproken: Welke belangen zijn er in beeld. Zijn er tegenstrijdige belangen en zo ja, is er gesproken over oplossingen en welke zijn dat dan? 4. Tussenstap: Is het wenselijk om op basis van het definitief ontwerp nog meer informatie op te halen? Bijvoorbeeld door zienswijzen op te vragen? 5. Besluit: door bestuurlijk orgaan (of inwoners als dit is afgesproken). Hierbij rekening houdend met de opbrengst van het participatieproces 6. Nazorg: Informeren over het besluit. Evaluatie van zowel het resultaat als van het participatieproces. Van de uitkomsten wordt geleerd bij andere participatieprocessen.
Bovenstaand proces geldt voor elk initiatief, groot of klein en kan afkomstig zijn van verschillende initiatiefnemers (zie ook. 2.3.1).
Wat zijn de uitdagingen? • Ruimte te geven aan initiatiefnemers om participatieplannen te maken en uit te voeren. • De kwaliteit van het participatieproces te bewaken zodat afgewogen besluitvorming mogelijk is. • Te bepalen of de gemeenteadvies en ondersteuning wil bieden bij het maken van participatieplannen en de uitvoering daarvan. En zo ja hoe.
16
Hoe pakt de gemeente dit op? • In de handreiking participatie wordt een format van een participatieplan opgenomen. • Het gemeentebestuur ontvangt de participatieplannen die betrekking hebben op initiatieven met veel impact. En kan zo nodig bijsturen met behulp van de eigen participatie-instrumenten. • Voor het maken van participatieplannen en het uitvoeren van gemeentelijke participatieprocessen worden medewerkers van de gemeente getraind. Voor grotere projecten worden externe participatiebureaus ingehuurd. • Initiatieven van inwoners worden op verschillende manieren ondersteund.
3.5. Stimuleren van bewonersinitiatieven In Velsen nemen steeds vaker mensen zelf het initiatief om iets te willen veranderen of verbeteren in hun eigen leefomgeving. Vaak heeft dit betrekking op iets in de openbare ruimte. De gemeente staat open voor deze initiatieven, maar in de praktijk weten we elkaar niet altijd goed te bereiken. •
•
• •
Er is budget om bewonersinitiatieven uit te voeren. Dit is echter niet algemeen bekend. Bovendien zijn er financiële drempels waardoor initiatiefnemers niet uitgenodigd worden om hiervan gebruik te maken. Er is geen infrastructuur in de wijken met bijvoorbeeld wijkregisseurs die aanspreekpunt is voor inwoners. Er is een wijkrelatiemanager voor heel Velsen met een beperkt aantal uren. Er is geen structuur waarop initiatiefnemers elkaar vinden en van elkaar kunnen leren. Er is geen manier waarop inwoners initiatieven inhoudelijk, financieel of zakelijk kunnen helpen.
Wat is de uitdaging? Inwoners met plannen of ideeën beter ondersteunen zonder het initiatief over te nemen. Hoe pakt de gemeente dit op? • Het verlagen van de financiële drempels voor financiering van bewonersinitiatieven. • Experimenteren met een burgerbegroting of een systeem met vouchers zodat initiatieven van inwoners financieel ondersteund worden door andere inwoners. • Het starten van initiatievencafe’s waar mensen hun initiatief pitchen en andere initiatiefnemers, gemeente en externe financiers zoals banken of fondsen initiatieven kunnen adviseren of ondersteunen. • Het starten van een initiatievenschool, waar initiatieven van bewoners op weg geholpen worden om het plan beter te maken, businessplannen te schrijven of meer info over fondswerving te krijgen • Jaarlijks alle initiatiefnemers bij elkaar brengen om te laten zien dat de gemeente hen waardeert.
17
3.6 De wijk als startpunt Over het algemeen zijn mensen meer betrokken als het onderwerp hun eigen woon- of leefomgeving raakt. Als er iets verandert of als men iets willen veranderen in hun eigen wijk, buurt of dorp. Het participatiebeleid is daarom nauw verbonden aan het thema ‘wijkgericht werken’. Uit het burgerpanelonderzoek bleek dat 75 procent van de 494 respondenten vindt dat participatie op wijkniveau georganiseerd moet worden. Veel participatieprocessen spelen zich af in de beperkte omgeving van de straat, buurt of wijk. Daarom is het zinvol om het zo te organiseren dat participatieprocessen eenvoudig op wijkniveau uitgevoerd kunnen worden. Het is geen garantie dat mensen ook gebruik maken van de kans om aan het gesprek deel te nemen. Maar door de drempel zo laag mogelijk te maken geef je ook een stem aan de zwijgende meerderheid. In sommige gevallen kan de gemeente overgaan tot loting van inwoners die kunnen meedoen of meebeslissen.
Wat zijn de uitdagingen? Participatie op wijkniveau zo te organiseren dat vraagstukken eenvoudig aan de juiste mensen in een bepaald gebied kunnen worden voorgelegd. Mogelijk ook door andere initiatiefnemers. Het bereiken van de stille meerderheid. Hoe pakt de gemeente dit op? 1. Versterken van de onlinecommunicatie. Het omvormen van het Burgerpanel Velsen naar een Wijkpanel Velsen. Vragen kunnen op wijkniveau gesteld worden maar ook aan alle inwoners die aan het panel deelnemen. Introduceren van een wijkpanel app zodat inwoners een pushbericht krijgen bij nieuwe vragen. Het digitale platform samenspelvelsen.nl inrichten op wijkniveau in plaats van op onderwerp. Te overwegen is om de naam van dit platform te wijzigen naar ‘initiatieven in velsen.nl’. Een mailservice waarbij iemand direct digitaal geïnformeerd worden als er iets in zijn of haar wijk speelt. Ook als dit een initiatief is van andere wijkbewoners. 2. Meer gebruik maken van wijkgerichte participatievormen. Afhankelijk van de publieksgrootte en het doel van de participatie kunnen er verschillende manieren ingezet kunnen worden zoals wijksafari’s, buurtbijeenkomsten, wijkwandelingen, werkbezoeken, veilingen etc. 3. Gesprekspartners organiseren op wijkniveau.
Dit beperkt zich niet tot alleen de huidige wijkplatforms, maar is een gesprek tussen wijkplatforms, inwoners, winkeliers, scholen, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. De gemeente initieert een aantal keer per jaar het gesprek over wat zij belangrijk vinden in hun wijk. Zij maken jaarlijks een plan dat door henzelf of in samenwerking met de gemeente en andere organisaties wordt uitgevoerd. 4. De mogelijkheid van een Wijkforum onderzoeken. Via een representatieve steekproef of via loting wordt een aantal bewoners met een persoonlijke benadering en op persoonlijke titel gevraagd deel te nemen aan dit forum. Daarnaast is er het (digitaal) wijkpanel samengesteld van een representatieve groep bewoners. Het wijkforum bestaat dus uit een raad van bewoners en een bewonerspanel. Het panel bestaat uit ongeveer 300 buurtbewoners van 16 18
jaar en ouder en stelt een buurtagenda op aan hand van thema’s die het panel zelf kiest. Bewoners worden voor twee jaar geselecteerd en daarna nemen andere bewoners het stokje van hen over. Hoe de roulatie gaat, moet nog worden bepaald. Bestaande wijkplatforms kunnen verder ontwikkeld worden tot wijkforums. Het ligt voor de hand dat we dit samen met hen onderzoeken en verder uitwerken.
Laat de mening van dorpskernen zwaarder wegen bij gemeentelijke beslissingen (inwoner)
3.7 Specifieke doelgroepen bereiken Voor sommige onderwerpen is het wenselijk of noodzakelijk om specifieke doelgroepen te benaderen zoals jongeren (17 % is tussen de 15 en 29 jaar), mensen met een migratieachtergrond (9,6 % van de inwoners van Velsen) of mensen met een beperking. Dit omdat het soms wenselijk is om specifiek van hen ervaringen of oplossingen te horen. Noodzakelijke kennis toe te voegen die dan nog ontbreekt. Uit de praktijk blijkt dat deze groepen moeilijker te bereiken zijn. Met adviezen en medewerking van de Participatieraad Velsen krijgen we deze groepen wel beter in beeld. (Zie ook hoofdstuk 4) Bij voorkeur maken deze mensen al deel uit van diegenen die je via de onlinecommunicatie in de wijken wilt bereiken. Maar soms is er een extra zetje nodig. Daarom werkt de gemeente samen met de Participatieraad Velsen. Zij adviseren hoe toch een ingang te krijgen bij doelgroepen die we minder goed kunnen bereiken. Jongeren tussen de 15 en 29 jaar hebben regelmatig te maken met onderwerpen waar we als gemeente over gaan. Denk bijvoorbeeld aan sport, uitgaan, woningnood of mantelzorg. Toch is het contact met deze groep meestal erg beperkt. De gemeente heeft de ambitie om een jongerenraad op te zetten. Wat is de uitdaging? - Een groep jongeren te verbinden aan de gemeente aan wie we regelmatig om feedback kunnen vragen over beleid.
Maar ook een ingang voor jongeren om ons te bereiken, als ze daar behoefte aan hebben. We praten over een community van 25 jongeren als gesprekspartner en minimaal 125 jongeren aan wie we online vragen kunnen stellen. Verdeeld in twee leeftijdscategorieën 12 tot 17 jaar en 18 tot 23 jaar. Ook is het idee om hier jonge ambtenaren en raadsleden aan te verbinden. Hoe pakt de gemeente dit op? Onlinecampagne. In gesprek op locaties waar de jongeren zijn Bestaande netwerk gebruiken. Uiteindelijk kan dit leiden tot een jongerenraad als vorm. Een jongerenraad kan voor veel jongeren echter een te hoge drempel zijn. Het zou de uitkomst kunnen zijn van het gesprek dat we met jongeren voeren. Maar dit is niet in eerste instantie het doel.
19
3.8 Goede informatie gedurende het hele proces Het geven van informatie maakt onderdeel uit van elk participatieproces. Zowel informatie over de inhoud (waar gaat het over) als over het proces (op welke manier kan ik aan het gesprek deelnemen). Maar informatie gaat ook over wanneer er (tussentijdse) beslissingen worden genomen en door wie dit wordt gedaan. En wat er na die beslissing gedaan wordt in de uitvoeringsfase. Op deze manier blijft er verbinding tussen mensen vanaf de start van een initiatief tot en met de realisatie daarvan. Wat is de uitdaging? Continuïteit houden in de informatievoorziening. Het digitaal platform samenspelvelsen.nl moet daarvoor de centrale plek worden bij participatieprocessen. Maar ook andere vormen van informeren over participatieprocessen is noodzakelijk. Hoe pakt de gemeente dit op? Drempel verlagen om het digitaal platform te gebruiken. Meer projecten structureel op deze pagina plaatsen zodat het meer herkenbaar wordt. Aandacht voor communicatie en informatie bij gemeentelijke projectleiders Trainingen participatie
20
4. Participatieraad Velsen De Participatieraad Velsen is de wijze waarop Velsen invulling geeft aan de wettelijke verplichting om (cliënt-) participatie in het sociaal domein te regelen. Naast gerichte participatie van cliënten over hun eigen traject bij organisaties, vindt de gemeente het belangrijk dat inwoners meer, breder en vroeg in het proces kunnen meedenken over verbetering van beleid of over nieuw te formuleren beleid gericht op het sociaal domein. De Participatieraad Velsen is in 2018 gestart en bestaat uit inwoners die op vrijwillige basis de gemeente adviseren op het participatieproces: hoe en op welke manier kan de gemeente het beste in gesprek komen met betrokken en belanghebbende inwoners. Dat kunnen onderwerpen zijn rondom jeugd, werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning of armoedebestrijding. Meestal is dit gekoppeld aan een vraag vanuit de gemeente over te vormen beleid of uitvoering van beleid. Daarnaast kan de Participatieraad zelf onderwerpen agenderen op basis van signalen uit de samenleving. Het gaat om het geven van advies en niet over de uitvoering van participatie. Wel kunnen leden van de Participatieraad een actieve rol vervullen binnen het participatieproces. Op basis van de vraag wordt een werkgroep samengesteld die met elkaar een afspiegeling van de belanghebbenden vormt.
Denk aan: de vrager, een of meer inwoners uit de doelgroep, een professional, een beleidsmaker en een lid van de Participatieraad. Samen adviseren ze de gemeente bij het maken van een participatieplan. De werkwijze met de Participatieraad was experimenteel. Ze vervingen de voormalige inhoudelijk georiënteerde adviesraden omdat we als gemeente meer direct in gesprek mét betrokken inwoners willen komen in plaats van met een vaste groep afgevaardigden óver te spreken. In 2020 is deze werkwijze geëvalueerd. Uitkomst van de evaluatie was dat we op een goede weg zitten, maar dat nog wel enkele ontwikkelpunten bestaan. Deze verdere ontwikkeling van de Participatieraad heeft een grotere kans van slagen door dit op te nemen in dit brede participatiebeleid. Zeker omdat er steeds meer samenhang is met andere thema’s waar participatie op gewenst wordt. Daarnaast kan de netwerkvorming verbeteren, het instrumentarium van de Participatieraad en ook de ondersteuning daarbij vanuit de gemeente versterkt worden.
Goede participatie zorgt voor meer begrip (85% van de 482 reacties van het burgerpanelonderzoek)
21
5. Specifieke instrumenten van de raad Nader in te vullen in samenwerking met de griffie
22
Bijlagen BIJLAGE 1: BASIS VOOR PARTICIPATIEBELEID Het huidige participatiebeleid in Velsen is vastgelegd in het Beleidskader participatie “We houden contact” (28 januari 2010). Dit beleid is in 2012 geëvalueerd. In 2017 heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de kwaliteit van participatie in Velsen. Hieruit kwam onder andere naar voren dat:
Een handzaam afwegingskader gewenst is. Praktische handvatten nodig zijn voor de uitvoering door de ambtelijke organisatie Het moeilijk is om inwoners te bereiken die niet georganiseerd zijn zoals wijkplatforms of buurtorganisaties. De gemeente transparanter moet zijn over haar bedoelingen en een duidelijke positie moet innemen. Vaker participatieprocessen moet evalueren en de successen laten zien. Een verbinding gemaakt wordt tussen gebiedsgerichte aanpak en participatiebeleid.
Naast participatiebeleid zijn er in de loop van de afgelopen jaren meerdere visies ontwikkeld die omschrijven hoe we als gemeente samen met inwoners en bedrijven willen samenwerken. Deze zijn onder andere beschreven in: • • • • •
Strategische agenda 2020 (voorjaar 2017) Vernieuwing (cliënt)participatie IJmond. Vastgesteld door de gemeenteraden van Beverwijk, Heemskerk en Velsen. (December 2017) Raadsakkoord gemeente Velsen 2018 – 2022 ‘Samenspel’. Collegeprogramma Velsen komt naar je toe 2018 – 2022 Thema’s in Samenspel en bestuursopdracht aanpak Actualisatie Visie op Velsen. (September 2019)
Op het gebied van participatie staat hierin onder andere:
De raad wil bij de uitwerking van maatschappelijke opgaven, beleid en projecten nader in gesprek met de inwoners en belanghebbenden. Daarbij wil de raad, samen met het college nader onderzoeken op welke digitale wijze we dit het beste kunnen organiseren. De gemeenteraad wil zoveel mogelijk ruimte bieden aan eigen initiatief vanuit de samenleving. Van de gemeente Velsen mag verwacht worden dat zij initiatieven steunt en de diverse partners in een zo vroeg mogelijk stadium betrekt bij plannen en besluitvorming van de gemeente. Jongeren zijn ook een doelgroep die aandacht verdient. Belanghebbende houden we op de hoogte van status en voortgang van gemeentelijke projecten. Samenspel gaat om inspraak en overleg voordat we starten. We zetten ons keihard in voor uitmuntende burgerparticipatie. Tussen 2018 en 2020 nemen we ruimte om te leren en te experimenteren. Vooral op het gebied van leefbaarheid en 23
leefomgeving, veiligheid en bereikbaarheid. Pas daarna gaan we dat structureel vastleggen in beleid. We gaan bewoners, verenigingen van eigenaren, corporaties, coöperatieve verenigingen, scholen en bedrijven actief betrekken bij duurzaamheidsmaatregelen. We voeren gesprekken met mensen die dat nodig hebben
Ook is er bij bestemmingsplannen een afwegingskader voor participatie: ‘Afwegingskader Omgevingsparticipatie Bestemmingsplannen’ van 2 juli 2019. Tot slot zijn regels en afspraken vastgelegd in verschillende verordeningen. Dit zijn: • •
Inspraak- en samenspraakverordening 2010 Referendumverordening 2012
In voorbereiding zijn: • •
Concept verordening Participatie en Inspraak Handreiking Participatie
Project Democratische kwaliteit Tussen september 2018 en juni 2019 is een project ‘democratische kwaliteit’ doorlopen. Binnen de gemeenteraad, het college van B&W en de ambtelijke organisatie is gesproken over hoe vormgegeven wordt aan democratische waarden. Is onderzocht waar democratische verbeteringen mogelijk zijn en, het gesprek gevoerd over een gezamenlijke visie en werkwijze. Ook is er nagedacht over het duurzaam versterken van de democratie en herverdeling van zeggenschap. Wie gaat waar over? De uitkomsten staan in de rapportage; ‘Tussenstop’. Hierin staat onder andere: • • •
• •
• • • • •
Kijk naar participatieprocessen vanuit een aantal democratische waarden: Maak als organisatie gebruik van een wegingskader; “Samenspel Meer en Vaker?” om aan het bestuur te adviseren wat de intensiteit moet zijn bij participatie. De gemeenteraad wil actief betrokken worden bij de participatieprocessen rond prioriteitsdossiers. Dit zijn de Omgevingswet (Nb pilot Driehuis), het Lokaal Klimaatakkoord en de Visie op Velsen. Advies om die te ontwerpen met bewoners en niet voor bewoners Het college moet voor de ‘Woonvisie’ en ‘Samenwerking in de IJmond’ ruimte geven aan inwoners om mee te denken. Start met drie pilots gebiedsgericht werken. De ‘Dorpsdialoog Driehuis’, ‘Ontmoetingen in Velsen’ (Velserbroek en IJmuiden Noord en Zuid) en ’Geldstromen in de stad’ in relatie tot GIDS-projecten in Velsen-Noord. Werk als organisatie meer met actorenanalyses zodat samenspel voorspelbaarder wordt. Breng dilemma’s en tegenstellingen uit het gesprek met de gemeenschap duidelijk naar voren Signaleer en sluit aan bij initiatieven uit de samenleving Maak ruim baan voor plannen, ideeën en initiatieven uit de samenleving Experimenteer met nieuwe democratische vormen van meebeslissen. Bijvoorbeeld Buurtrechten en Right to Challenge.
24
BIJLAGE 2; GEBRUIKTE WERKVORMEN IN VELSEN (niet uitputtend) • Kettingreactie - In gesprek gaan met een kleine groep, waarna iedereen weer iemand extra meeneemt voor het vervolggesprek. • Straatreferendum - Bindende enquête als er in een afgebakend gebied verschillend over een thema gedacht wordt • Participatiekompas – Werkvorm waarbij in een eerste bijeenkomst van een initiatiefnemer van een project er met meerdere betrokkenen van binnen de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) aan de hand van vragen gekeken wordt wat nodig is op dat moment in het proces. • Aansluiten bij diverse buurtinitiatieven van bewoners. Dit door in gesprek te gaan, op weg te helpen en de verantwoordelijkheid weer bij het initiatief te leggen. Soms is er financiële ondersteuning. Soms worden er obstakels weggewerkt. • Methodiek van De Nieuwe Route van Anke Siegers. Gebruikt bij de Natuurspeeltuin in Zeewijk om verschillende beelden en vragen van belanghebbenden bij elkaar te krijgen. Samen zoeken naar oplossingen. • Spiegelgesprekken- Methodiek die gebruikt om mensen uit een bepaalde doelgroep met elkaar in gesprek te laten gaan. Ambtenaren en of externe organisaties luisteren naar wat er gezegd wordt, maar hebben geen actieve rol. Gefaciliteerd door De Expeditie. • Kraampje mee naar de speelplek - Met kinderen in gesprek over het opknappen of maken van een nieuwe of bestaande speelplek.
Dit gebeurt vooral voor en na de zomer. Vanaf nu bij alle speeltuinprojecten. • Straatenquête – Geen referendum, maar meer vooraf, in een afgebakend gebied, vragen of meer mensen een bepaald probleem ervaren dat door enkele in de wijk of straat is genoemd. • Pitchen. Ideeën ophalen bij mensen en hen dat laten pitchen voor publiek. Daarna beoordelen door een jury en door inwoners
25
Eindnoot i Het betrokken bestuursorgaan besluit t.a.v. zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend; over
inspraak ter voorbereiding van een raadsvoorstel van het college of de burgemeester besluit het college dan wel de burgemeester. 2. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet of een verordening daartoe verplicht. 3. Geen inspraak wordt verleend: a.
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
b.
indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
c.
indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
d.
betreffende de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
e.
ten aanzien van voorgenomen benoemings- en aanstellingsbesluiten.
26