concept AKTE stat.wijz. st. OSZG 2021
Tekst van het document
CONCEPT Smith Boeser van Grafhorst notarissen Julianastraat 1 2012 ER Haarlem tel: 023 – 531 95 28 fax: 023 – 531 44 35
—1
concept dd. 15 juni 2021
statutenwijziging@ stichting Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia@
Vandaag, ## tweeduizend een en twintig, verscheen voor mij, Mr. Thomas Willem van Grafhorst, notaris in Haarlem: comparant
##, hierbij handelend als gevolmachtigde van de stichting: Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia, statutair gevestigd te Haarlem, Schipholpoort 2, postcode 2034 MA, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 34102519, en als zodanig deze vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigende. De bevoegdheid, op grond waarvan de gevolmachtigde handelt, blijkt uit een onderhandse akte van volmacht, die aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage).
statutenwijziging De comparant verklaarde: -
de stichting is opgericht bij notariële akte op vier december negentienhonderd zeven en negentig voor Mr. E.O. Faber, notaris te Amsterdam, verleden; de statuten zijn laatstelijk gewijzigd bij akte op drie en twintig maart tweeduizend vijftien voor mij, notaris, verleden;
-
de stichting is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken onder dossiernummer 34102519;
-
het bestuur van de stichting heeft in haar vergadering ## tweeduizend een en twintig besloten haar statuten te wijzigen; dit besluit blijkt uit een kopie van de notulen van de vergadering die aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage);
-
het besluit tot statutenwijziging is genomen met inachtneming van alle door de wet en de statuten gestelde eisen;
2021.001136.01/svd
*2021.001136.01*
2—
-
de vereiste goedkeuringen van de gemeente Amsterdam en de gemeenteraden van Haarlem, ’s-Hertogenbosch en Velsen alsmede van het bestuur van de in Heeswijk-Dinther gevestigde stichting Stichting Gerlacus van den Elsen zullen aan de akte worden gehecht;
-
alle deelnemers hebben schriftelijk ingestemd met de wijzigingen. Van die schriftelijke instemming blijkt uit aan deze akte te hechten stukken.
Ter uitvoering van genoemd besluit worden de statuten bij deze akte gewijzigd; vanaf vandaag luiden zij als volgt. preambule De stichting respecteert de optimale eigenheid en autonomie van de onder haar ressorterende scholen. naam, zetel en duur 1.1.
De stichting draagt de naam: Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia en wordt verder in deze statuten genoemd: de stichting.
1.2.
De stichting is gevestigd te Haarlem.
1.3.
De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
stichtingsjaar 2.
Het stichtingsjaar loopt van één januari tot en met eenendertig december.
doel en grondslag 3.1.
De stichting stelt zich ten doel de instandhouding en verdere uitbouw van het categoriaal gymnasiaal onderwijs in Nederland. Dit onderwijs wordt zonder winstoogmerk gegeven in afzonderlijke scholen voor openbaar, katholiek, protestants-christelijk en algemeen bijzonder onderwijs, dan wel onderwijs van andere levensbeschouwelijke richtingen.
3.2. Het onderwijs op openbare grondslag is algemeen toegankelijk, zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging, wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bevordert de algehele ontwikkeling van de leerlingen door het doen verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden, en draagt bij tot hun maatschappelijke en individuele vorming. 3.3. Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven vanuit de katholieke grondslag. De stichting handelt hierbij volgens de regelingen zoals vastgesteld door de Nederlandse Katholieke Schoolraad alsmede volgende het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.
—3
3.4. Het onderwijs van andere (levensbeschouwelijke) richtingen wordt ingericht overeenkomstig de voor die richtingen gebruikelijke waarden en normen. middelen 4.
De stichting tracht het in artikel 3 van deze statuten genoemde doel te bereiken met inachtneming van de wettelijke regels voor het onderwijs, door: a.
het beheren, stichten en instandhouden van één of meer scholen voor categoriaal gymnasiaal onderwijs;
b.
het samenwerken met de overheid, met andere scholen, met organisaties en personen die eenzelfde dan wel een verwant doel nastreven;
c.
het (doen) geven van voorlichting betreffende het onderwijs en het in studie nemen of doen nemen van vraagstukken die samenhangen met het verwezenlijken van het doel van de stichting;
d.
het bevorderen van een zo gunstig mogelijk werkklimaat voor alle geledingen van school; en
e.
het aanwenden van alle overige middelen die voor het doel bevorderlijk kunnen zijn.
toegankelijkheid 5.1.
De openbare en algemeen-bijzondere scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing van de leerling, hun ouders of verzorgers.
5.2. De scholen van andere levensbeschouwelijke richtingen staan open voor alle leerlingen, mits de leerlingen, hun ouders of verzorgers de doelstelling en de grondslag van de school respecteren. godsdienstige en levensbeschouwelijke zaken 6.1.
De levensbeschouwelijke vorming en maatschappelijke bewustwording van de leerlingen maken een wezenlijk bestanddeel uit van het onderwijs.
6.2. Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot volle rijping van zijn eigen Ievensbeschouwing gestimuleerd. 6.3. De stichting laat zich bij de verwezenlijking van haar doelstelling leiden door algemeen aanvaardbare normen en waarden vanuit verschillende levensbeschouwingen en streeft ernaar de levensbeschouwelijke identiteit
4—
en pluriformiteit van de scholen in haar beleid en bestuur tot haar recht te laten komen. 6.4. Het schoolplan en het lesrooster bieden voldoende ruimte om de identiteit van de scholen te onderstrepen. 6.5.
Het personeel aan de openbare school is gelijkelijk benoembaar.
6.6. Het personeel respecteert de wezenskenmerken en de grondslag van de school waar het tewerkgesteld is. 6.7. Bij benoeming en overplaatsing van personeel aan een school houdt de stichting zo veel mogelijk rekening met de levensbeschouwelijke overtuiging van het personeel. organen 7.
De stichting kent als organen: a.
het bestuur;
b.
de Raad van Toezicht.
bestuur 8.1.
De stichting wordt bestuurd door een bestuur, dat — met inachtneming van het bepaalde in lid 6 van dit artikel wordt gevormd door de rectoren-bestuurders van de onder de stichting ressorterende scholen.
8.2. Het rectoraat van een der scholen en het lidmaatschap van het bestuur zijn daarmee in beginsel onlosmakelijk met elkaar verbonden. 8.3. Het bestuur verdeelt onderling zijn taken en benoemt ieder jaar een van zijn leden tot voorzitter. 8.4. Het bestuur benoemt een ambtelijk secretaris, die géén deel uitmaakt van het bestuur. 8.5. Het bestuur wordt benoemd en ontslagen door de Raad van Toezicht. 8.6. De Raad van Toezicht heeft het recht een bestuurslid te schorsen op grond van het feit dat deze iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet of de statuten dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer. Het besluit tot schorsing wordt aan de betrokkene ten spoedigste schriftelijk meegedeeld of bevestigd. Op de schorsing is het bepaalde in lid 7 sub e van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 8.7. Het bestuurslidmaatschap eindigt: a.
door overlijden van het bestuurslid;
b.
bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
—5
c.
bij schriftelijke ontslagneming;
d.
door ontslag op grond van artikel 298 lid 1 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
e.
door ontslag, gegeven krachtens een besluit van de Raad van Toezicht op grond van de omstandigheid, dat van de stichting redelijkerwijze niet kan worden verlangd het bestuurslidmaatschap te laten voortduren. Een dergelijk besluit kan slechts worden genomen in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin het betreffende bestuurslid tegenwoordig is of waartoe het ten minste deugdelijk is opgeroepen, waarbij hem of haar het voornemen tot ontslagverlening gemotiveerd is aangekondigd. Het betreffende bestuurslid moet in deze vergadering gelegenheid worden verleend zich te verantwoorden. Dit besluit moet worden genomen met ten minste twee/derde gedeelte van de stemmen van de leden van de Raad van Toezicht. Zijn deze leden op de betrokken vergadering bij de stemming niet in voldoende aantal aanwezig of vertegenwoordigd, dan moet de vergadering worden verdaagd tot een tijdstip, ten minste veertien dagen later, in welke vergadering ongeacht het aantal aanwezige leden tot ontslag kan worden besloten, mits met ten minste twee/derde van de stemmen der alsdan aanwezige leden. Het besluit tot ontslag wordt aan de betrokkene ten spoedigste schriftelijk meegedeeld of bevestigd.
f.
wanneer de school waarvan de rector deel uitmaakt, de status van aangesloten school verliest;
g.
ten gevolge van het feit dat een bestuurslid de kwaliteit van rectorbestuurder van de bij de stichting aangesloten school, verliest.
8.8. De leden van het bestuur hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. 8.9. Het bestuur kan bepaalde werkzaamheden laten uitvoeren door daartoe aan te stellen personeel, vrijwilligers, commissies of werkgroepen. 8.10. Een rector-bestuurder draagt zorg voor benoeming van een conrector als plaatsvervangend rector die de taken en bevoegdheden van de rector uitoefent bij diens afwezigheid. De plaatsvervangend rector treedt niet in de taken en bevoegdheden die de rector bekleedt als lid van het bestuur.
6—
8.11 Bij afwezigheid van de rector kan de plaatsvervangend rector de bijeenkomsten van het bestuur bijwonen, maar heeft in die vergadering géén stemrecht. 8.12. De raad van toezicht kan, in afwijking van lid 11 van dit artikel, besluiten tot het benoemen van de plaatsvervangend rector tot plaatsvervangend lid van het bestuur. Een plaatsvervangend bestuurder heeft dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als een gewoon bestuurder. 8.13 Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van het bestuur nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, het gehele bestuur waar. 8.14 Bij ontstentenis of belet van het enige lid of van alle leden van het bestuur wordt het bestuur waargenomen door een onverwijld door de Raad van Toezicht, met inachtneming van het hierboven in dit artikel bepaalde, aan te wijzen derde. In alle gevallen zal een dergelijke waarneming van het bestuur door de door de Raad van Toezicht aangewezen derde niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van het bestuur zijn functie (tijdelijk) niet kan uitoefenen wegens schorsing, vermissing of (langdurige) ziekte, als gevolg waarvan het lid van het bestuur redelijkerwijs niet in staat geacht kan worden zijn functie te vervullen. bestuursvergaderingen 9.1.
Ieder kalenderjaar worden ten minste zes vergaderingen gehouden.
9.2. Vergaderingen zullen voorts worden gehouden wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien een ander bestuurslid daartoe schriftelijk en onder opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. 9.3. Indien de voorzitter binnen drie weken na het verzoek nog geen vergadering heeft belegd, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 9.4. De oproeping tot de vergadering geschiedt — behoudens het in lid 3 bepaalde — door of namens de voorzitter ten minste zeven dagen van tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een schriftelijke oproep.
—7
9.5. De oproep vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 9.6. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. 9.7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de ambtelijk secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangewezen. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. bestuursbesluiten 10.1. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle bestuursbesluiten genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 10.2. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden op de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. 10.3. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden. 10.4.
Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 10.5. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten en geen van de bestuursleden zich tegen deze wijze van besluiten verzet. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de ambtelijk secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. bestuursbevoegdheid
8—
11.1. Het bestuur is, met inachtneming van het overigens in deze statuten en de wet bepaalde, belast met het besturen van de stichting. 11.2. Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. 11.3. Het bestuur behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor besluiten strekkende tot: a.
vaststelling van het strategisch meerjarenplan of beleidsplan van de stichting;
b.
vaststelling van het jaarverslag van de stichting;
c.
vaststelling van de begroting van de stichting;
d.
vaststelling van de criteria voor de bovenschoolse voorzieningen en de criteria voor het verschuiven van middelen tussen de afzonderlijke scholen;
e.
het aangaan van verplichtingen buiten de vastgestelde begroting waar geen aanvullende inkomsten tegenover staan en die leiden tot een overschrijding van de uitgaven met meer dan € 100.000 (honderdduizend euro);
f.
vaststelling van een financieel statuut met regels omtrent het beheer van de geldmiddelen, de inrichting van de financiële administratie en de tekeningsbevoegdheid;
g.
vaststelling of wijziging van het managementstatuut van de stichting na advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad;
h.
opheffing, samenvoeging of overdracht van onder de stichting ressorterende bijzondere scholen, samenvoeging of overdracht dan wel het doen van een voordracht aan de desbetreffende gemeente tot opheffing, van een onder de stichting ressorterende openbare school;
i.
het aangaan van overeenkomsten in aangelegenheden als bedoeld in het tweede lid van dit artikel;
j.
aanvraag van faillissement van de stichting en van surseance van betaling;
—9
k.
bestuurlijke fusie of splitsing van de stichting;
l.
wijziging van de statuten;
m.
ontbinding van de stichting, waaronder begrepen bestemming van een eventueel batig saldo.
11.4. Het bestuur legt aan de Raad van Toezicht verantwoording af over het gevoerde beleid. In dat kader verstrekt het bestuur de Raad van Toezicht tijdig gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de Raad van Toezicht naar het oordeel van de raad nodig of dienstig zijn. Voorts stelt het bestuur tenminste een keer per jaar de Raad van Toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiele risico’s en van de gebruikte beheers- en controle systemen. De Raad van Toezicht kan ter zake nadere regels stellen. vertegenwoordiging 12.1. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur gezamenlijk. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt bovendien toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden. 12.2. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de voorgaande zin.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht en wordt de stichting vervolgens door de Raad van Toezicht vertegenwoordigd. De Raad van Toezicht wordt in dat geval vertegenwoordigd door de gehele raad, dan wel door de voorzitter (of bij diens afwezigheid: de vicevoorzitter) tezamen met een ander lid van de Raad van Toezicht. 12.3. Het bestuur kan één of meer functionarissen schriftelijk volmacht geven om de stichting te vertegenwoordigen. Indien en voor zover sprake is van een doorlopende volmacht zullen in het door het bestuur vast te stellen managementstatuut nadere regels omtrent de verlening van de volmacht worden vastgesteld. Raad van Toezicht
10 —
13.1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie, in het bijzonder de onder de stichting ressorterende scholen, een en ander met het oog op de belangen van de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen. 13.2De Raad van Toezicht heeft voorts als taken: a.
de benoeming, schorsing en het ontslag van de leden van het bestuur;
b.
de uitoefening van het werkgeverschap ten aanzien van het bestuur;
c.
het voorzien in het bestuur van de stichting in geval van belet, ontstentenis, schorsing of ontslag van het gehele bestuur;d.het vaststellen van een regeling voor bestuur en toezicht;
e.
benoeming van de accountant;
f.
het verlenen of onthouden van goedkeuring in aangelegenheden die het bestuur daartoe aan de Raad van Toezicht voorlegt;
g.
het gevraagd en ongevraagd adviseren van het bestuur;
h.
het vertegenwoordigen van de stichting in de omstandigheden als bedoeld in artikel 12 lid 2;
i.
het benoemen en ontslaan van leden van de Raad van Toezicht en voorzien in de eigen orde.
13.3.
Ten aanzien van het werkgeverschap, als bedoeld in art. 13 lid 2 sub b., zal de Raad van Toezicht de dagelijkse werkzaamheden delegeren aan de scholen waaraan een bestuurder is verbonden
Samenstelling Raad van Toezicht 14.1. De Raad van Toezicht van de stichting bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt met inachtneming van het minimum en het maximum door de Raad van Toezicht vastgesteld. 14.2. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht. Eén lid van de raad wordt benoemd op basis van een bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) van de stichting. Indien de Raad van Toezicht uit meer dan vijf leden bestaat kan de GMR nog een voordracht doen voor een lid.
— 11
In de door de Raad van Toezicht vast te stellen regeling voor bestuur en toezicht worden terzake van de benoemingsprocedures nadere regels gesteld. 14.3. Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een termijn van vier jaar en treden af volgens een door de Raad van Toezicht vast te stellen rooster van aftreden. Voor tussentijds benoemde leden kan het rooster van aftreden eenmalig in een afwijkende zittingstermijn voorzien. 14.4. Een aftredend lid van de Raad van Toezicht is terstond, doch maximaal een maal, herbenoembaar. 14.5.
Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt: a.
door overlijden van het lid;
b.
door aftreden van het lid, al dan niet volgens het in lid 3 bedoelde rooster;
c.
door ontslag door de Raad van Toezicht wegens taakverwaarlozing of andere gewichtige redenen.
Tot ontslag kan door de Raad van Toezicht slechts worden besloten met een meerderheid van drie/vierde gedeelte van de stemmen. 14.6. Een van de leden van de Raad van Toezicht bekleedt de functie van voorzitter. De voorzitter wordt in functie benoemd. De Raad van Toezicht benoemt voorts uit zijn midden een vicevoorzitter. 14.7. Indien één of meer leden van de Raad van Toezicht ontbreken, is de niet voltallige Raad van Toezicht niettemin bevoegd. In een dergelijke situatie zal de Raad van Toezicht terughoudendheid betrachten bij benoeming of ontslag van leden van het bestuur en het verlenen dan wel onthouden van goedkeuring in de aangelegenheden als genoemd in artikel 11.3 en dergelijke besluiten zo mogelijk uitstellen totdat de Raad van Toezicht weer voltallig is. 14.8. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht zal door de voorzieningenrechter van het arrondissement waar de stichting is gevestigd, op verzoek van hetzij een afgetreden lid van de Raad van Toezicht, hetzij het bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde een voorzitter van een nieuw te benoemen Raad van Toezicht worden be-
12 —
noemd, die tot taak heeft conform deze statuten en het reglement voor bestuur en toezicht een nieuwe Raad van Toezicht samen te stellen en te benoemen. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van de Raad van Toezicht zijn functie (tijdelijk) niet kan uitoefenen wegens schorsing, vermissing of (langdurige) ziekte, als gevolg waarvan het lid van de Raad van Toezicht redelijkerwijs niet in staat geacht kan worden zijn functie te vervullen. werkwijze Raad van Toezicht 15.1. Elk jaar komt de Raad van Toezicht ten minste twee maal in vergadering bijeen. 15.2. Vergaderingen zullen voorts worden gehouden wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere leden van de Raad van Toezicht daartoe schriftelijk en onder opgave van de onderwerpen aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de vergadering niet binnen drie weken wordt gehouden, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen mits met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 15.3. De oproep tot de vergadering geschiedt schriftelijk ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproep en die van de vergadering niet meegerekend. 15.4. De oproep vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de agenda. Bij de oproep worden relevante vergaderstukken meegezonden. 15.5.
Indien in een vergadering alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig zijn, kunnen over alle onderwerpen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 15.6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door de vicevoorzitter. 15.7. De Raad van Toezicht kan alleen geldige besluiten nemen indien ten minste de helft van de leden aanwezig is. Mocht in een vergadering de helft van de leden niet aanwezig zijn, dan kan na ten minste één week doch uiterlijk binnen zes weken een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, waarin besluiten kunnen worden genomen over die onderwerpen die wegens het
— 13
bepaalde in de eerste zin van dit lid in de vorige vergadering niet tot besluitvorming konden leiden, ongeacht het op deze vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden. Bij oproeping tot de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onafhankelijk van het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden. 15.8. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover de statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. 15.9. Stemmingen geschieden mondeling, tenzij een lid van de Raad van Toezicht schriftelijke stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Stemmen bij volmacht is toegestaan, waarbij een volmacht echter alleen kan worden verleend aan een ander lid van de Raad van Toezicht. 15.10. De leden onthouden zich van meestemmen over zaken, met inbegrip van benoemingen, schorsingen en ontslagen, die henzelf, hun echtgenoten/partners of hun bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, persoonlijk aangaan of waarin zij als gemachtigde zijn betrokken.
Een benoeming wordt geacht iemand persoonlijk aan te gaan, wanneer hij behoort tot die personen tot welke de keuze, door een voordracht of bij herstemming is beperkt. 15.11. Het door de voorzitter van de vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een lid van de Raad van Toezicht dit verlangt, waarbij het te nemen besluit schriftelijk wordt vastgelegd. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
14 —
15.12. Van het verhandelde in de vergaderingen wordt een verslag opgemaakt. 15.13. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn openbaar. Op verzoek van hetzij de voorzitter, hetzij ten minste één van de aanwezige leden kunnen één of meer van de in en door de vergadering te behandelen onderwerpen die zich naar zijn of hun oordeel niet lenen voor een openbare behandeling, met gesloten deuren worden behandeld. Gronden voor een (deels) gesloten vergadering kunnen aanwezig zijn indien sprake is van onderwerpen die de persoonlijke levenssfeer van één of meer individuen raken. De Raad van Toezicht beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. De Raad van Toezicht is verplicht de gronden voor het (deels) met gesloten deuren vergaderen kenbaar te maken. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening. 15.14. De Raad van Toezicht kan ook buiten de vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten en schriftelijk bevestigd hebben geen bezwaar te hebben tegen deze wijze van besluitvorming. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
15.15 De Raad van Toezicht kan in spoedgevallen telefonisch besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt (onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden) een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 15.16Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Zijn aanwezigheid telt niet mee voor het bepalen van een quorum. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige leden van de Raad van Toezicht genomen. Wanneer alle leden van de Raad van Toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, wordt het besluit genomen door de voltallige Raad van Toezicht, onder
— 15
schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. incompatibiliteiten 16.1. Het lidmaatschap van het bestuur en van de Raad van Toezicht zijn onverenigbaar met het lidmaatschap van een van de medezeggenschapsorganen van de stichting. 16.2. Een bestuurder of een lid van de Raad van Toezicht mag niet: a.
een werknemer zijn van de stichting dan wel een bloed- of aanverwant in de eerste lijn van een werknemer;
b.
bestuurder of eindverantwoordelijk leidinggevende zijn bij andere instellingen voor voortgezet onderwijs die in het bezit zijn van een of meerdere BRIN-nummers.
c.
als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de stichting;
d.
als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld onder c van dit lid;
e.
rechtstreeks noch middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1. het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; 2. het buiten dienstbetrekking tegen beloning doen van verrichtin gen ten behoeve van de stichting; 3. het doen van leveranties aan de stichting; 4. het verhuren van niet-register goederen aan de stichting; 5. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; 6. het onderhands verwerven van onroerende goederen van de stich ting; en/of 7. het onderhands huren of pachten van de stichting.
regeling bestuur en toezicht 17.1. De Raad van Toezicht stelt een door het bestuur opgemaakte regeling bestuur en toezicht vast, waarin het bestuur zijn regels voor goed bestuur, voor zover zij niet in deze statuten zijn vervat, heeft neergelegd. 17.2. De regeling bestuur en toezicht mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
16 —
17.3. De Raad van Toezicht is bevoegd na overleg met en advisering door het bestuur de regeling te wijzigen of op te heffen. 17.4. Het besluit tot wijziging of opheffing door de Raad van Toezicht moet worden genomen met twee/derde meerderheid van stemmen in een vergadering waarvoor de leden van de Raad van Toezicht behoorlijk zijn opgeroepen met bekendmaking van het te nemen besluit en waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 17.5. Indien een besluit tot wijziging of opheffing niet kan worden genomen omdat niet alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan het betreffende besluit worden genomen met twee/derde meerderheid van stemmen in de eerstvolgende vergadering, waarbij twee/derde van de leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is. toezicht openbare scholen 18.1. De stichting brengt jaarlijks aan de gemeenten waar scholen van de stichting zijn gevestigd die voorheen onder het bevoegd gezag van deze gemeenten stonden, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar bekend gemaakt. 18.2.
In geval van ernstige taakverwaarlozing door de stichting of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, kan de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen het bestuur en/of de Raad van Toezicht van de stichting terzake om verantwoording vragen en verzoeken ten spoedigste de maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. 18.3. De gemeenten waar scholen van de stichting zijn gevestigd die voorheen onder het bevoegd gezag van deze gemeenten stonden, oefenen toezicht uit op het bestuur van de openbare scholen onder het bevoegd gezag van de stichting door uitoefening van de volgende bevoegdheden: a.
het besluiten tot opheffing van een openbare school (op voordracht van het bestuur na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht);
— 17
b.
het kennis nemen van en desgewenst overleg voeren over door het bestuur (na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht) voorgestelde begroting en jaarrekening van de stichting;
c.
uitoefening van een goedkeuringsrecht ten aanzien van voorgenomen overdracht van een openbare school die voorheen onder het bevoegd gezag van deze gemeenten stond;
d.
uitoefening van een goedkeuringsrecht ten aanzien van een statutenwijziging, waarbij goedkeuring slechts kan worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft;
e.
uitoefening van een goedkeuringsrecht ten aanzien van voorgenomen ontbinding van de stichting.
geldmiddelen 19.1.
De geldmiddelen van de stichting bestaan uit: a.
rijksbijdragen;
b.
subsidies, anders dan de bijdragen onder a van dit lid bedoeld;
c.
schenkingen;
d.
overige inkomsten;
e.
geldleningen; en
f.
reserves.
19.2. Het bestuur stelt een financieel statuut vast met regels omtrent het beheer van de geldmiddelen en de inrichting van de financiële administratie. Dit financieel statuut behoeft goedkeuring van de Raad van Toezicht. begroting 20.1. Het bestuur maakt jaarlijks voor één december voor het komende jaar een ontwerpbegroting. Uitgangspunt bij het opstellen van de begroting is dat de exploitatie van elk van de onder het bestuur van de stichting vallende scholen blijft binnen de grenzen van de door deze school te ontvangen inkomsten. 20.2. De ontwerpbegroting wordt door het bestuur vastgesteld uiterlijk in januari van het jaar waarvoor de begroting moet dienen, na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht en gevoerd overleg met de betrokken gemeenten. financieel jaarverslag
18 —
21.1. Het bestuur maakt na afloop van een boekjaar de jaarrekening van de stichting op. Een eventueel negatief, respectievelijk positief exploitatiesaldo wordt ten laste gebracht, respectievelijk ten gunste gebracht van de reserve van de desbetreffende school. 21.2. Het bestuur biedt de jaarrekening, vergezeld van een rapport van een registeraccountant, binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar aan de Raad van Toezicht alsmede aan de gemeenten waar scholen van de stichting zijn gevestigd die voorheen onder het bevoegd gezag van deze gemeenten stonden. 21.3. De jaarrekening wordt door het bestuur vastgesteld uiterlijk op dertig juni na afloop van het boekjaar, na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht en gevoerd overleg met de betrokken gemeenten. uittreding 22.1. Op verzoek kan een school door het bestuur overgedragen worden aan een ander schoolbestuur. 22.2. Het bestuur komt aan zo’n verzoek tegemoet en de Raad van Toezicht geeft aan zo’n voorgenomen bestuursoverdracht zijn goedkeuring, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
het verzoek is gedaan door de medezeggenschapsraad van de betreffende school;
b.
het verzoek wordt ondersteund door zowel de personeelsgeleding als de ouder-/leerlingengeleding van de betreffende medezeggenschapsraad;
c.
het verzoek wordt ondersteund door de rector van de school;
d.
het verzoek wordt, blijkens een verklaring van de rector, ondersteund door ten minste twee derde deel van de aan de school verbonden personeel;
e.
de rechtspersoon waaraan de school moet worden overgedragen verklaart zich bereid het bevoegd gezag over de school over te nemen;
f.
met de rechtspersoon waaraan de school moet worden overgedragen wordt een ook voor de stichting bevredigende regeling getroffen ten aanzien van de personele en financiële gevolgen van de beoogde overdracht;
— 19
g.
de rechtspersoon waaraan de school moet worden overgedragen kan aan de stichting voldoende garanties bieden voor continuering van het onderwijs aan op de school ingeschreven leerlingen;
h.
voor zover het een openbare school betreft: de voorgenomen bestuursoverdracht krijgt de goedkeuring van de gemeente die voorheen het bevoegd gezag over deze school voerde.
22.3. Een bestuursoverdracht als bedoeld in dit artikel kan alleen plaatsvinden per 1 januari van enig jaar, ten minste 12 maanden nadat het verzoek is ingediend en is voldaan aan alle voorwaarden als in het vorige lid genoemd. vrijwaring 23.
Degene die in het kader van de uitoefening van zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht of als bestuurder door een derde civielrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld, wordt door de Stichting voor de financiële gevolgen daarvan gevrijwaard, behoudens in het geval er sprake is van opzet of grove schuld van het betreffende lid.
statutenwijziging en ontbinding 24.1. Deze statuten kunnen worden gewijzigd bij besluit van het bestuur, na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht met tenminste een twee/derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Voorts is goedkeuring vereist van de gemeenten waar scholen van de stichting zijn gevestigd die voorheen onder het bevoegd gezag van deze gemeenten stonden, waarbij deze goedkeuring slechts kan worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 23.2. De stichting kan worden gefuseerd, gesplitst of ontbonden bij besluit van het bestuur, na verkregen goedkeuring van de Raad van Toezicht met algemene stemmen. Voor een besluit tot ontbinding is voorts goedkeuring vereist van de gemeenten waar scholen van de stichting zijn gevestigd die voorheen onder het bevoegd gezag van deze gemeenten stonden. 24.3. In geval van ontbinding geschiedt de liquidatie door het bestuur voor zover bij het besluit tot ontbinding niet een andere vereffenaar wordt benoemd.
20 —
24.4. Het resterende vermogen wordt besteed overeenkomstig het doel van de stichting. 24.5. De bestuursorganen van de stichting blijven, zo nodig, na het tijdstip van de ontbinding, in functie, totdat de liquidatie is beëindigd. slot- en overgangsbepalingen 25.1. In aangelegenheden de stichting betreffend waarin deze statuten niet voorzien, beslist de Raad van Toezicht. 25.2. In een openbaar register, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken binnen het gebied de stichting haar woonplaats heeft, dient door het bestuur te worden ingeschreven: a.
de stichting, met nederlegging van een authentiek afschrift van de akte van oprichting, bevattende de statuten;
b.
elke statutenwijziging met nederlegging van een authentiek afschrift van de akte bevattende de statutenwijziging;
c.
de ontbinding van de stichting;
d.
de naam, voornamen en woonplaats van de bestuurders, alsmede de vermelding of zij bevoegd zijn de stichting afzonderlijk, gezamenlijk of tezamen met één of meer anderen te vertegenwoordigen.
25.3. Overal waar in deze statuten of in reglementen bij de aanduiding van personen de mannelijke vorm gebruikt wordt, worden daarmee zonder onderscheid zowel vrouwen als mannen bedoeld. 25.4. Onder het woord ‘schriftelijk’ wordt in deze statuten ook ‘per e-mail’ bedoeld, tenzij anders is bepaald. citeerwijze 26.
Deze statuten kunnen worden aangehaald als "Statuten Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia".
slot van de akte De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte is verleden in Haarlem op de datum die in het begin van deze akte is vermeld. Nadat ik de inhoud van deze akte met de verschenen persoon heb besproken en heb toegelicht en hem heb gewezen op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien, heeft hij verklaard tijdig van de inhoud en strekking van deze akte te hebben kennisgenomen zodat volledige voorlezing achterwege kan blijven. Daarna
— 21
is deze akte na gedeeltelijke voorlezing door de verschenen persoon en mij ondertekend.