CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

C24 Bijlage 2 Omgevingsvisie en Groenvisie en natuurwaarden.pdf

Raadsvergadering 23 juni 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken3.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oer-IJ-gemeenten en biodiversiteit

Alle Oer-IJ-gemeenten zijn de laatste jaren beleid gaan ontwikkelen op de met elkaar samenhangende thema’s als groenbeheer, biodiversiteit en klimaat. Uit de verschillende (voorgenomen) beleidsplannen op een of meer van deze thema’s zijn hieronder voorbeelden genomen van lokale verhoging van de biodiversiteit. Biodiversiteit De biodiversiteit staat wereldwijd onder druk door onder andere veranderend gebruik van land en water, klimaatverandering en vervuiling. Dat geldt ook voor de biodiversiteit in het Oer-IJ-gebied. Aan verhoging van de biodiversiteit kan een sterke impuls worden gegeven bij het opstellen van een gemeentelijk omgevingsplan. De komst van de Omgevingswet geeft een kans om biodiversiteit als belangrijke omgevingswaarde te verankeren in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Zo kan een gezamenlijke inzet worden geleverd voor de biodiversiteit en werken aan aantrekkelijke, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Bureau Stadsnatuur (Rotterdam) heeft daarover inspiratiedocument uit gebracht, waaruit onderstaande delen zijn overgenomen.

1

Groen-blauwe verbindingen Bron: natuurverdubbelaars.nl In het landschap kunnen bomen groene linten vormen die voor verschillende dieren zoals vogels en vleermuizen als groene verbindingen dienen. Vaak staan bomen in een groenstrook waardoor deze voor tal van dieren en planten een ecologische verbinding kan zijn. Verder vormen (oude) bomenlanen vaak beeldbepalende landschapselementen, waardoor ze ook vanuit het oogpunt van belevingswaarde of cultuurhistorische waarde het beschermen waard zijn. Deze elementen spelen ook een rol bij de aanleg van nieuwe bomenlanen die kunnen dienen om verbindingen te maken of om wegen te overbruggen. Een netwerk van verbindingen aanleggen is goed voor de natuur, ook in dorpen en steden. In de bebouwde kom bestaan al bruikbare verbindingen. Er is al een basis aanwezig in de vorm van parken, plantsoenen, begraafplaatsen, singels, grote tuinen, privaat groen, watergangen en andere groenblauwe elementen. Een groenblauw netwerk voorziet in een duurzaam leefgebied en een hogere natuurkwaliteit voor de lange termijn. Met een goed onderhouden netwerk van een diversiteit aan biotopen die aanwezig zijn in de bebouwde kom, worden vestigingskansen verhoogd en kunnen er stabielere populaties ontstaan van een breed scala aan planten- en diersoorten op de lange termijn.

Een gemeentelijk groenblauw netwerk bestaat uit kerngebieden (zoals een park), verbindingen (zoals wegbermen of watergangen) en stapstenen (zoals braakliggende terreinen). In het bestaande groen kan kwaliteitsverbetering worden gerealiseerd en er kan worden aangesloten op bestaande natuur en wateren in het buitengebied. Hierdoor kan uitwisseling optreden tussen populaties van binnen en buiten de bebouwde kom. Het succes van een groenblauw netwerk is vooral afhankelijk van de dichtheid en de kwaliteit van groenblauwe elementen dan van rechtlijnige fysieke verbindingen van groengebieden. In een gemeentelijk groenblauw netwerk komen verschillende functies en ecosysteemdiensten aan bod, zoals ecologie, waterberging, recreatie en gezondheid. Een evenwichtige toedeling van die functies over locaties is het meest belangrijke aspect van een groenblauw netwerk. Het gemeentelijke netwerk vormt een verfijning of aanvulling op het Natuurnetwerk Nederland (Bureau Stadsnatuur 2021). Structuurvariatie Voor het aanbrengen van structuurvariatie geeft Bureau Stadsnatuur de volgende aanbevelingen: 1. Koester dat wat al bestaat, door bijvoorbeeld het terugzetten van ondergroei hoogstens gefaseerd uit te voeren. 2. Dood hout maakt levend bos en kan in bosplantsoenen en wegbegeleidend groen blijven liggen. Dode takken zou men alleen kunnen verwijderen als er een veiligheidsreden voor is.

In plaats van te versnipperen kan hout deels ook in rillen worden verwerkt. 3. Verwijder niet in een keer alle bomen van een soort maar laat bijvoorbeeld een deel van de oude bomen in een laan staan. Plant tussen momenten van kap een variatie aan inheemse boomsoorten en heesters terug bij de vervanging van het bomenbestand. 4. Maai wegbermen en natuurlijke oevers gefaseerd in blokken, waarbij delen de tijd krijgen om te functioneren als leefgebied voor fauna. 5. In onbruik geraakte terreinen kunnen in stedelijk gebied een netwerk aan ecologische stapstenen van tijdelijke natuur vormen. 6. Oevers van watergangen kunnen voor een deel naar bloemrijk grasland worden getransformeerd door een aangepast maaibeheer. Daardoor kunnen oevers stapstenen worden voor veel planten, insecten, zoogdieren, amfibieën en vogels.

2

7. Water als element van een groenblauw stedelijk netwerk geeft biodiversiteitswinst en vervult ook een functie in het kader van klimaatadaptatie. 8. Zonering binnen het groenblauwe netwerk van het gebruik van het groen door bewoners (recreëren, sporten en ontspannen) kan bijdragen aan de vergroting van de biodiversiteit omdat het sommige dieren rust geeft en niet alle plantensoorten betreding goed kunnen verdragen.

Natuurinclusief bouwen Er is de laatste jaren steeds meer belang gehecht aan het opnemen van ecologische principes in ruimtelijke ontwikkeling. Zo kan natuurinclusief bouwen een waardevolle aanvulling zijn op het groenblauwe netwerk van een gemeente. In gebouwen en de bijbehorende buitenruimte kunnen ecologische functies worden gerealiseerd die niet in de groengebieden te vinden zijn, zoals nest- en rustplaatsen voor dieren die gebouwen bewonen zoals de gierzwaluw, huismus of gewone dwergvleermuis. Natuurinclusief bouwen kan ook bijdragen aan vermindering van de impact van gebouwen op het gemeentelijke blauwgroene netwerk. Groene gevels en groene daken kunnen een bebouwd gebied (deels) laten functioneren als groene stapsteen, door voedsel, voortplanting of veiligheid te bieden aan insecten en vogels. Het inrichten van de buitenruimte waarbij aan natuurlijke processen een plek wordt gegeven kan ook een grote impact hebben. Natuurinclusief bouwen gaat vaak hand in hand met opgaven als klimaatadaptatie en het tegengaan van negatieve effecten van verharding en bebouwing, zoals wateroverlast en hittestress.

Het doel van natuurinclusief bouwen en renoveren is om te komen tot een natuurvriendelijke inrichting van woonwijken, kantoorpanden, winkelcentra en bedrijventerreinen, met een hogere natuurkwaliteit en een betere leefomgeving voor bewoners en gebruikers (Bureau Stadsnatuur 2021).

3

Groenbeleid van gemeenten in het Oer-IJ gebied Heemskerk De gemeente Heemskerk heeft in haar Groenbeleidsplan 2019 het groen onderverdeeld in de hoofdgroenstructuur, het bovenwijksgroen en het buurtgroen. De hoofdgroenstructuur vormt een verbinding tussen het bovenwijksgroen en het buitengebied (onder andere het Noordhollands Duinreservaat en het recreatiegebied Alkmaarder- en Uitgeestermeer). De gemeente wil de hoofdgroenstructuur versterken door natuurvriendelijke oevers, beter zicht op het water en een natuurvriendelijke inrichting. Het buitengebied leent zich uitstekend voor het vergroten van de biodiversiteit in beplanting en bomen, het versterken van de groene randen en het maken van verbindingen met de woongebieden door het aanplanten van elzenhagen, en toepassing van ecologisch maaibeheer. Volgens de gemeente zouden vegetatieranden en beplanting die rijk bloeit en vruchten draagt een logische keuze zijn (Groenbeleidsplan Heemskerk 2019). Omdat het weer verandert, er meer regen valt, buien extremer worden, perioden van droogte langer worden en de hitte toeneemt, wil de gemeente Heemskerk vergroenen. Tuinen en straten worden groener (minder stenen), waarmee de hitte wordt verminderd en water beter kan worden vastgehouden. Bovendien schept het ruimte voor planten en dieren, en daardoor meer biodiversiteit (Klimaatadaptatieplan 2021-2026).

Beverwijk In de Groenvisie 2020 - 2030 stelt de gemeente Beverwijk als doel een gemeente te zijn waar in de openbare ruimte plek is voor ecologische waarde en biodiversiteit. Bomen en verbindingen spelen hierin de grootste rol. Speciale aandacht gaat uit naar struiken en kruiden die bijen en andere insecten aantrekken. De gemeente wil de biodiversiteit vergroten door de openbare ruimte in te richten met soorten met verschillende bloeitijden; het op een ecologische manier beheren van bermen van drie meter of breder; het zorgdragen voor toekomstbomen; en het zo min mogelijk toepassen van beschoeiingen om daarmee zoveel mogelijk natuurlijke oevers te realiseren (Groenvisie 2020 -2030). Velsen Het Groenstructuurplan Velsen van de gemeente werd in 2019 vastgesteld. De groenstructuur bestaat uit het geheel van de ‘groene’ delen en gebieden binnen de gemeente Velsen. Dat betreft parken, plantsoenen, bomen, landbouw-, recreatie- en natuurgebieden. Het plan kent de volgende vier speerpunten: - Het versterken en verduidelijken van de verschillende soorten landschappen van Velsen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. - Het zo goed mogelijk waarborgen van een groene leefomgeving binnen het stedelijk gebied. - Het verhogen van de ecologische waarde van de groenstructuur. - De noodzaak van meer groen voor een klimaatadaptieve gemeente.

De verschillende soorten landschappen liggen in Velsen in stroken, evenwijdig aan de kust met elk hun eigen kenmerken. De gemeente gaat proberen de toegang vanuit de wijken naar het landschap te verbeteren. Ook wil men de waarde van het groen versterken omdat een groenere leefomgeving bijdraagt aan de gezondheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid en economie (Groenstructuurplan Velsen).

4

Zaanstad Zaanstad bezit veel natuurwaarden in het landelijk gebied maar ook binnen het stedelijk gebied. De ambitie van de gemeente is om dit te beschermen en uit te breiden. Voor het stedelijk gebied richt de ambitie zich op het vergroten van de biodiversiteit. De gemeentelijke initiatieven sluiten daarbij aan. De kwaliteitsimpulsen bij ontwikkelingen sturen op het vergroten van de ecologische waarde. Zaanstad wil kansen benutten in de economische dynamiek van de Metropool Regio Amsterdam (MRA). De leefkwaliteit van steden wordt steeds belangrijker voor hun vestigingsklimaat en concurrentiepositie. Omdat de MRA steeds drukker wordt is het nodig om in de leefkwaliteit te blijven investeren. De MRA wil daarom investeren in behoud en benutten van het waardevolle landschap. De inzet is om de bereikbaarheid en gebruiksmogelijkheden voor de bewoners te vergroten, de biodiversiteit te verbeteren en de economische vitaliteit te versterken.

Het stedelijk groen is waardevol voor de ecologie en de biodiversiteit, draagt bij aan het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering en kan een belangrijke rol spelen bij waterberging. Voor de ecologie en biodiversiteit in het stedelijk gebied zijn ecologische verbindingszones en natuurlijke stapstenen erg waardevol. Ze maken de migratie van flora en fauna tussen de verschillende (natuur)gebieden mogelijk. De gemeente vindt dat als er toekomstige ontwikkelingen in een ecologische verbindingszone worden uitgevoerd, kwantiteit gecompenseerd moet worden met kwaliteit. De zone mag in ieder geval niet onderbroken worden. Voor stadsnatuur is de ambitie om de biodiversiteit te verbeteren en te verhogen. Daarbij acht men het belangrijk om goed inzicht te krijgen en te houden in de biodiversiteit middels een jaarlijkse monitoring. Binnen het stedelijk gebied wil men tijdelijke natuur toestaan op bijvoorbeeld braakliggende terreinen, het ecologisch groenbeheer verder optimaliseren zoals extensiever (maai)beheer en bloemrijke groenzones creëren om de soortenrijkdom te vergroten. Daarnaast is het doel de inrichting te veranderen om de ecologische verbindingen en stapstenen verder te verbeteren. Hierdoor moet een aantrekkelijk leefgebied voor vele verschillende soorten ontstaan (Groen- en waterplan Zaanstad 2018).

De gemeente heeft verder met de provincie en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een plan van aanpak ontwikkeld voor het opstellen van een Integrale Gebiedsvisie Polder Westzaan met een financieel en organisatorisch geborgd uitvoeringsprogramma. Dit is de opvolging van een startnotitie Integraal Gebiedsprogramma Laag Holland. Uitgangspunt van het gebiedsproces is bondgenootschap en partnerschap met eigenaren, pachters en beheerders van het gebied. In deze visie wordt de visie op aanpak van relevante maatschappelijke opgaven, waaronder klimaatverandering, biodiversiteit /natuurwaarden en stikstof in samenhang gebracht met de inrichting en het beheer van het gebied (Zaanstad Klimaatakkoord 2.0).

Uitgeest De gemeente Uitgeest heeft met de gemeenten Bergen, Castricum en Heiloo een gezamenlijke ambitie vastgelegd van het klimaatbeleid. Samen trekken zij op om de doelstellingen te behalen. Met hun klimaatvisie willen deze gemeenten niet alleen de impact van klimaatverandering agenderen, maar ook de kansen benoemen. Investeren in duurzaamheid kan, zo wordt gesteld, voor inwoners de kwaliteit van leven verbeteren: bijvoorbeeld schonere lucht, een comfortabeler huis, meer biodiversiteit en verkoeling door groen. Daarnaast vinden zij het belangrijk om de klimaatopgaven te integreren in de omgevingsvisies. Alleen als dat goed wordt gedaan, kunnen de verschillende opgaven integraal afgewogen worden en meters worden gemaakt. Ruimte voor water kan bijvoorbeeld de schoonheid en ruimtelijke kwaliteit van het dorp verbeteren, overvloedig water bergen, verkoeling bieden en een duurzame energiebron betekenen (De Buch Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025).

5

Castricum In het buitengebied van Castricum kruisen zowel het Noordhollands duinreservaat (langs de kust) als de oostwest georiënteerde robuuste verbindingszone ‘Van kust tot kust’ elkaar. De ecologische verbindingen hebben een gezamenlijk belang: duurzaam behoud van de kwaliteiten van natuur en landschap in het buitengebied van de gemeente Castricum. De polders tussen het Alkmaardermeer en Waterland tonen een grote aaneenschakeling van graslanden met bijzondere soorten en kruidenrijke graslandvegetaties. Het gebied rond Castricum is de schakel tussen deze graslanden en het duingebied, als onderdeel van de ecologische verbinding tussen de Noordzee en het Markermeer. Inzet hiervoor is (Beeldkwaliteitsplan Castricum 2010): - Natte natuur en verbetering ruimtelijke samenhang en milieukwaliteit. - Meervoudig ruimtegebruik/ ontwikkelingsgerichte landschapsaanpak. - Behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit. Karakteristiek voor het gebied rond Castricum zijn de vele ecologische, hydrologische en bodemkundige overgangen. Er zijn voldoende waardevolle graslandpercelen om aan te sluiten op het natuurgebied rond het Alkmaardermeer. Waardevol zijn in dit geval kruidenrijke graslandvegetaties en planten van zoete kwelmilieus. Het gebied heeft potenties voor natte schraallanden, heldere kalkrijke wateren en duinvallei-achtige vegetaties in de polder.

Voor de Noordse woelmuis is het gebied eveneens kansrijk, met name in smalle, langgerekte rietkragen. Ook is het een belangrijk gebied voor weide- en moerasvogels, en voor de overwintering van verschillende beschermde vogelsoorten. In de gemeente Castricum is de binnenduinrand niet helemaal volgebouwd. Een corridor die uitwisseling tussen duinen en veengebieden mogelijk moet maken, is hier dus goed mogelijk. De Hendriksloot en Schulpvaart vormen als natte verbindingszones de ruggengraat die het Alkmaardermeergebied met het duingebied verbindt (Beeldkwaliteitsplan Castricum 2010). De gemeente Castricum maakt deel uit van de BUCH en is mede-onderschrijver van het Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025. De gemeente heeft een Concept Voorontwerp Groenbeleidsplan opgesteld en aan belangstellenden voorgelegd. In het groenbeleidsplan houdt de gemeente rekening met twee grote maatschappelijke vraagstukken, te weten klimaatverandering en biodiversiteit. Groen draagt bij aan leefbaarheid en CO2-reductie. De gemeente maakt zich ernstig zorgen over de afname van biodiversiteit en noemt de forse terugval van het aantal soorten bijen een exemplarisch voorbeeld daarvan. De gemeente heeft daarom het groenbeleidsplan gerangschikt in vijf pijlers: - Duurzaam bomenbeleid: dit houdt in de bomen zodanig te onderhouden dat ze gezond kunnen groeien en oud worden.

- Behouden en waarborgen van de groene gemeente: door voldoende aandacht aan het behoud van het groen te besteden, worden de identiteit en herkenbaarheid van de gemeente versterkt. - Veel groen nodigt uit tot bewegen en zorgt voor een gezondere leefomgeving. Het groen heeft een positieve uitwerking op onze gezondheid.

6

- Groen heeft een positief effect op alles wat groeit en bloeit: dit wordt bevorderd door onder andere aangepast maaibeheer (later maaien van de grassen) en door bloemrijke bijen- en vlinderlinten aan te brengen. - De oppervlakte van het groen wordt vergroot waardoor er nog meer profijt is van de schaduwwerking van bomen en de bufferwerking en infiltratie van regenwater. Hiermee wordt ingespeeld op de effecten van de klimaatverandering. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoners bij het nieuwe plan worden betrokken, zodat het nut en de noodzaak van het nieuwe plan bekend is bij het brede publiek. Een inmiddels bekend voorbeeld is het project ‘De Mient Bloeit’. Samen met buurtbewoners is een brede strook langs het spoor van grasveld omgetoverd tot een bloeiende bloemenweide. Deze proeftuin wordt in de komende jaren uitgebreid in meer kernen als bewoners dat willen. Het publieke groen is immers gemeenschappelijk bezit. In 2019 heeft de gemeenteraad van Castricum uitgangspunten voor biodiversiteit in parken en bermen vastgesteld: - Meer biodiversiteit in de bebouwde kom. Centraal staat vergroening van de openbare ruimte en extensivering van beheer zoals later maaien en de aanleg van bloemrijke gebieden. Indien mogelijk worden streekeigen soorten toegepast. - Bestaande groenparels blijven behouden en worden door middel van linten, voor zover mogelijk, aan elkaar geregen.

- Het gemeentelijk beheer wordt zodanig aangepast dat er meer ruimte voor natuur ontstaat; het regelmatig klepelen van de vegetatie en het laten liggen van de resten zal niet meer worden toegepast. Voor het natuurtechnisch maaien worden de richtlijnen van de Vlinderstichting toegepast. Op sommige graspercelen wordt schapenbegrazing toegepast. - Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aandacht besteed aan natuurinclusief bouwen, ecologisch beheer van vijvers en waterlopen, pluktuinen en voorzieningen voor oeverzwaluwen en ijsvogels, en vergroting van nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen. - Er dient ook monitoring plaats te vinden zoals een tweejaarlijkse tevredenheidstoets en een ecologische toets. Voor de biodiversiteit wil de gemeente aansluiting zoeken met het strandwallenlandschap en omringende polders. Dit betekent het aanbrengen van streekeigen beplanting en het inzaaien met plantensoorten die in de omringende gebieden voorkomen. Dit kan per kern verschillen en hangt af van de grondsoort en het waterpeil. Bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken wil men ook rekening houden met bestaande groene verbindingen en deze behouden of nieuwe verbindingen aanleggen (‘Concept Voorontwerp Groenbeleidsplan 2021 - 2031’).

7

Heiloo Een groot gedeelte van de bermen wordt natuurtechnisch onderhouden. De gemeente wil zo de biodiversiteit verhogen. Bij natuurtechnisch onderhoud wordt gefaseerd gemaaid. Dat betekent dat men bij elke maaibeurt een gedeelte van het perceel niet maait. Van het maaisel wordt 100% verzameld en afgevoerd. Natuurtechnisch onderhoud wordt uitgevoerd conform de Kleurkeur richtlijnen. Deze zijn ontwikkeld door de Vlinderstichting en Stichting Groenkeur. Ze omschrijven kwaliteitseisen die een goede uitvoering van ecologisch bermbeheer waarborgen. Ook is door de gemeente een apart beheerplan opgesteld voor het beheer en onderhoud van de ecozones in de Boekelermeer. De ecozones in de Boekelermeer zijn een belangrijk leefgebied voor onder andere de rugstreeppad en de oeverzwaluw. Met het opstellen van het beheerplan meent de gemeente te voldoen aan de eisen van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (Groenbeheerplan 2021-2031). De gemeente is ook deelgenoot van de BUCH-ambitie voor het klimaat. Bergen De gemeente Bergen werkt aan een nieuw groenbeleidsplan. Het nieuwe plan is noodzakelijk omdat er veel maatschappelijk ontwikkelingen zijn die een plaats moeten hebben in het nieuwe groen- en bomenbeleidsplan. Aandacht voor duurzaamheid, biodiversiteit en maatregelen om de effecten van klimaatveranderingen tegen te gaan zijn daarvan voorbeelden.

De gemeente ziet veel kansen om het groen in Bergen op een betere manier te beheren en in te richten. Dit nieuwe plan beperkt zich tot de dorpskernen in de gemeente. Het buitengebied is niet meegenomen. De basis voor het plan is het versterken van het groene karakter van de gemeente en het verhogen van de biodiversiteit. Daarbij ligt de nadruk op kwaliteit van het groenbeheer, klimaatbestendigheid, gezondheid en burgerparticipatie (Groen- en bomenbeleidsplan 2021-2031). Het doel van het Groenbeleidsplan is: - Het verbeteren van het beheer van de kwaliteit van bomen door te werken op basis van het Handboek bomen; - De groenstructuur als leidraad nemen voor inrichting en beheer; - De biodiversiteit verhogen. - De effecten van klimaatverandering opvangen; - Aanpassingen plegen om te komen tot alternatieve onkruidbestrijding. De gemeente heeft het volgende beeld gepresenteerd van wat men over tien jaar wil hebben bereikt: - De groene buitenruimte heeft een hoge kwaliteit. Dit geldt voor het onderhoudsniveau als voor de biodiversiteit. - Er is een hoge biodiversiteit binnen de kernen. Dit betekent dat er verschillende biotooptypen binnen de kernen voorkomen zoals bosjes, struweel, kruidenvegetaties langs bos/struweelranden en water. - Bovenstaande betekent meer broed- en voedselgelegenheid voor bijen, vlinders en andere insecten. Meer schuil- en broedgelegenheid voor vogels.

Aansluiten bij Idylle Vlinderstichting en de motie ‘blij met de bij’. Ook kan betrokkenheid van de Stichting Steenbreek hier een rol bij spelen.

8

- Er is een vitaal bomenbestand dat binnen de mogelijkheden wordt versterkt en beschermd. - Ecologische verbindingen zijn versterkt zodat dieren zich kunnen verplaatsen binnen de kernen en van de kernen naar het buitengebied en vice versa. Particuliere percelen kunnen hierbij ook ondersteunend zijn. - Regelmatige monitoring en dit kenbaar maken aan de burger. De gemeente deelt de klimaatambitie met de andere BUCH-gemeenten. (De BUCH: ‘Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025 versie 3 augustus 2020’.)

Bronnen: Bureau Stadsnatuur 2021: Zwarte, N. de, Boer, R. de, Elzerman, S.D., en Bakker, G.: ‘Bouwstenen biodiversiteit voor in het omgevingsplan. Inspiratiedocument met concrete handreikingen voor verbetering van natuur in stedelijk gebied - met speciale aandacht voor icoonsoorten van de Provincie Zuid-Holland’, Bureau Stadsnatuur bSR-rapport 417, 2021. De BUCH: ‘Ambitiedocument Programma Klimaat 2021-2025 versie 3 augustus 2020’. Gemeente Heiloo: ‘Groenbeheerplan 2021-2031’. Gemeente Bergen: Smit, J.: ‘Groen en bomenbeleidsplan 2021-2031 Gemeente Bergen’, 2021. Gemeente Beverwijk: ‘Samen gaan we voor groen, Groenvisie 2020 - 2030’.

Gemeente Beverwijk, gemeente Heemskerk en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier: ‘Klimaatadaptatieplan 2021 - 2026. Aanpassen aan extreem weer én de omgeving mooier maken.’, februari 2021. Gemeente Castricum beeldkwaliteitsplan buitengebied 2010. Gemeente Castricum: ‘Concept Voorontwerp Groenbeleidsplan 2021 - 2031’. Gemeente Velsen: ‘Groenstructuurplan Velsen. Velsen klimaatbestendig, deel A: Visie 2030’, 2019. Gemeente Zaanstad: ‘Groen- en waterplan Zaanstad. Waardevol groen en water in Zaanstad. Vastgesteld februari 2018.’ Gemeente Zaanstad: ‘Nieuw Zaans Klimaat. Klimaatakkoord 2.0 (maart 2021). Samenwerken aan een klimaatadaptief, circulair en klimaatneutraal Zaanstad’.

Stichting Oer-IJ, Hans van Weenen, juni 2021

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=18ab0730-f687-44e9-a820-587c87cd2445