C2 Begroting 2022 Stichting Openbaar Primair Onderwijs IJmond.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van de gemeente Velsen Postbus 465 1970 AL IJMUIDEN
Kenmerk : 21.482 Datum : 22 december 2021 Onderwerp : begroting 2022
Geachte raad, Conform de statuten van onze stichting doe ik u hierbij ter kennisneming toekomen, de door het College van Bestuur vastgestelde en de door de Raad van Toezicht goedgekeurde, Begroting 2022 van de Stichting OPO IJmond.
Met vriendelijke groet,
Martijn van Embden Bestuurder OPO IJmond
Stichting OPO IJmond Begroting 2022
Begroting 2022 Inhoud
1. Voorwoord 2. Inleiding 3. Jaardoelen 4. Staat van baten en lasten (exploitatie) 5. Exploitatie onderscheiden in regulier en incidenteel (NPO) 6. Exploitatie onderscheiden in deelbegrotingen scholen, bovenschools en bestuursbureau 7. Toelichting uitgangspunten baten 8. Toelichting uitgangspunten lasten 9. Vergelijking met andere schoolbesturen (Benchmark) 10. Risicoanalyse 11. Meerjarenbegroting
Blz. 3 Blz. 4 Blz. 5-7 Blz. 8 Blz. 9-10 Blz. 11-13 Blz. 14-17 Blz. 18-21 Blz. 22 Blz. 23-25 Blz. 26-27
Bijlage 1 Risicokaart
Blz. 28-32 2
Begroting 2022 1. Voorwoord Voor u ligt de begroting 2022 van OPO IJmond. Deze begroting kenmerkt zich ten opzichte van voorgaande begrotingen door een prominentere beschrijving van de opbouw van de begroting en de gekozen uitgangspunten die hier aan ten grondslag liggen. Deze nieuwe manier van beschrijven past bij de ontwikkeling en de wens om ‘meer beleidsrijk’ te begroten. Deze ontwikkeling is een actueel gespreksonderwerp tussen bestuurder en de raad van toezicht. Er wordt getracht om meer verbinding te laten zien tussen de inhoud en de benodigde middelen. In de begroting 2021 zijn hierin de eerste stappen gezet en deze lijn wordt in deze nieuwe opzet verder doorgetrokken. Deze nieuwe opzet is ook bedoeld om de GMR te voorzien van overzichtelijke en begrijpelijke informatie gezien hun veranderende rol in dit proces. Ik ben content dat er wederom een sluitende begroting kan worden gepresenteerd. Het blijft echter wel belangrijk om meerjarig de ontwikkelingen ten aanzien van het leerlingaantal en de (financiële) consequenties hiervan goed te blijven monitoren.
Martijn van Embden Voorzitter college van bestuur Stichting OPO IJmond 3
Begroting 2022 2. Inleiding 2022
▪
▪
Een begroting van een onderwijsinstelling kan snel achterhaald zijn door actuele ontwikkelingen. Enerzijds omdat het product in een relatief vroeg stadium opgesteld moet worden (formatie schooljaar moet bijvoorbeeld eerder klaar zijn dan start kalenderjaar). Anderzijds door externe ontwikkelingen van materiële omvang zoals het NPO of CAO onderhandelingen.
1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Thema-onderzoeken - Verdiepingsslag analyse herverdeeleffect bekostiging - Implementatie pilot voortschrijdende prognose - Analyse mogelijke maatregelen i.v.m. meerjarenbegroting - Verdiepingsslag uitvoering NPO - Verdiepingsslag impact eventuele vervallen vordering OCW (zoals op liquiditeit) - Analyse impact verslaggevingsregels voorziening onderhoud - Benchmarkanalyse (naar verwachting benchmarkgegevens 2021 beschikbaar)
Een begroting is dan ook geen statisch iets maar de start van de planning & controlcyclus met een follow up tijdens het begrotingsjaar: gedurende het jaar willen wij dan ook themagewijs inzoomen op aandachtspunten die bij het proces van de totstandkoming van de begroting zijn geïnventariseerd. 4
Begroting 2022 3. Jaardoelen Strategisch beleidsplan
Jaardoelen 2022
Het huidige strategisch beleidsplan van Stichting OPO IJmond heeft betrekking op de periode 2018-2022. In de komende periode gaan we (verder) evalueren wat we van de gestelde ambities en doelen hebben bereikt. Met die inzichten gaan we aan de slag met een nieuw beleidsplan voor de komende jaren.
In het strategisch beleidsplan zijn de beleidsuitgangspunten en de doelen waar we als stichting in alle geledingen en op de scholen aan willen werken in een meerjarenperiode van 5 jaar. Daarnaast vormt dit het kader voor de schoolplannen en jaarplannen.
1 2
3 4 5 6 7
De jaardoelen voor het komende jaar zijn in het jaarplan OPO IJmond 2022 uitgewerkt. In het jaarplan worden de jaardoelen, de te bereiken doorbraken, de processen alsmede prioriteiten en de kritieke succesfactoren beschreven en de samenhang tussen deze elementen zichtbaar gemaakt.
De jaardoelen uit het jaarplan 2022
5
Begroting 2022 3. Jaardoelen Een greep uit de activiteiten van het jaarplan De meeste activiteiten die voor 2022 zijn gepland, hebben betrekking op één of meerdere jaardoelen. We noemen hier een aantal actuele activiteiten uit het jaarplan:
▪
Recent heeft de Onderwijsinspectie haar 4-jaarlijkse onderzoek bij OPO IJmond uitgevoerd. De algemene conclusie is dat OPO IJmond in control is. Dat neemt niet weg dat er ook leerpunten zijn te benoemen uit de bevindingen van de Onderwijsinspectie. Op basis van de herstelopdrachten (ten tijde van deze begroting is de definitieve rapportage nog niet uitgebracht door de inspectie) zal bepaald worden welke verbetermaatregelen passend zijn en geïmplementeerd worden. (Zie ook hiervoor jaardoel 7)
▪
De profilering van Stichting OPO IJmond is van belang voor meerdere jaardoelen. Het is bijvoorbeeld één van de criteria die relevant zijn voor het aantrekken en behouden van personeel. Maar ook één van de afwegingen voor ouders en kinderen die een keuze maken voor een school en daarmee relevant voor de ontwikkeling van het leerlingenaantal. Verder is het één van de aspecten van de basiskwaliteit van OPO IJmond. In 2022 zijn activiteiten gepland die gericht zijn op een sterkere profilering zoals het ontwikkelen van een nieuwe huisstijl en websites van de scholen. (Zie ook hiervoor, jaardoel 1, 3 en 7)
▪
OPO IJmond is samen met Atlant en Fedra aan het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een alternatieve schoolweek. De resultaten van dit onderzoek worden verwacht voor de start van het schooljaar 2022-2023. Hierbij zullen uiteraard ook de gevolgen voor personeel en onderwijskwaliteit worden betrokken. (Zie ook hiervoor, jaardoel 1, 2, 3 en 7) 6
Begroting 2022 3. Jaardoelen Dekking activiteiten jaarplan Ten tijde van het opstellen van de begroting zijn niet alle activiteiten in detail uitgewerkt. De meeste activiteiten kunnen worden uitgevoerd binnen de reguliere budgetten van de begroting. Denk hierbij aan: • • • • •
Het oppakken van ontwikkelpunten naar aanleiding van het inspectiebezoek. Het bevorderen van gelijke kansen van leerlingen. Het inhuren van interim personeel. Het waarderen en professionaliseren van personeel. Het inzetten van ondersteuning ter bevordering van het verstevigen van de basiskwaliteit.
Daarnaast is vanwege het eenmalige karakter van deze kosten, in de begroting rekening gehouden met een extra impuls voor de profileringsactiviteiten.
Verder is er nog een bestemmingsreserve aanwezig voor de aanpak van het lerarentekort en verlagen van de werkdruk. Deze bestemmingsreserve is gevormd uit het positieve resultaat van de jaarrekening 2019. 7
Begroting 2022 4. Staat van baten en lasten (exploitatie)
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat) Bedragen in € 1.000
Begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
▪ Het begrotingsjaar 2022 wordt sterk beïnvloed door incidentele middelen van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). In hoofdstuk 4 is een overzicht genomen waarin de reguliere exploitatie en de incidentele exploitatie afzonderlijk worden weergegeven. ▪ De NPO middelen en bestedingen zijn budgetneutraal opgenomen in de begroting. ▪ De (reguliere) exploitatie 2022 is sluitend. ▪ Het weerstandsvermogen is toereikend maar er zijn belangrijke (externe) risico’s. In hoofdstuk 9 wordt een aantal actuele risico’s nader toegelicht. ▪ De meerjarenbegroting vertoont een pessimistischere beeld vanaf 2023: de vereenvoudiging bekostiging valt negatief uit voor OPO IJmond, incidentele middelen vallen op termijn weg en het effect van de krimp wordt steeds meer voelbaar. 8
Begroting 2022 5. Exploitatie onderscheiden in regulier en incidenteel (NPO)
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Totaal begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
Begroting weergegeven in reguliere exploitatie en incidentele exploitatie (NPO)
Regulier 21.423 9 524 21.956 17.721 445 1.881 1.074 835 21.956 -
NPO 2.492 2.492 2.492 2.492 -
Totaal 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 9
Begroting 2022 5. Exploitatie onderscheiden in regulier en incidenteel (NPO) Vergelijkende cijfers reguliere begroting (exclusief incidentele NPO middelen) Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Begroting 2021 21.580 9 535 22.124 17.846 554 1.700 1.231 793 22.124 -
Begroting 2022 21.423 9 524 21.956 17.721 445 1.881 1.074 835 21.956 -
Verschil -157 -11 -168 125 109 -181 157 -42 168 -
▪ Rijksbijdragen dalen per saldo vooral door effect van indexering (hoger) en daling aantal leerlingen (lager). ▪ Personele lasten dalen per saldo vooral doordat formatie meebeweegt met daling aantal leerlingen (lager) en stijging loonkostenniveau (hoger).
▪ Huisvestingslasten stijgen vooral door hogere energieprijzen en hogere schoonmaakkosten. ▪ Overige materiële lasten dalen vooral door een betere toerekening (deel nu opgenomen onder personele lasten), hogere kosten voor tussen-/naschoolse opvang en een impuls voor de profilering van OPO IJmond. 10
Begroting 2022 6. Exploitatie onderscheiden in deelbegrotingen scholen, bovenschools en bestuursbureau
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.9 Doorbelastingen bovenschools 3.9 Doorbelastingen overhead Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Totaal begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
Begroting weergegeven in deelbegroting scholen, bovenschools en bestuursbureau
Scholen 23.210 9 524 -1.111 -1.403 21.229 18.060 348 1.668 552 601 21.229 -
Boven- Bestuursschools bureau 440 265 1.111 1.403 1.551 1.668 853 1.300 85 12 137 76 259 263 217 17 1.551 1.668 -
Totaal 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 11
Begroting 2022 6. Exploitatie onderscheiden in deelbegrotingen scholen, bovenschools en bestuursbureau Vergelijkende cijfers bovenschools
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.9 Doorbelastingen bovenschools 3.9 Doorbelastingen overhead Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
begroting begroting 2021 2022 415 440 100 837 1.111 1.352 1.551 888 853 109 85 129 137 38 259 165 217 1.329 1.551 23 -
verschil 25 -100 274 199 -35 -24 8 221 52 222 -23
▪ De rijksbijdrage betreft de bijdragen van het Samenwerkingsverband voor de inzet van IB’ers (intern begeleiders). ▪ Personele lasten betreffen kosten die bovenschools worden gedekt zoals verzuim, ouderschapsverlof, BAPO (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen) verplichtingen en dergelijke. ▪ Overige materiële lasten stijgen vooral door verschuiving van posten (vorig jaar opgenomen onder bestuursbureau zoals kosten flankerend beleid) en een impuls voor profilering. ▪ Lasten leermiddelen stijgen door eenmalige kosten voor de vernieuwing van de websites (ICT kosten zijn opgenomen onder deze post). 12
Begroting 2022 6. Exploitatie onderscheiden in deelbegrotingen scholen, bovenschools en bestuursbureau Vergelijkende cijfers bestuursbureau
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.9 Doorbelastingen bovenschools 3.9 Doorbelastingen overhead Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Totaal
begroting begroting 2021 2022 258 265 1.859 1.403 2.117 1.668 1.333 1.300 13 12 73 76 709 263 12 17 2.140 1.668 -23 -
verschil 7 -456 -449 -33 -1 3 -446 5 -472 23
▪ Rijksbijdragen betreft het deel van de lumpsum wat voor beheerkosten is bestemd. ▪ Personele lasten dalen, per saldo het effect van loonkostenstijgingen (hoger) en minder formatie (lager). ▪ Overige materiële lasten dalen vooral door een verschuiving van posten (betere toerekening) naar personele lasten. Verder is een deel nu opgenomen onder de bovenschoolse kosten (zie ook hiervoor).
13
Begroting 2022 7. Toelichting uitgangspunten baten ▪ Grootste deel van de baten betreft de rijksbijdragen OCW: hierin zijn ook de NPO middelen opgenomen (zie ook hoofdstuk 4). Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
▪ Overige overheidsbijdragen betreffen gemeentelijke subsidies. Bijdragen samenwerkingsverband zijn opgenomen onder de rijksbijdragen OCW. ▪ Overige baten zijn vooral opbrengsten van huur en medegebruik.
14
Begroting 2022 7. Toelichting uitgangspunten baten Specificatie Rijksbijdragen OCW Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
Personele lumpsum Afdracht De Boekenier Onderwijs achterstandsbeleid NPO regulier NPO achterstandsbeleid NPO arbeidsmarkttoelage Personeel- en arbeidsmarktbeleid Samenvoeging (fusiemiddelen) Startende schoolleiders Samenwerkingsverband Materiële lumpsum
13.352 -200 1.209 1.973 313 207 3.233 241 295 638 2.654 23.915 15
Begroting 2022 7. Toelichting uitgangspunten baten Aantal leerlingen t.b.v. rijksbijdrage OCW: 1. Leerlingenaantal op peildatum 1-10-20: 3.196 (definitief cijfer) 2. Leerlingenaantal op peildatum 1-10-21: 3.040 (voorlopig cijfer*) * Wordt definitief vastgesteld in december 2021
Prijsniveau t.b.v. rijksbijdrage OCW: 1. 2e Regeling bekostiging 2021-2022 (3e regeling wordt verwacht eind schooljaar 2021-2022) 2. 1e Regeling bekostiging 2022-2023 (2e regeling wordt verwacht september 2022*) 3. Niet begroot: 3e regeling 2021-2022 en 2e + 3e regeling 2022-2023. Inschatting is dat bijstellingen budgetneutraal zijn omdat deze een compensatie zijn voor een verdere loonkostenstijging * In 1e regeling 2022-2023 is al rekening gehouden met de bijstelling van de 2e regeling 2021-2022 16
Begroting 2022 7. Toelichting uitgangspunten baten Overige specifieke uitgangspunten rijksbijdragen OCW 1. Achterstandsbeleid (gewichtenregeling): op basis van aantal leerlingen op peildatum 1/10/20 voor 20212022 en 1/10/21 voor 2022-2023. Bedrag is daarnaast ook afhankelijk van de CBS score achterstanden: voor het bedrag met betrekking tot 2022-2023 is de laatst bekende CBS score gehanteerd (definitieve score wordt verwacht in februari 2022). 2. Samenvoeging: fusiemiddelen worden bij een fusie van scholen toegekend voor een periode van 6 jaar. Er zijn in 2022 3 scholen waarvoor fusiemiddelen worden ontvangen waarvan één tot 1 augustus 2022 loopt. 3. NPO: het belangrijkste deel van de NPO middelen betreft een vast bedrag per leerling. Dat is € 700 per leerling, peildatum 1/10/20 voor 2021-2022 en € 500 (voorlopig bedrag) per leerling, peildatum 1/10/21 voor 2022-2023. 17
Begroting 2022 8. Toelichting uitgangspunten lasten
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
▪ Grootste deel van de lasten betreft de personeelslasten: hierin zijn ook de personeelslasten opgenomen die met de NPO middelen worden bekostigd (zie ook hoofdstuk 4). ▪ De inschatting van de personele lasten van 2022 is deels gebaseerd op de personele lasten van het huidige schooljaar 2021-2022 en deels op de personele lasten van het volgende schooljaar 2022-2023. ▪ De personele lasten van het huidige schooljaar 2021-2022 zijn gebaseerd op de formatie zoals opgenomen in het bestuursformatieplan 2021-2022. ▪ De personele lasten van het volgende schooljaar 20222023 zijn ingeschat op basis van een formatie die aangepast is aan de ontwikkeling van het aantal leerlingen.
18
Begroting 2022 8. Toelichting uitgangspunten lasten
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
Specificatie personele lasten Loonkosten Loonkosten NPO Overige personele kosten (Na)scholing Arbo- en reïntegratiediensten Af: Vergoedingen Vervangingsfonds en UWV
17.884 2.492 220 250 82 -715 20.213
19
Begroting 2022 8. Toelichting uitgangspunten lasten Aantal wtf/fte (formatie) voor de begroting personele lasten scholen 1. Aantal wtf dat voortvloeit uit de normen van de modelschool (na frictie 1 wtf per 25 leerlingen). 2. Aantal wtf van de huidige formatie (2021-2022) bedraagt 189 wtf, de modelschoolformatie. 3. Aantal wtf van de verwachte formatie (2022-2023) bedraagt 185 wtf (evenredig aan ontwikkeling aantal leerlingen).
Prijsniveau voor de begroting personele lasten: 1. De loonkosten zijn begroot op basis van de huidige loonkosten (rond oktober 2021 opgesteld). 2. Er is schatting gemaakt voor de loonkostenstijging van de cao 2021 (deze was ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet in de salarisadministratie verwerkt). 3. Niet begroot: loonkostenstijging van de nog af te sluiten cao 2022. De inschatting is dat de loonkostenstijging gecompenseerd zal worden in de bekostiging (zie ook hoofdstuk 6). 20
Begroting 2022 8. Toelichting uitgangspunten lasten
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W 3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige materiele lasten 4.5 Leermiddelen Totaal lasten Saldo baten en lasten (resultaat)
Begroting 2022 23.915 9 524 24.448 20.213 445 1.881 1.074 835 24.448 -
▪ Afschrijvingen zijn begroot op basis van een geactualiseerde meerjarenbegroting vervangingsinvesteringen voor ICT en leerlingensets. Het uitgangspunt is een zodanige investeringsniveau aan te houden dat de jaarlijkse afschrijvingen ongeveer € 500.000 bedragen. ▪ Voor een aantal posten hanteert OPO IJmond normbedragen (die voor 2022 zijn geïndexeerd) zodat de budgetten per school uniform tot stand komen. ▪ Bij contractuele verplichtingen zijn de betreffende contracten het uitgangspunt. OPO IJmond houdt voor de belangrijkste contracten een digitaal contractenregister bij.
21
Begroting 2022 9. Vergelijking met andere schoolbesturen (benchmark) Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Rijkbijdrage vs totale baten
95,5%
97,5%
97,6%
Basisscholen 11-20 scholen
94,8%
*
*
Overige overheids bijdragen vs totale baten
0,3%
0,0%
0,0%
Basisscholen 11-20 scholen
1,8%
*
*
Overige baten vs totale baten
4,2%
2,4%
2,4%
Basisscholen 11-20 scholen
3,4%
*
*
Personele lasten vs totale lasten
82,6%
80,7%
80,8%
Basisscholen 11-20 scholen
82,9%
*
*
Afschrijvingen vs totale lasten
2,7%
2,5%
1,9%
Basisscholen 11-20 scholen
2,5%
*
*
Huisvestingslasten vs totale lasten
7,4%
7,7%
8,6%
Basisscholen 11-20 scholen
7,3%
Overige lasten
7,3%
9,2%
8,7%
Basisscholen 11-20 scholen
7,3%
*
*
▪ De meeste recente benchmarkcijfers zijn van 2020 en zijn afkomstig van Benchmark PO & VO van de PO Raad en VO Raad. Benchmark 2021 is nog niet beschikbaar. ▪ De afhankelijkheid van de rijksbijdrage is relatief groot omdat de overige baten zoals gemeentelijke bijdragen bij OPO IJmond beperkt zijn ▪ De personele lasten zijn een saldo van de personeelskosten en inkomsten die daarmee samenhangen zoals vergoedingen van het Vervangingsfonds en het UWV. Deze inkomsten zijn lager begroot dan in voorgaande jaren.
22 * Meest recente benchmark gegevens betreffen 2020, cijfers 2021 zijn nog niet beschikbaar
Begroting 2022 10. Risico-analyse Waarom een risico-analyse?
Aanpak
• Hulpmiddel voor onderbouwing omvang weerstandsvermogen. • Aanvullende informatie voor lezer begroting. • Formeel punt: verantwoording bij jaarrekening (bestuursverslag).
1. Inventarisatie risico’s en indeling in categorieën (zie hierna). 2. Specifieke risico’s die concreet en voorzienbaar zijn worden in de begroting verwerkt (voorbeeld: stijging energiekosten). 3. Specifieke risico’s die concreet zijn maar niet binnen de reguliere exploitatie in één begrotingsjaar opgevangen kunnen worden expliciet toegelicht in de begroting (zie hierna samenvatting actuele risico’s). 4. Overige risico’s die algemeen van aard zijn worden zo goed als mogelijk gekwantificeerd (zie bijlage risicokaart). 5. Toetsing weerstandsvermogen aan omvang risico’s en signaleringswaarde ministerie. 23
Begroting 2022 10. Risico-analyse Samenvatting actuele risico’s 1. Vervallen vordering OCW: O.b.v. de huidige berichtgeving zal de vereenvoudiging bekostiging in 2023 gepaard gaan met een nadelig eenmalig effect dat waarschijnlijk niet gecompenseerd zal worden. Dit is het gevolg van het wegvallen van de jaarlijkse vordering eind van het jaar op het ministerie omdat de uitbetaling deels in het jaar daarop plaatsvindt. Het ministerie stelt dat bij de invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek de vordering komt te vervallen t.l.v. de schoolbesturen. De financieel impact hiervan wordt geschat op circa € 970.000 voor de lumpsum en circa € 88.000 voor de achterstandsmiddelen (cijfers 2020), totaal € 1.058.000. 2. Stelselwijziging verslaggevingsregels voorziening onderhoud: dit risico heeft geen financiële gevolgen in de zin dat dit meer of minder geld kost maar wel hoe kosten van onderhoud worden verspreid over de verschillende jaren. Op dit moment is het nog niet definitief bekend hoe de regelgeving precies eruit zal komen te zien en wat de boekhoudkundige effecten zijn die daaruit voortkomen. Het is daarom nog toegestaan om voor het begrotingsjaar 2022 de huidige werkwijze voort te zetten. 24
Begroting 2022 10. Risico-analyse Weerstandsvermogen ▪ Het ministerie OCW hanteert recent een nieuwe signaleringswaarde om te bepalen of een schoolbestuur mogelijk bovenmatig vermogen heeft. O.b.v. de jaarrekeningcijfers 2020 is volgens deze signaleringswaarde voor OPO IJmond een eigen vermogen van circa € 4.264.000 normaal en is een bedrag van € 1.199.000 mogelijk bovenmatig. ▪ O.b.v. de eigen risico-analyse is een eigen vermogen van € 3.690.000 toereikend om algemene risico’s op te kunnen vangen. In bijlage 1 is een uitgebreide toelichting opgenomen van deze algemene risico’s en de financiële impact daarvan. ▪ Een actueel risico dat vanwege de omvang niet in de reguliere exploitatie van de begroting 2022 is verwerkt, is het eenmalige effect van het wegvallen van de vordering OCW bij de vereenvoudiging van de bekostigingssystemiek in 2023. De geschatte impact daarvan bedraagt circa € 1.058.000 (o.b.v. cijfers 2020). 25
Begroting 2022 11. Meerjarenbegroting ▪ De meerjarenbegroting toont het verloop van de baten en lasten over de periode 2022-2025 bij ongewijzigd beleid. ▪ Hiermee wordt zichtbaar gemaakt hoe het resultaat zich zou ontwikkelen als er geen maatregelen worden genomen om een financieel tekort op te lossen. Dat betekent niet dat een financieel tekort als een gegeven wordt beschouwd. ▪ In de komende periode zal worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn om te kunnen anticiperen op het verwachte tekort bij ongewijzigd beleid. Hierbij maken wij onderscheid tussen mogelijke maatregelen die actief beïnvloedbaar zijn en onzekere factoren die niet direct beïnvloedbaar zijn maar wel effect hebben op het financieel resultaat.
Beïnvloedbare maatregelen Hierbij kan worden gedacht aan maatregelen zoals: ▪ Vergroting marktaandeel ▪ Heroverweging personele bezetting ▪ Aanscherping investeringsbeleid ▪ Bezuinigingen op vaste kosten ▪ Heroverweging beleid nevenvestigingen ▪ Verhoging inkomsten door betere benutting verhuur- en medegebruiksmogelijkheden
Niet-direct beïnvloedbare factoren Hierbij kan worden gedacht aan: ▪ Vervallen van tijdelijke verhogingen van kostenposten zoals energie en schoonmaak ▪ Gunstigere ontwikkeling leerlingaantal dan trend krimp 26
Begroting 2022 11. Meerjarenbegroting Ontwikkeling resultaat 2023-2025
Ontwikkeling baten en lasten 2023-2025 25.000.000
0
24.000.000
-100.000
23.000.000
-200.000
22.000.000
-300.000
21.000.000
-400.000
20.000.000
-500.000
19.000.000
-600.000
2022
2023 Baten
2024
2025
2023
2024
2025
-154.000
-419.000
-463.000
-700.000
18.000.000
2023
0 2022
2024
2025
Lasten
- Negatief herverdeeleffect vereenvoudiging bekostiging (1e jaar 3-jaars overgangsregeling) - Tekort vaste kosten (daalt niet op korte termijn mee met krimp) - Verdere verlaging bekostiging (2e jaar overgangsregeling) - Toename tekort vaste kosten - Geen fusiemiddelen meer voor 1 school - Verdere verlaging bekostiging (3e jaar overgangsregeling) - Toename tekort vaste kosten
-800.000 -900.000 Cumulatief effect op resultaat in 2025 (ten opzichte van 2022): - Lagere bekostiging door vereenvoudiging bekostigingssystematiek - Afloop fusiemiddelen - Tekort vaste kosten
-180.000 -75.000 -208.000 -463.000
27
Begroting 2022: bijlage 1 Risico-kaart • • • •
Een technische rekenexercitie om algemene risico’s te kwantificeren (specifieke risico’s in begroting opgenomen). Echter: subjectieve inschattingen onvermijdelijk, daarom ook vergelijking met kengetal ministerie. Ministerie: eigen vermogen van circa € 4.264.000 (o.b.v. jaarrekening 2020) voor OPO IJmond normaal. Risico-analyse: eigen vermogen van circa € 3.690.000 toereikend om risico’s op te kunnen vangen.
Risicokaart Impact * Impact > 1% exploitatie
5
1
1,0% > impact > 0,5% 0,5% > impact > 0,2%
7
8
0,2% > impact > 0,05%
9
3
2
8
50%
70%
10
4 11
6
0,05% > impact Geen financiële gevolgen Kans
10%
30%
90%
1. Grote fluctuaties in leerlingenaantallen 2. Financiële gevolgen van arbeidsconflicten 3. Instabiliteit in de bekostiging 4. Onvolledige indexatie van de bekostiging 5. Lerarentekort 6. Bovenformatief personeel (functie onderwijsassistenten) 7. Kwetsbaar imago 8. Uitbreiding ruimte bij groeischolen die niet vergoed wordt 9. Ziekteverzuim 10. Onderhoud schoolgebouwen 11. Snellere veroudering investeringen Benodigd eigen vermogen (factor x2)
€ 240.000 € 40.000 € 180.000 € 310.000 € 240.000 € 15.000 € 35.000 € 35.000 € 130.000 € 310.000 € 310.000 € 1.845.000 € 3.690.000 28
Begroting 2022: bijlage 1 Nadere toelichting risico’s In de risicokaart worden de risico’s gerangschikt naar een inschatting van de kans dat een risico optreedt en een inschatting van de financiële gevolgen daarvan . Bij deze systematiek worden de financiële gevolgen uitgedrukt in een percentage van de exploitatie (totaal baten/lasten). In dit geval is gebruik gemaakt van de cijfers van de (meest recente) jaarrekening 2020.
Het totaalbedrag van de risico’s uit de risico-analyse bij de begroting 2022 bedraagt € 1.845.000 (begroting 2021: € 1.050.000). De toename van het totaalbedrag van de risico-inschatting heeft voornamelijk te maken met een systematiekwijziging. De impact werd bij de vorige risico-analyse als maximaal 1% van de exploitatie ingeschat, in deze risico-analyse wordt uitgegaan van 1,5% als maximum. De eerdere inschatting van maximaal 1% lijkt aan de (te) lage kant te zijn geweest als het nieuwe kengetal van het ministerie voor de bepaling van mogelijk bovenmatig vermogen als vergelijking wordt genomen. O.b.v. het totaalbedrag van de risico-inschatting wordt een eigen vermogen van € 3.690.000 als toereikend beschouwd, dat is een factor 2 van het totaalbedrag van de risico’s (Bron: Handboek risicomanagement, Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) en VO-Raad, oktober 2013). Dit is redelijk in lijn met het nieuwe kengetal van het ministerie die voor Stichting OPO IJmond o.b.v. de jaarcijfers van 2020 een vermogen van € 4.264.000 als voldoende beschouwt.
29
Begroting 2022: bijlage 1 Bij de vorige begroting is een risico-analyse gemaakt met een top-10 van de belangrijkste risico’s. De risico-inschatting is geactualiseerd en gerangschikt naar de volgende categorieën (conform de indeling van de Commissie Don): Grote fluctuaties in leerlingenaantallen (1), financiële gevolgen van arbeidsconflicten (2), instabiliteit in de bekostiging , onvolledige indexatie van de bekostiging (3) en restrisico’s (4). Ad 1. Grote fluctuaties in leerlingenaantallen Het risico met betrekking tot (grote) fluctuaties in de leerlingenaantallen is reëel. Een aantal scholen van Stichting OPO IJmond is nog niet helemaal stabiel. Bijvoorbeeld doordat de school nog steeds te kampen heeft met een negatief imago uit het verleden. Daardoor kunnen de gevolgen van een incident (zoals een conflict tussen ouders) groot zijn voor het aantal leerlingen. Dat dit risico realistisch is, is gebleken in de sterke daling van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 2021. De personele gevolgen (bovenformatief personeel) worden overigens als beperkt ingeschat vanwege de huidige arbeidsmarkt met een fors lerarentekort. Ad 2. Financiële gevolgen van arbeidsconflicten Niet alle financiële gevolgen bij uitdiensttredingen zijn letterlijk het gevolg van een (ernstig) conflict. Bovendien wordt nu beter gestuurd op een correcte dossiervorming en onderbouwing.
Dat neemt niet weg dat kosten van uitstroom een reëel risico zijn. Hierbij kan gedacht worden aan kosten voor outplacement, transitievergoedingen, juridische kosten e.d. waardoor de begrote kosten in de begroting voor flankerend beleid desondanks kunnen worden overschreden. 30
Begroting 2022: bijlage 1 Ad 3. Instabiliteit in de bekostiging De bekostiging van het primair onderwijs is inherent complex en de berichtgeving over bijstellingen is niet altijd tijdig en/of helder. Daarmee is het begroten van de bekostiging ook lastig en moet een aantal onzekerheden worden ingeschat. De fluctuaties in de afgelopen jaren bevestigen dat dit een reëel risico is. Overigens kan het ook voorkomen dat de bekostiging gunstiger uitvalt dan ingeschat maar meestal zijn die extra middelen dan bestemd voor een specifieke doelstelling en derhalve niet (geheel) vrij besteedbaar. Ad 4. Onvolledige indexatie in de bekostiging Uit diverse onderzoeken (van onder meer de PO Raad, Mc Kinsey & Partners) blijkt dat de bekostiging van het primair onderwijs slechts voldoende is om de normen van de basiskwaliteit te halen. Er is (te) weinig ruimte om invulling te geven aan de eigen ambities van schoolbesturen of te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de maatschappij en politiek. Door niet de kosten van alle ontwikkelingen te vergoeden, is er eigenlijk sprake van “stille bezuinigingen”. Ad 5. Restrisico’s Het lerarentekort wordt ingeschat als een reëel risico (nummer 5 in de risicokaart).
Indien het niet lukt om de vaste formatie in te vullen of op tijd vaste vervanging te vinden bij uitdiensttredingen, moeten extra kosten worden gemaakt zoals voor inhuur van externe leerkrachten en/of selectie en werving. De coronacrisis kan er bovendien toe leiden dat dit risico een grotere impact heeft dan onder gewone omstandigheden. 31
Begroting 2022: bijlage 1 Stichting OPO IJmond zet ook onderwijsassistenten in die bekostigd worden met bijdragen van het samenwerkingsverband. De verwachting is dat de bijdrage hiervoor in de komende jaren verlaagd gaan worden. Het risico bestaat dat hierdoor bovenformatief personeel ontstaat omdat in de regio aan deze functie geen tekort is (nummer 6 in de risicokaart). Met beleid probeert Stichting OPO IJmond dit risico te beperken zoals het werken met tijdelijke contracten. Er is nog een aantal scholen van Stichting OPO IJmond met een kwetsbaar imago zoals uit ervaringen uit het verleden blijkt. Zoals hiervoor vermeld kan dat gevolgen hebben voor het aantal leerlingen maar kan er ook sprake zijn van extra kosten voor communicatie, herstel van vertrouwen etc. (nummer 7 in de risicokaart). De coronacrisis kan hier bovendien een extra risico inhouden omdat bijvoorbeeld het uitvallen van lessen bij een kwetsbaar imago schadelijker kan zijn dan in het geval het imago van de school tegen een stootje kan. Bij groei van een school heeft de school recht op uitbreiding die door de gemeente wordt bekostigd. Het risico is dat een school (net) niet de normaantallen haalt maar toch de uitbreiding nodig heeft (nummer 8 in de risicokaart). In dat geval moeten kosten gemaakt worden die niet vergoed worden. Dit is met name een risico als er veel groeischolen zijn.
Stichting OPO IJmond stuurt actief op het beheersen van het ziekteverzuim. Dat neemt niet weg dat het risico op de loer ligt/blijft liggen (nummer 9 in de risicokaart). Zaken zoals de ervaren hoge werkdruk, oorzaken buiten de werkgever, de onzekerheid van de corona-maatregelen e.d. hebben een impact die niet altijd goed te beïnvloeden is. 32