C2 Begroting 2021.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van de gemeente Velsen Postbus 465 1970 AL IJMUIDEN
Kenmerk : 20.381 Datum : 17 december 2020 Onderwerp : begroting 2021
Geachte raad, Conform de statuten van onze stichting doe ik u hierbij ter kennisneming toekomen, de door het College van Bestuur vastgestelde en de door de Raad van Toezicht goedgekeurde, Begroting 2021 van de Stichting OPO IJmond. Met vriendelijke groet,
Stichting OPO IJmond College van Bestuur
Martijn van Embden Bestuurder
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
Goedgekeurd door de Raad van Toezicht d.d. 15 december 2020 Vastgesteld door het College van Bestuur d.d. 16 december 2020
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
Inhoud Voorwoord.......................................................................................................................... 3 1.
Inleiding .................................................................................................................. 4
2.
Grondslagen ............................................................................................................. 5
2.1.
Algemene financiële ontwikkelingen ......................................................................... 5
2.2.
Waarderingsgrondslagen ........................................................................................ 6
3.1.
Samenvatting........................................................................................................ 7
3.2.
Cijfermatige recapitulatie ........................................................................................ 7
3.3.
Overwegingen ....................................................................................................... 8
3.3.1.
Personeel ....................................................................................................... 8
3.3.2.
Materieel ....................................................................................................... 8
4.
Exploitatie ................................................................................................................ 9
4.1.
Baten en lasten ..................................................................................................... 9
4.2.
Leerlingaantallen .................................................................................................. 11
5.1.
Toelichting baten .................................................................................................. 12
5.1.1.
Rijksbijdragen OC&W ..................................................................................... 12
5.1.2.
Overige overheidsbijdragen ............................................................................. 12
5.1.3.
Overige baten................................................................................................ 13
5.2.
Toelichting lasten.................................................................................................. 13
5.2.1.
Personele lasten ............................................................................................ 13
5.2.2.
Afschrijvingslasten ......................................................................................... 14
5.2.3.
Huisvestingslasten ......................................................................................... 14
5.2.4.
Overige materiële lasten ................................................................................. 14
5.2.5.
Leermiddelen ................................................................................................ 15
6.
Meerjarige exploitatie ............................................................................................... 16
7.
Investeringsplan 2021-2024 ...................................................................................... 17
8.
Risicoparagraaf ........................................................................................................ 18
8.1.
Risicokaart ........................................................................................................... 18
8.2.
Toelichting risico’s ................................................................................................ 19
Pagina 2 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
Voorwoord Voor u ligt de begroting 2021 van OPO IJmond. Deze begroting kenmerkt zich ten opzichte van voorgaande begrotingen door een prominentere beschrijving van de opbouw van de begroting en beleidskeuzes die hier aan ten grondslag liggen. Deze manier van beschrijven past bij de ontwikkeling en de wens om ‘meer beleidsrijk’ te begroten. Deze ontwikkeling is een actueel gespreksonderwerp tussen bestuurder en de raad van toezicht. Er wordt getracht om meer verbinding te laten zien tussen de inhoud en de benodigde middelen. In de begroting 2021 worden de eerste stappen ten aanzien van deze ontwikkeling gezet. Daarnaast is de verwachting dat de rol van de GMR in de toekomst groter zal zijn bij het bespreken van de begroting. Het betreft dan de begroting op hoofdlijnen waarin juist de beleidsuitgangspunten een belangrijk onderwerp van gesprek zullen zijn. Ik ben content dat er wederom een sluitende begroting kan worden gepresenteerd. Het blijft wel belangrijk om meerjarig de ontwikkelingen ten aanzien van het leerlingaantal en de (financiële) consequenties hiervan goed te blijven monitoren. Er wordt vol ingezet op het profileren van de scholen en een positieve ontwikkeling van het leerlingaantal. Tegelijkertijd zien we dat een aantal scholen de komende jaren nog zal blijven krimpen waarvan een aantal scholen in gevaar komt of is ten aanzien van de ondergrens.
Martijn van Embden Voorzitter College van Bestuur Stichting OPO IJmond
Pagina 3 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
1. Inleiding In de afgelopen jaren lag de nadruk van de begroting op het verder verbeteren van de financiën. Dat heeft er toe geleid dat de financiële positie van Stichting OPO IJmond zich rond de huidige streefnorm1 bevindt. De streefnorm is nog niet duurzaam gehaald maar er zijn goede stappen gemaakt. De overige kengetallen zoals rentabiliteit en solvabiliteit voldoen aan de normen die de onderwijsinspectie hanteert. Daarnaast heeft Stichting OPO IJmond ook te maken met onzekerheden die van nadelige invloed kunnen zijn op de financiële positie. Hierbij kan gedacht worden aan de corona-maatregelen, de verdere krimp van het aantal leerlingen in de regio, het lerarentekort, de toenemende verwachtingen en ambities van de politiek en maatschappij e.d. Desondanks is het Stichting OPO IJmond gelukt om een sluitende begroting voor 2021 te presenteren. Hierna wordt nader toegelicht welke keuzes en uitgangspunten aan deze begroting ten grondslag liggen.
1
In de begroting van vorig jaar is voor het weerstandsvermogen de norm van 8% van het saldo van het eigen vermogen minus de materiële vaste activa gedeeld door de rijksbijdragen, gehanteerd. Pagina 4 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
2. Grondslagen 2.1.
Algemene financiële ontwikkelingen
Recent heeft het adviesbureau McKinsey & Company een onderzoeksrapport2 over de bekostiging van het onderwijs uitgebracht. Een van de onderzoeksvragen was of er voldoende middelen ter beschikking worden gesteld voor het onderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat de bekostiging die scholen ontvangen slechts toereikend is om voor de basiskwaliteit onderwijs met een ‘voldoende’ te worden beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs. De bekostiging is onvoldoende om aan de additionele verwachtingen die aan scholen gesteld worden en aan de ambities van scholen zelf te kunnen voldoen. Dit leidt onder meer tot “een hoog ervaren werkdruk, een groeiende ongelijkheid tussen scholen en een verminderde vernieuwing van huisvesting”.
“Een verstevigd fundament voor iedereen. Een onderzoek naar de doelmatigheid en toereikendheid van het funderend onderwijs (primair en voortgezet)” (april 2020) 2
Pagina 5 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
Deze conclusie van het onderzoek wordt ook door Stichting OPO IJmond herkend: een sluitende begroting opstellen waarbij niet alleen de noodzakelijke uitgaven worden gedekt maar ook ruimte is om te kunnen investeren in bijvoorbeeld digitalisering of duurzaamheid, is geen gemakkelijke opgave. Wil er meer besteed kunnen worden aan de ene uitgavepost, dan gaat dat ten koste van een andere uitgavepost. Bovendien moet daarbij rekening gehouden worden dat veel begrotingsposten niet of beperkt (op korte termijn) te beïnvloeden zijn.
2.2.
Waarderingsgrondslagen
De algemene grondslagen die voor de begroting zijn gehanteerd, zijn conform die van de jaarrekening (zogenaamde waarderingsgrondslagen). Deze grondslagen zijn wettelijk voorgeschreven door de verslaggevingsvoorschriften en bieden daarom geen tot beperkte ruimte voor het maken van eigen keuzes. Hierbij kan gedacht worden aan voorschriften voor de wijze waarop investeringen moeten worden verantwoord (systematiek van activeren en afschrijven) of hoe de hoogte van een voorziening moet worden bepaald zoals de voorziening onderhoud.
Pagina 6 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
3. Beleidskeuzes 3.1.
Samenvatting
De totale baten van de begroting 2021 nemen toe met ongeveer € 691.000. Dit betreft met name de personele lumpsum en de middelen onderwijsachterstandenbeleid (opgenomen onder de post rijksbijdragen OC&W). De gestegen baten zijn voornamelijk ingezet voor de dekking van de hogere personeelskosten van circa € 519.000 (loonontwikkelingen) alsmede hogere energiekosten (circa € 76.000 hoger) en gestegen schoonmaakkosten (circa € 51.000). De hogere personeelskosten van € 519.000 zijn een saldo van een toename van de loonkosten van het onderwijzend personeel en een afname van de loonkosten van het bestuursbureau. Daarnaast zijn in de begroting hogere budgetten opgenomen voor ICT voor digitale leermethoden en is de post nog toe te rekenen uitgaven en onvoorziene kosten verlaagd.
3.2.
Cijfermatige recapitulatie
De belangrijkste aandachtspunten en wijzigingen in de begroting 2021 ten opzichte van de begroting 2020 zijn op hoofdlijnen als volgt: Toename baten (+ = voordelig, -/- = nadelig): Hogere rijksbijdrage, met name door (prijs)bijstellingen bekostiging Hogere rijksbijdrage personeels- en arbeidsmarktbeleid Hogere middelen onderwijsachterstandenbeleid Lagere rijksbijdrage materiële vergoedingen Lagere overige baten (o.a. verhuur en medegebruik) Overige verschillen (per saldo)
€ 474.000 € 152.000 € 227.000 -/- € 61.000 -/- € 67.000 -/- € 34.000 € 691.000
Hogere baten ingezet voor (+ = hogere kosten, -/- = lagere kosten): Dekking personeelskosten, met name loonkostenontwikkeling Verlaging formatie bestuurskantoor Verhoging budgetten ICT Dekking hogere kosten energie Dekking hogere kosten schoonmaak Eenmalige kosten inbesteding financiële administratie Verlaging post nog toe te rekenen uitgaven en onvoorzien Overige verschillen (per saldo)
€ 626.000 -/- € 107.000 € 222.000 € 76.000 € 51.000 € 40.000 -/- € 246.000 € 29.000 € 691.000
In hoofdstuk 4 hierna worden de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de begroting 2020 nader toegelicht per afzonderlijke post. Pagina 7 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
3.3.
Overwegingen
3.3.1. Personeel Een belangrijk onderdeel van de begroting 2021 betreft de personele lasten. Deze zijn gebaseerd op het bestuursformatieplan 2020-2021 dat in eerder in dit jaar is behandeld en vastgesteld. In deze begroting is de financiële vertaling opgenomen van de formatie zoals uitgewerkt in het bestuursformatieplan. Ondanks de krimp van het aantal leerlingen is de modelschool gehandhaafd in het bestuursformatieplan. De belangrijkste beleidsuitgangspunten daaruit zijn de volgende: •
Modelschool blijft qua groepsgrootte 1 op 27, na toekenning frictie 1 op 25.
•
Bapo (Bevordering arbeidsparticipatie ouderen) wordt bovenschool bekostigd en uit het PVI (plan van inzet) gehaald. Afgelopen jaar is gebleken dat BAPO meteen tot frictieverzoeken leidde, daar de directeur zijn/haar PVI niet kon rondmaken. Daarom is het verzoek geweest deze op te nemen als vaste bovenschoolse kostenpost net als ouderschapsverlof. Door vooraf de inzet netto inzichtelijk te maken in het PVI, scheelt dit frictieverzoeken en is het een stuk effectiever in de werkwijze. Het totaal aantal FTE (fulltime equivalenten) voor Bapo bedraagt 4 FTE.
•
De groepsgrootte per school wordt achter de komma weergegeven. Als een school recht heeft op bijvoorbeeld 10,4 groepen wordt dit ook zo weergegeven. Vorig jaar werd dit naar beneden en naar boven afgerond. Door achter de komma te werken krijg je een zo zuiver mogelijk beeld van in te zetten formatie per school.
•
Fusiegeld wordt gelabeld aan de school (De Pionier en de Zilvermeeuw & Kariboe) tenzij anders wordt besloten door het college van bestuur.
•
In de modelschool wordt een regel opgenomen voor de werkdrukmiddelen zodat deze middelen in het PVI zichtbaar worden. Als een directeur een deel van de werkdrukmiddelen in materiaal wil investeren dient dit aangegeven te worden bij HRM zodat het PVI kan worden bijgesteld.
•
HRM maakt de “snippers” inzichtelijk en zet een actie uit naar de directeuren met als opdracht met de medewerkers in gesprek te gaan om de werktijdfactoren af te ronden.
3.3.2. Materieel De normbedragen voor de materiële kosten zijn ondanks de krimp gehandhaafd en waar mogelijk naar boven bijgesteld. De budgetten voor ICT zijn verhoogd om de hogere kosten van digitalisering van leermethoden op te kunnen vangen. Er is een tendens zichtbaar dat investeringen in lesboeken e.d. steeds meer vervangen worden door digitale leermethoden. Met de insourcing van de financiële administratie wil Stichting OPO IJmond de financiële functie verder ontwikkelen. Dit past bij het streven om de directeuren beter te kunnen ondersteunen in hun integrale rol en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort voor de financiën. Ook is dit in lijn met het beleid om het bestuurskantoor zo doelmatig mogelijk in te richten. Een andere overweging is dat hiermee beter ingespeeld kan worden op de behoefte om de financiën goed te kunnen volgen en betere prognoses te kunnen maken om (bij) te kunnen sturen.
Pagina 8 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
4. Exploitatie 4.1.
Baten en lasten
De begroting 2021 is sluitend, dat wil zeggen dat de baten en lasten in evenwicht met elkaar zijn. De baten en lasten stijgen met een bedrag van € 691.000 ten opzichte van de begroting 2020. De bedragen zijn in € 1.000 weergegeven:
Exploitatie Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Prognose najaar 2020
Begroting 2021
21.768
20.822
21.704
21.580
3.2 Overige overheidsbijdragen
20
11
20
10
3.5 Overige baten
751
601
848
535
Totaal baten
22.539
21.434
22.572
22.125
4.1 Personele lasten
17.182
17.327
19.058
17.846
4.2 Afschrijvingen
704
604
604
554
4.3 Huisvestingslasten
1.655
1.559
1.709
1.700
4.4 Overige materiele lasten
1.181
1.379
1.243
1.232
622
565
640
793
21.344
21.434
23.254
22.125
5.1 Financiele baten
-
-
-
-
5.2 Financiele lasten
-
-
1
-
Totaal financiele baten en lasten
-
-
1
-
1.195
-
-683
-
Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W
4.5 Leermiddelen Totaal lasten
Totaal
Pagina 9 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
De baten en lasten worden in het volgende overzicht nader gespecificeerd:
Exploitatie Omschrijving
Begroting 2020
Prognose najaar 2020
Begroting 2021
Verschil Begroting 2020 / 2021
3.1 Rijksbijdragen OC&W
20.822
21.704
21.580
758
Vergoeding personele lasten
13.022
13.679
13.496
474
Vergoeding P&A
2.801
2.843
2.953
152
Arrangementen
264
264
233
-31
Impulsgelden
-
-
-
Bijdrage SWV - personeel
480
480
465
-15
Prestatiebox
651
663
663
12
Onderwijsachterstandenbeleid
962
1.127
1.189
227
2.642
2.648
2.581
-61
3.2 Overige overheidsbijdragen
11
20
10
-1
Overige overheidsbijdragen
11
20
10
-1
3.5 Overige baten
601
848
535
-66
Subsidie derden personeel
136
366
100
-36
Materiele vergoeding
Bijdragen derden materiaal
465
482
435
-30
4.1 Personele lasten
17.327
19.058
17.846
519
Salarissen
16.847
18.153
17.237
390
Ouderschapsverlof
100
117
100
-
Overige personele lasten
380
788
509
129
4.2 Afschrijvingen
604
604
554
-50
Afschrijvingslasten
604
604
554
-50
4.3 Huisvestingslasten
1.559
1.709
1.700
141
Dagelijksonderhoud (incl dotatie)
638
677
646
8
Schoonmaakbedrijf
517
550
568
51
Energie
334
412
410
76
Overige huisvestingskosten
70
70
76
6
4.4 Overige materiele lasten
1.379
1.243
1.232
-147
Overige instellingslasten
1.278
1.142
1.138
-140
Reproductiekosten
101
101
94
-7
4.5 Leermiddelen
565
640
793
228
ICT
322
397
544
222
Leer- en hulpmiddelen
243
243
249
6
5.1 Financiele baten
-
-
-
-
Rente banken
-
-
-
-
5.1 Financiele baten
-
1
-
-
Bankkosten
-
1
-
-
Totaal
-
-683
-
-
Pagina 10 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
4.2.
Leerlingaantallen
Een essentieel uitgangspunt voor de begroting is het leerlingaantal, voor zowel de formatie als voor de bekostiging. Hierna worden de prognose van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs), de actuele cijfers en de prognose van onze stichting weergegeven met betrekking tot de leerlingenaantallen: Tabel 1 : Prognose DUO van 1-10-2020 t/m 1-10-2024 Tabel 2 : Ontwikkeling leerlingaantallen vanaf 1-10-2018 inclusief prognose Tabel 3 : Leerlingaantallen per 1-10-2019 en 1-10-2020 per school
Tabel 1 - Prognose DUO Teldatum
Aantal
Mutatie
Mutatie %
1-10-2020
3.207
1-10-2021 1-10-2022
3.153
-54
-1,68%
3.114
-39
-1,24%
1-10-2023
3.081
-33
-1,06%
1-10-2024
3.054
-27
-0,88%
Tabel 2 - Verloop leerlingaantallen Teldatum
Opmerking
Aantal
Mutatie
Mutatie %
-95
-2,78%
1-10-2017 Werkelijk
3.423
1-10-2018 Werkelijk
3.328
1-10-2019 Werkelijk
3.295
-33
-0,99%
1-10-2020 Begroot ; nog niet definitief
3.195
-100
-3,03%
1-10-2021 Prognose
3.130
-65
-2,03%
1-10-2022 Prognose
3.068
-62
-1,98%
1-10-2023 Prognose
3.008
-60
-1,96%
De definitieve leerlingaantallen per 1-10-2020 worden middels de beschikking Overzicht vaststellen tellingen eind december 2020 bekend gemaakt.
Tabel 3 - Leerlingaantallen per school School
Mutatie
Mutatie %
12IF/Het Kompas
1-10-2019 1-10-2020 179
177
-2
-1,12%
12YB/De Sterrekijker
295
279
-16
-5,42%
13SP/'t Kraaienest
173
166
-7
-4,05%
13ZN/Pleiaden-School
262
268
6
2,29%
14CX/De Vuurtoren
132
77
-55
-41,67%
14FQ/De Vliegende Hollander
181
185
4
2,21%
14QJ/Bosbeekschool
262
267
5
1,91%
15AP/Jan Campertschool
224
217
-7
-3,13%
15FX/Brederode Daltonschool
263
271
8
3,04%
18PW/De Zevenhoeven
245
239
-6
-2,45%
18QY/De Kariboe / Zilvermeeuw *
234
219
-15
-6,41%
18SU/De Marel
236
246
10
4,24%
19TE/De Boekanier
97
94
-3
-3,09%
23UL/De Pionier
166
165
-1
-0,60%
27ML/De Zeester
346
325
-21
-6,07%
3.295
3.195
-100
-3,03%
Pagina 11 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
5. Toelichting op de exploitatie 5.1.
Toelichting baten
De totale baten van de begroting 2021 stijgen met € 691.000 ten opzichte van de begroting 2020: Toename rijksbijdragen OCW Afname overige overheidsbijdragen en overige baten Mutatie baten
€ 758 € 67 -/€ 691
5.1.1. Rijksbijdragen OC&W Onder de post rijksbijdragen OC&W zijn onder andere alle vergoedingen opgenomen die van het ministerie OC&W worden ontvangen. Ook worden de baten van het samenwerkingsverband hier gebudgetteerd. De rijksbijdrage stijgt ten opzichte van de begroting 2020 met een bedrag van € 758.000.
Rijksbijdragen OC&W Groepering OC&W
Begroting 2020 Begroting 2021 Personele bekostiging regulier
13.098
487
Personele bekostiging regulier - Afrdracht SBO de Boekanier
220
200
-20
Prestatiebox
651
663
12
Personeel- en arbeidsmarktbeleid
2.801
2.953
152
Onderwijsachterstandenbeleid
962
1.189
227
2.641
2.581
-60
192
198
6
20.078
20.882
804
Basisondersteuning
480
465
-15
Arrangementen
264
233
-31
Materiele instandhouding Bijzondere bekostiging samenvoeging Sub-Totaal SWV
Verschil
12.611
Sub-Totaal Totaal
744
698
-46
20.822
21.580
758
De stijging van de rijksbijdragen OC&W wordt met name veroorzaakt door de referentiesystematiek van de overheid waardoor de stichting wordt gecompenseerd voor de hogere lonen. Daarnaast hebben de nieuwe CBS scores voor het onderwijsachterstandenbeleid een positief effect van € 227.000 ten opzichte van de voorgaande begroting. Verder stijgen de rijksbijdragen vanuit het personeels- en arbeidsmarktbeleid met een bedrag van € 152.000. Dit is onder andere het gevolg van een hogere bijdrage aan de werkdrukmiddelen.
5.1.2. Overige overheidsbijdragen De baten zijn nagenoeg gelijk aan de begroting 2020.
Pagina 12 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
5.1.3. Overige baten De daling van de overige baten van € 67.000 wordt voor een deel veroorzaakt door lagere inkomsten vanuit verhuur- en medegebruik. Door de sluiting van de locatie van de Vuurtoren dalen de inkomsten met € 19.000. Een andere oorzaak betreft de lagere baten van het samenwerkingsverband voor de schakelklassen (ongeveer € 25.000 lager).
5.2.
Toelichting lasten
De totale lasten van de begroting 2021 stijgen met € 691.000 ten opzichte van de begroting 2020: Toename personele lasten Afname afschrijvingslasten Toename huisvestingslasten Afname overige materiele lasten Toename leermiddelen Mutatie lasten
€ 519 € 50 -/€ 141 € 147 -/€ 228 € 691
5.2.1. Personele lasten
Personele lasten Groepering Ouderschapsverlof Salarissen
Begroting 2020 Begroting 2021 Ouderschapsverlof
100
100
-
Sub-Totaal
100
100
-
Salarissen
16.618
16.932
314
729
805
76
Salarissen werkdrukmiddelen Flankerend beleid
75
75
-
Uitkeringen UWV
-125
-125
-
Vervangingsfonds
-450
-450
-
16.847
17.237
390
Sub-Totaal Overige personele lasten Vrijwilligerswerk
8
8
-
Onkostenvergoedingen
1
1
-
Koffie personeel
26
26
-
Kosten werving personeel
17
17
-
Kosten BGZ en Arbo zorg
74
75
1
(Na)scholing
229
233
4
Personeelsactiviteiten
24
22
-2
6
6
Schoolbegeleiding
-
Inhuur algemeen
-
Kosten uitbestedingen derden Sub-Totaal Totaal
Verschil
120
120
1
1
-
380
509
129
17.327
17.846
519
De personele lasten stijgen in 2021 met € 519.000. Dit bestaat uit een toename bij het onderwijzend personeel van € 626.000 en een afname bij het bestuurskantoor van € 107.000, per saldo € 519.000 hoger. Het grootste deel van stijging is het gevolg van de in 2019 afgesloten CAO. Ook de begrote Pagina 13 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
salarissen werkdrukmiddelen stijgen met € 76.000. Het bedrag dat per leerling wordt toegekend is verhoogd. De post inhuur algemeen is in 2021 opgenomen voor een bedrag van € 120.000. Hierin opgenomen zijn onder andere de kosten van de medewerker gegevensbeheer en de werkzaamheden van OCS maatschappelijk vastgoed. In de loonkostenbegroting is een geprognosticeerde stijging van de pensioenpremie opgenomen per 1-1-2021 van 1,7%. De definitieve stijging is op dit moment nog niet bekend gemaakt door het ABP. Een overzicht van de gehanteerde premiepercentages wordt hierna weergegeven: Overzicht wijzigingen premies per 1-1-2021:
Vervangingsfonds Participatiefonds 1 ABP premie 1
2020 6,10 % 4,20 % 24,90 %
2021 6,05 % daling 0,05 % 4,00 % daling 0,20 % 26,60 % stijging 1,19 % (werkgeversdeel)
Werkgeversdeel 18,62% Werknemersdeel 7,98%
5.2.2. Afschrijvingslasten De afschrijvingslasten dalen in 2021 met € 50.000. Dit is vooral het gevolg van geheel afgeschreven investeringen waaruit geen afschrijvingslasten meer voortvloeien. Voor een nadere toelichting op de investeringen wordt verwezen naar hoofdstuk 7.
5.2.3. Huisvestingslasten De huisvestingslasten stijgen met een bedrag van circa € 141.000 ten opzichte van de begroting 2020. Deze stijging met is name het gevolg van een betere inschatting van de energiekosten en de schoonmaakwerkzaamheden. De stijging voor de energiekosten bedraagt € 74.000 en voor de schoonmaakwerkzaamheden € 51.000. De overige posten stijgen per saldo met een bedrag van ongeveer € 15.000. Dit betreffen onder andere tuinonderhoud en publiekrechtelijke heffingen.
5.2.4. Overige materiële lasten De overige materiële lasten nemen af met een bedrag van ongeveer € 147.000. Deze afname wordt voor een groot deel verklaard doordat de post nog toe te rekenen uitgaven en onvoorzien is verlaagd van € 625.000 naar circa € 379.000. Een daling van € 246.000 derhalve. Deze daling is het gevolg van een meer nauwkeurigere begroting in 2021 voor diverse posten die in het verleden niet toereikend bleken te zijn. Dit betreffen met name de posten schoonmaak, energie en ICT. Deze posten zijn verhoogd in de begroting 2021. De post uitbesteding administratie is verhoogd met een bedrag van € 40.000. Dit betreffen de projectkosten (implementatie, training etc.) voor het inbesteden van de financiële administratie per 1-1-2021. Verder stijgen de kosten van de tussen- en naschoolse opvang in 2021 met een bedrag van ongeveer € 32.000. De overige posten stijgen per saldo met een bedrag van circa € 27.000. Dit betreffen onder andere aanschaf kleine inventaris en kosten bijzondere activiteiten. Pagina 14 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
5.2.5. Leermiddelen De gebudgetteerde kosten voor de leermiddelen (Ict en verbruiksmateriaal) stijgen met een bedrag van ongeveer € 228.000. Deze stijging is het gevolg van de verhoging van de norm voor de ICT kosten van € 81 in 2020 naar € 107 per leerling in 2021. Ook is onder deze post € 100.000 opgenomen voor de aanschaf van digitale onderwijsleerpakketten. In 2020 werden de kosten voor onderwijsleerpakketten voor het grootste deel geactiveerd (en afgeschreven). De verwachting is dat de in de toekomst aangeschafte leerpakketten voor het overgrote deel digitaal zullen zijn (met jaarlijkse licentiekosten) en deze derhalve niet geactiveerd kunnen worden.
Pagina 15 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
6. Meerjarige exploitatie De meerjarenbegroting t/m 2024 is doorgerekend op basis van leerlingaantallen conform de door de stichting gemaakte prognose van het leerlingaantal. Op basis van de huidige cijfers hebben we jaarlijks te maken met een taakstelling. Dit is het geval bij ongewijzigd beleid zonder maatregelen. Uiteraard is er een aantal externe factoren die effect kunnen hebben op de geprognosticeerde uitkomst van de komende begrotingsjaren.
Exploitatie meerjarig Omschrijving 3.1 Rijksbijdragen OC&W
Begroting 2020 Begroting 2021 Prognose 2022 Prognose 2023 Prognose 2024 20.822
21.580
21.016
20.591
20.186
3.2 Overige overheidsbijdragen
11
10
10
10
10
3.5 Overige baten
601
535
600
600
600
Totale baten
21.434
22.125
21.626
21.201
20.796
4.1 Personele lasten
17.327
17.846
17.482
17.139
16.811
4.2 Afschrijvingen
604
554
546
535
525
4.3 Huisvestingslasten
1.559
1.700
1.700
1.700
1.700
4.4 Overige materiele lasten
1.379
1.232
1.230
1.230
1.230
4.5 Leermiddelen Totale lasten
565
793
795
795
795
21.434
22.125
21.753
21.399
21.061
127
198
265
Taakstelling
Totaal
-
-
-0
0
-0
Pagina 16 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
7. Investeringsplan 2021-2024 In het investeringsplan 2021-2024 zijn de investeringen opgenomen die in de komende jaren nodig zijn voor ICT, leermiddelen, schoolmeubilair en kantoormeubilair. In de begroting 2020 is het investeringsbedrag 2021 doorgerekend op basis van een half jaar afschrijvingslasten (ervan uitgaande dus dat de investeringen verspreid over het gehele jaar plaatsvinden). De investeringen zoals opgenomen in de jaren 2022 t/m 2044 zullen jaarlijks geactualiseerd worden.
Investeringen Omschrijving
2021
2022
2023
2024
ICT
250.000
200.000
200.000
203.040
Onderwijsleerpakketten
11.000
11.000
4.000
1.000
Schoolmeubilair/inventaris
130.000
125.000
125.000
125.000
Meubilair/ docentensets
6.500
5.000
10.000
-
Verbouwingen
6.000
-
-
-
Buitenspeelmateriaal
11.000
6.200
27.500
-
Meubilair speellokaal
5.750
5.000
7.500
-
Nog in te vullen investeringen
79.750
-
-
-
500.000
352.200
374.000
329.040
Totaal
Het investeringsniveau voor 2021 is bepaald op € 500.000 (begroting 2020: € 280.000). De sterke stijging van het investeringsniveau is mogelijk gemaakt doordat in voorgaande jaren terughoudend is geïnvesteerd. Daardoor zijn veel investeringen inmiddels geheel afgeschreven waardoor ruimte is ontstaan om nieuwe investeringen te doen. De stijging ten opzichte van de begroting 2020 betreft vooral de investeringen ICT (ongeveer € 193.000 hoger) en de investeringen in schoolmeubilair/inventaris (circa € 101.000 hoger). Verder zijn de investeringen onderwijsleerpakketten lager omdat deze zijn vervangen door de ICT kosten in de exploitatie voor digitale leerpakketten. Met dit investeringsniveau is het mogelijk om jaarlijks stabiele afschrijvingslasten binnen de exploitatie begroting te hebben. Jaarlijks zal er gekeken worden of het gekozen investeringsniveau past binnen de begroting van het desbetreffende jaar. In de begroting 2021 bedragen de afschrijvingslasten inclusief het investeringsplan circa € 554.000. De afschrijvingslasten bedragen 2,57% van de rijksbijdragen OC&W. De gemiddelde afschrijvingslasten bij schoolbesturen van vergelijkbare grootte bedroegen in 2018 2,67% van de rijksbijdragen.
Pagina 17 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
8. Risicoparagraaf 8.1.
Risicokaart
Het totaalbedrag van de risico’s uit de risico-analyse bij de begroting 2021 bedraagt € 1.050.000 (begroting 2020: € 850.000). Het systeem van de risico-analyse is verder ontwikkeld en nu voorzien van een risicokaart. In deze risicokaart worden de risico’s gerangschikt naar een inschatting van de kans dat een risico optreedt en een inschatting van de financiële gevolgen daarvan3. Bij deze systematiek worden de financiële gevolgen uitgedrukt in een percentage van de exploitatie (totaal baten/lasten). In dit geval is gebruik gemaakt van de cijfers van de (meest recente) jaarrekening 2019.
Risicokaart Impact * Impact > 1% exploitatie
5
1,0% > impact > 0,5%
1
0,5% > impact > 0,2%
8
0,2% > impact > 0,05%
7
9
2
4
10
11
3 8
6
0,05% > impact Geen financiële gevolgen Kans
10%
30%
50%
70%
90%
De rangschikking in de risicokaart leidt tot de volgende risicobedragen (in paragraaf 7.2. worden de risico’s nader toegelicht), afgerond op € 5.000: 1. Grote fluctuaties in leerlingenaantallen 2. Financiële gevolgen van arbeidsconflicten 3. Instabiliteit in de bekostiging 4. Onvolledige indexatie van de bekostiging 5. Lerarentekort 6. Bovenformatief personeel (functie onderwijsassistenten) 7. Kwetsbaar imago 8. Uitbreiding ruimte bij groeischolen die niet vergoed wordt 9. Ziekteverzuim 10. Onderhoud schoolgebouwen 11. Snellere veroudering investeringen
€ 85.000 € 40.000 € 55.000 € 205.000 € 160.000 € 10.000 € 25.000 € 25.000 € 120.000 € 205.000 € 120.000 € 1.050.000
3
Bron: Handboek risicomanagement, Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) en VO-Raad, oktober 2013 Pagina 18 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
8.2.
Toelichting risico’s
Bij de vorige begroting is een risico-analyse gemaakt. De risico-inschatting is geactualiseerd, beperkt tot een top-10 en gerangschikt naar de volgende categorieën (conform de indeling van de Commissie Don): • • • • •
Grote fluctuaties in leerlingenaantallen Financiële gevolgen van arbeidsconflicten Instabiliteit in de bekostiging Onvolledige indexatie van de bekostiging Restrisico’s
Ad 1. Grote fluctuaties in leerlingenaantallen Het risico met betrekking tot (grote) fluctuaties in de leerlingenaantallen is reëel. Een aantal scholen van Stichting OPO IJmond is nog niet helemaal stabiel. Bijvoorbeeld doordat de school nog steeds te kampen heeft met een negatief imago uit het verleden. Daardoor kunnen de gevolgen van een incident (zoals een conflict tussen ouders) groot zijn voor het aantal leerlingen. De personele gevolgen (bovenformatief personeel) worden overigens als beperkt ingeschat vanwege de huidige arbeidsmarkt met een lerarentekort. Ad 2. Financiële gevolgen van arbeidsconflicten Niet alle financiële gevolgen bij uitdiensttredingen zijn letterlijk het gevolg van een (ernstig) conflict. Bovendien wordt nu beter gestuurd op een correcte dossiervorming en onderbouwing. Dat neemt niet weg dat kosten van uitstroom een reëel risico zijn. Hierbij kan gedacht worden aan kosten voor outplacement, transitievergoedingen, juridische kosten e.d. waardoor de begrote kosten in de begroting voor flankerend beleid desondanks kunnen worden overschreden. Ad 3. Instabiliteit in de bekostiging De bekostiging van het primair onderwijs is inherent complex en de berichtgeving over bijstellingen is niet altijd tijdig en/of helder. Daarmee is het begroten van de bekostiging ook lastig en moet een aantal onzekerheden worden ingeschat.
De fluctuaties in de afgelopen jaren bevestigen dat dit een reëel risico is. Overigens kan het ook voorkomen dat de bekostiging gunstiger uitvalt dan ingeschat maar meestal zijn die extra middelen dan bestemd voor een specifieke doelstelling en derhalve niet (geheel) vrij besteedbaar. Ad 4. Onvolledige indexatie in de bekostiging Uit diverse onderzoeken (van onder meer de PO Raad, Mc Kinsey & Partners) blijkt dat de bekostiging van het primair onderwijs slechts voldoende is om de normen van de basiskwaliteit te halen. Er is (te) weinig ruimte om invulling te geven aan de eigen ambities van schoolbesturen of te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de maatschappij en politiek. Door niet de kosten van alle ontwikkelingen te vergoeden, is er eigenlijk sprake van “stille bezuinigingen”. Ad 5. Restrisico’s Het lerarentekort wordt ingeschat als een reëel risico (nummer 5 in de risicokaart). Indien het niet lukt om de vaste formatie in te vullen of op tijd vaste vervanging te vinden bij uitdiensttredingen, moeten extra kosten worden gemaakt zoals voor inhuur van externe leerkrachten en/of selectie en werving. De coronacrisis kan er bovendien toe leiden dat dit risico een grotere impact heeft dan onder gewone omstandigheden. Stichting OPO IJmond zet ook onderwijsassistenten in die bekostigd worden met bijdragen van het samenwerkingsverband.
De verwachting is dat de bijdrage hiervoor in de komende jaren verlaagd gaan worden. Het risico bestaat dat hierdoor bovenformatief personeel ontstaat omdat in de regio aan deze functie geen tekort is (nummer 6 in de risicokaart). Met beleid probeert Stichting OPO IJmond dit risico te beperken zoals het werken met tijdelijke contracten. Er is nog een aantal scholen van Stichting OPO IJmond met een kwetsbaar imago zoals uit ervaringen uit het verleden blijkt. Zoals hiervoor vermeld kan dat gevolgen hebben voor het aantal leerlingen maar kan er ook sprake zijn van extra kosten voor communicatie, herstel van
Pagina 19 van 20
Begroting 2021 Stichting OPO IJmond
vertrouwen etc. (nummer 7 in de risicokaart). De coronacrisis kan hier bovendien een extra risico inhouden omdat bijvoorbeeld het uitvallen van lessen bij een kwetsbaar imago schadelijker kan zijn dan in het geval het imago van de school tegen een stootje kan. Bij groei van een school heeft de school recht op uitbreiding die door de gemeente wordt bekostigd. Het risico is dat een school (net) niet de normaantallen haalt maar toch de uitbreiding nodig heeft (nummer 8 in de risicokaart). In dat geval moeten kosten gemaakt worden die niet vergoed worden. Dit is met name een risico als er veel groeischolen zijn. Stichting OPO IJmond stuurt actief op het beheersen van het ziekteverzuim. Dat neemt niet weg dat het risico op de loer ligt/blijft liggen (nummer 9 in de risicokaart). Zaken zoals de ervaren hoge werkdruk, oorzaken buiten de werkgever, de onzekerheid van de corona-maatregelen e.d. hebben een impact die niet altijd goed te beïnvloeden is. Het onderhoud aan de schoolgebouwen is een risico dat verschillende facetten omvat. Enerzijds is het de vraag of de getroffen voorziening groot onderhoud toereikend is: het beleid van Stichting OPO IJmond is sober en doelmatig en de beschikbare middelen zijn taakstellend. Dat betekent dat er geen tot beperkte ruimte is voor “extra” uitgaven.
Bovendien moeten de gebouwen goed onderhouden worden, ook al is een ruimte niet optimaal gevuld/bezet. Een ander aspect betreft de verslaggevingsregels. Een verscherpte toepassing van de regels (tot nu toe werd de huidige in het onderwijs gebruikelijke toepassing gedoogd) zal een veel hogere voorziening nodig zijn. Hoewel de precieze financiële gevolgen niet bekend zijn, schat de PO-Raad in dat deze substantieel zijn (nummer 10 in de risicokaart). De snelle ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat investeringen minder lang mee gaan dan in eerste instantie ingeschat. Een voorbeeld is de ICT: hoewel hardware in technische zin nog niet vervangen hoeven te worden, kan het zijn dat toch vervanging wenselijk is om up to date te blijven. Bij vervanging zou dan de resterende boekwaarde alsnog afgeboekt moeten worden en tot een verliespost leiden (risico 11 in de risicokaart).
Pagina 20 van 20