C1 Brief over gevolgen coronacrisis voor de culturele infrastructuur in de regio.pdf
Tekst van het document
ALLIANTIE CULTUUR IJMOND
IJmond, 15 december 2020
Aan de colleges van B & W van de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen
Geachte heer, mevrouw, De coronacrisis treft ons hard in ons dagelijks leven en in ons werk. Dat geldt voor ondernemers, organisaties en ook voor de inwoners van Beverwijk, Heemskerk en Velsen. De maatregelen hebben op iedereen veel impact. De culturele sector vormt helaas geen uitzondering. Wij zijn blij dat dit door de overheid wordt onderkend en dat de culturele sector zowel op landelijk, provinciaal als lokaal niveau wordt ondersteund met verschillende steunpakketten. Wij willen in dit schrijven aandacht vragen voor de extra financiële middelen bestemd voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur voor 2020 en 2021 die vanuit het ministerie van OCW richting gemeentes is gekomen. In de IJmond gemeenten gaat het om de volgende bedragen. 2020 2021 Totaal
Beverwijk 267.000 196.444 463.444
Heemskerk 245.000 168.491 413.491
Velsen 476.0001 383.415 859.4151
Totaal 988.0001 748.350
De middelen die u als gemeente heeft ontvangen zijn fors. Naar verwachting groter dan de directe schade die de gesubsidieerde culturele organisaties hebben geleden/nog zullen leiden of de kosten die gemaakt zijn/nog moet maken om noodzakelijke corona maatregelen te treffen. Dit biedt de kans om de gevolgen van de coronacrisis vanuit een breder perspectief te beschouwen. Wij hebben begrepen dat u voor de besteding en verdeling van deze gelden nog beleid moet maken en dat hiervoor speciale werkgroepen in het leven worden geroepen. Als grootste organisaties binnen de culturele sector in de regio kennen wij de culturele sector in de IJmond van binnen en van buiten. Daarom willen wij u hierbij graag op enkele zaken wijzen die mee kunnen worden genomen in de afwegingen.
1
Dit betreft een schatting op basis van € 7 per inwoner. We hebben het werkelijke bedrag niet kunnen achterhalen.
SITUATIE IN DE IJMOND De culturele sector bestaat uit makers, meemakers en mogelijkmakers. Makers zijn mensen die actief kunst beoefenen. Het gaat hierbij om zowel amateurs als professionals, om georganiseerde kunstbeoefening (bijv. een koor, theatergezelschap, cursisten of op school) als ongeorganiseerde kunstbeoefening (bijv. thuis schilderen of schrijven). Makers zijn ook de mensen voor en achter de schermen (bijv. technici, rondleiders, mensen op kantoor, vrijwilligers) Meemakers zijn onze bezoekers, ons publiek, maar ook de mensen die bijv. gewoon zelf naar muziek luisteren, een filmpje kijken of een boek lezen. Mogelijkmakers zijn mensen, organisaties en instanties die de infrastructuur omhoog houden. In de IJmond zijn er relatief gezien een gering aantal grote gesubsidieerde culturele organisaties. Wij hebben zeker veel hinder ondervonden door de corona maatregelen en moesten activiteiten anders inrichten en/of stop zetten. De financiële gevolgen zijn voor ieder van ons verschillend. Zo zijn de inkomsten van de kunstencentra en bibliotheken redelijk stabiel gebleven omdat een deel van de activiteiten tijdens de lockdown in het voorjaar in een alternatieve (online) vorm hebben plaatsgevonden en de afgelopen maanden tot begin deze week nauwelijks restricties hebben ondervonden.
Het niet kunnen organiseren van activiteiten bespaart soms zelfs kosten, als het gaat om activiteiten waar geen publieksinkomsten tegen over staan, zoals de cultuurmarkt, festivals, etc. Voor organisaties die voor een groot deel afhankelijk zijn van publieksinkomsten, zoals de theaters, en een groot deel van hun programma niet kunnen uitvoeren zijn de verliezen fors. De meer onzichtbare partijen die veel schade ondervinden van de corona maatregelen zijn ons inziens de kleinere makers, meemakers en mogelijkmakers. De ZZP’ers die voor ons werken en nu minder inkomsten hebben omdat workshops, lessen, voorstellingen en evenementen niet door gaan of zijn uitgesteld. De dirigenten van koren en orkesten die niet meer kunnen of mogen repeteren, waarvan de leden afhaken en die geen extra inkomsten met concerten kunnen genereren. De zelfstandige dansscholen die nu ook weer dicht moeten. Freelance technici en presentatoren zonder werk en inkomen. De makers die zich presenteren in de theaters en festivals, de muzikanten die niet meer kunnen optreden. Vrijwilligers die hun werk niet kunnen uitvoeren en noodgedwongen thuis zitten.
Deze partijen zijn misschien minder zichtbaar voor de gemeente, omdat het ZZP’ers, vrijwilligers en deelnemers aan diverse (ongesubsidieerde) organisaties zijn, maar voor de toekomstbestendigheid van de lokale culturele infrastructuur is het van groot belang dat deze cultuurmakers ondersteund worden. Voor de deelnemers (zowel de makers als de meemakers) is het gebrek aan culturele activiteiten ook een onderschat probleem. De bezoekers van (gratis) activiteiten in kunstencentra, theaters, wijken, bibliotheken en de openbare ruimte die nu niet doorgaan. Zorginstellingen en scholen die hun activiteiten binnen- en buitenshuis drastisch inperken. Koorleden die niet kunnen repeteren vanwege de groepsgrootte, ateliers die zijn gesloten omdat de ruimte niet meer voldoet. Mensen zitten thuis, hebben weinig afleiding en missen hun sociale contacten. Bij kinderen zijn er op allerlei gebieden achterstanden ontstaan zoals leesvaardigheid. Naast zorgen over hun levenskwaliteit en geestelijk welbevinden zijn deze actieve bewoners en onze volgende generatie belangrijk als het culturele cement in onze gemeentes. Bij de mogelijkmakers is de schade vooral immaterieel, bijvoorbeeld in de vorm van afgebroken en nog altijd niet herstelde contacten. Of schade aan het betrouwbare imago, omdat vanwege wijzigend coronabeleid steeds weer activiteiten afgezegd moeten worden.
Een belangrijke groep die helpt het mogelijk te maken zijn de vrijwilligers die bij menig culturele activiteit worden benaderd om het mogelijk te maken. Zij missen het handen uit de mouwen steken en ook zeker het contact.
ADVIES De minister heeft in haar kamerbrieven meermalen aangegeven dat de steunpakketten niet alleen bedoeld zijn om de noden van de makers op te vangen, maar ook om zich te kunnen richten op de toekomst van de culturele sector. Haar visie is dat als de basisinfrastructuur wordt ondersteund, daarmee ook indirect de rest van de culturele sector wordt ondersteund. Wij zijn er van overtuigd dat het raadzaam is om op lokaal niveau dit beleid te volgen en de extra middelen voor cultuur in te zetten om de keten op lokaal niveau in stand te houden. Als de culturele organisaties binnen de lokale infrastructuur activiteiten kunnen blijven ontplooien, blijven er plekken waar de individuele makers, meemakers en mogelijkmakers terecht kunnen, blijft er werk en kunnen er weer nieuwe opdrachten worden verstrekt. Dit kunnen we bereiken door: -
Te zorgen dat bestaande culturele activiteiten zoveel mogelijk kunnen doorgaan Stimuleren innovatie en diversificatie Culturele activiteiten gericht op kwetsbare groepen
Daarnaast adviseren wij om ruimte te maken voor arbeidsmobiliteit en omscholing zowel binnen als buiten de sector. Voortzetten bestaande culturele activiteiten De dekking van bestaande activiteiten bij (gesubsidieerde) culturele organisaties bestaat normaal uit: Kosten = Inkomsten bezoekers, deelnemers, horeca, verhuur (+ Subsidie) Onder de huidige omstandigheden blijft weliswaar de subsidie gelijk, echter de inkomsten van bezoekers en deelnemers zijn gedaald. Bijvoorbeeld omdat er nog maar 30 bezoekers in een zaal mogen, of omdat er minder deelnemers in groepen zijn. Daarnaast nemen ook de kosten toe om de activiteiten corona proof aan te bieden (extra schoonmaak, grotere ruimtes, schermen). Daardoor zijn activiteiten verliesgevend. Als er geen goed alternatief mogelijk is, worden activiteiten geschrapt. Om te zorgen dat de culturele sector draaiende blijft, is ons advies om de dekking van bestaande activiteiten die nu verliesgevend zijn voorlopig te baseren op: Kosten + extra kosten = Inkomsten bezoekers, deelnemers, horeca, verhuur (+ Subsidie) + Extra steun Hiermee bereiken we dat mensen nog steeds een tentoonstelling, museum, theater kunnen bezoeken, kunnen deelnemen aan een cursus. Met de betreffende organisaties kunnen nadere afspraken worden gemaakt over het aantal activiteiten waarvoor extra steun kan worden verkregen.
Stimuleren innovatie en diversificatie Onder de huidige omstandigheden vragen met name activiteiten waar normaal grote aantallen bezoekers in korte tijd worden bereikt zoals concerten, voorstellingen en festivals om innovatieve oplossingen. In versneld tempo zijn de afgelopen maanden verschillende digitale vormen ontwikkeld en uitgevoerd. De sector worstelt echter nog met het ontbreken van het pure contact en zoekt naarstig naar oplossingen waar de ontmoetingsfunctie in terugkomt. Voor de weerbaarheid van de culturele sector is diversificatie belangrijk. De makers en organisaties die deze crisis nog redelijk goed doorkomen zijn de makers en organisaties die binnen de culturele sector op verschillende terreinen actief zijn. Bijv. de muzikant die speelt en lesgeeft. Het spelen is de afgelopen periode grotendeels weggevallen, maar lesgeven kan gelukkig nog steeds.
In de reguliere begrotingen is over het algemeen geen ruimte voor innovatie. Wij adviseren een deel van de extra steun in te zetten om innovatie en diversificatie te stimuleren. Culturele activiteiten kwetsbare groepen De kwetsbare groepen in onze samenleving worden extra hard getroffen door de coronacrisis. Vanwege de bezorgdheid om de gezondheid, zijn er minder contacten en worden grote groepen vermeden. Daardoor zijn deze mensen vaak in een sociaal isolement terecht gekomen en is de eenzaamheid toegenomen. De vaardigheid met digitale hulpmiddelen is over het algemeen beperkt waardoor er een drempel is om van de aangeboden alternatieve online activiteiten gebruik te maken. Het is in de huidige situatie lastiger om de mensen om wie het gaat te bereiken. Er gelden nog veel beperkende maatregelen en een deel bevindt zich buiten ons gezichtsveld. Het aantal is door de situatie bovendien gegroeid. Culturele organisaties en makers begeven zich steeds vaker binnen het sociaal domein, maar de huidige activiteiten zijn ontoereikend. De uitvoering is arbeidsintensiever en waar de meesten (ook gesubsidieerde organisaties) met tarieven werken die kostendekkend zijn voor de directe kosten worden de financiële bijdrages die we van deelnemers moeten vragen te hoog.
Wij adviseren een deel van de extra steun in te zetten om extra gratis of goedkope, veilige activiteiten op te zetten voor doelgroepen die het meeste lijden onder de maatregelen zoals: -
Ouderen Mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking Mensen met een GGZ achtergrond Jongeren Kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen
Door deze extra activiteiten uit te laten voeren door de ZZP’ers die actief zijn in onze regio wordt het een win-win situatie. De kwetsbare doelgroepen genieten van de positieve effecten van kunst en cultuur, nieuwe cultuur (mee) makers worden bereikt en de werkgelegenheid voor de cultuurmakers blijft in stand. Als er geen nieuwe opdrachten komen, lopen we een grote kans ze te verliezen doordat zij uit de regio vertrekken, kiezen voor een ander beroep of aanspraak moeten maken op (gemeentelijke) uitkeringen. Communicatie Het valt ons op dat er weinig wordt gecommuniceerd over de steunpakketten voor cultuur. Het is niet in alle gemeenten op de agenda van de raad gekomen. Het is niet transparant wat er door de gemeente is ontvangen aan cultuurgelden, wie hier aanspraak op kan maken en wat de criteria zijn. Er is geen oproep geweest in het cultuurnetwerk voor een inventarisatie van de schade. Hierdoor blijft veel schade ongezien en onopgelost, de organisaties met de beste ambtelijke contacten hebben de meeste kans op ondersteuning. Een heldere aanvraagprocedure met duidelijke criteria voor de hele regio zou een eerlijkere verdeling van de gelden opleveren en daardoor minder schade voor de lokale infrastructuur. Waar wij als culturele organisaties steeds meer samenwerken in IJmond verband, en in Heemskerk en Beverwijk in het bijzonder vragen wij dit ook van onze gemeentes.
Voor de makers en meemakers zijn de gemeentegrenzen namelijk een stuk minder relevant.
Wij hopen u met deze brief een goed beeld te hebben geschetst over de urgentie en mogelijkheden voor de extra steunpakketten voor de lokale culturele infrastructuur die door de landelijke overheid met dit doel ter beschikking gesteld zijn. Wij lichten deze graag nader toe en denken graag met u mee.
Met vriendelijke groet,
Mirjam du Cloo, directeur Cultuurhuis Heemskerk Tjeerd de Kort, directeur Bibliotheek Velsen en Kunstform Velsen Rob Spannemaker, directeur Kennemer Theater Carla Visser, directeur Bibliotheek IJmond Noord Debora Vollebregt, directeur Centrum voor de Kunsten Beverwijk
CC Gemeenteraad Beverwijk Gemeenteraad Heemskerk Gemeenteraad Velsen