C1 Advies Van Averijhaven tot Energiehaven IJmuiden.pdf
Tekst van het document
3 november 2021 Persbericht
Hergebruik staalslakken vraagt nog aandacht in verder compleet milieueffectrapport voor Energiehaven IJmuiden De milieueffecten voor de Energiehaven IJmuiden zijn goed beschreven in het milieueffectrapport. Dat zegt de Commissie voor de milieueffectrapportage in haar advies over dit rapport. Ze adviseert wel de wijze van (her)gebruik van de staalslakken beter te onderbouwen. De gemeente Velsen had de Commissie gevraagd de inhoud van het milieueffectrapport te beoordelen. Havenbedrijf Amsterdam, de Zeehaven IJmuiden, de gemeente Velsen en de provincie Noord-Holland willen samen met Tata Steel het huidige baggerdepot en een deel van het opslagterrein van Tata Steel ontwikkelen tot Energiehaven. Het wordt een bedrijventerrein met een kade voor de bouw en onderhoud van windparken op zee. Door dit plan moet het ‘lichteren’ van schepen naar een andere locatie. Lichteren is het gedeeltelijk overslaan van lading van grote schepen in kleinere schepen, zodat de schepen minder diepgelegen naar Amsterdam kunnen varen. Voordat de gemeenteraad besluit over het bestemmingsplan, worden de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. Het rapport beschrijft goed welke milieueffecten, zoals geluid en stikstofdepositie, er kunnen optreden bij de realisatie van de Energiehaven en het verplaatsen van de lichterlocatie.
Onderbouw nog wel de manier waarop de staalslakken worden (her)gebruikt, adviseert de Commissie. De Commissie vindt dat het milieueffectrapport daarna voldoende informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over het bestemmingsplan waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. ----------------------------------------------------------De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van milieueffectrapporten. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dit geval de gemeenteraad van Velsen - besluit over het project. Zie ook www.commissiemer.nl.
Noot voor de redactie Op de website vindt u het volledige advies. Voor meer informatie kunt u bellen met Tom Ludwig, 030 – 234 76 10.
Van Averijhaven tot Energiehaven IJmuiden Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 3 november 2021 / projectnummer: 3466
Advies over het MER in het kort De gemeente Velsen wil een nieuw bestemmingsplan vaststellen voor een energiehaven. Hierdoor wordt het mogelijk dat het Havenbedrijf Amsterdam, de Zeehaven IJmuiden, de gemeente Velsen en de provincie Noord-Holland, in samenwerking met Tata Steel1, de Averijhaven2 in IJmuiden en het direct aangrenzende opslagterrein van Tata Steel herontwikkelen tot Energiehaven. Zij willen hier:
•
een bedrijventerrein van ongeveer 16 hectare realiseren om bouw en onderhoud van windparken op zee te faciliteren3;
•
de bestaande lichterlocatie4 verplaatsen waardoor doorgaand scheepvaartverkeer op een veiliger wijze kan passeren;
•
het bestaande baggerdepot5 opvullen met staalslakken6.
Voordat de gemeenteraad van Velsen over het bestemmingsplan besluit, worden de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport (MER). In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Wat blijkt uit het MER? Het rapport beschrijft de plannen voor de energiehaven, de mogelijkheden voor verschillende andere typen bedrijfsmatige activiteiten en hun milieueffecten. De lichterlocatie wordt naar het oosten verplaatst. Duidelijk is gemaakt dat de energiehaven een positieve bijdrage kan leveren aan de energietransitie, het halen van de nationale klimaatdoelstellingen en de nautische veiligheid. De hoogwaterveiligheid wordt licht negatief beïnvloed7. Stikstofdepositie afkomstig van de aanlegactiviteiten en de bedrijven – waaronder de lichterlocatie8 - kan gevolgen hebben op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden Noord-Hollands Duinreservaat en Schoorlse Duinen en is een aandachtspunt. Uit het MER blijkt echter dat er voldoende maatregelen zijn om aantasting van natuur te voorkomen.
Wat is het advies van de Commissie? Het MER is goed leesbaar en overzichtelijk, de effecten zijn over het algemeen duidelijk beschreven. De Commissie constateert dat haar eerdere advies over reikwijdte en detailniveau op een herkenbare manier is gebruikt en dat haar adviezen in de meeste gevallen zijn opgevolgd. Desondanks signaleert de Commissie dat belangrijke informatie ontbreekt. De onderbouwing van de wijze van (her)gebruik van de staalslakken is 1
Tata Steel is eigenaar van een gedeelte van de gronden waarop de Energiehaven zal worden gerealiseerd, en de ontsluiting van de Energiehaven zal plaatsvinden over het terrein van Tata Steel. Verder levert Tata Steel – indien mogelijk – de (nieuwe) staalslakken waarmee het baggerdepot wordt opgevuld. Voor het overige bestaat er geen relatie tussen Tata Steel en de Energiehaven.
2
De Averijhaven is in 1967 aangelegd om schepen die averij hadden opgelopen op te vangen zonder de andere scheepvaart te hinderen. De haven is in 1991 afgesloten en in gebruik genomen als baggerdepot.
3
Waarbij de bestaande aanlegsteiger bij Tata Steel wordt vervangen door een binnenvaartkade.
4
Lichteren is het gedeeltelijk overslaan van de lading van grote schepen in kleinere schepen, zodat de grotere schepen minder diep komen te liggen en verder kunnen varen naar Amsterdam. Vanwege de veiligheid van tunnels onder het Noordzeekanaal mogen schepen niet te diep liggen.
5
De werkzaamheden ten behoeve van het ontmantelen van het slibdepot zijn al gestart. Het betreft daarom een autonome ontwikkeling, waarvan de effecten in het MER niet worden beschouwd.
6
Staalslakken zijn een steenachtig restproduct van de staalproductie. Stoffen uit vloeibaar ruwijzer die onbruikbaar zijn voor staal worden bij verhitting gescheiden en vormen samen met kalk de staalslak.
7
Er is sprake van een gering negatief effect ten aanzien van de golfhoogte in haven en op een primaire waterkering (sluizencomplex).
8
Voor de lichterlocatie zijn twee varianten onderzocht, zonder en met de-NOx-installaties op de drijvende kranen. In de variant met de-NOx-installaties is een grotere lichtercapaciteit toegestaan.
-1-
onvoldoende en lijkt tegenstrijdig. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan Energiehaven. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. Hierdoor kan de raad nog rekening houden met deze informatie. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.
Figuur 1: Plangebied MER – Energiehaven, Bron: MER, pagina 19.
Aanleiding MER In 2016 is een bestemmingsplan opgesteld om het baggerdepot te ontmantelen en de bestaande lichterlocatie vanwege de scheepvaartveiligheid te verplaatsen naar de Averijhaven. Voordat de werkzaamheden zijn gestart, is vraag ontstaan naar een bedrijventerrein met kade voor de bouw en het onderhoud van windparken op zee. Om dit mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het bestemmingsplan is project-m.e.r.-plichtig omdat het gaat om de aanleg van een haven voor schepen van meer dan 1.350 ton (categorie C4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.). Omdat een Passende beoordeling moet worden opgesteld, geldt ook een plan-m.e.r.-plicht. Daarom is besloten een gecombineerd plan-/project-MER op te stellen. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Velsen - besluit over het bestemmingsplan.
-2-
De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3466 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeente Velsen. In de tekst wordt ook een aanbeveling gedaan. Deze is bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
Onderbouwing van het (her)gebruik van staalslakken9 Voor de realisatie van de Energiehaven is het voornemen om het (dan lege) baggerdepot op te vullen met staalslakken die vrijkomen uit de ringdijk en met nieuwe staalslakken afkomstig van Tata Steel. Uit het MER blijkt niet of het hergebruik van de staalslakken die vrijkomen bij het verwijderen van de ringdijk voldoet aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit10.11 Als uitgangspunt wordt genomen dat op grond van de Regeling bodemkwaliteit12 geldt dat geen maximale emissiewaarden voor chloride gelden bij de toepassing van bouwstoffen op plaatsen waar een direct contact mogelijk is met zeewater of brak water, met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5.000 mg/l. Chloride-verontreinigingen vanuit de slakken zijn in een dergelijke uitzonderingssituatie dus toegestaan. Vervolgens stelt het MER dat de slakken in een brak milieu, zoals het plangebied van de Energiehaven, daarom vrij toepasbaar zijn. Volgens het MER is het effect op het milieu door de toepassing van slakken ook zo minimaal dat zogenoemde IBC-maatregelen13 niet van toepassing zijn. De Commissie constateert echter dat: 1.
Onderzoek ontbreekt waaruit blijkt dat ter plaatse sprake is van een zodanig brak milieu, dat sprake is van contact met water met een chloride-gehalte van meer dan 5.000 mg/l. Sterker nog, in het deelrapport Water wordt in paragraaf 4.2.3 gesteld dat
9
Hier wordt in de zienswijze van Stichting IJmondig c.s. ook aandacht voor gevraagd.
10
Dit besluit geeft de randvoorwaarden voor het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem of in oppervlaktewater, zodat ongewenste verspreiding van stoffen naar het milieu wordt voorkomen.
11
Op pagina 125 beschrijft het MER hoe wordt omgegaan met de staalslakken afkomstig uit de ringdijk met een verhoogd chloride gehalte. Dat sluit aan bij de tekst in paragraaf 4.1.2. van het deelrapport Bodem.
12
In deze regeling worden regels uit het Besluit bodemkwaliteit nader uitgewerkt. In de regeling staat onder andere per parameter (in dit geval chloride) de maximale emissiewaarde waaraan bouwstoffen moeten voldoen.
13
Isoleren, Beheren en Controleren.
-3-
het slibdepot wordt ontdaan van baggerspecie en verontreinigingen, en dat de precieze waterkwaliteit in de Averijhaven in de referentiesituatie onbekend is. 14 2.
Het onduidelijk is of na het opvullen van het depot (nog) sprake is van direct contact tussen de staalslakken en zeewater of brak water. De waterhuishouding ter plaatse zal na het realiseren van de energiehaven namelijk wijzigen.
3.
Nieuw toe te passen staalslakken afkomstig van Tata Steel volgens het MER niet mogen worden toegepast op de waterbodem en in oppervlaktewater vanwege een verhoogd kalkgehalte. Ook wordt specifiek genoemd dat rekening moet worden gehouden met uitloging van kalk uit de slakken naar het grondwater.15 Dat zou betekenen dat de te hergebruiken staalslakken uitsluitend onder water mogen worden gebruikt en de nieuwe staalslakken uitsluitend boven waterpeil. Niet is onderzocht of dat praktisch mogelijk is, of dit past binnen de grondbalans en zo ja op welke wijze dit geborgd kan worden.
Om (onbedoelde) en mogelijk niet toegestane bodem- en grondwaterverontreinigingen vanuit staalslakken te voorkomen moet over bovenstaande op dit moment van de besluitvorming al duidelijkheid bestaan. Op dit moment is immers het besluit over het toepassen van de staalslakken voor de transitie van Averijhaven naar energiehaven aan de orde en kunnen daaraan nog randvoorwaarden gesteld worden. De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming over het bestemmingsplan in een aanvulling op het MER de voorgenomen wijze van (her)gebruik van de staalslakken beter te onderbouwen, rekening houdend met de kwaliteit van de (verschillende partijen) staalslakken en de kwaliteit van de bodem en het water waarin de staalslakken zullen worden toegepast.
Effecten ventileren ontsmette bulklading zeeschepen De lichterlocatie en de energiehaven kunnen volgens het ontwerpbestemmingsplan ook gebruikt worden voor het lichteren en lossen van (zee)schepen met bulkgoederen, waaronder granen en meelsoorten, en voor het op- en overslaan daarvan.16 De Commissie trof in het MER geen informatie aan over de effecten van het ventileren zeeschepen waarvan de lading is ontsmet (bijvoorbeeld met fosfine) op de lichterlocatie (of aan de kade van de energiehaven), terwijl die effecten in beginsel wel op kunnen treden vanwege de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Uit navraag bleek dat op grond van de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2019 een schip geladen met een bulklading die in het buitenland is ontsmet alleen een ligplaats in mag nemen als de nautische en operationele afwikkeling van het schip plaatsvindt overeenkomstig een door het college vastgesteld plan van aanpak. De redenering is vervolgens dat aangezien er voor de energiehaven en de lichterlocatie geen plan van aanpak is, het niet mogelijk is om schepen die in het buitenland zijn ontsmet te ventileren of te lossen. De Commissie merkt op dat dat zou betekenen dat
14
Gedurende het adviestraject van de Commissie heeft het bevoegd gezag laten weten dat het peil in het baggerdepot tijdens de ontmanteling daarvan op hoogte wordt gehouden door water uit het Noorderbuitenkanaal in het depot te pompen. Het water in het depot zou daardoor brak/zout zijn. Wat daar ook van zij, de informatie ontbreekt in het MER.
15
Zie paragraaf 4.1.2 van het deelrapport Bodem.
16
Op grond van het ontwerpbestemmingsplan zijn de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden mede bestemd voor kadegebonden laad-, los- en overslagbedrijven ten behoeve van binnenvaart en zeeschepen voor onder andere granen of meelsoorten. Onder de bestemming ‘Water’ is het ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water – lichteren’ toegestaan de gronden te gebruiken voor lichteren van zeeschepen met droge bulkgoederen, waaronder granen en meelsoorten, maar ook bijvoorbeeld veevoeders.
-4-
één van de activiteiten genoemd in het bestemmingsplan 17 – te weten het gebruik door kadegebonden laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart en zeeschepen voor granen of meelsoorten – praktisch niet uitvoerbaar is. De Commissie beveelt aan om (de toelichting op) het bestemmingsplan op dit punt te verduidelijken, en waar nodig inzichtelijk te maken welke instrumenten het bevoegd gezag zal inzetten om risico's te beperken.
17
Zie artikel 3 van het bestemmingsplan over de bestemming ‘Bedrijf’.
-5-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA mr. Lotte Geense (secretaris) ing. Gert Schouwstra BPM ir. Kees Slingerland (voorzitter) drs. Frank Wijnants Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat.
Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit "de aanleg van een haven voor schepen van meer dan 1.350 ton” (categorie C4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) en de activiteit “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein” (categorie D11.3 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-/ project-/ gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeente Velsen. Formeel initiatiefnemer besluit Gemeente Velsen. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 20 september 2021 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3466 in te vullen in het zoekvak.