Beantwoording vragen Velsen Lokaal v2.docx
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Memo
Aan Van Cc Datum Onderwerp
Dhr. Süleyman Celik (Velsen Lokaal)
11-2-2021 Evaluatie samenvoegen woningmarktregio’s
Voorafgaand aan de raadssessie van 18 februari heeft Velsen Lokaal verduidelijkende vragen gesteld over de evaluatie. Hieronder deze vragen en de beantwoording. Vraag 1 Op pagina 14 lezen we bij tabel 1 Zoekgedrag in de regio (periode 2019 - eerste helft 2020) en tabel 2 Verhuisbewegingen in de regio (periode 2018 - eerste helft 2020) dat er ook een groep is van buiten de regio. Over welke regio hebben we het en om wat voor woningzoekenden gaat het hier? Antwoord 1 ‘De regio’ staat in dit geval gelijk aan de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Dit betekent niet dat Woonservice alleen toegankelijk is voor inwoners uit gemeenten uit deze regio. Ook inwoners van buiten onze regio kunnen zich sinds de Huisvestingswet 2014 inschrijven voor een sociale huurwoning in onze regio. Net zoals inwoners uit ‘onze’ regio zich in kunnen schrijven voor een woning elders in Nederland (via bijvoorbeeld Woningnet, SVNK). Het gaat dus om regulier woningzoekenden. Vraag 2 Op pagina 16 lezen we dat de gemiddelde wachttijd in Velsen 5.6 jaar is. Wat is de wachttijd voor de verschillende doelgroepen (bijv. ouderen en jongeren)? Is hierin een trend waarneembaar? Antwoord 2 Uitgesplitst naar leeftijd en gezinssituatie ontstaat over de benodigde inschrijftijd het volgende beeld:
GEMEENTE VELSEN Velsen
2018
2019
zonder kind
met kind
gemiddelde inschrijfduur
zonder kind
met kind
gemiddelde werkelijke inschrijfduur
t/m 27 jaar
4
3,1
3,8
4,3
4,8
4,4
28-64 jaar
5,4
4,6
4,9
7,2
6,3
6,7
65+
5,4
5,4
5
gemiddelde inschrijfduur
4,7
4,6
5,4
Leeftijd
4,3
5 6
5,6
Jongeren en 65-plussers hebben dus gemiddeld een minder lange inschrijftijd nodig. Het labelen van woningen specifiek voor deze groepen is daar een belangrijke oorzaak van. We zijn voorzichtig met het aanwijzen van trends. Het gaat namelijk om een beperkt aantal verhuringen per subdoelgroep over een beperkte periode. Met de verantwoording over 2020 later dit jaar kunnen we verder zien hoe de inschrijftijden per doelgroep zich ontwikkelt. Vraag 3 Op pagina 20 onder punt 2. Lokale maatwerkvoorrangsregeling staat dat een gemeente vanuit de Huisvestingswet maximaal 25 procent van de vrijkomende voorraad met voorrang kan toewijzen aan eigen inwoners. Onder punt 3. lezen we dat de regio IJmond geen Inschrijftijdverlenging kent. Hebben deze regelingen waar Velsen geen gebruik van maakt effect op de wachttijd en zo ja hoeveel is dit? Antwoord 3 Voorrang Voor elk type voorrangsregeling geldt: op het moment dat aan groep A voorrang gegeven wordt, is er voor groep B een kleinere kans om de woning te bemachtigen. Zolang er een inwoner passend bij groep A reageert, heeft de regeling effect. Hoeveel effect een regeling precies heeft, is van veel factoren afhankelijk en is daardoor op voorhand moeilijk aan te geven. In de sessie voor de zomer over de uitgangspuntennotitie voor de huisvestingsverordening gaan we desgewenst graag nader in op dit onderwerp.
Inschrijftijdverlenging Inschrijftijdverlenging biedt, alleen in Zuid-Kennemerland, aan een specifieke groep een grotere kans op een oplossing voor hun problematische woonsituatie. Dit gaat om gescheiden ouders die nog in dezelfde woning wonen, met minderjarige kinderen. Hun inschrijftijd wordt onder voorwaarden tijdelijk verlengd zodat ze een goede kans maken op een sobere woning, eveneens in Zuid-Kennemerland. De kans voor regulier woningzoekenden op deze woningen (geen eengezinswoningen overigens) neemt dus wat af, door de toegenomen vraag. In de praktijk gaat het om kleine aantallen. In 2019 was er negen keer sprake van verhuur na inschrijftijdverlenging. We proberen de regelingen in de regio zoveel mogelijk gelijk te schakelen (zie ook de volgende vraag). Vraag 4 Op pagina 20 onder punt 1. Urgentieregeling staat dat het proces om voor een urgentie in aanmerking te komen verschilt.
GEMEENTE VELSEN Waarom is dit niet gelijkgesteld en wat is het effect op de toewijzing/inschrijfduur in de verschillende gemeenten? Komen mensen met urgentie hierdoor in een andere gemeente sneller aan een woning? Antwoord 4 Het proces om voor urgentie in aanmerking te komen verschilt inderdaad per regio. Het samenvoegen van de woonruimteverdeling is een eerste grote stap in de samenwerking tussen IJmond en Zuid-Kennemerland. De gesprekken om ook andere regelingen en processen met elkaar in overeenstemming te brengen, zijn gestart. Bij de geldende huisvestingsverordening hadden we al een gemeenschappelijke basisverordening, bij de nieuw te maken verordening stemmen we daar verder in af. Hierbij houden we rekening met de verschillen tussen de gemeenten en corporaties in de regio. Bij de ene gemeente is de druk hoger dan bij de ander en spelen er andere zaken. Hier gaan we maatwerk in leveren. Bij de urgentieregeling zit het verschil vooral in de uitvoering. In Zuid-Kennemerland hebben gemeenten het proces uitbesteed aan Het Vierde Huis, in de IJmond beoordelen de gemeenten de urgentieaanvragen grotendeels zelf. Voorbeelden van factoren die hierin meespelen zijn de gewenste mate van regie als gemeente op het proces en de voordelen van objectiviteit van een derde partij. Voor de beoordeling staan standaard wettelijke termijnen.
Een urgentiebewijs is in Velsen drie maanden geldig (voor urgenten vanwege Stadsvernieuwing: 78 weken), in de andere gemeenten in de regio zes maanden. De urgentie kan verlengd worden. We hebben niet in beeld hoeveel maanden inwoners gemiddeld een urgentiebewijs hebben voor ze een woning betrekken. Vraag 5 Op pagina 20 onder punt 4. Maatwerk corporaties voor passend wonen lezen dat 3% van het totaal aantal woningen gaat. Wat is de percentage in de verschillende gemeenten? Wat is het effect op de totale doorstroming in de regio? Antwoord 5 Corporaties mogen in elke gemeente maximaal 25% van hun toewijzingen voor maatwerkoplossingen gebruiken. De corporaties monitoren dit. Ze passen dit alleen toe voor eigen huurders. Binnen de 25% zitten toewijzingen als doorstroom naar een seniorenwoning, zorgwoning, wisselwoning. De corporatie vult 3% in, de rest van de 25% is in feite gemeentebeleid. De 3% bestaat uit noodgevallen waarvoor ze maatwerk binnen het eigen corporatiebezit leveren. Het heeft dan ook weinig effect op de doorstroming. Het is een doorverhuizing binnen het eigen corporatiebezit.
Vraag 6 Wat zijn de sociale woningopgaven voor de regio waarin we deelnemen en welke aantallen sociale woningen worden in de verschillende gemeenten komende 5 en 10 jaar gerealiseerd? Antwoord 6 Onderstaande tabel toont de additionele woningbehoefte als berekend door RIGO in 2020 voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Het huidige tekort is hierin niet meegenomen.
GEMEENTE VELSEN Tabel 1: Ontwikkeling van de additionele woningbehoefte in de regio Zuid-Kennemerland / IJmond1 Regio Zuid-Kennemerland / IJmond
Ontwikkeling additionele woningbehoefte (sociale huur) 2030 Trend 2030 Tegenspoedscenario 2.400 5.350
In de regio Zuid-Kennemerland / IJmond staan (in 2020; plannen grotendeels ingevuld tot 2029) in totaal 25.400 woningen in de plancapaciteit2 (dus zowel koop als huur). Het exacte programma voor elke (potentiële) woningbouwlocatie kunnen we niet aangeven. Daar is nog niet altijd zicht op. Hoeveel woningen er daadwerkelijk komen en hoeveel in het sociale segment zullen vallen is nu niet aan te geven. Regionaal hebben we afgesproken in het (inmiddels verlopen) Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) en in het aankomende Woonakkoord dat elke gemeente in de woningbouwproductie 30% sociale huur realiseert.
1 Buys, A. (2020) Raming woningbehoefte Zuid-Kennemerland / IJmond. Op basis van WiMRA 2019. Amsterdam: RIGO
Research en Advies. 2 Haagen, P. van der, (2020) Monitor Woningbouw. Haarlem: Provincie Noord-Holland. https://www.noord-
holland.nl/Onderwerpen/Bouwen_wonen/Woonbeleid/Onderzoeken_en_resultaten/Monitor_Woningbouw_2020.org