B2. Urgente doelgroepen
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Memo
Aan Van Cc Datum Onderwerp
De gemeenteraad van Velsen Floor Bal 11-5-2021 Verdieping Woonurgentie (groepen)
1. Inleidend Praktische aanleiding De huisvestingsverordening moet opnieuw worden vastgesteld dit jaar. Eén van de onderwerpen in de uitgangspuntennotitie is welke groepen op de woningmarkt urgentie kunnen krijgen op de sociale woningmarkt1. In de huidige situatie op de woningmarkt is dat een gevoelig onderwerp. In deze memo vindt u een korte verdieping op dit onderwerp. Achtergrond Woningen zijn immers schaars, inmiddels ook in onze gemeente. De gevolgen daarvan merken we allemaal. Het is momenteel niet gemakkelijk om te verhuizen. De concurrentie is groot, de vraag groter dan het aanbod. Zeker in het goedkopere segment. En waar concurrentie is, bestaat het risico dat (groepen) inwoners niet aan bod komen. De kansen op een woning zijn immers niet gelijk verdeeld. Als er zulke ‘onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte’ zijn, mag de gemeenteraad ingrijpen. In de Huisvestingswet is namelijk bepaald dat de raad dan een huisvestingsverordening mag opstellen. Hiermee kan de woonruimteverdeling bijgestuurd worden. Zo moeten de kansen weer meer gelijkgetrokken worden. Alleen: het vergroten van de kansen van groep A gaat altijd ten koste van de kansen van groep B. Het blijft immers gaan om een verdeling van de bestaande woningen, de schaarste zelf lossen we niet op met de verordening.
Geven we bepaalde groepen voorrang, dan moeten we dit dus zorgvuldig doen. Regionale samenwerking Zorgvuldigheid is één, eenduidigheid is twee. Omdat we onderdeel zijn van een regionale woningmarkt stemmen we de verordening met de gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond af. We hebben regionaal één uitgangspuntennotitie. Waar nodig is er ruimte voor lokaal maatwerk.
1 Let op: Het gaat hier om de groepen. De criteria om tot de groep te behoren staan uitgewerkt in de beleidsregel
Woonurgentie (collegebevoegdheid). 1
GEMEENTE VELSEN 2. Urgentie Het wat en wanneer Urgentie is de meest extreme vorm van voorrang. De groepen die hiervoor aangemerkt worden, komen door de toekenning bovenaan de lijst, ongeacht de inschrijftijd. Ze hebben daarmee een grote kans om op redelijk korte termijn een woning te vinden. Urgentie krijg je daarom ook niet zomaar. Er moet sprake zijn van een noodsituatie. Een (nieuwe) sociale huurwoning is de oplossing van die situatie. Er zijn geen alternatieven. In de Huisvestingswet zijn twee groepen aangewezen die urgentie móeten krijgen: slachtoffers van huiselijk geweld (uitstromend uit een blijf-van-mijn-lijf huis bijvoorbeeld) en mantelzorgontvangers- en verleners. De raad kan besluiten om in de huisvestingsverordening meer groepen als urgent aan te wijzen2. De huidige verordening In de huidige verordeningen in de regio zijn dezelfde urgentiedoelgroepen aangewezen. Groep3 Slachtoffers van huiselijk geweld (Blijf-van-mijn-lijf)* Mantelzorgontvanger en -verlener* Vergunninghouder
Lichamelijke en/of sociaalpsychische gezondheid (max. 3 maanden) Herstructureringskandidaat
Slachtoffer natuurgeweld of niet door eigen opzet ontstane calamiteiten (e.g. brand) Zorgcliënt (uitstromers uit instellingen)
Waarom urgentie? Wettelijk bepaald Wettelijk bepaald -Huisvesting verplicht (niet per se via de urgentieregeling). -Het voordeel van huisvesting via urgentie is dat er controle is op waar statushouders gehuisvest worden. Noodsituatie. Denk aan het niet meer bij de voordeur kunnen komen na lichamelijk ongemak. Noodsituatie. Door sloop of grootschalige renovatie komt een huurder op straat te staan. Deze heeft buiten zijn schuld om geen woning meer. (Verbetering van de woning is tevens ook in het voordeel van de gemeente). Noodsituatie. Door een overstroming, brand buiten de eigen schuld om is de woning onbewoonbaar geworden. Een nieuwe woning is dus nodig. -Een cliënt komt na de behandeling op straat te staan. -Urgentieverlening is een manier om spreiding van de doelgroep te bewerkstelligen. Hieraan is ook de kanscontractenregeling gekoppeld. -(Te) lang verblijf in een instelling is voor zowel cliënt, zorgpartij als gemeente niet wenselijk (wachtlijsten, financiën).
Het voorstel van corporaties en gemeenten is om deze groepen te behouden. In Zuid-Kennemerland is het daarnaast onder strenge voorwaarden voor (gescheiden) woningzoekenden met minderjarige kinderen mogelijk om inschrijftijdverlenging aan te vragen. Groep Gescheiden woningzoekenden met minderjarige kinderen (6 maanden inwonend elders)
Waarom urgentie? -Noodsituatie: (dreigende) dakloosheid. -Over het algemeen weegt zwaar dat het om kinderen gaat.
Waarom niet? -Deze categorie roept automatisch meer vragen op, bijvoorbeeld: --In hoeverre is het buiten de eigen schuld om?
2 Wellicht ten overvloede: ook urgente woningzoekenden moeten voldoen aan de (inkomens)eisen om een sociale
huurwoning te mogen betrekken. 3 Woningzoekenden die verhuizen als gevolg van betalingsproblemen vallen hier niet binnen. De corporaties leveren hiervoor maatwerk. 2
GEMEENTE VELSEN -Invulling van het recht op gezinsleven. Dit hoeft niet middels een permanente sociale huurwoning. -Echter groeit de groep (nu ongeveer 10-15 plekken benodigd) en zijn de tijdelijke opvangplekken inmiddels vol. Veel perspectief op een snelle doorstroming is er momenteel niet. Er zijn nauwelijks redelijke alternatieven.
--Waarom kunnen de kinderen niet bij de andere ouder (tijdelijk) wonen? -Door aanvullende gronden kan er ook in de huidige situatie alsnog een urgentieverklaring afgegeven worden (of wil je dat voor zijn?) -Een nieuwe groep gaat ten koste van de reguliere woningzoekenden. Het onderwerp was een half jaar geleden in het nieuws in Velsen. De reacties op de petitie om deze groep te huisvesten middels urgentie waren wisselend. Er was sympathie vanuit inwoners, maar men vond ook dat het niet ten koste moest gaan van regulier woningzoekenden. -Ook deze groep vraagt om een bepaalde inkadering (moet echt sprake zijn van urgentie), waardoor sommige woningzoekenden binnen de groep niet in aanmerking zullen komen. -Hoe meer personen er urgent worden, hoe minder waarde een urgentiebewijs heeft. Het aanbod blijft achter. De kans bestaat dat er ook binnen de categorie urgentie een wachtlijst gaat ontstaan. Het aantal urgenten zal de komende jaren toenemen.
Deze categorie roept dus automatisch al meer vragen op. Dit vraagt echt om een keuze. Dat is ook terug te zien in de keuzes die gemeenten buiten onze regio maken. Onderstaand een kleine selectie. 3. Welke mogelijkheden andere gemeenten bieden (buiten de wettelijke categorieën) Velsen Vergunninghouder Lichamelijke en/of sociaalpsychische gezondheid (max. 3 maanden) Herstructureringskandidaat
Slachtoffer natuurgeweld of niet door eigen opzet ontstane calamiteiten (e.g. brand) Zorgcliënt (uitstromers uit instellingen)
Amsterdam Statushouders Medische en sociale gronden
Regio Rijnmond
Herhuisvesting door sloop of ingrijpende verbetering Woningzoekenden in een actieve noodsituatie
Herhuisvesting door sloop of ingrijpende verbetering Huis is onbewoonbaar
Uitstromers
Zorgcliënt
Na echtscheiding met kinderen op straat
Te hoge woonlasten door bijvoorbeeld een relatiebreuk Uitstroom uit gevangenis
Multiprobleemgezinnen, mensenhandel, 3
Medische en sociale gronden
HAL & BUCH Vergunninghouder Medische en/of sociale indicatie Stadsvernieuwing en/of renovatie Onbewoonbaarheid of een calamiteit
GEMEENTE VELSEN uitstapprogramma prostitutie
Een groot deel van de doelgroepen is dus gelijk. Er zijn maar een paar doelgroepen die in een bepaalde gemeente wel/niet gelden. De Amsterdamse problematiek is daarbij bij ons niet aan de orde. Bij uitstromers uit de gevangenis kan men zich afvragen of er urgentie moet worden verleend4. Ga je uit van het criterium van overmacht / niet zelf veroorzaakt, dan lijkt dit geen logische beslissing. Voor ons is dan met name nog interessant hoe wordt omgegaan met de groep economisch daklozen / gescheiden inwoners met kinderen. - In de HAL en BUCH gemeenten is dakloosheid en scheiding met of zonder kinderen uitdrukkelijk geen reden voor urgentie. - In de Rijnmond-regio wordt een link gelegd met de woonlasten. Dit lijkt niet uit te gaan van dakloosheid. De gescheiden persoon die in de woning verblijft kan onder voorwaarden verhuizen naar een goedkopere woning als dat nodig is. Dit kan ook vallen onder de maatwerkregeling. - In Amsterdam is dreigende dakloosheid van kinderen na echtscheiding wél een reden voor urgentie. Er moet dan wel aangetoond worden dat de woning bij de rechter opgeëist is, maar dat dit niet gehonoreerd is. 4. Conclusie De gekozen urgentiedoelgroepen zijn logisch. Het voorstel is om de huidige doelgroepen te behouden, Een voorliggende vraag is hoe we om moeten gaan met de groep economisch daklozen, meer specifiek de gescheiden ouders met kinderen.
Het is mogelijk om aan te sluiten bij de doelgroepen zoals ze benoemd zijn in Zuid-Kennemerland en een link te maken met de daklozen in de tussenvoorzieningen. Dit hangt ook af van de gehanteerde criteria voor urgentie (en de achterliggende gedachte) en is afhankelijk van welke andere mogelijkheden er zijn voor tijdelijke huisvesting van deze groep. Als voorstel in de uitgangspuntennotitie is opgenomen dat we de mogelijkheid onderzoeken om gescheiden woningzoekenden met minderjarige kinderen een vorm van urgentie (inschrijftijdverlenging) te geven, overeenkomstig gemeenten in Zuid-Kennemerland. De mogelijkheden voor tijdelijke opvang (wettelijke verplichting) van deze groep schieten nu tekort ten opzichte van de vraag. Tegelijkertijd zetten we in op de uitbreiding van opvangmogelijkheden. 5. Extra De nieuwste trend is het aanwijzen van groepen die voorrang krijgen op grond van feitelijk hun beroep (onderwijs en zorg met name, voornemen voor uitbreiding naar beroepsgroepen als de brandweer, politie etc.). Ze worden niet als ‘urgent’ beschouwd, maar het lijkt er in de praktijk wel op. Ze krijgen voorrang op een aantal geselecteerde woningen. Dit valt onder de 25%-regel voor lokale economische binding. Het is hiervoor nodig dat aangetoond wordt dat vacatures niet ingevuld kunnen worden, omdat er geen woonruimte is.
In Zaanstad speelt dit bijvoorbeeld (Zaans Medisch Centrum, onderwijsinstellingen basisonderwijs). De leraren hebben dit signaal opgenomen in een rapport (‘lange termijnplan lerarentekort 2019’). Signalen als deze zijn bij ons niet bekend. We zijn hier daarom niet diep op ingegaan. Zouden deze signalen er wel zijn, dan is de grootste uitdaging om te bepalen welke beroepsgroepen wel en niet in aanmerking komen. Waar moet de grens getrokken worden? Want de kansen voor groep A…
4 1 á 2 gevallen per jaar.
4