CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 MRA Verstedelijkingsstrategie.pdf

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken40.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

wordt alleen gebruikt als dat noodzakelijk is of als er

De waterkwaliteit hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Van

binnenvaart op die route tot meer schutbewegingen

geen alternatief voorhanden is.

belang is dat er in het watersysteem een ordening ontstaat

leidt. De omvang van dit effect is onbekend en moet

Nieuwe ontwikkelingen zodanig vormgeven dat de

van schoon naar minder schoon water en van zilt naar

worden onderzocht. Daaruit zal moeten blijken of het een

gevolgen van wateroverlast door regen, mogelijke

zoet water, en dat deze ordening is afgestemd met het

potentieel knelpunt is en wat eraan gedaan kan worden,

overstromingen en zeespiegelstijging zoveel mogelijk

bestaande en verwachte ruimtegebruik. De behoefte aan

en of technische middelen zoals de selectieve onttrekking

beperkt blijven. Vitale en kwetsbare functies worden

zoet water neemt bijvoorbeeld af als het grondgebruik in

een afdoende oplossing vormen.

bij voorkeur niet op plekken ontwikkeld waar sprake

verziltende gebieden op die verzilting wordt afgestemd.

40

Rijk en regio stellen een integrale systeemvisie op

Acties waterrobuuste inrichting en klimaatadaptatie

voor een waterrobuuste en klimaatbestendige regio.

Om te komen tot een waterrobuuste inrichting en

de manier waarop wordt omgegaan met cumulatieve

Deze systeemvisie geeft onder meer aan hoe en waar

een klimaatadaptieve ontwikkeling worden (naast

effecten van vitale en kwetsbare infrastructuur op

de ruimtelijke ordening mede rekening zou moeten

bovenstaande integrale systeemvisie) de volgende acties

bijvoorbeeld de aanwezige waterbeschikbaarheid

houden met ruimte voor vasthouden, bergen en

uitgewerkt:

en bodemstructuren, maken Rijk en regio afspraken

afvoeren van water, de effecten van zeespiegelstijging

•

Integrale systeemvisie

•

Voor het klimaatbestendig en waterrobuust aanleggen van vitale en kwetsbare infrastructuur, en

Bij (binnen)stedelijke ontwikkelingen wordt

over de invulling en uitvoering van de rol die beide

en klimaatverandering op mogelijke locatiekeuzes, het

de inrichting van het stedelijk gebied zodanig

pakken richting de verschillende sectoren waar zij

openhouden van verschillende toekomstscenario’s

ontworpen, dat er voldoende ruimte is om water vast

verantwoordelijk voor zijn (bijv. energie en data).

(adaptatiepaden) in de ruimtelijke inrichting, en de

te houden op het niveau van het perceel, de straat

afweging of bepaalde gebruiksfuncties op lange termijn

en de wijk. Daarnaast wordt er voldoende rekening

integrale aanpak uit voor een waterrobuuste

nog kunnen worden gefaciliteerd. Daarnaast wordt

gehouden met het terugdringen van hittestress in het

inrichting (zie de paragraaf Gooi en Vechtstreek in

gekeken naar ruimtelijke en economische effecten én

stedelijk gebied.

welke randvoorwaarden de ruimtelijke en economische

•

Bij alle nieuwe ontwikkelingen inzetten

•

Rijk en regio werken in Gooi en Vechtstreek een

hoofdstuk 4). •

Rijk en regio starten een onderzoek naar tijdelijke

ontwikkeling stelt aan het watersysteem en vice versa,

op klimaatrobuuste ontwikkelingen en

waterbufferlocaties nabij het hoofdwatersysteem

welke koppelingsmogelijkheden er zijn en welke

gevolgbeperking (waaronder ruimte voor

(Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal) met als

potenties. De systeemvisie wordt opgesteld in samenhang

verticale evacuatiemogelijkheden op gebieds-

zoekgebieden Oer-IJ en bij Gooi en Vechtstreek. Dit

met programma’s als ‘Toekomstbestendig watersysteem

of perceelniveau), met inachtneming van de

is in aanvulling op het nieuwe noodoverloopgebied

Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal’ en de

fysische bodemgesteldheid. Essentieel is dat daar

in De Ronde Hoep en de tijdelijke waterberging in de

Deltaprogramma’s.

vooruitlopend op nieuwe gebiedsontwikkelingen

zuidpunt van Haarlemmermeer, waartoe al besloten

al op wordt voorgesorteerd, door het vroegtijdig

is. Tijdelijke waterbufferlocaties moeten, afhankelijk

nemen van klimaatadaptieve en watergerelateerde

van de inrichting, deels samenvallen met andere

maatregelen (bijvoorbeeld in laaggelegen

functies in deze gebieden zoals natuur, recreatie en

poldergebieden als Almere Pampus eerst reliëf en

energie.

natuurontwikkeling aanbrengen; dit ondersteunt

•

In de duinen en de binnenduinrand wordt ruimte

klimaatadaptieve ontwikkeling en de ecologische

gezocht om schoon kwelwater in het gebied vast te

structuur).

houden en beter te benutten, met mogelijk beperking of aanpassing van agrarische functies tot gevolg.

41

De volgende acties worden geagendeerd op andere tafels

de piekwaterberging. Dit vraagt om een grotere

om klimaatadaptieve verstedelijking in de MRA mogelijk

aan- en afvoercapaciteit richting het Markermeer,

te maken:

waarvoor de gemaalcapaciteit bij omgeving Muiden

•

Bij de integrale gebiedsprocessen om de

en Amsterdam-Rijnkanaal vergroot zou moeten

bodemdaling in veenweidegebieden te beperken,

worden. Bij deze actie moeten ook de ruimtelijke

agenderen van het tegengaan van fragmentatie

en economische consequenties, de doorwerking

in peilvakken (voor zover daar sprake van is). Deze

en effecten op de aangrenzende watersystemen

fragmentatie zorgt ervoor dat het waterbeheer steeds

en de infrastructuur (zoals doorvaarhoogten)

complexer en kostbaarder wordt.

in beeld worden gebracht (o.a. agenderen bij

Voor de gebruiksfunctie in de droogmakerijen

Toekomstbestendig Watersysteem Amsterdam-

Haarlemmermeer en Flevoland in overleg met

Rijnkanaal/ Noordzeekanaal, Deltaprogramma’s,

•

Programma Grote Wateren).

zittende gebruikers een transitie inzetten naar functieverandering passend bij de gebiedseigen

•

•

Onderzoek naar de mogelijkheden voor een

waterkwaliteit en grondwaterstanden, ook op lange

grotere en efficiënte aan- en afvoercapaciteit

termijn, zodanig dat er minder water hoeft te worden

voor het watersysteem: naast de aan- en

ingelaten voor doorspoeling met zoetwater. (o.a.

afvoercapaciteit op het Markermeer gaat dat om de

agenderen bij Deltaprogramma Zoet Water)

aan- en afvoercapaciteit van en naar de Lek en de

Onderzoek naar de mogelijkheden om het huidige

mogelijkheden om meer water naar zee te kunnen

hoofdwatersysteem in te zetten voor het vasthouden

afvoeren via de gemalen in IJmuiden en Katwijk (o.a.

van water; waarbij gedacht kan worden aan het

agenderen bij Toekomstbestendig Watersysteem

benutten van de ruimte in het Amsterdam-Rijnkanaal

Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal,

(via het incidenteel accepteren van hogere peilen

Deltaprogramma’s).

bij een dreigende calamiteit), en een grotere

•

Investeringen in dijken vanwege de toename

functie van het Markermeer en IJmeer als buffer

van inwonersaantallen en economische

voor waterbeschikbaarheid dan nu voorzien (ten

waarde, en de klimaatverandering (o.a.

behoeve van zoetwater- en drinkwatervoorziening,

agenderen bij Deltaprogramma Veiligheid en

mogelijk ook voor Gooi en Vechtstreek) en voor

Hoogwaterbeschermingsprogramma / Deltafonds).

42

Watersysteem Meerkernige Metropool en klimaatadaptatie

Ontwikkelrichting 2050 Ontwikkelrichting 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

43

3.2

Ecologie Ruimte voor flora en fauna in en om de stad De MRA onderscheidt zich van de meeste andere

Natuurnetwerk Nederland

metropolen door de aaneengesloten en gevarieerde

De komende jaren zijn nog veel inspanningen nodig

landschappelijke structuur. Zee, strand, duinen, bos,

om het Natuurnetwerk Nederland af te ronden, en ook

heide, veenweiden, moerassen, polders en de grote meren

daarna vraagt dit netwerk inspanningen voor beheer

– ze kennen allemaal eigen en belangrijke natuurwaarden.

en verbetering. Dat geldt in het bijzonder voor de

Tezamen vormen ze een leefomgeving voor duizenden

instandhoudingsverplichting in Natura 2000-gebieden.

plant- en diersoorten. Die landschappelijke en

Zo gaat de agenda voor het ‘Toekomstbestendig

ecologische variatie neemt niet weg dat de biodiversiteit

Ecologisch Systeem’ in en om Markermeer en IJmeer

in de loop van de twintigste eeuw dramatisch is

veel verder dan 2027. De ambitie met het Nationaal

afgenomen. Die afname is de laatste jaren afgeremd, maar

Park Nieuw Land (bestaande uit Markermeer,

nog steeds ligt er een grote herstelopgave.

Trintelzand, Marker Wadden, Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen) is om dit systeem robuust en

Op lange termijn moet het ecologische systeem zodanig

veerkrachtig te maken, zodanig dat het bestand is tegen

veerkrachtig en robuust zijn, dat de natuur tegen een

de jaarlijkse schommelingen die inherent zijn aan elk

stootje kan zonder direct aan waarde te verliezen.

ecosysteem. Ook in perioden van schaarste, door welke

Zo’n robuuste ecologische droge en natte structuur is

oorzaak dan ook, kan Nieuw Land omvangrijke populaties

een voorwaarde voor het herstel van de biodiversiteit.

trekvogels ontvangen – een belangrijke maatstaf voor dit

Natuur draagt bovendien bij aan de gezondheid en

deel van de MRA-natuur. Ook elders in de regio moeten

aantrekkelijkheid van de leefomgeving, en daarmee aan

nog verbindingen worden aangelegd of zijn ze kwetsbaar,

de leefkwaliteit van de MRA.

bijvoorbeeld op plekken waar ze grote infrastructuur kruisen.

Tot 2027 werken we aan de afronding van het Natuurnetwerk Nederland (het netwerk van onderling

De robuustheid en veerkracht van het Natuurnetwerk

verbonden natuurgebieden, waaronder de gebieden

Nederland wordt sterk beïnvloed door het

die vallen onder het Europese netwerk Natura 2000).

ruimtegebruik buiten het Natuurnetwerk zelf. Een

Dat legt de basis voor zo’n robuust en veerkrachtig

robuust ‘groengehalte’, reductie van emissies en

systeem. Op middellange en lange termijn verschuift het

een klimaatbestendige waterhuishouding buiten de

accent naar ‘natuurinclusief ontwikkelen’, met versterkte

natuurgebieden zijn ook van belang voor de kwaliteit

aandacht voor de biodiversiteit in de nabije omgeving, dus

van het Natuurnetwerk Nederland. De stikstofcrisis

niet alleen in natuurgebieden.

en de verdrogingsproblematiek zijn daar indringende

44

bewijzen van. Natuur kan een zuiverende werking

Verbindingen lopen over land en over water en vaak ook

zijn, hebben een belangrijke rol in het vergroten van de

hebben op lucht en water, maar lijdt ook onder lucht-

langs oevers en dijken.

biodiversiteit. Maar ook daarbuiten is een natuurinclusieve ontwikkeling gewenst, gericht op een vitaal platteland

en waterverontreiniging. Die invloed kan vooral consequenties hebben als een grote bron van emissies

De volgende groene zones op regionale schaal zijn in

en een vergroende bebouwde omgeving waarin

zich nabij een bestaand of gewenst natuurgebied bevindt.

beeld:

biodiversiteit als vanzelf verweven is. Natuurinclusiviteit

De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater heeft

•

tussen de duinen en het Groene Hart (via PARK21

speelt in de volle breedte van de ruimtelijke ontwikkeling

eveneens invloed; de normen van de Kaderrichtlijn Water,

in Haarlemmermeer, de Westeinderplassen en de

en op alle schaalniveaus.

onder meer afgestemd op een vitale natuur, worden nog

Amstelscheg)

lang niet overal gehaald.

•

Het verbeteren van de ecologische kwaliteit buiten

•

het Natuurnetwerk Nederland (inclusief de Natura

•

tussen Spaarnwoude en de Zaanstreek (in combinatie

De beide nationale parken in de MRA, Nieuw Land

met waterbuffering, via het gebied van het Oer-IJ)

en Zuid-Kennemerland, kunnen verder in die richting

tussen de Zaanstreek en het IJmeer (via Waterland)

doorontwikkeld worden. In lijn met het programma

de Oostvaardersoevers als schakel tussen

Nationale Parken Nieuwe Stijl van het ministerie van LNV

2000-gebieden), maar wel ten behoeve van dat

de Oostvaardersplassen/Lepelaarplassen,

is in beide parken de ambitie om een ecologische en

Natuurnetwerk, is onderdeel van het nationale

IJmeer/Markermeer en Kustzone Lelystad (de

recreatieve bufferzone rond de Natura 2000-gebieden

Programma Natuur dat het Rijk en de provincies

kustontwikkeling aan het Markermeer is onderdeel

te realiseren. In Nieuw Land wordt een ecologisch-

uitwerken.

van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem

recreatieve ‘mantel’ rondom de natuurkernen ontwikkeld,

rond Markermeer en IJmeer, en maakt deel uit

met poortgebieden bij Lelystad en Almere, en in Zuid-

van de Natte As tussen de Noord-Hollandse

Kennemerland is het idee om de binnenduinrand

laagveengebieden, het Markermeer en randmeren,

en de strandvlakte aan het park toe te voegen. Een

en de laagveengebieden in Overijssel)

natuurinclusieve ontwikkeling in de directe omgeving van

de ecoverbindingen door het stedelijk gebied van

de natuurkern vergroot niet alleen de toegankelijkheid,

Almere

maar ook de robuustheid van het Nationaal Park, in Zuid-

groenblauwe dooradering van het landbouwgebied

Kennemerland bijvoorbeeld doordat de ecologische

van Flevoland en Noord-Holland.

potentie van het kwelwater beter wordt benut.

Groene zones Natuurverbindingen kunnen verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de ecologische functie. Binnen het Natuurnetwerk Nederland zijn ecologische

•

verbindingen aangewezen met een heldere functie binnen dat netwerk. Die verbindingen worden aangevuld met nieuwe ‘groene zones’ op regionale schaal. In deze groene zones wordt de natuur geïntegreerd in de

•

landschappelijke verbindingen (paragraaf 2.6), en is

Natuurinclusieve ontwikkeling

Basiskwaliteit Natuur

menging met andere functies een uitgangspunt (zoals

Een logische natuurlijke structuur biedt de beste

In het Programma Natuur wordt het begrip ‘basiskwaliteit

landbouw, waterbuffering, klimaatadaptatie, gezondheid

basis om te komen tot een robuust natuurlijk systeem

natuur’ gehanteerd, als tweede spoor naast het

en recreatie). De landbouw kan hier een belangrijke rol

waarvan zowel het waterbeheer als de biodiversiteit

verbeteren van de ecologische kwaliteit ten behoeve van

in spelen door kringlopen te sluiten en om te schakelen

profiteren, en waar een positief effect van uitgaat op de

het Natuurnetwerk Nederland, maar wel daarbuiten. De

naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Voorwaarde

gezondheid en leefkwaliteit in de metropoolregio. Het

Basiskwaliteit Natuur is een instrument om biodiversiteit

is dat er voldoende goede landbouwgrond beschikbaar

groenblauwe raamwerk van de MRA, de aaneengesloten

buiten natuurgebieden te versterken. Het is gericht op een

is voor deze transitie, waarbij er per productie-eenheid

landschapsstructuur, is het frame waarbinnen de andere

natuurinclusieve ruimtelijke inrichting bij verstedelijking,

meer grond nodig zal zijn. Natuurontwikkeling is ook een

ontwikkelingen plaats kunnen vinden. De te versterken

infrastructuur, industrie en de energietransitie, dus in de

krachtig middel om de landschapsbeleving te vergroten

landschappen en landschappelijke verbindingen buiten

gehele samenleving. Dat kan bijvoorbeeld betekenen

en daarmee de recreatieve kwaliteit te versterken.

het Natuurnetwerk Nederland die hier onderdeel van

dat al voorafgaand aan investeringen in woningbouw,

45

economische projecten of infrastructuur maatregelen genomen worden om het ecologische systeem te versterken, ook als de instandhouding van de ecologische kwaliteit in Natura 2000-gebieden daar niet toe verplicht.

Natuur in de stad Ook in de eigen woonomgeving moeten inwoners van de regio meer dan nu in aanraking kunnen komen met de natuur. De ambitie van een natuurinclusieve ontwikkeling heeft ook betrekking op stedelijk gebied. In 2019 heeft de minister van LNV de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop zij het groen in de stad wil stimuleren1 . Groen in de stad dient vele doelen; naast ecologie met name klimaatadaptatie, waterbuffering, verkoeling, educatie en voedselvoorziening. Groen is essentieel voor een gezonde en leefbare omgeving die gezondheidsachterstanden helpt tegengaan. De opgave om de biodiversiteit in de stad te vergroten (bijvoorbeeld via groenstructuren in de stad, natuurinclusief bouwen en het stimuleren van inwoners en bedrijven om tuinen, balkons en daken te vergroenen) draagt bij aan een robuust en veerkrachtig ecologisch systeem. We werken toe naar een situatie waarbij de aandacht voor planten en dieren als vanzelfsprekend is ingebed in ieders leefomgeving en in de planning, het ontwerp, de ontwikkeling en het beheer van steden, dorpen en landschappen. De natuur loopt zo vanaf de achtertuin in de stad en het dorp naar de natuurgebieden door de hele MRA. Zo versterkt de natuur zich in alle haarvaten van de samenleving en kunnen inwoners profiteren van de gezondheidseffecten van een groene en biodiverse omgeving.

1 brief van de minister van LNV d.d. 5 september 2019, kenmerk DGNVLGNS / 19199558

46

Ecologisch systeem Ontwikkelrichting 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

47

3.3

Energie Een geïntegreerd hybride systeem met slimme clustering van energievragers

Het energiesysteem in de MRA staat voor een

De levering van energie moet geborgd zijn; ook

fundamentele vernieuwing. Duurzame energiebronnen

in periodes waarin wind en zon weinig opleveren.

zoals wind en zon zullen fossiele bronnen vervangen.

Zelfvoorzienend zal de MRA niet worden; daarvoor

Waar het stroomnet in het tijdperk van de fossiele energie

schiet de ruimte tekort. Transport, opslag en conversie

werd gevoed via een aantal centrales, is die voeding in

van stroom worden belangrijker. Waterstof biedt als

de toekomst afkomstig van een groot aantal plekken

energiedrager mogelijk een grootschalige oplossing. De

en gebieden: van windparken op zee en op land, van

noodzaak om toe te werken naar een andere opbouw

zonnevelden en via kleinschalige opwek. In centrales

van het energiesysteem heeft ruimtelijke consequenties,

neemt biomassa ten minste tijdelijk en voor een deel de

maar ook consequenties voor de governance. Rollen

plaats in van kolen en aardgas. Warmte zal als energiebron

van verschillende partijen (overheid, producenten,

een grotere rol gaan spelen. Dankzij lopende projecten

netbeheerders en energievragers) vloeien meer in elkaar

en investeringen zal het aanbod aan duurzame energie

over. Dat vraagt om betere samenwerking met de hele

de komende jaren geleidelijk toenemen. Daar staat

energieketen, in het bijzonder de netbeheerders.

tegenover dat twee elektriciteitscentrales zullen sluiten (Hemweg en Velsen).

Deze transitie vindt plaats in een periode waarin het gebruik van energie en in het bijzonder van elektriciteit

De diversificatie van energiebronnen vraagt om

blijft toenemen. Behalve door de groei van de bevolking

een andere opbouw van het energiesysteem. Dat

en de economie, komt dat onder meer door de opkomst

moet een geïntegreerd systeem zijn; het ontstaan of

van elektrische mobiliteit, het terugdringen van het

voortbestaan van parallelle systemen (zoals een gasnet

gasverbruik, het 5G-netwerk en het Internet of Things.

en een warmtenet) is niet wenselijk. In een hybride

Een toenemend aandeel van de stroombehoefte is

energiesysteem worden korte ketens gelegd tussen

afkomstig van datacenters. De groeiende vraag naar

leveranciers en afnemers van stroom en warmte. Het

elektriciteit stelt ons al op korte termijn voor opgaven.

onderscheid tussen beide vervaagt.

De aansluitplicht van netbeheerders leidt tot lastige dilemma’s en hoge investeringen.

48

Korte termijn (tot 2030)

Lange termijn (tot 2050)

Op korte termijn (tot 2030) doen zich al knelpunten

Op lange termijn moet de ombouw van het

waar capaciteit beschikbaar is in het net en op korte

in de energie-infrastructuur voor. In het nationale

energiesysteem als geheel gestalte krijgen. We werken

afstand van de opweklocaties voor duurzame energie

net liggen er knelpunten in het netwerk van 380 kV-

toe naar een geïntegreerd, hybride systeem: een systeem

(‘energy oriented development’), waardoor de

hoogspanningsleidingen. Voor de verbinding door

dat gebruik maakt van verschillende duurzame bronnen,

energie-infrastructuur een aanknopingspunt vormt

Flevoland is een capaciteitsuitbreiding in gang gezet.

dat kleinschalige energiewinning tot op buurtniveau

om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren,

Momenteel wordt onderzocht in hoeverre een tweede

integreert en een stabiele energievoorziening

380 kV-leiding tussen het Noordzeekanaalgebied en

waarborgt. De komende jaren krijgt dat geïntegreerd,

het energienet, waarmee we de energieleverantie het

Noord-Nederland wenselijk of noodzakelijk is.

hybride energiesysteem van de toekomst verder

minst afhankelijk maken van een specifieke bron.

gestalte, in samenwerking met alle betrokken partijen

•

•

•

het concentreren van verstedelijking op locaties

het concentreren van verstedelijking bij knopen in

het concentreren van energievragers in

In het Noord-Hollandse deel van de MRA vraagt de

en in samenhang met keuzes die voor het nationale

zelfvoorzienende clusters: grote energievragers

verstedelijking tot 2030 om capaciteitsvergroting van

schaalniveau worden gemaakt. Dat zijn bijvoorbeeld

waar het energieaanbod groot is en kleinere

bijna alle onderstations. Op een aantal onderstations

keuzes over de capaciteit van de aanlandingspunten voor

energievragers waar het energieaanbod geringer is.

doet zich al voor 2025 een knelpunt voor, zoals in

windenergie afkomstig van de Noordzee, of over de inzet

Haarlemmermeer. Een taskforce van de provincie Noord-

op waterstof en warmte als energiemodaliteiten.

Holland en de netbeheerders adviseert over het oplossen van zulke knelpunten, in samenwerking met lokale

Aan de keuzes voor het energiesysteem op lange termijn

partijen. In het kader van de Verstedelijkingsstrategie

zijn ruimtelijke consequenties verbonden, niet alleen

is die taskforce gevraagd om aan te geven wat er nodig

vanwege het ruimtebeslag van de energie-infrastructuur

is om het voorziene programma tot 2030 (inclusief de

zelf, maar ook omdat het energiesysteem in toenemende

opwek van duurzame energie) te faciliteren zonder dat

mate sturend wordt in de keuze en inrichting van

het energiesysteem dwingt tot een prioriteitenstelling, en

stedelijke en economische ontwikkelingslocaties. De

of daar wellicht een aanpassing in de programma’s voor

huidige praktijk waarin het energiesysteem volgend is op

nodig is.

ruimtelijke ontwikkelingen, is op de lange termijn niet vol te houden. Met de keuzes voor de verstedelijking in de

In Flevoland zijn de voorbereidingen gestart voor nieuwe

MRA willen we daar voor zover mogelijk op anticiperen.

onderstations die de stedelijke groei en de toename in de

Daartoe brengen we de komende maanden in beeld

opwek van duurzame energie ondersteunen. Een nieuw

welke ruimtelijke mogelijkheden en consequenties

onderstation bij Almere met voldoende capaciteit kan

verbonden zijn aan drie scenario’s met wezenlijke keuzes

ook de vestiging van een vierde hyperconnectiviteitshub

over verstedelijking in relatie tot de opbouw van het net,

in de MRA voor datacenters faciliteren. Met die nieuwe

afgezet tegen een scenario dat uitgaat van ‘business as

onderstations en andere investeringsplannen van

usual’:

de netbeheerders zijn tot 2030 geen knelpunten te verwachten.

49

Energiesysteem

4 ontwikkelrichtingen 2050 - geïntegreerd hybride systeem met slimme clustering van energievragers

50

3.4

Mobiliteit Snel, veilig, comfortabel en betaalbaar van A naar B Door de groei van de metropoolregio zal ook de

en dat deze zich op loop- en fietsafstand bevinden van

mobiliteit in, van en naar de MRA toenemen. Die

een groot aantal bestaande woningen, werkplekken en

toenemende mobiliteit moet passen in het beeld van een

voorzieningen. Binnen en buiten de MRA blijft echter

duurzame metropoolregio met een hoge leefkwaliteit.

ook behoefte bestaan aan andere dan deze (hoog)

Economische centra moeten bereikbaar blijven, en

stedelijke woonmilieus, die minder goed zijn aangesloten

tegelijk mag de reisafstand tussen de woning aan de ene

op het regionale en landelijke OV-systeem. Ook de

kant, en de werkplek en voorzieningen aan de andere

gedragsverandering van bestaande bewoners en werkers

kant, niet te groot worden. Mobiliteit moet ook voor

in de MRA zal tijd kosten. Daarom zal de auto altijd een rol

iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven. Met name

blijven spelen in het mobiliteitssysteem van de MRA.

onder praktisch geschoolden is betaalbaarheid een aandachtspunt.

Door de keuze voor een nadruk op binnenstedelijke ontwikkelingslocaties, kunnen we de bestaande

De Verstedelijkingsstrategie en de ontwikkeling van het

infrastructuur optimaal benutten. Dat neemt niet weg

mobiliteitssysteem moeten daarom in hun onderlinge

dat op die ontwikkelingslocaties zelf investeringen in

wisselwerking leiden tot een mobiliteitstransitie: een

infrastructuur nodig zijn; in stedelijke bereikbaarheid en

duurzame, gezonde en slimme mobiliteit, die het mensen

het regionale en nationale netwerk, soms substantieel in

gemakkelijk maakt om hun reis van deur tot deur te

omvang. Capaciteitsuitbreiding en versterking van onder

organiseren, op betaalbare wijze en beperkt afhankelijk

meer het stedelijke fietsnetwerk en openbaar vervoer

van een eigen auto. En ook het goederenvervoer moet

en het wegsysteem vragen om grote investeringen.

minder afhankelijk worden van de vrachtauto, met name

Mobiliteitsvoorzieningen moeten zich voegen in

in de stadsdistributie.

een openbare ruimte die ook als verblijfsomgeving aantrekkelijk is, klimaatadaptief en natuurinclusief. En

Verstedelijkingskeuzes zijn daarop geënt. De nadruk

de ontwikkelingslocaties zijn tegelijk overstappunten,

op binnenstedelijke ontwikkelingslocaties, met name

waar doorgaande reizigers snel en soepel hun aansluiting

multimodale knooppunten en stadsharten, zorgt ervoor

moeten kunnen vinden, hun fiets kunnen parkeren of voor

dat veel nieuwe (betaalbare) woningen, werkplekken en

de last mile een deelfiets, -scooter of –auto kunnen huren.

voorzieningen goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer

51

De noodzakelijke mobiliteitstransitie binnen de MRA

de omliggende woon- en werkgebieden. Door de A5 en

arbeidsplaatsen), een kansrijke oplossing vormt om bij te

werkt door in de prioriteiten voor de regionale en

de A9 onderdeel te maken van de ring rond Amsterdam

dragen aan de hoofdopgaven van het programma SBaB

bovenregionale netwerken, maar ook in de stedelijke

verdeelt het verkeer zich evenwichtiger over het gehele

en aan de verstedelijkingsopgave in de Oostflank van de

bereikbaarheid. Auto’s zullen in de stedelijke centra de

wegennet van de MRA en hierdoor ontstaat restcapaciteit

MRA”.

openbare ruimte minder domineren dan nu; er komt

op het hoofdwegennet. In combinatie met maatregelen

meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Ook op wijk- en

op de corridors en beleidsmatige ingrepen, wordt zo de

Deze prioriteiten zijn direct verbonden aan de prioriteiten

buurtniveau zijn hubs denkbaar, waar bewoners hun auto

zeer sterke groei van de mobiliteit opgevangen, worden

in de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de

parkeren en gebruik kunnen maken van services zoals

nieuwe woon- en werklocaties ontsloten en wordt de

omvangrijke programma’s in de Oostflank en de ZWASH-

pakketdiensten, deelmobiliteit, oplaadpunten en snelle

verbetering van de landzijdige bereikbaarheid Schiphol

zone. Het meerkernige ontwikkelingsmodel voor

boodschappen.

mogelijk gemaakt. Ook wordt de leefkwaliteit in het

wonen en werken kan ook op andere verbindingen tot

binnenstedelijk gebied aanzienlijk vergroot.

de behoefte aan aanleg of versterking van HOV leiden.

Multimodaal Toekomstbeeld 2040

Om die reden hebben de Vervoerregio Amsterdam en

We benaderen het mobiliteitssysteem als één

Voor het openbaar vervoer gaat de aandacht in het

de provincie Noord-Holland, in samenwerking met de

samenhangend systeem van verschillende modaliteiten

onderzoek in de eerste plaats uit naar een stapsgewijze

regionale partners, een verdiepend onderzoek uitgevoerd

voor personen- en goederenvervoer: spoor en openbaar

schaalsprong in het regionale HOV-systeem in sterk

naar het HOV op de ZaanIJ-corridor1 . Zij trekken de

vervoer, weg, waterweg, fiets en lopen. Naast de

verstedelijkt gebied. Zo’n schaalsprong kan ruimte

conclusie dat op de ZaanIJ-corridor al op korte termijn

gewenste mobiliteitstransitie in de MRA moet ook de

vrijspelen op het (inter)nationale spoornetwerk en

een OV-systeemsprong nodig is. Het aantal reizigers stijgt

bereikbaarheid van en naar de MRA geborgd worden,

nieuwe ontwikkelgebieden ontsluiten. Over drie trajecten

als gevolg van de woningbouw in Amsterdam-Noord en

door te blijven investeren in de landelijke en internationale

hebben Rijk en regio afspraken gemaakt (zie bijlage 3).

Zaandam zo snel dat tussen 2026 en 2028 de capaciteit

netwerken voor OV en weg.

Eerste stap is het doortrekken van de Noord/Zuidlijn

en kwaliteit aan hun grens zitten. Een andere urgentie die

tussen Amsterdam-Zuid en Hoofddorp en het sluiten

regionale partijen zien, is capaciteitsuitbreiding van het

Rijk en regio werken in het programma Samen

van de Amsterdamse metroring tussen Isolatorweg en

HOV op het traject Haarlem-Schiphol.

Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) aan de

Amsterdam Centraal. Beide zijn gerelateerd aan de

mobiliteitsvraagstukken die hieruit voortvloeien. De

economische groei en bevolkingsgroei in de ZWASH-

Naast deze hoofdkeuzes zijn er voor weg en openbaar

programmalijn Multimodaal Toekomstbeeld MRA

zone (Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp).

vervoer ook opgaven op specifieke corridors, zoals

2040 zal een gedragen eindbeeld (2040) geven voor

Vooral via het doortrekken van de Noord/Zuidlijn ontstaat

Almere-Utrecht (weg, spoor) en de Gooicorridor, die met

de systeemkeuzes voor fiets, OV en weg geredeneerd

ruimte op het bestaande spoor. Die capaciteit kan

lokale maatregelen kunnen worden opgelost.

vanuit de interactie tussen de systemen vanuit de

gebruikt worden voor versterking van het (inter-)nationale

ketenbenadering (deur tot deur).

treinverkeer. Dat zet de positie van dit deel van de MRA

De (e-)fiets heeft een cruciale rol in het

als internationale entree kracht bij. Daarom is vanuit de

mobiliteitssysteem, mede in combinatie met HOV

Om het doorgaande wegverkeer door te laten stromen

Groeifondscommissie een reservering gemaakt voor deze

en binnenstedelijke ontwikkeling. De fiets leent zich

én de regio in staat te stellen verder te groeien wordt

lijn. Daarnaast hebben Rijk en regio de conclusie over de

uitstekend voor de ‘first & last mile’ in verplaatsingsketens.

een redesign van het ringwegensysteem onderzocht.

IJmeerlijn uit het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area

Het fietsen en het lopen nemen een steeds groter

Hierbij kan de focus van delen van de binnenring (o.a.

onderschreven, namelijk dat “een lightrailverbinding

aandeel van de verplaatsingen binnen de MRA voor hun

A10 West) verschuiven naar het bestemmingsverkeer; dit

bij de in het onderzoek onderzochte programma’s voor

rekening. Dat heeft te maken met het groeiende aantal

draagt ook bij aan de leefkwaliteit in en ontwikkeling van

wonen en werken (ca. 100.000 woningen en 40.000

mensen dat in stedelijk gebied woont, maatregelen om 1

conform de afspraak in BO-MIRT november 2019

52

binnensteden autoluw te maken en de opkomst van de elektrische fiets. Ook de gemiddelde afstand die per fiets wordt afgelegd, neemt toe: de fiets is inmiddels een reëel alternatief voor veel verplaatsingen tot 15 kilometer. Naar verwachting zal de fiets ook op regionale verbindingen een grotere rol gaan innemen. We spelen op die ontwikkeling in met investeringen in de fietsinfrastructuur, waaronder voorzieningen voor fietsparkeren, vaste oeververbindingen voor de fiets, de aanleg van doorfietsroutes op regionale verbindingen (utilitair en recreatief) en gedragsbeïnvloeding. Doorfietsroutes zijn veilige, comfortabele, aantrekkelijke en snelle fietsroutes, met weinig stops, een goede doorstroming en aandacht voor de omgeving.

53

Mobiliteitssysteem Ontwikkelrichting 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

54

4. Integraal te ontwikkelen gebieden 55

Integraal te ontwikkelen gebieden

Alle ambities in deze Verstedelijkingsstrategie moeten

‘Noordzeekanaalgebied en Zuid-Kennemerland’. In de

uiteindelijk landen in de bestaande landschappen,

uitwerking van de deelgebieden rond Amsterdam komt

steden en economische centra van de MRA. In een

daarnaast de sterke relatie met de kernstad Amsterdam

metropoolregio waarvan de kracht schuilt in de

tot uiting. Voor elk van deze ‘integraal te ontwikkelen

diversiteit en menselijke maat, leiden gezamenlijke

gebieden’ zijn de meest urgente opgaven beschreven,

ambities per gebiedsdeel tot verschillende accenten.

ook in hun relatie met gebieden buiten de MRA.

Op het schaalniveau van ruimtelijk en functioneel samenhangende deelgebieden worden de consequenties

In twee deelgebieden doen zich keuzesituaties voor:

en de samenhang van keuzes het beste zichtbaar. Keuzes

meerdere opgaven die in het gebied samenkomen, maar

voor de ruimtelijke systemen (water, ecologie, energie en

niet dezelfde richting op wijzen. Dat is het geval rond

mobiliteit) en voor wonen, economie en landschap vallen

het Noordzeekanaalgebied en in de Zuidflank, rond

in hun ruimtelijke context. De impact op het sociaal-

Schiphol. Deze keuzesituaties zijn in de betreffende

maatschappelijke evenwicht en de landschappelijke

gebiedsparagrafen afzonderlijk beschreven.

waarden wordt scherp. En daarmee ook de kansen op synergie én de potentiële dilemma’s.

De opgaven en keuzesituaties vragen op onderdelen gezamenlijke inzet van Rijk en regio, en op onderdelen

We maken onderscheid tussen zes deelgebieden. Deze

inzet op regionaal niveau. Iedere gebiedsparagraaf mondt

komen globaal overeen met de deelregio’s van de MRA,

uit in een lijst met opgaven waarover afspraken tussen

maar niet helemaal. Vanwege de sterke samenhang zijn

Rijk en regio, en tussen de MRA-partijen onderling,

IJmond, Zuid-Kennemerland met andere gebieden langs

wenselijk zijn. In veel gevallen kan de uitwerking van de

het Noordzeekanaal samengevoegd in een deelgebied

afspraken plaatsvinden binnen de context van lopende programma’s.

56

4.1

Noordzeekanaalgebied en ZuidKennemerland

Leefkwaliteit in de kennis- en energiehotspot Gebiedskarakteristiek IJmond en Zuid-Kennemerland vormen samen de kustregio van de MRA, met Zandvoort als een van Nederlands grootste badplaatsen en de IJmond als nautische toegangspoort van de regio. Er bestaat een grote samenhang met Haarlemmermeer, tezamen de ‘Westflank’ van de MRA. De combinatie van kust, landschap, cultureel erfgoed en het hoogwaardige woonmilieu kenmerken de ruimtelijke structuur. Het deelgebied biedt de MRA een uniek en aantrekkelijk vestigingsklimaat met ruime mogelijkheden voor recreatie, dankzij de ligging aan de Noordzee en met de historische stad Haarlem, de ruige duinnatuur met een Nationaal Park, landgoederen in de binnenduinrand, de Stelling van Amsterdam, het Oer-IJ en het recreatiegebied Spaarnwoude. Er is een grote verscheidenheid aan woonkwaliteiten aanwezig: van stedelijk tot dorps wonen, van betaalbaar tot duur. Om de druk op de woningmarkt te verlichten, levert Haarlem een grote bijdrage aan de woningbouwproductie in de MRA. Bij de binnenstedelijke verdichting wordt nieuw elan gecombineerd met aandacht voor kwaliteit, zodat het authentieke karakter van de regio behouden blijft. De IJmond is de nautische toegangspoort tot de Metropoolregio Amsterdam. De economische ruggengraat van de IJmond wordt gevormd door het Noordzeekanaal, de zeehaven en Tata Steel.

IJmond is de Techport van de MRA: het centrum van productie, ontwikkeling, onderwijs en innovatie in de maakindustrie. Onder de noemer Techport werken meer dan zestig scholen, bedrijven en overheden samen aan de toekomst van de maak- en

onderhoudsindustrie. Tegelijk is de IJmond de ‘groene stekker’ van de MRA vanwege de windparken op zee, en heeft het een sleutelpositie als het gaat om bouw en onderhoud van offshore wind. Daarnaast kent de deelregio een sterke logistieke sector, een regionaal georiënteerde zorgsector (Rode Kruis Ziekenhuis en Heliomare), innovatieve tuinbouw en dienstverlening. De economie in Zuid-Kennemerland wordt gekenmerkt door een groot aandeel zakelijke dienstverlening, (semi-)overheidsorganisaties (provincie, rechtbank, Hogeschool InHolland en zorg), detailhandel en een sterke creatieve en digitale sector. Onderscheidend zijn culturele voorzieningen als het Frans Hals Museum, de Hallen Haarlem en Teylers Museum, het horecaaanbod en de positie van Haarlem als een van de beste winkelsteden van Nederland. Recent valt in de Haarlemse regio de dynamiek op van start-ups en scale-ups op het gebied van circulaire economie, gezondheid en toegepaste innovatie, die zich graag in deze attractieve en kapitaalkrachtige regio vestigen. De ontwikkeling van het C-district in Waarderpolder Haarlem Business Park (met een Smart Industry Fieldlab voor de bouw) en de komst van academisch onderwijs en een MKB-innovatiehub in de Koepel zijn daar voorbeelden van. De badplaatsen en de natuur aan de kust vormen een trekpleister voor een groeiende, toeristische bezoekersstroom.

Rond het Noordzeekanaalgebied doet zich een complexe keuzesituatie voor. Verder zijn in dit deelgebied opgaven aan de orde rond bereikbaarheid en de woonwerkbalans, en rond recreatieve en landschappelijke verbindingen.

57

Keuzesituatie Noordzeekanaalgebied

In het Noordzeekanaalgebied doet zich een concentratie van ruimteclaims voor. Over

op het bestaande bedrijfsareaal. Twee locaties buiten het Noordzeekanaalgebied

de omvang van die ruimteclaims en het moment waarop ze zich voordoen, bestaat

kunnen worden onderzocht op de vraag of ze in een deel van deze behoefte

nog veel onzekerheid. Duidelijk is al wel dat er keuzes noodzakelijk zijn over hoe de

kunnen voorzien: de Baanstee (Purmerend – Edam/Volendam), en buiten de MRA

ruimte in de toekomst kan worden benut, en waar wel of niet ruimtelijke reserveringen

Boekelermeer (Alkmaar). Aansluitend op deze opties kan gedacht worden aan extra

voor gemaakt moeten worden.

terrein ten westen van Zaanstad in een deel van de Wijkermeerpolder.

Verbonden aan de functie als havencomplex zijn de volgende (mogelijke)

Verbonden aan de functie van het open landschap zijn de volgende (mogelijke)

ruimteclaims aan de orde:

ruimteclaims aan de orde:

Circulaire economie: met name installaties voor opslag en bewerking van te

Werelderfgoed: Een deel van het open landschap (globaal het westelijke deel van

hergebruiken materialen met hun milieucirkels. Transities als deze kennen geen

het Oer-IJ) is onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Dit militair-historische

lineair verloop, waardoor onduidelijk is of hiervoor in de toekomst significante

landschap staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Deze zomer wordt die status

additionele ruimte nodig is. In de overgangsperiode naar een circulaire economie

herbevestigd indien Unesco besluit om het verzoek tot uitbreiding met de Nieuwe

houden we rekening met de mogelijkheid van een tijdelijk extra ruimtebeslag, waarin

Hollandse Waterlinie te honoreren.

voorzieningen zowel voor de ‘oude’ als de circulaire economie nodig zijn. Uitwijk naar Lelystad kan een optie zijn voor bedrijven die niet gebonden zijn aan korte

Waterbuffering: Het Oer-IJ is een zoekgebied voor tijdelijke waterbuffering ten

ketenrelaties binnen het Noordzeekanaalgebied en niet diep geworteld zijn in het

behoeve van een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio. Daarnaast is het

NZKG.

Noordzeekanaal zelf zoekgebied voor waterberging. Hiervoor zal dan het waterpeil moeten worden opgezet. Deze buffercapaciteit is nodig om overstromingen te

Duurzame energie: de Havennota 2020-2030 van het Rijk zet in op een sterke

voorkomen in periodes dat extreme neerslag niet of maar beperkt kan worden

offshore windhaven, een (inter)nationale waterstofhub, CO2 als grondstof, schone

afgevoerd naar zee, het Markermeer-IJmeer of de Lek. Alternatieven zijn onzeker. Ze

brandstoffen met sterke focus op ontwikkeling van synthetische kerosine op basis

zouden gevonden kunnen worden op locaties bovenstrooms, in de vorm van extra

van groene waterstof en groene CO2 en (rest)warmte. Omvang en aard van het

afvoer in Markermeer-IJmeer en/of via peilverhoging van het Amsterdam-Rijnkanaal

ruimtebeslag (inclusief milieuzones) is sterk afhankelijk van keuzes over het nationale

– mogelijk alle drie als de bufferingscapaciteit in het Oer-IJ zwaar tekort schiet, maar

energiesysteem, zoals de aanlanding van op zee opgewekte windenergie en de inzet

elk van deze oplossingen kent eigen bezwaren en belemmeringen.

van waterstof. Als niet gekozen wordt voor extra aanlandingscapaciteit in de IJmond, kunnen extra 380 kV-hoogspanningsleidingen nodig blijken om de elektriciteit

Groene zone: inherent aan de ambitie van de meerkernige ontwikkeling is dat

van de aanlandingspunten naar het Noordzeekanaalgebied te brengen. Als wel

bebouwde gebieden niet aan elkaar groeien. Het Noordzeekanaalgebied is deel van

gekozen wordt voor extra aanlanding in de IJmond, dan vraagt dit ruimte, mogelijk op

landschappelijke verbinding tussen de Zaanstreek, het Oer-IJ, Spaarnwoude en de

bestaande terreinen zoals bij Tata Steel en indien dat niet mogelijk is, aansluitend op

westkant van Haarlemmermeer. Deze corridor heeft zowel een recreatieve als een

bestaand stedelijk gebied ten oosten van Beverwijk.

ecologische betekenis en bevat goede landbouwgronden.

Bedrijventerrein: behoefte aan extra bedrijfsareaal is verbonden aan de behoefte

Verbonden aan de woonomgeving zijn de volgende (mogelijke) ruimteclaims aan de

voor havengebonden bedrijvigheid en de transformatie van bedrijventerreinen naar

orde:

gemengd stedelijk gebied in en buiten het Noordzeekanaalgebied. Voorwaarde voor uitbreiding van het bedrijfsareaal is dat er geen intensiveringsmogelijkheden zijn

58

Gezonde leefomgeving: de leefkwaliteit in de woonwijken in de omgeving staat onder

•

Woningbouw kan leiden tot extra verplaatsingsbehoeften bij bedrijven en

druk door de milieu-effecten van het havencomplex: omgevingsgeluid, geurhinder en

daardoor een extra ruimteclaim voor bedrijfsareaal. Deze verplaatsingsbehoeften

luchtvervuiling. Ook voldoende openbaar groen op korte afstand van de woning en

kunnen worden beperkt door maatregelen en innovaties die de milieuhinder

goed bereikbare en toegankelijke landschappen in de nabijheid zijn van belang voor

beperken, aan de zijde van de bron en/of de ontvanger, en/of door het maximaal

de leefkwaliteit.

benutten van de wettelijke marges om met hogere milieuwaarden voor

Keuzesituatie Noordzeekanaalgebied

woningbouw te werken. Woonwerkmilieus: op drie locaties is de ontwikkeling van woonwerkmilieus aan de

•

Het havencomplex is een bron van werkgelegenheid voor praktisch, middelbaar

orde: de Spoorzone in Beverwijk, de Achtersluispolder in Zaandam en Haven-Stad

en theoretisch geschoolden. Met name voor praktisch geschoolden zijn korte en

in Amsterdam. Voor de laatste twee loopt een onderzoek naar de mogelijkheid

betaalbare woonwerkritten van belang, om vervoersarmoede te voorkomen. Dat

om de woningbouw voor 2030 te versnellen. Voorwaarden zijn de aansluiting op

vraagt om voldoende passende woningbouw in de omgeving en legt een directe

het energiesysteem en op de infrastructuur, en maatwerkoplossingen daar waar

relatie met de stedelijke vernieuwing in met name Zaandam en Amsterdam-

woningbouw en bedrijvigheid niet vanzelf samen gaan.

West.

Deze ruimteclaims zijn op een aantal manieren verbonden met elkaar en met de

Door de concentratie van vitale en kwetsbare infrastructuur in het

omgeving:

Noordzeekanaalgebied nu en in de toekomst, is extra aandacht nodig voor

•

Als gekozen wordt voor substantiële uitbreiding van het havenareaal in het

waterveiligheid. Wateroverlast en overstromingen uit zee zouden leiden tot grote

Noordzeekanaalgebied, dan kan dat alleen in de zone waar de ruimteclaims

schade, gevaar voor volksgezondheid en een ontwrichting van een gebied dat veel

verbonden aan het open landschap zich voordoen. Concreet gaat dat

groter is dan het Noordzeekanaalgebied alleen. Door de toepassing van ruimtelijke

om het benutten van de strategische reservering voor de Houtrakpolder,

maatregelen en een goede rampenstrategie zijn de risico’s sterk te verminderen.

gemaakt in de Visie NZKG 2040 (vastgesteld door de gemeenteraden in

Door de vrij hoge ligging van het havengebied zijn maatregelen relatief eenvoudig te

het Noordzeekanaalgebied, Provinciale Staten van Noord-Holland en het

realiseren.

Rijk, opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie, maar op dit punt niet

•

onderschreven door de gemeente Haarlemmermeer). Voor extra bedrijventerrein

Het voorlopige NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied is het samenwerkingsverband

(niet havengebonden) gaat het om een mogelijke reservering van (een deel van)

waarin deze ruimteclaims met hun onzekerheden in relatie tot elkaar worden

de Wijkermeerpolder. Deze keuze zou niet alleen leiden tot een opgave om de

gezet. Het werken met scenario’s kan daar een geschikte werkwijze voor zijn.

te ontwikkelen (haven)terreinen op een groene en klimaatadaptieve wijze te

Uitgangspunten zijn de afspraken die gemaakt zijn in de Visie Noordzeekanaalgebied,

ontwerpen, maar ook tot een landschappelijke compensatieopgave.

gemaakte afspraken tussen Rijk en MRA in het BO-MIRT over de versnelling

Er worden grote publieke investeringen gedaan in een nieuwe zeesluis om

van de woningbouw, en de ontwikkelprincipes voor de Verstedelijkingsstrategie.

verdere ontwikkeling van de haven mogelijk te maken. Een voorziening voor

De uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie in 2021 geeft richting, gericht op

‘selectieve onttrekking’ beperkt de toevoer van zout water via deze sluis. Dat

afspraken eind 2021 over:

is van belang voor de waterwinning ten behoeve van drinkwater, landbouw

•

de reservering voor bedrijventerrein,

en natuur. Verdere ontwikkeling van de haveneconomie kan leiden tot meer

•

de ruimte voor waterbuffering,

scheepvaartverkeer, en daardoor een grotere zoutindringing. De toenemende

•

de mogelijkheid voor versnelling van de woningbouw,

droogte zal dit verergeren. Deze verzilting kan via de Oranjesluizen ook de

•

additionele ruimtereserveringen voor het energiesysteem.

waterkwaliteit van Markermeer-IJmeer beïnvloeden, zeker als een toename van de binnenvaart op die route tot meer schutbewegingen leiden. De omvang van dit effect is onbekend en moet worden onderzocht.

59

Andere opgaven in Noordzeekanaalgebied / Zuid-Kennemerland

Bereikbaarheid en woonwerkbalans

De kustplaatsen hebben een sterk toeristisch profiel.

ambitie is om de strandvlakte en de binnenduinrand

Het deelgebied heeft over de hele linie een divers

Onder de noemer Amsterdam Beach wordt dit profiel

aan het Nationaal Park toe te voegen, in lijn met de

economisch profiel met werk voor zowel praktisch

versterkt. De grootste badplaats is Zandvoort. Hier wordt

benadering van Nationale Parken Nieuwe Stijl, verbonden

geschoolden als kenniswerkers. Het havengebied van

ingezet op het jaarrond-toerisme, het werken aan zee

aan een transitie naar natuurinclusieve landbouw en

de IJmond ontwikkelt zich als TechPort. Opvallend is

en het versterken van het recreatie- en sportcluster, in

een klimaatadaptieve inrichting. Recreatief bezoek

dat Haarlem voor een stedelijke economie juist relatief

samenhang met onderzoek naar de waterveiligheid van

kan zich dan meer verspreiden. Voor het verlichten

veel werk voor praktisch geschoolden heeft, en dat veel

de kustregio.

van de recreatieve druk wordt ook samengewerkt

theoretisch geschoolden uit Zuid-Kennemerland juist

met Spaarnwoude. Voor de doorontwikkeling van dit

buiten de deelregio werken. Gevolg is veel pendel van

De economische kansen hangen sterk samen met de

recreatie- en natuurgebied zijn afspraken gemaakt in de

en naar Haarlem. De ambitie om de economische groei

bereikbaarheid. Onderdeel van het onderzoek naar

Visie Spaarnwoude Park 2040, onder meer gericht op het

over de MRA te spreiden, is onder meer bedoeld om die

het redesign van het wegennet (ten behoeve van het

ontvangen van een groter aantal bezoekers.

mismatch terug te dringen. De drie OV-knooppunten in

‘Multimodaal Toekomstbeeld 2040’) is de belasting van

Haarlem zijn opgenomen in de programmalijn Bereikbare

de A9 en A22, en de invloed daarop van het verleggen van

Om het landschap van strand, duinen en binnenduinrand

Steden. Op een kwartier lopen van station Haarlem ligt

de ring om Amsterdam naar de A9, A5 en A10-Noord.

goed te verbinden met het achterland en in te bedden in een regiobrede recreatieve structuur, is meer nodig. Het is

het voormalige gevangeniscomplex De Koepel, dat wordt ontwikkeld tot een academische campus met

Recreatieve en landschappelijke verbinding

van belang om aan beide zijden van het Noordzeekanaal

een MKB-innovatiehub, studentenwoningen, sociale

Met de kust, de duinen en de binnenduinrand beschikt dit

de verbindingen met het polderlandschap te

woningbouw voor jongeren en diverse culturele en

deelgebied over een aantal drukbezochte landschappen.

versterken, zowel voor de natuur als voor de recreatie.

maatschappelijke functies. Deze ontwikkelingsgebieden

Hetzelfde geldt voor Spaarnwoude, het recreatiegebied

Grote infrastructuurlijnen, stedelijk gebied en de

geven kans om het Haarlemse economisch profiel van

dat deels beschermd wordt als onderdeel van het

huidige inrichting van landbouwgebieden maken die

digitalisering, gezondheid en circulariteit, met name in de

Natuurnetwerk Nederland en deels als onderdeel van

landschappelijke verbindingen in de huidige situatie

sfeer van toegepaste innovaties, te versterken. Intensieve

het werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Toch kan

ontoereikend. Ook het landschap van het Oer-IJ kan

verstedelijking rond station Beverwijk legt een basis

het landschap in dit deelgebied nog beter bijdragen

daar een functie in hebben, in de context van de keuzes

voor groei van het economische programma direct ten

aan de leefkwaliteit van de MRA. De recreatieve druk

die voor het Noordzeekanaalgebied als geheel moeten

noorden van het Noordzeekanaal.

op Nationaal Park Zuid-Kennemerland is groot. De

worden gemaakt.

60

Afspraken

Om regionale inzet vragen:

Onderstaande lijst is bedoeld als aanzet voor het gesprek

•

Economische ontwikkeling IJmond en Zuid-

Nederland en de stikstofaanpak van de provincie •

Landschappelijke verbindingen tussen de kust en

om in BO-MIRT najaar 2021 tot gebiedsgerichte afspraken

Kennemerland op basis van het economische profiel

het achterland, waaronder door versterking van het

tussen rijk en regio te komen

en in aansluiting op de beroepsbevolking in de

fietsnetwerk.

deelregio’s (met het oog op o.a. een evenwichtigere De meest urgente gebiedsgerichte opgaven en

woonwerkbalans en het voorkómen van

vraagstukken die om rijk-regio inzet vragen: •

De keuzesituatie rond het Noordzeekanaalgebied

vervoersarmoede) •

en Zuid-Kennemerland als regio van toegepaste

economie, watergebonden bedrijvigheid,

innovatie op het gebied van circulaire economie,

leefkwaliteit, waterbuffering, klimaatadaptiviteit,

duurzaamheid, gezondheid en de digitale en ICT-

waterkwaliteit, werelderfgoed, landschappelijke verbinding, ontwikkeling en mogelijke versnelling

sector als verbindende sectoren. •

MKB-innovatiehub

afspraken eind 2021 over: •

de reservering voor bedrijventerreinen,

•

de ruimte voor waterbuffering,

•

de mogelijkheid voor versnelling van de woningbouw,

•

•

horeca en cultuur •

additionele ruimtereserveringen voor het uitwerking van de in het Verstedelijkingsconcept

wateropgave •

•

Verlichten recreatieve druk Nationaal Park ZuidKennemerland

•

Kwaliteitsimpuls Noordzeekust (‘Amsterdam Beach’):

(onderdeel van het Multimodaal Toekomstbeeld

een kwaliteitsslag van Zandvoort en IJmuiden aan

2040, SBaB)

Zee, ontwikkeling jaarrond-voorzieningen, werken

De integrale ontwikkeling van stadshart Haarlem met

aan zee en bereikbaarheid van de kust, in samenhang

drie OV-knooppunten (onderdeel van Bereikbare

met onderzoek naar de waterveiligheid van de

Steden) •

Verbeteren recreatief profiel Spaarnwoude op basis van vastgestelde gebiedsvisie

•

Re-design van het wegennet met aandacht voor onder meer de belasting van de A9 en A22

Landschappelijke ontwikkeling en recreatieve ontsluiting van het Oer-IJ, in samenhang met de

te maken afweging in het NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied.

Het versterken van de regionale aantrekkelijkheid van de Haarlemse binnenstad op gebied van retail,

energiesysteem, •

De ontwikkeling van de Koepel in Haarlem als anker voor universitair onderwijs in combinatie met een

woningbouw en woonwerkmilieus, gericht op

•

De ontwikkeling van Haarlem als creatieve stad

in al haar dimensies: energietransitie, circulaire

Het verbinden van Nationaal Park Zuid-

kustregio •

In de duinen en de binnenduinrand ruimte zoeken

Kennemerland met Spaarnwoude en PARK21,

om schoon kwelwater in het gebied vast te houden

en verlichten van recreatieve druk, in lijn met het

en beter te benutten, met mogelijk beperking of

programma Nationale Parken Nieuwe Stijl

aanpassing van agrarische functies tot gevolg, in samenhang met de ontwikkeling van Natuurnetwerk

61

4.2

Zaanstreek, Waterland, Corridor Amsterdam-Hoorn Inclusieve steden in een eigentijds Hollands landschap Gebiedskarakteristiek

met de realisatie van multimodale knooppunten,

De kwaliteit van Zaanstreek-Waterland is ruimte om te

benutting van kansen voor gemengde woonwerkmilieus

leven middenin authentiek landschap. Wonen in de stad

en steun voor de bestaande sociaaleconomische

of in het landelijk gebied, met scholen en voorzieningen

inzet. De belangrijkste opgaven gaan over de sociaal-

nabij, altijd nabij water, groen en recreatiemogelijkheden,

maatschappelijke versterking in relatie tot de meerkernige

en goed bereikbaar via OV of auto. Het energieke

ontwikkeling van de MRA, en een nieuwe toekomst voor

regionale bedrijfsleven is gefocust op voedsel, bouw,

de veenweidegebieden die onderwerp is van een integraal

transport, maakindustrie en een ambitieus techniek- en

gebiedsproces.

ICT-cluster.

Opgaven

Het is niet alleen kwaliteit, het is ook identiteit die

Sociaal-maatschappelijke versterking

Zaanstreek-Waterland onderscheidt; Hollandser

De stedelijke gebieden ten noorden van het IJ

dan Hollands! Prachtige veenweidegebieden met

groeien de komende decennia door tot een totaal

eeuwenoude dijken en molens, weilanden rondom

van 500.000 tot 600.000 inwoners. Die groei zetten

historische lintdorpen. De regio heeft een historie van

we in om economische en sociaal-maatschappelijke

economische en stedelijke ontwikkeling. In de 19e en 20e

waarde toe te voegen en zo meer evenwicht in de

eeuw is de bedrijvigheid in de regio gemoderniseerd,

metropoolregio te creëren. Dat betekent dat het

maar sterk ondernemerschap, doe-mentaliteit en

omvangrijke woningbouwprogramma (circa 30.000

innovatiekracht bleven.

woningen tot 2030 inclusief Amsterdam-Noord) gepaard moet gaan met investeringen in werkgelegenheid en

De stedelijke centra groeien de komende decennia sterk,

bereikbaarheid. De pendelstromen vanuit dit deelgebied

een groei die moet worden ingezet om economisch

zijn buitenproportioneel groot en eenzijdig op Amsterdam

en sociaal-maatschappelijk waarde toe te voegen. Om

gericht. Zaanstad en Amsterdam-Noord kennen relatief

evenwicht te creëren tussen wonen en werken, alsook

veel sociaaleconomisch zwakke wijken met ruimte voor

evenwicht in de ontwikkeling van de MRA als geheel.

nieuwe economische ontwikkeling.

Steden zullen zich complementair aan elkaar ontwikkelen,

62

Twee stadsharten zijn onderwerp van Bereikbare

Verbetering van de hoofdinfrastructuur ondersteunt

waarbij ook het tijdpad en het instrumentarium aan de

Steden: Zaanstad en Purmerend. De omgeving van het

de aanpak van deze opgaven. Dat gaat vooral om

orde kunnen komen. Een transitie als deze neemt vele

Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord functioneert

de aansluiting tussen de A8 en A9, en de corridor

jaren in beslag.

als derde regionaal centrum. Met een HOV-verbinding

Amsterdam-Hoorn (de spoorweg en de A7). Die corridor

ontstaat in de ZaanIJ-corridor een tweede backbone

vormt een as voor geclusterde economische ontwikkeling,

Een gebiedsproces over een nieuwe toekomst van

tussen Amsterdam en de Zaanstreek. De omgeving van

ook buiten de MRA op locaties als de Poort van Hoorn.

het veenweidelandschap in Zaanstreek en Waterland kan zich van vele kanten laten voeden. Er kan worden

Station Kogerveld kan worden ontwikkeld als onderdeel van die corridor. In Purmerend ligt er een relatie met

Integraal gebiedsproces over nieuwe toekomst

voortgeborduurd op onderzoek elders in het land, zoals

de economische ontwikkeling in het noorden van de

veenweidegebieden

bij het Veenweide Innovatie Centrum, en op lopende

stad, met onder meer bedrijventerrein Baanstee, en

Het veenlandschap in dit deelgebied is hoog

pilots in Laag-Holland. In Noord-Holland wordt gewerkt

de H20-campus voor e-sports als uithangbord voor

gewaardeerd vanwege het typische Hollandse karakter

aan een Regionale Veenweidestrategie voor de hele

het Purmerendse IT-cluster. De ontwikkeling van

en de erfgoedwaarden die erin vervat zijn, maar staat

provincie, en de Regiegroep Laag-Holland werkt samen

woonwerkmilieus in de ZaanIJ-corridor (Hembrugterrein,

onder druk. Voornaamste oorzaak is de daling van de

met de provincie, gemeenten, het hoogheemraadschap

Achtersluispolder) en de ontwikkeling van de Noorder

bodem. Die hangt samen met het lage grondwaterpeil dat

en natuur- en landbouworganisaties aan een integraal

IJplas als landschapspark dragen bij aan de sociaal-

nodig is voor het huidige agrarische gebruik. Verhoging

gebiedsprogramma voor het landschap van Laag-Holland.

maatschappelijke versterking in dit deelgebied.

van de grondwaterstand vraagt echter veel van de

Deze laatste ontwikkelingen hangen samen met de

landbouw, zeker in combinatie met het terugdringen

keuzesituatie in het Noordzeekanaalgebied. Voor de

van de stikstofemissies. Het vraagt van de landbouw om

Achtersluispolder wordt onderzocht of de ontwikkeling

zich opnieuw te oriënteren, op zoek te gaan naar nieuwe

versneld kan plaatsvinden.

teelten of nieuwe markten waarover nu nog weinig bekend is. Tegelijk kan het andere ambities dichterbij

Ook is aandacht nodig voor bestaande wijken en

brengen; bijvoorbeeld om de ecologische waarde van het

bedrijventerreinen. In wijken met een sociaaleconomische

landschap te vergroten of het toegankelijker te maken

problematiek zijn kwaliteitsverbeteringen nodig. In

voor recreatief bezoek. De verbindende functie van

de Regio Deal ZaanIJ werken Rijk en regio samen

Zaanstreek en Waterland in het landschap (voor zowel

aan meer werk, beter onderwijs en een groene en

recreatie als natuur) kan worden versterkt.

veilige leefomgeving in vooral Amsterdam Molenwijk en Tuindorp Oostzaan en Zaandam Peldersveld en

De aanpak van de veenweideproblematiek is sterk

Poelenburg, waarbij de laatste ook onderdeel is van

gebiedsgebonden. De situatie verschilt per gebied, en

het interbestuurlijke Programma Leefbaarheid en

daarmee ook de mogelijkheden en oplossingsrichtingen.

Veiligheid. Bestaande bedrijventerreinen hebben een rol

Het is daarom van belang om de aanpak van onderop

in de herhuisvesting van bedrijven op te transformeren

te formuleren en het gesprek aan te gaan met alle

terreinen. Op nieuwe bedrijventerreinen (Baanstee-

betrokken partijen, vanuit wederzijdse erkenning van

Noord en HoogTij zijn nu in ontwikkeling) is een slim en

de maatschappelijke urgentie en de belangen van de

zorgvuldig ruimtegebruik nodig.

agrarische ondernemers. Doel van zo’n gesprek is om gezamenlijk toe te groeien naar een nieuwe toekomst,

63

Afspraken

Rijk-regio inzet op basis van bestaande afspraken:

Onderstaande lijst is bedoeld als aanzet voor het gesprek

•

om in BO-MIRT najaar 2021 tot gebiedsgerichte afspraken

(onderdeel van het Programma Leefbaarheid en

tussen rijk en regio te komen De meest urgente gebiedsgerichte opgaven en

Stedelijke vernieuwingsopgave in Zaandam Oost Veiligheid)

•

Regio Deal ZaanIJ

•

De bereikbaarheid op de corridor Amsterdam-

vraagstukken die om rijk-regio inzet vragen

Hoorn (spoor en A7) conform de afgesloten

•

bestuursovereenkomst

Integraal gebiedsproces voor de toekomst van de veenweidegebieden, aangestuurd van onderop, in de context van het interbestuurlijke programma

Om regionale inzet vragen:

Veenweide en het gebiedsproces in Laag-Holland

•

(met aandacht voor de bodemdalings- en de

aan de ontwikkeling van woningbouw in de

stikstofproblematiek, de transitie van en innovatie

Achtersluispolder en Amsterdam-Noord, en

in de landbouw, natuurontwikkeling, recreatieve

stedelijke vernieuwing in Zaandam-Oost

ontwikkeling) •

•

•

(waaronder de bereikbaarheid van de belangrijkste

en Purmerend (onderdeel van het programma

groene gebieden zoals ’t Twiske, Purmerbos en

Bereikbare Steden)

wandel- en fietsroutes in veenweidegebieden, in

Bij gebleken noodzaak voor versterking van het

samenhang met het integrale gebiedsuitwerking over

naar tracé-alternatief 380 kV-hoogspanningsleiding

de toekomst van de veenweidegebieden) •

•

Behoud en ontwikkeling van Unesco-

via Noord-Holland Noord

werelderfgoederen Stelling van Amsterdam

De verbinding A8-A9 en de inpassing in het

en Beemster (in samenhang met het integrale

landschap van het Unesco-werelderfgoed Stelling

gebiedsuitwerking over de toekomst van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=0269fb50-05c9-455f-9d7e-7d60bd28c7d2