1017235 831 Stichting Levvel Jaarrekening 2020 met wg verklaring.pdf
Tekst van het document
Financieel verslag 2020
Jaarverslaggeving 2020 Stichting Levvel 27 mei 2021
Stichting Levvel
Voorwoord 2020 was financieel een iets minder slecht jaar dan 2019. Waar oud-Spirit en oud-Bascule gezamenlijk 2019 afsloten met een operationeel verlies van ruim 6 miljoen euro, kon 2020 worden afgesloten met een verlies op de operationele activiteiten van 1,7 miljoen euro (begroot 2 miljoen euro verlies). Dit is het resultaat van een stevige taakstelling, die in 2019 was ingezet en zijn vruchten afwierp in 2020. Dankzij bijzondere baten sluit de jaarrekening 2020 met een nihil resultaat (2.000 euro winst). Het resultaat is als volgt opgebouwd: Resultaat zorgverlening (incl Corona-baten) Incidentele bate boekwinst verkoop pand Overige incidentele baten en lasten
€ € € €
-1.693.000 (negatief) 1.913.000 (positief) -218.000 (negatief) 2.000
2021 wordt (opnieuw) een jaar met onzekerheden. We hebben een begroting die sluit op een nul-resultaat, maar de huidige pandemie is daarbij een onzekere factor. Bij de JeugdzorgPlus zien we een verdere daling van het aantal aanmeldingen, wat financieel forse impact kan hebben. Over de toekomst van de JeugdzorgPlus in onze regio zijn we met de gemeenten in gesprek. De kosten houden we zoveel als mogelijk in de greep, maar wij zien bijvoorbeeld op dit moment dat het ziekteverzuim door Corona aan het stijgen is. Externe inhuur van personeel is dan onvermijdelijk. In dat verband is ook weer onduidelijk in hoeverre daar Corona-compensatie door de gemeenten/Rijk tegenover komt te staan.
M.A. Verhoef en N.D. de Koning Raad van Bestuur
Amsterdam, 27 mei 2021
Stichting Levvel
INHOUDSOPGAVE
Pagina
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11
Jaarrekening 2020 Balans per 31 december 2020 Resultatenrekening over 2020 Kasstroomoverzicht over 2020 Algemene Toelichting, grondslagen van waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans per 31 december 2020 Mutatieoverzicht immateriële vaste activa Mutatieoverzicht materiële vaste activa Mutatieoverzicht financiële vaste activa Overzicht langlopende schulden ultimo 2020 Toelichting op de resultatenrekening over 2020 Vaststelling en goedkeuring
3 4 5 6 13 21 22 23 24 25 29
2 2.1 2.2 2.3
Overige gegevens Statutaire regeling resultaatbestemming Nevenvestigingen Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
32 32 33
Stichting Levvel
1 JAARREKENING
Stichting Levvel
1 JAARREKENING
1.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2020 (na resultaatbestemming) Ref.
31-dec-20 €
31-dec-19 €
1 2 3
81.340 30.803.173 786.021 31.670.533
220.780 33.335.991 951.765 34.508.536
4 5 6 7
1.222.365 27.449.147 1.951.342 17.464.274 48.087.128
942.062 31.620.302 3.438.209 6.838.938 42.839.511
79.757.661
77.348.047
31-dec-20 €
31-dec-19 €
148.103 10.000 24.742.662 24.900.765
148.103 910.000 23.840.198 24.898.301
ACTIVA
Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBCzorgproducten Debiteuren en overige vorderingen Vorderingen uit hoofde van subsidies Liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal activa
Ref. PASSIVA
Eigen vermogen Kapitaal Bestemmingsreserves Algemene en overige reserves Totaal eigen vermogen
8
Voorzieningen
9
2.923.638
3.009.733
Langlopende schulden
10
14.516.317
15.469.987
11 12 13
2.673.117 2.533.646 32.210.178 37.416.941
1.652.758 1.449.866 30.867.403 33.970.027
79.757.661
77.348.047
Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) Onderhanden werk uit hoofde van jeugdzorg trajecten / gemeenten Schulden uit hoofde van subsidies Overige kortlopende schulden Totaal kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) Totaal passiva
Pagina 3
Stichting Levvel
1.2 RESULTATENREKENING OVER 2020
Ref.
2020 €
2019 €
Opbrengsten zorgprestaties, jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning
16
144.272.818
126.481.088
Subsidies
17
14.435.892
10.107.332
Overige bedrijfsopbrengsten
18
11.679.787
13.048.125
170.388.497
149.636.545
BEDRIJFSOPBRENGSTEN:
Som der bedrijfsopbrengsten
BEDRIJFSLASTEN: Personeelskosten
19
118.534.019
108.778.945
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
20
2.981.999
3.067.892
Bijzondere waardevermindering van vaste activa
21
0
210.975
Overige bedrijfskosten
22
48.433.754
40.952.330
Som der bedrijfslasten
169.949.772
153.010.141
BEDRIJFSRESULTAAT
438.725
-3.373.596
-436.261
-621.800
2.464
-3.995.396
2020 €
2019 €
2.464 0 2.464
-4.053.113 57.717 -3.995.396
Financiële baten en lasten
23
RESULTAAT
RESULTAATBESTEMMING Het resultaat is als volgt verdeeld: Toevoeging/(onttrekking): Algemene reserves Stichting Levvel Algemene reserves PI Research B.V.
Pagina 4
Stichting Levvel
1.3 KASSTROOMOVERZICHT OVER 2020 Ref. € Kasstroom uit operationele activiteiten Bedrijfsresultaat Aanpassingen voor: - afschrijvingen en overige waardeveranderingen - boekwinst materiële vaste activa - eigen vermogen - mutaties voorzieningen - aandeel resultaal deelneming
2020 €
€
438.725
20 2 9 23
2.981.998 -1.625.910 0 287.332 165.744
-3.373.596
3.859.939 0 238.289 -1.119.915 -57.717 1.809.164
Veranderingen in werkkapitaal: - vorderingen - vordering/schuld uit hoofde van onderhanden werk - vorderingen/schulden uit hoofde van subsidies - overige kortlopende schulden (excl. schulden aan banken)
5 4, 11 6, 12
4.171.155 740.056 2.570.647
13
3.243.546
Ontvangen interest Betaalde interest
23 23
4.471.016 -7.057.593 -7.510.593 3.169 0 -25.653 12.947.642
2 2
-1.028.624 2.436.250
3.169 -7.507.423
-4.586.492 188.732 1.407.626
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Kortlopende schuld aan bank Aflossing langlopende schulden Betaalde interest
-9.267.412 -1.222.061 -1.039.136
0 -25.653
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen materiële vaste activa Desinvesteringen materiële vaste activa
2.920.597
10.725.405 12.973.294
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
10 13 10 23
2019 €
2.000.000 -1.971.068 -2.953.670 -805.193
-4.397.760
1.247.950 1.971.068 -3.199.472 -700.244
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
-3.729.932
-680.698
Mutatie geldmiddelen
10.625.336
-12.585.881
6.838.938 17.464.274 10.625.336
19.424.819 6.838.938 -12.585.881
Stand geldmiddelen per 1 januari Stand geldmiddelen per 31 december Mutatie geldmiddelen
9 9
Toelichting: Er is gebruik gemaakt van de indirecte methode. Voor een nadere toelichting op mutatie geldmiddelen wordt verwezen naar 1.5 toelichting op de balans, referentie 7 - Liquide Middelen. In 2019 is een nieuwe lening ter hoogte van € 1.247.950 afgesloten. Deze lening verving 5 kleinere hypothecaire leningen. Het aflossingsbedrag en de opname van de nieuwe lening zijn in het kasstroomoverzicht gepresenteerd, maar vallen per saldo tegen elkaar weg. De kasstroommutatie voor aflossing van de langlopende schulden betrof in 2019 uiteindelijk € 1.951.222. De kortlopende schuld aan de bank betrof een Rekening Courant Multi Purpose faciliteit bij de ING bank, welke in april 2020 is omgezet naar een langlopende hypothecaire lening van 2 miljoen euro. De aflossing van de langlopende lening bevat een versnelde aflossing van 1,6 miljoen euro op 2 langlopende leningen van Triodos bank. Voor de uitvoering van de versnelde aflossing is een subsidie ontvangen die liep over de periode 2016 - 2020. Voor een nadere toelichting op de totale langlopende schulden wordt verwezen naar 1.9 overzicht leningen.
Pagina 5
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING ALGEMEEN Algemene gegevens en activiteiten Stichting Levvel is statutair gevestigd te Amsterdam en heeft haar feitelijke hoofdvestiging op Frederik Roeskestraat 73 te Amsterdam en is geregistreerd onder KvK-nummer 41.210.822. Stichting Levvel houdt zich bezig met het verlenen van jeugdzorg en is er voor jongens, meisjes en gezinnen die in de knel zitten bij het veilig en gezond opgroeien. Binnen de groep van Stichting Spirit - de Bascule hebben in 2020 de navolgende structuurwijzigingen plaatsgevonden: - Op 9 april 2020 is Stichting Levvel 5 opgericht en onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid gekomen van Stichting Spirit. Stichting Levvel 5 bevat onderdelen van het voormalige stichting Lijn 5 en richt zich op jeugdigen met complexe problemen en een licht verstandelijke beperking; - Op 30 juni is een deel van het vermogen en activiteiten (te weten de onderwijsactiviteiten) van Stichting De Bascule afgesplitst en ondergebracht in Stichting Levvel PI-scholen.
Vervolgens hebben op 1 juli de navolgende structuurwijzigingen plaatsgevonden: - De naam van Stichting Spirit - de Basscule is gewijzigd in Topstichting Levvel; - Stichting Spirit en Stichting de Bascule (na afsplitsing van de onderwijsactiviteiten) zijn gefuseerd, waarbij de jeugdzorgactiviteiten van Stichting de Bascule zijn overgegaan op Stichting Spirit en Stichting de Bascule door de fusie is opgehouden te bestaan; - De naam van Stichting Spirit (na fusie) is gewijzigd in Stichting Levvel. Het bestuur en de Raad van Toezicht zijn samengevoegd in de overkoepelende Topstichting. Het bestuur van Topstichting Levvel zal de jaarrekening opmaken en vaststellen en de leden van de Raad van Toezicht de jaarrekening goedkeuren. De jaarrekening 2020 van Stichting Levvel is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening 2020 van de Topstichting Levvel te Amsterdam. Verslaggevingsperiode en Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening heeft betrekking op het gehele boekjaar 2020, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2020. Zoals uit de jaarrekening is op te maken sloot 2019 met een negatief en 2020 met een nihil resultaat. Eind 2019 is begonnen met de begroting 2020 die aanzienlijke taakstellingen bevat. De begroting 2021 sluit voor Stichting Levvel met een neutraal resultaat.
De liquiditeitspositie wordt 2-wekelijks geactualiseerd en voorzien van een prognose voor het komende half jaar om de korte termijn positie nauwkeurig te blijven volgen. Een lange termijn prognose is gekoppeld aan de begroting en benoemde taakstellingen en omdat ervan uit wordt gegaan dat deze structureel weer dekkend zal zijn, zal ook de liquiditeitspositie structureel op orde zijn. Bij Stichting Levvel was sprake van financiële gevolgen van de COVID-19 pandemie. Deze zijn echter voldoende gecompenseerd door de diverse regelingen voor compensatie van omzetderving en meerkosten. Ook voor 2021 zijn compensatieregelingen beschikbaar voor de compensatie van omzetderving en meerkosten. De continuïteit komt mede door de compensatieregelingen niet in gevaar, derhalve is de jaarrekening opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling De COVID-19 pandemie heeft in 2020 een significante impact op de bedrijfsvoering gehad. Er zijn in 2020 extra kosten gemaakt voor het testen van patiënten en medewerkers, extra beschermingsmiddelen en –maatregelen, het op niveau houden van de personele bezetting, schoonmaakkosten et cetera. Ook was sprake van uitval van zorg met omzetderving. Zo was vanwege COVID-19 sprake van minder instroom voor de Jeugdzorg+ dan normaal.
De (meer)kosten en gederfde omzet zijn in bepaalde mate gecompenseerd via steunmaatregelen door de gemeenten in de vorm van compensatieregelingen. De financiële verantwoording van hogere kosten, lagere opbrengsten en steunmaatregelen leidt tot jaarverslaggeving die op onderdelen onvergelijkbaar is met verslaggeving onder ‘normale’ omstandigheden. Stichting Levvel heeft gebruik gemaakt van de volgende regelingen voor het compenseren van de financiële gevolgen van COVID-19: - Wet Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdwet ; • Brieven VNG 25 maart 2020, 3 april 2020, 16 april 2020 en de notities uitwerking afspraken meerkosten (3 juni 2020) en notitie rechtmatigheid (5 juni 2020); - Subsidieregeling Zorgbonus. De bedragen zijn bepaald in overeenstemming met de uitgangspunten van de betreffende regelingen. Waar mogelijk op basis van een registratie van de betreffende posten. Was dit echter niet mogelijk dan is gebruik gemaakt van schattingen, overeenkomstig de betreffende regelingen. De meerkosten zijn waar mogelijk specifiek toegerekend aan de betreffende financieringsstromen en voor het overige pro rata toegerekend op basis van (omzet, cliënten, medewerkers etc.). Op het eindresultaat voor het boekjaar is door ons een toets gedaan om vast te stellen of deze redelijk is en of geen sprake is van onderof overcompensatie.
De conclusie hieruit is dat wij van mening zijn dat sprake is van een passend resultaat en er geen sprake is van onder- of overcompensatie. Voor het uitvoeren van de toets is gebruik gemaakt van de bijlage coronacompensatie zoals ontwikkeld door de sector. Deze bijlage ligt ten kantore en kan worden opgevraagd door onze financiers van de opbrengststromen. Voor zover de effecten van de COVID-19 kosten en compensatieregelingen significant en kwantificeerbaar zijn, zijn de betreffende posten in de jaarrekening nader toegelicht bij de toelichting op de balans (1.5) en de toelichting op de resultatenrekening (1.10). De onzekerheden die gepaard gaan met de gemaakte inschattingen zijn toegelicht onder de post “Niet in de balans opgenomen verplichtingen, activa en regelingen” en daarbinnen het onderdeel “onzekerheden opbrengstverantwoording” (1.5 punt 15). Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi (RvW), alsmede Titel 9 BW 2 en RJ 655. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en het resultaat zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.
Vergelijking met voorgaand jaar De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
Pagina 6
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING ALGEMEEN GRONDSLAGEN VAN WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA Consolidatie In de geconsolideerde jaarrekening van Topstichting Levvel zullen de financiële gegevens verwerkt worden van de tot de groep behorende maatschappijen en andere rechtspersonen waarop overwegende zeggenschap kan worden uitgeoefend of waarover de centrale leiding wordt gevoerd. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin Topstichting Levvel direct of indirect overheersende zeggenschap kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enige andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum. De financiële gegevens van de groepsmaatschappijen en de andere in de consolidatie betrokken rechtspersonen en vennootschappen zijn volledig in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen onder eliminatie van de onderlinge verhoudingen en transacties. Belangen van derden in het vermogen en in het resultaat van groepsmaatschappijen, zijn afzonderlijk in de geconsolideerde jaarrekening tot uitdrukking gebracht.
Hoewel twee rechtspersonen vallen onder stichting Levvel, te weten stichting Levvel 5 en PI Research B.V., vindt er geen consolidatie plaats op het niveau van Stichting Levvel, deze vindt uiteindelijk plaats via de geconsolideerde jaarrekening van de Topstichting. Er wordt derhalve gebruik gemaakt van de vrijstelling van tussenconsolidatie conform art. 408. Verbonden partijen Transacties tussen de verbonden partijen verlopen, voor zover niet direct afgerekend, via de rekening courant. Opbrengsten en kosten maken onderdeel uit van de exploitatie, er is geen sprake van een consolidatieverplichting. Stichting Levvel heeft de volgende verbonden stichtingen en vennootschappen: 1) Topstichting Levvel, gevestigd te Amsterdam. Alle formele bestuurlijke besluitvorming valt onder de verantwoordelijkheid van de Topstichting Levvel, waarin het bestuur en de Raad van Toezicht in is geïntegreerd. De Topstichting verleent zelf geen hulp. Verrekening van vorderingen en schulden vindt op basis van een rekening-courant verhouding plaats, er vinden geen betalingen plaats. 2) Zorginstelling Stichting Levvel 5, gevestigd te Amsterdam. Levvel5 is een gespecialiseerde jeugdzorgorganisatie, werkzaam in Noord-Holland. De organisatie is ontstaan door een overname van Lijn5 in Noord-Holland door stichting Levvel (toen nog Stichting Spirit).
De stichting is er voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking en vaak ernstige (gedrags)problemen. De onderlinge transacties komen voort uit de fase van de opstart van de stichting en het beschikbaarstellen van de directeur door Stichting Levvel 5. 3) Stichting Levvel PI-scholen. PI-scholen zijn er voor kinderen met een verstoorde leer- of persoonlijkheidsontwikkeling, complexe sociaal-emotionele, contactuele en/of cognitieve problemen. Diagnostiek, onderwijs en behandeling, onderzoek, expertise zijn de functies die PI-scholen (scholen verbonden aan een pedologisch instituut) vervullen. Stichting Levvel PI-scholen is ontstaan na een afsplitsing van voormalig stichting De Bascule. PI scholen neemt diverse diensten af van Stichting Levvel, waarvoor een 'fee' via de rekening courant voor wordt doorbelast. 4) PI-Research B.V. te Amsterdam (Stichting Levvel is 100% aandeelhouder). PI research B.V. is een centrum voor onderzoek, innovatie en opleiding gericht op de ontwikkeling, opvoeding en behandeling van kinderen en jeugdigen. De onderlinge transacties hebben betrekking op onderlinge inzet van medewerkers. Verrekening vindt plaats via onderlinge facturatie. 5) Stichting Burgerweeshuis Roomsch Catoliek Jongens Weeshuis (stichting BWRCJW), gevestigd te Amsterdam.
Stichting BWRCJW heeft ten doel het beheren van en beschikken over het vermogen van de stichting ten behoeve van het financieel ondersteunen van de jeugdzorg. Stichting Levvel verzorgt onder andere het beheer en onderhoud van de eigendomspanden van Stichting BWRCJW en de administratie. Aan de hand van ingediende projectplannen ten behoeve van vernieuwingprojecten in de jeugdzorg kent Stichting BWRCJW jaarlijks een bijdrage vast. 6) De PITS keuken, gevestigd te Amsterdam. Dit is een lunchroom en cateringbedrijf. De Pits biedt stageplaatsen en leerwerkplekken aan jongeren die soms net dat beetje meer zorg en aandacht nodig hebben. Jongeren kunnen onder begeleiding van een erkend leermeester het horecavak leren en werknemersvaardigheden opdoen. Medewerkers van Stichting Levvel bieden ondersteuning in het plaatsen en begeleiden van jongeren bij De Pits. De onderlinge transacties komen voornamelijk voort uit het detacheren van personeel van Stichting Levvel aan De Pits keuken. 7) Samen Doen, gevestigd te Amsterdam. Samen Doen is gericht op huishoudens die met complexe, domeinoverstijgende problematiek te kampen hebben. De uitvoering vindt plaats in samenwerking met 17 zorgaanbieders die hiervoor contracten hebben afgesloten met gemeente Amsterdam.
Het management van de Samen Doen-teams is vanuit de gemeenten Amsterdam in 2019 overgedragen aan een samenwerkingsverband van 6 zorgaanbieders. Stichting Levvel is penvoerder en levert diverse administratieve en ondersteunende diensten. De onderlinge transacties hebben voornamelijk betrekking op de bijdragen van Samen Doen aan Stichting Levvel voor de inzet / inbreng van personeel. 8) Two2Tango coöperatie U.A., gevestigd in Amstelveen. Dit is een online platform dat voorziet in passende informatie, doorverwijzing en begeleiding voor mensen die uitdagingen ervaren in hun relatie. Dit beperkt zich niet alleen online, maar kan gecombineerd worden met professionele begeleiding vanuit ervaringsdeskundigen en hulpverleners. Two2Tango is een samenwerkingsverband van zeven organisaties, waarvan Stichting Levvel één van de deelnemers is binnen de coöperatie. Er zijn geen transacties met verbonden partijen aangegaan die niet onder normale marktvoorwaarden hebben plaatsgevonden. Activa en passiva Activa en passiva worden tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs opgenomen, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de de geamortiseerde kostprijs. Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.
Een actief wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en het actief een kostprijs of een waarde heeft waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa. Een verplichting wordt in de balans verwerkt wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling zal plaatsvinden op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen. Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten.
Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar waarschijnlijk in de praktijk zullen voordoen, en niet op voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich voordoen.
Pagina 7
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING GRONDSLAGEN VAN WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA Activa en passiva - vervolg Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de winst-en-verliesrekening opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Indien de weergave van de economische realiteit ertoe leidt dat het opnemen van activa waarvan de rechtspersoon niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit feit vermeld. De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat ook de functionele valuta is van zorginstelling Stichting Levvel. Grondslag inzake gebeurtenissen na balansdatum Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening. Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt.
Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening. Immateriële en materiële vaste activa De immateriële en materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen, op 1 uitzondering na. De uitzondering betreft de locatie Biesbosch welke wordt gewaardeerd tegen actuele waarde (opbrengstwaarde) waarover geen afschrijving plaatsvindt. Dit betreft vastgoed wat niet voor eigen gebruik is ingezet. De uitgaven na eerste verwerking van een gekocht of zelf vervaardigd immaterieel vast actief worden toegevoegd aan de verkrijgings- of vervaardidingsprijs als het waarschijnlijk is dat de uitgaven zullen leiden tot een toename van de verwachte toekomstige ecenomische voordelen en de uitgaven en de toerekening aan het actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor activering worden de uitgaven verantwoord als kosten in de winst-en-verliesrekening. De afschrijvingstermijnen van immateriële en materiële vaste activa zijn gebaseerd op de verwachte economische levensduur van het vast actief.
In het geval dat de betaling van de kostprijs van een materieel vast actie plaatsvindt op grond van een langere dan normale betalingstermijn, wordt de kostprijs van het actief gebaseerd op de contante waarde van de verplichting. In het geval dat materiële vaste activa worden verworven in ruil voor een niet-monetair actief, wordt de kostprijs van het materieel vast actief bepaald op basis van de reële waarde voor zover de ruiltransactie leidt tot een wijziging in de economische omstandigheden en de reële waarde van het verworven actief of van het opgegeven actief op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de verkrijgings- of vervaardigingsprijs volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op bedrijfsterreinen en op vaste activa in ontwikkeling en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd: • Bedrijfsgebouwen, grond, verbouwingen en terreinen: 0% - 33% (hoofdzakelijk 6,67%, afwijkingen vanwege geschatte levensduur). • Machines en installaties: 4 - 20% (hoofdzakelijk 6,67% in lijn met bijbehorend pand, afwijkingen vanwege geschatte levensduur). • Andere vaste bedrijfsmiddelen: 5 - 33% (variatie vanwege de mix in inrichting en ICT middelen).
Investeringssubsidies: Voor zover investeringssubsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen zijn ontvangen als eenmalige bijdrage, zijn deze in mindering gebracht op de investeringen. Voor het oudbouw-deel van de Koppeling (Tafelbergweg) is een nieuw plan ontwikkeld en wordt de start voorbereid. Vooruitlopend op de vaststellingen daarvan zijn diverse subsidies ontvangen. Op deze subsides zijn in mindering gebracht de kosten die in 2019 en 2020 gemaakt zijn. Deze zijn in de jaarrekening nader toegelicht. Bijzondere waardeverminderingen Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde.
Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief of kasstroom genererende eenheid geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs. Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode, doch niet lager dan nihil. Invloed van betekenis wordt in ieder geval verondersteld aanwezig te zijn bij het kunnen uitbrengen van 20% of meer van de stemrechten.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, waarbij ook leningen aan deze deelneming worden betrokken (nettoinvestering), wordt deze op nihil gewaardeerd. Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening. Indien waardering tegen nettovermogenswaarde niet kan plaatsvinden doordat de hiervoor benodigde informatie niet kan worden verkregen, wordt de deelneming gewaardeerd volgens het zichtbaar eigen vermogen. Bij de vaststelling of er sprake is van een deelneming waarin de instelling invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, wordt het geheel van feitelijke omstandigheden en contractuele relaties (waaronder eventuele potentiële stemrechten) in aanmerking genomen.
Pagina 8
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING GRONDSLAGEN VAN WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA Financiële vaste activa - vervolg De leningen aan deelnemingen worden initieel opgenomen tegen reële waarde. De grondslagen voor overige financiële vaste activa zijn opgenomen onder het kopje Financiële Instrumenten. Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld. Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende post. Eventuele winsten of verliezen worden verantwoord onder de financiële baten en lasten. Kapitaalbelangen die niet worden aangemerkt als deelneming worden onder de effecten gerubriceerd. Indien de deelnemende rechtspersoon een actief of een passief overdraagt aan een deelneming die volgens de vermogensmutatiemethode wordt gewaardeerd, wordt de winst of het verlies voortvloeiend uit deze overdracht naar rato van het relatieve belang dat derden hebben in de deelnemingen verwerkt (proportionele resultaatsbepaling). Een verlies dat voortvloeit uit de overdracht van vlottende activa of een bijzondere waardevermindering van vaste activa wordt wel volledig verwerkt.
Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de instelling en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, worden geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Onderhanden werk uit hoofde van DBC's / DBC-zorgproducten (zorgverzekeraars) De onderhanden projecten uit hoofde van de DBC's worden gewaardeerd op basis van de verwachte opbrengstwaarde van het deel van de DBC's dat op 31 december 2020 is geleverd. Op de onderhanden projecten worden de aan die productie gerelateerde voorschotten die ontvangen zijn van verzekeraars of gemeenten in mindering gebracht. Indien daar aanleiding toe is, wordt een voorziening in mindering gebracht op het onderhanden werk. Onderhanden trajecten jeugdzorg Onderhanden trajecten jeugdzorg worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, zijnde de kostprijs van de reeds bestede verrichtingen, of tegen de opbrengstwaarde van de trajecten indien deze lager is. De productie van de onderhanden trajecten is bepaald door de openstaande verrichtingen te koppelen aan de trajecten die ultimo boekjaar openstonden. Op de onderhanden trajecten worden eventuele voorschotten of in rekening gebrachte kosten in mindering gebracht. Indien het totaal van alle onderhanden werk/zorgtrajecten een debetstand vertoont, wordt het totaalsaldo gepresenteerd onder de vlottende activa.
Indien het totaal van alle onderhanden werk/zorgtrajecten een creditsaldo vertoont, wordt het totaalsaldo gepresenteerd onder de kortlopende schulden. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Waardering van de vlottende activa wordt aangepast naar actuele waarde als deze lager is dan de waardering o.b.v. verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen die naar verwachting langer dan 12 maanden niet ter beschikking staan van de onderneming, worden gerubriceerd als financiële vaste activa.
Financiële instrumenten en risicobeheersing Stichting Levvel maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de onderneming blootstelt aan marktrisico inclusief valutarisico, reële waarde, kasstroomrenterisico en prijsrisico, renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft Stichting Levvel een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties te beperken. Marktrisico Stichting Levvel loopt geen valutarisico's. Alle transacties vinden plaats in euro's. Renterisico Stichting Levvel loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder de liquide middelen) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Stichting Levvel risico ten aanzien van toekomstige kasstromen; met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Stichting Levvel risico's over de reële waarde als gevolg van wijzigingen in de marktrente. De Stichting maakt geen gebruik van financiële derivaten om deze rente- en kasstroomrisico's af te dekken. Kredietrisico Stichting Levvel heeft geen significante concentraties van kredietrisico's.
De geleverde zorg wordt voornamelijk gedeclareerd bij overheidsinstanties of verzekeraars waarvan de kredietwaardigheid niet ter discussie staat. De liquide middelen staan uit bij banken die minimaal een A-rating hebben. Liquiditeitsrisico Stichting Levvel maakt voor haar geldzaken overwegend gebruik van twee grote banken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten. Overige risico’s Voor onze inschattingen inzake toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving in de jeugdzorg verwijzen wij naar de paragraaf inzake de continuïteitsveronderstelling in de grondslagen hierboven.
Pagina 9
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING GRONDSLAGEN VAN WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA Eigen vermogen Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen Kapitaal, Bestemmingsreserves en Algemene Reserves. Kapitaal Onder kapitaal is opgenomen het bij oprichting van de Stichting De Bascule ingebracht kapitaal. Dit is na de jurische fusie overgegaan naar Stichting Levvel. Algemene reserve De algemene reserve staan ter vrije beschikking van het bestuur van Stichting Levvel. Bestemmingsreserves Het gedeelte van het eigen vermogen dat is afgezonderd, omdat daaraan middels bestuursbesluit een beperktere bestedingsmogelijkheid is gegeven, wordt aangemerkt als bestemmingsreserve. Stichting Levvel heeft een deel van het eigen vermogen afgezonderd omdat daaraan een beperktere bestedingsmogelijkheid is gegeven. Aanwending van bestemmingsreserves Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsreserves worden in de staat van baten en lasten verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve gebracht.
Voorzieningen Algemeen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan en die het gevolg zijn van een gebeurtenis uit het verleden, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting en verliezen af te wikkelen, tenzij het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is, of de voorziening binnen een jaar afloopt: dan wordt de voorziening gewaardeerd tegen nominale waarde. De rentemutatie van voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde is verantwoord als interestlast. De disconteringsvoet voor belastingen waartegen contant wordt gemaakt, geeft de actuele marktrente weer. Het effect van de discontering is € 639.221. Voorgaand jaar was de disconteringsvoet 4% of er was sprake van nominale waardering. Door wijziging van de disconteringsvoet zijn de voorzieningen afgenomen met € 373.427 Voorziening jubilea-uitkeringen De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd.
De gehanteerde disconteringsvoet bedraagt 4%. Voorziening persoonlijk budget levensfase De voorziening persoonlijk budget levensfase (PBL) betreft een voorziening uit hoofde van CAO verplichtingen voor de in de komende jaren bovenop de reguliere PBL-uren extra toe te kennen PBL-uren waar werknemers die op 31-12-2009 45 jaar of ouder waren volgens de overgangsregeling rechten voor hebben opgebouwd. De berekening is gebaseerd op de beste schatting van de contante waarde van de verplichting volgens de CAO-bepalingen (werknemers waarop de regeling van toepassing is, PBL-rechten), salarissen, verwachte salarisstijging, blijfkansen en leeftijden. De gehanteerde disconteringsvoet bedraagt 4%. Voorziening DBC's (Zvw-zorg 18+) Het zelfonderzoek en de onduidelijkheden over het definitieve landelijke normenkader brengen risico`s voor de ZVW-opbrengsten met zich mee betreffende de juistheid, volledigheid en afgrenzing van de DBC omzet en DBC omzetgerelateerde posten. Vanwege de risico’s zijn nuanceringen in de omzet aangebracht. Om de omvang te bepalen van deze onzekerheden is gebruik gemaakt van de bevindingen uit de interne controle werkzaamheden, resultaten materiële controles uit het verleden en de vergelijking van contractafspraken en verwachtingen. Vanuit deze inventarisaties is de impact en een risicobedrag bepaald.
De omvang en het moment van afwikkeling van de voorziening blijft vanwege de onduidelijkheden, ondanks de inventarisaties, onzeker. Ultimo 2020 bestaat de omvang van de voorziening alleen uit bedragen die voortvloeien uit de vergelijking van contractafspraken en verwachtingen, de resultaten van de bevindingen uit de interne controle werkzaamheden en de resultaten materiële controles uit het verleden hebben niet geleid tot het treffen van een voorziening. Langlopende en kortlopende schulden Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij de eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamotiseerde kostprijs. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder langlopende schulden en aldaar nader toegelicht. Leasing De instelling kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases.
Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Classificatie van de lease vindt plaats op het tijdstip van het aangaan van de betreffende leaseovereenkomst. Financiële leases Als de instelling optreedt als lessee in een financiële lease, wordt het leaseobject (en de daarmee samenhangende schuld) bij de aanvang van de leaseperiode in de balans verwerkt tegen de reële waarde van het leaseobject of, indien deze lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Beide waardes worden bepaald op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst. De toegepaste rentevoet bij de berekening van de contante waarde is de impliciete rentevoet. Indien deze rentevoet praktisch niet te bepalen is, wordt de marginale rentevoet gehanteerd. De initiële directe kosten worden opgenomen in de eerste waardering van het leaseobject. De grondslagen voor de vervolgwaardering van het leaseobject zijn beschreven onder het hoofd Materiële vaste activa. Als geen redelijke zekerheid bestaat dat de instelling eigenaar van een leaseobject zal worden aan het einde van de leaseperiode, wordt het object afgeschreven over de kortste termijn van de leaseperiode of de gebruiksduur van het object. De minimale leasebetalingen worden gesplitst in rentelasten en aflossing van de uitstaande leaseverplichting.
De rentelasten worden gedurende de leaseperiode zodanig toegerekend aan elke periode dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over de resterende netto-verplichting met betrekking tot de financiële lease. Voorwaardelijke leasebetalingen worden als last verwerkt in de periode dat aan de voorwaarden tot betaling wordt voldaan.
Pagina 10
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING GRONDSLAGEN VAN WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA Leasing - vervolg Operationele leases Als de instelling optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd . Vergoedingen die worden ontvangen als stimulering voor het afsluiten van een overeenkomst worden verwerkt als een vermindering van de leasekosten over de leaseperiode. Leasebetalingen en vergoedingen inzake operationele leases worden lineair over de leaseperiode ten laste respectievelijk ten gunste van de resultatenrekening gebracht, tenzij een andere toerekeningsystematiek meer representatief is voor het patroon van de met het leaseobject te verkrijgen voordelen. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING Algemeen Voor zover niet anders is vermeld, geschiedt de waardering tegen nominale waarde c.q. historische kostprijs. Baten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Het exploitatieresultaat wordt gebaseerd op het verschil tussen baten over het boekjaar enerzijds en lasten over het boekjaar anderzijds. Baten (waaronder nagekomen subsidie aanpassingen) en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend. In het geval van een geconstateerde fout in voorgaande boekjaren wordt foutherstel toegepast. Opbrengsten De opbrengsten uit dienstverlening worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten (onder de voorwaarde dat het resultaat betrouwbaar kan worden geschat, dit indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het bedrag kan op betrouwbare wijze worden bepaald; b. waarschijnlijke economische voordelen; c. de mate waarin de dienstverlening op de balansdatum is verricht kan op betrouwbare wijze worden bepaald; en d. gemaakte kosten en kosten die nog moeten worden gemaakt kunnen betrouwbaar worden bepaald; als dat niet kan dan opbrengsten slechts verwerken tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening).
De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord. Opbrengsten zorgverzekeringswet / DBC-omzet Bij het bepalen van de DBC-omzet heeft Stichting Levvel de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling gevolgd zoals opgenomen in de Handreiking omzetbepaling curatieve GGz 2013 (hierna: Handreiking GG 2013) voor zover nog van toepassing. Door de systeemcomplexiteit en landelijke problematiek is sprake van onzekerheden in de omzetverantwoording vanuit de zorgverzekeringswet (zorgverzekeraars, 18+) in de jaarrekening. Het hiermee samenhangende risico wordt vanaf schadelastjaar 2015 beperkt door de overgang van een groot deel van de omzet (> 90%) naar de gemeenten. Deze generieke landelijke risico’s en onduidelijkheden zijn voor een deel opgelost door uitvoering en afwikkeling van materiële controles en bilaterale afspraken met zorgverzekeraars. Omzet jeugdzorg / subsidies Onder (subsidies) jeugdzorg worden de baten verantwoord uit hoofde van geleverde prestaties op het gebied van verleende jeugdzorg. Als realisatiemoment geldt het moment waarop de betreffende prestaties zijn gerealiseerd en op grond van de geldende voorschriften of richtlijnen gedeclareerd kunnen worden bij de subsidiegever.
Overige bedrijfsopbrengsten De overige bedrijfsopbrengsten kunnen worden verdeeld in opbrengsten voor het leveren van goederen en opbrengsten voor het leveren van diensten. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties. Personeelskosten Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voorzover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit. De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de instelling. Voor de beloningen met opbouw van rechten (sabbatical leave, gratificaties e.d. ) worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen.
Een verwachte vergoeding ten gevolge van gratificaties worden verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Ontslagvergoedingen Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de onderneming zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgens dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen.
Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen. Pensioenen Stichting Levvel heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Levvel. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn of ABP. Stichting Levvel betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat.
Pagina 11
Stichting Levvel
1.4 ALGEMENE TOELICHTING & GRONDSLAGEN VAN WAARDERING EN RESULTAATBEPALING GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING Pensioenen - vervolg Per 1 januari 2015 gelden er nieuwe regels voor pensioenfondsen. Daarbij hoort ook een nieuwe berekening van de dekkingsgraad (de beleidsdekkingsgraad): het is een gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Door een gemiddelde te gebruiken zal de beleidsdekkingsgraad nu minder sterk schommelen. Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om financiële buffers te hebben: extra geld voor tijden dat het financieel slechter gaat. De pensioenregels schrijven voor dat de beleidsdekkingsgraad 128% moet zijn. Dan hebben zij voldoende financiële buffers. Ook is wettelijk bepaald dat de beleidsdekkingsgraad niet langer dan 5 jaar onder 104,2% mag liggen. Is de beleidsdekkingsgraad lager dan 128% of is de beleidsdekkingsgraad langer dan 5 jaar lager dan 104,2% dan moeten de pensioenfondsen een herstelplan opstellen om binnen maximaal 10 jaar weer een dekkingsgraad van minimaal 128% te krijgen. De beleidsdekkingsgraad eind december 2020 is 88,3% bij het PFZW (bron: www.pfzw.nl) en 93,2% bij het ABP (bron: www.abp.nl). Beide pensioenfondsen verwachten aan de norm te kunnen voldoen en voorzien geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren.
Levvel heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Levvel heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Afschrijvingen (Im)materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn inbegrepen onder de overige opbrengsten. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa en de terugname hiervan worden onder deze rubriek verantwoord. Zie verder de toelichting op deze post in paragraaf Materiële vaste activa. Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Financiële baten en lasten De financiële baten en lasten betreffen van derden ontvangen (te ontvangen) en aan derden betaalde (te betalen) interest.
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen. Uitgangspunten Sociaal Domein Bij het bepalen van de Wmo-omzet en of Jeugdwet-omzet heeft stichting Levvel de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling gevolgd zoals bovenstaand opgenomen. Met ingang van 2015 is als gevolg van de transitie een deel van de toenmalige AWBZ en ZVW zorg overgeheveld van de zorgkantoren respectievelijk de zorgverzekeraars naar de gemeenten (‘decentralisatie’). Het landelijke ISD-protocol is gevolgd bij de controle van de productieverantwoordingen. Alle gemeenten hebben eind maart 2020 de accountantsverklaring ontvangen naar aanleiding van deze controle conform het ISD protocol en productieverantwoordingen zijn per gemeente opgemaakt en verstrekt. Een aantal gemeenten hebben een eigen controleprotocol opgesteld dat op detailpunten afwijkt van het ISD protocol. Deze gemeenten hebben naast productie overzichten die volgen uit het ISD protocol en de ISD controlepunten aanvullende informatie ontvangen die niet van een separate accountantsverklaring is voorzien.
Daar waar hierdoor extra risico's voor de inbaarheid van facturen worden ingeschat wordt een voorziening gevormd voor oninbaarheid van debiteuren/gemeenten. GRONDSLAGEN VAN SEGMENTERING Voor de jaarrekening is geen segmentatie van toepassing. GRONDSLAGEN VOOR DE OPSTELLING VAN HET KASSTROOMOVERZICHT Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasingcontract zijn voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten. GRONDSLAGEN VOOR GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.
Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening. WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN (WNT) Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft Stichting Levvel zich gehouden aan de Beleidsregels toepassing WNT en deze als normenkader bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerd. De toelichting op de bezoldiging van de leidinggevende topfunctionarissen en toezichthoudende topfunctionarissen is opgenomen in de jaarrekening van Topstichting Levvel.
Pagina 12
Stichting Levvel
1.5 TOELICHTING OP DE BALANS ACTIVA 1. Immateriële vaste activa 31-dec-20 €
31-dec-19 €
Software Licenties
81.340
220.780
Totaal immateriële vaste activa
81.340
220.780
2020 €
2019 €
Boekwaarde per 1 januari Bij: investeringen Af: afschrijvingen
220.780 0 139.440
360.220 0 139.440
Boekwaarde per 31 december
81.340
220.780
De specificatie is als volgt:
Het verloop van de immateriële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven:
Toelichting: Voor een nadere specificatie van het verloop van de immateriële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder 1.6. Voor de aanschaf van Microsoft licenties is in 2016 een contract afgesloten waarop een afschrijvingstermijn van 5 jaar wordt gehanteerd.
2. Materiële vaste activa De specificatie is als volgt:
31-dec-20 €
31-dec-19 €
Bedrijfsgebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa
26.296.927 1.116.155 3.294.993 95.097
28.046.775 1.279.351 3.920.193 89.672
Totaal materiële vaste activa
30.803.172
33.335.991
2020 €
2019 €
Boekwaarde per 1 januari Bij: investeringen Af: afschrijvingen Af: bijzondere waardeverminderingen Af: desinvesteringen
33.335.991 1.120.080 2.842.559 0 810.340
32.603.431 4.699.510 2.928.453 210.975 827.521
Boekwaarde per 31 december
30.803.172
33.335.991
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven:
Toelichting: Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder 1.7. Diverse panden zijn als zekerheid gesteld voor de langlopende schulden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het overzicht van de langlopende leningen in bijlage 1.9. De materiële vaste activa dienen voor een bedrag van EUR 36.790.000 (2018: EUR 35.790.000) als onderpand voor schulden aan kredietinstellingen. Er zijn geen materiële vaste activa als garantie voor leningen geborgd via het Waarborgfonds voor de Zorg (WFZ). Investeringen: De investeringen die plaatsvinden, hebben betrekking op verbouwingen van locaties en aanschaf /vervanging van installaties, inventaris en automatisering. Verschil met 2019 komt mede door het aanschaffen van een pand in dat jaar. Desinvesteringen: In 2020 zijn 3 verblijfslocatie verkocht, het restant boekwaarde is als desinvestering verwerkt en in mindering gebracht van de verkoopwaarde. Afschrijvingen: Er hebben geen wijzigingen plaatsgevonden op de gehanteerde afschrijvingspercentages. De verlaging van de afschrijvingskosten is een rechtstreeks gevolg van de verkoop van panden die hebben plaatsgevonden.
Pagina 13
Stichting Levvel
1.5 TOELICHTING OP DE BALANS ACTIVA 3. Financiële vaste activa De specificatie is als volgt:
31-dec-20 €
31-dec-19 €
Deelnemingen in groepsmaatschappijen
786.021
951.765
Totaal financiële vaste activa
786.021
951.765
2020 €
2019 €
Boekwaarde per 1 januari Resultaat deelnemingen
951.765 -165.744
894.048 57.717
Boekwaarde per 31 december
786.021
951.765
Het verloop van de financiële vaste activa is als volgt:
Toelichting: Voor een nadere specificatie van het verloop van de financiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder 1.8.
Toelichting op belangen in andere rechtspersonen of vennootschappen: Naam en rechtsvorm en woonplaats rechtspersoon