CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Toegevoegd na oordeelsvorming: Bijlage 4_Evaluatie Verordening 2025

Raad (besluitvormend) 9 december 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen actualisatie verordening sociaal domein3.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie wijzigingen Verordening 2025 Inleiding Op 25 maart 2025 heeft de gemeenteraad van Veldhoven de geactualiseerde Verordening Sociaal Domein vastgesteld. De ingangsdatum van deze verordening is (terugwerkende kracht) 1 januari 2025. Hierbij heeft de raad aangegeven graag binnen een jaar een evaluatie te ontvangen van wijzigingen van de Verordening. Met name de budgettaire consequenties en de invloed van de zelfredzaamheid van de inwoner moeten hierbij onderzocht worden. Kernboodschap Voor iedere gewijzigde bepaling in de Verordening Sociaal Domein is in een overzicht aangegeven of er nadelige gevolgen zijn voor het budget of de zelfredzaamheid van de inwoner. De Verordening Sociaal Domein wordt regelmatig geactualiseerd. Hierin worden wettelijke wijzigingen en lokale wensen in meegenomen. Voor het jaar 2026 is actualisatie wederom nodig. De uitkomsten van deze evaluatie zullen worden meegewogen. Conclusie Ten tijde van het opmaken van deze evaluatie wordt er nog maar een paar maanden met de gewijzigde bepalingen gewerkt in de uitvoering. Er zijn daarom nog niet voldoende ervaringen om een representatieve evaluatie te geven. Wel kan een indruk van de afgelopen maanden gegeven worden. Uit het overzicht blijkt dat alle gewijzigde bepalingen bijdragen aan het beoogde doel van die wijziging. Alle wijzigingen vinden tot zover plaats binnen de daarvoor bestemde budgetten.

Er hebben de afgelopen maanden geen situaties voorgedaan waarbij de gewijzigde bepalingen nadelig uit zouden pakken voor een inwoner met een ondersteuningsvraag.

Hoofdstuk

Domein (Jeugdwet / Wmo / PW / IOAW / IOAZ / Wgs / Awb / WI / Llv)

Wijziging 2025

Onderbouwing

In 2024 zijn de kernwaarden van de gemeente en de Visie op sociaalmaatschappelijke ontwikkeling vastgesteld door de gemeenteraad. Deze kernwaarden en Visie zijn verwerkt in de Verordening Sociaal Domein Veldhoven De Sociaal Medische Indicaties worden overgeheveld van Werk en Inkomen naar Jeugd. Dit artikel is daarom opgenomen in het hoofdstuk Jeugd.

1

Inleiding

Paragraaf 1.2 Kernwaarden van de gemeente Paragraaf 1.3 Pijlers van de Visie op sociaal- maatschappelijke ontwikkeling

3

Jeugdwet

Artikel 3.3 Kinderopvang en Sociaal Medische Indicatie (SMI)

Realisatie Geef aan of het beoogde doel van wijziging behaald wordt Geef aan of de wijziging binnen het gestelde budget blijft Geef aan of er een (onwenselijk) neveneffect is

Doel van de wijziging is behaald. De wijziging heeft geen budgettaire gevolgen. Er is geen neveneffect van deze wijziging.

Op dit moment betreft het twee cliënten waarvoor we volgens de nieuwe werkwijze handelen. Bij één van hen gaat het om een afgebakende voortzetting van een bestaande voorziening. Hierdoor is het mogelijk nog te vroeg om de werkwijze al te evalueren. Een al zichtbaar voordeel is dat de kinderopvang voortaan geïnformeerd is wanneer een kind opvang ontvangt op basis van SMI. Dit stelt hen in staat om extra alert te zijn op de ontwikkeling van het kind, wat een positieve bijdrage levert aan diens welzijn.

3

Jeugdwet

Artikel 3.5 Afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 mei 2024 drie uitspraken gedaan over de eigen kracht in het kader van de Jeugdwet. De uitwerking van de eigen kracht moet in de Verordening. Deze stond tot op heden alleen in de beleidsregels.

De wijziging heeft vooralsnog geen budgettaire gevolgen. Er is vooralsnog geen neveneffect van deze wijziging. Doel is deels behaald. Het afwegingskader biedt handvatten voor de uitvoering om eigen kracht van een jeugdige of ouder te beoordelen, maar verdient nog nadere aanscherping zodat het makkelijker toepasbaar wordt. Met name de veelheid aan informatie belemmert dit nu nog. Hiertoe wordt een nieuwe tekst in de verordening 2026 opgenomen. De wijziging heeft geen budgettaire gevolgen. Er is geen neveneffect van deze wijziging.

4

Vervoer naar school

Artikel 4.1.1 lid 8 Toegevoegd: aanspraak vergoeding op basis van andere regeling.

Indien aanspraak bestaat op grond van een andere regeling, dan komt de leerling niet in aanmerking voor een vervoersregeling.

4

Vervoer naar school

Artikel 4.3.1 toegevoegd: een door de gemeente vastgesteld formulier.

Deze zinsnede is toegevoegd om mensen te verplichten om gebruik te maken van het door de gemeente ontwikkeld aanvraagformulier.

4

Vervoer naar school

Artikel 4.3.2 toegevoegd: hierbij kan een medewerker uit een ander domein aansluiten.

Bij de beoordeling van de aanvraag kan de medewerker leerlingenvervoer een gesprek met de ouder(s) hebben. Door de toevoeging wordt het mogelijk

De wijziging is gedaan om juridisch een handvat te hebben om een aanvraag af te wijzen, als een aanspraak bestaat op grond van een andere regeling. In de praktijk wordt hier niet of nauwelijks gebruik van gemaakt. De wijziging heeft geen budgettaire gevolgen. De wijziging is gedaan om mensen te verplichten om gebruik te maken van het door de gemeente ontwikkeld aanvraagformulier. Inhoudelijk heeft deze wijziging geen gevolgen. De wijziging heeft geen budgettaire gevolgen. De wijziging heeft ervoor gezorgd dat de werkwijze die in de praktijk wordt gevolgd aansluit bij de regeling. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen. De wijziging heeft geen financiële gevolgen.

4

6

Vervoer naar school

Ondersteunen naar werk

Artikel 4.3.7 toegevoegd: Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van openbaar vervoer. Artikel 6.1.10 Wettelijke loonkostensubsidie 4. Ook kan de gemeente in overleg met de werkgever een forfaitaire loonkostensubsidie toekennen voor de duur van maximaal 6 maanden. Deze forfaitaire loonkostensubsidie bedraagt 50% van het van toepassing zijnde wettelijk minimumloon. Tijdens deze periode vindt een meting van de werkelijke loonwaarde plaats. Na afloop van de periode van de forfaitaire loonkostensubsidie wordt de loonkostensubsidie op basis van de werkelijke loonwaarde beoordeeld.

gemaakt dat een collega uit een ander beleidsterrein aansluit. Door te toevoeging wordt het mogelijk gemaakt om naast de in de verordening genoemde vormen van vervoer nog andere mogelijkheden van vervoer te vergoeden.

Toegevoegd lid 4 De forfaitaire LKS is al sinds 1 januari 2020 opgenomen in de Participatiewet maar niet eerder in de Verordening opgenomen. Om een totaaloverzicht van alle re-integratieinstrumenten in de Verordening te krijgen is er nu voor gekozen deze wettelijke voorziening in onze verordening op te nemen.

Hier is in 2025 nog geen gebruik van gemaakt. De wijziging heeft geen financiële gevolgen.

Doel van de wijziging is behaald. Met het opnemen van dit instrument is een totaal overzicht in de verordening opgenomen. Dit is overzichtelijk voor werkzoekenden en werkgevers die zich melden bij de gemeente voor ondersteuning. Wijziging heeft geen budgettaire gevolgen, de forfaitaire loonkostensubsidie is al sinds 2020 in de wet opgenomen en wordt ook zo door Veldhoven uitgevoerd, budget hiervoor is in de primitieve meerjarenbegroting opgenomen. Er is geen neveneffect van deze wijziging. Het is een extra vorm van tijdelijke loonkostensubsidiering waarbij de werkgever en werkzoekende administratief ontzorgt worden. Er hoeft voor deze vorm geen ‘loonwaardemeting’ uitgevoerd te worden, waarmee tijd en energie bespaard wordt. Daarnaast geeft het helderheid en duidelijkheid over de hoogte en duur van de loonkostensubsidie omdat deze vooraf is bepaald en niet wijzigt.

7

PW / Financieel gezond zijn

Artikel 7.2.2 Hoogte van de toeslag 1. De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. Alleenstaande: 45% van de uitkeringsnorm excl vt, geldend op 1 januari van het aanvraagjaar voor een alleenstaande die ouder is dan 21 jaar; b. Alleenstaande ouder: 55% van de uitkeringsnorm excl vt, geldend op 1 januari van het aanvraagjaar voor een alleenstaande die ouder is dan 21 jaar; c. Gehuwden of samenwonenden: 45% van de uitkeringsnorm excl vt geldend op 1 januari van het aanvraagjaar voor gehuwden die ouder zijn dan 21 jaar.

De individuele inkomenstoeslag wordt met 10% verhoogd, in de begroting 2025 is budget beschikbaar gesteld om de minima regelingen in 2025 te verruimen

Het doel van de wijziging is tweeledig. Enerzijds willen we de doelgroep beter bedienen met een hogere bijdrage. Daarnaast willen we meer inwoners uit de doelgroep bereiken, en het niet-gebruik onder de doelgroep terugdringen. Sinds de wijziging is ingegaan, 1 januari 2025, hebben we 54 nieuwe gebruikers van de inkomenstoeslag. Vergeleken met vorig jaar zijn er in dezelfde periode tot nu toe 10 toekenningen meer verstrekt. Het bereik van de toeslag binnen de doelgroep is dus toegenomen. Dit draagt direct bij aan begrotingsactiviteit 6.06.02, het vergroten van het bereik van de minimaregelingen, en pijler 2 uit de armoedeagenda: inkomensondersteuning. De individuele inkomenstoeslag valt budgettair samen met de bijzondere bijstand. Bij Burap 2 is dit budget bijgesteld. Hier spelen ook ontwikkelingen binnen de bijzondere bijstand een rol. Het budget werd niet alleen bijgesteld vanwege een groei in gebruik van de toeslag. Er was vooral sprake van een toename op andere posten binnen de bijzondere bijstand.

7

PW / Financieel gezond zijn

Artikel 7.4.3 Meedoen-voorziening De meedoen-voorziening kan bestaan uit: • een lidmaatschap of deelname aan een activiteit van één van de aangesloten organisaties; en

De meedoenvoorziening wordt uitgebreid met een bedrag van 250 euro per jaar voor de extra kosten van meedoen in de maatschappij, zoals kosten voor vervoer, (sport)kleding, internet, consumpties etc.

Het doel van de wijziging is tweeledig. Enerzijds willen we het gebruik van de meedoen voorziening beter laten aansluiten op het doel: namelijk meedoen nog laagdrempeliger maken door ook budget voor extra kosten van meedoen op te nemen. Daarnaast willen we meer inwoners uit de doelgroep bereiken, en het niet-gebruik onder de doelgroep terugdringen.

• •

Dit wordt samengevoegd met de een lidmaatschap van de internetbijdrage van 50 euro die al Bibliotheek Veldhoven; en onderdeel was van de regeling. een tegemoetkoming in de kosten van meedoen, zoals kosten voor vervoer, internet, (sport)kleding en/of consumpties.

Artikel 7.4.4 Lidmaatschap of deelname activiteit 1. De inwoner komt eenmaal per jaar in aanmerking voor een lidmaatschap of deelname aan een activiteit. 2. De aangesloten organisaties staan vermeld op www.veldhoven.nl. Artikel 7.4.5 Lidmaatschap Bibliotheek 1. De inwoner komt eenmaal per jaar in aanmerking voor een lidmaatschap van de Bibliotheek Veldhoven. Artikel 7.4.6 Tegemoetkoming kosten meedoen 1. De inwoner komt eenmaal per jaar in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van meedoen.

Sinds de wijziging is ingegaan, 1 januari 2025, hebben we al 176 nieuwe gebruikers van de meedoen voorziening. Het bereik van de voorziening binnen de doelgroep is dus sterk toegenomen. Ook blijkt uit de aanvragen, waar mensen aangeven waarvoor ze het extra bedrag gaan gebruiken, goed wordt gebruikt om meedoen mogelijk te maken. Dit draagt direct bij aan begrotingsactiviteit 6.06.02, het vergroten van het bereik van de minimaregelingen, en pijler 2 uit de armoedeagenda: inkomensondersteuning. De toename van het aantal gebruikers is groter dan verwacht. Hierdoor wordt het beschikbare budget over 2025 mogelijk overschreden. Bij Burap 2 was dit nog niet het geval. Bij Burap 3 wordt dit opnieuw gemonitord en waar nodig bijgesteld. Het enige negatieve neveneffect van deze wijziging is de verhoogde werkdruk binnen het team werk & inkomen doordat het aantal aanvragen voor de voorziening is toegenomen.

2. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt € 250,Artikel 9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging 1. De gemeente maakt het besluit tot verlaging per brief aan de inwoner bekend. De verlaging wordt toegepast op de uitkering van de maand waarin de verwijtbare gedraging heeft plaatsgevonden voor zover daarover nog geen uitkering is betaald. Als de uitkering over die maand al wel betaald is, wordt de verlaging toegepast op de uitkering van eerstvolgende maand. 2. De gemeente kan de verlaging over meerdere maanden spreiden als dit nodig is. 3. Een verlaging van een uitkering aan een inwoner die als zelfstandige werkt en die de uitkering in de vorm van een lening ontvangt, wordt toegepast bij de definitieve vaststelling van de uitkering. 4. Soms kan de gemeente de uitkering niet verlagen omdat

Artikel tekstueel herschreven zodat deze duidelijker is voor de uitvoering.

Doel van de wijziging is behaald. Het doel was om meer duidelijkheid te verschaffen voor de klantmanagers als zij een afweging moeten maken voor een sanctie op een uitkering. Dit leidt tot een meer eenduidiger proces wat door iedere klantmanager op dezelfde wijze wordt uitgevoerd. Wijziging heeft geen budgettaire gevolgen, de wijziging ziet toe op het proces van een sanctiebeoordeling. Er is geen neveneffect van deze wijziging. Er is geen nadeel voor de inwoner als het sanctiebeoordelingsproces zorgvuldig door de klantmanagers wordt doorlopen. Het nadeel van een eventueel opgelegde sanctie zelf, blijft voor deze evaluatie buiten beschouwing, omdat de wijziging toeziet op het proces van beoordelen.

8

Wmo

deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen 6 maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen. 5. De gemeente heroverweegt een besluit als bedoeld in lid 1 van dit artikel binnen 3 maanden. Artikel 5.1.2 lid 4 De tarieven van de maatwerkvoorzieningen zorg in natura worden jaarlijks geïndexeerd.

Frequentie van indexering was nog niet opgenomen in de verordening.

Het beoogde doel van de wijziging is behaald, namelijk dat het door de officiële vastlegging van de indexatie het duidelijker is wanneer de tarieven opnieuw vastgesteld worden. Dit is duidelijker voor zowel gemeente als zorgaanbieders. De wijziging an sich brengt geen financiële gevolgen met zich mee. De verhoging van de tarieven zelf worden meegenomen in de begroting en worden eventueel bijgesteld in de buraps.

8

Wmo

Artikel 8.3.3 lid 2 Als het gaat om een pgb voor hulp bij het huishouden en begeleiding op grond van de Wmo, en deze wordt geleverd door een professionele hulpverlener die werkt op ZZP basis, dan is het maximumbedrag 12% lager dan het hulp in natura-tarief, omdat er

We gaan onderscheid maken tussen ZZP'ers en niet-ZZP'ers, vanwege de overheadkosten die een ZZP’er niet heeft.

Er zijn geen neveneffecten. Het beoogde doel is behaald. ZZP’ers die op PGB basis werken en geen overheadkosten maken krijgen deze nu ook niet meer bekostigd. De wijziging blijft binnen het gestelde budget. De tarieven voor deze aanbieders zijn namelijk lager geworden. Er zijn geen neveneffecten.

dan geen overheadkosten worden meegenomen in het bedrag. 8

8

Wmo

Wmo

Artikel 8.3.3 lid 5 Als hulp of ondersteuning op grond van de Wmo wordt gegeven door iemand uit het sociale netwerk of door een nietprofessionele hulpverlener die niet tot het sociale netwerk van de inwoner behoort, is de hoogte van het pgb gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren, tenzij het kortdurend verblijf betreft. De hoogte van het pgb wordt jaarlijks geïndexeerd. Artikel 8.3.3 lid 7 Als er een hulpmiddel/ woningaanpassing wordt verstrekt, dan wordt er een maximaal bedrag bepaald. Het bedrag wordt bepaald op basis van de tarievenlijst (de Ergokostenwijzer) van Casadata. Als dit niet mogelijk is dan levert de inwoner een offerte aan van een aannemer

Frequentie van indexering was nog niet opgenomen in de verordening.

Het beoogde doel van de wijziging is behaald, namelijk dat het door de officiële vastlegging van de indexatie het duidelijker is wanneer de tarieven opnieuw vastgesteld worden. Dit is duidelijker voor zowel gemeente als PGB aanbieders. De wijziging brengt geen financiële gevolgen met zich mee. Er zijn geen neveneffecten.

We gaan werken met de Ergokostenwijzer van Casadata omdat dit een effectief hulpmiddel is voor het bepalen van de hoogte van het pgb.

Het beoogde doel van de wijziging is nog niet behaald. Door een vertraging bij het implementeren van de Ergokostenwijzer zijn de klantmanagers er nog niet mee aan het werken. Dit gaat wel op korte termijn gebeuren. Ja, de wijziging blijft binnen het gestelde budget. Er zijn geen neveneffecten, enkel dat de werkwijze prettiger is/zal gaan zijn voor de klantmanagers Wmo.

naar keuze. Het bedrag wordt op basis van de offerte vastgesteld. 8

8

Wmo

Wmo

Artikel 8.3.5 lid 2: Pgb dat wordt verstrekt voor voorzieningen nietzijnde hulp bij het huishouden of begeleiding 18+ wordt niet via de SVB verstrekt, maar direct aan de inwoner. Artikel De inwoner betaalt géén bijdrage in de kosten van Wmoondersteuning als: a. de ondersteuning bestaat uit een woningaanpassing voor inwonend, minderjarig kind; b. de ondersteuning bestaat uit een rolstoelvoorziening; c. de ondersteuning bestaat uit collectief vervoer (Taxbus). d. de ondersteuning bestaat uit een elektrische buitenrolstoel; e. de ondersteuning bestaat uit een verhuisvoorziening; f. de ondersteuning bestaat uit een omzetting van een traplift naar de naam van de partner; g. de ondersteuning bestaat uit onderhoud, reparatie of verzekering van voorzieningen;

Voorheen stond in de verordening dat alles via de SVB werd verstrekt, dit was niet juist.

Het beoogde doen is bereikt, namelijk dat het officieel is vastgelegd dat niet alle PGB's door de SVB worden verstrekt. Er zijn geen financiële gevolgen.

In de praktijk werden er bij meerdere voorzieningen geen eigen bijdrage gevraagd, dit wordt nu verwerkt in de verordening.

Er zjn geen neveneffecten. Het beoogde doel is behaald. Nu liggen namelijk alle voorzieningen waarbij geen eigen bijdrage wordt gevraagd officieel vastgelegd in de verordening. Hierdoor kan geen verwarring meer ontstaan over wanneer er wel of niet een eigen bijdrage gevraagd moet worden. De wijziging blijft binnen het budget. De eigen bijdrage werd voor deze voorzieningen namelijk al niet gevraagd, maar voorheen stond het niet juist in de verordening. Er zijn geen neveneffecten.

9

Afspraken en verplichtingen

h. de ondersteuning bestaat uit hulp bij het huishouden hospice of logeerhuis. Artikel 9.2.6 Te weinig besef van verantwoordelijkheid 1. De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die voorafgaand of tijdens de bijstandsperiode onverantwoord is omgegaan met zijn inkomen of vermogen, waardoor de gemeente eerder of een hoger bedrag aan bijstand heeft gegeven. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente meer heeft verstrekt dan dat het geval zou zijn geweest als wel verantwoord met inkomen en vermogen was omgegaan. (benadelingsbedrag). 2. Tabel met sanctiebedragen 3. Een inwoner gaat in ieder geval onverantwoord om met zijn inkomen of vermogen, als: • Hij zijn vermogen onverantwoord besteed, bijvoorbeeld door het doen van een schenking; • Hij in aanmerking komt voor een andere inkomstenbron,

Artikel herschreven, in de tabel met sancties is gekozen om het benadelingsbedrag niet meer in maanden te noemen. Dit was onhandig voor de uitvoering.

Doel van de wijziging is behaald. Doel van de wijziging is om een beter uitvoerbare werkwijze te beschrijven bij het proces van het beoordelen van een verlaging. Wijziging kan budgettaire gevolgen hebben omdat het verlagingsbedrag niet meer in maanden kan worden opgelegd. Omdat de situaties waarin deze beoordeling gemaakt moet worden, zeer zelden voorkomen is het effect nihil. Er is geen nadelig neveneffect van deze wijziging.

14

Begrippenlijst

maar hier geen beroep op doet; • Hij ontslag neemt waardoor een beroep op bijstand noodzakelijk is. Artikel 9.2.7 Het niet of onvoldoende nakomen van de overige aan de bijstand verbonden verplichtingen (art 55 PW) 1. De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die niet of onvoldoende de opgelegde verplichtingen op grond van artikel 55 van de wet nakomt. 2. De verlaging bedraagt 20% gedurende 1 maand als de verplichting gaat over arbeidsinschakeling 3. De verlaging bedraagt 20% gedurende 1 maand als de verplichting gaat over de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand 4. De verlaging bedraagt 20% gedurende 2 maand als de verplichting gaat over het verminderen van bijstand. Weggehaald woordje ‘Fraude’

Nieuw artikel opgenomen over het niet voldoen aan verplichtingen die zijn verbonden aan de uitkering. Wens van de uitvoering.

Doel van de wijziging is behaald. Doel was om een eenduidig kader te scheppen bij beoordelingen van situaties waarbij een inwoner zich niet aan de afgesproken verplichtingen houdt. Deze bepalingen waren eerder niet opgenomen. Wijziging heeft geen budgettaire gevolgen, het te volgen kader werd in de uitvoering in voorkomende gevallen al toegepast maar zijn nu formeel beschreven. Er is geen nadelig neveneffect van deze wijziging.

Jurisprudentie heeft bepaald dat het woordje ‘fraude’ niet meer gebruikt mag worden in het sociaal domein.

Doel van de wijziging is behaald Wijziging heeft geen budgettaire gevolgen Er is geen neveneffect van deze wijziging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16341082/1