Technische vragen GroenLinksPvdA Vaststellen actualisatie Verordening Sociaal Domein Veldhoven V05032025 A07032025
Tekst van het document
Technische vraag GroenLinks/PvdA inzake Vaststellen actualisatie Verordening Sociaal Domein Veldhoven t.b.v. oordeelsvormende vergadering agendapunt 6.02 Vaststellen actualisatie Verordening Sociaal Domein Veldhoven 11 maart 2025 Vragen:
1. In de verordening gaat het over de loonkostensubsidie waarbij werkgevers voor zes maanden een forfaitaire subsidie kunnen krijgen. Wat gebeurt er als na die zes maanden blijkt dat de werkelijke loonwaarde lager uitvalt? Antwoord: Als een werkgever kiest voor een forfaitaire loonkostensubsidie bij aanvang van het dienstverband met de werknemer, dan wordt er (ongeacht de werkelijke loonwaarde) 50% loonkostensubsidie verstrekt. Aan het einde van de 6 maanden vindt de daadwerkelijke loonwaardemeting op de werkplek plaats. Vanaf de 7e maand wordt dan de loonkostensubsidie op basis van de werkelijk gemeten loonwaarde verstrekt. Die kan hoger of lager uitpakken dan de forfaitaire subsidie. Die wordt niet gecorrigeerd over de eerste 6 maanden. Er volgt dus geen nabetaling of terugbetaling. Deze systematiek wordt voorafgaand aan de keuze voor forfaitaire loonkostensubsidie gecommuniceerd. De werkgever die voor dit instrument kiest, weet dat de werkelijke loonwaarde hoger of lager kan zijn. Dit levert in de praktijk geen onwenselijke situaties op. De gemiddelde loonwaarde komt in de buurt van 50%, de afwijkingen zijn in veel gevallen niet fors. Een werkgever heeft ook altijd de optie om te kiezen voor de systematiek waarbij er vanaf de start van het dienstverband een loonwaardemeting plaatsvindt en subsidiering op basis van de daadwerkelijk gemeten loonwaarde.
Deze keuzes worden altijd vooraf met de werkgever besproken.