CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen D66 IHP Sport V08052026 A11052026

Raad (oordeelsvormend) 12 mei 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen IHP Sport Veldhoven 2027-20401.219 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen D66 inzake IHP Sport T.b.v. oordeelsvormende vergadering 12 mei agendapunt 6.1: Vaststellen IHP Sport Veldhoven 2027-2040

Vraag | Dhr. Simonse

1. Zijn scholen betrokken bij de totstandkoming van het IHP Sport voor wat betreft de gymzalen en ruimte voor bewegingsonderwijs in bredere zin? Zo ja, wat is hun inbreng geweest? Zo nee, waarom niet? 2. Er wordt voorgesteld om drie nieuwe gymzalen te vervangen door één centrale sporthal. Welke scholen zijn beoogd gebruiker, en onderschrijven zij de keuze voor één centrale sporthal? 3. In de financiële planning is verduurzamen sportparken 'pm' opgenomen. Hoe worden de ambities van het kernthema 'Klimaatadaptieve sportparken' geborgd, zoals klimaatadaptie, wateropvang en energieopslag? Wanneer worden concrete maatregelen en budgetten per accommodatie uitgewerkt op grond van welk kader? 4. Verduurzaming, regiosporten, grondkosten, infrastructuurkosten, sloopkosten, verhuiskosten, tijdelijke huisvesting, terreininrichting en rentekosten zijn niet meegenomen in de geraamde investeringen. Daarnaast is gerekend met globale stichtingskosten per accommodatie. Voor buitensportaccommodaties zijn de ramingen op hoofdlijnen weergegeven en investeringsbedragen zijn opgenomen o.b.v. ICS-kengetallen. Betekent dit dat rekening gehouden moet worden met significante bijkomende kosten? Waar moeten we dan aan denken? 5. Wat is de eigendomssituatie van elke buitensportvoorziening (grond en opstallen) waarin de gemeente volgens het voorstel zou investeren? 6.

We lezen dat de gemeente de investeringen faciliteert (p.23). Wat is de afbakening van de te faciliteren investeringen en wat wordt precies verstaan onder ‘faciliteren’? 7. Het IHP Sport stelt dat verenigingen verantwoordelijkheid nemen voor gebruik en beheer, terwijl de gemeente de regie op de lange termijn voert. Wat betekent de introductie van park- en verenigingsmanagers voor deze rolverdeling en breder voor de verantwoordelijkheden én aansprakelijkheid van de gemeente? Antwoord

1. Zijn scholen betrokken bij de totstandkoming van het IHP Sport voor wat betreft de gymzalen en ruimte voor bewegingsonderwijs in bredere zin? Zo ja, wat is hun inbreng geweest? Zo nee, waarom niet? Bij de totstandkoming van het IHP Sport zijn scholen niet rechtstreeks betrokken via een afzonderlijk participatietraject. Voor het onderdeel bewegingsonderwijs is gebruik gemaakt van het reeds vastgestelde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP Onderwijs), inclusief de daarin opgenomen leerlingenprognoses, schoollocaties en ruimtebehoefte voor

bewegingsonderwijs. Daarmee is aangesloten op reeds met het onderwijs afgestemde beleidskaders en demografische uitgangspunten. In de uitvoeringsfase, en met name bij concrete locatiekeuzes, programma van eisen en koppelingen met nieuwbouw of renovatie van onderwijshuisvesting, worden schoolbesturen en gebruikers nadrukkelijk betrokken. 2. Er wordt voorgesteld om drie nieuwe gymzalen te vervangen door één centrale sporthal. Welke scholen zijn beoogd gebruiker, en onderschrijven zij de keuze voor één centrale sporthal? Het IHP Sport laat op basis van de capaciteitsberekening richting 2040 zien dat er vanuit de wettelijke taak voor bewegingsonderwijs behoefte ontstaat aan extra binnensportcapaciteit ter grootte van circa drie gymzalen. In scenario 3 is ervoor gekozen deze capaciteit niet te vertalen naar drie afzonderlijke gymzalen, maar naar één multifunctionele centrale sporthal, zodat onderwijscapaciteit gecombineerd kan worden met verenigingsgebruik, multifunctionaliteit en efficiënter ruimtegebruik. De exacte gebruikersscholen zijn op dit moment nog niet definitief aangewezen. Dit hangt samen met de herijking van het IHP Onderwijs, woningbouwontwikkelingen en mogelijke nieuwe of gewijzigde schoollocaties. Daarom is in het uitvoeringsprogramma opgenomen dat de locatiekeuze en het programma van eisen in samenhang met onderwijs verder worden uitgewerkt.

In die vervolgfase worden de betreffende schoolbesturen en gebruikers betrokken bij de nadere uitwerking. 3. In de financiële planning is verduurzamen sportparken 'pm' opgenomen. Hoe worden de ambities van het kernthema 'Klimaatadaptieve sportparken' geborgd, zoals klimaatadaptie, wateropvang en energieopslag? Wanneer worden concrete maatregelen en budgetten per accommodatie uitgewerkt op grond van welk kader? Binnen scenario 3 is “Klimaatadaptieve sportparken” één van de vier inhoudelijke pijlers van het IHP Sport. Daarbij wordt expliciet gedacht aan maatregelen zoals biodiversiteit, wateropvang, energieopslag en innovatieve veldoplossingen. De post “PM” is bewust opgenomen omdat de verduurzamingsopgave per sportpark locatie-specifiek is en samenhangt met bredere gebiedsopgaven, zoals klimaatadaptatie, energie-infrastructuur, waterberging en eventuele samenwerking met externe partijen. Concrete maatregelen, fasering en budgetten worden per sportpark uitgewerkt in de planvormingsfase binnen het uitvoeringsprogramma 2027–2030. Daarbij wordt aangesloten op gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen, gebiedsontwikkelingen, MJOP’s en beschikbare subsidiemogelijkheden of cofinanciering. 4.

Verduurzaming, regiosporten, grondkosten, infrastructuurkosten, sloopkosten, verhuiskosten, tijdelijke huisvesting, terreininrichting en rentekosten zijn niet meegenomen in de geraamde investeringen. Daarnaast is gerekend met globale stichtingskosten per accommodatie. Voor buitensportaccommodaties zijn de ramingen op hoofdlijnen weergegeven en investeringsbedragen zijn opgenomen o.b.v. ICSkengetallen. Betekent dit dat rekening gehouden moet worden met significante bijkomende kosten? Waar moeten we dan aan denken? Nee, ICSadviseus verwacht op basis van de gehanteerde kengetallen, vergelijkbare projecten en de opgenomen uitgangspunten niet dat er generiek

sprake is van significante aanvullende kosten boven op de in het IHP opgenomen investeringsramingen. De ramingen zijn opgesteld op basis van actuele ICS-kengetallen, inclusief vaste inrichting, projectkosten, advieskosten, leges, onvoorzien en btw, en geven daarmee een realistisch beeld van de investeringsopgave. Wel geldt dat bij de verdere uitwerking van individuele projecten altijd project specifieke keuzes of omstandigheden kunnen ontstaan die invloed hebben op de uiteindelijke investering. Voorbeelden hiervan zijn:  bij renovatie of vervanging van een gymzaal: kunnen scholen gedurende de werkzaamheden tijdelijk gebruikmaken van bestaande capaciteit in de omgeving, of is tijdelijk vervoer van leerlingen naar een andere locatie nodig;  bij een sportparkontwikkeling: is de bestaande infrastructuur voldoende, of zijn aanvullende aansluitingen of terreinmaatregelen wenselijk;  bij clustering of multifunctioneel gebruik: ontstaan extra kansen of wensen vanuit gebruikers die leiden tot optimalisaties in het programma van eisen. Dit soort keuzes worden per project in de businesscase en planuitwerking inzichtelijk gemaakt. 5.

Wat is de eigendomssituatie van elke buitensportvoorziening (grond en opstallen) waarin de gemeente volgens het voorstel zou investeren? De eigendomssituatie van buitensportvoorzieningen in Veldhoven verschilt per locatie, maar in algemene zin geldt dat de gronden veelal in eigendom zijn van de gemeente, terwijl clubgebouwen, kantines en sommige ondersteunende opstallen vaak in eigendom en beheer zijn van de verenigingen. 6. We lezen dat de gemeente de investeringen faciliteert (p.23). Wat is de afbakening van de te faciliteren investeringen en wat wordt precies verstaan onder ‘faciliteren’? Met “faciliteren” wordt bedoeld dat de gemeente regie voert op de lange termijn ontwikkeling van de sportinfrastructuur en – afhankelijk van eigendom, wettelijke taak en maatschappelijk belang – investeringen mogelijk maakt via financiering, cofinanciering, planvorming, projectleiding, vergunningverlening of het beschikbaar stellen van gemeentelijke gronden. De mate van facilitering verschilt per type voorziening. Bij binnensportvoorzieningen die samenhangen met de wettelijke taak voor bewegingsonderwijs ligt de investeringsverantwoordelijkheid primair bij de gemeente. 7. Het IHP Sport stelt dat verenigingen verantwoordelijkheid nemen voor gebruik en beheer, terwijl de gemeente de regie op de lange termijn voert.

Wat betekent de introductie van park- en verenigingsmanagers voor deze rolverdeling en breder voor de verantwoordelijkheden én aansprakelijkheid van de gemeente? De introductie van park- en verenigingsmanagers verandert de juridische eigendoms-, beheer- of aansprakelijkheidsverdeling niet. Verenigingen blijven verantwoordelijk voor hun eigen gebruik, dagelijkse organisatie en – waar van toepassing – het klein onderhoud van eigen opstallen of toegewezen voorzieningen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor haar publieke rol als eigenaar en regisseur van de lange termijn sportinfrastructuur. De park- en verenigingsmanagers zijn in scenario 3 bedoeld als

ondersteunende en verbindende functie. Zij ondersteunen verenigingen bij organisatorische vraagstukken, vrijwilligersmanagement, samenwerking en gedeeld gebruik van sportparken. Daarnaast dragen zij bij aan programmering, afstemming tussen gebruikers en het versterken van de maatschappelijke functie van sportparken. Hun inzet heeft daarmee primair effect op organisatiekracht en samenwerking, maar wijzigt niet de bestaande juridische verantwoordelijkheden of aansprakelijkheidsverdeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16926758/2