Technische vraag CDA I-BURAP V22042025A30042025
Tekst van het document
Technische vragen CDA inzake I-BURAP 2025 T.b.v. besluitvormende vergadering agendapunt 8.4: Vaststellen I-BURAP 2025.
Vraag | Dhr. Horsten Graag zou ik een overzicht ontvangen van de kostenposten, gecategoriseerd in “voorzienbaar” en “niet voorzienbaar”. Omdat dit veel werk is hoeft het slechts te gaan om de kostenposten vanaf grofweg 50.000/100.000 euro. Aanvullend: wanneer kostenposten niet voorzienbaar waren, graag een toelichting waarom niet. Antwoord In principe zijn bijstellingen niet te voorzien, dat is de reden dat deze worden opgenomen in een Bestuursrapportage. Van belang is hierbij onder andere het gegeven dat de begroting 2025 (de norm voor het doen van bijstellingen) al in de zomer van 2024 wordt opgesteld en dus relatief in een vroeg stadium inschattingen worden gemaakt. Dat maakt ook dat inschattingen voor latere jaren (2026 en verder) nog meer onzekerheid kennen. De bijstellingen in de 3e Bestuursrapportage 2024 hebben in principe betrekking op 2024 (en niet op 2025). De Bestuursrapportages zijn immers bijstellingenrapportages. Drie bijstellingen lichten we specifiek toe, omdat we deze mogelijk eerder (bij de begroting) hadden kunnen voorzien. De bijstelling BIZOB ter hoogte van € 164 uit Programma 0, DVO een 21 voor de jeugd ter hoogte van € 61 uit Programma 6 en de ODZOB-werkprogramma ter hoogte van € 200 uit Programma 8. Een gedeelte van de bijstelling BIZOB had voorzien kunnen worden, zie voor de reden de verklaring in programma 0.
Dit hadden we mee kunnen nemen in de Begroting 2025. Een gedeelte van de bijstelling DVO een 21 voor de jeugd had voorzien kunnen worden, zie voor de reden de verklaring in programma 6. Dit hadden we mee kunnen nemen in de Begroting 2025. Een gedeelte van de bijstelling ODZOB had voorzien kunnen worden, zie voor de reden de verklaring in programma 8. Dit hadden we mee kunnen nemen in de Begroting 2025. Op korte termijn start een extern bureau met een analyse van de opgevoerde, bijgestelde budgetten en de financiële verwachtingen. We willen daar de resultaten van afwachten. Maar we begrijpen de vraag en de noodzaak om duidelijkheid te verschaffen over de bijstellingen in het budget. Tegelijk wordt het steeds lastiger om nauwkeurige en voorspelbare meerjarige begrotingen op te stellen, omdat de complexiteit en onzekerheid van toekomstige ontwikkelingen toeneemt, de effecten hiervan worden groter naar mate de jaren vorderen. Het is belangrijk om te benadrukken dat we streven en in gaan zetten op een verbeterd budgetbeheer en voorspellend vermogen in de toekomst door o.a. betere data-analyses.